Het lelietheater door Lulu Wang

Beoordeling 6.2
Foto van een scholier
  • Boekverslag door een scholier
  • 4e klas vwo | 3389 woorden
  • 19 juni 2007
  • 5 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.2
  • 5 keer beoordeeld

Eerste uitgave
1997
Pagina's
495
Geschikt voor
havo/vwo
Punten
3 uit 5
Oorspronkelijke taal
Nederlands
Literaire thema's

Boekcover Het lelietheater
Shadow
Het lelietheater door Lulu Wang
Shadow
ADVERTENTIE
Help nu jouw favoriete goede doel door jouw mening te geven!

Hoe? Heel simpel. Geef je op voor het panel van Young Impact en geef jouw mening over diverse onderwerpen zoals gelijke kansen, diversiteit of het klimaat. Voor iedere ingevulde vragenlijst (+/- 1 per maand) ontvang je een bedrag dat je direct mag doneren aan een goed doel naar keuze. Goed doen was nog nooit zo easy!

Meld je aan!
A. Vaste gegevens boek
· Titel: Het lelietheater
· Auteur: Lulu Wang
· Uitgeverij: verscheen eerder bij Uitgeverij Vasallucci
in 1997, De Boekerij in 2006
· Eerste druk: 1997
· Gelezen druk: 55e druk 2006
· Aantal bladzijden: 495 bladzijden
· Verdeling boek: het boek is verdeeld in 4 delen, er zijn geen echte hoofdstukken
· Titelverklaring: Het lelietheater is de plek waar de hoofdpersoon van het boek haar geleerde lessen vertelde aan de natuur
· Beschrijving voorkant: een waterlelie zie je (+auteurnaam en titel, op de titelpagina van het verslag staat een andere voorkant)

· Opdracht: ???
· Motto: Lulu Wang heeft in het boek bij het begin van elk deel verschillende uitspraken/spreuken (van Chinezen) opgeschreven. Zie na ‘extra info over de auteur
· Uitleg motto: ik weet niet wat die verschillende, uit Chinees vertaalde spreuken betekenen
· Extra info over de auteur:
Ik ben geboren op 22 december 1960, in de staart van het Jaar van de Rat. Volgens mijn oma aan vader’s kant leek ik sprekend op het teken waaronder ik ter wereld werd gebracht: ik was klein, vijf pond in totaal, voorzien van twee, naar Chinese begrippen, kogelronde en druk rollende ogen op zoek naar een kat die beslist ergens op de loer lag en ik schrok van alles wat geluid maakte, zich bewoog en vachtig aanvoelde. Om mij helemaal te kwalificeren voor mijn rattenschap heb ik ook nog eens gestolen.
Ik was vijf (1966). Naast mij, in de slaapzaal van ons kinderweekverblijf sliep een bleekhuidig prinsesje dat ‘De Kleine Vijfde’ heette. Onder haar hoofdkussen waren altijd zuurtjes, lollies en chocolaadjes verborgen, terwijl de rest van ons honderdtal peuters slechts één keer per maand één naar sinasaappel ruikende maar naar synthetisch bedrog smakende suikerklomp kregen. De Kleine Vijfde was het vijfde spruitje van de baas van de vaders van ons bewonertjes. De hoge Partijfunctionaris, in de woorden van de Communistische Partij ‘de nederige slaaf van het leidinggevende volk’, propte elke maandag zijn dochtertje’s jurkzak vol met mondwaterbevorderend lekkers. Op een dag, tijdens het middagdutje dat wij moesten houden van de juf, stak ik mijn magere handjes onder het hoofdkussen van De Kleine Vijfde en pakte een zuurtje. Dat was het hoogtepunt van mijn beloofde zoetigheid, want wat ik daarna proefde was goed zuur. De snoep smaakte als poep in mijn schuldige mond en wat het nog erger maakte was dat ik niet alleen op een rat leek, zo begon ik na dit incident te heten ook! Ratten staan in China bekend als vet- en oliedieven en een van mijn jufs drukte haar wijsvinger op mijn neusje en zei: ‘Hé, ratje, houd dit voor de eerste en de laatste keer dat je met drie handen werkt. Afgesproken?!’ Ze had het niet hoeven zeggen - dat had ik inmiddels zelf ook al door. Stelen was niks voor mij. Hoe aantrekkelijk de snoep onder het kussen van De Kleine Vijfde ook was.

Ik groeide op aan de buitenkant van Beijing, in het woonkwartier van mijn vader’s werkeenheid, tussen betrekkelijk bevoorrechte kinderen van legerofficieren. Behalve dat mijn ogen rond waren en rolden als de alerte kijkers van een rat, leek ik helemaal niet op dat spitssneuzig dier. Ik leek eerder op een tijgertje. Wild als een jongetje (nette meisjes in China behoorden niet snel te lopen, terwijl ik vloog) en nieuwsgierig als een jonge ezel. En vooral mijn stem was niet schril en geknepen als een welopgevoed meisje - ik brulde vaker dan dat ik praatte. In de oren van de andere kinderen dan. Als ik alleen was, sprak ik zacht en teder tegen mezelf. Ik verzon verhalen en vertelde ze in geuren, kleuren en gebaren aan mijzelf. Als het enige kind van mijn ouders voelde ik me vaak eenzaam. Ik moest wel verhalen verzinnen om de eenzaamheid te verdunnen.
Op mijn elfde (1973) debuteerde ik met mijn eerste cabaretstuk. Mijn lerares Culturele Propaganda (een soort zang- en dansinstructrice) verdacht mij van plagiaat. Nadat ze onderzoek had gepleegd en tot de conclusie was gekomen dat ik inderdaad, zoals ik bij hoog en laag bleef beweren, het stuk zelf had neergepend, besloot ze het ten tonele te laten voeren. Op 1 juli 1973, tijdens de Internationale Jeugddag, viel ik met mijn gloednieuwe en spierwitte blouse in een modderpoel – zo opgewonden was ik toen ik mijn stuk opgevoerd zag worden.
Vanaf mijn twaalfde (1974) schreef ik stiekem liefdesromannetjes. Niemand mocht ze lezen. Ze gingen over mooie meisjes die om de haverklap flauwvielen – het toppunt van Chinese vrouwelijkheid – en gevoelige jongemannen die zuchtten en zaagden onder de maan omdat ze hun droomprinses niet te pakken konden krijgen.
Op mijn zestiende (1977) schreef ik lange gedichten. De regels rijmden op geen enkele manier op elkaar, ook al was ik gek op rijm en ritme. Aan mij ontbrak helaas het geduld om de regels keurig op rijm te zetten. Met pijn in mijn hart besefte ik dat ik niet kon dichten.
Op mijn achttiende (1979) passeerde ik het Staatstoelatingsexamen voor het Hoger Onderwijs en voor het vak Engels werd ik de vierde van China. Ik ging studeren aan de Universiteit van Peking, aan de Faculteit Engelse Taal, Linguïstiek en Letterkunde. Belaagd door een onnoemelijk minderwaardigheidsgevoel nam ik me voor niet meer te pogen romans te schrijven, maar een wetenschapper te worden, een linguïste.
Mijn ouders waren het roerend met mij eens dat ik niet kon schrijven. Daarom moest ik van hen leren vertalen. Op mijn drieëntwintigste (1984) werd China’s Millions van Anna Louise Strong gepubliceerd, dat mede door mij werd vertaald en geredigeerd. Vertalen kon mij gestolen worden, realiseerde ik me zo zoetjes aan, want ik had steeds de neiging de auteur van het te vertalen boek in de rede te vallen. Maar het betaalde goed, zowel het vertalen als het redigeren. Om met mijn vriendjes etentjes te vieren werkte ik als redacteur voor een blad van de UV – Perspective.
Op mijn vierentwintigste (1985) gedijde mijn aangeboren eenzaamheid en had ik intussen een aardig arsenaal liefdesverdrietjes verzameld, die opnieuw mijn jeugddroom aanwakkerden – romans schrijven. Voor mijn eerste prozawerk, Ogen, ontving ik een literaire prijs en ook daarna werden er verhalen van mijn hand gepubliceerd.
In 1986 kreeg ik een contract van de huidige Hogeschool Maastricht en sindsdien werkte ik er als docent Chinees voor de Opleiding Tolk / Vertaler. In 1987 wilde ik mijn contract laten verlengen en werd mij te verstaan gegeven dat ik Nederlands moest leren om de kwaliteit van mijn lessen te verhogen. Ik ging op kamers wonen bij een Vlaamse weduwe, op het grensgebied tussen Nederlands en Belgisch Limburg. Binnen een paar maanden kon ik vloeiend Vlaams spreken, voorzien van meer foute dan goede grammatica. Toch vonden mijn collega’s op school het knap dat ik in zo’n korte tijd hun taal verkeerd had leren spreken – zo kwam ik erachter dat Nederlanders buitengewoon tolerant zijn tegenover de mondvol taalfouten die hun medelanders maken. Het kind heeft net leren kruipen en het probeert al te sprinten. Deze oude Chinese uitdrukking geldt zeker voor mij. In het voorjaar van 1988, drie maanden nadat de Vlaamse dame me Nederlands leerde praten en een medisch student me Nederlands leerde schrijven, raapte ik mijn durf bij elkaar en pende een kort verhaal neer - Mijn vriendin Theresa - dat ik naar een journalist van het NRC-Handelsblad stuurde. Hij nodigde mij uit voor een etentje en bestelde vijf columns van mijn hand! De salade bleef in mijn keel hangen. Helaas, ze werden niet geplaatst – mijn stukjes waren niet journalistiek genoeg, zo klonk de reden van de afwijzing.
Het kwam mij goed uit. Ik was sowieso niet van plan journaliste te worden en schreef een verhalenbundel Een Chinese leest de Bijbel, die ik naar een uitgeverij of vijf stuurde. Geen enkele wilde het publiceren. Ook dat
kwam mij goed uit. Ik begon een lijvige roman te schrijven, in mijn aan alle kanten rammelende Nederlands (en in mijn chronische eenzaamheid, die alleen maar erger werd nu in het voor mij wildvreemde land). Zeven jaar heeft het mij gekost om het boek te schrijven dat uiteindelijk in 1997 werd gepubliceerd onder de titel Het lelietheater.
In de maanden en jaren hierna was ik niet meer van mezelf, maar van interview-afspraken, deadlines voor literaire bijdragen aan kranten, bladen en verhalenbundels, lezingen, signeersessies, reizen in binnen- en buitenland, en ik sliep nacht na nacht in een andere hotelkamer. Toch bleef ik schrijven. Of moet ik zeggen, daarom bleef ik schrijven? Want dat is het enige moment dat mijn gedachten tot stilstand kunnen komen en dat ik met mezelf kan communiceren. Zo zijn Brief aan mijn lezers (1998), Het Witte Feest (1999) en Het tedere kind (2000) ontstaan. Dit jaar (april 2001) is mijn vijfde boek, mijn derde roman, Seringendroom, ter wereld gebracht, het vervolg op Het lelietheater.
Nu leg ik me toe op het schrijven en onderzoek verrichten, teneinde nog meer en betere boeken neer te pennen. Momenteel verdiep ik me in historische documenten over Xishi, een van de Vier Schoonheden van de Chinese geschiedenis. Ze leefde ruim vierhonderd jaar voor Christus en was een van de eerste en succesvolste spionnen die ons land kende. Ook houd ik me bezig met het bestuderen van de literatuur over de eerste, laatste en enige vrouwelijke keizer, Keizer Wu, die veertienhonderd jaar geleden leefde, de mannenheerschappij op zijn kop zette en een serie belangrijke vernieuwingen introduceerde. Ze behoort zonder twijfel tot een van de eerste feministen van de wereldgeschiedenis.
Mijn liefde voor literatuur is aangestoken door mijn ouders, beiden hoogleraren aan academische instellingen, gevoed door mijn solitaire karakter, versterkt door mijn achteraf gezien interessante maar op dat moment overwegend pijnlijke jeugd en telkens opnieuw geïnspireerd door talloze literatoren, uitgevers en redacteuren die mij de weg wijzen.
Mijn liefde voor literatuur is inherent aan mijn Chinees-zijn. Aan de beschaving die reeds vijfduizend jaar mijn geboorteland van levensadem voorziet.
Mijn liefde voor literatuur is gesteund door mijn liefde voor alle mensen die op aarde leven. Omdat ik de eenzaamheid vanbinnen ken, weet ik hoe fijn het kan zijn om warmte te ontvangen van andere eenzame zielen.
Mijn liefde voor literatuur beleeft een telkens hernieuwde jeugd, omdat ik van jullie, mijn lezers, houd.
Voor jullie schrijf ik.
Voor jullie leef ik.
Elke letter die ik op papier zet verstevigt de band tussen jullie en mij. De iele, eenvoudige letters in boeken, die wonden helen en hartepoorten opengooien.
© Lulu Wang, Den Haag, 16 april 2001
http://www.nulnul.nl/vassa/auteurs/wang-biografie.htm

Verschillende uitspraken/spreuken die Lulu Wang in haar boek heeft gezet (bij de intro van de delen):

· Ik weet niet
hoe Berg Lu eruit ziet
Ik zit er middenin
Su Shi, anno 1084

· In de hemel als één biyi-vogel
elk één vleugel en één oog
eenzelfde ritme en eenzelfde doel
Twee lianli-takken hier op aarde
ontsproten aan één wortel
Bai Juyi, anno 807

· Als ze zich omdraait en glimlacht
springen de dahlia’s uit hun knop
Waar ze ruisend voorbijgaat,
Schieten de leliën hoog op
-???

· Zelfs een kaars
Draagt een vurig hart
En druppelt rode parels
Voordat het afscheid u omhelst
Du Mu, 9e eeuw

In het boek worden tijdens het lezen verschillende spreuken gebruikt. Die citeer ik niet, want er zijn er een stuk of 20 gebruikt.

B. Interpreteren
Ø Inhoud:

Het verhaal gaat over de vriendschap tussen twee personen uit verschillende kasten die tijdens de Culturele Revolutie in China, hun vriendschap proberen te behouden. In die tijd worden er vele veranderingen doorgevoerd. De oude riten worden verboden om nieuwe te laten opstaan. Nieuwe bewegingen kwamen tot stand, de meeste waren voor een korte tijd zoals de Huangshuai Beweging. Tijdens die beweging waren de leerlingen superieur aan de docenten, zij mochten/moesten docenten martelen/vernederen/bekritiseren. In enkele gevallen werden docenten vermoord. Die bewegingen waren bijna allemaal om Westerse ideeën te stoppen. Intellectuelen werden als gevaarlijk gezien.

Ø Onderlinge Relaties:
De onderlinge relaties in China tijdens de Culturele Revolutie lagen ingewikkeld. De bevolking bestond uit 3 kasten. De laagste kaste bestond uit veelal boeren, die eigenlijk het belangrijkst waren voor het land. Zij produceerden het voedsel voor de honderden miljoenen mensen. Die derde kaste werd gezien als uitschot, ze werden vaak uitgescholden en afgeranseld.
De relaties tussen leerlingen en docenten verschilden zeer veel met die van het Westen. In het boek wordt een beweging afgekondigd, waarin wordt gezegd dat docenten bekritiseerd moesten worden, en zo nodig moesten worden afgeranseld, gemarteld en af en toe worden vermoord, als ze Westelijke, imperialistische en kapitalistische ideeën verspreidden.
Relaties tussen de (hoofd)personen in het boek;

a. Lian – Kim = een eerste kaster en derde kaster die vriendinnen van elkaar zijn. In principe was dat onmogelijk in die tijd. Derde kasters waren het armst en onrein. Lian leerde Kim kennen op haar nieuwe school. Nadat ze had gezien dat Kim zo gepest werd door de gehele klas wilde ze Kim graag helpen. Door het boek heen leert Lian de wereld van de derde kasters kennen. Ze worden steeds betere vriendinnen, maar aan het eind van het boek wordt Kim rebels en verbreekt de vriendschap, ze wordt lid van een bende. Als de klas van Lian en Kim naar een schoolkamp gaat op een eiland 150 km van de kust verwijderd, probeert Kim het gebouw op te blazen waar de klas slaapt. De kustwacht was genoodzaakt om de heuvel waar Kim zich verstopte op te blazen. Lian probeerde de kustwacht nog te overtuigen om dat niet te doen, maar ze namen haar niet serieus. Het laatste wat over Lian wordt geschreven is dat ze huilde nadat de heuvel werd opgeblazen
b. Lian – docenten in het strafkamp = in het strafkamp kreeg Lian les van de intellectuelen die daar gevangen zaten. Daar werd ze vrienden met haar “docenten”, ze kreeg van die gevangen objectieve lessen. Op school werd haar geleerd dat China almachtig was e.d.
c. Lian – docenten tijdens Huangshuai Beweging = Lian was net zoals alle andere leerlingen in China tijdens die beweging superieur aan de docenten (ook al wilde Lian dat niet). Zij was verplicht om docenten te bekritiseren en te vernederen. Toen ze een keer een docent moest pijn doen(/martelen/vernederen) op een podium moest ze huilen nadat ze een pluk haar uit het hoofd van de docent had trokken.
d. Volk – Mao Zedong = het volk van China aanbad Mao Zedong. Hij had vele bijnamen, zoals: De Vader, Moeder, Minnaar en Minnares in Één / de Grote Roerganger / Hij. Hij werd als god gezien door het volk. De persoonsverheerlijking ging heel ver, op heel veel plekken hing zijn portret en allerlei andere rode communistische dingen. Er was zelfs een boekje gemaakt waarin veel van zijn spreuken en uitspraken staan, dat was het ‘Rode Boekje’. Kinderen moesten op school het ‘Rode Boekje’ uit hun hoofd leren. Chinezen vonden het aanraken van Mao Zedong het toppunt uit hun leven.
Leerlingen in China die Mao Zedong citeren uit het ‘Rode Boekje’

Ø Ruimte:
Het hele verhaal speelt zich af in China. De meeste gebeurtenissen vinden plaats in de stad Peking. Maar Lian en haar moeder gaan naar een strafkamp en die ligt in een ander deel van het land. Dit zijn de plekken waar het grootste deel van het verhaal zich afspeelden waar de belangrijkste ontwikkelingen plaatsvinden:
- Het strafkamp
- Het opvangtehuis
- De flat van Lian
- De school
- De modderbuurt (woonplaats van de derde kasters in Peking)
- De sportplaats
- Het eiland Miru (daar komt Kim (wordt niet expliciet vermeld) om het leven)

Ø Tijd:
Het verhaal speelt zich af in de tijd van de Culturele Revolutie van Mao Zedong. Tussen 1972 en 1974. Er zijn flashbacks. Dat is vooral deel 2 van het boek, deel 2 is één grote flashback. Daarin wordt verteld over Lian voordat ze naar het strafkamp ging.

Ø Perspectief:
Het verhaal wordt veelal verteld door de alwetende verteller. Maar alles wat er in het
boek gebeurt en wat er wordt vermeld speelt zich allemaal rond Lian af.

Ø Taalgebruik:
Het taalgebruik in het boek is gemiddeld/net iets boven normaal. Tijdens het lezen worden er verschillende Chinese spreuken en gezegdes gebruikt (worden dan door personen in het boek gebruikt tijdens een gesprek).

Ø Terugkerende elementen:
Het verschil tussen de drie kasten wordt heel vaak gebruikt. Bijna altijd wordt het kastenverschil door Lian (1e kast) als probleem gezien. Haar vriendschappelijke relatie met Kim (3e kast) zorgt voor problemen.
De veranderingen die Mao Zedong doorvoert keren in het boek telkens terug. Een beweging die wordt uitgevoerd eerder in het boek heeft effecten op hoe het boek verder verloopt.

Ø Thema:
Er zijn twee thema’s in het boek ‘het Lelietheater’ dat zijn de Culturele Revolutie en Vriendschap. Alles wat er in het boek gebeurt heeft te maken met de Culturele Revolutie; kastenverschillen, bewegingen, onderlinge relaties, en ga zo maar door. De Vriendschap tussen Lian en Kim is eigenlijk een verboden vriendschap, een 1e kaster en een 3e kaster. Deze vriendschap is tot stand gekomen en beëindigd door de Culturele Revolutie.

Culturele Revolutie
Vriendschap

C. Hoe is het boek ontvangen in de media?
Zelf is het boek zeer goed ontvangen. De schrijfster Lulu Wang heeft de Gouden Ezelsoor in 1998 gewonnen voor het bestverkochte literaire debuut (ruim 135.000 verkochte exemplaren) en in het jaar daarop de internationale Nonino Prijs. Alleen in Nederland werden er meer dan 700.000 exemplaren van verkocht.

De pers over Het lelietheater:
‘Een van de wonderlijkste boeken die ik in jaren gelezen heb... je spelt de prachtigste zinnen... een mooie, ingehouden maar krachtige stijl... Wang weet een grote rijkdom aan beelden op te roepen... bijzonder aangrijpend... de schrijfster weet een toon te vinden die doet denken aan die van G.L. Durlacher in zijn beste werk, of aan Jona Oberski, in zijn boekje Kinderjaren’ Reinjan Mulder, NRC Handelsbladà http://zwerfboek.punt.nl/index.php?r=1&id=258757&tbl_archief=0

Ik ben het helemaal met de recensie van Reinjan Mulder eens. Ook ik vond het een prachtig boek.


D. Persoonlijke beoordeling
· Ik vond het een zeer leerzaam boek, ik heb weer wat geleerd over de Culturele revolutie. Het is prachtig geschreven, je kon merken dat Lulu Wang echt haar best had gedaan om dit boek te schrijven
· -Leerzaam à zoals ik al eerder schreef: ik heb wat geleerd over de Culturele Revolutie. Deze informatie over de Culturele Revolutie kwam ook goed van pas met het Geschiedenisexamen die ik moest inhalen. De eerste keer dat ik het examen over China maakte had ik alle vragen van de Culturele Revolutie fout. Door dit boek snap ik de Culturele Revolutie.
-Geloofwaardig, want de veranderingen die in het boek plaatsvonden, gebeurden ook in het echt.
-Interessant, omdat ik echt wilde weten wat er na het boek met Lian (het hoofdpersoon) ging gebeuren
· Ik kon me het best inleven in Lian, want om haar en de Revolutie draaide alles. Door veranderingen in China moest Lian zich aanpassen. Daar kon ik me echt inleven. Ze moest zich volledig aanpassen aan de maatschappij, omdat ze ander ernstig in de problemen zou komen. Ze moest dingen tegen haar zin in doen (leraren ‘martelen’!)
· Ik weet het eigenlijk niet, want aan de ene kant zou ik zo’n derde kaster wel helpen, maar aan de andere kant ook weer niet, omdat ik anders ook de zondebok wordt.
· Het boek is goed leesbaar, het lelietheater is ingedeeld in 4 delen. Die vier delen maakten het makkelijk om de verschillende jaren uit elkaar te houden. De hoofdstukindeling vond ik raar, want ik kon niet echt hoofdstukken vinden in het boek, maar wel een soort subhoofdstukken. Verder was het boek goed te lezen, doordat je echt wilde weten wat er gebeurde nadat je stopte met lezen. Dat zette mij aan om door te lezen.
· Ik vond het boek zeer geloofwaardig, dat kwam deels doordat ik het boek las nadat ik een Geschiedenisexamen had gemaakt over China met onder andere de Culturele Revolutie. Daaruit kon ik opmaken dat wat in het boek gebeurt ook in het echt is gebeurd. Sommige feiten die in het boek staan zijn niet echt zo precies gebeurd of benoemd, zoals de Huangshuai Beweging; zoiets heeft wel bestaan tijdens de Culturele Revolutie, maar die is niet zo genoemd.

E. Geef een eindoordeel over het boek
Ik zou dit boek wel aanraden aan anderen, omdat het boek heel lekker leest. Als je echt lol hebt in lezen, lees je zo door dit boek heen. Dit boek is niet alleen handig voor Nederlands, maar ook voor je algemene ontwikkeling over de geschiedenis van China tijdens de Culturele Revolutie. Het lelietheater is zeer geloofwaardig en spannend, je blijft er echt aan denken als je het boek uit hebt. Dat had ik in ieder geval wel, ik wilde echt weten hoe het met Lian is afgelopen.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Andere verslagen van "Het lelietheater door Lulu Wang"