ADVERTENTIE
Is jouw geschiedenisleraar de allerbeste?

Geef hem of haar dan op voor de titel Geschiedenisleraar van het jaar van het Rijksmuseum. De deadline voor aanmeldingen is 31 maart 2020.

Geef je leraar op!

A. Samenvatting.

Jonker Leopold van Zonshoven is erfgenaam van een oudtante, zo blijkt uit haar testament. Zij heeft gebrouilleerd met vele van haar familieleden als gevolg van ruzies. Over haar neef

weet zij niet zo gek veel en dus ook geen slechte dingen. Ze heeft echter wel een voorwaarde gesteld voor de erfenis. Leo moet met zijn nicht Francis Mordaunt, bijgenaamd majoor Frans trouwen. Uit haar naam blijkt al wel, dat dit geen damesachtige jonkvrouw is. Ze is opgegroeid temidden van mannen. Haar vader had liever een zoon gehad, dus hij heeft geprobeerd zijn droom enigszins te verwezenlijken in de opvoeding van Francis. Ze gedraagt zich geheel anders dan de voorname dames. Ze woont op kasteel De Werve, dat door financiële problemen van de familie nogal vervallen is.

Francis heeft zich voorgenomen niet onderworpen te worden aan een echtgenoot en dus moet Leo nog niets van zijn missie laten merken. Langzamerhand ontstaat er een vriendschappelijke band tussen Leo en Francis. Maar als het gesprek toevallig op trouwen uitkomt, toont Francis een hevige afkeer. Na enkele weken vindt Leo dat het moment daar is om Francis ten huwelijk te vragen. Hij is echt van haar gaan houden en vertelt nog niets van het testament. Francis is heel gelukkig en ze doen lang over de terugweg vanuit het bos.



Als ze op het kasteel aangekomen zijn, vertelt Leo van hun huwelijk en het testament. Fancis is geschokt en wil niet eer met Leo praten, omdat ze denkt dat hij het alleen om het testament doet.

Leo vertrekt nar zijn huis in de stad, waar hij helemaal instort. Na een paar weken van ziekte krijgt hij bericht dat de grootvader van Francis, de Generaal, overleden is aan een hartaanval. Hij kreeg die, toen onverwacht zijn zoon Rudolf op bezoek kwam, die voor zijn eigen veiligheid (hij werd gezocht) zijn dood in scène had gezet. Bij het bericht zit een briefje van Francis, die Leo nog een keer wil spreken voordat hij gaat reizen. Dat plan had Leo namelijk opgevat om aan de crisis tussen Francis en hem te ontkomen. Maar hij komt hier op terug, omdat hij weer nar Francis wil. Hij wordt door har hartelijk ontvangen en de ruzie is over. De bruiloft volgt en met de erfenis van Leo, die hij nu heet ontvangen, is er genoeg geld om de Werve op te knappen.



B. Verhaalanalyse.



1. Titel.

De titel is de naam van de tweede hoofdpersoon, Francis Mordaunt, alias Majoor Frans.



2. Motto.

Er is geen motto.



3. Genre.

Conrad Busken Huet heeft dit boek een vrouwelijke emancipatie-roman genoemd. Het kan ook een liefdesroman zijn. Het boek bestaat uit brieven van Leo aan zijn vriend Willem in Indië.



4. Personages.

-De hoofdpersoon is Leopold van Zonshoven. Hij is ongeveer 25 jaar oud. Hij is een zelfstandig persoon en woont alleen. Hij heeft een redelijk begrip voor Francis emancipatiedrang, maar voelt veel voor mooie vrouwelijke toiletten en moet aanvankelijk erg wennen aan Francis manier van kleden en denken, hij kan het echter wel accepteren.

-De tweede hoofdpersoon is Francis Mordaunt, een zeer geëmancipeerde jonge vrouw. Ze is begin 20 jaar oud. Ze leeft vrij eenzaam, omdat ze op het buitenkasteel de Werve woont, waar geen bezoekers komen, op Leopold na. Haar grote liefde is paardrijden. Ze heeft geen belangstelling voor mannen en is niet van plan te trouwen. Dat vernadert als haar neef Leo arriveert. Ze wordt verliefd op hem, maar wil zich eerst nog niet binden. Als ze “Ja” heeft gezegd op Leo’s aanzoek, is ze heel gelukkig dat ze nu gaat touwen en als een dame kan leven, al zal ze nooit haar wilde trekken verliezen.



5. Ruimte.

Het verhaal speelt helemaal op kasteel de Werve, ergens op het platteland.



6. Tijd.

Er verlopen op ongeveer 4 manden.

Het verhaal is chronologisch verteld en er zijn geen flashbacks.



7. Vertelsituatie.

Ik-vertelsituatie, de ikpersoon is Leopold in zijn brieven.



8. Opbouw.

Het verhaal begint ab ovo, als Leopold schrijft aan Leo over de voorwaarden van de erfenis.

De climax ligt op het moment dat Francis ineens niet meer met Leo wil trouwen.



9. Thema en motieven.

-Het thema is de opdracht van de oudtante van Leo om met Francis te gaan trouwen.

-Enkele motieven: de kleedgewoonten van Francis, geld, emancipatie.



10. Bedoeling.

Ik denk dat Bosboom-Touissant voornamelijk een leuk boek wou schrijven over een geëmancipeerde vrouw, misschien wil ze ook duidelijk maken dat ze voor emancipatie van de vrouw is.



11. Taal.

Het taalgebruik is natuurlijk anders dan dat van een hedendaags boek. Er staan redelijk veel Franse uitdrukkingen in en moeilijke, ouderwetse woorden. Maar als je daar een keer aan gewend bent is het wel te doen, het eest wel iets zwaarder.



C. Mening.

Ik vond dit boek wel speciaal. Een onderwerp als dit komt niet veel voor in de literatuur. Het verhaal was op zich heel eenvoudig, een tegenwoordige schrijver zou het boek denk ik een keer zo dun en sneller leesbaar maken en het zou niet meer tot de literatuur gerekend worden, denk ik. Doordat het taalgebruik redelijk zwaar was en de afloop wel voorspelbaar, werd het op den duur wel langdradig. Meer dan de helft heb ik plezier gehad van het lezen van dit boek (toen ik aan het talgebruik gewend was), omdat het verhaal wel eenvoudig was en lekker ontspannend las. Wat ik wel een nadeeltje vond, was dat de brieven die Leopold schreef, ontzettend lang waren en zonder onderbrekingen. Daardoor kon ik erg moeilijk stoppen tussendoor, omdat ik dan de draad weer kwijt was.

Maar verder: een leuk, verrassend boek.



D. Informatie over de schrijfster.

Bosboom-Toussaint, (Anna Louise) Geertruida (Alkmaar 16 sept. 1812 – 's-Gravenhage 13 april 1886), Nederlands romanschrijfster, vond aanmoediging voor haar werk in de kring rond dominee Hasebroek en vooral in de kring van De Gids, waar haar romans Almagro (1837) en De graaf van Devonshire (1838) grote verwachtingen wekten. Deze romans vertonen nog duidelijk invloed van de Engelse romantiek. Met de roman Het huis Lauernesse (1840) vestigde zij voorgoed haar naam. Van haar tijdgenoten Jacob van Lennep en J.F. Oltmans onderscheidt zij zich door de diepergaande karakterontleding en haar innig protestants geloof, dat haar verwant maakte aan het Réveil. In 1851 huwde zij, na verloofd te zijn geweest met De Gids-redacteur Bakhuizen van den Brink, de schilder Johannes Bosboom.

Mede gedreven door moeilijke financiële omstandigheden schreef zij vele romans van betrekkelijke waarde, waarop De Delftsche wonderdokter (3 dln., 1870–1871) een gunstige uitzondering vormt. Majoor Frans (1874), een van haar bekendste boeken, is een eigentijds verhaal. Ondanks bezwaren (overlading van historische gegevens, wijdlopigheid en een archaïserende stijl, ook in haar ‘moderne’ romans kan zij gerekend worden tot de beste auteurs van de 19de eeuw in Nederland.

WERK: Eene kroon voor Karel den Stouten (1842); De graaf van Leycester in Nederland, De vrouwen uit het Leycestersche tijdvak, Gideon Florensz (totaal 10 dln., 1846–1855); Graaf Pepoli (1860); Langs een omweg (2 dln., 1878); Raymond de schrijnwerker (1880); Het kasteel Westhoven op Walcheren in Zeeland (1882).

UITG: Voll. rom. werken (25 dln., 1885–1888).



E. Bronvermelding.

-Encarta 1999 encyclopedie op CD-rom.



F. Datum.

13 juli 1999

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.