Eilandgasten door Vonne van der Meer

Beoordeling 7.2
Foto van een scholier
  • Boekverslag door een scholier
  • 4e klas havo | 10934 woorden
  • 16 augustus 2006
  • 125 keer beoordeeld
  • Cijfer 7.2
  • 125 keer beoordeeld

Boek
Auteur
Genre
Taal
Nederlands
Vak
Eerste uitgave
2000
Pagina's
205
Geschikt voor
bovenbouw havo/vwo
Punten
2 uit 5
Oorspronkelijke taal
Nederlands
Literaire thema's
Verfilmd als

Boekcover Eilandgasten
Shadow

In Duinroos, een eenvoudig maar gastvrij huurhuis op een Waddeneiland, volgen de vakantiegangers elkaar op. De tijdelijke bewoners van Duinroos kennen elkaar niet, maar doordat ze aan dezelfde tafel eten, in hetzelfde bed slapen en in het gastenboek schrijven, komen ze met elkaar in aanraking. Zonder het te weten en haast onmerkbaar beïnvloeden ze elkaars leven e…

In Duinroos, een eenvoudig maar gastvrij huurhuis op een Waddeneiland, volgen de vakantiegangers elkaar op. De tijdelijke bewoners van Duinroos kennen elkaar niet, maar doordat ze …

In Duinroos, een eenvoudig maar gastvrij huurhuis op een Waddeneiland, volgen de vakantiegangers elkaar op. De tijdelijke bewoners van Duinroos kennen elkaar niet, maar doordat ze aan dezelfde tafel eten, in hetzelfde bed slapen en in het gastenboek schrijven, komen ze met elkaar in aanraking. Zonder het te weten en haast onmerkbaar beïnvloeden ze elkaars leven en voegen ze zich tot één verhaal. De werkster, die het huis aan het begin van de zomer schoonmaakt en aan het eind van de zomer winterklaar afsluit, beziet van een afstand het komen en gaan. Alleen de lezer is getuige van alle dromen en geheimen die schuilgaan achter de zinnetjes in het gastenboek.

Eilandgasten door Vonne van der Meer
Shadow
ADVERTENTIE
Help nu jouw favoriete goede doel door jouw mening te geven!

Hoe? Heel simpel. Geef je op voor het panel van Young Impact en geef jouw mening over diverse onderwerpen zoals gelijke kansen, diversiteit of het klimaat. Voor iedere ingevulde vragenlijst (+/- 1 per maand) ontvang je een bedrag dat je direct mag doneren aan een goed doel naar keuze. Goed doen was nog nooit zo easy!

Meld je aan!
Inhoud

Citaten
Samenvatting van de inhoud
Bespreking van het werk
Biografische gegevens en overzicht van de werken van de auteur
Artikel over Vonne van der Meer
Recensie: Geschreven in de palm van Uw hand.
Recensie: Eilandgasten, Vonne van der Meer, door Sanne
Recensie: Zwaar heen, licht terug
Recensie: Alles werkt mee om de crises op scherp te stellen
Recensie: Biblion recensie

Citaten
* blz.8 Aan het servies te oordelen dat er hier in een paar maanden doorheen gaat, wordt er nogal eens wat afgereageerd ( / ) Soms zou ik willen dat ik dit huis niet alleen schoonhield, maar dat mijn armen de muren waren, mijn ogen de ramen. Dat ik kon zien en horen wat Duinroos meemaakt. (Hier zitten eigenlijk twee dingen in. Aan het eerste stuk kun je zien hoe de gasten van Duinroos zijn. Duidelijk mensen die zo af en toe eens moeten afreageren. In het tweede stuk zie je hoe de interieurverzorgster van Duinroos is… Vreselijk nieuwsgierig. Het liefst wil ze alles weten wat er in het huis gebeurd.)

1. blz. 23 God, zag ze dan werkelijk alles? (Het kan zijn dat deze man het woord God als term gebruikt, maar als je het in deze zin ziet kan het ook echt een vraag zijn naar God toe. Dan weet hij in ieder geval dat God bestaat)

blz. 25 Veel had hij haar niet over Helga verteld, godzijdank had ze hem bijna niets gevraagd. (hier zie je weer niet echt dat hij gelooft. Als dat in het eerste citaat zo zou zijn is het een beetje vreemd dat hij hier het woord godzijdank gebruikt. Ook is het geschreven zonder hoofdletter en dat zegt natuurlijk ook weer wat. Ook het feit dat hij tijdens zijn zakenreis een relatie met een andere vrouw is aangegaan getuigd natuurlijk niet van erg christelijk gedrag.)

2. blz. 49 Toen zei Sannes leeftijd had probeerde ze alles uit, soms met mannen die ze nog maar net kende. En ze kleedde zich altijd alsof ze op de volgende straathoek haar grote liefde kon ontmoeten (Je ziet hier duidelijk dat Martine God’s geboden overtrad toen ze jong was. Ze probeerde alles uit staat er in het citaat. Hieraan kun je zien dat ze eigenlijk geen rekening hield met God en Zijn geboden)
blz. 63 Martine keek op, grijsnde breed. ‘Ja, ga mij een beetje verwijten dat ik jouw beste vriendin heb laten weghalen. (Martine lijkt het hier niet vreemd te vinden dat ze abortus heeft laten doen. Ook in de rest van het verhaal kun je dat zien. Abortus lijkt dus voor haar de normaalste zaak van de wereld te zijn. Zeker in het geval van Sanne)

*blz. 77 ‘Onze namen staan geschreven in de palm van Uw hand’ stond ook op Jeltes rouwkaart. Dat heb ik altijd een mooie gedachte gevonden: een handpalm met miljarden namen. (Er is een grote kans dat deze vrouw christelijk is, want waarom zou er anders een bijbeltekst op de rouwkaart van Jelte hebben gestaan. Aan de andere kant kan ze dat natuurlijk ook gedaan hebben omdat ze het gewoon mooi vond.).

3. blz. 86-87 Johanna zou vast en zeker naar minnen zijn gegaan. Nu eens om een kaars op te steken, ‘baat het niet dan schaadt het niet’, dan weer om alleen maar wat te zitten. (Deze vrouw gelooft niet in God, maar aan de andere kant heeft ze ook weer een ‘baat het niet dan schaadt het niet’ idee. Dus waarschijnlijk wel een beetje een idee van een god.)

4. blz. 119-120 Karlien knikte. ‘Papa zou me dat ene verhaal nog een keer vorlezen.’
‘Welk verhaal?’

‘Over die jongen met die spijkers in zijn handen.’
Karlien keerde haar handpalmen naar boven om te tonen waar de spijkers zaten. Simone wierp vlug een blik op Roos, maar die zat ingespannen te tekenen en keek niet op of om.
‘Jezus bedoel je,’ zei Simone op gedempte toon.
‘Ja, Jezus.’
‘Laat dit boek voortaan maar thuis, lieverd. Hier kan papa je toch niet voorlezen, in Het Posthuis.’
‘Ik moet het allemaal maar meesjouwen.’
Een paar maanden geleden was Karlien uit school gekomen met de mededeling dat er iets vreselijks was gebeurd. Niet weer een ongeluk, dacht Simone, dat zou het tweede kind zijn, binnen een jaar, dat bij de torenflat wordt overreden.
‘Er is iemand aan een kruis gespijkerd,’ vertelde Karlien, ‘hij heeft daar uren gehangen. En niemand deed wat.’
Ze had het die ochtend gehoord, tijdens het versieren van de palmpaasstokken en vertelde het op een toon alsof het ook zojuist gebeurd was, ergens op een woonerf vlakbij. (Het is meer een fragment dan een citaat geworden, maar hieruit blijkt heel duidelijk iets van hoe deze mensen over God denken. Duidelijk is dat Simone en haar man wel weten wie Jezus is, maar dat niet door hebben gegeven aan de kinderen en dat ze liever ook niet willen dat hun kinderen met God in aanraking komen. Een stukje verzet misschien?)
blz. 123 En , is dat erg? Dat hij wel, en jij niet? (Een citaat over de gedachten van Nils tegenover zijn collega, dus hoe hij tegen de mensen (in dit geval een persoon) aan kijkt. Hij kan het niet hebben dat hij die baan niet gekregen heeft en zijn veel jongere collega wel.)
blz. 139 U weet niet wat het is getrouwd te zijn met een slecht humeur (Simone denkt hier dat Jezus zich niet in haar situatie in kan denken. Dat Hij niet weet wat het is om getrouwd te zijn met een slecht humeur. Een gedachte over God)
blz. 139-140 Hij had die laatste nacht in de hof van Gethsemane waarschijnlijk ook niet willen praten. Alleen maar wat gezelschap, een rug om tegenaan te leunen. Een paar woorden wisselen, niet over wat komen ging, maar over andere dingen, over wat er altijd al was, voor hem, na hem. Over de sterren en hoe ze heetten. Met zijn hoofd op de schouder van de rug waar hij tegenaan leunde omhoog kijken, wijzen: ‘Zie je, de Grote Beer, en daar de Poolster.’ (Hier alweer een gedachte over God. Je merkt dat Simone wel na gaat denken over God…. Een paar citaten hiervoor zagen we nog dat ze niet wou dat haar kind aan Jezus dacht.)

5. blz. 159 Gij zult niet doden, niet stelen…. (De persoon weet hier wel wat geboden van God op te noemen. Een gedachte over God)
blz. 159 …’Niet echtbreken.’ Ja, die noemt en vergeet iedereen als eerste,’ zei Willemijn, en ze leek niet meer te bedoelen dan ze zei. ‘Niet begeren uws naasten huis, geit, vrouw… Wat was het ook weer, Tom?’ vroeg Walter, en ook Willemijn keek hem vragend aan. (Alweer een gedachte over God, alleen nu lijkt het of ze Zijn geboden wel weten, maar het klinkt niet alsof Zijn geboden ook voor hun ‘leven’.)
blz. 175 In die zin had hij zich wel op zijn gemak gevoeld bij die man, maar het vrijen had hem niet kunnen bekoren. Misschien was je niet verliefd genoeg? had Wim geopperd, toen hij haar later opbiechtte wat hij had meegemaakt, en zou het je met een andere man wel bevallen? (Hier blijkt dat Walter een poosje een relatie met een man heeft gehad, terwijl God dit toch duidelijk verbied in Zijn woord. Het lijkt voor Walter en Willemijn ook normaal te zijn dat dit gebeurd is. Blijkbaar weten ze niet wat God hierover zegt.)

6. blz. 185 Mensen die bidden zeggen dat, nog voor ze neerknielen, God al weet wat ze gaan zeggen en toch knielen ze en toch bidden ze. Misschien is dit net zoiets. (Blijkbaar weet degene die dit schrijft wel dat God bestaat en wat mensen die tot Hem bidden denken, maar gelooft ze zelf niet.)
blz. 187 Plof, tot stof zult gij wederkeren. (Merkwaardig dat deze vrouw wel wat van God afweet. Zelfs bijbelteksten kan opnoemen en er over nadenkt, terwijl na het lezen van het vorige citaat toch niet het idee hebt dat ze gelooft)
blz. 190 Hiernamaals, ik heb iets tegen dit woord. Alsof me nog een uitgebreid hierna te wachten staat, met allerlei gebeurtenissen, ontmoetingen, herenigingen. Als ik me er iets bij voorstel is het eerder een flits, een inzicht zoals ik dat nu, nu ik het weet, soms heb. (Alweer een gedachte over iets dat met God te maken heeft. Het lijkt erop dat deze vrouw niet in de eeuwigheid gelooft….)

Samenvatting van de inhoud

Duinroos is een huurhuisje op Vlieland. Van het voorjaar tot september logeren er verschillende personen die elkaar niet kennen. Door het huisje, het gastenboek en verscheidene voorwerpen komen ze toch een beetje met elkaar in aanraking. Bijna elk personage heeft een probleem. Dit wordt door of tijdens het verblijf in Duinroos opgelost.
Naast de gasten is er ook een schoonmaakster. Zij zorgt er aan het begin van het seizoen voor dat Duinroos bewoonbaar is en aan het eind maakt zij het huisje winterklaar. Tussendoor gaat zij nog een keer naar binnen om te kijken hoe alles erbij staat. Ze voelt zich er verbonden met het huisje.
Voor de gasten die in dit boek besproken worden was het echtpaar Klaphek een aantal jaren te gast in Duinroos. Zij hebben hun zoon verloren. Deze mensen leer je via het gastenboek kennen.
De eerste gasten zijn: Chiel, Dana en hun zoontje Floris. Chiel heeft Dana bedrogen met een Duitse vrouw toen hij voor zijn werk in Berlijn moest zijn. Dana probeert dit te verwerken en gewoon verder te gaan met haar leven. Chiel doet erg zijn best om vergeven te worden, maar het gaat allemaal erg langzaam.
Daarna komen Martine en Sanne. Martine zou in de eerste instantie samen met de moeder van Sanne, Jetta, gaan, maar zij kon op het laatste moment niet. Martine baalt daar in het begin een beetje van. Sanne is erg stil en Martine moet daar even aan wennen. Ze weet niet dat Sanne zwanger is en daardoor verloopt de omgang met haar wat stroef.
Sanne weet niet of ze het kind moet houden en zit daar heel erg mee.
Wanneer Martine erachter komt dat Sanne zwanger is, krijgen ze steeds meer een band. Uiteindelijk besluit Sanne om het kind te houden.
De derde gast is een oudere man die zelfmoord wil plegen. Zijn vrouw is overleden en hij heeft geen plezier meer in het leven. Tijdens zijn verblijf op Vlieland en de voorbereidingen voor zijn dood leert de man stukje bij beetje weer van het leven te genieten en besluit dat het leven te bijzonder is om weg te gooien.
Dan is er Nils die zich voorbijgelopen voelt door een jongere collega. Hij is samen met zijn vrouw Simone en zijn dochters Karlien en Roos op Vlieland. Het gezin valt een beetje uit elkaar doordat Nils chagrijnig is en Simone hem niet echt kan begrijpen. Wanneer ze nog een week hebben bedaart Nils.
Walter, Willemijn en Tom verblijven als vijfde in Duinroos. Ze weten alledrie niet wat ze met de gevoelens voor elkaar aan moeten. Willemijn en Walter kennen elkaar via hun studie en wonen samen in Groningen. Tom is verliefd op Willemijn, maar denkt geen kans te maken. Walter heeft wel gevoelens voor Willemijn. Hij weet alleen niet precies wat voor gevoelens.
Wanneer Tom en Willemijn iets krijgen voelt Walter zich buitengesloten.
De laatste gast is een doodzieke vrouw. Zij is alleen naar Vlieland gekomen, omdat ze de laatste jaren nooit alleen heeft kunnen zijn. De vrouw gebruikt het gastenboek als dagboek. Ze wil voordat ze sterft haar moeder vergeven. Wanneer ze vertrekt heeft ze vrede met haar ziekte, zichzelf en haar moeder.
(http://www.scholieren.com/boekverslagen/21142)

Bespreking van het werk

Titelverklaring:
De titel 'Eilandgasten' staat natuurlijk voor de gasten die de hele zomer op het eiland komen en gast zijn in Duinroos. Maar je zou eiland ook kunnen zien als allemaal kleine eilandjes waar de gasten in Duinroos op zitten, ieder op zijn eigen kleine eilandje, zijn eigen levensverhaal waar hij mee bezig is. Ik denk dat eiland daarvoor staat en gasten voor het feit dat ze allemaal in hetzelfde huis te gast zijn, al zijn hun eilandjes verschillend.

Thema:
Vakantiegasten vullen een vakantiehuisje met hun verschillende levensverhalen, onbewust verbonden door het gezamenlijke huis, zijn verzorgende schoonmaakster en samengebonden in het gastenboek.

Motieven:
Verschillende levensverhalen:
*(blz.32/33) " 'Heidi.' 'Heidi? Ben ik bedrogen met een Heidi?' 'Heidi, zo heette ze ja, maar ik ben met jou. Ik wil met jou blijven, en ik zorg ervoor….'
*(blz.87) " Het had hem verbaasd hoe snel het bloed uit Johanna's dode gezicht was weggetrokken." (blz.80) "'Wat moet een mens toch veel, zelfs nu, nu ik er bijna niet meer ben…'"
*(blz.180) "Hij kende haar ouders, haar zussen, haar humeuren en nog kon hij zeggen dat hij van haar hield. En nu moest hij haar adviseren te kiezen voor een man die haar bij hem weg zou halen? Die hem uit het engelenbed zou verdrijven?"

Gezamenlijk huis:
*(blz.130) "…en zei dat ze hen getekend had, mama en hem. 'En wie van de twee is papa?' vroeg hij. 'Die.' 'Die kleine aardappel met die rode stekels?' 'Ja,' zei Karlien, 'maar het zijn geen aardappels, jullie zijn het.'
*(blz.153) "Aandachtig bekeek ze een kindertekening van monsters met rode stekels."
*(blz.102) "Een veertje dwarrelde naar de grond. …. Op de avond van haar dood had An een veertje in de tuin gevonden, en dat veertje had ze in haar moeders jurk gestoken en het was ook mee in de kist gegaan,..."
* (blz.45) "…en streek met het veertje dat ze tussen de bladzijden van het gastenboek had gevonden langs haar buik. Een veertje was het, nog niet eens, dat daarbinnen… Toch nam het al vanaf de dag dat ze niet was gaan bloeden, twee weken geleden nu, haar gedachten in beslag."

Zorgzame schoonmaakster:
*(blz.7) "…en in principe hoef ik hier de hele zomer niet meer te komen. Maar er is ook nooit gezegd dat ik tussendoor niet eens een kijkje mag nemen. Dat mag best."
*(blz. 75) "Zo bang dat iemand het gastenboek nog eens aanziet voor een van zijn eigen boeken en het mee naar huis neemt."
*(blz.200) "Maar weggooien -iets weggooien dat een ander van het strand heeft opgeraapt, in een zakdoek heeft gewikkeld, hier mee naar toe heeft genomen, afgespoeld, heeft neergezet op de schouw of op een van de vensterbanken in de slaapkamers- weggooien kan ik het niet."

Samenbindend gastenboek:
*(blz.102) "All shall be well, alles zal goedkomen, had ene Sanne in grote zwarte viltstiftletters geschreven, nog maar een paar dagen geleden, in ditzelfde huis. Misschien school daar iets van waarheid in, moest hij zich niet al te veel zorgen maken, niets forceren."
*(blz.145) " Met het gastenboek in haar hand liep Simone de trap op, naar het blauwe kamertje. Hier had ze waarschijnlijk gezeten, op deze stoel, aan deze zelfde tafel. Simone ging zitten en dacht aan de vrouw die ze niet kende, maar die hier over een gidsje gebogen had gezeten."
*(blz.205) "Toen ik hier tien jaar geleden kwam schoonmaken lag het boek er al. Het was er altijd en het zal niet volkomen, niet tijdens mijn leven."

Vertelsituatie:
De vertelwijze is een van de opvallende dingen aan dit boek. Als je leest vanuit het perspectief van de schoonmaakster wordt het verhaal verteld vanuit de ik-vorm. Maar als je leest vanuit het perspectief van de gasten wordt het verhaal verteld vanuit de verborgen ik-vorm en dan afwisselen degene die de 'ik' is ook nog, elke figuur 'komt aan het woord'. Dan is er nog een afwisseling in het perspectief, namelijk als gasten in het gastenboek dingen vertellen, dan staat het ook in de ik-vorm.

Structuur:
a. Het boek is ingedeeld in hoofdstukken en alle bezoekers hebben hun eigen hoofdstuk. Verder is er nog een voor, -tussen, -en nawoord, geschreven door de schoonmaakster.
b. Het boek heeft een opening-in-de-handeling, je belandt in de gedachten van de schoonmaakster en daardoor kom je wel veel te weten, maar wel eenzijdig.
c. Het einde is gesloten, het zomerseizoen is voorbij en alle gasten voor dit jaar zijn vertrokken. De enige die er nog is, is de schoonmaakster, die het verhaal afsluit met de gedachte aan volgend jaar.

Tijd:
a. De gebeurtenissen spelen zich af in deze tijd, bijvoorbeeld in 1999, het zou zich in elk geval op dit moment af kunnen spelen.
b. De verhaaltijd van het boek is ongeveer vijf maanden, een zomerseizoen, en de leestijd ongeveer vijf uur.
c. Er staat een belangrijke vertraging op blz. 137/138. Daarin loopt Nils gefrusteerd op de Badweg en komt hij de schoonmaakster tegen, die hem vriendelijk gedag zegt. Dit stukje is voor hem de omslag van zijn dip naar dankbaarheid voor al zijn zegeningen, daarom is het belangrijk, maar ook omdat je hier ziet dat de schoonmaakster wel invloed heeft op het leven van de gasten.
d. "De rest van de week liet Chiel Dana uitslapen, haalde Floris uit bed, gaf hem zijn pap, en ging met hem naar het dorp om vers brood te halen." (blz.36)
e. Op blz. 57/58 staat een flashback van Martine, waarin ze terugdenkt aan hoe zij voor het eerst zwanger was geworden en waarom voor haar abortus de enige mogelijkheid was (of leek). Deze flashback geeft inzicht in de vraag waarom Martine zo'n andere kijk heeft op Sanne's zwangerschap dan Sanne zelf. Ook is het feit dat Martine deze flashback heeft al heel belangrijk, want ze wil zichzelf toch blijkbaar overtuigen dat ze echt niet anders had kunnen handelen.

Ruimte:
a. De gebeurtenissen spelen zich af op Vlieland, het meeste van de tijd in het vakantiehuisje Duinroos.
b. In dit boek zijn komen erg veel belangenruimten voor. Eigenlijk kan je wel zeggen dat het hele huis een belangenruimte is, maar misschien is dat erg groot. In ieder geval zit het huis vol met belangenruimten, hier volgt een voorbeeld: "Voor de ramen hingen ouderwetse groene gordijntjes met gele en rode bloemetjes maar het licht dat erdoorheen viel was groenig. Floris leek wel zeeziek in dit licht, een zeeziek visje in een aquarium."

Verhaalfiguren:
De personen in het boek zijn met elkaar verbonden door het vakantiehuisje ‘ Duinroos’. Elk personage brengt hier enige tijd door. Door middel van het gastenboek leren de vakantiegangers elkaar een beetje kennen.
De belangrijkste personages die voorkomen zijn: Dana, Chiel en hun baby Floris,
Simone, Niels met hun dochters Karlien en Roos, een oudere man, een oudere vrouw, Martine en Sanne, Walter, Willemijn en Tom, het echtpaar Slaghek, de schoonmaakster van ‘Duinroos’.
Ze hebben hun leven niet op orde. Zo speelt er ‘de andere vrouw’ tussen Dana en Chiel. Niels heeft problemen met zijn werk. Dit zorgt voor onrust in het gezin. De oude man wil zelfmoord plegen. De oude vrouw is ernstig ziek. Martine heeft ooit abortus gepleegd en Sanne is zwanger. Walter, Willemijn en Tom hebben problemen met de liefde. Het echtpaar Slaghek heeft hun zoon verloren.
Sanne is de dochter van een vriendin van Martine. Als ze net in het huisje zijn, kunnen ze het niet goed vinden. Martine is verbitterd, omdat de moeder van Sanne, haar vriendin Jetta, niet mee kon. En omdat moeders met kinderen nooit ergens tijd voor hebben. Altijd op het laatste moment afzeggen. Sanne gedraagt zich afstandelijk, omdat ze nogal met zichzelf in de knoop zit en niet weet wat ze met het ongeboren kind aanmoet. Martine weet dan nog niet dat Sanne zwanger is. Wanneer ze hier achter komt krijgen ze langzaam een band.
[Hoofdstuk 2]
De oude man is bijna zeventig en levensmoe. Hij heeft twee dochters waar hij veel van houdt. Maar wil toch zelfmoord plegen. De man is lui en interesseert zich nergens voor. Hij nooit zin heeft om eten op het vuur te zetten. En hij is de interesse voor zijn leefomgeving kwijtgeraakt nadat zijn vrouw is overleden. Op het eiland komt deze interesse langzaam weer terug. Hij krijgt weer zin in het leven. Uiteindelijk besluit hij om van het zelfmoord plan af te zien.
[Hoofdstuk 3]

Taalgebruik:
‘Eilandgasten’ is op een fijne manier geschreven. Het is goed te begrijpen. Dus geen gezeur met te moeilijke woorden, te simpele woorden of iets dergelijks, maar gewoon goed! Verder loopt het verhaal lekker door. Je hoeft geen moeite te doen om het boek uit te lezen. Wel om hem weg te leggen.
(http://www.scholieren.com/boekverslagen/1757, http://www.scholieren.com/boekverslagen/21142)

Biografische gegevens en overzicht van de werken van de auteur

Biografie: Vonne van der Meer

Vonne van der Meer werd in 1952 in Eindhoven geboren en is opgegroeid in Laren. Op haar zeventiende deed ze eindexamen, waarna ze een jaar doorbracht in een Amerikaans gezin. Ze volgde daar het laatste jaar aan een High School. Het schoolsysteem liet toe dat ze zelf haar vakken koos en zo kon ze twee uur per dag toneellessen volgen. Daarna woonde ze een jaar in Parijs, waar ze onder andere balletlessen nam en veel schreef en muziek maakte.
Ze volgde in Amsterdam aan de theaterschool de regieopleiding. Daarnaast heeft ze altijd geschreven, voornamelijk teksten die in de opleiding van pas kwamen: scènes, eenakters, liedjes. In het een na laatste jaar schreef ze onder pseudoniem een monoloog, De behandeling, waarvoor ze de tweede prijs van een eenakterwedstrijd van NRC Handelsblad kreeg. Toneelgroep Centrum speelde de monoloog in 1976.

In 1978 sloot ze haar opleiding af en werkte ze als regieassistente bij Frans Marijnen (RO-theater). Ze deed daar ook haar eerste regie van een door haarzelf geschreven eenakter (een gelegenheidsstuk gesitueerd op de Lijnbaan rond Kerstmis). Haar echte regiedebuut maakte ze een jaar later bij Fact, met Stella van Goethe. Daarna heeft ze nog ongeveer tien jaar geregisseerd bij diverse gezelschappen als Toneelgroep Centrum, Theater, Baal, de Haagse Comedie en het RO-theater. Bij het laatste gezelschap ging in 1996 ook haar toneelstuk Weiger nooit een dans in première.

Als ze niet regisseerde, schreef ze verhalen, die ze naar alle mogelijke literaire tijdschriften opstuurde, en altijd weer terugkreeg. Tot K.L. Poll in 1980 `Afscheid van Phoebe' opnam in Hollands Maandblad. Vanaf dat moment kwam er ieder jaar een nieuw verhaal in Hollands Maandblad te staan - tot haar eerste verhalenbundel uitkwam in 1985. Voor dat debuut Het limonadegevoel en andere verhalen kreeg ze de Geertjan Lubberhuizenprijs. In 1987 verscheen de eerste, korte roman Een warme rug, waarna nog meerdere boeken volgden.

Midden jaren negentig bekeert Van der Meer zich tot het rooms-katholicisme. Deze stap lichtte ze toe in interviews en haar geloof wordt sindsdien door recensenten nogal eens betrokken in hun besprekingen van haar boeken.
Vonne van der Meer is getrouwd met de schrijver Willem Jan Otten. Ze wonen in Naarden en hebben twee zonen.

De macht van fantasie en verbeelding is groot in veel boeken van Van der Meer. Haar verhalen en romans zijn in het verleden ook wel getypeerd als 'morele sprookjes'. Ook in Eilandgasten en De avondboot kun je zeggen dat een zeker moralisme wel aanwezig is, maar het sprookjesachtige element speelt hier minder een rol.

Bibliografie:

Boeken van Van der Meer zijn:
Het limonadegevoel en andere verhalen (1985).
Bekroond met de Geertjan Lubberhuizenprijs
Een warme rug (1987, roman)
De reis naar het kind (1989, roman).
Genomineerd voor de Europese Minerva Prijs voor het boek van het jaar
Zo is hij (1991, roman)
Nachtgoed (1993, verhalen)
Spookliefde (1995, novelle)
Weiger nooit een dans (1996, toneelstuk, gespeeld door het RO-theater)
De verhalen (1997, een keuze uit eigen werk)
Eilandgasten (1999, roman)
De avondboot (2001, roman)
Laatste seizoen (2002, roman)

(Bronnen: Stichting Schrijver School Samenleving, www.schrijversnet.nl, www.boekenwereld.com)

Vonne van der Meer
door Arjan Visser

Vonne van der Meer (Laren, 1952) is schrijfster. Voor haar debuut Het limonadegevoel en andere verhalen (1985) kreeg ze de Geertjan Lubberhuizenprijs. Daarna volgden drie romans, verhalenbundels en toneel. Deze maand verscheen haar roman Eilandgasten. Van der Meer, die geen religieuze opvoeding genoot, bekeerde zich, vijf jaar geleden, tot het katholicisme. Ze beantwoordt de tien geboden dan ook zoals ze voor de katholieke kerk gelden.
1. Gij zult de Heer uw God aanbidden en hem liefhebben met geheel uw hart, geheel uw ziel en met al uw krachten
,,Ik stond een keer op een kampeerterrein waar ik een grootmoeder met twee zeer onwillige pubers een tent zag afbreken. Op een gegeven moment hoor ik die vrouw zeggen: 'Just do it! And do it with a smile.' Dat is voor mij de betekenis van dit gebod: er komen in dit leven duizend-en-een dingen op je pad - ik was mij als kind niet bewust uit hoeveel plichten het leven zou bestaan - die nu eenmaal moeten. Als je ze met een glimlach doet, doe je ze gemakkelijker. Met geheel uw hart en geheel uw ziel en met al uw krachten. Het is een gebod tot overgave. God liefhebben is niet alleen je hart uitstorten in gebed, of danken, maar ook: van het leven houden zoals het komt.'
2. Gij zult de naam van de Heer uw God niet zonder eerbied gebruiken
,,De ergste vloeken die ik ooit heb gehoord, kon ik niet verstaan. Ik was in Cairo om een portret te maken van een Koptisch-katholieke priester. Op de derde dag van mijn bezoek werd hij gevraagd om een begrafenismis in de Koptisch-orthodoxe kerk bij te wonen. Toen we er aankwamen, hoorde ik vrouwen vreselijk schreeuwen en tieren. Ik vroeg: 'Wat roepen ze toch?' 'Ze vervloeken God', zei de priester. 'Wat zeggen ze dan? God, waar was U nou? Waarom heeft U niets gedaan?' 'Alles, alles', antwoordde de priester voorzichtig. De vloeken waren te grof om te vertalen. In dat zeer religieuze land, waar iedereen op een of andere manier gelovig is, mag je dus op één moment in je leven, in de kerk, God hartgrondig vervloeken. Ik vond dat indrukwekkend. Bij een sterk geloof horen ook momenten van grote vertwijfeling. Daar moet iemand lucht aan kunnen geven.'
3. Gij zult de dag des Heren heiligen
,,Ik ga, op een paar zomerzondagen na, iedere week naar de kerk. Het is een dag om naar uit te kijken. Je kunt ook op woensdag gaan, maar dan is er een klein, dun bezocht misje terwijl op zondag de kerk vol zit. Zo'n eucharistieviering beroert alle zintuigen: je hoort het, je ziet het, je ruikt het. Ik probeer ook thuis regelmatig te bidden. Er is een plek in huis die ik daarvoor heb ingericht: onder het dakraam, op zolder. Die plek heet nu ook de dakkapel. Ik ben er vaak, maar niet vaak genoeg. Ik benijd de mensen die iedere dag met een gebed beginnen.'
4. Eer uw vader en uw moeder
,,Ik fantaseerde als kind dat ik weer in mijn moeders buik zat. Overal waar zij ging, ging ik mee. Volgens de verhalen zat ik ook altijd onder haar rokken - heel dicht bij haar. Het was een verlegenheid die mijn ouders zorgen baarde, maar ineens, zo rond mijn zesde, was het voorbij. Mijn moeder was een leuke moeder voor kleine kinderen. Heel geduldig, fantasierijk. Ze kon uren voorlezen en als ze een slaatje maakte, stelde het altijd een gezicht voor. Een halve tomaat bij wijze van mond, een augurk als neus en een doorgesneden, hardgekookt ei voor de ogen. Toen ik in de puberteit kwam, maakte mijn moeder een moeilijke periode door. Mijn broer en zus waren het huis uit en voor mij zou het ook niet lang meer duren. Ik begon mij tegen haar af te zetten want als je zestien bent is het niet meer zo belangrijk dat jouw moeder zo zorgzaam is. Dan ga je je afvragen: wat voor een vrouw is zij? En: wil ik ook zo'n leven leiden?'
,,Ik vertrok naar Amerika en kwam, na wat omzwervingen, bij een gezin terecht waarvan de moeder echt in alles het tegenovergestelde was van mijn eigen moeder. Die vrouw was vrolijk en ondernemend. Ze was laborante geweest, deed cursussen aan de universiteit en zou in Afrika gaan werken. Ik ging heel kritisch naar mijn moeder kijken, vond haar te slim om thuis te zitten. Het duurde ook niet lang voordat ik haar ging bestoken met brieven vol geëmancipeerde slogans. Ik schreef dat ze haar 'leven moest oppakken' en dat ze, net als veel Amerikaanse vrouwen, vrijwilligerswerk moest gaan doen. En mijn moeder antwoordde: 'Moet ik met zo'n roze jasschort aan sinaasappeltjes gaan uitpersen in het ziekenhuis?' Nee, dacht ik dan, laat haar in Godsnaam niets gaan doen waar ze geen zin in heeft. Bovendien: had ik wel zoveel reden om mij zorgen te maken? Mijn moeder las veel en beslist geen onzin - de boeken die ik nu nóg mooi vind, komen van haar plank. Ze is gecremeerd, maar als ze een graf had, met een steen, zou daarop kunnen staan: some say there is life, but I prefer reading.'
,,Toen ik kinderen kreeg, verbeterde onze verstandhouding. Ik herinnerde mij weer hoe het vroeger was geweest. Niets was haar te veel. Met een eindeloos geduld las ze voor. Ze was licht en grappig, op een onnadrukkelijke manier. Op een keer kwamen mijn kinderen terug van een logeerpartij bij oma. Het eerste wat ze vertelden was: 'En we kregen een slaatje met een neus en een mond!' Ik heb weleens gedacht dat ik zo'n strijd heb gestreden met mijn moeder omdat ik die eerste jaren zo één met haar was geweest. Toen er een einde kwam aan die wrevel-tijd, zag ik duidelijk wat ons verbond: boeken. Daar voerden we later steeds vaker gesprekken over. Zij is voor mij een bron van inspiratie geweest. Er was volgens mijn moeder altijd wel iets van haar in een verhaal van mij terug te vinden. Al was het maar de manier waarop iemand op z'n kop krabbelt. 'Dat heb je van mij!' Ze herkende zichzelf altijd, ook als zij het niet was.'
,,Toen ik 'Bericht uit de bezemkast' had geschreven, lag mijn moeder in het ziekenhuis. Kanker. Het verhaal werd gepubliceerd in Trouw en ik ging haar op een morgen de krant brengen. De volgende dag vroeg ik haar tijdens het bezoekuur: 'En mam, heb je het uit?' 'Ja', zei ze, 'ik heb het gelezen.' 'En? Nu kun je toch niet zeggen dat jij het was?' 'Nee', antwoordde mijn moeder, 'maar het was wel míjn been.' Ze leek inderdaad in niets op de gelovige vrouw uit het verhaal, maar was wel ooit op eenzelfde manier in een vloerverwarming gestapt en daardoor in het ziekenhuis beland. Ze komt nog altijd in mijn verhalen voor. Ze is heel dicht bij me. Mijn verhouding met haar verandert nog steeds. Ik begrijp nu, door mijn opgroeiende kinderen, meer van haar zorgen en angsten. Over school en vriendjes, over uitgaan en laat thuiskomen. Als ik nu, in het holst van de nacht, met overslaande stem, roep: 'Waar wás je?', hoor ik mijn moeder.'
,,Sinds haar dood is ook het contact met mijn vader veranderd. Mijn vader was directeur van de Rai en daardoor ook 's avonds zelden thuis. Hij had specifieke projecten met ons: leren fietsen, leren duiken, in een zomervakantie alle delen van Pietje Bell voorlezen. Hij was ook heel normerend, een belangrijke stem in huis. Zijn afwezigheid deed aan dat gezag niets af. Hij valt in discussies met mij altijd enorm over de rol van de kerkvader, maar in wezen was hij zelf ook een soort paus: onaantastbaar en autoritair. Maar ik kon, ook als puber al, goed met hem praten. Hij nam ons heel serieus. Vroeger had hij het altijd druk. Hij had de verstrooidheid van mensen die wel naar je luisteren maar tegelijkertijd laten doorschemeren dat ze eigenlijk iets belangrijkers te doen hebben. Nu is hij een broze vader, iemand die goed luistert en héél betrokken is. Hij heeft de laatste jaren veel tegenslag gehad, maar draagt dat met een enorm optimisme. Hij raakt mij meer dan vroeger. En, net als mijn moeder, begint hij nu in veel van mijn verhalen op te duiken. Ze hebben beiden een belangrijke invloed op mijn leven gehad; het kost me uiteindelijk ook geen enkele moeite om mij aan dit gebod te houden. Ik ben een gekoesterd kind.'
5. Gij zult niet doden
,,Nu euthanasie zo bespreekbaar is, mag er eigenlijk niet meer over lijden gesproken worden. Dat heb ik gemerkt toen mijn moeder ziek werd. Op een gegeven moment was het duidelijk dat zij niet meer beter zou worden; dat het een kwestie van weken of maanden was. Mijn zus en ik besloten haar te verzorgen. Op een dag zat ik bij haar in de tuin. De telefoon ging. Ik hoorde mijn moeder praten: 'Ja, ja, hoe het gaat... wat moet ik daarover zeggen? Het is zwaar. Ja, ik eet wel, maar ik ben toch ook vaak misselijk...' Het was even stil en toen vervolgde ze, op een andere toon: 'Ja, dat weet ik wel... Natuurlijk, daar hebben we ook afspraken over gemaakt.' Blijkbaar werd er aan de andere kant van de lijn gesuggereerd dat haar lijden toch niet eindeloos hoefde te duren. Met andere woorden: trek je agenda dan, als het je te zwaar is. Dat heb ik verbijsterend gevonden. Mijn moeder had al jaren gezegd dat ze voor euthanasie zou kiezen, maar uiteindelijk durfde ze toch van onze verzorging afhankelijk te zijn en kwam de dokter pas toen zij al op sterven lag. Ik vind iemand die een aangezegde dood krijgt een held. Het blijft toch moeilijk om je voor te stellen hoe dat is, als iemand tegen je zegt: 'Het is een mooie zomer, maar de herfst zul je niet meer halen.' Elke klacht, elke wens - hoe absurd ook - is daarna geoorloofd.'
,,Ik herinner me hoe mijn moeder zich plotseling vreselijk zorgen maakte over de wasdroger. Ze dacht: straks ben ik dood en Von weet niet hoe het filtertje werkt en dan gaat dat ding stuk terwijl we hem pas zeven jaar hebben... Dus riep ze mij bij zich en begon een heel gedetailleerd verhaal over knopjes, filters en pluisjes en wat ik daarmee moest. 'Begrijp je het nou?' 'Ja, ik begrijp het.' Ik deed wat ze mij had gevraagd, ging terug naar boven en zei: 'De pluizen zijn eruit, de filter is weer schoon.' Ik moest er zelf om grinniken maar mijn moeder lachte zo lief, was me zo dankbaar. De laatste weken van iemands leven gaan niet alleen over pijn en hoe daarvan verlost te worden, maar ook over paniek die je wegneemt door bij iemand te blijven. Door te luisteren. Door samen te bladeren in een fotoalbum. Door een nachtjapon te strijken. Door een boterham te snijden, precies zoals zij het hebben wil.'
6. Gij zult geen onkuisheid doen
,,Volgens mij kun je, binnen het huwelijk, geen onkuise dingen doen. Ik vind het echt belachelijk dat je in sommige Amerikaanse staten bepaalde seksuele handelingen niet mag verrichten. Geen orale seks, niet zus, niet zo; volgens mij mag het daar alleen maar 'gewoon'. Ik vind het stuitend om te bedenken dat iemand, bij wijze van spreken, door een spleet van de gordijnen loert om te zien of wat jij met je man uitspookt wel in orde is. Ik ben niet opgevoed met de gedachte dat iets onkuis zou zijn - en zéker niet binnen de verhouding met één iemand. Volgens mij handelt dit gebod over trouw en niet over wat je met wie doet. In principe zal ik wat mensen elkaar vragen niet snel vies of grof vinden. Dat maken ze zelf maar uit. Daar mag de kerk of de staat zich in ieder geval niet mee bemoeien.'
7. Gij zult niet stelen
,,In het milieu waaruit ik kom, zou diefstal een provocatie of gekte zijn - niemand hóefde te stelen. Alles was er en er was genoeg. Bovendien was mijn vader heel duidelijk over wat wel en wat niet kon. Op een dag ontsloeg hij een van zijn werknemers omdat hij in 'zijn' tijd naar Japan had gebeld. Blijkbaar heb ik dat soort dingen wel opgezogen. Toen ik bij theatergroepen ging werken en - vanwege de kinderen - vaak naar huis moest bellen, vroeg ik altijd eerst of het mocht. En als ik na een kwartier ophing, zei ik: 'Is hier ergens een telefoonpotje?' Dan tikte iedereen op z'n voorhoofd. 'Je werkt hier toch?' Maar ik kon het niet helpen: ik moest toch altijd denken aan het verhaal van de man die het zijn hoofd had gehaald om naar Japan te bellen in mijn vaders tijd.'
8. Gij zult tegen uw naaste niet vals getuigen
,,Kwaadspreken over iemand vind ik veel erger dan al die onkuise gedachten bij elkaar. Er zijn nu eenmaal mensen aan wie je een hekel hebt en als je iets vileins over zo'n persoon hoort, vertel je dat door. Maar het wordt kwalijk als je dat verhaal voortdurend gaat gebruiken om er anderen mee te amuseren. Daar verzet ik mij tegen. Dat is een van de dingen waaraan ik denk als ik op zondag mijn schuldbelijdenis uitspreek: ik wilde geen kwaad spreken, maar heb het toch gedaan. In de Hel van Dante zitten de kwaadsprekers dieper dan de seriemoordenaars.'
9. Gij zult geen onkuisheid begeren
,,Op de lagere school kon ik uren kijken naar de nek van een jongen die voor mij zat in de klas. Dan staarde ik naar de haarinplant, naar de plek waar het kraagje van z'n blouse begon, naar een moedervlek. En ik weet nog dat ik als meisje van zes mee mocht naar een schoolvoorstelling van Doornroosje. Daar zag ik een prins van twaalf - een voor mij al heel begeerlijke jongen - in zo'n strakke maillot met van die grote, wijde bewegingen over het podium dansen. Die avond lag ik in bed en dacht eraan hoe deze jongen mij onze ligusterhaag in zou duwen. Verder ging die fantasie niet. Als je zes bent, heb je geen idee wat je nog meer zou kunnen doen.'
,,Ik ben nooit opgehouden met fantaseren, maar ik geloof wel dat er een vorm van onkuise begeerte bestaat: je bent getrouwd en je werkt met iemand op wie je bijzonder bent gesteld. Zozeer, dat je je er steeds weer op verheugt om hem te zien. - Was het maar maandag! en het verlangen naar die ander voor je man voelbaar wordt. 'Wat is er toch met je? Je bent zo afwezig.' 'Niets.' Dan kan die begeerte ervoor zorgen dat je man zich eenzaam gaat voelen. Ik heb die eenzaamheid ervaren en ook berokkend. En dat kan toch niet de bedoeling van het huwelijk zijn. In die zin geloof ik niet dat alles wat zich in gedachten afspeelt onschuldig is.'
10. Gij zult niet begeren wat uw naaste toebehoort
,,Ik ben afgunstig als iemand succes heeft met iets wat slecht of lelijk is. Een goed boek gun ik veel lezers, maar ik word pissig als een dom boek in grote stapels op de toonbank ligt terwijl mijn boek - als een pakje kwark dat over de datum is - binnen een paar maanden weer van tafel verdwijnt. Maar ik begeer niet echt dat wat van een ander is. Bij alle mooie dingen die ik zie - een grote tuin, een goed ingericht huis, een prachtige garderobe - denk ik: het is mooi omdat er zoveel tijd en zorg aan is besteed. Dat is de zorg die ik aan mijn boeken wil besteden. Dus ik begeer die tuin, dat huis, die kleren niet. Misschien ben ik wel een verwend, jongste kind dat nooit reden had om jaloers te zijn. Ik heb nooit het gevoel gehad dat ik een ander leven had moeten leiden. Ik geloof dat je het moet doen met de kaarten die je krijgt. De dingen gaan zoals ze gaan. Niet alles wat je overkomt heeft zin maar, zoals de schrijver Cioran ooit zei: alles krijgt de zin die je eraan geeft.'

Geschreven in de palm van Uw hand
Over 'Eilandgasten' (1999) van Vonne van der Meer

Chroom Digitaal Proza, september 2000
door Tjerk de Reus

Bijna zeker ben ik ervan, dat de nieuwe roman van Vonne van der Meer het mooiste boek is van de afgelopen vijf jaar. Zo'n vijf jaar houd ik nu de moderne literatuur bij voor (CV-)Koers en de keren dat ik wist: 'dit is grandioos', zijn op één hand te tellen. Het gold voor de roman 'Verborgen gebreken' van Renate Dorrestein, ook voor Pieter Nouwens 'Het negende uur'. Nu ligt 'Eilandgasten' van Vonne van der Meer in de boekhandel (Contact, Amsterdam, fl. 34,50). Een erg knap en waardevol boek.
Geheimen
Alle verwikkelingen, verhalen en gebeurtenissen in deze roman cirkelen om een geheim. Dat geheim heeft te maken met troost, met zorgzaamheid, met een levenszin, met je-geborgen-weten. Maar dat alles is present op de wijze van een geheim; wie al te snel wil redeneren, glijdt uit. De roman van Vonne van der Meer bevat het leven in al zijn weerbarstigheid, met zijn vreugde en verdriet, met uitzichtloosheid vlak naast ongerept geluk. Maar wie goed luistert, hoort in deze roman een hart kloppen.
Vakantie
Zoals de titel al zegt, in deze roman zijn er eilandgasten: vakantiegangers, die een korte periode doorbrengen op Vlieland. Het zou moeilijk zijn om een hoofdpersoon aan te wijzen. Er staan eigenlijk zes korte verhalen in deze roman, waarin steeds weer nieuwe mensen een rol spelen: een gezin waarin sprake was van ontrouw, een bejaarde die een eind aan zijn leven wil maken, een kinderloze, oudere vrijgezel en een jonge zwangere vrouw, een vader die zich gepasseerd voelt op zijn werkplek en daardoor twee van de drie vakantieweken niet aanspreekbaar is, enzovoort. Maar ook is er een werkster, die best de belangrijkste van allemaal zou kunnen zijn, om maar niet te spreken van het vakantiehuis, Duinroos geheten, waarin deze mensen zich allemaal bevinden. En wat te denken van het gastenboek?
Overspel
De roman start in het voorseizoen. De eerste vakantiegasten zijn op komst en de werkster gaat na of alles in orde is. Staan de pannen allemaal op de juiste plek, is de stapel borden compleet, staat de kachel zachtjes aan, zodat de gasten niet in een kil huis terecht zullen komen? En dan arriveren de eerste gasten – het eerste verhaal. Dat verhaal is mooi en ontroerend, maar de materie is weerbarstig. Chiel is vreemdgegaan tijdens een zakelijk verblijf in Berlijn. Hij heeft zijn vrouw, Dana, alles opgebiecht, maar hoe nu verder? Dana heeft het hem allemaal vergeven, maar toch: hoe nu verder? In haar briljante stijl schetst Vonne van der Meer het weekje dat dit echtpaar, met hun zoontje, doorbrengt op het eiland.
Abortus
Dan – volgend verhaal – betreden de volgende gasten het vakantiehuis. De drieënveertigjarige Martine heeft de dochter van haar vriendin, Sanne, meegenomen naar het vakantiehuisje, dat ze eigenlijk voor haar en haar nieuwe vriend gehuurd had. Maar de vriend haakte onverwacht af, van het een kwam het ander, en de nukkige Sanne vormt nu het gezelschap voor Martine. De nukkigheid van Sanne is als de harde schaal van een ei. Op een goed moment breekt het, en de nukkigheid verdwijnt. Er komt een verhaal voor in de plaats: Sanne blijkt zwanger. Dat maakt veel los bij Martine. Ze dringt er bij Sanne op aan 'het' te laten weghalen – dat deed ze zelf ook toen ze ooit zwanger was en het haar niet uitkwam. Maar Sanne denkt er anders over. Door de gesprekken die nu ontstaan, komt de abortus van lang geleden opnieuw, dwingend, onder Martines aandacht. Sanne vraagt haar wat 'het' was, een jongen of een meisje: "Dat heb ik niet gevraagd." "Was je daar niet benieuwd naar?" "Als je het niet wilt houden, kun je dat maar beter niet weten. Leek me. Een meisje, een jongen, dan heeft het toch al bijna een naam?"
Herbezinning
Maar hoe koel en rationeel Martines overwegingen ook waren, ze ontkomt niet aan een herbezinning: "Twintig jaar had ze er niet meer aan gedacht, en nu wilde het alsnog een naam hebben?" Aan het slot van het verhaal heeft de ommekeer zich in Martine voltrokken. Heeft ze spijt? Heeft ze nu een andere visie op abortus? Dat weet ik niet, maar wel is er iets wezenlijks gebeurd. Tijdens een nachtelijke strandwandeling ontstaat er een nieuw evenwicht in Martine, als ze aan het strand zit te piekeren: "Soms zei ze een woord, een naam, heel zacht. Zo zacht dat een oor haar lippen had moeten raken om te weten wat ze zei, welke naam ze had gekozen."
Gods handpalm
Dan komt de werkster weer in beeld. Ze kijkt even in het huis rond of alles nog in orde is, of er reparatie nodig is. Maar vooral is ze benieuwd naar het gastenboek. Let op hoe de gedachte van 'naamgeving', die bij de ongeboren vrucht van Martine zo belangrijk was, in een nieuw verband weer terugkeert: "Gelukkig, de eerste gasten hebben wel geschreven [...] Ik moet niet te veel verwachten. Als ze er maar iets in schrijven, al is het maar hun naam, zodat de gezichten een naam krijgen." En dan volgen de cruciale zinnen: "'Onze namen staan geschreven in de palm van Uw hand' stond ook op Jeltes rouwkaart. Dat heb ik altijd een mooie gedachte gevonden: één handpalm met miljarden namen."
Zorgzaamheid
Het is fascinerend om Vonne van der Meer op de voet te volgen als ze na de verhalen over de vakantiegangers (steeds 30 tot 40 bladzijden), de werkster in beeld laat komen. Hoe zij heet vermeldt de roman niet. Wel weten we dat ze weduwe is, haar man heette Jelte. Vooral echter wordt duidelijk dat zij een zorgzame vrouw is, die zich op de een of andere manier sterk betrokken weet bij de gasten. Ze fietst zowat iedere dag langs het vakantiehuisje en als ze iemand voor het raam ziet staan, zwaait ze even. Is dat nieuwsgierigheid? Dat zou je denken, maar haar optreden is niet vervelend, er schuilt juist iets heel zorgzaams in.
Warmte
Ze denkt op een gegeven moment: "Soms zou ik willen dat ik dit huis niet alleen schoonhield, maar dat mijn armen de muren waren, mijn ogen de ramen. Dat ik kon zien en horen wat Duinroos meemaakt." De warmte en belangstelling die zij uitstraalt, wordt door de gasten ook opgemerkt. De bejaarde weduwnaar die een einde aan zijn leven wil maken, wordt bijvoorbeeld geïrriteerd door de verse bloemen die op tafel staan als hij aankomt in het vakantiehuisje. Maar dat gebaar van die verse bloemen, zou dat het begin geweest zijn van zijn ommekeer? Zou die zorg van buitenaf hem de troost verschaft hebben waardoor zijn gedachten langzaam maar zeker een andere wending kregen?
Troost
Vonne van der Meer schreef met deze roman een boek over troost, over houvast. En over geborgenheid en warmte, en ook over iemand die voor je zorgt. Daarom houdt een van de verhaalfiguren zich vast aan een hoopvolle gedachte: "All shall be well". Het zijn kleine dingen die deze hoop en dit vertrouwen wakker maken. En op de achtergrond van dat alles resoneert de tekst van Jeltes rouwkaart: 'Onze namen staan geschreven in de palm van Uw hand'.

Eilandgasten,Vonne van der Meer door Sanne

De schoonmaakster van het huisje Duinroos komt aan het begin van het seizoen naar Duinroos om het schoon te maken.
Ook leest ze het rode gastenboek. Ze vindt het heerlijk om te lezen wat de vakantiegangers allemaal hebben meegemaakt.
Ze legt na het schoonmaken het gastenboek in het zicht, waarmee ze hoopt dat de vakantiegangers er een stukje van hun vakantie in willen schrijven.
Dan komt het eerste gezin.

Chiel en zijn vrouw Dana zijn op het eiland om hun huwelijk te redden. Hun zoontje Floris is ook mee.
Toen Chiel op zakenreis was, is hij vreemdgegaan met een Duitse vrouw. Dana had meteen gemerkt dat er iets aan de hand was, toen ze Chiel op kwam halen van het vliegveld en toen heeft hij het haar verteld.
Als ze op Vlieland aankomen, merkt Dana dat ze haar boek vergeten is. Ze had het boek voor haar verjaardag gekregen van haar vader en wilde het op Vlieland gaan lezen.
Dan vertelt Chiel haar dat hij het boek aan de Duitse vrouw heeft gegeven als een soort afscheidscadeautje. Dana is woedend en kan een tijdje niet meer met hem praten.
Aan het eind van de vakantie is ze toch bereid het hem te vergeven en gaan ze met een goed gevoel weer terug naar huis.

Sanne en Martine zijn de volgende bewoners van Duinroos. Sanne is de dochter van Jella, de beste vriendin van Martine. Eigenlijk zouden Jella en Martine naar Vlieland gaan, maar er kwam iets tussen waardoor Jella niet mee kon.
Sanne is toen meegegaan in haar plaats.
Als blijkt dat Sanne iets te verbergen heeft tegenover Jella en Martine, doet Martine haar uiterste best om Sanne zover te krijgen dat ze het haar verteld.
Nadat Sanne van de trap is gevallen, verteld ze Martine eindelijk wat haar al die tijd zo dwars heeft gezeten:
Sanne is zwanger, maar ze is bang dat het kindje na die val van de trap er niet meer is en als het er nog is of ze het wel wil houden. Ze is er erg onzeker over en wilde er met niemand over praten.
Samen voeren ze hele gesprekken hierover. Martine heeft namelijk twintig jaar geleden een abortus laten doen en vergeeft zichzelf hiervoor tijdens de vakantie op Vlieland.
Aan het eind van de vakantie besluit Sanne toch om het kindje te houden.

De volgende bewoner van Duinroos is een weduwenaar. Hij is bijna 70 jaar en is door zijn kinderen naar Vlieland gestuurd, dat zou hem wel goed doen.
Maar de man heeft eigenlijk genoeg van zijn leven en wil zelfmoord plegen. Dit wil hij doen door zich ’s avonds in zee te verdrinken.
Maar als hij eenmaal een paar dagen op Vlieland is, begint hij DIE avond steeds verder uit te stellen. Omdat de mensen uit zijn omgeving moeten denken dat het een ongeluk was, moest hij er ook voor zorgen dat het net leek alsof Duinroos ook echt bewoond was geweest.
Ook schrijft hij een brief aan zijn kinderen, met een onschuldig verhaal over hoe leuk en fijn het wel niet is op Vlieland.
Maar hoe langer hij het zelfmoordplan uitstelt hoe meer hij er van afziet.
De volgende ochtend gaat hij zo snel mogelijk naar een telefooncel om zijn dochters te bellen dat hij het erg naar zijn zin heeft op Vlieland en niet kan wachten tot hij weer thuis is.

Nils, zijn vrouw Simone en zijn twee dochters Karien en Roos zijn het volgende gezin in Duinroos.
De vakantie begint goed, maar als Nils een telefoontje krijgt van zijn baas, dat iemand anders, een jongere man een erg belangrijke functie heeft gekregen bij het bedrijf waar Nils werkt en waarvan Nils dacht dat híj die functie zou krijgen is zijn vakantie volledig verpest.
Simone probeert hem vaak in te praten dat het helemaal niet zo erg is en dat hij zelf altijd heeft gezegd dat de functie die hij nu heeft goed genoeg is, maar het kan Nils niet opvrolijken.
Simone ziet hun vakantie al helemaal in het water vallen en gaat eens goed praten met Nils. Na hun gesprek gaat Nils “een frisse neus halen”.
Als hij terugkomt, ziet hij in dat hij de vakantie van zijn vrouw en dochters wel goed heeft verpest en besluit om zich niet meer met zijn werk bezig te houden en hun vakantie nog zo leuk mogelijk proberen te maken.

De volgende gasten in Duinroos zijn drie jongeren: Willemijn, Walter en Tom.
Walter woont al 2,5 jaar bij Willemijn in huis, maar ze hebben geen relatie. Ze besluiten om met elkaar naar Vlieland te gaan en in zijn enthousiasme vraagt Walter aan Tom of hij ook meegaat.
Eenmaal daar aangekomen krijgen Walter en Tom een gesprek over Willemijn. Tom dacht al die tijd dat Willemijn en Walter wat met elkaar hadden, maar wanneer dit niet zo blijkt te zijn, is Tom helemaal blij. Hij vraagt aan Walter of hij tegen Willemijn wil zeggen dat hij haar helemaal ziet zitten en wanneer Walter dit aan Willemijn verteld is zij ook helemaal in de wolken.
Wanneer Willemijn en Tom wat krijgen, gaat Walter weer in z’n eentje terug naar huis, omdat hij niet het gevoel wil krijgen dat hij tussen hen in komt te staan. Hij besluit hen met z’n tweetjes nog een leuke vakantie te bezorgen.

De laatste vakantieganger van het seizoen is Marleen. Marleen is een bejaarde vrouw en is naar Vlieland gekomen omdat ze wat tijd voor zichzelf nodig had.
Zodra ze het gastenboek ziet liggen, begint ze er in te schrijven. Ze had de neiging om even alles van zich af te schrijven en zo komt het dat er een deel van haar leven in komt te staan.
Zo schrijft ze dat ze weet dat ze niet meer lang te leven heeft, omdat ze heel erg ziek is. Ook schrijft ze dat ze na de dood van haar moeder tot de ontdekking kwam dat ze helemaal niet echt van haar moeder gehouden heeft, zoals een dochter eigenlijk doet.
Het is overigens niet de eerste keer dat ze op Vlieland is, zo schrijft ze. Ze heeft hier op dit eiland haar kinderen zien opgroeien in de vakanties en dat ze dat altijd heel bijzonder heeft gevonden.
Ze vindt het een heerlijk gevoel dat ze dit even heeft kunnen opschrijven, maar als ze weer teruggaat, scheurt ze nog snel de beschreven bladzijden uit het gastenboek, want ze heeft liever niet dat iemand het leest.

Als het seizoen van Duinroos weer is afgelopen, komt de schoonmaakster weer terug om het huisje schoon te maken voor het volgende seizoen.
Ook leest ze weer het gastenboek. Als ze ziet dat er iemand 7 bladzijden uit het boek heeft gescheurd is ze erg teleurgesteld. Ze had zo graag willen weten wat voor persoon het geweest zou zijn en hoe ze het hier had gehad. Maar helaas kan dat niet meer. Ze neemt het gastenboek mee naar huis om het op te sturen naar de eigenaar van Duinroos en het daarna weer terug te leggen op het vertrouwde plekje waar het al die tijd heeft gelegen.
(http://www.literairnederland.nl/web/recensie_week/viewRecensie.aspx?id=126)

Zwaar heen, licht terug

Vonne van der Meer, Weiger nooit een dans (Uitgeverij De Bezige Bij, 1996, toneel) en
Vonne van der Meer, Eilandgasten (Uitgeverij Contact, 1999, roman)
Er vaart een boot door de nacht. De zangeres in het toneelstuk van Vonne van der Meer constateert dat het schip op de terugweg een stuk groter en hoger lijkt. De lading is gelost: zwaar heen, licht terug.
Dit lijkt wel het thema te zijn van de verhalen die in beide bundels worden verteld. Mensen die een stukje van hun levensverhaal zichtbaar maken en toevertrouwen aan een gastenboek, een toehoorder. Of - indirect - aan de lezers omdat wij de gedachten mee kunnen lezen. En daardoor ontdoet hun verhaal zich enigszins van de lading die erop ligt.
In het toneelstuk van Vonne van der Meer is een veertigjarige zangeres na haar optreden blijven steken in een onbeduidend stadje. Hier overnacht zij, maar midden in de nacht stommelt zij de lobby binnen in de veronderstelling dat het ochtend is. De nachtportier wijst haar op haar vergissing en er ontspint zich een ontspannen en intiem gesprek tussen beide. De vrouw vertelt haar herinneringen, heel associatief en waar zij lacunes laat vallen vult de man haar aan. Ze vraagt hem hoe hij zoveel van haar weet, maar hij houdt zichzelf (in sommige passages letterlijk) op de achtergrond. De suggestie wordt gewekt dat de man Godzelf is. De nachtportier oordeelt niet, luistert toe en begrijpt. Dat is voldoende.
De nieuwste roman van Vonne van der Meer is een soort uitwerking van dit thema te noemen. Het verhaal speelt zich af op een van de waddeneilanden, in het zomerhuisje De Duinroos. Het boek begint en eindigt met het bezoek van de vrouw die het huisje schoonhoudt, in opdracht van de (onbekende) eigenaar. Daartussenin bevinden zich de verhalen van de bezoekers gedurende het toeristenseizoen. Het verhaal van Chiel en Dana wier relatie onder zware spanning staat vanwege een recente korte affaire van Chiel. Martine die door de dochter van haar beste vriendin geconfronteerd wordt met haar kinderwens en onvoltooid verdriet. Leo, de weduwnaar, die naar het eiland komt om zijn leven te beeindigen en er heel voorzichtig een nieuw begin maakt. Het verhaal van Nils die de vakantie versjteert omdat hij bij een promotie gepasseerd is door een jongere collega.
De vrouw die het huisje beheert houdt de bewoners van een afstandje in de gaten. Ze wordt hier en daar als passant opgemerkt door de bezoekers. En ze maakt met een van hen zelfs een praatje. Zij is ook degeen die de verhalen aaneenrijgt, al was het maar door het gastenboek dat zij zorgvuldig bewaakt. En de kleine, schijnbaar zinloze dingetjes daar rondom: een veertje, het strandzand, een slaaplap van een kind. Vonne van der Meer schetst op prachtige wijze hoe de mensen in het zomerhuis een proces doorlopen tijdens hun aanwezigheid daar. Niet in de vorm van een catharsis, maar in de gewone, dagelijkse voortgang van het leven, waarbij het alledaagse een nieuwe betekenis krijgt. Door de rust en inkeer die het huisje biedt, door de erkenning van hun eigen situatie kunnen de gasten weer verder. Inclusief de pijn, zoals in het geval van Walter die zich realiseert nooit echte liefde gekend te hebben.
De positie van de getuige, de nachtportier in het toneelstuk en de vrouw die schoonmaakt in Eilandgasten, is een bijzondere. De getuigen omgeven de verhalen van de andere personen als een soort beschermende mantel. Ze maken geen inbreuk op het proces, ze veranderen niets aan de gang van zaken maar hun aanwezigheid zegt wel: je bent niet alleen. Een troostrijke gedachte.
Judith de Lang
februari 2000
(http://www.vrouwenbibliotheek.nl/recensies/vandermeer.htm)

Auteur: V. van der Meer
Uitgever: Uitgeverij Contact
Rubriek:
Literaire Romans Nederlands
Literaire roman, novelle
ISBN 902549773x

Trouw, 28 augustus 1999

Alles werkt mee om de crises op scherp te stellen
T. VAN DEEL

,,Soms zou ik willen dat ik dit huis niet alleen schoonhield, maar dat mijn armen de muren waren, mijn ogen de ramen.'' Aan het woord is de werkster van het zomerhuisje Duinroos op Vlieland. Zij opent de roman 'Eilandgasten' van Vonne van der Meer met een laatste inspectie van het huis, vlak voordat de eerste gasten aan zullen komen. Aan het eind, als het seizoen voorbij is en zij het huis winterklaar heeft gemaakt, neemt zij de epiloog voor haar rekening.
De werkster is de zorgende instantie in het boek. Zij dringt zich niet aan de gasten op: die kennen haar niet eens. Zij blijft op de achtergrond en houdt ongemerkt een oogje in het zeil. Hoe groot in feite haar liefde voor het huis en de gasten is, blijkt wel uit het bovenstaand citaat. Zo dicht en beschermend zou zij graag bij de levens zijn, als een huis om hen heen.

Alle gasten die in de roman vervolgens de revue passeren, komen haar een keer tegen, en merken haar op, zonder te weten wie zij is. Wel heeft haar verschijning telkens een haast onmerkbare invloed op de levensloop van de gasten. Sommigen merken haar zorgende hand in het huisje niet op, anderen juist wel. Er is zelfs iemand die de bloemen die zij heeft neergezet weggooit, omdat hij zich door dit soort tekenen van zorg 'gadegeslagen' voelt.

De werkster fungeert in de roman als het raamwerk, waarbinnen zich zes verhalen afspelen die betrekking hebben op zes tijdelijke bewoningen van het zomerhuis. Die compositie is beeldschoon en stelt Vonne van der Meer in de gelegenheid binnen de roman zes gevarieerde verhalen te verwerken, die alleen al wat de lokalisering betreft een duidelijke band met elkaar vertonen. In die verhalen speelt de ruimte van huis en eiland een prominente rol; vele levens, hoe verschillend ook, komen in deze ruimte bijeen, delen die ruimte met elkaar, zij het ook in andere tijden.

De huurders verkeren allen in een conflictsituatie en maken een crisis door. Er is een echtpaar met kinderen, waarvan de man heeft opgebiecht dat hij een nachtje is vreemdgegaan en sindsdien lijkt alles in hun onderlinge verhouding verstoord. Tijdens hun verblijf in Duinroos wordt de mogelijkheid geschapen van een nieuw begin.

Een andere huurder wiens gedachten en gedragingen gevolgd worden, is een weduwnaar die zich heeft voorgenomen een eind aan zijn leven te maken door verdrinking. Hij wil zijn zelfmoord echter zo perfect arrangeren, dat zijn kinderen zullen denken dat hij per ongeluk is omgekomen. Gaandeweg komt hij zoveel obstakels tegen op deze weg en krijgt hij bovendien door allerlei gebeurtenissen, zoals een fietstochtje en het eten van een spekpannenkoek, weer zin in het leven, zodat hij van zijn voornemen afziet.

Een dergelijke samenvatting doet natuurlijk geen enkel recht aan de subtiele, heldere en tegelijk diepzinnige vertelwijze van Vonne van der Meer, waarin de opbouw van het verhaal en de dosering zo zorgvuldig plaatsvindt. Zij weet, ik zou haast zeggen elementair, over zulke moeilijk grijpbare fenomenen te schrijven als het hervinden van het vertrouwen, het kiezen voor een nieuw leven, de aanvaarding van het bestaan, het geloof in een grotere samenhang. De studente die zichzelf niet goed begrijpt en die niet weet voor wie van haar twee vrienden zij bestemd is, smeekt bijna om inzicht:

,,Ze keek naar het bleke, heldere licht van de vuurtoren. Stond het maar eens stil, ving het hen maar in zijn bundel. Misschien zouden ze dan eindelijk zien wie ze waren, en wie bij wie hoorde.''

De eilandsituatie, het huisje en wat zich daarin bevindt, alles werkt mee om de crises op scherp te stellen en tot een oplossing te brengen. De vrouw, wier man op zijn werk wordt gepasseerd door een ambitieuze, jongere collega, kan zijn reacties hierop bijna niet meer verdragen. Tot zij in het gastenboek tussen de regels door leest van een veel groter verdriet, waar het hare bij verbleekt. ,,Terwijl ze uit het raam keek, naar de donkere hemel waar nog maar een paar flarden daglicht doorheen kierden, had ze het gevoel dat iemand achter haar kwam staan, een hand op haar hoofd legde. Over haar schouder meekeek en de eerste sterren aanwees, wees naar iets dat ouder was dan haar verdriet.''

Dit gevoel van troost wordt in het verhaal gevolgd door de thuiskomst van haar man, aan wiens stem ze al van verre hoort ,,dat het over was''. De storm is bedaard, het conflict is het hoofd geboden, er is nieuw leven mogelijk.

In het laatste verhaal zit een zeventigjarige vrouw in het huisje. Zij heeft kanker en zal binnenkort overlijden. Maar zij ,,wil niet wrokkig sterven'' en probeert zich met haar moeder te verzoenen. Ze komt bij één enkele herinnering terecht, waaruit zij kan opmaken dat haar moeder toch, op haar manier, van haar gehouden heeft, en met die wetenschap kan zij het sterven aan.

Deze vrouw is het ook die het veertje, dat de werkster aan het begin van de roman bij een nieuwe bladzij in het gastenboek legt en dat in elk verhaal een rol speelt, meeneemt naar het ziekenhuis, om er naar de kunnen kijken en er de gelukkige herinnering aan het eiland aan te verbinden.

Het levensinzicht van deze vrouw rondt de reeks verhalen over geloof, hoop en liefde in huisje Duinroos prachtig af. Zij heeft een leven achter de rug, waarin het eilandbezoek centraal stond en zij komt nu voor zichzelf tot de slotsom:

,,Eigenlijk heeft een mens niets, behalve een naam en op de een of andere manier begreep ik dat op het eiland altijd beter. Omdat hier ook niets van mij is. Niets waarvan ik hier zo geniet kan ik het mijne noemen. (. . .) Maar dat ik hier altijd alleen maar te gast was, stemde me gek genoeg tevreden. Alsof ik als gast iets begreep waarvan ik altijd doordrongen zou willen zijn. Ook als ik niet met vakantie was, maar thuis.''

Vonne van der Meer heeft met 'Eilandgasten' een samenvatting gegeven van haar kijk op het bestaan. De conflicten die met de verschillende bewoningen van het zomerhuis gepaard gingen, zijn bezworen en het leven kan voort. Tegen het einde is het menselijk bestaan niet veel meer dan een naam geschreven in het gastenboek, of, zoals de werkster de rouwkaart van haar man citeert: ,,Onze namen staan geschreven in de palm van Uw hand.''

De roman heeft in zekere zin ook de vorm van een handpalm, waarin de levens van de gasten zijn ingeschreven. De werkster, die van een afstand het oog houdt op die levens en ze enigszins stuurt, krijgt in die rol iets goddelijks, zij is het oog dat gadeslaat, al bestaat er ook nog een 'meneer Duinroos', aan wie zij na elk seizoen het gastenboek opstuurt. Maar van enige reactie of bemoeienis van zijn kant is nergens sprake: de al jaren kapotte tv wordt niet vernieuwd en ook de oude kokosmat wordt niet vervangen. Brieven aan hem gericht blijven onbeantwoord en er bestaat gerede twijfel of hij zijn gastenboek wel leest. Over de verhouding tussen werkster en huisbaas in deze roman is dus nog wel enige speculatie mogelijk.

Biblion:
In deze vierde roman van Vonne van der Meer (1952) worden vijf vertellingen op ingenieuze wijze met elkaar verbonden. Een eenvoudig huurhuis, 'Duinroos' op Vlieland, herbergt in een zomerseizoen verschillende gasten, die ieder hun indrukken verwoorden in het gastenboek. De werkster die schoonmaakt ziet hen op afstand komen en gaan. Het jonge gezin dat zijn huwelijk wil redden, het jonge meisje dat ontregeld is door zwangerschap, de weduwnaar die het einde van zijn leven voorbereidt, de veertiger die voor zijn baan vreest, en drie studenten die niet goed weten wie bij wie hoort: allen maken de lezer deelgenoot van hun intiemste gevoelens en beweegredenen, die minutieus worden geanalyseerd. Tot een afronding komt niemand, ze laten alleen een spoor in het gastenboek achter. Dat maakt de verhalen wat onbestemd, maar wel intrigerend. Paperback; normale druk.

(Biblion recensie, Redactie)

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

J.

J.

Dit was zeer handig voor het verslag!! Ik heb er veel aan gehad!! Bedankt!!!

15 jaar geleden

Andere verslagen van "Eilandgasten door Vonne van der Meer"