Lesuitval, een mondkapjesplicht, onzekerheid over de eindexamens... Wij zijn benieuwd hoe jij met de coronacrisis omgaat en wat jij vindt van de maatregelen. Doe mee met ons corona-onderzoek! 😷🦠🏫 We zoeken nog extra jongens!

Doe mee


ADVERTENTIE
Open Dag = online ontdekken en ontmoeten

Bezoek onze Online Open Dag dit jaar vanaf je bank! Ontdek bijzondere verhalen van onze studenten en docenten. Stel je vragen. Én luister naar onze gezellige radioshow! Klaar voor een toekomst als student in het hbo? 

Meld je dan nu aan!

1a) Louis Couperus

b) Psyche, Van Walraven B.V., Apeldoorn, eerste uitgave in 1898, 128 blz.

c) Roman



2a) Ik heb voor dit werk gekozen, omdat de naam Psyche me heel benkend voorkwam van Amor en Psyche. Ik heb eerder verhalen over haar gehoord en het leek me wel leuk om een boek over haar te lezen. Het ging bepaald niet over de Psyche die ik kende, maar over een afstammeling van haar.

b) Ik vond het boek een leuk eind hebben. Mijn eertse indruk was goed, want psyche kreeg uieinedelijk wat ze altijd al wilde en haar droom kwam uit.



3a) Psyche is de jongste van de drie prinsessen van het Rijk van het Verleden. Het rijk is ontzettend groot en wordt geregeerd door de oude koning, de vader van Psyche. Haar oudste zus heet Emeralda, aan wie de fee bij haar geboorte ogen van smaragd en een hart van robijn heeft geschonken. De tweede prinses, Astra, heeft een levende ster op haar hoofd en haar grootste interesses zijn wiskunde en door haar telescoop kijken. De kleine Psyche heeft het voorrecht altijd naakt te mogen lopen en ze heeft twee vleugeltjes op haar rug, maar hiermee kan ze niet vliegen.. Als kind ondervindt ze dat haar vleugels, tot haar grote spijt, niet sterk genoeg zijn om daarmee te kunnen vliegen.



Psyche houdt ervan om weg te turen, tussen de kantelen door, naar de lucht of de horizon. Ze droomt er van te vliegen. Op een dag ziet Psyche een wolk in de vorm van een gevleugeld paard, die ze al zo vaak gezien heeft en roept hem, zoals elke keer, naar beneden. Het wolkenpaard, de Chimera, neemt haar deze keer op zijn rug om een stukje met haar te vliegen. Psyche verlangt steeds meer naar de Chimera en op de dagen dat hij niet komt, voelt zij zich eenzaam.

Op een van die dagen krijgt het kasteel bezoek van Prins Eros, de vorst van het Heden. Hij stamt af van de god Eros zoals de koning en zijn dochters van de godin Psyche afstammen. Hij vraagt om de hand van een van de drie prinsessen, maar diep in zijn hart bedoelt hij Psyche. Emeralda en Astra willen wel met hem trouwen, maar dan moet hij eerst een onmogelijke taak volbrengen: Emeralda verlangt het Juweel der Mysterie en Astra een telescoop die reikt tot het einde van het heelal. Psyche wil niet trouwen – tot grote spijt van de prins – omdat ze haar vader niet alleen wil laten. Prins Eros keert weer terug naar zijn Rijk.

Dan sterft de vader van Psyche ineens en Emeralda wordt koningin. Psyche besluit om weg te gaan. Al die tijd is ze gebleven voor haar vader, en nu heeft ze niets meer om voor te blijven (ze was nogal bang voor Emeralda). Ze roept de Chimera weer en hij neemt haar mee. Deze keer blijft ze op zijn rug zitten tot hij haar neerlegt bij de Sfinx en zelf weer wegvliegt. Psyche is zó bedroefd omdat haar vader dood is, omdat de Chimera haar in de steek gelaten heeft en omdat ze de liefde van haar leven afgewezen heeft, dat haar tranen een beekje vormen dat door de woestijn kronkelt. Prins Eros volgt dit beekje en komt zo bij de liefde van zijn leven uit.

Hij neemt Psyche mee naar zijn rijk. Ze is dankbaar voor zijn liefde en voelt zich niet meer alleen. Kort daarna treden ze in het huwelijk. Eros en Psyche leiden een gelukkig leven in hun kleine rijk, bestaande uit een grote tuin met daarin een soort tempel als paleis, totdat Psyche elke dag muziek en gezang begint te horen. Het gezang blijkt van een Sater, een verwilderd bosmens met een staart, te komen. Hij verschijnt elke dag aan haar, totdat ze op een keer met hem meegaat. Ze danst met de bacchanten en drinkt hun wijn. Aan het eind van de dag keert ze weer terug naar haar Eros, maar Psyche krijgt koorts en wordt steeds zieker als ze niet bij de sater en de bacchanten is. Op een dag kan ze er niet meer tegen en verlaat Eros om in het bos te gaan leven. Zodra hij de volgende dag wakker wordt en bemerkt dat zijn geliefde weg is, sterft hij, en met hem alles wat leeft in het Rijk van het Heden.

Waar Psyche heen is gegaan, is Prins Bacchus de machthebber; zijn rijk bestaat uit dansen, wijn en nog meer feesten. De volgende dag heeft Psyche spijt van dit avontuur en keert terug, maar het is al te laat. De heilige spinnen van Emeralda weven een web over het rijk en alles vergaat tot stof. Het hart van Psyche brandt. Wanneer ze dit gezien heeft, ontmoet ze opnieuw de Sater, die haar zover krijgt dat hij haar vleugeltjes mag afknippen. Dan krijgt ze spijt en vlucht ze weg met een hart vol schuldgevoelens en een brandende ziel. Zij die eens parelen huilde in haar onschuld, huilt nu juwelen als teken van haar zonde. Van een kluizenaar krijgt ze een boetekleed en ze keert terug naar het Rijk van het Verleden, waar Emeralda heerst. Ze biedt haar de edelstenen aan en vraagt om de boete die zij moet doen voor haar vergiffenis. Deze zegt dat alles vergeven is als Psyche haar het onuitsprekelijke juweel, het mysterie der godheid brengt. Psyche gaat daarna naar Astra, haar tweede zus, die nu echter al oud en blind is. Die nacht waakt Astra over Psyche.

Psyche vecht zich een weg door de onderwereld heen, vragend waar ze het juweel voor Emeralda kan vinden en elke keer is het antwoord: “IJdelheid, ijdelheid!” Gelouterd en gezuiverd door de vlammen keert ze terug, in wijs en heilig weten, naar het Rijk van het Verleden en ze snapt het antwoord. Wanneer Emeralda Psyche ziet staan, nadert zij haar in haar koets voortgetrokken door 24 paarden over een pad van lichamen en vraagt haar naar het Juweel. Psyche vertelt haar zus dat het juweel slechts ijdelheid is en dat het niet bestaat, waarop Emeralda zo kwaad wordt dat zij Psyche overrijdt, en Psyche sterft. Terwijl Emeralda zich te pletter rijdt tegen de Sfinx in de woestijn, herleeft Psyche en ziet dat ze weer vleugels heeft, vleugels waarmee ze kan vliegen! De Chimera komt haar tegemoet samen vliegen ze naar het Rijk van de Toekomst, waar twee mensen op haar staan te wachten: haar vader en Eros. De blinde Astra kijkt een laatste maal door haar telescoop en ziet hen staan in het Rijk van de Toekomst. Dan sluit ook zij haar ogen, opdat ze in het Rijk van Toekomst samen kunnen zijn.





b) Perspectief

Het perspectief ligt bij de verteller (de schrijver), een auctoriaal verhaal.

De verteller presenteert het verhaal, maar komt er zelf niet in voor. Het is in de hij/zij-vorm geschreven. Hij overziet alle gebeurtenissen en kent de gedachten en gevoelens van de verhaalfiguren.

Het effect van het verhaalperspectief is dat je het als het ware van bovenaf bekijkt. Doordat Psyche niet rechtstreeks tot de lezer richt, blijft ze voor de lezer onbereikbaar. Doordat de verteller al haar gedachten en gevoelens kent, kom je op die manier veel meer over haar innerlijk te weten.



De ruimte

Het is heel moeilijk te zeggen in welk tijd en plaats het verhaal zich afspeelt. Het verhaal speelt zich af in het het Rijk van Verleden, het Rijk van Heden en in het Rijk van de Toekomst. Het verhaal verloopt wel over een langere tijd (jaren) op een chronologische volgorde.



Personages

Psyche, Jongste van de drie prinsessen van het Verleden en de derde dochter van de koning. Psyche heeft het voorrecht altijd naakt te mogen lopen en ze heeft twee vleugeltjes op haar rug, maar hiermee kan ze – tot haar grote spijt – niet vliegen. Ze heeft ook lange blonde haren. Ze is een beeld van schoonheid en blanke onschuld. Er is een tijd dat ze zondigt, maar op het eind is ze toch weer rein en wordt haar grootste wens vervuld: ze kan vliegen.



Eros, Koning van het rijk van het Heden en echtgenoot van Psyche. Een knappe jongeling, eerlijk en nobel. Samen met Psyche woont hij een tijd gelukkig in zijn rijk. Als zij hem verlaat, sterft hij. Aan het eind van het verhaal worden ze weer herenigd in het Rijk van de Toekomst.



Emeralda, Oudste zus van Psyche, aan wie de fee bij haar geboorte ogen van smaragd en een hart van robijn heeft geschonken. Sinds de dood van de koning heerst zij over het Rijk van het Verleden. Het is een kille vrouw die uit is op macht en juwelen.



Astra, Middelste zus, bij haar geboorte kreeg ze een levende ster als geschenk, die ze op haar hoofd draagt. Haar grootste interesses zijn wiskunde en door haar telescoop kijken Ze is heel wijs en in het begin erg hoogmoedig. Aan het eind is ze blind en vangt Psyche op als ze terugkeert naar het Verleden.

Ze ziet nog eenmaal door haar telescoop naar het Rijk van de Toekomst.



Chimera, Zilvergevleugeld paard, aanbeden door Psyche. Hij kan nooit lang op één plaats blijven. De Chimera is er alleen als Psyche zuiver is, dan vliegt ze op zijn rug mee. Aan het eind brengt hij haar ook naar het Rijk van de Toekomst.



Afgezien van de Chimera maken ze allemaal ontwikkelingen door. Het zijn dus allemaal round characters (behalve de Chimera)



c)

1) De thema is liefde, eenzaamheid (romantiek) en het lot.

2) Enkelemotieven zijn:

• Psyche wordt verliefd op de Chimera en later Eros

• Als haar vader overlijdt, heeft Psyche niemand meer en ze verlangt ernaar om de wereld te verkennen.

• Wat de heilige Spin tegen Psyche zegt als ze afscheid neemt van het lijk van haar vader: “Alles is als het is, alles wordt, geschiedt als het geschiedt, alles vergaat tot stof”. Dit is het noodlotsgedachte. Je kunt je lot niet vernaderen of jezelf.

• zuiverheid: de tranen van Psyche; toen ze nog zondeloos was, huilde ze parels, later – toen ze zonde had begaan – huilde ze robijnen en topazen en aan het einde, toen ze boete had gedaan, huilde ze weer parels.

3) De titel slaat terug op Psyche. De thema gaat over haar zoektocht naar haarzelf en wat de wereld haar te bieden heeft.



d) Het werk is voor het eerst gepubliceerd in 1898.

Louis Couperus

Louis Couperus leefde van 1863 tot 1923. Couperus werd geboren in Den Haag en bracht een deel van zijn jeugd in Nederlands Indië door. Hij verbleef vaak in het buitenland, voornamelijk in Frankrijk en Italië. En hij maakte veel reizen, onder andere naar Japan.

Hij behoorde tot de Tachtigers, maar hij behoorde niet tot de groep die de Nieuwe Gids oprichtten. Er is een nauwe verwantschap tussen Couperus en die groep van de Nieuwe Gids. Hij was net als van Deyssel een dandy, dat is overdrijving en aanstellerij. Doordat de kunst geen maatschappelijke kant meer had, had de kunstenaar dit ook niet en ziet zichzelf als een soort hoge priester in dienst van de schoonheid, hij voelt zich verheven boven de fantasieloze bourgeoisie. Hij leidt een bohemiens leven, een leven los van de rest, dit uit zich in decadentisme en dandyisme. Decadentisme is drank, drugs en losbandigheid.

Net als van Eeden schreef hij allegorische sprookjesromans.

Hij publiceerde impressionistische poëzie en naturalistische en realistische proza. Zijn romans kun je indelen in drie groepen: de naturalistische-realistische romans, de sprookjesachtige en de historische romans.

Het eerste en belangrijkste boek van Couperus is Eline Vere.



Psyche hoort bij de stroming van de Neoromantiek, een reactie op Naturalisme en is geschreven in de 19e eeuw.



Het verhaal is wel typerend voor de schrijver, want hij was een naturalist en schreef meerdere psrookjesromans die goed passen bij die tijd waarin het werd geschreven. In die tijd las men graag dit soort boeken.



4)

1) Ik vond het boek wel diepzinnig. De boodschap was heel helder en duidelijk. Je kunt het lot niet vernaderen en je bent wast je bent. De liefde die ze voelde voor de Chimera, Eros en haar vader vond ik wel ontroerend.

2) Het eind spark mij het meest aan. Toen werd ze verenigd met haar vader en Eros in het Rijk van de Toekomst. Dat vond ik wel mooi. Ik had het niet zien aankomen. Ik dacht ze gaat dood en einde verhaal.

3) Ik vond sommige tekstgedeelten langdradig en alles werd dan zo nauwkeurig en lang beschreven, dat het op een gegeven moment saai werd.

4) ik heb niet eerder een soortgelijk boek of film gelezen.

5) De thema van het verhaal is echt waar. Ik kan me het me goed voorstellen, want je kunt niet je lot veranderen (als je er wel in gelooft). De zoektocht naar zichzelf en wat ze niet kent is wel herkenbaar. Dat zie je wel vaker in boeken.

6) Dit verhaal is geschreven in 1898, dus de taal was ook iets anders. Sommige woorden zijn anders (zoals ‘star’ in plaats van ‘ster’ , ‘eêlgesteenten’ in plaats van ‘edelstenen’ en des avonds i.p.v ‘s avonds) en veel woorden zijn inmiddels ouderwets geworden, maar als je daar eenmaal aan gewend bent is het best goed te lezen.

Ik vind de taal wel bij het verhaal passen. Het verhaal is echt een sprookje en de taal heeft ook iets dromerigs. Het creëert echt zo’n sprookjes-sfeer. Erg toepasselijk.

7) Ik vond het boek goed. Het is een leuk verhaal met een goed eind. Het is uniek. Ik heb niet eerder zo’n boek gelezen en dat vind ik wel jammer. Je kunt je helemaal in het verhaal inleven en je voorstellen in een wereld met zulke prinsessen en prinsen, bacchanaten, satyren, nimfen en sfinxen.

8) Ik zou het zeker aan een ander aanraden. Het is echt een mooi boek en ik denk dat zij het ook wel leuk zouden vinden.


REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.