De zonnewijzer door Maarten 't Hart

Beoordeling 5.4
Foto van een scholier
Boekcover De zonnewijzer
Shadow
  • Boekverslag door een scholier
  • 5e klas havo | 7335 woorden
  • 12 juni 2011
  • 7 keer beoordeeld
Cijfer 5.4
7 keer beoordeeld

Eerste uitgave
2002
Pagina's
240
Geschikt voor
bovenbouw vmbo/havo/vwo
Punten
2 uit 5
Oorspronkelijke taal
Nederlands
Literaire thema's

Boekcover De zonnewijzer
Shadow
De zonnewijzer door Maarten 't Hart
Shadow

Titel: De zonnewijzer

Auteur: Maarten ‘t Hart

Uitgever: De arbeiderspers

Plaats: Amsterdam

Jaar 1e druk: 2002

Bijzonderheid: 12e druk als Singel Pocket (samenwerkingsverband tussen verschillende uitgeverijen)

Aantal bladzijden: 292

Samenvatting:

In “De zonnewijzer” is de hoofdpersoon Leonie Kuyper. Zij was ook één van de hoofdpersonen in “De Kroongetuige”, een ander boek van Maarten ’t Hart. In “De Kroongetuige” was zij getrouwd met Thomas. In “De zonnewijzer” echter is zij gescheiden van Thomas. “De zonnewijzer” begint met de crematie van Roos Berczy, een goede vriendin van Leonie. Roos is overleden aan een zonnesteek. Leonie is de enige erfgenaam van Roos, mits zij in Roos haar huis gaat wonen en voor haar drie katten gaat zorgen. Roos wilde ook graag dat Leonie de identiteit van Roos zoveel mogelijk zou aannemen qua kleding en uiterlijk om de situatie voor de katten zo min mogelijk te veranderen. Roos beschouwde Leonie als haar zusje en zei dat ze toch al veel op elkaar leken.

Gaandeweg verandert het uiterlijk van Leonie in dat van Roos. Leonie komt er achter dat de dood van Roos geen toeval was, maar moord. Tevens leert Leonie steeds meer over het leven van Roos en ontdekt dat zij haar vriendin niet zo goed kende als zij dacht.

Thema:

Verdriet, kinderloosheid, identiteitsverandering, jaloezie, geloof en eenzaamheid.

Themazin:

Als je heel erg naar kinderen verlangt en ze niet kunt krijgen, dan draag je dat verdriet altijd met je mee.

Motieven:

Toen Leonie in scheiding lag had ze zich wel eens laten overhalen door Roos om mee naar het strand te gaan. Later wilde ze dat niet meer. Ze heeft nooit tegen Roos durven zeggen waarom ze dat niet meer wilde. (Pag. 51) “Bij Mensje van Keulen had ik gelezen: ‘Ik herinner me de eerste ogenblikken met mijn zoon en die ene sterke associatie: de zee.’ Die opmerking had me toen zo’n ongelofelijke steek van jaloezie gegeven. Waarom zij wel, en ik niet? Waarom was mij dat nooit toebedeeld geweest: de eerste ogenblikken met mijn zoon? Misschien zou ik dan ook die ene sterke associatie hebben gehad. O, wat zou ik dat zielsgraag weten. Mij was ontzegd gebleven wat zoveel andere vrouwen vaak zelfs herhaaldelijk mochten meemaken.”

Leonie raakt elke keer overstuur wanneer zij kinderen of een kinderwagen ziet. In dit geval rijdt ze langs Madurodam en ziet daar kinderen met hun ouders slenteren. (Pag.75/76) “Door de eigenaardige perspectivische vertekening die van de kinderen reuzen maakte, leek het alsof een geweldige klauw mij bij mijn nekvel optilde en weer neersmakte om mij andermaal duidelijk in te prenten dat ik ernaast had gegrepen.

Haastig zette ik haar zonnebril op. Het hielp nauwelijks, ik trapte als een bezetene, schoot een fietspad op, wist niet eens zeker of ik goed reed en kwam terecht in amfitheaters van weelderig groen en dacht: zou ik hulp nodig hebben?Maar een psychiater zou mij niets kunnen vertellen wat ik zelf niet allang wist. Dat ik hopeloos in de knoei zit omdat ik meemaak dat mijn vriendinnen de een na de ander grootmoeder worden.”

1.
“ ‘Kom, ik zal je fijntjes opmaken, gaan we samen winkelen, we hebben dezelfde maat, kopen we twee stel van iets beestachtig moois, zijn we tweelingzusjes… Ik had zo vreselijk graag een zusje gehad.’ Als ze dat zei, leek het of ik mezelf hoorde zeggen: ik had zo vreselijk graag kinderen gehad.” Dit heeft Roos wel eens tegen Leonie gezegd toen ze nog leefde. Leonie denkt dat ze misschien nu een ander mens kan worden, zwieriger en eleganter en dat allemaal door Roos haar dood. (Pag. 62)

Leonie denkt terug aan haar kindertijd en de grote verwachtingen die voorafgingen aan de eerste tocht naar de grote school, je verjaardagen, snoepreisjes, logeren bij een vriendinnetje en vijf december. (Pag. 115)

“Dat je dat toch kwijtraakte in de loop van je leven, dat vermogen reikhalzend uit te zien naar au fond weinig opzienbarende gebeurtenissen die evenwel kolossale schaduwen vooruitwierpen. Misschien als je een kind kreeg, of een kleinkind…nee, in godsnaam, daar niet aan denken.”

”Al mijn razernij kon ik kwijt in de holle gangen. Met de hoge hakken van de laarzen van Roos beukte ik op de granitovloeren. Vier broekenmannetjes, ze hadden vier broekenmannetjes, en Roos had vaak op die broekenmannetjes gepast, en ik…wat had ik? Vier in-vitrofertilisaties die zowaar alle vier gelukt waren en je hoop gaven, waarop vervolgens die hoop meedogenloos de grond in geboord werd.”

Dit gebeurd na een gesprek met Bas die ze een van de klokken van Roos belooft. Bas is jaloers en vindt dat hij en z’n vrouw ook wel recht hebben op een deel van de buit. Zij waren ten slotte dik met Roos, kwamen vaak bij elkaar over de vloer en Roos paste vaak op hun vier broekenmannetjes. (Pag. 134)

Leonie denkt terug aan een zomervakantie waarin zij een boek had gelezen. (Pag. 140) “Dat was misschien wel de mooiste zomer van mijn leven geweest, die van ‘Les Thibault’, een zomer waarin ik nog dacht dat ik net als Jenny ooit een kind zou baren.”

Toen Leonie de zomergeuren opsnoof, moest zij aan vroeger denken en aan haar grootmoeder. “Grootmoeder, het woord dat voor mij nooit vlees zou worden; ik begroef Curve Oval in mijn handpalmen en zei met haar stem: ‘Wie nu nog baart, is ontoerekeningsvatbaar’.” (Pag.149)

Toen Leonie op straat liep en zichzelf in een winkelruit weerspiegeld zag dacht ze: “Die persoon, wat had ik daar dolgraag afscheid van genomen. Een bedeesde trut die volledig van streek kon raken van de aanblik van een kinderwagen. Gelukkig zag je die torenhoge wagens niet meer, die onhanteerbare mammoetvehikels uit mijn jeugd. Ze waren vervangen door kleine wagentjes die een lift in konden en, in opgeklapte vorm, een auto. Die oerkinderwagens zag je hoogstens nog in buurten waar veel allochtonen woonden, dus daar bleef ik daarom uit zelfbehoud maar liever weg. Maar ja, wat mogelijk bleef was dat je een vader of moeder tegenkwam met zo’n soort ouderwetse bolderkar achter de fiets waarin onder een plastic overkapping een dreumes op zijn duim lag te zuigen. Zoals ik eertijds van kinderwagens van streek raakte, zo raakte ik nu van slag van die wagentjes.” (Pag. 165/166)

En op pagina 167: Leonie mist haar vriendinnen met wie ze over van alles kon praten. “Nu wreekt zich dat ik mijn vriendinnen ben kwijtgeraakt. Steeds heb ik, als ze kinderen kregen, de vriendschap laten verwateren. Dat gehannes en getuttel met zo’n dreumes, ik kon ’t niet aanzien. Ik werd er zo ontzettend verdrietig van. Nu worden ze stuk voor stuk grootmoeder, het vult hun leven, ze praten vast nergens anders meer over. Ik kan het ze niet kwalijk nemen, maar ik kan ook niet met ze omgaan, het doet te veel pijn.”

2.
Op een avond zit Leonie te praten met Claire de Canadese. Ze vraagt Leonie of ze kinderen heeft. Of zij ze niet wilde of niet kon krijgen. “Hoewel ik donders goed begreep dat ze dit vooral vroeg om radicaal van pijnlijk onderwerp te kunnen veranderen, kromp ik in elkaar. Zo onomwonden gevraagd te worden naar datgene wat je leven verpest heeft, daar moest ik diep bij slikken. Ik vertelde haar zo luchtig mogelijk dat ik dolgraag moeder was geworden maar gaandeweg onder ogen had moeten zien dat ik nooit zwanger zou worden en toen weer hoop had gekregen omdat er, ook in ons geval, met succes in-vitrofertilisaties waren uitgevoerd en dat er bij mij herhaaldelijk een embryo was geïmplanteerd en dat al die embryo’s telkens na een paar weken door mijn baarmoeder waren afgestoten.” (Pag. 192)

Commentaar op themazin:

Aan de ene kant ben ik het wel eens met het thema “kinderloosheid”, omdat kinderen lastig kunnen zijn en veel geld kosten. Ook kunnen kinderen je veel verdriet en zorgen geven. Sommige mensen kiezen bewust voor een huwelijk zonder kinderen omdat ten eerste ze geen kinderen op deze verrotte wereld willen zetten en ten tweede omdat ze dan met hun carrière in de knoei komen of omdat het kind dan geen genoeg aandacht krijgt wanneer de ouders werken.

Aan de andere kant ben ik het niet eens met het thema, want kinderen kunnen ook plezier in je leven brengen. Je kunt trots zijn op je kind wanneer het iets bereikt in zijn/haar leven. Je kinderen kunnen je ook kleinkinderen geven, mits ze dat willen. Mijn moeder zei eens: “ik zie de wereld opnieuw door jouw ogen.” Wanneer je kinderen hebt, kan je samen leuke dingen doen. Het verrijkt je leven.

Als iemand geen kinderen kan krijgen maar het wel graag wil, vind ik dat erg. Sommige mensen hebben wel kinderen maar verdienen ze niet, omdat ze hun kinderen verwaarlozen of mishandelen. Ik vind adopteren een goed idee als iemand geen kinderen kan krijgen, maar het wel graag wil. Ik ken iemand die dat gedaan heeft. Bovendien geef je dan een arm kind of een weeskind een beter leven. Maar adopteren omdat het een rage is onder celebrities vind ik niet oké.

Titelverklaring:

“De zonnewijzer”slaat op de zonnewijzer die op het binnenplein staat waar het laboratorium waar Roos werkte, omheen gebouwd was. Naast de zonnewijzer staat de Datura fastuosa (doornappel uit India), de plant waarvan de zaadjes giftig zijn. Met de zaadjes van deze plant is Roos vergiftigd. De zonnewijzer wijst als het ware naar de oorzaak van Roos’ dood. Ik vind de titel wel een goede keuze omdat de giftige plant ernaast staat. Zodra er over de zonnewijzer gesproken wordt en de plant ernaast, begin je al een vermoeden te krijgen wat er is gebeurd. De vraag is dan alleen nog door wie, wanneer, waarom en hoe. Pas in het laatste hoofdstuk wordt duidelijk door wie en waarom.

Nieuwe titel: “Curve Oval”.

Ik heb voor deze titel gekozen omdat het verwijst naar de lange kunstnagels die Roos droeg. “Curve Oval” is het model van deze kunstnagels. Het was haar handelsmerk. Roos heeft nagellak gekocht in de kleur van de bloemblaadjes, paars/rood/blauw, van de Datura. Wanneer Roos dood is en Leonie haar identiteit langzaam gaat aannemen, begint ze met het opplakken van de nagels en deze te lakken in de paars/rood/blauwe kleur. De nagels zijn heel opvallend en een ieders aandacht wordt er meteen naar toe getrokken zodat de mensen Leonie al gauw aanzien voor Roos. Bas viel flauw bij het zien van de nagels. Later heeft Leonie ze in een opvallende lichtgevende kleur rood gelakt. Die kleur gebruikte Roos tijdens haar SM sessies. De nagels waren als “tien lampionnetjes” in het donker. Bij het zien van deze nagels viel Eduard flauw, een klant van Roos die verliefd op haar was. Nadat hij flauwviel, ging Roos naar zijn huis om zijn vrouw te waarschuwen. Door het zien van Leonie die er uit zag als Roos, heeft de vrouw van Eduard na Roos ook Leonie vergiftigd.

3

Identificatie met één van de hoofdpersonen

Mening over het boek

In mijn mening over het boek vertel ik, om te beginnen, iets over de emoties die het boek al dan niet bij mij oproepen. Verder vertel ik of ik vind dat het boek realistisch is geschreven. Daarnaast vertel ik wat, naar mijn mening, de intentie van de auteur was. Ook vertel ik iets over de stijl waarin het boek is geschreven. Tot slot vertel ik iets over de structuur van het boek. Denk hierbij aan perspectief, tijd, personages, ruimte en spanning.

Emotivistische argumenten

“Ik wou zeggen: vroeger, Tijg, zongen wij ‘ik wens te zijn als Jezus’, maar hield me in. Ik moest er eens mee ophouden de hele dag hardop tegen Tijg te praten. Dus neuriede ik het liedje maar voor mezelf. ‘Ik wens te zijn als Jezus, zo lieflijk en zo goed, zijn woorden waren vrind’lijk, zijn stem was altijd zoet.’ Altijd zoet? Ook toen hij met een zelfgemaakte zweep de wisselaars uit de tempel sloeg? Ook toen hij met instemming over folteraars had gesproken? Ook toen hij had gezegd: ‘Doch de vijanden van mij, die niet wilden, dat ik over hen koning werd, brengt hen hier en slacht ze voor mijn ogen.’?” (Pagina 180)

Ik vind dit eigenlijk een walgelijk stuk. Ik ben zelf niet gelovig, maar als dit werkelijk in de Bijbel staat betekent dit, dat iedereen die niet in Hem gelooft, dus afgeslacht mag worden. Dan is dat een vrijbrief voor geloofsfundamentalisten om tot terrorisme over te gaan.

Er zijn ook andere stukken uit de Bijbel, maar die zijn te saai om te vermelden. Er zijn ook leuke, grappige stukken in “De zonnewijzer”. Een voorbeeld hiervan staat op pagina 212/213. Dit is een gesprek tussen Leonie, een ander meisje en de mannen met wie ze gaat eten in een restaurant voordat ze naar de woonboot gaan voor een SM sessie.

“ ‘Nee, ik zal Arie, Siem en Cor wel afwerken, dan neem jij Freek voor je rekening, da’s tenslotte jouw vriendje. Die wil vertrapt en geslagen worden en uiteindelijk moet er een flinke plas over hem heen.’

‘Ik zie d’r toch huizenhoog tegenop, en die dildo’s…’

‘O, maar daar komen we niet aan toe, denk ik, ’t is de kunst om te zorgen dat ze voor ze daaraan gaan denken al zijn klaargekomen, en als ze aan hun gerief komen, loopt de ballon direct leeg, dan hebben ze nergens oren meer naar, willen ze niks anders meer dan rustig uitpuffen en keuvelen met een pilsje erbij.’

‘Heb je d’r plezier in om dit te doen?’

‘Het verdient vreselijk goed,’ zei ze ontwijkend.

‘Dames, kom d’r weer eens bij,’ zei Freek, ‘ik wou aan tafel gaan.’

‘Je zou me nog zeggen waar ’t staat,’ zei ik.

‘Volgens m’n cd-rommetje Jesaja 38 vers 10, alleen staat ’t er ietsje anders. D’r staat: in de bloei van mij dagen moet ik heengaan en derven de rest van mijn jaren.’

‘In welke context staat het?’ vroeg ik.

‘Context?’

‘Ik bedoel: wat staat eromheen? Hoe komt het ter sprake?’

‘Geen flauw idee. Ik heb “derven” ingetikt op m’n computer, en toen begon m’n cd-rommetje te brommen en gaf hij een frutje teksten met derven erin. Toen zag ik ’t meteen staan, Jesaja 38 vers 10.’

‘Heeft iemand toevallig een bijbeltje bij zich?’ vroeg ik.

Een grote vreugde maakte zich meester van brandweerman, autosloper en rijschoolhouder.

‘Heb jij een bijbel bij je, Siem?’

‘Altijd, je ken d’r niet van buiten in onze branche, maar laat hij nou toevallig in m’n andere jas zitten.’

‘De bijbel? Nee, de bijbel niet, maar wel de koran. Ben je daar ook mee geholpen?’ zei Cor.

‘Arie, zei m’n vrouw toe ik wegging, ken je de bijbel vandaag voor één keertje thuislaten? Ik wou d’r een recept voor rodekool in nakijken.’ ”

4

Realistische argumenten

Ik vind dat Maarten ’t Hart best een goed beeld van de werkelijkheid weergeeft. De omgeving die hij beschrijft bestaat echt. Ook de personages kunnen echt bestaan. Verder kan wat er met Roos is gebeurd ook echt gebeuren. Daarnaast bestaat het gif van de Datura echt. De hoofdpersoon gaat ook boodschappen doen bij de Etos en de Digros. De Digros supermarkten bestaan echt en staan voornamelijk in de omgeving van Katwijk, Den Haag en Zoetermeer.

Intentionele argumenten

Wat de intentie van de schrijver is kan ik alleen maar raden, zeker weten doe ik het niet. De schrijver laat zien dat iemand die graag kinderen wil en zichzelf steeds geconfronteerd ziet met de kinderen van anderen die verdriet nooit achter zich kan laten. Ook laat hij zien dat mensen een rol spelen in hun leven, maar dat je niet vast hoeft te zitten aan die rol. Dit laat hij zien aan de hand van de verandering die Leonie ondergaat. Als je, je in een totaal andere stijl kleedt, dan ga je, je ook anders gedragen. Leonie probeert de identiteit van Roos aan te nemen. Ook zijn er altijd vrouwelijke personen die zich graag willen identificeren met een andere vrouw die ze aanbidden en willen proberen op haar te lijken. Dit gebeurt vaak bij tienermeisjes die zich dan gaan kleden als hun idool en hetzelfde kapsel nemen. Maarten ’t Hart zelf identificeert zich ook altijd met zijn vrouwelijke hoofdpersoon door zich tijdens het schrijven te kleden als een vrouw. Zo is hij er waarschijnlijk ook achter gekomen dat het met lange nagels erg moeilijk typen is.

Stilistische argumenten

Maarten ’t Hart schrijft erg toegankelijk. Het verhaal is niet moeilijk te volgen. Wel komen er geregeld moeilijke woorden in voor. Het zijn er te veel om op te noemen, dus daarom enkele voorbeelden hiervan: Breidelloos – tomeloos(alle perken te buiten gaand), compulsieve –dwingende, geëncanailleerd – zich ingelaten met.. (encanailleren – zich inlaten met..), omineus – onheilspellend, proliferatie - snelle vermenigvuldiging of verbreiding, simmen - een huilend gezicht zetten, pianissimo – zeer zacht (muz.).

Ook komen er veel buitenlandse woorden in voor zoals Franse, Latijnse, of Duitse. Enkele voor beelden hiervan zijn: Flux de paroles (Fr.) – woordenvloed, Sensu stricto (Lat.)– strikt genomen, Soubrette (Fr.)– dienstmeisje (in een komedie). Daarnaast zijn er buitenlandse woorden die wij in Nederland ook vaak gebruiken. zoals: rücksichtslos, split second, out of the blue, creeps, what’s in a name, au fond, spielerei en trouvaille. Verder staan er ook enkele ouderwetse woorden in. Voorbeelden hiervan zijn: beursje, vroegertijd, elektriek en ruiker in plaats van boeket. Ook staat er vaak godlof in plaats van goddank. De vele moeilijke woorden maken het lezen lastiger omdat je er een woordenboek bij nodig hebt. Van sommige woorden kun je de betekenis uit de context halen. Verder staat er een Frans gedicht in dat gaat over de ogen van een kat.

Je vois avec étonnement – Ik zie met verwondering

le feu de ses prunelles pâles – het vuur van deze lichte pupillen

Clairs fanaux, vivantes opales – heldere lichtbakens, levendige opalen

Qui me contemplent fixement. – die me aandachtig bekijkend fixeren.

Gedicht van Baudelaire (Pag.25)

Verder gebruikt Maarten ’t Hart ook graag lange zinnen. Het zijn er erg veel en ik zal hier twee voorbeelden geven. (Pag. 42) “Kijkend naar de neergutsende regen, die gratis het grote woonkamerraam een stevige beurt gaf, voelde ik mij weer het kleine meisje dat achter de ramen van het ouderlijk huis ’s zomers op de vrije woensdagmiddag zielsgelukkig naar de ruisende regen had staan kijken en naar de gorgelende goten had staan luisteren.”

5

En op pagina 60: “Die ga ik nog een keer lakken dacht ik, het is bittere ellende om ermee rond te lopen, je kunt geen enkel knoopje nog fatsoenlijk dichtkrijgen, je kunt je gat niet meer afvegen, je kunt je niet meerbehoorlijk wassen, je kunt niks meer oppakken en je kunt niet meer typen, maar ik moet ermee leren leven, ik moet, ik moet,ik moet.”

De lange zinnen van Maarten ’t Hart zijn niet lastig om te lezen. Je raakt de draad niet kwijt.

Ook komen er citaten voor in het boek. Voorbeelden hiervan zijn: (Pag. 67/68) Citaat van Schopenhauer: “Wij moeten tot onze grote verbazing vaststellen dat wij al onze goede voornemens ten spijt ons gedrag niet kunnen veranderen, en dat wij van de wieg tot aan het graf hetzelfde, door onszelf gelaakte karakter moeten gehoorzamen en dat wij als het ware de rol die wij op ons hebben genomen tot het bittere einde moeten blijven spelen.”

Pagina 73: “...dat de een als zij soms naar de ander ziet, bij zichzelven denkt, maar ben ik dat niet?” Dit is een regel uit een gedicht van Marsman. En op pagina 194 staat een regel van de dichter Nijhoff: “O, nood van ongeboren leven”.

Tevens staan er veel dingen in die met het geloof te maken hebben. Voorbeelden hiervan zijn:

(Pag. 61) “Toen ik ’s morgens verbaasd ontwaakte, neuriede ik regels uit het begin van het psalmenboekje:’Ik lag en sliep gerust, van ’s Heren trouw bewust, tot ik verfrist ontwaakte, want God was aan mijn zij, Hij ondersteunde mij in ’t leed dat mij genaakte.’ “

(Pag. 86) “Ze was ijdel geweest, anders hing je niet zo’n oogverblindende foto van jezelf op. Of speelde mijn eigen christelijk-gereformeerde achtergrond mijn parten?”

(pag.123) “Dat was, zo heb ik achteraf beseft, zijn grote voorbeeld. Van Jezus repte hij zelden; Hizkia was zijn Zaligmaker. Steevast raakte hij aangedaan als hij preekte over 2 Koningen 20 of 2 Kronieken 32 of Jesaja 38.”

Maarten ’t Hart maakt altijd mooie of leuke vergelijkingen. Enkele voorbeelden hiervan zijn: (Pag. 10) “Onderweg diepte hij zijn toespraak op uit de binnenzak van zijn pak dat dezelfde donkergrijze kleur had als de nieuwe vuilnisvaten.”

(Pag. 15) “Aan het gekwinkeleer van de hedendaagse telefoons kan ik niet wennen. Geef mij de ouderwetse rinkelbel maar. Dit gesmoorde gemekker, als van een gecastreerde bok onder uit een keldergewelf – wie heeft dat ooit bedacht?”

(Pag. 41) “Toen kletterde de regen zo overvloedig tegen de ruiten dat het leek alsof engelen bluswater loosden.”

(Pag. 82) Deze vergelijking vind ik erg leuk:”Zelfs Lellebel liet zich even zien met haar bespikkelde wit-zwarte pootjes die eruitzagen alsof ze netkousen droeg.”

In “De zonnewijzer” komt af en toe bloemrijke taal voor. Voorbeelden hiervan zijn:”Toen we Rhijnhof naderden, brak de lucht. Dartele wolkjes duwden het grijze moessondek naar Duitsland.” (Pag.7)

“Ik voelde me zwaar opgelaten, maar toen we de stad uit waren en langs zo’n oer-Hollandse vaart reden met schuimkopgolven en traag wuivende rietpluimen erlangs en een loodgrijze regenlucht erboven, en kordaat malende molentjes her en der, en Freek telkens moest afremmen omdat groepjes meerkoeten met gestrekte halzen als stormtroopers de smalle weg overstaken, kikkerde ik weer op.” (Pag.210)

Tevens staan er veel dialogen in het boek die levensecht zijn. Enkele voorbeelden daarvan zijn: (Pag.35) “De styliste keek even op. Ik vroeg: ‘Hebt u misschien iets waarmee ik m’n kunstnagels er weer af krijg?’‘Zelf opgeplakt zeker?’ vroeg ze snibbig. ‘Ja,’zei ik schuldbewust.‘Laat dat dan ook professioneel doen,’ zei ze. Ze wierp een blik op mijn nagels.

‘Waarmee hebt u ze vastgezet?’‘Met extra strong van de Etos.’

6

(Pag.136) “Ik belde haar op haar werk, zei haar dat ik verhuisd was, gaf mijn nieuwe adres en telefoonnummer, en vroeg:’Jullie kluisje is een keer leeggehaald bij een bankroof, dus moet jij iets van kluisjes weten. Bewaar je daar thuis de sleutel van?’

‘Als ’t goed is wel,’ zei ze.

‘Je gaat dus met je sleutel naar de bank. En dan?’

‘Dan moet je je legitimeren, je naam komt in een register, met de tijd erbij, je moet tekenen en dan gaat iemand van de bank met je naar de kluisjesruimte.’ “

Structurele argumenten.

Tijd


Het verhaal speelt zich af vóór de invoering van de Euro in het jaar 2000 in de maanden augustus, september, oktober, november en december. Het verhaal eindigt tussen Kerst en Oud en Nieuw. Een voorbeeld hiervan is: (Pag. 139) “Een halve ton! Wat moet ik daar in vredesnaam mee beginnen? Anderhalf jaar nog tot de invoering van de euro, ruim vijfhonderd dagen. Honderd gulden per dag zou ik moeten uitgeven!” En op (Pag.255) “Terugbrengen voor14 juli 2000? Wanneer had hij dat boek dan geleend? Drie weken daarvoor, op 23 juni 2000. Zo’n anderhalve maand voor de fatale datum had hij het boek al in huis gehad.”

Het verhaal wordt chronologisch verteld. Roos is gestorven op woensdag 9 augustus. Het verhaal begint bij de crematie van Roos. Voorbeelden hiervan zijn: (Pag. 43) “’Woensdag twee weken geleden? Ik kan ’t me met geen mogelijkheid herinneren. Was het toen zonnig? Kan haast niet. Het is zo’n kutzomer.” Dit is twee weken na de crematie. Een ander voorbeeld (Pag.75): “De zon straalde aan een strakblauwe septemberhemel toen ik langs polders met schuchter rimpelende slootjes op de parallelweg van de A 44 fietste.” Nog een voorbeeld (Pag.179): “Maar Tijg dacht waarschijnlijk niets, koesterde zich vredig in de schrale oktoberzon, had nog nooit van SM gehoord.”

Het verhaal eindigt tussen Kerst en Oud en Nieuw. Een voorbeeld hiervan is wanneer Riet Goudsblom bij Leonie op bezoek is in het LUMC. (Pag. 281) :

“ ‘Want t’is hier doodstil, ze werken tussen kerst en Oud en Nieuw op minder dan halve kracht, al wat niet op sterven na dood is hebben ze naar huis gestuurd, iedereen die kwaad wil kan zomaar binnenlopen, en dus ook…’ “

Er zijn geen flashforwards in het boek. Wel is er één flashback, deze staat op Pagina 289. Leonie denkt terug aan vroeger toen haar broer haar in een slootje had geduwd.

“Wat moest ik doen? Ik lag daar en zag golfjes op een in de zomerzon glinsterend slootje. Mijn broer had me in dat slootje geduwd en me er toen weer in paniek uit gehaald, dodelijk geschrokken omdat ik kopje-onder ging. Toen ik doornat eruit was gekomen had hij me gesmeekt niet tegen vader en moeder te zeggen dat hij me in ’t slootje geduwd had en we waren wat verderop in de zon gaan zitten zodat ik kon opdrogen, en ik had mij daar, aan die slootkant, door de zon laten troosten en koesteren en ik had naar dat glasheldere water gekeken en naar de kabbelende golfjes die lichtribbels veroorzaakten die geruisloos over de bodem van de ondiepe sloot gleden, en of ik toen al echt beseft had dat straf nooit ongedaan kon maken wat er gebeurd was, dat wist ik niet meer, maar altijd als ik terugdacht aan de alsmaar voortglijdende lichtribbels, en vervolgens aan het feit dat ook hij in de bloei van zijn dagen was heengegaan, was ik er innig dankbaar voor dat ik hem toen niet verraden had.”

Er zijn geen vertragingen in het boek, wel is er een versnelling wanneer Leonie ineens in het ziekenhuis ligt en het perspectief wordt overgenomen door Freek in hoofdstuk 25. Freek vertelt hier hoe Leonie vergiftigd is en wanneer dat is gebeurd.

De versnelling, noch de perspectief wisseling heeft enig effect op mijn lezen. Ik vind het bovendien prettig dat het boek chronologisch wordt verteld, afgezien van één kleine flashback dan. Het heen en weer switchen tussen heden en verleden, houd ik niet zo van. Dat vind ik niet prettig lezen en vaak verwarrend.

7

Perspectief

Het boek is geschreven in de ik-perspectief, vanuit Leonie. Alleen hoofdstuk 25 is geschreven vanuit het perspectief van Freek. Voorbeelden hiervan zijn: (Pag. 144) “Ondanks het feit dat ik hem nog steeds vervloekte, besloot in Bas te bellen. ‘Heb jij enig idee wie dat tengere meisje was die ons op de valreep nog condoleerde?’ “Ik kan me geen tenger meisje herinneren,’ zei hij.” En (Pag.179) “ ‘Ik geloof dat ik eerst maar eens een kopje rooibosthee ga zetten,’ zei ik tegen Tijg. Hij volgde me naar de open keuken, meende misschien abusievelijk dat een geschokte bazin er gemakkelijker toe zou komen hem een kattenversnapering te verstrekken.”

Een voorbeeld van het perspectief vanuit Freek is: (Pag. 265) “ ‘Ik geef je mijn nummer van m’n clandestiene mobieltje,’ zei ik, ‘en koop zelf ook zo’n kreng, en steek dat altijd bij je, kun je me overal vandaan bellen.’ ‘Ja, maar heb jij je mobieltje dan altijd bij je…?’ ‘Dat draag ik op m’n hart,’ zei ik. Ze zei ’t allemaal nogal luchtig, maar bij mij ging meteen alarmfase één in. Ik bedoel: ik had dit eerder meegemaakt en daardoor ben jij toen in beeld gekomen, had jij opeens een hoop werk, dat gun ik jou geen tweede keer.”

Het perspectief is vanuit Freek omdat Leonie buiten bewustzijn in het LUMC(Leids Universitair Medisch Centrum) ligt en Freek toch een belangrijke rol in het boek speelt.

Personages

Roos Berczy:

Roos, van oorsprong een Hongaarse, was de beste vriendin van Leonie Kuyper. Eerst dacht men dat Roos was overleden aan een zonnesteek, maar later komt Leonie erachter dat Roos vermoord is. Leonie was als een zusje voor Roos en iedereen dacht dat ze ook zusjes waren. Roos laat na haar dood alles na aan Leonie, mits ze in haar huis gaat wonen en voor haar drie katten gaat zorgen. Ook moet Leonie zoveel mogelijk op Roos gaan lijken zodat er voor de katten niet te veel veranderd. Toch wist Leonie niet alles van Roos, maar wanneer ze in haar huis woont komt ze veel over Roos te weten. Roos leidde een dubbel leven. Roos werkte overdag op het laboratorium waar Thomas, de ex-man van Leonie, ook heeft gewerkt. In haar vrije tijd werkte Roos in een club en deed aan SM op een woonboot met haar vrienden en een collega. Zij is een plat karakter.

Leonie Kuyper:

Leonie is de beste vriendin van de vermoorde Roos Berczy. Leonie erft alle bezittingen als ze voor haar drie katten zorgt, zodat het net lijkt of Roos nog leeft. Leonie gaat daarom in het huis van Roos wonen. Ze wil graag zijn zoals Roos en gebruikt daarom veel van haar spullen. Mensen vinden het overdreven, maar Leonie wil gewoon hetzelfde zijn als Roos, degene die ze aanbad. Roos en Leonie waren twee totaal verschillende types.

Leonie neemt langzamerhand de identiteit van Roos over. Ze gaat zich kleden als Roos, plakt haar kunstnagels op en laat haar, haar in hetzelfde model knippen. Wanneer ze de SM kleding van Roos vindt, trekt ze ook deze aan en gaat mee naar een SM-sessie (gelukkig voor Leonie valt deze letterlijk en figuurlijk in het water). Soms noemt ze zich zelfs Roos. Leonie is een rond karakter.

Freek Volbeda:

Freek was een vriend van Roos. Hij heeft een bouwbedrijf en is een simpele man. Roos had met Freek SM sessies op een woonboot. Freek was gek op Roos en voelt zich later ook aangetrokken tot Leonie. Hij schakelt een detective in om er achter te komen wat er met Roos is gebeurd. Hij is een helper en is een plat karakter.

8

Riet Goudsblom:

Riet werkt ook op het laboratorium waar Roos werkte. Zij gelooft niet in de verhalen dat Roos is vermoord, of wil het niet geloven om het laboratorium te beschermen. Riet leeft voor het laboratorium en wil de moordenares niet aangeven omdat anders de naam van het lab ten onder gaat. Riet werd beschuldigd van poging tot moord op Leonie, omdat ze net zo’n bril op had als de verklede moordenares in de supermarkt, maar ze werd vrijgelaten omdat de detective die de wisseltruc van de champignons zag gebeuren haar niet herkende. Zij is een helpster en is een plat karakter.

Bas Mentink:

Bas was ook een collega van Roos. Hij is jaloers omdat Leonie alles van Roos heeft geërfd. Leonie geeft hem een grote Friese klok om hem tevreden te stellen. Hij is een plat karakter.

Marjolein Mentink:

Marjolein is de vrouw van Bas. Zij was jaloers op Roos en ook op Leonie omdat Roos mooie kleren had en geld en omdat Leonie nu alles heeft. Zij is een plat karakter.

Eduard Wehnagel:

Hij was professor in het lab waar Roos werkte. Hij deed ook aan SM met Roos. Hij was verliefd op haar. Zijn vrouw heeft Roos vermoord uit jaloezie en later heeft zij ook Leonie vergiftigd. Hij is een plat karakter.

Fiona:

Zij beweert een buitenechtelijk kind te zijn van Eduard en iemand die op het lab heeft gewerkt. Leonie noemt haar het “albasten” meisje. Zij praat raar. Op een avond volgt Leonie haar omdat ze in de zwarte Saab rijdt van Roos. Zij is een plat karakter.

Pleun Mastenbroek:

Hij filmde op het strand van Katwijk Roos altijd. Ook van de dag dat Roos in coma raakte op het strand heeft hij een opname. Leonie gaat bij hem langs en krijgt de band mee. Pleun voelde zich aangetrokken tot Roos en nu ook tot Leonie. Hij is een helper en is een plat karakter.

Notaris Graafland:

Hij behartigd de zaken van Roos en verteld Leonie wat zij allemaal heeft geërfd en dat ze dit alleen krijgt als ze zich gaat gedragen als Roos, in haar huis gaat wonen en voor haar drie katten gaat zorgen. Hij is getrouwd, maar voelt zich aangetrokken tot Leonie en vraagt aan haar of ze niet bij hem op kantoor wil komen werken. Hij is een helper en is een plat karakter.

Claire:

Zij is een Canadese farmacologe. Zij logeerde altijd bij Roos wanneer ze in Nederland was. Dit keer logeert ze bij Leonie. Zij vertelt Leonie dat ze denkt dat er op het lab geknoeid wordt met de gegevens betreffende de proeven die ze daar doen. Hierdoor denkt Leonie dat, dat misschien de reden is dat Roos is vermoord. Wanneer Claire op het lab is met haar man, vertelt hij het een en ander over de Datura wanneer hij deze ziet op het binnenplein van het lab. Claire is een plat karakter.
9

Intertekstualiteit

Er is een verband tussen de tekst van “De zonnewijzer” en “De kroongetuige” van Maarten ’t Hart. In “De kroongetuige” is Leonie Kuyper één van de hoofdfiguren. In dat boek is zij getrouwd met Thomas. Hij werkt dan op het farmacologische lab. Het huwelijk is kinderloos en Leonie heeft daar veel verdriet van. In “De zonnewijzer” is zij gescheiden van Thomas en hij werkt niet meer op het lab. Het verdriet om de kinderloosheid loopt als een rode draad door de “De zonnewijzer”. Ook haalt Leonie een tekst van Mensje van Keulen aan (zie motieven). Daarnaast staat er op pagina 49: “Nee, da’s verderop, hier het erf over, achterlangs en dan het moordenaarslaantje door”. Het ‘moordenaarslaantje’ wordt ook genoemd in een ander boek van Maarten ’t Hart: “Lotte Weeda”. Tevens is er een moment waarop Leonie aan Jenny denkt, een meisje uit “De kroongetuige” dat vermist werd en waarvan men dacht dat ze vermoord was door Thomas. Verder gebruikt de auteur ook andere verwijzingen naar teksten van dichters, filosofen en uit de Bijbel. De teksten zijn steeds van toepassing op de situatie van Leonie.

Ruimte

De ruimten zijn uitgebreid aanwezig. Het verhaal speelt zich af in de omgeving van Katwijk, Leiden, Den Haag, Den Deyl en Wassenaar. De hoofdpersoon is vaak op straat onderweg per fiets naar Katwijk, Den Haag, naar het Lab, of naar kennissen. De binnenruimten die aanwezig zijn, zijn: Het farmacologisch Laboratorium, het appartement van Roos/Leonie, het notariskantoor, het crematorium, de woonboot, een haarsalon, een restaurant, een woning van een kennis en het LUMC (Leidse Universitair Medisch Centrum). Voorbeelden hiervan zijn: (Pag. 75) “Het was vrijwel windstil. De zon straalde aan een strakblauwe septemberhemel toen ik langs polders met schuchter rimpelende slootjes op de parallelweg van de A44 fietste. Bij Den Deyl moest ik de weg oversteken en mijn weg vervolgen over een doodstil tweebaansfietspad aan de zeezijde van de A44.”

(Pag.123) “Zelden keken ze naar het sierlijke binnenplein waar het laboratorium in carrévorm omheen gebouwd was. Exact midden op het gazon, waarvan het gras door de klusjesmannen griezelig kort werd gehouden, prijkte een majestueuze zonnewijzer. Op de sokkel daarvan waren in gouden lettertjes de namen gebeiteld van de hoogleraren farmacologie sinds de stichting van het laboratorium in de vroege negentiende eeuw. Op het gras waren witte merktekens aangebracht. Dankzij de zonnewijzer kon je, mits bewolking ontbrak, op het gazon zien hoe laat het was.”

(Pag. 224) “Verstijfd en rillerig schrok ik wakker toen Freek de voordeur van de Poseidon opende en aankondigde dat het helaas te laat was voor leuke spelletjes. Van wat er daarna gebeurde herinner ik me weinig, ik bleef slaperig, ook toen we terugvoeren over het Joppe, ook toen we bij de Kaagsociëteit het pontje namen naar de parkeerplaats.”

De ruimte van het laboratorium is een van de belangrijkste ruimten omdat Roos daar werkte en omdat daar de giftige plant staat waar Roos mee is vergiftigd. Ook de oorzaak van de vergiftiging ligt daar, namelijk de jaloezie van de echtgenote van een collega van Roos waarmee zij een verhouding had. De link van Leonie met het laboratorium is: haar ex-man Thomas en haar vriendin Roos. Een ander belangrijke ruimte is het strand van Katwijk waar Roos in coma is geraakt omdat zij zo gek op zonnebaden was en het gif sneller werkte als men in de zon kwam. Ook het notariskantoor is een belangrijke ruimte waar Leonie te horen krijgt dat zij de enige erfgenaam is van Roos. Daarnaast is het appartement van Roos/Leonie belangrijk omdat Leonie daar woont om voor de poezen te zorgen en zij daar langzamerhand in de huid van Roos kruipt. Ik vind eigenlijk geen van de ruimten symbolisch. De ruimten die aanwezig zijn zorgen ervoor dat je, je wat makkelijker in het verhaal kan verplaatsen, het maakt het levensechter.

10

Spanning

Ik vind de spanning in het boek laag. Ik verwachtte enige spanning bij het moment op de Poseidon waar een SM-sessie zou plaatsvinden, maar deze ging niet door omdat verschillende mensen in het water vielen. Ik denk dat wanneer het in de derde persoonsperspectief was geschreven er meer spanning werd opgeroepen. Nu weet je meteen hoe Leonie zich voelt en ze is haast nergens echt angstig. Enkele voorbeelden hiervan zijn: (Pag. 90) “Ruim een week later werd er aan het einde van de zondagmiddag aangebeld. Ditmaal schrok ik niet. In de week daarvoor had ik een norse meteropnemer aan de deur gehad, twee alleraardigste mormonen en een heerschap dat collecteerde voor de Nierstichting. Rustig liep ik naar de voordeur. Ook deze beller was blijkbaar beneden meegeglipt met een bewoner. Door het verklikkersoogje zag ik een tengere man staan. Losjes opende ik de voordeur. Hier is Leonie niet bang terwijl er toch een vreemde man voor de deur staat die naar binnen is geglipt. Bovendien doet ze zomaar de deur voor hem open.

(Pag. 142) “Even na tweeën schrok ik wakker. Het klokje met de vurige cijfers wees 2:01. KV 201, de mooiste symfonie ooit door een jongen van achttien gecomponeerd, schoot het door me heen. Met kloppend hart lag ik te luisteren naar het eigenaardige, krassende geluid dat mij blijkbaar gewekt had. Het duurde even voor ik besefte waardoor het werd voortgebracht. Iemand probeerde een sleutel in het voordeurslot te steken. Telkens weer gleed die sleutel met een zacht tinkelend geluidje over het deurbeslag. ‘Onderhand moet die insluiper toch gemerkt hebben dat het slot veranderd is?’ fluisterde ik tegen Ober. Ik sloeg de dekens weg, stond op en sloop naar de voordeur. De drie poezen slopen met zwaaiende staarten mee. Ik tuurde door het verklikkersoogje. Aan de andere kant van de deur was het niet veel lichter dan aan mijn kant. Ik zag vrijwel niets. Doodstil bleef ik staan. Nog steeds kraste de sleutel. Wat eigenaardig! Je merkt toch snel genoeg dat je sleutel niet meer past?” Ook hier is Leonie niet echt bang. Dit had best wat spannender gekund.

Kort samengevat: Het boek “De zonnewijzer” van Maarten ‘t Hart is gewoon een leuk boek net zoals de meeste boeken van hem. Wel komen er altijd veel moeilijke woorden voor in zijn boeken. Het lezen wordt hierdoor lastiger omdat je dan altijd een woordenboek bij de hand moet hebben. Verder gebruikt Maarten veel Bijbelteksten in zijn boeken, citeert hij graag andere schrijvers en maakt leuke vergelijkingen. Daarnaast zijn de ruimten bij hem altijd volop aanwezig en soms ook bloemrijk. Hij kan de natuur mooi beschrijven, vooral de luchten, het water of de planten. Zijn personages zijn levensecht en vaak komisch en er ontspinnen zich vaak leuke dialogen. Kortom, een boek van Maarten ’t Hart is altijd leuk om te lezen.

11

Identificatie met één van de hoofdpersonen

Voor de identificatie met één van de hoofdpersonages heb ik gekozen voor Leonie Kuyper. Zij is een vrouw van in de veertig en kinderloos. Zij is gescheiden van Thomas die, net als haar vriendin Roos, op het farmacologische lab heeft gewerkt. Het huwelijk is kinderloos gebleven en dat is de oorzaak van de scheiding. Leonie heeft nog steeds veel verdriet van deze kinderloosheid en dat komt in het boek steeds tot uitdrukking. Verder is Leonie gelovig, houdt van klassieke muziek en is vegetarisch. Leonie’s beste vriendin Roos is vermoord en Leonie erft alles mits zij voor Roos’ poezen zorgt, in haar appartement gaat wonen en haar kleding draagt zodat er voor de poezen niet te veel verandert. Leonie neemt steeds meer de identiteit van Roos aan en gaat zelfs zo ver dat ze zichzelf Roos noemt, SM pakje van Roos aantrekt en mee gaat doen aan een SM sessie. Ook is Leonie volhardend: zij blijft zoeken naar de oorzaak van Roos’ dood. Zij geeft niet op en komt er beetje bij beetje achter wat er precies is gebeurd en wie het heeft gedaan.

De hoofdvraag is in hoeverre ik mij kan identificeren met de hoofdpersoon Leonie.

Waar ik mezelf goed mee kan identificeren is dat Leonie heel goed voor de poezen van Roos zorgt. Roos wilder persé dat haar poezen alleen maar “Sheba” aten en Leonie is niet gemakzuchtig, zij geeft ze ook alleen maar “Sheba”.

Ik heb zelf ook twee katten. Ook ik ben heel goed voor dieren en lid van de dierenbescherming en Brook Hospitals. Brook Hospitals zorgt voor zieke paarden en ezels in o.a. Egypte, Pakistan en India waar de mensen afhankelijk zijn van deze dieren voor hun werk. Brook Hospitals leert de mensen hoe zij beter voor hun dieren moeten zorgen. Verder collecteer ik ieder jaar, al vanaf mijn achtste, voor de dierenbescherming in mijn wijk de Gouwen.

Ook de volharding van Leonie om achter de oorzaak te komen van Roos’ dood kan ik me goed mee identificeren. Leonie gaat na wat Roos allemaal gedaan heeft op haar sterfdag en wordt door haar volharding zelf het slachtoffer van een aanslag.

Ik heb hier zelf geen ervaring mee, maar ik zou ook wanneer ik ‘foul play’ vermoed, de onderste steen willen halen om achter de waarheid te komen.

Waar ik mezelf niet mee kan identificeren is het vegetarisme van Leonie. Leonie eet nooit vlees. Roos deed dat wel. Het is het enige wat zij niet van Roos overneemt. Op dit vlak blijft zij zichzelf wel trouw. Ze neemt alleen uiterlijke eigenschappen over. Daar ben ik het wel mee eens, maar ze weet niet wat ze mist.

Ik ben zelf een echte vleeseter. Geen vlees eten is verspilling van het vlees wat er is. Dan zou je eigenlijk ook geen zuivel meer moeten nuttigen, maar aangezien vegetariërs dat wel doen, zou je dus het vlees moeten vernietigen. Wanneer een koe geen melk meer geeft moet zij toch geslacht worden. Om melk te geven moet zij kalven. Veel kalfjes zijn stieren, dus die kunnen we niet gebruiken voor de melk, maar wel om te eten.

Ook de liefde van Leonie voor klassieke muziek en de Bijbel is iets waarmee ik mezelf niet mee kan identificeren. Leonie citeert veel uit de Bijbel of zingt Psalmen. Zij is christelijk gereformeerd. Ze luistert in het boek niet naar klassieke muziek maar praat er wel steeds over of denkt er aan.

Ik ben niet gelovig. Ik vind de Bijbel het grootste sprookjesboek wat er is. Het is allemaal een leugen. Het geloof maakt meer kapot dan je lief is. Ook de klassieke muziek vind ik maar ‘Bacher’, ik houd meer van rockmuziek.

12

Verder kan ik mij niet identificeren met de manier waarop Leonie het uiterlijk van Roos aanneemt. Leonie wil ook graag op Roos lijken omdat Roos veel zelfvertrouwen had. Je moet gewoon jezelf blijven. De katten maakt het geen ene flikker uit hoe je er uit ziet. Dieren oordelen niet en laten zich ook niet voor de gek houden. Het gaat om je geur, je stem en je gedrag, dat is voor hen belangrijk.

Daarnaast kan ik mij niet identificeren met haar gezeur over haar kinderloosheid. Wel geloof ik dat je daar veel verdriet van kan hebben, maar je moet dit niet je leven laten vergallen. Leonie kan er niet tegen wanneer zij kinderen, kinderwagens of ander dingen ziet die met kinderen te maken hebben. Ook vermijdt zij haar oude vrienden die allemaal kinderen hebben gekregen om er maar niet mee geconfronteerd te worden. Als zij contact was blijven houden met haar vriendinnen, had zij een leuke tante voor de kinderen kunnen zijn, kunnen oppassen en leuke dingen met de kinderen kunnen doen. Ook had zij kinderen kunnen adopteren.

Mijn ervaring met kinderloosheid is, dat ik twee echtparen ken die zelf geen kinderen konden krijgen en kinderen hebben geadopteerd.

Kortom, ik kan me maar gedeeltelijk met Leonie identificeren. Alleen haar toewijding aan de katten en haar vasthoudendheid wat betreft het oplossen van de moord op Roos kan ik mij mee identificeren. Haar geloof, liefde voor klassieke muziek, haar transformatie van Leonie naar Roos en haar gezeur over de kinderloosheid kan ik mijzelf niet mee identificeren. Ik vind haar een christelijke gereformeerde, vegetarische, klassieke muziek luisterende, zeurende huppeltrut.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Andere verslagen van "De zonnewijzer door Maarten 't Hart"