Examenkandidaten gezocht!
We zoeken nog een aantal examenkandidaten die (voor moneys) hun frustraties, verdriet, of blijdschap willen uiten na afloop van de examens. Solliciteer voor 3 maart als eindexamenvlogger!

Meedoen

Kruistocht in spijkerbroek door Thea Beckman

Beoordeling 7.7
Foto van een scholier
Boekcover Kruistocht in spijkerbroek
Shadow
  • Boekverslag door een scholier
  • 4e klas vmbo | 4383 woorden
  • 19 december 2001
  • 3404 keer beoordeeld
Cijfer 7.7
3404 keer beoordeeld

Boekcover Kruistocht in spijkerbroek
Shadow

De zestienjarige Dolf uit Amstelveen geeft zich op als proefkonijn: hij zal door een materietransmitter teruggeflitst worden naar de Middeleeuwen om daar één middag een kijkje te nemen. Maar door een foute berekening komt hij in het jaar 1212 terecht in een Kinderkruistocht die net uit Keulen is vertrokken en niet op het riddertoernooi in Montgivray in M…

De zestienjarige Dolf uit Amstelveen geeft zich op als proefkonijn: hij zal door een materietransmitter teruggeflitst worden naar de Middeleeuwen om daar één middag e…

De zestienjarige Dolf uit Amstelveen geeft zich op als proefkonijn: hij zal door een materietransmitter teruggeflitst worden naar de Middeleeuwen om daar één middag een kijkje te nemen. Maar door een foute berekening komt hij in het jaar 1212 terecht in een Kinderkruistocht die net uit Keulen is vertrokken en niet op het riddertoernooi in Montgivray in Midden-Frankrijk dat hij zo graag wilde bijwonen. Verbijsterd ziet hij duizenden gelovige - en vooral goedgelovige - kinderen, aan wie wonderen zijn beroofd, zingend aan hem voorbijtrekken. Zij zijn van plan met hun blote landen het Heilige Land van de Saracenen te bevrijden. Om vijf uur diezelfde middag moet Dolf weer op de afgesproken plek staan om teruggeflitst te worden naar de twintigste eeuw - tenminste, als er niets fout gaat...

Kruistocht in spijkerbroek door Thea Beckman
Shadow
ADVERTENTIE
Dit zijn de 5 irritantste type leraren

Die ene docent die altijd met een koffieadem over je heen hangt tijdens de uitleg van een lastige wiskundeformule of de veel te jolige gymnast: sommige leraren lijken meer op karakters uit een sitcom dan op echte docenten. En de irritantste? Dat zijn deze 5 types šŸ‘‡

Bekijk ze hier
1. De titel van het boek:
Kruistocht in spijkerbroek.

2. De naam van de auteur:
Thea Beckman.

3. Het jaar waarin het boek is uitgegeven:
- 1e druk van het boek in 1973.
- Het boek dat ik gelezen heb is uitgegeven in 1991, 38e druk.

4. De naam en plaats van de uitgeverij:
- Uitgeverij: Lemniscaat, Rotterdam.
- Omslagontwerp: F. van Vliet.
- Druk: C. haasbeek, Alphen aan den Rijn.

6. Het Genre (soort boek):
Historie en Avontuur.

7. Het thema van het boek:
De dood, kruistochten en het leven van mensen in een andere tijd.


8. De hoofdpersoon van het boek:
Dolf Wega (ook wel Dolf van Amstelveen in 1212):
Hij is erg avontuurlijk, want hij gaat terug in de tijd. Ook is hij een leidend type. Dit blijkt onder andere uit dat hij de leiding voor een deel op zich neemt en dat de meeste kinderen naar hem luisteren. Verantwoordelijk is hij ook. Als hij met de kruistocht meegaat voelt hij zich gedwongen om de kinderen veilig naar Jeruzalem te brengen. Verder is het ook een rustige jongen met veel respect voor andere. Hij zelf gelooft niet in het doel van heel die kruistocht, maar hij blijft bij die kinderen en leeft met hen mee.
Hij is (voor in 1212 vooral) vrij grote jongen met blond haar en blauwe ogen. Hij is flink gebouwd en in de loop van het boek wordt hij ook steeds flinker. In het begin is hij erg wit van huidskleur en ook later trekt dat weg en krijgt hij een bruin kleurtje. Hij is snel ongerust en verder ook een lieve jongen.
Hij draagt een spijkerbroek (vandaar ook de titel). Als hij net in die tijd komt draag hij ook een dikke winterjas en stevige berg- schoenen.

9. De belangrijkste bijpersonen:

Leonardo:
Dolf's rechter hand, een slimme student uit Pizza. Hij is sluw, sarcastisch en behulpzaam.
Hij is voor Dolf een grote steun en hij is er altijd als ze hem nodig hebben. Hij hielp iedereen, had het erg druk, maar vond altijd de tijd om met de kinderen te spelen. Hij was een echte hulp. Leonardo had lange, donkere haren, mooie bruine ogen en een gebruinde huid. Hij droeg een groen overkleed met een leren riem om zijn middel met een dolk aan, bruine laarzen en een hoed. Hij was de leider van de knokploeg en droeg altijd z’n knuppel bij zich. En ook zijn trouw ezeltje was er altijd bij.

Nicolaas:
Een simpele, goedgelovige, domme, naïeve herdersjongen die “een verschijning van de engelen” gezien had. Zijn opdracht was de kinderen naar het heilige land te leiden. Nicolaas was zo gelovig dat hij zich niet bekommerde over de kinderen. Nee dat deed God wel. Hij was heel de tijd bezig met god en bidden. Hij was zo dom en naïef dat hij ergerlijk was. Hij had lange blonde krullen en hij droeg een wit kleed, hij was precies een engel. Nikolaas en Dolf konden absoluut niet met elkaar opschieten, ze verweten elkaar van alles.


Dom Anselmus:
Hij is niet aardig voor de kinderen, hij wil alleen maar dat de kinderen snel in Genua komen zodat hij veel geld kan verdienen als de kinderen als slaven worden weggevoerd naar Afrika. Hij bekommert zich er ook niet om of veel van de kinderen Genua halen. Hij heeft toch alleen maar de sterkste nodig.

Dom Johannes:
Hij is erg aardig voor de kinderen en als er een paar ziek zijn probeert hij ze gerust te stellen. Hij is een monnik die toen hij geen geld meer had Anselmus tegenkwam. Die kende een paar mannen die wel slaven naar Afrika wilde vervoeren. De twee monniken moesten dan kinderen verzamelen en zeggen dat ze naar Jeruzalem gingen om de stad te bevrijden. Johannis vindt dit baantje eerst wel leuk maar aan het eind van het verhaal kan hij er niet tegen om te zien hoe al die kinderen als slaaf zouden moeten werken. Hij vertelt het verhaal aan Dolf en die vergaf de nep monnik al zijn zonden.

Mariecke:
Lieve kleine Mariecke zoals Dolf haar noemde. Een meisje van een jaar of acht negen. Een weesje dat haar in Keulen had aangesloten bij de kinderkruistocht in de hoop om het heilige land te bevrijden. Ze was erg naïef en gelovig en kon niet veel want ze had nooit iets geleerd. Maar toch hield Dolf van haar. Zij hield ook erg veel van Dolf ze zou hem nooit in de steek laten. Mariecke leerde wel snel bij. Ze was mager en had donkerblond haar en grote grijze ogen. Haar beentjes waren zo dun dat het leek dat ze haar gewichtje niet eens konden dragen. Later helpt ze overal waar hulp nodig is.

Dom Thaddeus Peter:
De monnik die voor Dolf is. Hij vindt Dolf wel een ketter maar hij vindt ook dat Dolf moet blijven, want als hij er niet was zou het allemaal veel slechter gegaan zijn.

Het zijn allemaal karakters. Je weet precies hoe iedereen is en hoe iedereen denkt. Dat wordt uitgebreid beschreven in het boek.

10. De verhouding tussen de hoofdpersoon en de andere personen:
De meeste verhoudingen in het boek blijven hetzelfde. Iedereen
kon het van begin af aan goed met Dolf vinden. Sommige werden

alleen nog maar beter bevriend met Dolf. Het boek speelt zich maar af in 2/3 maanden, dus veel verandering zou er ook niet kunnen zijn.

11. De keuze van de titel:
De keuze van de titel is nogal makkelijk. Dolf wordt terug gestuurd naar 1212. Daar komt hij terecht in een Kruistocht. Dolf komt uit de 19e eeuw en heeft dus een spijkerbroek aan als hij in 1212 komt.
Dolf gaat met de kinderen mee, met de kruistocht en loopt dus de
Kruistocht in spijkerbroek.

12. Een samenvatting van het boek:

H1. De grote sprong:
Dr Simiak en zijn assistent dr. Kneveltoer hadden een machine gemaakt waarmee je contact met het verleden kon maken. Een soort van tijd machine ‘’de materie-transmitter’’. Dolf Wega een 16 jarige jongen wil als proefkonijn graag naar een riddertoernooi dat op 14 juni 1212 in Montgivray, in midden Frankrijk werd gehouden. Ze hadden nog nooit een mens gebruikt voor hun proeven met de materie-transmitter, dus dr Simiak vond de risico dat er iets mis zou gaan veel te groot. Na wat zeuren mocht Dolf dan eindelijk toch terug naar het riddertoernooi in 1212. Hij zou om 1 uur worden weg gestraald en om 5 uur moest hij weer precies op de plek terug zijn.

H2 Gestrand:
Dolf Wega was dan eindelijk door de machine naar een andere plek gestuurd, maar Dolf wist nog niet precies waar. Hij markeerde de plek waar hij stond, daar moest hij om 5 uur weer gaan staan om terug gehaald te worden.

Dolf ging een stukje lopen en hoorden dat er werd gevochten. Hij ging kijken en zag hoe 2 mannen (rovers) een andere man probeerde te overvallen. De man verdedigde zich zelf met een knuppel. De man was behoorlijk sterk, maar kon het niet winnen. Toen kwam Dolf met zijn mes om de man te helpen. Zo verjoegen ze de ene rover en de andere hadden ze gedood. De man vroeg aan Dolf of hij mee wou eten. Dolf is meegegaan en de man stelde zich voor: Leonardo Fibonacci.
Hij was een student, had 2 jaar in Parijs gestudeerd en was op weg naar Bologna om daar zijn studies te voltooien. Dolf kon Leonardo niet goed verstaan hij sprak een beetje Duits/Nederlands, maar Dolf wende er aan. Dolf vertelde dat hij op weg was naar Montgivray en Leonardo vertelde hem dat hij in Duitsland was en niet in Frankrijk. Vlak bij de plaatsjes Spiers en Worms. Het was dus goed mis gegaan, behalve het jaar 1212 dat klopte wel. Dolf en Leonardo zaten wat te praten tot dat Dolf weg moest. Ze namen afschijnt en Dolf ging weer terug naar de plek. Het was een enorme drukte opeens. Er was een optocht over de weg van duizenden kinderen. Een kinderkruistocht, die dan net uit Keulen is vertrokken. Door al die kinderen was het moeilijk. Hij moest er door heen worstelen en hij vond dan eindelijk de steen. Hij duwde iedereen opzij en ging erop staan.
Hij deed zijn ogen dicht, maar er gebeurde niks. Hij keek op zijn horloge en zag dat het al 6 over 5 was. Te laat. Hij zat voorgoed vast in het verleden. Hij stond daar tussen een massa kinderen. Hij kwam Leonardo weer tegen en samen volgde ze hun weg achter de kinderen aan naar de stad Spiers.

3 Noodweer:
Die nacht mocht niemand de stad in de dorpelingen waren bang dat de kinderen het dorp zouden leegplunderen. De kinderen bouwde buiten de stad een kamp op waar Leonardo en Dolf ook bleven overnachten. Die zelfde nacht was het vreselijk weer. Het onweerde en regende. Torens in de stad Spiers branden, de helft van de stad kwam in brand te staan. De kinderen bleven ongedeerd. De volgende morgen kwamen de dorpelingen brood en eten brengen aan de kinderen. Ze waren er van overtuigd dat de brand en het onweer een straf was van God omdat ze de kinderen niet hadden toegelaten. De kinderen zouden hebben gebeden om de stad te beschermen. De mensen voeden als dankt de kinderen. De kinderen gingen verder. Leonardo ging mee om zo in Bologna te komen. Dolf moest nu ook beslissen wat te doen. Of bij de plek blijven met de hoop nog gered te kunnen worden of ook meegaan. Hij besloot toch mee te gaan om de kinderen te helpen. Vooral de kleine Mariecke die hij had leren kennen en die zich bij hem veilig voelde.

H4 De koning van Jeruzalem:
Dolf ging dus met de kinderen mee en zag de slechte toestand van de omstandigheden. Die avond maakte hij kennis met een 4-tal jongens en vroeg hen naar de leider van de groep kinderen. Een van die jongens bracht Dolf naar Nicolaas de jongen die een boodschap van God had gekregen om een groot kinderleger op te richten en naar Jeruzalem te brengen. Dolf vertelde over de slechte omstandigheden en dat hij vond dat dat veranderd moest worden. Hij deed een paar voorstellen over hoe alles beter moest/kon worden en uiteindelijk namen ze zijn voorstellen aan. Zo zijn de plannen van Dolf gelukt en zou het legen beter georganiseerd worden. Vooral omdat Rudolf (Dolf) een edele naam is kreeg hij zoveel aanzicht. Tot diep in de nacht zaten ze te vergaderen en gingen uiteindelijk slapen.

H5 Gevaarlijke zwijnenjachten:
Dagen daarna werd het kinderleger goed georganiseerd. Dolf was erg belangrijk voor iedereen geworden. Iedereen volgde zijn bevelen op en zo werden er groepen opgericht met alle een aparte functie om het kinderleger in leven te houden. Zo werden er groepen opgericht om te jagen, vissers, de zieken te verzorgen en om kleding te maken van schaapswol. Ze trokken ze alle door de bergen heen. Soms liepen vooral de jager in gevaar en werden ze b.v aangevallen door een zwijn, maar verder verliep alles heel goed er vielen er minder doden en ging iedereen er op vooruit.

H6 Het wonder van de broden:
Die avond werd het kinderkamp opgericht bij de stad Rotweil. De kinderen mochten er niet binnen en kregen geen voedsel. Dolf besloot eens de stad te bekijken en wist zijn Hollands geld in te wisselen voor ander geld. Daarmee kon hij honderden broden van laten bakken en zo hadden de kinderen goed te eten. Dat moest ook wel want er heerste een dodelijke epidemie in het kamp onder de kleine kinderen, wat erg besmettelijk was. Dolf heeft heel de nacht geholpen met brood bakken en zo kon hij de volgende morgen het kinderleger weer voeden.


H7 Gevecht tegen de scharlaken dood:
De dodelijke epidemie trof honderden kinderen. Er waren heel veel doden. Er was besloten de reis te staken en te vechten tegen de epidemie. Er konden alleen kleine kinderen besmet worden zo werd het kamp goed ingedeeld met ook een zieke afdeling. De ziekte werd na een tijde steeds minder en er was goed hoop. Er stierven iedere dat nog kinderen, maar er kwamen geen nieuwe gevallen bij. Daarom wou Nicolaas al verder trekken, maar Dolf was daar sterk op tegen omdat de ziekte dan weer zou uitbreiden.

H8 Beschuldigd van Ketterij:
De reis ging echter nog niet verder een week later pas zoals Dolf dat had gewild, omdat de 2 priesters van Nicolaas heftig ziek werden. Dit kwam doordat Leonardo gif in hun eten had gestopt om de reis een week te kunnen uitstellen. Toen ze verder trokken moesten ze een paar dagen later nog een grote rust houden, ze zouden door de grote Alpen moeten lopen, maar daar zou geen eten zijn. Daarom maakten ze een korte stop om voedsel in te slaan.
Toen kreeg Dolf ook weer ruzie met Nicolaas en zijn 2 monniken. Ze hadden wel meer ruzies en meningsverschillen gehad, maar deze ruzie liep behoorlijk uit de hand. Dolf werd midden tussen de kinderen in uitgemaakt voor een ketter een duivelse ketter, omdat er wat dingentjes waren gebeurd waar Dolf de schuld van kreeg. En hij geloofde niet in hun God, dus was hij een ketter.
Hij zou volgens Nicolaas verbrand moeten worden en haalden allemaal leugens op dat Dolf een duivelskind was. Dolf eiste een eerlijk proces en dat zou hij ook krijgen.

H9 Het volksgericht:
Die avond kwam er een groot verhoor. Dolf tegen Nicolaas en zijn monniken. Eerst leek het erop dat Dolf het zou verliezen en Nicolaas bevond hem schuldig voor ketterij en gaf hem de doodstraf. Totdat Dom Thaddeus naar voren kwam een monnik die zich halverwege had aangesloten bij het kinderleger. Hij nam het voor Dolf op en probeerde bewijzen voor zijn onschuld te vinden. Hij beweerde dat Dolf ook uitverkoren was van God om het kinderleger te beschermen. Hij vond een litteken op zijn arm en gaf dat aan als bewijs. Iedereen geloofde het en knielde voor Dolf. Die op zijn 4e gewoon door een hond was gebeten.

H10 De karwendel slaat toe:
De volgende dag gingen ze verder. Deze dagen moesten ze door de gevaarlijke bergen trekken met veel gevaarlijke paden, roof dieren en vallende rotsblokken. Alleen de 1e dag al waren er veel kinderen dood gegaan. En die avond was iedereen uitgeput en vielen in slaap.


H11 De kinderroof:
De volgende ochtend werd het kamp overvallen door ruiters van de koning, ze eiste tol. 30 van de sterkste jongens en 20 meisjes. Ook wilden ze Dolf, maar Dom Thaddeus had hem in veiligheid gebracht. Zo hadden ze wel 50 belangrijkste kinderen verloren. Ze gingen meteen verder, maar Dolf kon het niet laten rusten en bereidde met 16 andere een plan voor om de kinderen te redden. En die nacht slopen ze met 17 man weg en niemand anders wist er van af.

H12 Aanval van demonen:
Toen was het tijd om de 50 kinderen te redden. Ze verkleedde zich als duivels en zo wisten ze de kinderen te redden uit het kasteel waar ze opgesloten zaten. Die nacht wisten ze het kamp uitgehongerd weer in te halen.

H13 De tocht door de Alpen:
Die week daarop trokken de kinderen verder dood de Alpen. Het eiste veel levens, maar de natuur gaf ook veel voedsel. Zo hebben toch vele de bergpas overleefd.

H14 De slag in de Povlakte:
De dagen daarop trokken de kinderen over laag land. De kinderen waren hard en sterk geworden. Ze hadden honger en plunderde alles waar meer eten te vinden was. Op een gegeven moment werden ze zelf aangevallen door boeren. De kinderen verdedigden zich zelf als krijgers. Er werd ook met vuur gevochten en zo sloeg er een grote brand uit. De boeren waren gevlucht of gestorven aan de brand en de kinderen kwamen veilig aan de overkant van de rivier die daar lag. ER waren maar een paar doden. Zo trokken ze weer verder.

H15 Het testament van Carolos:
Iets later die dagen werd Carolos heftig ziek. Waarschijnlijk blindedarmontsteking. Hij had 48 uur niks meer gegeten. Die avond ging hij dood. Alle kinderen waren diep getreurd, want Carolos was zeer geliefd en zou de nieuwe Koning van Jeruzalem moeten worden. Carolos was ook een goede vriend van Dolf en hij hielp hem altijd en overal mee. Zijn laatste woorden waren dat Dolf de nieuwe koning moest worden.


H16 Eindelijk: de zee:
Eindelijk was het kinderleger in Genua aan gekomen. Daar zou de heilige Nicolaas die door Goed was opgeroepen een doorweg door de zee naar Jeruzalem maken. De dag voor het grote wonder zou beginnen zag Dolf, Dom Johannes een monnik van Nicolaas huilen. Hij vroeg wat er aan de hand was en Dom Johannes vertelde:
Het was allemaal een list. Er zouden geen wonderen gebeuren. De 2 monniken waren geen echte monniken. Ze werden betaald als ze een groot kinderleger naar Genua zouden brengen. Daar zouden de kinderen als slaven naar Zuid-Afrika worden gestuurd. Alles was verzonnen. De monniken hadden alles voorberijd en zouden goed betaald krijgen. Nu had Dom Johannes spijt gekregen en wilde de kinderen redden. Dolf vertelde het Leonardo en die ging met een meisje van adel naar de Graaf van Genua om hulp te vragen en Dom Thaddeus die het verhaal ook had gehoord ging naar de aartsbisschop van de stad. En zo gingen ze er proberen voor te zorgen dat de kinder slavernij tegen zou worden gehouden.

H17 De samenzwering op het strand:
Dolf riep een paar kinderen bij elkaar, de sterkste, de slimste en de grote strijders. Hij vertelde ook hun het verhaal, ze wilde het niet geloven. Toen Dom Johannes het verhaal bevestigde geloofde ze hem alle en gingen overleggen wat ze moesten doen en gingen daarna eerst slapen.

H18 De afrekening:
De volgende middag zou het dan eindelijk gebeuren. Nicolaas liep naar de zee en iedereen wachten op het wonder, maar er gebeurde niks. De kinderen werden woedend en wilde Nicolaas aanvallen. Totdat Anselmus aankwam (een van de slechte nep monniken.) Dolf vertelde het verhaal. Hij had het al verteld maar de kinderen wilde het niet geloven. Nu geloofde ze weer in Dolf en vielen Anselmus aan. Ze hadden hen compleet gedood er was niks meer van hem over, niks. Nicolaas werd in zijn tent verzorgd en Dolf gaf de kinderen de opdracht om weer eten te zoeken. Die avond gingen de kinderen vol verdriet, angst en agressie slapen.

H19 Wij willen niet terug:
De volgende morgen kwamen Leonardo en Dom Thaddeus terug. De bewoners uit Genua brachten de kinderen eten en kleren. Alleen de kinderen moesten wel zo snel mogelijk weer weg. Sommige kinderen mochten in de stad blijven.
Dolf wilde terug reizen met de kinderen, maar velen wilde niet terug naar Duitsland met strenge winters en de meeste kinderen waren bedelaars en weesjes geweest. Nicolaas kwam ook zijn tent uit en wilde verder reizen naar het Oosten om toch naar Jeruzalem te gaan.
Zo werd de groep gesplitst. Ongeveer 5 duizend kinderen gingen dan toch terug. De andere 2 duizend kinderen gingen met Nicolaas mee.

Dolf wist niet wat hij moest doen en ging uiteindelijk met Leonardo en Mariecke, Nicolaas achterna. Leonardo ging mee omdat hij naar Pisa wou, naar zijn ouders, zijn geboorteplek. Daar aangekomen namen ze afschijnt van Leonardo en vele anderen die achter bleven in de Italiaanse dorpjes.
Zo trokken ze uiteindelijk nog maar met 1500 kinderen verder om naar Jeruzalem te gaan. Dolf ging mee omdat hij Mariecke en de rest niet in de steek wilde laten.

H20 In de val:
Toen het kinderleger bij een kasteel kwam, was het daar net oorlog. Nicolaas en 2 andere edele kinderen werden gegijzeld en later vermoord.
De kinderen bevonden zich midden op het slagveld. Velen kinderen werden ook vermoord er bleven maar ongeveer 1000 kinderen over. En natuurlijk Dolf, Mariecke en Peter zijn enige overgebleven vriend.

H21 De graftombe van Sint-Nicolaas:
Ze trokken verder. Later kwam Leonardo ook weer terug. Niemand wist waarom. Ze trokken naar de stad Bari. Daar bezochten ze de basiliek van Sint-Nicolaas.

H22 Boodschap uit de toekomst:
Later waren ze in de stad Brindisi. Het was herfst en het zou zo winter worden. De kinderen konden niet meer verder trekken. De bissop van de stad had er voor gezorgd dat de kinderen per boot naar Venetië werden gebracht daar zouden de 800 overgebleven kinderen de winter veilig kunnen doorbrengen. Ze konden daar een huis vinden in de wintertijd. Daarna konden ze doen wat ze wilden. Terugkeren of werk zoeken. Wat hun zelf wilden. Mariecke zou met Leonardo trouwen en zo was alles goed gekomen. Dolf hoefden zich om niks en niemand meer zorgen ze maken. Hij zelf had een boodschap uit de toekomst gekregen en zou terugkeren naar de 20e eeuw. Via achtergelaten aluminium doosjes met briefjes konden ze Dolf bereiken. Dolf scheef wat terug en zou zo 24 uur later worden terug gestraald naar de 20e eeuw.

H23 De beslissende seconde:
Het lukte Dolf om 24 uur later op de plek te staan. Het was moeilijk want er was een groot feest op het plein, maar het lukt Dolf nog maar net. En hij werd terug gestraald naar zijn eigen eeuw.

Rudolf van Amstelveen was teruggekeerd in zijn eigen eeuw.

13. Het begrip tijd:
Het verhaal speelt zich eerst af in de twintigste eeuw en als dolf is weggeflitst in 1212, dus in de middeleeuwen. Dit is ook zeer duidelijk want het gaat natuurlijk omdat hij in het verleden is. De vertelde tijd is: 307 bladzijden. De verteltijd is ongeveer 2 ½ maand. Er is zijn in het boek wel een paar tijdversnellingen, bijvoorbeeld bij de scharkalen dood: op de vijfde dag van de schrarklen dood waren er zes doden en zeven nieuwe gevallen. De zesde dag: één nieuw geval, en zeven doden. De zevende dag, geen nieuwe gevallen, wel vijftien doden. Zo zijn er drie dagen voorbij gegaan in nog geen drie zinnen, terwijl er andere gebeurtenissen worden verteld van één dag in een heel hoofdstuk. Er zijn ook nog meer tijdsversnellingen en vertragingen geweest. Het hele verhaal wordt verteld in chronologische volgorde, behalve een paar kleine flashbacks als Dolf denkt aan hoe het was toen hij in de twintigste eeuw leefde.

14. Het perspectief:
Het boek is geschreven in een vertellers perspectief, omdat je de gedachten van meerdere personen te lezen krijgt.

15. Beschrijving van mijn leeservaring:

Onderwerp:
A. Het was een heel leuk onderwerp. Ook heel leuk om over te lezen. Het is niet echt een onderwerp waar ik al eerder aan heb gedacht. Kruistochten is een onderwerp waar ik verder nooit veel mee bezig ben geweest. Het komt ook totaal niet meer voor en het is echt een middeleeuws onderwerp. Het onderwerp heeft zeker wel nieuwe kanten laten zien. Ik wist voor het lezen van het boek heel niet was woord kruistocht in hield, maar ik heb er zeker wel over geleerd.
B. Ik heb best wel veel van dit boek geleerd. Over hoe de mensen leefden in de middeleeuwen. Over kruistochten en alles kleine dingen bij elkaar.

C. Uit het boek komt niet echt een mening naar voren.
D. Ik vind dat het einde van het boek te weinig aandacht heeft gekregen. Het laatste zinnetje van het boek was: Rudolf van Amstelveen was teruggekeerd in zijn eigen eeuw. Ik had wel willen weten hoe de mensen daar reageerden en hoe Rudolf zelf zou reageren, maar daar werd niks over verteld.

Gebeurtenissen:

A. Bijna ieder hoofdstuk gebeurt er wel weer iets nieuws. Dat vond ik erg leuk om weer te lezen, dus het boek bleef boeien. Ik vond het zelfs jammer toen ik het boek uit had. Ik had nog wel door kunnen lezen. Er waren ook veel verschillende onderwerpen.
B. Ik vind het een spannend boek. Er gebeurt veel en dat zijn allemaal best wel spannende avonturen. Het was ook erg boeiend, omdat het zo spannend was en omdat er veel gebeurde. Het was ook erg leerzaam en dat boeide me ook wel. Het was niet herkenbaar. Het verhaal speelde zich af in de middeleeuwen en daar het ik me nooit echt in geïnteresseerd.
C. De dood van Carolus was echt wel iets wat indruk op me had gemaakt. Ik vond het echt niet leuk dat hij dood ging, want het was een goede vriend van Dolf. Dolf is toch de hoofdpersoon en hij en zijn vriendjes moeten dan niet dood gaan dat is nooit leuk. Dat was dus wel erg jammer. Wat over het algemeen ook veel indruk op me heeft gemaakt is hoe de kinderen leefden en hoeveel Dolf ze heeft geholpen. Ik zou mezelf in zijn situatie op de achtergrond houden. Dolf was echt een goede jongen. Ik denk ook dat er bijna geen mensen zijn zoals Dolf.

Personen:
A. Dolf is zeker wel een held. Hij hielp overal waar hij kon. De kinderen vertrouwden hem en hadden respect voor hem. Ze zagen hem als hun leider. Dolf is dus zeker wel een held en ik zou ook wel op hem willen lijken.
B. Van Dolf kom je ook het meeste te weten. Je leeft heel het verhaal met Dolf mee, dus je weet wel ongeveer hoe hij is en hoe hij op een situatie reageert en waarom.
C. Dolf heeft zijn problemen ook heel goed opgelost. Hij heeft echt het beste van de kruistocht weten te maken.

Bouw:
A. De bouw van het verhaal zit goed in elkaar met een goede volgorde. Zo is het totaal niet ingewikkeld om te lezen, maar daardoor is het boek niet meer of minder interessant.

B. Er zitten geen terugblikken in het verhaal. Alleen dat Dolf terugdenkt aan hoe het thuis bij zijn moeder was. Alleen dat is maar een zinnetje of zo. En die terug blikken zijn wel leuk in het verhaal. Dan zie je de vergelijking beter.
C. Het einde is echt gewoon het minste van heel het verhaal. Het is een heel open einde en daar hou ik totaal niet van. Er zou nog van alles kunnen gebeuren en je weet niet precies wat. Eigenlijk zou er gewoon een vervolg op het boek moeten komen. Ik zou zelf nog een hoofdstuk hebben gemaakt bij het boek. Over hoe het Dolf afging weer terug in zijn eigen tijd.

Taalgebruik:
A. Het is een heel makkelijk boek om te lezen. Het is ook een kinderboek, dus moet het ook wel makkelijk zijn. Misschien zijn de onderwerpen een beetje moeilijk over dat ketterij en dat die monniken nep waren, maar het werd allemaal heel goed uitgelegd.
Lastig was het boek dus zeker niet.
B. Dat zit ook goed in elkaar.

Overhoor jezelf

Deze quiz is gemaakt op basis van het Zeker Weten Goed verslag.

Waar wilde Dolf met de tijdmachine heen gaan?
Waarom geven de inwoners van Spiers de kinderen eten?
Tegen welke epidemie strijdt Dolf?
De graaf van Scharnitz laat 52 roven, hoe haalt Dolf hen terug?
Hoe sterft Nicolaas?
Waar zal de zee splijten voor Nicolaas?
Hoe vindt dr. Simiak Dolf terug?
Waar gaan de kinderen naartoe als hun reis in Brindisi ten einde komt?

REACTIES

E.

E.

Geweldig! Precies wat ik nodig had!!

13 jaar geleden

P.

P.

idd

7 jaar geleden

J.

J.

Neehoor dat valt reuze mee.
Je hebt zeker hard gewerkt.
Alles is er duidelijk in verwerkt.
Thumbs up !

Groetjes,

Julia

12 jaar geleden

S.

S.

goed boekverslag, aleen de semenvatting had wel wat korter gemogen.

12 jaar geleden

R.

R.

redelijk goed boekverslag,
samenvatting beetje lang maar verder wel okƩ

12 jaar geleden

O.

O.

Veel spellingfouten maar een lang en handig stuk, precies wat ik nodig had!! Bedankt!

12 jaar geleden

M.

M.

SUPER brcht echt waar

12 jaar geleden

M.

M.

um dolf kwam uit eind 20ste eeuw niet de 19de.

12 jaar geleden

S.

S.

echt, precies de samevatting die ik nodig had

11 jaar geleden

A.

A.

precies de samenvatting die ik nodig heb!

11 jaar geleden

W.

W.

het was een leuk boek

11 jaar geleden

S.

S.

het is een hele leuke film
ik moet nu van de film die ik gezien heb een boekomslag maken hoe moet ik dat alleen doen
kunnen jullie me misschien helpen
dank je wel

11 jaar geleden

S.

S.

hij mag wel wat korter maar een goede samenvatting

11 jaar geleden

M.

M.

Misschien een beetje letten op de interpunctie en de onopvallend missende letters.

11 jaar geleden

K.

K.

SUPERGOEDE EN DUIDELIJKE UITLEG VAN HET VERHAAL.
IK HEB DIT VERSLAG IN 3 KLASSEN GEBRUIKT EN IK KREEG STEEDS EEN 8

10 jaar geleden

W.

W.

egt goet

10 jaar geleden

N.

N.

hij is super goed

10 jaar geleden

M.

M.

in welke tijd van het jaar speelt het verhaal zich af?

10 jaar geleden

A.

A.

1212

5 jaar geleden

P.

P.

Bedankt voor de samenvatting! Heel handig dat er per hoodstuk wordt vertelt. Nu hoef ik het boek gelukkig niet meer te lezen, voor mijn leesdossier Nederlands.....

10 jaar geleden

M.

M.

echt goed, alleen vind ik het thema van het boek een beetje kort samengevat

10 jaar geleden

J.

J.

te lang!!!!!

10 jaar geleden

J.

J.

heb je zwaar dyslexie of zo echt enorm veel spellingsfouten
maar bedankt voor de samenvatting

10 jaar geleden

L.

L.

dit is een heel goed boekwerkstuk.
het heeft mij heel goed geholpen.
misschien is de samenvatting iets te lang, maar wel heel goed. met veel details

10 jaar geleden

J.

J.

Ik vind hem wel een beetje langdradig..

10 jaar geleden

M.

M.

Deze had ik net nodig! Je hebt heel goed op details gelet en ik vond hem geweldig! :)

10 jaar geleden

T.

T.

PRIMA GEDAAN!!!

10 jaar geleden

I.

I.

best wel lang, maar veder wel goed

10 jaar geleden

A.

A.

super goed verlag!

wel 1 foutje, Leonardo komt uit Pisa niet uit Pizza :)

9 jaar geleden

A.

A.

Super goed! Veel reacties zeggen dat de samenvatting te lang is, maar dit is echt heel handig!

9 jaar geleden

K.

K.

goed verslag alleen 1 vraagje deden ze in het boek ook aan zondagen ofzo?

9 jaar geleden

A.

A.

nee volgens mij niet

5 jaar geleden

J.

J.

Ik vindt het veel werk, maar je hebt veel spellingsfouten, en bovendien hoef ik het boek niet meer te lezen, ik weet toch wel dat carolus dood is en dat dolf blond haar heeft en dat hij op het laatst weer trug is :(

9 jaar geleden

J.

J.

vindt ik ook!

9 jaar geleden

R.

R.

jij hebt ook spelling fouten in je reactie dus praat niet..

8 jaar geleden

R.

R.

Haalow ik woulde niet veal zeggan maar jij maekt zeluf ook veel spelfauten

3 jaar geleden

B.

B.

IK vind het een hele goede samenvatting en het is handig dat het per hoofdstuk is ! zo hoef je niet meer zoveel te lezen !
misschien een minpunt -> soms is het een heel klein beetje onduidelijk geschreven b.v. H 19 ! ;) ! T och vind ik het een heeeeeeele goede samenvatting ! bedankt!!!!!!! ; )

9 jaar geleden

M.

M.

Super fijn verslag moet voor morgen het boek uit hebben (we kregen er 2 maanden voor maar ik was nog niet begonnen) nu snap een erg groot deel van het boek??

8 jaar geleden

R.

R.

oef nu hoef ik een stuk minder te doen

8 jaar geleden

E.

E.

Echt heel goed! Je hebt waarschijnlijk hard gewerkt voor dit zo op papier te krijgen... proficiat

8 jaar geleden

S.

S.

goed verslag

8 jaar geleden

A.

A.

bij hoofdstuk 3 noodweer stond er in dat het een stad was, maar er dorpelingen in woonden moet dat niet stedelingen zijn?

7 jaar geleden

K.

K.

Goed gedaan alleen de samenvatting was erg lang! door jou had ik een 8,5 dank je

7 jaar geleden

..

..

Heel erg goeie samenvatting! Precies wat ik nodig had! Maandag boekoverhoring maar ben nog niet eens op de helft, dit heeft erg geholpen!!

7 jaar geleden

M.

M.

lekker gemaakt hoor dit ik heb een lekkere 8,5, SO naar de man die dit heeft gemaakt hij is echt fk baas!

7 jaar geleden

A.

A.

Voor vwo1 kan dit ook

7 jaar geleden

E.

E.

thnx door jullie heb ik nu een 8,5 voor me boekverslag ???

7 jaar geleden

A.

A.

prima gemaakt, alleen Pizza is Pisa

6 jaar geleden

H.

H.

super bedankt

6 jaar geleden

E.

E.

Hoef ik tenminste het hele boek ni te lezen.

5 jaar geleden

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Andere verslagen van "Kruistocht in spijkerbroek door Thea Beckman"