Heb jij spreekangst? Voor een item van RTL Nieuws doen we onderzoek naar spreekangst. Laat ons weten of jij nerveus wordt van spreken voor een groep. Meedoen duurt maar 2 minuutjes.

 


Naar de vragenlijst


ADVERTENTIE
Open Avond = ontdekken of jij hier past Leren is keuzes maken. Continu blijven zoeken, twijfelen, vallen en opstaan. Dát leren, dat leer je bij Hogeschool Inholland. Tijdens onze Open Avond op woensdag 30 oktober staan onze studenten en docenten klaar om al je vragen te beantwoorden. Kom langs en ontdek of jij hier past.

Meer info!

We hebben voor dit boek gekozen omdat het een literair zwaargewicht is, dat iedereen die ook maar iets betekent in de literaire wereld gelezen heeft. Daarnaast is het humoristisch en zeer herkenbaar. Wij hebben, net als Kees de jongen, dromen over hoe belangrijk we later zullen worden. Ook wij zien onszelf geapprecieerd worden door drommen mensen. In het begin van het boek staat dit citaat:

‘’Veel mensen schijnen Kees Bakels niet eens te hebben gekend en dat is eigenlijk niet goed te begrijpen. Is hij niet zowat de belangrijkste jongen geweest die ooit heeft bestaan? Alleen door wat ongelukkige toevalligheden is hij geen beroemd man geworden, maar dat kon hij toch niet helpen?’’

Dit was voor ons het doorslaggevende argument om dit boek te kiezen. We kenden Kees eigenlijk helemaal niet en we waren zeer benieuwd waarom hij 'zowat de belangrijkste jongen was die ooit had bestaan'.

We hadden hoge verwachtingen. In de literaire wereld is dit boek zeer bekend en op de voorkant van het boek staat dat iedereen het gelezen moet hebben. Zo zijn wij het boek ingegaan. Dan heb je wel hoge verwachtingen; je krijgt toch wel het gevoel dat iedereen die het boek gelezen heeft, er helemaal weg van is; dat zij vinden dat jij het gelezen móét hebben. Dus als veel mensen dat zo voelen, dan is het verstandig om zo’n boek te lezen.

Samenvatting
De hoofdpersoon in dit boek is Kees Bakels, twaalf jaar oud, die leeft in het Amsterdam van het eind van de 19e eeuw. Kees is zoon van een schoenmaker uit Amsterdam. Hij heeft zusje, Truus, en een broertje, Tom. Kees heeft vroeger veel streken uitgehaald, waarvan hij zegt dat het ‘stomme streken’ waren. Maar dat was vroeger. Zowel ’s morgens als ’s middags als ’s avonds zit hij op school. Van een 'mattie' die op gym zit, heeft hij een zeer bijzondere wijze van de benenwagen gebruiken geleerd waarmee je je veel sneller kunt verplaatsen. Het eerste gebruik vindt plaats op weg naar het zwembad, dus deze pas krijgt de naam 'zwembadpas'.

Dan komt er een nieuw meisje in de klas bij Kees: Rosa Overbeek. Ze is duidelijk anders dan de andere meisjes, dat heeft Kees al gauw gezien. Ook heeft hij gemerkt dat Rosa speciaal op hem let. Op een dag wordt hij tijdens de gymles door de buurvrouw van school gehaald, omdat zijn vader plotseling ziek is geworden. Kees moet medicijnen voor zijn vader gaan halen. Op den duur mag hij ook belangrijke opdrachten voor zijn vader gaan doen, zoals de aflossing van de schuld maandelijks bij een kantoor brengen.

Als het op een avond doodstil is in huis, wordt Kees bang dat zijn ouders dood zijn. Als hij gaat kijken blijkt dat ze alleen maar met de buren stonden te praten.
Wanneer Rosa een tijd lang niet op school komt, blijkt hoeveel hij aan haar denkt, want hij fantaseert dat hij haar namens de hele klas een briefje mag bezorgen.

Als hij weer eens een boodschap heeft gebracht, komt hij langs een huis waaruit mooie, klassieke muziek komt. Wanneer de mensen in het huis naar hem kijken, blijft hij extra lang luisteren; misschien wordt hij wel binnengevraagd en wordt hij ontdekt als violist...

Nog steeds kan Kees zijn gedachten niet van Rosa Overbeek afhouden. Misschien gaat ze wel dood! Dan mag Kees een krans voor haar leggen op het kerkhof.

Met de schoenwinkel gaat het steeds slechter: er komen te weinig klanten. Er wordt, om wat extra bij te verdienen een juffrouw op kamers genomen. Tot overmaat van ramp gaat het met Vader ook steeds verder achteruit, totdat hij uiteindelijk aan tuberculose overlijdt. De winkel wordt verkocht en Moeder, Kees, Truus en Tom verhuizen naar een nog kleinere woning. De juffrouw verhuist ook met hen mee. Moeder moet er een agentschap in thee bijnemen, terwijl ze 's avonds wat naaiwerk verricht. De armoede laat steeds diepere sporen achter.
Kees voelt dat hij zijn moeder in de deze barre tijden moet bijstaan en hij neemt, een paar maanden voordat hij zijn school zou afmaken, op eigen initiatief een baantje als jongste bediende bij de firma waar zijn moeder werkt. Moeder is het er eerst niet mee eens en gelooft hem niet, maar legt zich er tenslotte bij neer.
Als Kees beseft dat hij nu echt van school af moet, voelt hij zich erg weemoedig en eenzaam. Hij stort zijn hart uit bij Rosa, die hem zoent en haar arm om hem heen slaat. Hij kijkt haar na totdat ze uit het zicht is verdwenen en loopt dan versuft naar huis. Maar onder het lopen hoort hij 'blijde, schallende' muziek klinken, en voelt hij zich als een overwinnaar, een jongen, 'die álles zou kunnen, nu hij eenmaal begonnen was'.

Vertelperspectief
De roman is geschreven door een alwetende verteller. In de vierkante balken waar tekst staat (bovenaan de beelden) wordt het verhaal verteld, in de tekstballonnen bij de personages staat wat zij zeggen. Kees de Jongen is het personage dat gevolgd wordt (waardoor je ook beelden ziet van zijn 'wat-als'-fantasieën). Je kunt het vergelijken met een film met een verteller: je hoort een stem vertellen, maar ziet ook beelden van het verhaal waarin de personages zelf praten.

Opbouw
De beeldroman is opgedeeld in 30 hoofdstukken. In ieder hoofdstuk wordt een aparte gebeurtenis in Kees' leven beschreven waar tussendoor zijn fantasie over deze gebeurtenis ook beschreven/getekend is.

Bij gewone beeldromans wordt de originele tekst van het boek waar het op is gebaseerd ingekort, zodat er een wisselwerking van beeld en tekst ontstaat die het verhaal overbrengt, maar in dit geval heeft Matena de tekst hetzelfde gelaten waardoor de beelden alleen functioneren als plaatjes/illustraties.

Tijd
Het verhaal speelt zich af rond 1890, de tijd dat Theo Thijssen een kind was. Het verhaal is chronologisch geschreven en er zitten geen flashbacks in, maar wel terugverwijzingen. De vertelde tijd is ongeveer een jaar.

Ruimte
Kees woont in de Jordaan in Amsterdam. Het weer speelt onbewust een rol: naarmate het slechter gaat met het gezin, lijkt het vaker te gaan regenen.
De omgeving wordt niet uitgebreid beschreven en speelt dus verder geen grote rol.

Belangrijke personages
Cornelis Bakels
De vader van Kees. Voordat hij ziek wordt en overlijdt, gaat het nog redelijk goed met het gezin, maar na zijn dood gaat alles bergafwaarts.

Rosa Overbeek
Het meisje waar Kees verliefd op is. Zij is van hogere afkomst en ziet hem in het begin niet staan. Door haar fantaseert Kees waarschijnlijk altijd dat hij rijker en beter is dan hij eigenlijk is. Op het einde wil Rosa ook verkering met Kees waarmee Thijssen laat zien dat bij liefde maatschappelijke stand niks uitmaakt en dat Kees van zichzelf ook leuk is.

Kees Bakels
De hoofdpersoon. Kees is twaalf jaar oud en gaat naar de laatste klas van de basisschool. Hij is slim en heeft een levendige fantasie. In zijn fantasie is hij altijd beter/dapperder/rijker dan in het echte leven. Kees heeft alles voor zijn ouders over en doet vaak klusjes voor hen. Wanneer zijn vader doodgaat en Kees doorheeft dat zijn moeder niet rond kan komen, besluit hij zijn school te verlaten om te werken.

Titelverklaring
De titel Kees de Jongen ligt redelijk voor de hand. De strip gaat namelijk over Kees' leven en zijn levendige fantasie. Verder slaat 'de jongen' niet alleen op zijn geslacht, maar op het feit dat Kees een gewone jongen is. Theo Thijssen wilde namelijk met zijn verhaal het leven van een jongen uit de middenklasse/een lagere stand rond begin twintigste eeuw schrijven, die zich onderscheid van de rest van de wereld door zijn fantasie. 'Gewone' jongens onderscheiden zich namelijk ook op deze manier in het echte leven volgens Thijssen (dat kun je zien in het motto van de strip).

Motieven en thematiek
Coming of age
Hoewel het doorkijkje naar de geschiedenis een belangrijk onderdeel van het verhaal is, gaat het toch voornamelijk over Kees zelf en zijn fantasiewereld. In het motto van het boek wordt al beschreven dat veel kinderen op dezelfde manier denken als Kees; en dat Kees voor kinderen in het algemeen staat, in plaats van alleen het karakter in de beeldroman. In deze beeldroman zie je duidelijk hoe het leven van een 12-jarig kind is en hoe kinderen van die leeftijd nadenken. Dat kinderen zich kunnen schamen om ouders; dat ze veel voor hun ouders willen doen; dat ze trots zijn als hun ouders hun harde werk erkennen; hoe kinderen met de dood van een ouder omgaan; etc. De roman gaat om het kind zijn en de ontwikkelingen die je doormaakt rond de leeftijd die Kees heeft.

Verleden
Zoals eerder genoemd is dit boek een doorkijkje naar het leven van een 12-jarige jongen uit de lage stand rond het begin van de twintigste eeuw. Daarom is het ook belangrijk dat dit boek realistisch is geschreven.

Liefde
Kees is verliefd op een meisje uit zijn klas, Rosa Overbeek. Hij denkt dat zij hem niet ziet staan, omdat hij uit een arm gezin komt en niet bepaald een bijzondere persoonlijkheid heeft. Uiteindelijk, wanneer ze verkering krijgen, blijkt dit niet waar te zijn.

Fantasie en werkelijkheid
Kees heeft een levendige fantasie die zijn normale leven interessant maakt. Hij denkt altijd in "wat-als"-situaties en voor de lezer wordt vaak pas erg laat duidelijk wat fantasie is en wat werkelijkheid. Dat Kees fantaseert laat ook zien dat hij onzeker is over de stand waar hij vandaan komt en zijn persoonlijkheid omdat hij zich altijd beter en rijker in beeld.

Klassenverschillen
Kees is vaak in het boek onzeker omdat hij uit de lage stand komt en niet alle leuke dingen als 'sportpantoffeltjes' heeft, zoals zijn klasgenoten wel hebben. Iedere keer komt echter naar voren dat dit niet uitmaakt, dat persoonlijkheid en intelligentie het allerbelangrijkst zijn. Maar de dood van zijn vader laat wel meteen zien dat het niet helemaal zo is: Kees kan hierdoor namelijk zijn school niet afmaken en kan hiermee zijn intelligentie niet volledig ontplooien. Hierdoor zal hij altijd in de lage stand blijven.

Dood van een geliefde
De dood van Kees' vader is een belangrijk keerpunt in het verhaal. Hierdoor wordt Kees' familie echt arm moet Kees stoppen met school om zijn familie te onderhouden. Hierdoor kan Kees zich ook nooit meer volledig ontplooien, hoewel hij erg intelligent is.

Genre en taalgebruik
Het boek is een soort biografie en ook een psychologische roman. Het beschrijft namelijk de jeugd en de gedachtegang van Kees de jongen.

Het verhaal is geschreven in spreektaal: 'zou-ie?'; 'neusie-bloed slaan'; 'dat het-ie gedaan!'. Hierdoor wordt het verhaal heel levendig.

Auteur
De Nederlandse schrijver Theodorus Johannes Thijssen werd geboren op 16 juni 1879 in de Jordaan in Amsterdam, waar zijn vader een schoenmakerij had. Thijssen is overleden op 23 december 1943.

Op elfjarige leeftijd stierf zijn vader aan tbc en zijn moeder bleef achter met zes kinderen. Ondanks de armoede werd Theo in staat gesteld een opleiding tot onderwijzer te volgen. Tijdens zijn studie begon zijn literaire loopbaan bij het schoolblad.

Na zijn examen werd Theo Thijssen onderwijzer in Amsterdam. In 1906 trouwde hij met Johanna Zeegerman, die twee jaar later overleed aan tuberculose. Thijssen bleef achter met een zoon.
In 1909 trouwde Theo Thijssen opnieuw. Uit zijn huwelijk met Geertje Dade werden twee zoons en een dochter geboren. In 1908 verscheen Thijssens eerste boek 'Barend Wels'.

Door zijn werk voor de Bond voor Nederlandse Onderwijzers kwam Thijssen lange tijd niet aan schrijven toe. Vanaf 1921 werd hij fulltime vakbondsbestuurder en bleef er weer tijd over om te schrijven. De hoofdpersoon, Kees Bakels, gebruikt in deze roman zijn fantasie tegen de harde realiteit.

Tijdens zijn leven werden de boeken van Theo Thijssen door de literatuurcritici, hoewel ze wel veel werden gelezen, niet erg gewaardeerd. De belangrijkste thema's in zijn werk waren school en gezin.

In 1933 werd hij voor de Tweede Kamer gekozen voor de Sociaaldemocratische Arbeiderspartij (SDAP) en in 1935 werd hij lid van de Amsterdamse gemeenteraad.

Na de februaristaking werd hij door de Duitsers opgepakt en enige maanden gevangen gezet. Theo schrijft vooral novellen en romans over het school- en kinderleven. Het poëtische element en zijn inlevingsvermogen worden pas na zijn dood echt erkend. Kees de Jongen is het bekendste werk van Theo Thijssen en werd in 1971 met veel succes door Gerben Hellinga voor het toneel bewerkt.

Onze mening
Voordat we aan dit boek begonnen zagen we er allemaal heel erg tegenop. We moesten het in korte tijd lezen, dus hebben we het verdeeld onder ons vieren. Het was redelijk dik en de titel is ook niet echt aantrekkelijk. Dit was ook de reden dat we het boek in vieren verdeeld hadden. Nadat iedereen zijn stuk had gelezen en we elkaar alles weer uitgelegd hadden, bleek iedereen het boek best wel leuk te vinden.

We vonden het een leuk boek, alleen werden er soms wat te veel details gegeven, waardoor het langdradig werd. De dingen waar Kees over fantaseert, zijn erg herkenbaar, maar na een tijdje wordt het saai om daar de hele tijd over te lezen. Wel konden we allemaal mee leven met Kees en vonden we het fijn dat er soms wat extra uitleg over een bepaald woord stond.

Recensie literatuurkenner
Kees de Jongen
Theo Thijssen
Bewerking door Tiny Fisscher

Veel mensen schijnen Kees Bakels niet eens te hebben gekend en dat is eigenlijk niet goed te begrijpen. Is hij niet zowat de belangrijkste jongen geweest die er ooit heeft bestaan? Alleen door wat ongelukkige toevalligheden is hij geen beroemd man geworden, maar dat kon hij toch niet helpen?

Dit schrijft Theo Thijssen in het voorwoord van zijn boek Kees de jongen, dat voor het eerst uitkwam in 1923. Maar inmiddels is Kees Bakels ofwel Kees de jongen, de dromerige jongen die de zwembadpas uitvond, wèl beroemd geworden; hij is zelfs een begrip in de Nederlandse literatuur. Het boek staat in de Nederlandse canon en is voor velen niet meer uit hun boekenkast weg te denken. Het verhaal is inmiddels verfilmd, er zijn toneeluitvoeringen van geweest, Dick Matena heeft het boek prachtig 'verstript', er is zelfs een rockopera over geschreven door Frank Groothof en er zijn hele discussies gevoerd over hoe je de zwembadpas moet uitvoeren. 

Veel mensen zijn opgegroeid met dit boek en hebben genoten van de gedachtespinsels van de jonge Kees. Het mooie is denkelijk dat de schrijnende armoede in het gezin Bakels en de zieke vader die later overlijdt, in zo'n schril contrast staat met de wereld in Kees' hoofd. Kees fantaseerde zijn wereld leuker en heldhaftiger dan het in werkelijkheid was. Vooral zijn klasgenootje Rosa komt vaak in zijn grootse fantasieën voor. In werkelijkheid is Kees een verlegen jongen die achteraf altijd wel weet wat hij had moeten zeggen of doen maar op het moment zelf vaak nogal schutterig met zijn mond vol tanden staat. Wie herkent dat niet? Dat vertederd en maakt Kees tot een méns.

Maar... de gebruikte taal in het boek begint voor de huidige generatie vrij ouderwets te worden. Dat is de reden waarom Tiny Fisscher besloot het verhaal te bewerken zodat ook nu het boek goed door jongeren gelezen kan worden en het mooie verhaal niet 'in de vergetelheid wegzinkt'. Met andere woorden: ze heeft het verhaal opgefrist, 'langdradige' stukken ingekort en losse eindjes aan elkaar geknoopt.

Als enorme liefhebber van het boek dat ik meerdere keren gelezen heb en waarvan ik eveneens de film en het toneelstuk heb gezien, moest ik even slikken toen mij dit boek aangeboden werd. Ik houd namelijk erg van de taal die Theo Thijssen gebruikte; ik geniet van zijn ouderwetse woorden.

Wilde ik wel een moderne Kees de jongen lezen? Zou ik niet teveel houden van het originele verhaal? Zou het mijn beeld van het mooie boek niet teveel veranderen. - Ooit zag ik een modern, bizar toneelstuk van Shakespeares The taming of the shrew en daar heb ik altijd spijt van gehad. Die beelden blijven het oorspronkelijke verhaal verdringen. -  Wat als dat nu weer gebeurde?

Die angst bleek ongegrond. Dit opgefriste verhaal is wel wennen en aan één kant kriebelt het erg om het oude boek met de bewerking te vergelijken met het origineel, maar dan ga je zinnen bekijken en wat Tiny Fisscher al dan niet heeft weggelaten of samengebreid. Dat heeft geen nut, vooral omdat het boek bewerkt is tot een boek voor jongeren. Dat vraagt om een andere benadering. - Voor de liefhebber zijn op haar site wel enkele bewerkingen te lezen - Het gaat erom of het geheel nog steeds zo pakkend is als het origineel.

Wat ik goed vind is dat Tiny Fisscher het oorspronkelijke verhaal heel heeft gelaten. Persoonlijk denk ik wel dat ze het fantasiewereldje van Kees een beetje teveel in goede banen heeft willen leiden. Ook de beroemde zwembadpas wordt een beetje afgevlakt, maar wil je een jong publiek bereiken dan is het wel goed dat ze dit gedaan heeft. De wereld van Kees in 1923 is niet de wereld van nu. Er was toentertijd alleen school, buiten spelen en het vaak vrije sobere leven thuis, er was weinig afleiding. Jongeren van nu zullen niet begrijpen wat Kees bezielde als hij weer eens wegdroomde over idealen die nu niet meer zo bijzonder zijn als toen. Tiny Fisscher heeft dat goed aangevoeld en een knap stukje werk geleverd. Dankzij deze bewerking is het boek veel meer gericht op de huidige tijd en de huidige lezer.

Wat ik goed vind is dat Tiny Fisscher het oorspronkelijke verhaal heel heeft gelaten. Persoonlijk denk ik wel dat ze het fantasiewereldje van Kees een beetje teveel in goede banen heeft willen leiden. Ook de beroemde zwembadpas wordt een beetje afgevlakt, maar wil je een jong publiek bereiken dan is het wel goed dat ze dit gedaan heeft. De wereld van Kees in 1923 is niet de wereld van nu. Er was toentertijd alleen school, buiten spelen en het vaak vrije sobere leven thuis, er was weinig afleiding. Jongeren van nu zullen niet begrijpen wat Kees bezielde als hij weer eens wegdroomde over idealen die nu niet meer zo bijzonder zijn als toen. Tiny Fisscher heeft dat goed aangevoeld en een knap stukje werk geleverd. Dankzij deze bewerking is het boek veel meer gericht op de huidige tijd en de huidige lezer.

En nu maar hopen dat jongeren het boek oppakken en lezen, want daar is het tenslotte allemaal om begonnen.

ISBN 9789402600117
Paperback 352 pagina's
Aerial Media Company B.V., september 2014
leeftijd 10+

© Dettie, 7 oktober 2014

Bladzijde 345 &346 herschreven met bijvoeglijke naamwoorden toegevoegd

Memorabele passage
'Ja toch,’ zei hij plagerig.
‘O, in maart zeker?’
‘Nee, morgen.’
‘Ja hoor, vast.’
‘Geloof het dan niet. Vanaf maandag ga ik werken.’
‘Maandag?’
‘Ja, op het mooie kantoor. Jongste en nieuwe bediende natuurlijk. Dat grote theekantoor waar ik steeds naartoe moest, je weet wel.’
‘Stark & Co.’
‘Ja een groot, prachtig bedrijf, altijd druk. Het is echt een goed en leuk baantje.’
Even bleven ze zwijgend staan.
‘Nou, en in maart ga ik,’ zei Rosa toen.
‘Ja, ik ga eerder maar ik ben dan ook de slimmere oudste, zo gaat dat.’
Ze keek hem aan.
‘Zeg.’
‘Ja.’
‘Nou weet ik dat ik gelijk had.’
‘Wat bedoel je?’
‘Vanmiddag.’
‘Wat vanmiddag?’
Ze bleef staan, hield zijn warme hand vast en kwam nog wat dichterbij.
‘Ik zag het wel.’
Hij wendde zijn vuurrode hoofd af en staarde over de prachtige gracht, zonder iets te zien.
‘Je zat zo verdrietig,’ fluisterde ze. ‘Je zat een beetje te huilen.’
‘Nietwaar,’ probeerde hij te zeggen. Uit alle boze macht probeerde hij dat nare gevoel waar hij de hele leuke middag al tegen gevochten had en dat nu door haar zachte lieve woorden weer naar boven kwam, weg te slikken. Voorheen zou hij boos zijn geworden als iemand zoiets had beweerd. Maar ze had gelijk.
‘Fijnerd, lieverd!’ hoorde hij haar zeggen. Hij voelde een liefkozende arm om zijn dik geworden hals en haar tedere lippen op zijn betraande wang en ze kuste hem vlak naast zijn hunkerende mond, twee, drie keer.
‘Pas op, val niet,’ zei hij stuntelig en voordat hij er erg in had, hield hij haar vast. Huilde zij ook?

Ineens duwde ze hem van zich af. Hij liet haar los en ze vluchtte weg. Hij keek haar na tot hij haar de grote Reestraat in zag hollen. Ze keek niet om.

Hij snikte hardop, maar hij knikte haar toch lachend toe – net alsof ze wel had omgekeken en ze zijn betreurde gezicht vanuit de verte nog zou kunnen zien. Toen draaide hij zich om en begon naar zijn kleine huis te lopen. Eerst langzaam en dromerig, maar algauw was het alsof hij de draaiorgel muziek hoorde - blije, galmende, frisse muziek, vrolijke, hoge marsklanken waren het. Hij verstevigde zijn langzame pas en op de snelle maat van de juichende, jubelende tonen die in hem klonken stapte hij over de gure, donkere gracht. De vrolijke muziek daverde in zijn drukbezette hoofd, en het leek alsof hij een overwinnend, glorierijk leger aanvoerde, trots zeker en gelukkig. De wandelende mensen die hem voorbijgingen, wisten niet dat daar een zelfverzekerde jongen liep die, nu hij eenmaal begonnen was, álles zou kunnen. Ze dachten dat het maar om een gewone, normale jongen ging, een saaie jongen zonder boeiende geschiedenis nog, een simpele jongen die daar zomaar liep…

Bronnen

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.