ADVERTENTIE
Open Avond = ontdekken of jij hier past Leren is keuzes maken. Continu blijven zoeken, twijfelen, vallen en opstaan. Dát leren, dat leer je bij Hogeschool Inholland. Tijdens onze Open Avond op woensdag 30 oktober staan onze studenten en docenten klaar om al je vragen te beantwoorden. Kom langs en ontdek of jij hier past.

Meer info!

1.            Titelbeschrijving
Schrijver: Theo Thijssen
Titel: Kees de jongen
Ondertitel: niet aanwezig
Uitgeverij en plaatsnaam: Athenaeum----Polak & Van Gennep, Amsterdam
Jaar van eerste druk: 1923
Jaar van gelezen druk: 2003

2.            Beknopte samenvatting van de inhoud 314 woorden
Kees Bakels is geboren in 1900 en is in het verhaal een 12-jarige jongen die in groep 8 van de basisschool zit. Kees komt uit een arm gezin, een van de lagere klassen. Hij woont in Amsterdam samen met zijn vader, moeder, zusje en broertje. Zijn vader is een schoenmaker, hij heeft zijn eigen schoenenwinkel. Kees is een ‘gewone’ jongen met veel fantasie. Er komt een nieuw meisje in Kees’ klas, Rosa Overbeek, zij komt uit een hogere klasse. Kees’ vader wordt ziek, waardoor Kees veel klusjes moet doen. Kees moet bijvoorbeeld naar de apotheek om medicijnen te halen, hierdoor komt hij vaak te laat op school. Kees fantaseert veel over Rosa, maar hij durft haar niet aan te spreken. Zo fantaseert hij bijvoorbeeld dat hij namens de hele klas briefjes mag bezorgen bij haar thuis. Het gaat erg slecht met de schoenenwinkel, waardoor de familie Bakels ergens meer geld moet zien te verdienen. Ze besluiten om een kamer te verhuren aan Juffrouw Dubios. Ondertussen gaat het steeds slechter met Kees’ vader, uiteindelijk overlijdt hij. De schoenenwinkel moet worden verkocht en de familie Bakels moet verhuizen naar een kleinere woning. Juffrouw Dubios verhuist ook mee, ondanks dat het huis kleiner is. Het gezin wordt steeds armer en moeder Bakels moet tot laat in de avond werken om rond te kunnen komen. Kees merkt dat het slechter gaat en voelt zich nu ook verantwoordelijk, omdat hij de oudste jongen is thuis. Hij besluit een baantje te nemen om wat geld te verdienen. Kees heeft het erg zwaar, omdat hij nu werkt maar ook nog op school zit. Na een tijdje merkt hij dat hij dit niet langer meer kan en besluit hij te stoppen met school. Kees voelt zich erg eenzaam en lucht zijn hart bij Rosa. Rosa sloeg haar arm om Kees heen en zoende hem. Hierdoor voelde Kees zich als een échte overwinnaar.

3.            Verhaalanalyse
De rol en ontwikkeling van de belangrijkste personages:

  • Kees Bakels is een 12-jarige jongen, later in het boek wordt hij 13 jaar. Kees heeft lichtbruin haar en blauwe ogen, Kees kan hard rennen. Op school is Kees een van de oudste jongens, hij is ook erg beleefd. Kees heeft een grote fantasie waardoor hij vaak zijn fantasie en de realiteit niet goed kan scheiden. Kees vindt het erg belangrijk dat iedereen hem aardig vindt. Zijn grootste doel is om beroemd te worden en samen met Rosa Overbeek te zijn. Toen zijn vader overleed, besloot Kees te stoppen met school zodat hij het gezin kon onderhouden.
  • Jan Bakels is de vader van Kees, hij is ongeveer 50 jaar oud. Jan is een harde werker en geeft veel om zijn kinderen. Hij geeft zijn kinderen vaak wat ze willen, ondanks dat ze vrij arm zijn. Jan werd in het begin van het boek al ziek, maar na een tijdje ging het wat beter. Uiteindelijk wordt hij tóch weer ziek en overlijdt hij.
  • Rosa Overbeek kwam wat later in Kees’ klas, zij kwam van een rijk instituut. Rosa is een erg afstandelijk en rustig meisje, zij zit meestal alleen. Rosa is 12 jaar, heeft lang blond haar en is erg verlegen. In het begin ziet zij Kees niet zitten, maar later in het verhaal wel.

De setting:

  • Het verhaal speelt zich af tussen 1912 en 1913. Het verhaal wordt in 1 jaar tijd verteld.
  • Het verhaal speelt zich af in Amsterdam, maar wel op verschillende plaatsen. Het verhaal speelt zich af in en rondom Kees’ huis. Verder ook bij Kees op school, bij zijn opa en oma thuis en bij zijn oom en tante thuis.

De tijd, motieven, hoofdmotief en verhaallijnen:

  • De vertelde tijd is ongeveer 1 jaar in een verteltijd van 352 bladzijdes.
  • Het verhaal wordt chronologisch verteld. Er komen echter wel 2 flashbacks in voor.
  • Het belangrijkste motief (of hoofdmotief) is Kees zijn fantasie. Andere motieven zijn: liefde, dood en het grote verschil in verschillende klasse.

De vertelinstantie(s):

  • In dit verhaal is er sprake van een auctoriale vertelinstantie. Je kunt echter alleen de gedachtes van Kees lezen, niet van de andere personages.

Titelverklaring en mottoverklaring:

  • De titel van het boek is Kees, de jongen. Het boek gaat over Kees, daarom heet het boek ook ‘Kees de jongen’. Kees was een ‘gewone’ jongen uit die tijd, vandaar dat er ook ‘de jongen’ staat.
  • Het motto is: “Tous les enfants ont des imaginations héroïques: ils se voient accomplissant des actions d’éclat qui leur valent la reconnaissance et l’admiration publiques.
    Léon Frapié, Les contes de la guerre.». De vertaling hiervan is: «Alle kinderen hebben heldhaftige fantasieën. Zij zien zichzelf heldendaden verrichten, die hun erkenning en bewondering van hun omgeving bezorgen.”

4.            Plaats in de literatuurgeschiedenis en informatie over de schrijver

  • Het boek is geschreven in 1923, dus dit boek hoort bij de ‘Nieuwe Zakelijkheid’. Een kenmerk voor de ‘Nieuwe Zakelijkheid’ is dat er scherpe tegenstellingen zijn. Een voorbeeld hiervan is Kees en Rosa. Kees is een arme jongen, maar Rosa is een van de rijkere meisjes. In het boek is er ook weinig plaats voor gevoel en de zinnen zijn kort. Het boek bevat ook geen mooischrijverij of versieringen. Het boek is typerend voor de tijd waarin het geschreven is.
  • “Theodorus Johannes (Do) Thijssen werd op 16 juni 1879 geboren in Amsterdam. Thijssen was een Nederlandse schrijver, onderwijzer en socialistisch politicus. Kees de jongen is zijn bekendste boek. Als kind van een schoenmaker kende Thijssen het Amsterdamse middenstandsmilieu rondom de eeuwwisseling uit eigen ervaring. De familie had het niet breed, en Thijssen kon uiteindelijk na een zwaar toelatingsexamen met een rijksbeurs naar de Rijkskweekschool voor onderwijzers in Haarlem. In 1897 richtte hij het tijdschrift Baknieuws, Weekblad van den Nederlandschen Kweekeling op. Na voltooiing van zijn opleiding was Thijssen van 1898 tot 1921 onderwijzer op diverse openbare lagere scholen in Amsterdam-Oost. Thijssen overleed op 23 december 1943 in Amsterdam.” 1

4.            Plaats in de literatuurgeschiedenis en informatie over de schrijver

  • Het boek is geschreven in 1923, dus dit boek hoort bij de ‘Nieuwe Zakelijkheid’. Een kenmerk voor de ‘Nieuwe Zakelijkheid’ is dat er scherpe tegenstellingen zijn. Een voorbeeld hiervan is Kees en Rosa. Kees is een arme jongen, maar Rosa is een van de rijkere meisjes. In het boek is er ook weinig plaats voor gevoel en de zinnen zijn kort. Het boek bevat ook geen mooischrijverij of versieringen. Het boek is typerend voor de tijd waarin het geschreven is.
  • “Theodorus Johannes (Do) Thijssen werd op 16 juni 1879 geboren in Amsterdam. Thijssen was een Nederlandse schrijver, onderwijzer en socialistisch politicus. Kees de jongen is zijn bekendste boek. Als kind van een schoenmaker kende Thijssen het Amsterdamse middenstandsmilieu rondom de eeuwwisseling uit eigen ervaring. De familie had het niet breed, en Thijssen kon uiteindelijk na een zwaar toelatingsexamen met een rijksbeurs naar de Rijkskweekschool voor onderwijzers in Haarlem. In 1897 richtte hij het tijdschrift Baknieuws, Weekblad van den Nederlandschen Kweekeling op. Na voltooiing van zijn opleiding was Thijssen van 1898 tot 1921 onderwijzer op diverse openbare lagere scholen in Amsterdam-Oost. Thijssen overleed op 23 december 1943 in Amsterdam.” 1

1) https://nl.wikipedia.org/wiki/Theo_Thijssen

5.            Eindoordeel

Ik vond het boek erg verassend, omdat ik nog nooit zo een ‘oud’ boek heb gelezen. In het begin had ik hier wel moeite mee, omdat het taalgebruik erg moeilijk is. Na een tijdje wen je hier wel aan, dan is het ook makkelijker lezen. Het boek vond ik ook erg mooi, vooral omdat Kees altijd zijn best blijft doen. Een voorbeeld van het feit dat kees altijd zijn best doet: “Moe zag kees. Hij kon ineens niet spreken van angst: z’n moeder tilde-n-‘m op en gaf hem een zoen; een snik ging door haar hele lichaam. Toen duwde ze hem ’t gangetje door, naar de keuken.
‘Gauw ijs halen, hier, hier is een emmer. Een kwartje ijs, je weet wel, over de brug.’
Kees pakte de emmer en droeg hem zó, dat-ie niet rinkinkte. Hup, de deur al uit, de brug al op…
Terug kon-ie niet zó hard lopen, want er was één groot brok ijs dat aldoor uit de emmer wou glibberen. Aan de deur stond z’n moeder al om de emmer over te nemen; ze gaf Kees ’n papiertje, receptje herkende hij. Kees was alweer weg” – pagina 26 en 27.

Kees is één van de belangrijkste personages in dit boek en hij handelt erg goed. Hij stribbelt nooit tegen en doet alles wat hem gevraagd wordt. Verder heeft hij ook nooit slechte bedoelingen en wilt hij alles graag goed doen. In het voorbeeld hierboven kun je eigenlijk al zien dat Kees zijn best doet. Hij moest ijs halen voor zijn zieke vader, dat heeft hij ook meteen gedaan. Daarna moest hij gelijk medicijnen halen bij de apotheek, dit deed hij ook zonder enige twijfel.

Het boek zit logisch in elkaar, het verloopt ook vrijwel chronologisch. Kees is een ‘gewone’ jongen die naar school gaat. Zijn vader werd ziek, waardoor Kees wat meer klusjes kreeg. Toen het weer wat beter met zijn vader ging, kreeg Kees minder klusjes. Kees wordt verliefd op Rosa Overbeek, uiteindelijk krijgt hij ook ‘iets’ met haar. Kees’ wordt tóch weer ziek en overlijdt. Kees voelt zich verantwoordelijk voor het inkomen en besluit te gaan werken. Dit zijn verschillende stukjes van het boek, daarom is het lastig om één stukje te kunnen citeren.

Ik denk niet dat dit boek voor vernieuwing zorgt, omdat het eigenlijk een simpel verhaal is over een ‘gewone’ jongen. Er gebeuren niet echt bijzondere dingen die voor vernieuwing zouden kunnen zorgen.

In het begin raakte dit boek mij totaal niet, omdat Kees een ‘gewone’ jongen was voor in die tijd. Na een tijdje merkte ik wel dat ik een soort van band opbouwde met Kees. Het boek raakte mij vooral op het moment dat Kees’ vader overleed.
“ ‘Slapen ze?’ Vroeg-ie fluisterend.
Kees deed dadelijk zijn ogen dicht.
‘Ja,’ fluisterde tante, ‘hoe is ‘t?’
‘Afgelopen,’ zei oom schor en Kees hoor hem snikken.
‘Ach god,’ zei tante. En Kees hoorde ook haar snikken.
Hij lag er wonderlijk kalm; maar wel was zijn aandacht erg gespannen: wat zou oom bedoelen toch; wát was er afgelopen? – pagina 240

Ik denk dat dit boek niet écht een belangrijke boodschap heeft, maar dat de schrijver vooral wilde laten zien hoe het leven van een ‘gewone’ jongen in die tijd was. Ik vind eigenlijk dat dit verhaal als een soort biografie is geschreven.

De stijl en formulering zijn voor mij wel bijzonder. Ik denk dat dit vooral komt omdat ik hiervoor nog nooit een ‘oud’ boek heb gelezen. Een voorbeeld: "Blieft U, mevrouw?"
" 'k Wou meneer even spreken"
"Meneer de Boer zeker?"
"Ja, het hoofd van de school hier."
"O ja, mevrouw, dat is meneer de Boer. Wacht u hier maar even, ik zal meneer roepen."
Ze knikte vriendelijk, en kwam het portaaltje in.
Kees, om te tonen hoe volkomen hij op z'n gemak was, liep zachtjes neuriënd weg. Ze zou wel nieuwsgierig wezen, wat dát voor een nette jongen was... – pagina 162 en 163.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.