Elke schooldag wakker worden met een meme? Laatste nieuws en blogs zien? Handige stories of video's voor school? Of lekker dm'en met ons?



Volg ons nu op Instagram


Beschrijvingsopdracht
1. De titel hersenschimmen slaat op het feit dat de hoofdpersoon Maarten zich steeds meer dingen gaat inbeelden die er niet zijn. Hij denkt dat er iets gebeurt, maar dit is dan een inbeelding van het hoofd, oftewel dit zijn hersenschimmen. Hij houdt enkel nog illusies over. Het boek is geschreven door J. Bernlef, pseudoniem van Hendrik Jan Marsman. Ik heb de 39ste druk gelezen, uitgegeven door Querido in 1999.
2. Het boek hersenschimmen trok mijn aandacht door de mooie titel, toen ik de flaptekst las viel de inhoud mij eerst tegen, maar ik besloot hem toch te gaan lezen.
3. Maarten Klein is een man van 71 jaar, die samen met zijn vrouw Vera al vijftien jaar in Gloucester, Amerika, woont. Voordat Maarten met pensioen ging, werkte hij in Boston als secretaris bij een internationale visserijorganisatie. Hun twee kinderen, Kitty en Fred, wonen ver van hen vandaan.

Samenvatting
Op een zondag staat Maarten uit het raam te kijken. Hij wacht op de kinderen die elke schooldag langs het huis lopen om met de bus naar school te gaan. Pas nadat zijn vrouw Vera hem vertelt dat het zondag is en de kinderen dus niet naar school hoeven, weet hij dat hij zich vergist heeft. Diezelfde dag blijkt Maarten steeds vergeetachtiger te worden. Hij bevindt zich plotseling in het washok, scheurt zonder enkele reden een krant aan stukken en kan de kruiswoordpuzzel niet meer oplossen.
De volgende dag - het is maandag - geeft hij zijn vrouw suiker bij de koffie, terwijl ze al meer dan tien jaar geen suiker meer gebruikt. Hij gaat met zijn hond Robert wandelen, maar hij verdwaalt. Tot overmaat van ramp raakt hij ook nog eens de hond kwijt. Maarten wandelt naar de antiquair en koopt een boek. De antiquair informeert naar zijn mening over de vorige aanschaf, maar Maarten weet niet waar de man het over heeft. Vera pikt hem uiteindelijk met de auto op, nadat hij al een halve dag van huis is geweest. Die avond beweert Maarten zich dingen te herinneren die volgens Vera nooit zijn gebeurd. De verwarring neemt toe als Maarten zich boven wil gaan scheren; iets wat hij al vijf jaar niet heeft gedaan. Maarten informeert bij Ellen Robbins naar haar (overleden) man. Een pijnlijke vergissing!
Maarten vindt plotseling een ansichtkaart van Kitty in zijn zak. Hij vraagt zich af wie dat is. Na een uitgebreid ontbijt vertrekt Maarten naar zijn werk - waar hij al vier jaar niet meer werkt. Om naar binnen te kunnen, forceert hij een gesloten deur en spreekt hij de denkbeeldige bestuurders van de visserij toe. Opeens beseft hij waar hij is en haast hij zich weer naar huis. Op advies van de huisarts toont Vera hem het familiefotoalbum. Maarten kan zich nauwelijks iets herinneren van al die mensen op de foto's. Alleen de oude foto's roepen vage herinneringen op. De huisarts komt langs en Maarten heeft ineens moeite met zijn Engelse uitspraak.
De vergissingen worden steeds omvangrijker. Maarten herkent zijn eigen huisarts niet meer en wantrouwt hem. Hij ziet zijn eigen vrouw aan voor zijn moeder en gooit, om de hond binnen te laten, een raam in. Uiteindelijk schakelt Vera de hulp in van een verzorgster en Maarten wordt vastgebonden op zijn bed. Vera en de verzorgster krijgen overal de schuld van en Maarten uit grof taalgebruik. Hij bevuilt zijn eigen bed en krijgt de kans om weg te lopen. Hij verdwaalt, maar de vuurtorenwachter brengt hem weer bij zijn vrouw terug.
Op de laatste dag - zaterdag - verscheurt Maarten alle foto's uit het album in een poging om het lot af te wenden. Diezelfde dag brengt de ziekenwagen Maarten naar de inrichting.

4. Onderwerp
Het onderwerp van de tekst is de overgang van een normaal, helder denkend mens naar een verward persoon, oftewel dementie. Ik vind het onderwerp boeiend, niet zo zeer omdat het om dementie ging, maar omdat alles beschreven is vanuit het gezichtspunt van de dementerende. Het onderwerp is goed uitgewerkt, gedachten en gevoelens zijn realistisch met veel diepgang. In het begin van het verhaal bijvoorbeeld zit de hoofdpersoon op het toilet. Hij kijkt naar het tegelwerk op de muur, en voelt aan het cement. Hij denkt dan via zijn linkshandigheid aan zijn tijd op de basisschool, waar hij een keer potloden uit het materiaalhok moest halen, omdat zijn werkje (door z’n linkshandigheid) mislukt was. In dat materiaalhok moest hij op een stoel klimmen. Dan staat de hoofdpersoon ineens op een stoel naar een timmermanspotlood te zoeken. Zulke gedachte- en tijdsprongen komen vaak voor in het boek, waardoor je je goed kunt inleven in de steeds toenemende verwarring van Maarten Klein. Ik vond het onderwerp ook boeiend, omdat ik er nog nooit iets over gelezen of gezien had.

Gebeurtenissen
Een belangrijke gebeurtenis vond ik het stuk waarin Maarten naar een oud verlaten huis op het strand loopt, in de waan dat daar een vergadering van de IMCO is. Hieruit blijkt heel duidelijk zijn geestelijke verwarring, die al zo af en toe aangegeven werd in de voorgaande scènes, maar dan minder sterk. Een andere belangrijke gebeurtenis is de komst van Phil Taylor, de gezinshulp. Dit is in feite het begin van het einde voor Maarten en Vera. De derde belangrijke gebeurtenis is natuurlijk dat Maarten naar een tehuis wordt gebracht. Maar de belangrijkste rol in het verhaal is toch weggelegd voor de gedachten en gevoelens van de hoofdpersoon en niet voor de gebeurtenissen. Dit is ook logisch, want in een boek over dementie beschreven vanuit het ik-vertelperspectief zijn gedachten en gevoelens natuurlijk het belangrijkst.
Ik vond de gebeurtenissen in het verhaal ontroerend. Door middel van de gedachtesprongen, flashbacks en gevoelens kun je je goed inleven in de hoofdpersoon, waardoor zijn aftakeling ontroerend overkomt. De indrukwekkendste gebeurtenis gebeurt tegen het einde van het boek maar nog wel voordat Maarten Klein wordt opgehaald. Thuis wil dokter Eardly hem een injectie geven wat Maarten verkeerd opvat. Hij denkt dat de oorlog weer is uitgebroken en raakt overstuur. Dan valt hij in slaap. Als hij weer wakker wordt, leest het verhaal heel anders. Geen gewone zinnen meer, maar korte, bondige zinnen, waarin maar één gedachte of gebeurtenis beschreven wordt. Maarten is nu helemaal kinds geworden. Dit is een grote sprong in het effect van dementie in het verhaal, en maakte grote indruk op mij. Eén ding vond ik wel ongeloofwaardig. Het verhaal beslaat maar een korte periode en begint met een beetje verwarring tot totale dementie. Ik dacht altijd het proces van dementie naar een zo ver gevorderd stadium veel langer duurde dan een paar dagen.
Over het algemeen waren de gebeurtenissen goed te lezen, maar op het eind, wanneer de schrijfstijl verandert, wordt het lastiger. Helemaal op het einde vond ik dat het verhaal te lang doorging. Het is niet leuk om tien kantjes vol verwarde, korte zinnen te lezen. Dus: het verhaal is goed te lezen, maar ik vond het einde te langgerekt. Dit komt simpelweg door de toenemende verwarring bij de hoofdpersoon, waardoor de verwarring bij de lezer ook toeneemt.

Personages
De hoofdpersoon is zeker geen held. Hij is een gewone, alledaagse man die helaas aan het dementeren is. Ik heb ook niet echt bepaalde, duidelijke karaktereigenschappen kunnen ontdekken. De hoofdpersoon reageert niet altijd op een bepaalde, vaste manier bij bepaalde gebeurtenissen. Je leert hem wel goed kennen. Ik vind het in dit boek ook niet echt belangrijk of de karaktereigenschappen goed beschreven zijn of niet. Het is geen avonturenboek. Maar in het algemeen vind ik dat wel redelijk belangrijk, hoewel je een mens natuurlijk niet kunt beschrijven met een paar karaktereigenschappen. Maarten Klein is wel 'levensecht', ook weer door de uitgebreide beschrijving van gevoelens en gedachten. Hierdoor kun je je goed in hem verplaatsen. Wat onduidelijkheid over de personages schept is het enkele oogpunt wat je hebt en dat is die van Maarten, dit geeft geen objectief beeld van de personages. Verder is er nog zijn vrouw, Vera, die het erg moeilijk lijkt te hebben met het dementeren van haar man. Phil Taylor heeft het beste voor als gezinshulp, al vond ik af en toe dat ze wat neerbuigend overkwam. Maar omdat ze pas in het boek voorkomt wanneer de hoofdpersoon niet helemaal meer in orde is, krijg je geen duidelijk beeld van haar karakter. Vanuit Maartens gezichtspunt is dokter Eardly, zeker later in het verhaal, een kwaadaardig persoon. Op het laatst is Maarten bang voor hem. Maar volgens mij neemt de dokter wel de juiste beslissingen. Conclusie: omdat je alle personages ziet vanuit het gezichtspunt van een verwarde man, kun je weinig zeggen over ze zeggen.

Opbouw
Het verhaal is redelijk ingewikkeld van opbouw, door de gedachtesprongen en flashbacks, maar hierdoor wel mooi. Het is geen spannend verhaal. Eigenlijk weet je van tevoren de afloop al. Maar het verhaal is ook niet spannend bedoeld. Het zit vol van de flashbacks in het verhaal, wat ik op zich niet vervelend vind. Het draagt bij aan het beeld dat je krijgt van de hoofdpersoon. Het past ook goed bij het onderwerp. Flashbacks zijn herinneringen en dementie is onder andere het vergeten en verwarren van herinneringen.
Je ziet alles vanuit de hoofdpersoon. Dit vind ik een geslaagde manier waardoor je zo meeleeft. Bovendien worden alle acties van de hoofdpersoon als logisch beschreven maar de lezer weet dat ze dit niet zijn. Bijvoorbeeld: in een scène ziet Maarten vanuit het raam zijn hond buiten in de sneeuw lopen. Hij wil dan de hond binnenlaten, maar de deur zit op slot. Dan maar het raam inslaan. Voor hem logisch, maar de lezer ziet natuurlijk dat het niet logisch is, maar iets wat alleen een verward persoon doet. Aan het eind blijf je niet met veel vragen zitten. Maarten zit voor de rest van z`n leven (hoelang dat nog mag duren) in een tehuis, dat is duidelijk. Het boek boeide me vanaf het moment dat de eerste tekenen van verwarring zichtbaar worden, in het stuk met het timmermanspotlood, wat ik al eerder beschreven heb.

Taalgebruik

Het taalgebruik is niet moeilijk, behalve op het laatst, door de korte verwarde zinnen. Een minpunt is dat er wel wat meer dialogen in hadden mogen zitten die het boek levendiger hadden gemaakt. Soms zijn de gedachtensprongen wat te lang. Soms worden er moeilijke beeldspraken gebruikt, vooral op het einde. Dan zijn er ook veel symbolische verwijzingen en duister taalgebruik, wat het lezen er niet gemakkelijker op maakt. Het bedoelde effect is naar mijn mening de diepe verwarring en de geslotenheid van de hoofdpersoon te laten zien en hierdoor zijn sommige gedachtes en verwijzingen te diep om uit te zoeken. Het taalgebruik past goed bij het onderwerp. In het begin nog normaal, maar op het eind verward, wat klopte met het onderwerp. (Ik zeg niet dat ik het leuk vond om te lezen, maar het klopte wel met het onderwerp.)

Verdiepingsopdracht


Recensie
1. Een winter vol vergetelheid door Bert Zuidhof, 6 maart 2007
In de 23 jaar na het verschijnen van Hersenschimmen in 1984 is het boek inmiddels verfilmd (in 1987, door Heddy Honigman), bewerkt als toneelstuk (in 2006, door het Ro Theater) en een half miljoen keer over de toonbank gegaan (Trouw 26-01-2007). Nog voordat dit alles zo ver was, nog voor het verschijnen van het boek, ging J. Bernlef met Willem Roggeman in gesprek over het werk.
‘Ik ben op het ogenblik bezig met een boek dat zich heel letterlijk met het vergeten bezig houdt. Het gaat over een man die, vrij plotseling, gaat dementeren. Wat gebeurt er in dat proces. Niemand die het precies weet. Je kunt het alleen aan de buitenkant signaleren. Maar als je het van de buitenkant observeert wordt het al gauw zielig. Ik wilde mij op dat onbekende gebied van een dementerende geest begeven. Het moest dus een boek worden dat zich in de binnenwereld van de hoofdpersoon afspeelt. Dat had ik jaren niet meer gedaan. Het boek heet Hersenschimmen en dat is tenslotte alles wat er van je leven overblijft.’ (Willem Roggeman, Beroepsgeheim 5: gesprekken met schrijvers, Antwerpen: Facet, 1986, p. 80).
Bernlef denkt dat alleen een verhaal over een dementerende man niet goed genoeg is, dat het zielig wordt als zoiets van buitenaf wordt bekeken. Zielig, beter gezegd meelijwekkend, is Hersenschimmen zeker geworden. Maarten Klein, een geboren Nederlander van 71 jaar oud, die in Amerika werkte en daar na zijn pensioen is blijven wonen, kijkt naar buiten en zoekt naar de schoolkinderen die in de buurt op de bus staan te wachten. Het is echter zondag en de kinderen zullen niet komen. Deze vergissing markeert het begin van een aftakeling die als een lawine groeit en voortsnelt. Maarten begint dingen te vergeten: waar hij zijn tas heeft gelaten, dat hij de hond al heeft uitgelaten, de dagen van de week, de uren van de dag. Ook dringt zijn verleden bij het heden naar binnen: hij denkt dat hij weer aan het werk is, en zoekt de notulen van de vergadering op zijn bureau dat al jaren leeg is. Of hij ziet zichzelf als kleine jongen en zoekt zijn kleurpotloden, om vervolgens door zijn vrouw Vera van een stoel afgehaald te worden.
De kloof tussen Maarten en zijn vrouw groeit steeds meer door dit soort voorvallen, en kenmerkt zich door verwarde dialogen: ‘‘‘Kan het zelf wel, moeder.’’ ‘‘Noem me geen moeder.’’ ‘‘Hoe kom je erbij, Vera.’’’ Vera wordt overdonderd door de snelheid waarmee de dementie intreedt, moet Maarten bemoederen, schaamt zich daarvoor, weet zich geen raad met hem. In een vergevorderd stadium van zijn toestand herkent hij haar soms niet meer, gaat hij weer Nederlands praten, en denkt hij dat de Amerikaanse dokter een van de geallieerden is, die hem tijdens zijn jeugd kwamen bevrijden van de Duitsers. In de winter – klimatologisch, maar ook van Maarten – vervagen alle kleurdetails (‘wijnrood’, ‘marineblauw’, ‘muisgrijs’) langzaam tot het steriele wit van de zorginstelling. Het verhaal eindigt met losse flarden van indrukken waar nog maar net een rode draad aan is vast te knopen.
Zo’n verhaal van een dementerende man is niet genoeg volgens Bernlef, dus bekijkt hij de dementie van binnenuit en probeert hij het in taal weer te geven. Dit is wat het boek zo succesvol maakt: het verhaal heeft een ontwrichtende werking op de lezer zelf. Wie het boek in één keer heeft uitgelezen, weet waar ik het over heb. Uiteraard wéét je dat Maarten geen betrouwbare vertelinstantie is, maar hoe sceptisch je ook bent, je wordt er steeds opnieuw ingeluisd. Je moet vaststellen dat de gebeurtenissen waarvan je dacht dat ze ‘waar’ waren, het niet zijn. Af en toe vang je een glimp op van de werkelijkheid, als Maarten bijvoorbeeld een gesprek tussen zijn vrouw en de dokter opvangt, maar daarmee ontsnap je niet uit zijn in elkaar stortende wereld.
Houvast is een luxe die ontbreekt. Af en toe is er een cursieve regel die het begin van een nieuwe dag aangeeft, maar langzamerhand wordt elke witregel een black-out. De lezer moet gefrustreerd concluderen dat er bij de volgende alinea van alles aan de hand kan zijn, dingen waarvan hij geen weet heeft. Aan het einde van het boek valt ook de typografische zekerheid weg: geen hoofdletters meer, geen volledige zinnen, alleen losse woorden, losse gedachten. Hersenschimmen.
Bernlefs schrijfstijl is beeldend voor het verhaal: vorm en inhoud zijn perfect op elkaar afgestemd. De schrijver bewijst dat hij niet alleen een verhaal kan vertellen, maar dat hij het verhaal kan schrijven op de enige juiste manier: net zo onttakeld als de dementerende hoofdpersoon zelf.
Bernlef besloot het interview met Roggeman als volgt. ‘Het paradoxale van het boek is dat het eindigt in totale vergetelheid maar dat het resultaat, het boek, – als ieder boek – een totaal geheugen is waar nooit meer iets uit weg kan raken. Tot niemand je meer leest. Maar dan hoop ik er zelf niet meer te zijn.’ Bernlef is er nog. En wellicht staat hem bij leven en welzijn iets compleet anders te wachten dan vergetelheid. We zullen het zien op 11 maart.
Bron: http://www.recensieweb.nl/recensie/1952/Een+winter+vol+vergetelheid.html

2. Secundaire Literatuur
Maarten Klein, een Nederlandse zeventiger die al vijftien jaar samen met zijn vrouw Vera in Glouchester woont, in het Noord Oosten van de Verenigde Staten, toont op een winterse zondagmiddag de eerste tekens van dementie. Hij vergist zich zowel van dag als van uur. Bovendien had hij eerder die dag al zijn koffie koud laten worden, en toen hij naar de schuur ging om hout te halen was Robert, de hond, de enige die met een stuk hout terugkwam.
Hersenschimmen is een ik-roman in de tegenwoordige tijd waarbij vertelmoment en verhaalmoment samenvallen. Alleen al het vertelstandpunt van de dementerende Maarten zelf maakt van Hersenschimmen een bijzondere roman.
Door het gebruik van het ik-vertelperspectief neemt voor de lezer de spanning toe. Hij weet immers al gauw meer dan de demente ik verteller en heeft tevens snel door dat niet alle informatie die het hoofdpersonage geeft, wel betrouwbaar is. Maarten beleeft immers op vele momenten door zijn ziekte een totaal andere werkelijkheid dan de lezer. De lezer weet dan ook vaak meer dan het hoofpersonage zelf.
Er zijn heel wat passages waarin Maarten herinneringen ophaalt van vroeger, die zijn dan ook in de verleden tijd. Tijdens zijn dementerende facetten waant hij zich echter letterlijk in vroegere tijden. Hij haalt verleden en heden door elkaar. Zulke overgangen tussen heden en verleden vinden nogal onopvallend plaats, doordat de verteller de tegenwoordige tijd blijft gebruiken.
Zo bevindt hij zich, achteraf tot zijn eigen verwondering, op een keukenstoel in het washok :
Dat tegelwerk had indertijd beter gekund. Moet je dat cement tussen de voegen voelen bobbelen. Nog steeds ben ik links, maar op de bewaarschool mag dat niet, linkshandig knippen. De strookjes voor het matjes vlechten worden lelijk, ongelijk van breedte en lengte. De juf buigt zich naar me over. (…) Ga jij de potlodendoos dan maar halen, Maarten, zegt ze zacht (…) Het is stil op de gang. Aan het eind is het materiaalhok. Op de bovenste plank staat de potlodendoos (…) Ik moet op een stoel klimmen om naar de doos met zijn vakjes van verschillende lengte en breedte te zoeken. Achter me staat Vera, naast de wasmachine. … (p12-13)
Dit teken van dementie blijkt enkel maar een voorbode te zijn, later op de dag bijvoorbeeld kan hij zich niet herinneren wie er in the Heart of the Matter aan het lezen is (p16), terwijl hij even later het open slaat op de plaats waar hij de vorige dag gebleven is (p20).
Die nacht slaapt hij slecht. Plotseling wordt hij wakker, zijn hoofd is één grote, helverlichte ruimte (p25). Hij kleedt zich aan en gaat aan de keukentafel zitten puzzelen, wat hem trouwens niet zo best lukt. De volgende morgen brengt hij de verbaasde Vera niet allen beschuit met muisjes op bed, maar ook koffie met suiker, en dat terwijl Vera al tien jaar geen suiker meer neemt in haar koffie.
De ik-persoon zorgt ervoor dat de lezer tegelijk begrip krijgt voor Maarten’s aftakeling, als ook Vera’s moeilijke positie beseft.
Door het ik-vertelstandpunt wordt de persoon van de dementerende Maarten niet zielig afgeschilderd. Zo zijn er in tegendeel passages die nogal komisch zijn. Zo neemt hij de dokter voor een geallieerde soldaat :
‘Vloeibaar voedsel,’ mompel ik. ‘Ik was er hard aan toe. Ik voel het al. Mijn maag loopt vol. Heb dank, dank u alle twee heel hartelijk.’(p97)
De persoon van Vera brengt door haar voortdurende bezorgdheid meer evenwicht in het verhaal. Hersenschimmen is eigenlijk ook een dramatisch verhaal over twee oude geliefden die elkaar na 50 jaar kwijtraken. Net zoals de kloof tussen lezer en verteller groter wordt naarmate het verhaal vordert, zo groeit ook de kloof tussen Vera en Maarten. In het begin heeft Vera nauwelijks in de gaten wat er met haar echtgenoot aan de hand is.
‘Je wordt een beetje verstrooid, Maarten’ (p11) : zegt ze wat plagerig. Het duurt echter niet lang voor ze beseft dat er meer aan de hand is dan een gewone verstrooidheid.
‘Soms is hij net een vreemde voor me (…)Dat ik hem niet kan bereiken, (…) een machteloos gevoel’ (p72)
Door het gebruik van de ik-persoon kan ook in het bewustzijn van het hoofdpersonage worden binnengedrongen. De gevolgen hiervan uiten zich voornamelijk in de stijl waarin het verhaal geschreven is. Het dementeren heeft invloed op de taal. Zo wordt het spreken naarmate het verhaal vordert, alsmaar moeilijker. Tenslotte blijven er enkel maar korte notities over :
Wil meer eten. Mag niet van hen. Halen gewoon mijn bord weg. Hoe vind je zoiets ? (p126)
Na het ontbijt gaat Maarten met Robert, de hond, wandelen. Hardop in zichzelf pratend loopt hij naar het centrum van Glouchester. Onderweg vergeet hij de hond en na een halve dag ronddolen in de stad is het Vera die hem doodongerust met de auto terug naar huis brengt.
Wanneer hij de volgende dag wakker wordt en thuis niemand aantreft, neemt hij aan dat Vera naar de bibliotheek is waar ze vrijwilligerswerk verricht (de lezer weet dat dit niet zo is, Vera werkt al niet meer in de bibliotheek).
Na een wel erg vreemd ontbijt (kip, ananas, leverpastei en cookies), wil hij naar zijn werk gaan (hij is al lang op pensioen). Wanneer hij merkt dat de buitendeur op slot is, breekt hij het slot gewoon met een schroevendraaier.
Buiten gaat hij richting duinen, waar de IMCO (zijn vroegere werk) zal vergaderen. Robert de hond komt hem achterna. Ook het slot van het huis op het strand moet eraan geloven.
Ik loop het ondergesneeuwde trappetje naar de veranda op en kijk naar binnen. Een witgelakte tafel met vier stoelen eromheen. (p47)
Sneeuw is een motief dat voortdurend terugkomt in Hersenschimmen. Volgens Maarten is de winter en de sneeuw de oorzaak van zijn toestand.
Het komt door de sneeuw,…die monotonie, als alles wit is om je heen vallen alle verschillen weg. (p11)
De sneeuw verwijst eigenlijk ook naar het grondthema van dit boek. Hersenschimmen draagt de visie dat de werkelijkheid niet bestaat. Er is geen vaststaand beeld van de werkelijkheid. Alles is immers in beweging, van de werkelijkheid zijn enkel persoonlijke interpretaties mogelijk.
De sneeuw legt zijn sporen vast. Voor mij vormen ze een zinloos netwerk. Alleen maar gevolgen. Nergens een oorzaak, laat staan een systeem te bekennen. (p47)
Er bestaat geen werkelijkheid met een volmaakt gesloten systeem waarin oorzaken logische gevolgen hebben en het toeval is uitgesloten. In zo een wereld van onzekerheid probeert de mens orde te scheppen, tracht hij schijnbaar samenhangende afspraken te maken.
Zo noteerde de vader van Maarten iedere dag de temperatuur van zijn Heidensieck-thermometer (hide and seek).
Hij hoopte een systeem te vinden :
‘Mijn tijd is te kort, (…) en het systeem is te groot, te traag en te ingewikkeld voor een mens alleen. Ik registreer louter feiten’ : legde hij zijn zoon voor zijn dood uit.
Maarten werkte vroeger bij het IMCO, een organisatie voor visserijonderzoek. Hij bepaalde aan de hand van computerprognoses de vangstquotums. Maar hij had vaak zijn twijfels over de zin van zijn werk, de vissen hebben zich daar nooit iets van aangetrokken.
De mens probeert zo steeds maar zin te geven aan zijn leven, terwijl de natuur moeiteloos zijn gang blijft gaan.
Het nu net de sneeuw die ervoor zorgt dat menselijke tekens bedekt worden en Maarten confronteert met het beeld van de werkelijkheid.
Sneeuw en winter verwijzen ook naar de dood. De winter als tijd van stilstand.
Wanneer Maarten zich realiseert waar hij is, haast hij zich naar huis. Inmiddels is Vera al terug, ze was geweest naar Dr. Eardy. Op aanraden van de huisarts probeert Vera aan de hand van foto’s Maartens herinneringen terug op orde te brengen. De oudste foto’s herkent hij eerst nog zonder moeite, vooral dingen uit de oorlog. Hoe dichter echter de foto’s het heden naderen, des te raadselachtiger lijken ze voor hem te worden.
Het vergeten door Maarten begon het eerst in het begin van het verhaal met het wegvallen van tijdsbesef. Hij verloor daarmee vat op de werkelijkheid, uren en dagen zijn immers afspraken om de werkelijkheid te ordenen.
Een ander middel om de werkelijkheid te organiseren is de taal. Woorden zeggen is immers betekenis geven aan. Met behulp van de taal kan het leven overzichtelijker gemaakt worden. De taal is datgene wat Maarten met de wereld verbindt.
Maar als kind heeft Maarten ook ontdekt hoe betrekkelijk de betrouwbaarheid van de taal is. Woorden kunnen immers waar zijn, maar ook gelogen en het verschil is niet te horen.
Ja, die leugen was een enorme ontdekking. (…) Dat er naast de zichtbare en controleerbare werkelijkheid nog vele andere bestonden, kennelijk niet van de echte te onderscheiden. (p79)
Doordat bij dementie recente herinneringen eerder verdwijnen dan oudere, wordt het Maarten steeds moeilijker Engels te spreken. Soms moet hij eerst alles in het Engels vertalen voor hij iets zeggen kan. Hij haalt tevens de taalregisters van zijn vroegere kantoor en thuis door elkaar, gebruikt begrippen verkeerd of kan maar geen zinnen vormen. Spreekwoorden en uitdrukkingen gaan hem voor een tijdje nog het beste af.
Die hele avond wordt hij getroffen door een gevoel van angst :
Een soort zeeziekte in mijn denken lijkt het wel. Onder dit leven woelt een ander waar alle tijden, namen en plaatsen door elkaar heen spoelen en waarin ik als persoon niet meer besta. (p72)
Het proces van vergeten is ook een proces van verdwijnen. Kennis is gebaseerd op herinnering. Herinnering is dus een essentiële voorwaarde te bestaan.
Om iets te zien moet je eerst iets kunnen herkennen. Zonder herinnering kun je alleen maar kijken. Dan glijdt de wereld spoorloos door je heen (p56)
Het verleden vergeten is zijn leven vergeten, dus ook zichzelf.
Mensen zoals wij leven van hun herinneringen. Als die er niet meer zijn, is er niets meer. (p105)
Door zijn dementie ervaart Maarten ook een gevoel van depersonalisatie.
Ik word van binnenuit opgesplitst. (p106)
Hij ervaart dat alles wat hem tot de persoon Maarten Klein maakt, wordt weggerukt.
Dit lichaam drukt mij eruit. Als een drol wordt ik uit mezelf geperst. (p143)
Er komt een meisje, Phil Taylor, in huis, om op Maarten te passen als Vera boodschappen doet. Het al gauw slechter en slechter met Maarten. Hij blijkt hij in zijn bed gepoept te hebben, en nadat hij nogmaals het huis uitbreekt door een raam kapot te gooien, is de maat vol voor Vera. Op aanraden van Dr. Eardy belandt Maarten definitief in bed.
Opvallend is de trechtervormige interne structuur van Hersenschimmen. De leefwereld van Maarten wordt steeds kleiner. Na zijn pensioen is Maartens leefgebied enkel nog beperkt tot Glouchester en omgeving. Vervolgens krijgt hij huisarrest. Zijn leven wordt nog kleiner wanneer hij tenslotte in bed belandt een uiteindelijk wordt zijn wereld teruggebracht tot zijn geest.
Aan het einde van het verhaal belandt Maarten in een kliniek, waar hij net als de anderen lijkt te zijn heengebracht om met behulp van medicijnen leeg te lopen. (p156)
Toch schijnt hij momenten van helderheid te hebben.
Is het leven terug ?… maar waar is zo iets gebleven ?… is er wel zo iets ?… of was gewoon alles inbeelding van het hoofd ?…hersenschimmen ? (p158)
Het is een illusie te denken de wereld te kennen of greep op de werkelijkheid te krijgen. Iedereen ervaart zijn eigen werkelijkheid, iedereen heeft zijn eigen hersenschimmen. Van het leven blijven enkel wat vage bewustzijnstoestanden over. De titel is dus de levensvisie van de roman in zijn beknopte vorm.
Diezelfde visie ligt ook in het motto, uit een gedicht van Philip Larkin :
A touching dream to which we are lulled/ But wake from separately ( een mooie droom waar iedereen wordt ingewijd en elk apart uit wakker wordt )
In het Knack-interview van 22-5-1985 vertelt Bernlef : ‘Ik vond het goed slaan op het feit dat het leven van een mens zich oplost in dooreenwarrende herinneringen en bewustzijnsflitsen. Als je terugkijkt naar het leven dan merk je een soort droom en is het doodgaan een soort ontwaken, althans die beeldspraak vond ik treffend.’
Daarmee krijgt de symboliek van de lente een totaal andere betekenis. Als in de laatste zin van de roman iemand ( Vera natuurlijk ) Maarten toefluistert dat de lente op het punt staat te beginnen, lijkt dat een troost voor haar echtgenoot die ze steeds verder kwijtgeraakt.
Met het motto in de gedachten, staat de lente voor de lezer symbool voor zijn naderende einde. Hersenschimmen staat dus van het begin tot het einde in het teken van de dood!
Bron: http://www.collegenet.nl/

Verdiepingsopdracht
1. Er is geen relatie met politieke achtergronden in dit boek.
2. De sociaaleconomische achtergronden van dit boek zijn lastig te beschrijven, omdat het boek geheel over een dementerende man gaat. Hier en daar wordt bijvoorbeeld genoemd dat er televisie gekeken wordt en dit is dan weer te koppelen aan de consumptiemaatschappij, maar verder zijn er weinig links mogelijk.
3. Het geloof van Maarten komt in dit boek niet naar voren dit wil niet zeggen dat hij gelijk atheïst, hierdoor is het boek niet te koppelen aan de culturele achtergronden van die tijd.
4. Hersenschimmen is een roman, omdat het een vrij lang verhaal is waarin de handelingen van de personen in verband met hun karakter en innerlijk leven worden beschreven. Ook groeit de hoofdpersoon langzaam naar de beslissende fase. Technisch gezien is hersenschimmen dus een realistische roman.
5. Het hoofdthema van ‘Hersenschimmen’ is dementie. In het boek wordt het proces van dementie beschreven. Maarten voelt zich verward en onzeker. Hij verliest de greep op de werkelijkheid achter de feiten en lijdt aan geheugenverlies. Ook vervreemdt hij meer en meer van zijn vrouw, met wie hij al jaren getrouwd is. Het winterse landschap maakt dat er geen onderscheid gemaakt kan worden tussen dingen. Alles lijkt op elkaar en vervaagt. Maarten heeft dan ook een hekel aan de winter.
6. De kernpunten waaruit J. Bernlefs literatuuropvatting uit bestond op het moment van het schrijven van het boek: ‘’ Ook als schrijver van proza volgt hij de kleine verschuivingen in de werkelijkheid, die die werkelijkheid beeldend of zelfs fictief lijken te maken, zodat er niet of nauwelijks verschil meer is met de wereld van een tekst. Steeds sterker komt in Bernlefs werk de nadruk te liggen op het weglaten. Het gaat hem er daarbij om dat wat vergeten of verzwegen is weer zichtbaar te maken door ogenschijnlijk toevallige dingen of gebeurtenissen. Daarbij functioneert de taal als problematisch instrument om waarnemingen te registreren.’’ Deze in relatie met het boek gebracht: De ik-figuur tracht ondanks zijn groeiende dementie door nauwkeurige waarneming vat te houden op de werkelijkheid, maar slaagt daarin niet en is uiteindelijk niet meer in staat verbanden aan te brengen. Dat leidt in laatste instantie ook tot verbrokkeling van zijn taalvermogen. Bron: www.dbnl.org/tekst/bork001schr01_01/bork001schr01_01_0073.php
7. ‘’In veel werk van Bernlef is er sprake van geïsoleerde personages die hun strijd tegen de eenzaamheid in allerlei varianten strijden. Jan Razelius in “Sneeuw” verliest zijn vrouw, maar kan zich door een auto-ongeluk niets meer herinneren, heeft incest met zijn op zijn vrouw lijkende dochter en rijdt zich daarna eveneens te pletter. In “Meeuwen” trekt de aan keelkanker lijdende hoofdfiguur zich terug op een Waddeneiland en laat na zijn raadselachtige dood aantekeningen over zijn ervaringen achter. Maarten Klein is dementerend in “Hersenschimmen” en zijn wereld raakt steeds meer gesloten. In “ Eclips” is de hoofdfiguur zijn geheugen kwijt. In “Onder ijsbergen” wordt een rituele moord op een onderzoeksrechter gepleegd door een vertegenwoordiger van een Eskimo stam. Zij willen niet dat een westerse rechter het isolement van hun leefgemeenschap doorbreekt en iemand neemt dan de rituele moord op zich. In “De onzichtbare jongen “ wordt een vriendschap ontbonden door een opname in een psychiatrische inrichting.’’ Bernlef varieert steeds op hetzelfde thema: de mens moet het altijd in zijn tragiek die bijna klassiek aandoet, opnemen tegen het verval van lichaam en geest, de eenzaamheid, het verlies van zijn geliefde en zijn vrienden. Daardoor wordt de mens bij Bernlef het prototype van de eenzaamheid. Al zijn hoofdfiguren laat hij die strijd ondergaan en in de strijd meestal ten onder gaan.
8. Over het meeste zijn we het wel eens, echter de criticus stoort zich aanmerkelijk meer aan het feit dat de schrijfstijl zich aanpast aan het stadium van de dementerende Maarten.

Evaluatieopdracht
1. Ik vond het onderwerp van het boek in eerste instantie niet zo aantrekkelijk, maar de schrijfstijl van de schrijver is prachtig en vooral origineel.
2. De onderliggende laag die betrekking had op de betekenis van de lente (uit de secundaire literatuur) vond ik een zeer interessante aanvulling, een waar ikzelf niet op zou zijn gekomen. Dit heeft mijn oordeel toch enigszins verandert.
3. De verdiepingsopdracht liet mij dieper ingaan op de achtergrond van het boek en ook het waarom van het schrijven van het boek. Ik vond het bijvoorbeeld erg interessant om te ontdekken dat het boek als een statement voor individuele verbeelding staat.
4. Ik vond het lastig om sommige termen thuis te brengen, maar dit leverde geen noemenswaardige problemen op.
5. Het uiteindelijk uitvoeren van de opdracht verliep naar mijn mening toch ietwat langzaam.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

gast

gast

I.

I.

aan het einde van je samenvatting staat wel een beetje veel onzin

6 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast