Lesuitval, een mondkapjesplicht, onzekerheid over de eindexamens... Wij zijn benieuwd hoe jij met de coronacrisis omgaat en wat jij vindt van de maatregelen. Doe mee met ons corona-onderzoek! 😷🦠🏫 We zoeken nog extra jongens!

Doe mee


ADVERTENTIE
Open Dag = online ontdekken en ontmoeten

Bezoek onze Online Open Dag dit jaar vanaf je bank! Ontdek bijzondere verhalen van onze studenten en docenten. Stel je vragen. Én luister naar onze gezellige radioshow! Klaar voor een toekomst als student in het hbo? 

Meld je dan nu aan!

De tijd zelf

19e eeuw. Omdat bij de andere presentaties al genoeg verteld is over de 19e eeuw, geven we kort het algemene beeld, en richten ons daarna vooral op de jaren ’80 en verder.

In politiek opzicht veranderde de machtsverdeling, tot 1870 lag de macht bij de welgestelde burgerij, na 1870 veranderde dit, nu kwam de macht bij de kleine burgerij die zich politiek ging organiseren en ook de socialistische arbeidersbeweging kwam op. Zo komen er moderne politieke partijen op, liberalen, confessionelen en socialisten. Eerst waren er alleen liberalen en confessionelen. Maar in Parijs was er in 1871 door de arbeiders een Commune opgericht, dit was een radicaal-communistisch stadstaatje, gebaseerd op de ideeën van Karl Marx en Friedrich Engels. Deze werd al snel vernietigd, maar werd in Europa gezien als een signaal dat veranderingen noodzakelijk waren om opstanden te voorkomen. Daardoor begonnen de liberalen en confessionelen met sociale wetgeving en daardoor kreeg het socialisme een kans.

Er ontstonden linkse partijen en vakbonden, zoals in 1881 werd de links-radicale Sociaal Democratische Bond opgericht. In 1884 ontstaat uit deze partij een gematigde partij, namelijk de Sociaal Democratische Arbeiderspartij, nu is dit de PvdA.



In de wetenschap heb je de belangrijke verandering van Darwin, de evolutietheorie, die de visie op de mens wijzigt.

Ook Freud bracht een belangrijke verandering door. Met zijn psychoanalyse benadrukte hij dat het menselijke gedrag grotendeels wordt bepaald door het onbewuste, irrationele en driften. En dus niet door het bewuste, rationele en het kalme.

Het socialisme, de evolutietheorie en de opvattingen van Freud werden door de gevestigde orde met argwaan bekeken, want ze tastten alledrie het wereldbeeld aan. Het socialisme bedreigde de rust van de bourgeoisie, de evolutietheorie maakte de mens een afstammeling van de aap, dit was in strijd met de ideeën van de kerk. Tot slot schetste Freud een beeld van de mensheid, waarvan mensen het bestaan liever ontkenden. Oude zekerheden werden zo dus aangetast en men wist geen raad met de te snel veranderende wereld.

In de 19e eeuw kwam ook de industriële revolutie op. Je krijgt een tweedeling tussen rijken en armen. De bourgeoisiehad dus de macht en meende te leven in een veilige, rationele en geordende tijd: la belle époque. Ze waren optimistisch en zelfvoldaan, ze dachten dat alles alleen maar beter kon worden.

Tegen dit wereldbeeld kwamen allerlei mensen in opstand. Er ontstond een periode waarin men vond dat de 19e lang genoeg had geduurd, dat het tijd was voor vernieuwing, deze periode wordt aangeduid met de term fin de siècle. Nieuwe inzichten leidden ertoe dat normen en waarden steeds minder algemeen werden en waren. Dit wordt anomie genoemd. Deze vernieuwingen werden in politiek opzicht door de socialisten gemaakt, op wetenschappelijk gebied door bijvoorbeeld Darwin en Freud, in filosofisch opzicht door bijvoorbeeld Marx en in cultureel opzicht door de jonge kunstenaars. De kunstnijverheid en de schilderkunst uitten hun onvrede in de stroming Jugendstil of wel Art Nouveau. De literaire kunstenaars worden de Beweging van Tachtig of wel, Tachtigers genoemd. Hun verzet uit zich op twee manieren, positief door zelf een nieuwe literatuur te scheppen, die zich moest kunnen meten aan het buitenland. Negatief door de oude literatuur belachelijk te maken, dit deden ze dmv parodieën en kritieken. De Tachtigers kregen hun werk maar moeilijk geplaatst in de gevestigde literaire bladen, waarvan De Gids de belangrijkste was. Daarom richtten ze in 1885 een eigen blad op, dat ze sarcastisch De Nieuwe Gids noemden. Hierin uitten de schrijvers hun onvrede over de wereld waarin ze leefden en de in hun ogen zwak-romantische gevoelens van de dominee-dichters en andere literaire voorgangers. De schrijvers zijn echte romantici, de literatuur die er toen was, die had nog geen echte vernieuwing doorgemaakt. Ze hadden daar onvrede over en wilde die vernieuwing. De dominee-dichters waren tegen alle vernieuwingen en schreven dat ook op, de Tachtigers gingen daar weer tegen in, zij waren immers wel voor veranderingen. Omdat ze het nergens mee eens waren, ze waren bijvoorbeeld ook ongelovig, ontwikkelden de Tachtigers een eigen stijl. Voor hen waren de ziel, het gevoel, de passie, de hartstocht en de emotie het uitgangspunt voor de poëzie. De dichters wilden kortstondige impressies en stemmingen weergeven. Dit idee heerste bij alle kunst, er was namelijk een nieuwe stroming ontstaan, het impressionisme. Dit was een voortzetting en reactie op het realisme. Het realisme ging ervan uit dat er zoiets bestond als een objectieve waarneming. Door de veranderingen begon men in te zien dat mensen de wereld op een eigen manier zagen. De hersenen geven een eigen indruk aan wat de ogen waarnemen. Het impressionisme is zowel subjectief als objectief.

De Tachtigers sloten zich ook aan bij de internationale stroming estheticisme. Dit is nauw verwant met het impressionisme. Bij het estheticisme wordt duidelijk onderscheid gemaakt tussen schoonheid en kunst enerzijds en nut en moraal anderzijds. Voor de Tachtigers draait het om de schoonheid van de kunst. De dichtkunst was een doel op zich en niet langer een middel tot. De schrijvers hadden geen opdrachtgevers meer die dan het moraal noemden dat erin moest zitten, maar ze brachten hun eigen ideeën voort, dit wordt l’art pour l’art genoemd. Kunst wordt dus gemaakt voor de kunst en niet een maatschappelijk doel. Het gevolg was dat het publiek niet langer de grote massa was, maar een klein select publiek van kenners werd. Het streven van de Tachtigers was de eigen emoties zo individueel mogelijk te verwoorden. Nieuwe ervaringen dienden als nieuw, als oorspronkelijk verwoord te worden. De poëzie werd de allerindividueelste uitdrukking van de allerindividueelste emotie. Doordat de Tachtigers de moraal overboord gooiden, kwamen ze tegenover de burgerij te staan. Er ontstond een kloof tussen de kunstenaar en de burger.



Je hebt het impressionisme dus als uitwerking van het realisme, maar ook het naturalisme is daar een uitwerking van, maar dan in de roman- en toneelkunst. Men wilde niet alleen laten zien, zoals het realisme, hoe de werkelijkheid was, maar ook hoe het zo geworden, ontstaan is. De wetenschap oefende veel invloed uit op deze stroming. Net als de wetenschap meende men in het leven van de mens een soort determinisme te zien, namelijk dat het leven wordt bepaald door drie factoren. De tijd of het moment waarin men leeft, het milieu en de opvoeding die daarbij hoort en de erfelijke aanleg die men heeft. In hun romans probeerden de naturalisten te laten zien hoezeer de mens van deze drie factoren afhankelijk is. Naturalistische romans zijn vaak heel somber, de gedachte hierachter is het fatalisme, de opvatting dat het leven van de mens bepaald wordt door het noodlot en dat een vrije wil niet bestaat. Het noodlot is niets geheimzinnigs, maar het ligt vast in die drie factoren.

Het naturalisme staat aan de ene kant recht tegen over impressionisme en estheticisme, maar aan de andere kant is er ook weer een band tussen naturalisme en impressionisme, omdat veel naturalistische werken geschreven zijn in de impressionistische stijl.

Tot slot de belangrijkste Tachtigers, dit waren Willem Kloos, Lodewijk van Deyssel, Frederik van Eeden en Herman Gorter.



Louis Couperus

Louis Couperus leefde van 1863 tot 1923. Couperus werd geboren in Den Haag en bracht een deel van zijn jeugd in Nederlands Indië door. Hij verbleef vaak in het buitenland, voornamelijk in Frankrijk en Italië. En hij maakte veel reizen, onder andere naar Japan.

Hij behoorde tot de Tachtigers, maar hij behoorde niet tot de groep die de Nieuwe Gids oprichtten. Er is een nauwe verwantschap tussen Couperus en die groep van de Nieuwe Gids. Hij was net als van Deyssel een dandy, dat is overdrijving en aanstellerij. Doordat de kunst geen maatschappelijke kant meer had, had de kunstenaar dit ook niet en ziet zichzelf als een soort hoge priester in dienst van de schoonheid, hij voelt zich verheven boven de fantasieloze bourgeoisie. Hij leidt een bohemiens leven, een leven los van de rest, dit uit zich in decadentisme en dandyisme. Decadentisme is drank, drugs en losbandigheid.

Net als van Eeden schreef hij allegorische sprookjesromans.

Hij publiceerde impressionistische poëzie en naturalistische en realistische proza. Zijn romans kun je indelen in drie groepen: de naturalistische-realistische romans, de sprookjesachtige en de historische romans.

Het eerste en belangrijkste boek van Couperus is Eline Vere.



Boek in tijd:

Psyche behoort tot het genre allegorische symbolische sprookjes. De personages verbeelden abstracte begrippen.

Psyche is Grieks voor ziel en leven. Psyche symboliseert dus de ziel en het leven. Dat ze naakt is en vleugels heeft, staat voor reinheid en lieflijkheid.

Emeralda betekend smaragd, dit staat voor het stoffelijke, het materialistische, ze streeft naar geld en macht.

Astra is Grieks voor ster, symbool voor de dorst naar vrijheid, ze leeft om de toekomst te zien.

Chimera is in de Griekse mythologie, een fabeldier (bok, met een kop van een leeuw en staart van een slang), dit staat symbool voor het verlangen.

De koning staat symbool voor de vaderlijke bescherming.

Sfinx is symbool voor de alwetendheid (maar laat niets van zijn alwetendheid merken). Wordt uitgebeeld als half vrouw half leeuw.

Saters en Baccanten zijn symbolen van het bederf.

Eros is symbool van de liefde.



Het boek is geschreven in een uiterst verzorgde, precieuze taal en heeft een zeker oververfijning die typerend is voor het literaire impressionisme. Nu beschouwen we deze manier van schrijven als mooimakerij, maar toen werd het als heel positief beschouwd.

Het verhaal begint er al gelijk mee. Het kasteel wordt naar werkelijkheid beschreven. Zeer uitgebreid, zodat er weinig ruimte overblijft om te fantaseren, maar je kunt er wel een subjectieve wending aan geven. (Blz 7)



Psyche wijst vooruit naar de stroming van de Neoromantiek, dit is een reactie op het naturalisme. Het fantasievolle, en idyllische gaat de overhand krijgen op het rationele, zakelijke en sobere. De nadruk op het noodlot blijft echter, door het naturalisme was het noodlot als het ware in wetenschappelijke termen beschreven: erfelijkheid, tijd, milieu.

Als Psyche gestorven is en op de rug van Chimera zit zegt ze dit tegen Chimera: (blz 106)

“Ik ben wel heel zondig geweest! Maar ik was, die ik zijn moest! Is het goed te zijn, die je zijn moest? Ik weet niet, Chimera, ik heb aan geen goed en geen slecht gedacht: ik was maar, die ik was.”

Hieruit blijkt het determinisme, ze was gewoon degene die ze moest zijn, de persoon die bepaald is door de erfelijkheid, tijd en milieu. De erfelijkheid speelde een rol bij de bepaling dat zij prinses van de naaktheid met de wieken was, de tijd ze leefde in het verleden, gaat naar het heden en uiteindelijk komt ze terecht in het rijk van de toekomst. Het milieu, ze was van adel, ze was een prinses.

De noodlotsgedachte komt ook naar voren doordat Psyche zich schuldig voelt en de drang heeft om te boeten.

Romantiek komt ook veel in het boek voor. Psyche heeft een gelukkig leven in het rijk van het verleden, maar toch heeft ze een soort onvrede, ze wil met de chimera mee vliegen om werelden en dingen te ontdekken die ze nog niet weet. Ze heeft een verlangen naar onbekende dingen. Ze wordt het hele boek lang geleid door nieuwsgierigheid naar verre werelden, dingen achter de mooie heuvels, die ze vanaf het kasteel kan zien.

Couperus heeft ook geprobeerd de emoties van de personages zo realistisch mogelijk te laten overkomen, voorbeeld blz 34. Hieruit blijkt dat Psyche heel bang, eenzaam en verdrietig is.



Het estheticisme komt in het boek naar voren, omdat het gewoon een sprookje is zonder achter liggende gedachten, het werd alleen geschreven voor de mooiigheid, voor de kunst. Dit schrijft Couperus zelf al in zijn voorwoord (blz 5).



Op de voorkant van het boek staat een schilderij dat gemaakt is door Gustav Klimt. Hij was een van de belangrijkste schilders die behoorde tot de Jugendstil. Het schilderij is gemaakt door allerlei motieven te verwerken tot een nieuw beeld.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.