Motieven

Traumatische gebeurtenissen

Beide hoofdpersonen, Bernard Buffon en Jeanne Bitor, hebben minderwaardigheidscomplexen. Deze zijn ontstaan door een aantal gebeurtenissen in de levens van de personen die op zichzelf weer zijn ontstaan door hun uiterlijk. Bij Bernard vonden deze traumatische gebeurtenissen (vooral) plaats in zijn jeugd en bij Jeanne kwamen deze zowel in haar jeugd als in haar volwassen leven voor. Ook waren de gebeurtenissen een aanleiding voor de obsessies van Jeanne en Bernard. Ze spelen dus een grote rol in het boek.

Bernard is gepest vanwege zijn zwaarlijvigheid. In hoofdstuk 5 wordt één incident uit Bernards jeugd gedetailleerd beschreven. Hij wordt na schooltijd op weg naar huis door een groepje jongens gevolgd. Na een tijdje roept één van hen iets naar Bernard en hij begint Bernard met een tak te prikken. Als gevolg hiervan doet het hele groepje jongens mee. Om hem nog meer te vernederen trekken ze zijn broek en onderbroek omlaag. Zo laten ze hem ondersteboven in een ton zakken.

Citaat 1: “Zijn liefde voor Isabelle was begonnen in een tijd dat het enorme volume van zijn lichaam zijn leeftijdgenoten nog verbaasde, irriteerde en uitdaagde.” (Blz. 37)

Citaat 2: “Een van de jongens bukte zich, raapte een tak op uit de berm en prikte ermee in de billen van Bernard. De anderen, hierdoor aangestoken, zochten nu ook een tak, waarna een bende joelende picadors zich op het weerloze slachtoffer stortte.” (Blz. 38)

Na deze pesterij wordt Bernard uit de ton gehaald door een man en zijn dochter. Het meisje vraagt aan haar vader of ze Bernard zullen thuisbrengen. Voordat de vader instemt, bekijkt hij hem bekritiserend of hij wel net genoeg is voor hun verdere hulp, terwijl de jongen zojuist iets heel vervelends heeft meegemaakt. Dit merkt Bernard en opnieuw voelt hij zich minderwaardig.

Citaat 3: “Opnieuw werd Bernard door schaamte overmand; hij voelde zich vies en bezoedeld.” (Blz. 40)

Jeanne leidt een ongelukkig leven door haar lelijkheid. Ze wordt door niemand geaccepteerd vanwege haar uiterlijk. Haar hele leven lang voelt ze zich al lelijk en anderen laten aan haar blijken dat zij dat ook vinden.

Citaat 4: “Geuren die haar terugvoerden naar haar puberteit, toen haar leeftijdgenoten elkaar op zomerse dagen het hof maakten aan de oevers van een naburig meer, terwijl zij zich in badpak al lang niet meer kon vertonen.” (Blz. 33)

Citaat 5: “Ze was nog maagd tegenover de wreedheid en willekeur van anderen met wie Jeanne in de loop der jaren zo vaak en zo hardhandig in aanraking was gekomen.” (Blz. 34)

In de tijd dat ze op een academie in Parijs zat, heeft ze ook te maken gehad met haar uiterlijk. Een tijdje volgde ze de modetrends van die tijd net zoals iedereen deed. Bij Jeanne werd dit echter niet in dank afgenomen (lees citaat 6). Verder stond ze wel eens model voor iemand die haar lelijkheid wilde schilderen (lees citaat 7).

Citaat 6: “Sommigen werden agressief als ze me zagen; ik was iets dat ze wilden beschadigen, vernietigen.’” (Blz. 50)

Citaat 7: “Soms stond ik model voor iemand die de schoonheid van de lelijkheid wilde schilderen zoals… de schoonheid van rimpelige oudjes en ruïnes.’ Ze lachte bitter.” (Blz. 76)

In hoofdstuk 10 wordt een incident beschreven uit Jeannes jeugd. Een vriend van haar broers verblijft een tijdje bij hun en op de laatste avond van zijn verblijf gaat hij naar een feest van de studentenvereniging. Hij vertelt dat hij geen vriendin heeft om mee te nemen waarop één van de broers van Jeanne antwoordt dat hij Jeanne wel kan meenemen. De vriend schrikt en verslikt zich hevig. Dit stopte pas na een lange tijd door op zijn rug te kloppen en water te drinken. Jeanne is zelf heel erg geschrokken en wijt het voorval aan haar lelijkheid.

Citaat 8: “Mijn lelijkheid wordt nog iemands dood, dacht ik, ik heb het boze oog.’” (Blz. 75)

Minderwaardigheidscomplex

Zoals al eerder is gezegd hebben Bernard en Jeanne een minderwaardigheidscomplex. Dit hebben ze gekregen door hun verre van ideale uiterlijk.

Jeanne Bitor is een zeer lelijke vrouw, die vindt dat ze geen enkel schoonheidsideaal bezit. Door haar lelijkheid heeft ze een aantal nare dingen meegemaakt. Hieruit is haar minderwaardigheidscomplex voortgevloeid. Als Jeanne over haarzelf praat, is dit in de meeste gevallen negatief.

Citaat 9: “Ik… voldoe aan geen enkele schoonheidsnorm…’” (Blz. 47)

Citaat 10: “Je moet het wel heel slecht met de mensheid voorhebben om iemand zoals ik geboren te laten worden.” (Blz. 51)

Citaat 11: “’Voor een onaantrekkelijke vrouw is kennis de enige redding, de enige manier om te ontsnappen aan de fysieke beperkingen die het bestaan haar oplegt, de enige troost.” (Blz. 71)

In deze drie citaten praat Jeanne verbitterd over haar wanstaltige uiterlijk. Nadat Jeanne de zin uit citaat 9 tegen Isabelle heeft gezegd, probeert deze haar op te beuren door positief over het uiterlijk van Jeanne te praten. Jeanne haalt dit echter allemaal onderuit door al de lelijke punten van haar lichaam te tonen. Hierin draaft ze zo ver door dat ze haar uiterlijk zeer belachelijk maakt.

De andere hoofdpersoon, Bernard Bitor, is een zwaarlijvige man. Dit komt niet door veel te eten, maar zijn schildklier functioneert niet goed. Ook zijn minderwaardigheidscomplex is ontstaan door gebeurtenissen die in het verleden plaatsvonden. Verder denkt hij negatief over zichzelf.

Uit het volgende citaat blijkt dat hij zichzelf ziet als een diep gezonken persoon en uit citaat 5 blijkt dat Bernard zijn eigen lichaam als een object geschouwd.

Citaat 12: “aan de andere kant heerste er in hem een in deze situatie ongepaste vredigheid, een serene kalmte die soms iemand die niet dieper kan zinken of niets meer te verliezen heeft, plotseling overvalt.” (Blz. 39)

Citaat 13: “dit lichaam, dit object,” (Blz. 37)

 Obsessie

Hun lelijke uiterlijk heeft nog iets teweeg gebracht in het leven van Jeanne en Bernard, namelijk een obsessie.

Bernard heeft door het voorval dat is besproken bij het motief ‘traumatische gebeurtenissen’ een obsessie gekregen voor Isabelle. Het meisje waarover wordt gesproken is namelijk de jonge Isabelle. Zelf noemt hij het liefde.

Citaat 14: “Sinds zijn jeugd koesterde hij een oprechte, onbaatzuchtige liefde voor haar.” (Blz. 35)

De volgende citaten laten echter goed zien dat zijn ‘liefde’ meer naar een obsessie neigt.

Citaat 15: “Diezelfde onvolkomenheid bespeurde hij ook bij zichzelf, sinds hij moest leven zonder de geruststellende zekerheid dat ergens op deze planeet Isabelle Amable in goede gezondheid rondliep.” (Blz. 35)

Citaat 16: “Jaren later, toen haar roem tot in het dorp was doorgedrongen, legde hij een plakboek aan met krantenknipsels en reed voor iedere nieuwe film waarin zij meespeelde naar de bioscoop in een naburig stadje, avond aan avond, de hele week dat de film draaide.” (Blz.35)

Later slaat zijn obsessie voor Isabelle om naar een obsessie voor Jeanne: een andere onbereikbare vrouw.

“De koningin van de dag had haar troon afgestaan aan de koningin van de nacht. Het leek of Isabelle het estafettestokje aan Jeanne had doorgegeven.” (Blz. 123)

Jeanne heeft niet een enkele obsessie, maar ze heeft er meerdere.

Ten eerste heeft ze een obsessie voor vergankelijkheid. De vergankelijkheid vereeuwigde zij dan ook met een serie schilderijen, zodat het proces van de aftakeling duidelijk te zien was.

Citaat 17: “Sinds haar moeder, gestikt in bloed en slijm, haar alleen had achtergelaten in een huishouden van mannen, was ze vervuld van alles wat met verval, vergankelijkheid, de dood te maken had.” (Blz. 13)

Citaat 18: “In de herfst, als alles afstierf, bloeide zij op. Wanneer ze de geur van rottend blad, beschimmelde houtstronken en paddestoelen opsnoof stroomden de levenssappen in versneld tempo door haar lichaam.” (Blz. 13)

Jeanne vond dat er nog een mens in haar collectie van schilderijen miste en vanwege Isabelles schoonheid. Ze wil haar graag langzaam zien aftakelen (dit heeft ook te maken met een andere obsessie).

Citaat 19: “Die vage overgang van gaafheid naar verval – waar het haar om te doen was –“ (Blz. 23)

Daarnaast heeft ze een obsessie voor wraak nemen. Jeanne vindt haar uiterlijk onmenselijk en ze wil wraak nemen op de schoonheid. Isabelle is hier de perfecte personificatie voor: zij is volmaakt en ze wordt aanbeden door het volk. Dit is het tegenovergestelde van Jeanne: zij is mismaakt en laat een eenzaam leven, omdat iedereen haar mijdt vanwege haar afstotelijkheid. Door Isabelle als model te nemen voor haar schilderijen neemt ze gelijk wraak aangezien Isabelle langzaam zal aftakelen en dus langzaam lelijk zal worden.

Citaat 20: “Wat was Isabelle bevoorrecht! Het was hoog tijd dat er aan deze wanverhouding een eind kwam. Eindelijk rechtvaardigheid!” (Blz. 34)

Citaat 21: “Hoe ellendiger Isabelle’s leven bleek te zijn geweest, hoe meer Jeanne opfleurde.” (Blz. 60)

Als laatste krijgt ze een obsessie voor Isabelle. Naarmate de tijd verstrijkt, stelt Isabelle zich kwetsbaar op en ze vertelt Jeanne haar intiemste geheimen, tenminste dat is wat Jeanne denkt. Ze voelt zich een nieuw mens en ze voelt zich eindelijk gelukkig en niet meer eenzaam. Ze ziet zichzelf en Isabelle als twee vriendinnen en ze bidt dat Isabelle bij haar blijft wonen uit vrije wil.

Citaat 22: “Als oude vriendinnen zaten ze onder de appelboom,” (Blz. 79)

Citaat 23: “Ik geef haar de helft van het huis, van het land, ik geef haar… alles. Als ze maar blijft.” (Blz. 81)

Het thema

Uiterlijke onvolkomenheden kunnen tot innerlijke onvolkomenheden leiden.

In het boek staat het (onvolmaakte) uiterlijk heel centraal: de obsessies van Jeanne en Bernard zijn hier immers door ontstaan. Door hun verre van volmaakte uiterlijk (uiterlijke onvolkomenheden) zijn er innerlijke onvolkomenheden ontstaan, zoals de obsessies. Maar ook de minderwaardigheidscomplexen, die zijn ontstaan door de traumatische gebeurtenissen, zijn indirect het gevolg van hun uiterlijke onvolkomenheden.
In het boek komt heel duidelijk naar voren wat schoonheid, of beter gezegd de afwijkende ‘schoonheid’, met de mens van binnen doet. Dit is de rode lijn in het verhaal.

Motto

Een motto ontbreekt in het boek.

Titelverklaring

De titel is vernoemd naar de persoon van de obsessies van de twee hoofdpersonen: Isabelle. Deze naam wordt heel vaak in het boek genoemd, bijvoorbeeld in de allereerste zin van het boek:

Citaat 24: “Isabelle” (Blz. 5)

De opbouw

Titels van de hoofdstukken en delen

Het boek is niet verdeeld in verschillende delen en er zijn geen titel voor de hoofdstukken gebruikt, maar er zijn cijfers gebruikt.

Opening van het boek

Hoofdstuk 1 is eigenlijk een kleine inleiding van het boek. Je leest over de verdwijning van een filmster genaamd Isabelle Amable. Dit vond ergens in de jaren tachtig plaats. Zij verdween in Auvergne, een streek in Frankrijk. Hierna werden er grote zoekacties gehouden en verschillende mensen werden ondervraagd, maar het leverde niks op. Verder wordt er verteld dat de media verschillende roddels verzonnen. Ten slotte lees je dat de politie de zoekacties hebben gestaakt en waarom, maar dat er wel één man, Bernard Buffon, doorgaat met zoeken.

Slot van het boek

Het slot van het boek gaat weer over een verdwijning: dit keer van Jeanne Bitor, de ontvoerster van Isabelle. De obsessie van Bernard voor Isabelle is veranderd in een obsessie voor Jeanne, een andere onbereikbare vrouw. Nu weer, nadat de politie gestopt is met zoeken, blijft Bernard doorzoeken naar de verdwenen vrouw. Dit speelt zich een aantal weken af na de ontvoering van Isabelle.

De opening

De opening is in medias res. Je leest over de tijd na de ontvoering van Isabelle, dus je begint niet bij haar ontvoering. Het eerste hoofdstuk is dus een soort korte samenvatting van wat zich de afgelopen tijd (in het boek) heeft afgespeeld.

De schrijfstijl

Tessa de Loo heeft een hele gedetailleerde manier van schrijven. Hierbij maakt ze veel gebruik van bijvoeglijke naamwoorden. De uiterlijke kenmerken van omgevingen en personen worden heel uitgebreid beschreven. Dit is goed te zien aan het volgende citaat dat over het uiterlijk van Bernard gaat.

Citaat 25: “Misschien stond deze metafysische allure van zijn gevoelens niet los van zijn buitenproportionele dikte, waarin zelfs het strengste dieet geen verandering kon brengen omdat zij niet aan vraatzucht maar aan een slecht functionerende schilklier te wijten was. Zijn lichaam was rond, als dat van een duikelaar. Zijn roze huid, altijd onder hoge spanning, glom: zijn ogen lagen ingebed tussen zware oogleden en dikke wangen. Op zijn korte neus rustte een brilletje dat, bij gebrek aan een duidelijk geprononceerd mannelijk neusbeen, voortduren naar beneden gleed, zodat hij het door een samentrekkende beweging van de neus weer omhoog moest duwen.” (Blz. 36)

Verder ‘plakt’ ze veel zinnen aan elkaar vast zonder voegwoorden. Dit zorgt dat je het vluchtig leest, wat spanning oplevert.

Citaat 26: “Hij breidde zijn territorium uit, strompelde door de bergen, daalde af in kloven, tuurde met samengeknepen, bijziende ogen naar een beek die in de diepte, tussen loodrechte wanden, stroomde.” (Blz. 63)

Wat ik verder erg vond opvallen, waren drie verwijzingen naar de klassieke Oudheid.

Citaat 27: “overjarige Dionysus” (Blz. 26)

Citaat 28: “Hij had haar als een Orpheus uit de onderwereld gehaald.” (Blz. 110)

Citaat 29: “tantaluskwelling” (Blz. 111)

Het boek was niet lastig om te lezen aangezien de schrijfster niet veel gebruik maakte van moeilijk woorden. Dit maakt dat je het boek snel uit hebt.

De ruimte/plaats

Het verhaal speelt zich af in de Franse streek Auvergne. Het verhaal speelt zich voornamelijk af in het afgelegen huis van Jeanne Bitor en het café “La Truite Dorée” waar Jeanne werkt en waar Bernard regelmatig klant is.

De tijd

Het verhaal speelt zich in de jaren tachtig af. Dit is op te maken uit de eerste drie woorden van het boek (Citaat 30: “Niet lang geleden” (Blz. 5))en uit de laatste cursieve woorden van het boek (Citaat 31: Amsterdam, 30 november 1988 – 2 juni 1989” (Blz. 123)), de tijd waarin de schrijfster het boek heeft geschreven.
Het verhaal is niet-chronologisch verteld. Een aantal flashbacks onderbreekt het verhaal.
Het verhaal speelt zich af in ongeveer een maand tijd.

Het perspectief

Verteller

Je bekijkt het verhaal vanuit een alwetende verteller. Deze geeft niet heel duidelijk commentaar op het verhaal en soms lijkt het zelfs of je het verhaal vanuit Jeanne of Bernard bekijkt.

Perspectief

De alwetende is gebruikt in het boek “Isabelle”. Deze bekijkt het leven van twee verschillende personen, Jeanne en Bernard. Vaak lijkt het wel of je vanuit deze personen leest.

Vertelmanier

De vertelmanier die wordt gebruikt in het boek is showing. Er wordt erg uitgebreid en gedetailleerd verteld, vooral de beschrijvingen van uiterlijke kenmerken van personen en omgevingen. Dit maakt dat het verhaal realistischer wordt en dat de lezer wordt meegetrokken met het verhaal.

Tijdsperspectief

Het tijdsperspectief dat wordt gebruikt is vision avec. Er wordt niet door iemand teruggekeken op het hele verhaal.

De personages

Jeanne Bitor

Jeanne Bitor is een qua uiterlijk mismaakte vrouw die erg negatief in het leven staat. Door haar uiterlijk, dat bepaalde gedragingen en gebeurtenissen met zich meebracht, is ze erg verbitterd en eenzaam. Ze ziet haar uiterlijk als onmenselijk en ze heeft een erg groot minderwaardigheidscomplex. Verder heeft ze verschillende obsessies. Ze heeft een obsessie voor vergankelijkheid. Deze obsessie komt ook terug in een andere obsessie: wraak op de schoonheid. Ze wil wraak nemen op de schoonheid, want de schoonheid maakt dat zij lelijk is (Citaat 32: “’Dank zij de schoonheid ben ik lelijk.’” (Blz. 47)). Door Isabelle Amable, haar personificatie van de schoonheid, langzaam af te laten takelen en dit proces te schilderen neemt zij wraak. Toch heeft Jeanne ook een menselijke kant. Deze komt goed naar voren als ze Isabelle begint te vertrouwen. Dit vertrouwen wordt echter geschaad, zoals al haar vertrouwen in de mens, als ze er achter komt dat het vertrouwen op een leugen gebaseerd is.

Bernard Buffon

Bernard is een dikke man met het hart op de goede plek. Hij compenseert zijn uiterlijk door vriendelijk en behulpzaam te zijn. Verder leidt hij niet een erg gelukkig leven. Ook Bernard is geschaad door zijn uiterlijk en hij heeft door één van de traumatische gebeurtenissen uit zijn verleden een obsessie gekregen voor Isabelle Amable. Later slaat deze obsessie om naar een obsessie voor Jeanne.

Isabelle Amable

Isabelle Amable is een Franse filmster. Je komt niet veel meer over haar te weten dan dat ze heel erg mooi is en dat ze een luxe leven leidt. Isabelle is een obsessie voor beide hoofdpersonen.

Spanning

Er is een duidelijke spanning in het boek. Dit komt door de ontvoering en uithongering van Isabelle. Je wilt weten of ze ontsnapt of dat ze misschien wel verhongert.
Verder verwacht je dat Isabelle en Jeanne een goede band opbouwen, maar dan kom je er achter dat Isabelle heeft gelogen tegen Jeanne. Jeanne is woedend en je vraagt je af of ze nog een keer wraak wil nemen. Opeens krijgt het verhaal een andere wending, doordat Isabelle zichzelf heeft opgehangen. Jeanne vlucht en je denkt dat het verhaal is afgelopen… Maar dan kom je er plots achter dat het allemaal een valstrik was van Isabelle.
Het boek is dus vooral spannend, omdat er een aantal vermoedens ontstaan die niet waar blijken te zijn.

Relatie met de werkelijkheid

Autobiografisch gehalte

Het verhaal in het boek heeft geen relatie met het leven van de schrijfster.

Gebaseerd op ware gebeurtenissen

De roman is niet gebaseerd op ware gebeurtenissen.

Realiteitsgehalte

Het verhaal is deels geloofwaardig en deels niet.
De kern van het verhaal (het thema) is ze realistisch. Er zijn veel mensen die door hun uiterlijk innerlijke onvolkomenheden krijgen. Ze worden bijvoorbeeld onzeker of ze krijgen een afkeer van mooie mensen.
Wat ik minder realistisch vond, was dat zowel Isabelle als Jeanne niet gevonden worden bij de zoekacties. Ik vond het vooral vreemd dat Isabelle niet gevonden werd aangezien ze nog heel dicht in de buurt was. Dat Bernard, een leraar, haar dan wel vindt, terwijl de politie haar niet heeft gevonden, is ook verre van geloofwaardig.

Plaats in de literatuurgeschiedenis

De roman “Isabelle” is literatuur uit de twintigste eeuw.

Samenvatting

De mooie, Franse filmster Isabelle Amable is een tijdje op vakantie bij haar ouders in de streek Auvergne. Dagelijks maakt ze een wandeling naar een meer in de bergen. Hier zwemt ze en na het zwemmen ligt ze in de zon om te drogen. Op een dag verdwijnt Isabelle spoorloos na haar tripje naar het meer. Ze blijkt ontvoerd te zijn door Jeanne, een bewoner van de streek en barvrouw in het café La Truite Dorée…

Jeanne is een ontzettend lelijke vrouw. Jeanne heeft al van kinds af aan een fascinatie voor vergankelijkheid. Alles wat sterft vindt zij interessant. Ze maakt hierom ook reeksen schilderijen van dieren in ontbinding. In haar verzameling mist ze alleen nog het vervalproces van een mens.
Sinds haar jeugd heeft ze al te maken met bepaalde, negatieve gebeurtenissen en gedragingen van mensen die haar uiterlijk bij hen oproept. Dit heeft veroorzaakt dat Jeanne een minderwaardigheidscomplex heeft en dat ze eenzaam en negatief in het leven staat. Ze is woedend op de schoonheid, want de schoonheid maakt dat zij lelijk is. Daarom wil ze wraak nemen op de schoonheid. Dit doet ze door Isabelle te ontvoeren, te laten verhongeren en haar aftakeling vast te leggen in een reeks schilderijen. Isabelle is namelijk voor Jeanne de personificatie van de schoonheid.

In de streek Auvergne woont Bernard Buffon, een leraar met het hart op de juiste plaats. Vanwege zijn schildklierafwijking is Bernard al zijn hele leven dik geweest. Ook zijn uiterlijk heeft bepaalde gebeurtenissen en gedragingen opgeroepen bij kinderen in zijn jeugd. Hij is erg gepest en getreiterd. Op een dag helpt Isabelle hem na één van de pesterijen en sindsdien bewondert Bernard haar zeer. Hij raakt geobsedeerd door haar en hij kan zich dan ook niet neerleggen bij haar onopgeloste verdwijning. Hij besluit om Isabelle zelf te gaan zoeken.

Ondertussen houdt Jeanne de filmster gevangen in haar kelder. Isabelle slaapt op een bed van strobalen en elke dag moet ze een aantal uur naakt poseren voor Jeanne. Deze geniet van Isabelles aftakeling. Isabelle krijgt nog maar net genoeg eten om te blijven leven. Langzaamaan wint Isabelle het vertrouwen van Jeanne door haar persoonlijke geheimen te vertellen over haar jeugd. Ze vertelt dat haar vader overleden zou zijn toen Isabelle drie jaar was. Ook zou haar stiefvader Isabelle misbruikt hebben vanaf haar twaalfde. Zo komt Jeanne erachter dat Isabelle helemaal geen perfect leven heeft geleid. Verder stelt Isabelle Jeanne vragen, intieme vragen. Hierdoor voelt Jeanne zich na al die jaren weer menselijk en ze krijgt het gevoel dat de twee vriendinnen worden. Vanwege haar vertrouwen in Isabelle stelt Jeanne zich kwetsbaar op en ze vertelt ook een aantal persoonlijke dingen over haarzelf.

Zich nog steeds bezig houdende met de verdwijning van Isabelle spreekt Bernard een moeder van een leerling van hem aan op school. Zij is bevriend geweest met Isabelle vanaf hun jeugd. Bernard komt zo meer te weten over het leven van Isabelle. Dit blijkt echter niet te kloppen met de verhalen die Isabelle verteld heeft. Jeanne komt hier achter, nadat Bernard haar heeft aangesproken in het café. Ze wordt woedend en breekt een glas voor Bernards gezicht. Haar ontdekking zorgt ervoor dat Jeanne Isabelle weer slechter gaat verzorgen. Ook is haar vertrouwen in de mens opnieuw geschaad.

Als Jeanne ’s ochtends naar de kelder gaat, ziet ze dat Isabelle zichzelf heeft opgehangen. Ze is hevig geschrikt en ze verbrandt de schilderijen die ze van Isabelle heeft gemaakt. Hierna verdwijnt Jeanne spoorloos.

Na het gesprek met Jeanne heeft Bernard een raar gevoel overgehouden. Hij vertrouwt het niet helemaal en hij gaat op onderzoek uit door bij Jeanne langs te gaan. Daar aangekomen vindt hij de twee rode schoenen van Isabelle, een bevestiging van zijn vermoedens: Isabelle wordt door Jeanne gevangen gehouden. Verder ziet hij Jeanne buiten een aantal schilderijen verbranden. Zonder gezien te worden sluipt Bernard het huis binnen en kijkt in alle kamers, maar geen teken van Isabelle. Dan gaat hij naar de kelder en ziet dat Isabelle zich heeft opgehangen. Van schrik kan hij zich niet meer bewegen.
Dan blijkt dat Isabelle nog in leven is en Bernard maakt haar los. Het was een filmtruc, een valstrik voor Jeanne. Hierna vluchten ze het huis uit naar het bos.

Als Isabelle van uitputting even moet liggen, komt Bernard in de verleiding haar te betasten. Zijn goedheid weerhoudt hem hier echter van. Hij krijgt echter wel meer begrip voor de mensen die wel over deze grenzen heen gaan; hij heeft immers een duistere plek in zichzelf ontdekt.
Als Isabelle wakker wordt, uit Bernard zijn gevoelens voor haar en hij vertelt haar waarom hij haar is blijven zoeken. Isabelle gaat hier echter nauwelijks op in. Als Bernard zegt dat Jeanne gestraft moet worden, is Isabelle het daar niet mee eens. Ze vindt dat het leven Jeanne al genoeg heeft gestraft.
Bernard is erg verbaasd: Isabelle voelt meer sympathie voor haar ontvoerster dan voor haar bevrijder.

Als Isabelle van uitputting even moet liggen, komt Bernard in de verleiding haar te betasten. Zijn goedheid weerhoudt hem hier echter van. Hij krijgt echter wel meer begrip voor de mensen die wel over deze grenzen heen gaan; hij heeft immers een duistere plek in zichzelf ontdekt.
Als Isabelle wakker wordt, uit Bernard zijn gevoelens voor haar en hij vertelt haar waarom hij haar is blijven zoeken. Isabelle gaat hier echter nauwelijks op in. Als Bernard zegt dat Jeanne gestraft moet worden, is Isabelle het daar niet mee eens. Ze vindt dat het leven Jeanne al genoeg heeft gestraft.
Bernard is erg verbaasd: Isabelle voelt meer sympathie voor haar ontvoerster dan voor haar bevrijder.

Na de terugkomst van Isabelle sterkt ze snel weer aan. Haar familie bedankt Bernard zeer. De zoekacties naar Jeanne leveren niks op en de politie is weer niet in staat de verdwijning op te lossen.

Door de reactie van Isabelle op Bernard en doordat hij een duistere kant van zichzelf heeft ontdekt, slaat zijn obsessie voor Isabelle om naar een obsessie voor Jeanne. Hij blijft zoeken naar Jeanne.    

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.