Lesuitval, een mondkapjesplicht, onzekerheid over de eindexamens... Wij zijn benieuwd hoe jij met de coronacrisis omgaat en wat jij vindt van de maatregelen. Doe mee met ons corona-onderzoek! 😷🦠🏫 We zoeken nog extra jongens!

Doe mee


ADVERTENTIE
Open Dag = online ontdekken en ontmoeten

Bezoek onze Online Open Dag dit jaar vanaf je bank! Ontdek bijzondere verhalen van onze studenten en docenten. Stel je vragen. Én luister naar onze gezellige radioshow! Klaar voor een toekomst als student in het hbo? 

Meld je dan nu aan!

Hoofdvraag: wat is de definitie van een sprookje?
Samenvatting:
Het verhaal gaat over het prinsesje ‘Psyche’. Zij is de derde dochter van de koning van het rijk van het verleden. De oudste zus van Psyche heet Emeralda, en heeft bij haar geboorte twee ogen van smaragd gekregen van een fee. De tweede zus heet Astra, en heeft een levende ster op haar voorhoofd. De jongste, Psyche, heeft twee kleine vleugeltjes op haar rug maar kan hier niet mee vliegen…ze zijn er te zwak voor.
Psyche is een dromerig meisje, ze staart vaak naar de lucht, en droomt er van te kunnen vliegen. Op een dag ziet Psyche een wolk in de vorm van een gevleugeld paard. Ze roept het paard naar beneden en “Chimera” zoals het paard heet, neemt haar mee om een stuk te gaan vliegen. Steeds vaker wilt Psyche Chimera zien, en ze voelt zich ongelukkig als ze hem een dag niet gezien heeft.


Op een van die dagen krijgt het kasteel bezoek van Prins Eros, de vorst van het Heden. Hij stamt af van de god Eros zoals de koning en zijn dochters van de godin Psyche afstammen. Hij vraagt om de hand van een van de drie prinsessen, maar doelt hij op Psyche.
De twee zussen van Psyche willen wel met hem trouwen, maar eerst moet prins Eros een taak volbrengen. Emeralda wilt het Juweel der Mysterie en Astra een telescoop die tot het einde van het heelal gaat.
Prinses Psyche wilt niet trouwen omdat ze dan haar vader moet verlaten. Dat wilt ze niet, dus gaat prins Eros teleurgesteld weer terug naar zijn rijk.
Niet lang daarna sterft de koning, en wordt Emeralda koningin. Psyche is bang voor haar oudste zus, en vertrekt.
Ze roept Chimera en klimt op zijn rug. Hij brengt haar naar de Sfinx, en gaat zelf weer weg. Psyche is ontzettend verdrietig; haar vader is overleden, de Chimera is weg gevlogen, en ze heeft prins Eros afgewezen terwijl ze eigenlijk wel wilde trouwen. Door de tranen die ze laat vormt zich een beekje door de woestijn, die prins Eros volgt.
Eros neemt Psyche mee naar zijn rijk en ze worden samen gelukkig.
Maar…Psyche wordt door middel van muziek verleidt door een Sater. Op een dag neemt het verwilderde bosmens Psyche mee het bos in en ze danst met de bacchanten en drinkt hun wijn. Als Psyche ‘s avonds weer terug keert wordt ze ziek. Ze wordt steeds zieker als ze niet bij de sater en de bacchanten is. Ze verlaat Eros en gaat in het bos wonen. Door de pijn die Eros heeft overlijd hij, en met hem al het levende in zijn rijk.


Het rijk waar Psyche in beland is behoort tot Bacchus. Er wordt alleen gedanst, wijn gedronken en feest gevierd. Psyche krijgt spijt van haar beslissing om naar het rijk van Bacchus te gaan en wilt terug keren naar prins Eros, maar ze is te laat… Na dit gezien te hebben laat ze zich weer verleiden door een Sater, en laat haar vleugeltjes er af knippen. Ze vlucht weer weg met een brandende ziel en schuldgevoelens. In plaats van de parels die ze huilde in haar onschuld, huilt ze nu juwelen als teken van haar zonde.
Ze keert terug naar het rijk van haar zus Emeralda. Emeralda kreeg bij haar geboorte niet alleen ogen van Smaragd, maar ook een hart van Robijn, en is een kil mens. Psyche vraagt haar om vergiffenis. Emeralda zegt dat haar alles vergeven is als Psyche het onuitsprekelijke juweel, het mysterie der godheid brengt. Psyche gaat naar haar andere zus Astra, die nu al oud en wijs is. Astra waakt die nacht over Psyche.
De volgende ochtend gaat Psyche naar de onderwereld, op zoek naar het juweel voor Emeralda. Ze loopt langs een zee, die later een hellezee blijkt te zijn met wezens er in. Overal vragend waar ze het juweel kan vinden, maar het enige antwoord wat ze krijgt is ‘IJdelheid, ijdelheid!’. Ze keert terug naar het rijk van verleden en snapt eindelijk het antwoord. Emeralda wordt in de stad in een koets voortgereden en ziet Psyche staan. Ze nadert Psyche en vraagt naar haar juweel. Psyche vertelt haar zus dat het juweel slechts ijdelheid is en dat het niet bestaat, waar door Emeralda zo kwaad wordt dat ze Psyche overrijdt, en Psyche sterft…
Emeralda rijdt zichzelf ten pletter in de woestijn tegen de sfinx. Psyche herleeft en ziet ineens dat ze weer vleugels heeft waarmee ze kan vliegen. De Chimera komt er aan, en samen vliegen ze naar het Rijk van de Toekomst. Er staan twee mensen te wachten; Psyche’s vader de koning, en Eros.
Astra, die inmiddels blind is, kijkt nog een maal door haar telescoop en ziet hen staan in het Rijk van de Toekomst. Dan sluit ook zij haar ogen voor de laatste keer…
Korte samenvatting:
Psyche is een dromerig meisje en wilt veel zien. Ze ontmoet Chimera en vliegt op zijn rug mee. Prins Eros komt om haar hand vragen, maar weigert. Later trouwen ze en gaan ze in Eros’ rijk wonen. Psyche wordt door een Sater mee gelokt het bos in. Eros sterft en Psyche gaat terug naar het rijk waar haar zus regeert. Ze moet een juweel vinden voor Emeralda om vergiffenis te krijgen, maar als ze die niet vindt wordt ze door Emeralda dood gereden. Ze komt samen met haar vader, prins Eros en Astra in het rijk van de Toekomst terecht.
Het is moeilijk te zeggen in welk tijd en plaats het verhaal zich afspeelt. Het speelt zich allemaal af in ‘Het Rijk van Verleden’, ‘Het Rijk van Heden’ en in ‘Het Rijk van de Toekomst’. Het is al moeilijk om er achter te komen of het nou dag of nacht is. Het verhaal verloopt wel over een langere tijd (jaren) op een chronologische volgorde. Er is enigszins wel een tijdsvertraging; als Psyche in de onderwereld komt wordt alles veel gedetailleerder verteld.
Citaten.
Deze citaten geven weer dat het verhaal een sprookje is. Dingen zijn onrealistisch of bedacht. (Ze zijn erg lang geworden, maar ik vind de schrijfstijl zo mooi dat ik moeilijk een eindpunt kon vinden om een citaat te laten stoppen.)
Als Psyche de kluizenaar benaderd volgt dit gesprek:
“De kluizenaar zag op haar neêr, waar zij knielde in haar blonde haren, en hij zag, dat zij weende. Hare tranen waren bloedroode robijnen.
-Wie robijnen weent, heeft groote zonde gepleegd: wie robijnen weent, heeft een ziel, scharlaken van zonde!
De boeteling snikte en boog tot den grond toe het hoofd.
-Hier! sprak de kluizenaar gestreng en medelijdend. Hier is een mantel. Hier is een koord voor de lendenen. En hier is een mat om te slapen. En hier is brood, hier is de waterkruik. Laaf je, lesch je, dek je, en rust uit.
-Heb dank, heilige vader. Maar ik ben niet moê, ik heb geen honger en dorst. Ik ben alleen naakt, en ik dank u voor uw kleed en uw koord. Zij sloeg zich den mantel als boetekleed om, en terwijl zij zich schaamrood dekte, zag de kluizenaar op hare schouderbladen twee bloedige strepen: litteekens.
-Ben je gewond?
-Lang geleden...
-Je oogen gloeien, heb je koorst?
-Ik ken niet de koorts van de menschen, maar mijn ziel brandt altijd hoog op, als een krocht van de hel.
-Wie ben je?
-Een zwaar met zonde beladene.
-Hoe heet je?
-Ik heb geen naam meer, heilige vader... O, vraag niet verder... En laat mij gaan.
-Waar ga je heen?
-Ver, langs dien weg van distels, naar het koninklijk slot. Naar de vorstin, Emeralda.
-Zij is trotsch.
-Zij is de Prinses van het Juweel, en ik, ik ween juweelen. Ik ween ze voor haar. Eens is er geweest een tijd... dat ik parelen weende... O, vader, laat mij gaan!
-Ga dan... En doe boete.
Aan de punten te zien dat ze bloedrode robijnen weent kan je al opmaken dat het niet gaat om een echt mens. Het is een bedacht figuur wat dus onder het begrip ‘sprookje’ valt.
Psyche klimt eindelijk op het ‘Wolken-paard’ de Chimera:
“Maar op een windbewogen morgen - de dikblanke wolken joegen gehaast door de lucht - daar zag zij haar innig verlangen weêr: heel ver scheen het een wolk, maar dichterbij werd het een paard: het was de Chimera. Zij wenkte met haar vingertje, en de Chimera daalde.
-Wat wil je, kleine Psyche?
Zij vouwde de handjes smeekende.
-Neem mij meê...
-Je zal duizeling worden...
-Neen, neen...
Stampende daalde hij neêr op het bazalt; het terras dreunde; vonken ontsprongen, en de walm van zijn adem stoomde in wolken recht uit.
-Neem mij meê, smeekte zij weêr.
-Waar wil je heen?
-Naar die eilanden van opaal en van zilver.
-Die zijn te ver.
-Voer mij dan naar dichter... neem mij meê, waarheen je wil...
-Ben je niet bang?
-Neen.
-Zal je je vastklemmen aan mijn hals?
-Ja, o ja.
-Kom dan...
Zij slaakte een kreet van geluk. Hij boog de knieën en zij steeg op met een kloppende, bonzende hartje. Tusschen zijn vlammende wieken, op zijn zeer breeden rug, zat zij bijna veilig als in een nest van zilveren veêren.
-Vertrouw niet op mijn vleugels, waarschuwde hij. Ik beweeg ze bij iederen slag. Ze gaan open, dicht, open, dicht. Klem je vast om mijn hals. Bind je vast in mijn manen. Als je niet bang bent en als je niet wordt duizelig en ziek, zal je niet vallen, hoe hoog ik ook ga. Durf je, Psyche?”
Hier wordt een bedacht wezen weer gegeven. Sprookjes bestan uit fantasieën en dat is duidelijk te zien hier.
De koningin Emeralda krijgt Psyche in het vizier en vraagt haar naar het juweel:
“Begrijpt ge mij, Emeralda? IJdelheid was uw wenschen, want het mystiek Juweel, Alschenker van goddelijke Almacht is: IJDELHEID, en:... BESTAAT NIET.
Toen was het verschrikkelijk.
De Vorstin, levend idool, blaakte van woede, straalde van woede, en als een vlam opgloeide haar Hart.
Rondom haar, in offertooi, in feestkleedij, in zonneschijn en haar eigen schijn sidderde van angst haar rijk.
Een wreedheid schemerde door haar star gelaat, hare smaragden oogen puilden zoo wraakhard uit, als waren zij blind van hun eigen glans, en zij rukten aan hare tallooze teugels.
De rossen steigerden, de witte rozen regenden, het volk schreeuwde van jubel en doodsangst, en de zegekar ratelde aan. Pijlsnel donderde aan de triomf: over het volk, dat plaveide den weg in extaze en Psyche zag de razende paarden naderen, snuivende, schuimende, brieschende, blazende, trappelende, trekkende, met oogen rond en dol...
Even stond zij nog pal; fier, hoog, parelblank in heilig weten; toen sloegen de nijdige hoeven haar neêr en de rossen vertrappelden haar als een bloem. Emeralda's triomf rommelde ruischende over haar heen, met het gewarrel der snijdende wielen, en terwijl zij stierf, als een verpletterde lelie, vertrapt in haar eigen blankheid, heugde zij zich haar ouden vader, en hoe zij bij hem klom op zijn schoot, in zijn baard, voór zij slapen ging des avonds...
Zij stierf... maar terwijl zij vertrapt lag in de modder van menschenvleesch en bloed en de offerrozen regenden over haar lijk heen, onherkenbaar,”
Het feit dat Psyche wordt overreden door haar bloedeigen zus geeft ook weer dat het verhaal een sprookje is. Kijk naar Assepoester, familie leden die jaloers zijn en tot het ergste in staat zijn.
Stijl.
Het boek ‘Psyche’ van Louis Couperus is geschreven in de 1898, en dat is te zien aan de zinsopbouw en de woordkeuze. Woorden zijn ook anders geschreven dat de tegenwoordige spelling. Een voorbeeld:
“De dryaden dansten voorbij en de nimfen zagen nieuwsgierig uit. Zij stonden, een naakte groep, in heur bad van rotsen; ze hielden elkaâr in de armen omhelsd; groen waren heur haren en parelblank schitterden-uit hare borsten. De helgele bladeren dwarrelden steeds als een schat van ruizelende munten. Daverende voetstappen naderden aan, en ritselden tusschen de bladeren. Een feestvreugde ruischte dichter en dichter; het goudbladerend-weefsel trilde als een voorhang van ijl-gouden kant...”
Typerend voor deze stijl: lange zinnen, veel (stoffelijk) bijvoeglijke naamwoorden, bedrijvende vorm, verleden tijd, bijzondere woordkeuze, sfeerbeschrijvingen, typeringen, beeldend taalgebruik en veel verkleinwoorden. Een duidelijk voorbeeld van een metafoor is te zien in het citaat hier boven “het goudbladerend-weefsel trilde als een voorhang van ijl-gouden kant” Of: “De stralen braken op het bazalt met knetterende vonken uit een als brekende bliksemschichten”
De manier van schrijven past goed bij het verhaal. Het is een sprookje, en het is fijn als het in oud Nederlands geschreven is waardoor je nog meer het gevoel van een sprookje krijgt. Dit is geen spreektaal, maar maakt het toch lekker lezen. Ook krijg ik het idee als ik dit verhaal aan het lezen ben dat het gaat om een gedicht. De woorden worden in mijn hoofd romantischer uitgedrukt zoals een verteller een spannend verhaal verteld.
Definitie van een sprookje:
Een sprookje is een volksvertelling, een meestal tamelijk kort episch verhaal met veel surrealistische elementen dat veelal is voorzien van een moraal. In een of andere vorm komen ze bij vele volkeren voor. Sprookjes zijn meestal bedoeld voor kinderen, hoewel vele volwassenen er ook van genieten, en brengen hen spelenderwijs iets over het leven bij.
De sprookjeswereld wordt bevolkt door een grote schare verhaalfiguren. Heel typisch zijn:
• Koningen, Prinsen en Prinsessen, waarbij de tweede de derde meestal op een of andere manier het leven redt, beloond of tegengewerkt door de eerste, al is dat niet altijd zo. In de De Kikkerkoning, bijvoorbeeld, redt de prinses de prins het leven. Aan het eind trouwen ze altijd en leven nog lang en gelukkig.
• Elfen, Kabouters,Draken en Geesten in flessen die soms behulpzaam zijn, maar soms ook niet.
• Heksen, Feeën, en Tovenaars van allerlei slag,
• Sprekende Dieren, zoals de Wolf uit Roodkapje of De Zeven Geitjes.
• Kinderen die vaak als hoofdpersoon optreden en met slimheid en doortastend optreden de problemen oplossen, soms met raad en daad bijgestaan door een elf of een fee, soms ook niet.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.