Reacties op de examens, het laatste examennieuws, je voorlopige cijfer berekenen en de antwoorden.

 


Alles over de eindexamens Alles over het CSE


Titel: Dit is geen dagboek

Auteur: Erna Sassen

Uigeverij: Leopold

Jaar: 2009

 

Titel

De titel “Dit is geen dagboek” is een zin die de hoofdpersoon Boudewijn tegen zijn vader zei toen hij het aan hem gaf. Zijn vader zei tegen hem om iedere dag in zijn dagboek moet schrijven en Boudewijn zegt dat het geen dagboek is, want jongens gebruiken geen dagboek en hij wil niet als een zielige persoon uizien met een dagboek.

 

Inhoud

Samenvatting

Een manisch-depressieve moeder die zelfmoord pleegt, ga er maar aanstaan als puber. De 16-jarige Boudewijn gedraagt zich steeds meer zelf als een depressieve patiënt en zijn vader geeft hem een ultimatum: elke dag schrijven in een schrift en naar een cd luisteren, zo niet, dan volgt een gedwongen opname. Met tegenzin begint Boudewijn aan zijn dagboek, dat hij geen dagboek wil noemen, want een dagboek is zielig.

Met korte, boze zinnen die telkens op een nieuwe regel beginnen, beschrijft Boudewijn zijn dagen en nachten die hij als een levend spook doorbrengt. Hij heeft nergens meer zin in, is consequent moe en ’s nachts bang. Bang voor het donker, de stilte, de geluiden die misschien wel duiden op een inbreker. ‘Maar die iemand, waarvoor ik bang ben, die komt niet om iets te pikken. Die komt om mij dood te maken’. Daarom slaapt hij vaak bij zijn 7-jarige zusje Pluis, met haar bedlampje in de vorm van een nijlpaard. Pluis is een rustpunt. Pluis was te jong om de zelfmoord van hun moeder te begrijpen maar is ondertussen wel vroeg wijs. Ook de muziek van zijn vader blijkt een rustpunt, met name het ‘Stabat Mater’ van Pergolesi.

Langzamerhand begint het Boudewijn te dagen wat zijn vader voor ogen had met zijn opdracht. Want als je je dagen doorbrengt in verveling en lethargie, dan ga je vanzelf schrijven over dagen toen je nog wel wat deed. Allereerst was hij gewoon ontzettend kwaad op zijn moeder en weigerde ook maar in de verste verte begrip te tonen voor haar daad. Bokkig begon hij met de middelbare school en zag zijn vriendenkring snel slinken. Hij doet netjes zijn huiswerk, maakt een ‘enge ziekten woordenboek’, met termen uit de psychiatrie en gaat met zesjes over. Eigenlijk gaat het pas echt mis als hij in de vierde klas ruziemaakt met het meisje waar hij wonderwel een bijzondere vriendschap mee ontwikkeld had. Dan voelt hij wat hij mist en plaatst hij als genoegdoening een alternatieve rouwadvertentie waar hij ‘rectificatie’ boven zet. De volgende dag beseft hij voor het eerst wat het ‘Stabat Mater’ eigenlijk wil zeggen.

 

Hoofdpersoon

Boudewijn: een depressieve, apatische jongen die bang is donker, omdat hij bang is dat ’s nachts,terwijl hij slaapt ,iemand hem doodmaakt.

 

Bijfiguren

Pluis (eigenlijk Doris, officieel Dolores): de 7-jarige zusje van Boudewijn. Een lief meisje die in het verhaal als een engeltje eruit ziet. Zij werd niet geaffecteerd door de dood van haar moeder, omdat ze het niet echt begrijpt wat de dood is.

Zijn vader: streng, maar zorgzaam. Hij geeft Boudewijn de opdracht om elke dag ‘in het ‘dagboek’ te schrijven of laat hij hem in een psychiatrische inrighting opnemen. Maar hij zei dit zodat Boudewijn zijn tijd aan iets besteed en niet zitten niksen.

Tante Marjan: een lieve en leuke tante van Boudewijn en Pluis. Na de dood van Boudewijns moeder besteedde ze deels van haar tijd om voor ze te zorgen en deed het huishouden en boodschappen.

Oma: zij hielp Boudewijn met zijn depressiviteit door met hem te gaan wandelen.

Pauline: meisje van zijn klas waarop hij verliefd is. Zij is rustig en vriendelijk. In Boudewijns ogen is zij net als een perfecte mens.

 

Speelruimte

Het verhaal speelt zich af in Boudewijns dagboek. Daarin schrijft hij op een bepaalde dag deed  en hoe hij voelde. Hij schrijft wat hij deed op school, thuis en ook plaatsen vanuit zijn herinneringen toen hij klein was.

 

Tijd

Er staat niet geschreven in welk jaar het verschaal plaatsvindt, maar wel dat het begint op 7 februari en eindigd op 25 april. De dagen zijn belangrijk, want het is een dagboek en hij moet dagelijks erin schrijven.

 

Werkwijze

Het verhaal gaat in een chronologische volgorde heeft een ik-perspectief. De auteur heeft spanning in het verhaal gebracht door veranderingen in de dagen te brengen. Op sommige dagen schreef Boudewijn bijna niks en op andere schreef hij veel. In Boudewijns schrijvingen kom je de bijfiguren te kennen, maar ze komen voor hoe zij volgens Boudewijn zijn. je komt niet verder te weten hij zij denken of voor wat voor een persoon zij echt zijn. Naast de veranderingen was er niets meer om sfeer in’t verhaal te brengen. Het verhaal blijft moedeloos.

 

Thema+ mening

Het thema, denk ik, is depressiviteit en hoe jongeren ermee gaat. Ik was niet onder de indruk van het boek, want ik hou niet veel om over depressieve verhalen te lezen. Ik zou liever vinden of er iets erg groots zou gebeuren die Boudewijns leven compleet veranderd. Dat zal voor mij wat spannender zijn.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

A.

A.

deze mensen zeggen verslag 4 vwo maar toch schrijft deze superman 'dat zal voor mij wat spannender zijn'

2 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

M.

M.

handig voor mijn boekverslag!

4 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

H.

H.

heeft een open of gesloten einde?

5 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

A.

A.

Hee,
Dit verhaal staat in een NIET chronologische volgorde , hij springt namelijk van her naar der !
x

6 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast