Havisten en vwo'ers uit de bovenbouw gezocht! Vul deze korte vragenlijst over jouw studiekeuze in en maak kans op een Bol.com bon t.w.v. 15 euro.

Doe mee


Algemene informatie

J. Bernlef werd als Hendrik Jan Marsman op 14 januari 1937 geboren in Sint Pancras (N.H) in de buurt van Alkmaar. Zijn jeugd bracht hij in Amsterdam-West door. Volgens Bernlef zelf is hij opgegroeid in een typisch middle class milieu. Zijn vader was ambtenaar. In 1945 verhuisde hij met z'n ouders naar Haarlem.Terug in Amsterdam in 1954 kreeg Marsman Nederlands van Rob Nieuwenhuys en raakte bevriend met Gerard Stigter (ps. G. Brands) en Gerard Bron (ps. K. Schippers). Nieuwenhuys stimuleerde het drietal tot het lezen van boeken van auteurs die "kaal" en eenvoudig schreven. Na zijn eindexamen in 1955 aan de HBS werd Bernlef een half jaar student aan de Politiek Sociale faculteit van de universiteit van Amsterdam en werkt hij als volontair bij een Amsterdamse boekhandel. Tijdens zijn militaire dienst debuteerde hij onder zijn eigen naam met een kort verhaal "Mijn zusje Olga". Na zijn diensttijd ging hij in 1958 op aandringen van zijn moeder naar Zweden, een land dat een grote betekenis voor hem kreeg. Al werkend in een hotel schreef hij verhalen (Stenen Spoelen) en gedichten (Kokkels), die hij instuurde voor de Reina Prinsen Geerlingsprijs 1959. In 1960 (23 jaar) trouwde hij met Eva Hoornik (familie van schrijver Ed Hoornik). Met Eva kreeg hij twee kinderen. Zijn vriend Gerard Stigter trouwde met Eva's tweelingzusje. In 1965 besloot hij van het schrijven te gaan leven. Ook richtte J. Bernlef samen met G. Brands en K. Schippers het blad "barbarber" op. In dit blad werden in eerste instantie alleen teksten gepubliceerd. Later werden ook advertenties, moppen, teksten, stukken uit een spoorwegboekje en fragmenten uit stripverhalen in Barbarber gepubliceerd. Het eerste nummer kwam uit in oktober 1958 en het laatste nummer verscheen in 1971. In 1977 was hij betrokken bij de heroprichting van "raster", een blad waarvan hij geruime tijd redacteur was. Als criticus schreef hij onder andere voor "De Groene Amsterdammer", "De gids" en de "Haagse post".

Bernlef heeft altijd belangstelling gehad voor Jazz, een onderwerp waar hij dan ook het een en het ander over geschreven heeft. Hij vervulde een bestuursfunctie bij de Stichting Jazz in Nederland.





Het schrijven van Bernlef

Bernlef schrijft niet alleen proza en poëzie, maar vertaalt ook Zweeds werk schrijft kritieken en toneelstukken. De literatuur, die Bernlef sinds 1973 schrijft, is vooral "literatuur van het understatement": er wordt veel in verzwegen. Veel boeken hebben een detectiveachtig karakter. Hij heeft de opvatting dat je van de werkelijkheid heel weinig moet laten zien om haar op te laden en geheimzinnig te maken. Daardoor zijn in zijn boeken 2 niveaus te onderscheiden; 1 die waar de handelingen zich afspelen 2 en de psychologische interpretatie, die de lezer zelf moet vormen. Zijn werk gaat over een obsessie waar men mee bezig is, zoals de dood. Iets wat altijd terug komt in zijn werk, is de afhankelijkheid van de personages van de taal. Het wemelt, vooral in het latere werk, van mensen die als waarnemers functioneren. Bernlef gebruikt landschappen als vertalingen van mentale toestanden, althans het herkennen ervan. Het begrip ruimte komt ook steeds terug; het is de ruimte die de personages hun zekerheden ontneemt. Ook gebruikt hij heel vaak "meeuwen"; die staan voor een trots soort onverschilligheid ten opzichte van het leven; onbeperkte vrijheid. In veel romans wordt de leefwereld van Bernlefs personages steeds kleiner. In veel boeken probeert hij de werkelijkheid te benaderen vanuit het raadsel waarin de hoofdpersoon verkeert. Deze hoofdpersoon is een kijker, geen doener De belangrijkste thema's van Bernlef zijn : vergeten en vergetelheid (het vergeten zijn) en daarmee zijn verbonden dood en verdwijning. Zelf zei hij : "Leven is een proces van voortdurend vergeten, waarbij elke nieuwe herinnering als het ware een aantal oude herinneringen verdringt



Het Pseudoniem

In 1957 verbleef Hendrik Jan Marsman in het militair hospitaal Austerlitz. In deze periode debuteerde hij met het onder zijn eigen naam geschreven verhaal "mijn zusje Olga", dat later verscheen in het blad "Hoos". Naar aanleiding van die publikatie maakte recensent Hans van Straten een vergelijking met de dichter marsman. Dat was voor Henk Marsman reden na te gaan denken over een pseudoniem. Op een boekhandelcursus had hij net gehoord over een middeleeuwse Friese Bard Bernlef, een blinde man van wie geen werk bewaard was gebleven. Die naam, voorafgegaan door de beginletter van zijn tweede voornaam (Jan), werd zijn Pseudoniem.



Prijzen

In 1984 wint Bernlef voor zijn hele oeuvre (gezamelijk werk van een kunstenaar) de Constantijn Huygensprijs. In 1994 de PC Hooft prijs voor zijn proza, terwijl hij zichzelf toch meer als dichter beschouwd. In 1987 wint hij voor "Publiek geheim" de eerste AKO literatuurprijs en in 1989 wordt de "Vallende ster" ook genomineerd voor de AKO literatuurprijs.



Boeken gelezen

De boeken die ik gelezen heb zijn (het overbekende) Hersenschimmen en Eclips.



Hersenschimmen

Hersenschimmen (iets dat in werkelijkheid niet bestaat; droombeeld) gaat over Maarten Klein, die aan de ziekte van Alzheimer lijdt en daardoor snel dementeert. Maarten woont samen met zijn vrouw Vera in Cloucester, vlak bij Boston. Ze zijn in de jaren vijftig uit Nederland naar de Verenigde Staten geëmigreerd. Hun twee kinderen bleven in Nederland wonen. Maarten werkte tot aan zijn pensionering bij IMCO een onderzoeksinstituut voor visserijonderzoek. Maarten wordt aan het begin van het verhaal wat vergeetachtig en kan zich moeilijk concentreren. Hij denkt vaak terug aan de oorlog en aan de tijd dat hij nog op kantoor werkte. Een paar gebeurtenissen volgen : hij vergeet de hond tijdens het uitlaten, breekt de deur open om uit huis te komen en slaat een keer een ruit in om de hond binnen te laten. dokter Eardly is de arts die Vera raadpleegt, maar Maarten ziet hem eerder als vijand dan als iemand die kan helpen. Omdat de situatie gevaarlijk word komt gezinshulp Phil Taylor om op Maarten op te passen. Maarten ontsnapt nog een keer uit huis en verbrand foto's uit het fotoalbum. Hij herkent zichzelf en anderen niet meer. Hij wordt in een inrichting gestopt en er dringen nog maar flarden van de buitenwereld tot hem door.





Eclips

In Eclips (het verdwijnen)raakt de uitgever Kees Zomer na een hersenbloeding te water. De wereld links van hem is "verdwenen". Hij zwerft rond. Hij kan z'n omgeving niet duidelijk maken wat hij wil, omdat hij behalve de helft van z'n waarnemingsvermogen ook een deel van z'n spraakvermogen kwijt. Na een overnachting in een huisje van volkstuintjes sleept hij een transistorradio mee die hem "helpt" wat meer van zijn omgeving mee te krijgen. Hij herinnert zijn voornaam weer. In een cafetaria komt hij Toos tegen. Met haar trekt Kees een tijdje op. Nadat Toos hem alleen op de vuilnisbelt achterlaat, ziet Kees twee mannen die nummerplaten in het afval verstoppen. De broers Karel en Cor nemen hem mee als gijzelaar. Hij verblijft op een autosloperij totdat hij op een nacht wakker gemaakt wordt, want hij moet op de uitkijk staan terwijl Karel en Cor een automotor stelen op een boerderij. Hij wordt op de terugweg uit de auto gesmeten. Een oude man genaamd IJe vind hem. Ook hier verblijft Kees. Als ze gaan douchen in het lijkenhuisje, IJe heeft thuis geen douche, gaat Kees er vandoor. Hij proletarisch winkelt een fiets en rijd naar het volgende dorp, waar hij de plaatselijke winkel binnenstapt. De eigenaar van de boekhandel herkent hem, maar Kees herkent hem niet. Op het strand aangekomen herinnert Kees zich weer het een en het ander, onder andere zijn telefoonnummer. Ten slotte komen er twee politieagenten en nemen hem mee naar het bureau. Eenmaal thuisgekomen voelt hij zich bij zijn vrouw Marion langzaam in het leven terugkeren.



Recensies

Hersenschimmen : boeiend boek dat erg aanspreekt, maar omdat het te veel overdreven wordt, wordt het een beetje onrealistisch ; Bernlef verdient door dit boek meer aandacht dan hij tot nu toe kreeg. Eclips : onmogelijke roman, die beschrijft wat helemaal niet beschreven kan worden ; nu weer weet Bernlef treffend de vaak mistande pogingen van het bewustzijn om de werkelijkheid (weer) in de greep te krijgen, onder woorden te brengen.



Bibliografische gegevens van J. Bernlef

  • 1959 A pulp magazine for the dead generation (gedichten)
  • 1960 Kokkels (gedichten)
  • 1960 Stenen spoelen (verhalen)
  • 1961 Morene (gedichten)
  • 1962 De overwinning : het verhaal van de nederlaag (verhaal)
  • 1963 Dit verheugd verval (gedichten)
  • 1963 Onder de bomen (verhalen)
  • 1965 Ben even weg (gedichten)
  • 1965 Wat zij bedoelen (met K. Schippers, interviews)
  • 1965 Stukjes en beetjes roman
  • 1966 De schoenen van de dirigent en twee andere teksten (gedichten)
  • 1966 Paspoort in duplo roman
  • 1967 De pyromaan (novelle, reportage en filmscenario)
  • 1967 De schaduw van een vlek (verhalen)
  • 1967 Een cheque voor de tandarts (met K. Schippers, documentaire)
  • 1967 Souvenirs d'enfrance (tekst bij muziek van Louis Andriessen)
  • 1968 Barbarber : drie teksten (geschreven met K. Schippers en G. Brands)
  • 1968 Bermtoerisme (gedichten)
  • 1968 Daad werkelijk (gedicht)
  • 1968 De dood van een regisseur (roman)
  • 1969 Charles Ives (essay samen met Reinbert de Leeuw)
  • 1969 Het testament van De Vliegende Hollander, gevonden ... (gedichten)
  • 1969 De verdwijning van Kim Miller (verhalen)
  • 1970 Wie a zegt (essays)
  • 1970 Hoe wit kijkt een Eskimo (gedichten)
  • 1971 Het verlof (roman)
  • 1971 Rondom een gat (een winterboek)
  • 1972 De maker (roman)
  • 1972 Grensgeval (gedichten)
  • 1973 Sneeuw (roman)
  • 1973 Sterf de moord (toneel)
  • 1973 De stoel : een verzameling (proza)
  • 1974 Bajesmaf : een bijzonderhedenboek over...(tekst: Bernlef, beeld: S. Zuyderland)
  • 1974 Brits gedichten
  • 1974 Hondedromen (verhalen)
  • 1974 Het komplot (verhalen)
  • 1975 Meeuwen (roman)
  • 1976 De man in het midden (roman)
  • 1976 Zwijgende man (gedichten)
  • 1977 Gedichten 1960-1977
  • 1978 Anekdotes uit een zijstraat (verhalen)
  • 1978 Het ontplofte gedicht : over poëzie (essays)
  • 1979 Stilleven (gedichten)
  • 1979 Nachtrit (toneel)
  • 1980 De ruïnebouwer (verslag en schouwspel)
  • 1980 De kunst van het verliezen (gedichten)
  • 1981 Onder ijsbergen (roman)
  • 1981 De perfectie met een gaatje (essays)
  • 1982 Alles teruggevonden/niets bewaard (gedichten)
  • 1982 Regen : een keuze uit verhalen
  • 1983 Winterwegen (gedichten)
  • 1984 Hersenschimmen (roman)
  • 1985 Verschrijvingen (prozagedichten)
  • 1986 Wolftoon (gedichten)
  • 1987 Publiek geheim (roman)
  • 1987 Drie eilanden (romans)
  • 1988 Gedichten 1970-1980
  • 1988 Geestgronden (gedichten)
  • 1989 Vallende ster (novelle)
  • 1990 De noodzakelijke engel (gedichten)
  • 1990 Doorgaande reizigers (verhalen)
  • 1991 Verborgen helden (bloemlezing)
  • 1991 Ontroeringen (essays)
  • 1992 Niemand wint (gedichten)
  • 1992 De witte stad (roman)
  • 1993 Eclips (roman)
  • 1993 Schiet niet op de pianist (essays)
  • 1994 Vreemde wil (gedichten)
  • 1995 Alfabet op de rug gezien (poëzievertalingen)
  • 1995 Cellojaren (verhalen)
  • 1997 Achter de rug (gedichten 1960-1990)
  • 1997 Verloren zoon (roman)
  • 1997 Schijngestalten (bevat tevens Hersenschimmen, Vallende ster en Eclips)

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

B.

B.

Ik vond het een goed werkstuk, maar ik zit met een klein probleempje.Ik heb de boekbespreking gebruikt voor een werkstuk dat ik voor school moet maken en ik zou ook moeten weten hoeveel bladzijden het boek (Eclips) in totaal beslaagt.
Als U over deze informatie beschikt, zou U dan zo vriendelijk willen zijn deze even naar bovenstaand E-mail adres te sturen ?

19 jaar geleden