Hoofdstuk 20(ab)

Beoordeling 7
Foto van Jasmijn
  • Samenvatting door Jasmijn
  • 3e klas vwo | 3795 woorden
  • 8 januari 2016
  • 5 keer beoordeeld
  • Cijfer 7
  • 5 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode

Dubbele haakjes: onderwerp zit ‘in’ het werkwoord.



Ik heb niet aangegeven waarom een acc. een lv. Is en een dat. een mwv, want dat is best logisch denk ik. Ik heb de voorzetsels meegemarkeerd (zie bijlage), zodat het duidelijk is dat die bij elkaar horen, maar dat mag NIET op het proefwerk. Als er foutjes inzitten (wat best een grote kans is), zeg het dan even.





Odysseus heeft zijn verhaal gedaan bij de Faiaken, en nu heeft Alkinoös gezegd dat ze hem de volgende dag naar huis zullen brengen. Hij wordt hierbij ook overladen met cadeaus.



Voordelen ruststop bij Faiaken voor Odysseus




  • Volledig uitgerust

  • Weer vol zelftrouwen

  • Veel kostbaarheden (cadeaus)



Nausikaä en Odysseus praatten nog heel even met elkaar voordat Odysseus vertrok. Odysseus viel in slaap op het schip en werd op het strand van Ithaka achtergelaten. Poseidon was boos dat Odysseus thuis was en strafte de Faiaken door hun schip voor de ogen van Alkinoös in een rots te veranderen.



20.A



Οὔτω δὴ (ὁ Ὀδυσσευς )(ἐκειτο) εν τῃ πατριδι, ἀλλα (παντα) (ἐφαινετο) αὐτῳ [ἀλλοειδη]



Zo dan lag Odysseus in zijn vaderland, maar alles scheen hem vreemd:



τῃ πατριδι: afh. van εν



περι γαρ αὐτον (Παλλας Ἀθηνᾶ) ἀερα (ἐχευεν).



want Pallas Athena had rondom hem een nevel uitgespreid.



αὐτον: afh van περι



(Ὁ δ’Ὁδυσσευς) (ἀνισταται) και ὀδυρομενος ταδε τα ἐπη ((εἰπεν))·



Odysseus stond op en zei deze woorden klagend:



ὀδυρομενος(participium): bijv. bij Ὁ Ὁδυσσευς



῾΄Ωμοι ἐγω! Τινων θνητων την γην αὐτε ((ἀφικνουμαι));



‘Ach ik! Van welke stervelingen bereikte ik nu weer het land?



᾿Ω ποποι, οὐκ ἀρα [σωφρονες] (οἱ Φαιακων ἡγεμοωες) (ἠσαν),



Allemachtig, de leiders van de Faiaken waren dus niet verstandig,



ἀρα: verklaart waarom de Faiaken niet verstandig waren volgens Odysseus



(οἴ) με εἰς ξενην γην (ηγαγον)!᾿



die leidden me naar een vreemd land!’



οἴ(awv): bijv. bij οἱ ἡγεμοωες



ξενην γην: afh. van εἰς



Ἐξαιφνης (ἡ Παλλας Ἀθηνα) αὐτῳ (προσηλθεν)·



Plotseling kwam Pallas Athena naar hem:



αὐτῳ: afh van προσηλθεν



το δ᾿εἰδος [ὁμοια] ((ἠν)) βουκολῳ νεῳ τε και εὐγενει, οἱοι (βασιλεων παιδες) (εἰσιν).



wat betreft uiterlijk was ze gelijk aan een jonge en edele koeherder, zoals de zonen van koningen zijn.



Το εἰδος: acc. van betrekking



βουκολῳ νεῳ τε και εὐγενει: afh. van ὁμοια



ὁμοια: afh. van ἡ Παλλας Ἀθηνα (vorige regel)



(Ὁ δ᾿Ὀδυσσευς) μαλ᾿(ἡδετο)·’ Ὠ φιλε, σοι γαρ ἐνθαδε πρωτῳ ((ἐνετυχον)),



Odysseus was zeer blij:’Vriend, want jou heb ik hier als eerste ontmoet,



χαιρε και εὐμενει νῳ ἐμε (δεξαι).



gegroet en ontvang mij met welgezinde geest.



Δεξαι: imperativus ev



((Ἐρωτω)) σε· (Τις γη, τις πολις) [ἡδε] (ἐστιν); (Τι ἐθνος) ἐνθαδε (οἰκει); ‘



Ik vraag je: ‘Welk land, welke stad is dit? Welk volk woont hier?’



ἡδε: naamwoordelijk rest bij ἐστιν afh. van Τις γη, τις πολις



(Ἡ δ᾿Ἁθηνα) (ὑπελαβεν) αὐτῳ·



Athena antwoordde hem:



῾[Ἀφρων] ((εἰ)), ὠ ξενε, ἤ τηλοθεν ((ἡκεις)), εἰ οὑτω τηνδε την γην ((πυνθανει))!



Jij bent dwaas vreemdeling, of van ver gekomen, als je zo naar dit land vraagt!



Ἀφρων: nwr. bij εἰ, afh. van Ἡ Ἁθηνα (vorige regel)



oὐ γαρ δη οὑτως [ἀνωνυμος] (ἐστιν) (ἡδε ἡ νησος)·



want dit eiland is niet zo onbekend:



ἀνωνυμος: nwr. bij ἐστιν, afh. van ἡδε ἡ νησος



[τρηχεια] μεν γαρ ((ἐστιν)), οὐδ΄[εὐρεια], αλλ΄οὐ παντως [ἀκαρπος]·



want het is rotsachtig en niet breed, maar niet volkomen onvruchtbaar:



τρηχεια, εὐρεια, ἀκαρπος: nwr. bij ἐστιν, afh. van ἡδε ἡ νησος (vorige regel)



 (σιτος πολυς και οἰνος) ἐνθαδε (γιγνονται).



veel voedsel en wijn ontstaat hier.



Της Ἰθακης γε δηπου (το ὀνομα) και εἰς ᾿Ιλιον (ἀφικετο)!’



De naam van Ithaka bereikte denk ik ook Troje!’



᾿Ιλιον: afh. van εἰς



Της Ἰθακης: bijv. bepaling bij το ὀνομα



γε: onvertaald laten, geeft nadruk aan het voorafgaande woord (= Ἰθακης)                                                                                                  



(Ἡδετο) δ΄ (ὁ Ὀδυσσευς) τοις σαφεσιν ἐπεσι περι της πατριδος.



Odysseus was blij met de duidelijke woorden over zijn vaderland.



της πατριδος: afh. van περι



Ὁμως δ΄οὑπω ἀληθη μυθον ((εἰπεν)), ἀλλα ψευδη·



Toch zei hij nog niet een waar verhaal, maar leugenachtig:



ψευδη: cong. met ἀληθη; weggehaald woord: Ellips



(εἰπε) γαρ ναυτας αὐτον ὡς φυγαδα ἐπι νηϊ ἐκεισε {ἀγαγειν} ἐκ της Κρητης.



want hij zei dat zeelui hem als balling op een schip daarheen hadden gebracht uit Kreta.



ACI afh. van εἰπε met ναυτας als subjectsaccustativus en ἀγαγειν als pv, en αὐτον als objectsaccustativus daarbij.



νηϊ: afh. van ἐπι



της Κρητης: afh. van ἐκ



(Ἡ δ΄Ἀθηνα) τοις ψευδεσιν (ἐχαιρε) και ἐξαιφνης παλιν [εὐειδης τε και μεγαλη γυνη] ((ἐγενετο))!



Athena verheugde zich over de leugens en werd plotseling weer een knappe en grote vrouw!



τοις ψευδεσιν: afh. van ἐχαιρε, gaat met een dativus



εὐειδης τε και μεγαλη γυνη: nwr. bij ἐγενετο, afh. van Ἡ Ἀθηνα



‘(Συ), Ὀδυσσευ, ἀει ψευδεις μυθους (λεγεις) και οὐδεποτε τω δολων ((ἐπιλανθανει)), οὐδ΄ἐν τῃ σῃ πατριδι.



‘Jij, Odysseus, zegt altijd leugenachtige woorden en nooit vergeet je je listen, zelfs niet in je eigen vaderland.



τω δολων: afh. van ἐπιλανθανει, gaat met een genitivus



τῃ σῃ πατριδι: afh. van ἐν



Ἀλλ΄οὐ την Ἀθηναν, τεκνον Διος, ((ἀναγιγνωσκεις));



Maar herken je Athena, kind van Zeus, niet?



τεκνον Διος: cong. met την Ἀθηναν



(Ἐγω) δη ἀει σοι ἐν πασι τοις πονοις (παρισταμαι) και (φυλαττω)!’



Ik sta je altijd bij en bewaak je bij al je inspanningen!’



πασι τοις πονοις: afh. van ἐν



σοι: afh. van παρισταμαι, gaat met een dativus.





Toen Odysseus niet van de oorlog terugkeerde, werd er op Ithaka gedacht dat hij dood was. Van alle uithoeken van het eiland kwamen ‘vrijers’, aanzienlijke mannen om zijn vrouw Penelope ten huwelijk te vragen. Al drie jaar zaten die mannen in het paleis te drinken en te gokken. Odysseus’ slaven bedienden hen. Penelope moest hen ontvangen door de wet van gastvrijheid. Op een dag zei ze: ‘Ik zal uit uw midden een nieuwe echtgenoot kiezen, wanneer ik het kleed dat ik bezig ben te weven, af heb’. Elke dag werkte ze aan het kleed, maar ’s nachts haalde ze alles weer uit het weefgetouw. Zo was de situatie toen Odysseus in Ithaka aankwam. Omdat Odysseus niet naar huis kon, zocht hij onderdak bij Eumaios, zijn oude trouwe varkenshoeder. Eumaios herkende Odysseus niet door een vermomming van Athena. Eumaios verteld Odysseus van alles over Ithaka. Ook dat Odysseus’ zoon Telemachos weg was om Odysseus te zoeken en hij werd spoedig terug verwacht, bij Eumaios want die beschouwde hij als tweede vader. Telemachos herkende Odysseus door een glimp van zijn echte gedaante op te vangen. Ze bedachten een plan om de mannen het kasteel uit te jagen en de volgende dag ging Odysseus met Eumaios op pad.





20.B



Μετ΄εἴκοσιν ἐνιαυτους (ὁ Ὀδυσσευς) τῃ οἰκιᾳ (προσηρχετο)·



Na twintig jaren ging Odysseus naar huis:



εἴκοσιν ἐνιαυτους: afh. van Μετ΄ (=Μετα)



τῃ οἰκιᾳ: afh. van προσηρχετο, gaat met dativus



[σωφρων] δ΄((ἠν)) και (προσειπεν) Εὔμαιον, τον εὐμενη συβωτην·



hij was verstandig en sprak tot Eumaios, zijn trouwe zwijnenhoeder:



σωφρων: naamwoordelijk rest bij ἠν, afh. van ὁ Ὀδυσσευς (vorige zin)



τον εὐμενη συβωτην: afh. van Εὔμαιον



΄(Συ) μεν μονος (εἴσελθε), Εὔμαιε, (ἐγω) δ΄ἔξω (μενω)·



‘Jij gaat alleen naar binnen, Eumaios, en ik wacht buiten:



μονος: afh. van Συ



πολλα γαρ πενθη ἤδη ((ἔπαθον)) ὑπ᾿ἀνθρωπων δυσμενων.΄



want ik heb al veel leed te verduren gehad door toedoen van slechte mensen.’



ἀνθρωπων δυσμενων: afh. van ὑπ᾿ (= ὑπο)



῾Οτε δ᾿(Ὀδυσσευς) ταδε τα ἔπη (ἔλεγεν),( Ἄργος), ὁ του Ὀδυσσεως κυων, την κεφαλην τε και τα ὠτα (ἀνεσχεν)·



Toen Odysseus deze woorden zei, tilde Argos, de hond van Odysseus, zijn kop op en spitste zijn oren:



 ὁ του Ὀδυσσεως κυων: betr. bijzin bij Ἄργος, daarom i s ὁ κυων nominativus



((ἔκειτο)) γαρ προ των θυρων ἐν πολλῃ κοπρῳ·



want hij lag voor de deuren bij veel mest:



των θυρων: afh. van προ



πολλῃ κοπρῳ: afh. van ἐν



 τουτον ποτε (ἔθρεψεν) (αὐτος ὁ Ὀδυσσευς), πριν μετα του βασιλεως Ἀγαμεμνονος εἰς Ἴλιον {οἴχεσθαι}.



Odysseus had hem ooit zelf opgevoed, voordat hij met de koning Agamemnon naar Troje was gegaan.



του βασιλεως Ἀγαμεμνονος: afh. van μετα



Ἴλιον: afh. van εἰς



Τοτε δη, ὡς (ὁ Ἄργος) τον δεσποτην (ῃσθετο), τῃ οὐρᾳ ((ἔσαινε)) και τα ὠτα ((κατεβαλεν)),



Toen dus, toen Argos zijn meester opmerkte, kwispelde hij met zijn staart en liet hij zijn oren zakken.



 οὐκετι δ᾿((ἐδυνατο)) {ἀνιστασθαι} και προς τον δεσποτην (ἐλθειν)·



maar hij kon niet meer opstaan en naar zijn meester gaan:



τον δεσποτην: afh. van προς



[ἰσχυς] γαρ αὐτῳ οὐκετι ((ἠν))...



want hij had geen kracht meer…



αὐτῳ: dativus possesivus (aan hem is een fiets-constructie)



 Ἐπει δ᾿(Ὀδυσσευς) εἰδε τον κυνα, (ἀπεμορξατο) δακρυον λαθρᾳ του Εὐμαιου, και (ἤρετο)·



Toen Odysseus de hond zag, veegde hij ongemerkt voor Eumaios een traan af, en vroeg:



του Εὐμαιου: afh. van λαθρᾳ



΄(Κυων ὃδε) (κειται) ἐν τῃ κοπρῳ· [το δ᾿εἰδος καλος] ((ἐστιν))·



‘Deze hond ligt bij de mest: qua uiterlijk is hij mooi:



το εἰδος: accustativus van betrekking, nwr. bij ἐστιν afh. van Κυων ὃδε



τῃ κοπρῳ: afh. van ἐν



(Εἰπε) μοι, εἰ δη ποτε [ταχυς] ((ἠν)) ἐπι τῃ θηρᾳ ἤ [ἀργος τραπεζευς κυων].΄



Zeg mij, of hij snel was op de jacht, of een luie bij de tafel bedelende hond.’



Εἰπε: imperativus ev



Ταχυς en ἀργος τραπεζευς κυων : nwr bij ἠν, afh. van Κυων ὃδε (vorige regel)



τῃ θηρᾳ: afh. van ἐπι



(Ὁ δ᾿Εὔμαιος) (εἰπεν)· ‘Παλαι (ὃδε ὁ κυων) ταχει και κρατει [δεινος] (ἠν)·



Eumaios zei: lang geleden was deze hond geducht door zijn snelheid en kracht:



δεινος: nwr. bij ἠν, afh. van ὃδε ὁ κυων



οὐ γαρ ποτε (ἐξεφυγε) (θηριον) ἐν τοις βαθεσι της ὓλης,



want nooit ontsnapte een wild dier in de diepten van het bos.



τοις βαθεσι: afh. van ἐν



της ὓλης: bijv. bepaling bij τοις βαθεσι



ἀλλ᾿ἀει αὐτο κατ᾿ἴχνη (ἐδιωξεν) (ὁ Ἄργος). Νυν δε μαλ᾿[ἀποθεστος] ((ἐστιν)),



maar altijd volgde Argos het spoor. Nu is hij erg verwaarloosd,



ἀποθεστος: nwr. bij ἐστιν, afh. van ὁ Ἄργος



ὃτι (ὁ δεσποτης) (ἀπωλετο) και (αἱ ἀκηδεις δουλαι) οὐκετι (κομιζουσιν) αὐτον·



omdat zijn meester om is gekomen en de nonchalante slavinnen hem niet meer verzorgen.



δια γαρ την ἀπουσιαν του δεσποτου (οἱ οἰκεται) οὐκετι (ἐθελουσιν) ἐναισιμα ἐργαζεσθαι.΄



want door de afwezigheid van de meester willen de slaven hun plicht niet meer doen.’



την ἀπουσιαν: afh. van δια



του δεσποτου: bijv. bepaling bij την ἀπουσιαν



Ἔπειτα δ᾿(ὁ Εὔμαιος) εἰς την οἰκιαν (εἰσηλθεν),



Nadat Eumaios het huis binnen was gegaan,



την οἰκιαν: afh. van εἰς



τον δ᾿Ἄργον αὐτικα (ἡ του θανατου μοιρα) (κατελαβεν),



en meteen nam het lot van de dood Argos,



ἐπει ((εἰδε)) τον Ὀδυσσεα μετ᾿εἴκοσιν ἐνιαυτους.



Nadat hij na twintig jaar Odysseus had gezien.



εἴκοσιν ἐνιαυτους: afh. van μετ΄ (=μετα)




REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Ook geschreven door Jasmijn