ADVERTENTIE
Luisterboeken: de makkelijke optie? Lars is niet echt een fan van lezen. Daarom gaat hij op zoek naar de beste manieren om door zijn leeslijst heen te komen. Red je het met alleen maar samenvattingen, of is een e-reader of luisterboek een betere optie? Deze video wordt mede mogelijk gemaakt door Storytel.

Probeer 30 dagen gratis
De stille kracht, Louis Couperus

1.Verwachtingen
Louis Couperus, De stille Kracht. Groningen 2001(Wolters-Noordhoff).
Er zijn geen motto en achterkanttekst.
Ik wist al van tevoren dat dit boek over Nederlands-Indië gaat en dat de stille kracht iets mysterieus is dat de Nederlanders in Indië tegenwerkt. Ik verwacht dat dit een moeilijk leesbaar boek is, omdat ik begrepen heb dat Couperus een ingewikkelde, beschrijvende schrijfstijl heeft. Ik hoop dat het me een beter beeld kan geven van de situatie in Indonesië ten tijde van de Nederlandse overheersing. Met geschiedenis wordt dit onderwerp namelijk behandeld en ik ben benieuwd wat Couperus erover te melden heeft.

2. Indeling
Het verhaal is opgebouwd uit delen zonder titel. Ieder deel wordt weer opgedeeld in een verschillend aantal genummerde hoofdstukken. Het eerste deel gaat voornamelijk over de residentenfamilie, het tweede deel over Eva Eldersma, het derde deel speelt zich af rondom de suikerfabriek Patjaram, het vierde deel behandelt resident Van Oudijck, het vijfde deel gaat weer over Eva Eldersma, het zesde deel geeft het hoogtepunt van de stille kracht weer en het laatste deel is een afsluiting, geeft het resultaat van de stille kracht weer.

3. Uitgewerkte persoonlijke reactie
Het onderwerp van het boek is de stille kracht van de Indonesische archipel, die de Nederlanders in Nederlands-Indië te gronde richt. Het onderwerp interesseert me, omdat Indonesië een onderdeel is van mijn examen voor geschiedenis. Ik wilde er graag wat meer over weten. Couperus’ visie op de Nederlandse overheersing in Indië is duidelijk negatief; hij vindt dat de Nederlanders er niets te zoeken hebben. In het laatste hoofdstuk wordt zijn mening uitgedrukt bij monde van Van Oudijck: (blz.173) “Het land kan het toch niet helpen, dat er Kaninefaten op zijn grond zijn gekomen, barbaarsche veroveraars, die maar rijk willen worden en weg… En als ze dan niet rijk worden…dan schelden ze:op de warmte, die God het van den beginne gegeven heeft…op het gemis aan voeldsel voor ziel en geest…ziel en geest van den Kaninefaat. Het arme land, waarop zoo gescholden is, zal wel denken: Was weggebleven!”
De gedachten en gevoelens van de personages zijn belangrijker dan de gebeurtenissen. De meest wonderlijke gebeurtenissen in het verhaal zijn tegelijkertijd ook de belangrijkste. De uitingen van de stille kracht, zoals de badkamerscène waarbij Leonie ondergespuugd wordt met sirih, zijn gebeurtenissen die feitelijk onverklaarbaar zijn en die de hoofdpersonen uiteindelijk te gronde richten.
Het belangrijkste personage is Otto van Oudijck, de resident van Laboewangi. Je leert zijn gevoelens en gedachten goed kennen, omdat ze uitgebreid beschreven worden. Hij is een sympathieke man, omdat hij het beste met Indië voor heeft, hij houdt echt van het land. Ook Eva Eldersma is een sympathiek personage; als een van de weinigen voelt zij van het begin af aan al de aanwezigheid van een mysterieuze kracht, die ze niet kan benoemen.
Ik heb me alleen geergerd aan het gedrag van Leonie. Zij heeft veel buitenechtelijke avontuurtjes, zelfs met haar stiefzoon, en ook nog eens met de grote liefde van haar stiefdochter. Het lijkt wel of ze totaal geen gevoel heeft.
De opbouw van het verhaal heeft niets ingewikkelds. De gebeurtenissen worden in chronologische volgorde verteld.
Er is een alwetende verteller, die de gevoelens en gedachten van verschillende personages laat zien. Aan het eind van het boek zit je, net als Van Oudijck, nog met een vraag: wat is precies de stille kracht? Je weet wat er gebeurd is, maar niet precies hoe en waardoor. De stille kracht blijft een mysterie en onbegrijpelijk voor westerlingen.
Het taalgebruik is best moeilijk. Er zijn lange, beschrijvende zinnen, met veel beeldspraak. Er is weinig dialoog. Het viel me op dat het werkwoord in de zinnen vaak voor het lijdend voorwerp staat. “Die dagen spatte-uit de zucht tot pleizier en prettige levensvreugd; naar die dagen zagen maanden lang uit koffie-planters en suiker-employé’s.” (blz.84) Ik moest daar in het begin wel even aan wennen. Ook komen er neologismen als ‘kruiphurkende’,
‘triltikkende’ , ‘zeurzingende’ en ‘regenruischende’ in voor.
Ik vond de beschrijving van de personages erg duidelijk, je leert ze als lezer goed kennen. Het taalgebruik is moeilijk, maar wel mooie beeldspraak. Het enige nadeel van de beschrijvende stijl vind ik het feit dat Couperus soms dingen te uitgebreid beschrijft, waardoor het voor mij niet duidelijker, maar juist onduidelijker wordt. Als hij een omgeving met veel vergelijkingen en beeldspraak beschrijft, ben ik geneigd erover heen te lezen, zonder het goed in me op te nemen. Sommige uitwijdingen hadden wat mij betreft best korter gekund.

4. Open plekken
De eerste open plek in het verhaal is de vraag wie de resident bij het hek ziet staan als hij terug komt van zijn wandeling. Het blijken zijn dochter Doddy en ene Addy geweest te zijn. Ik vroeg me af wie Addy was, maar het bleek al snel dat Addy het vriendje van Doddy was.
Een andere open plek is de relatie tussen Leonie van Oudijck en Theo. In hetzelfde hoofdstuk wordt het al ingevuld; Leonie is Theo’s stiefmoeder en ze hebben een liefdesrelatie. De rest van de ingewikkelde familierelaties worden ook gaandeweg in het boek uitgelegd.
De tafeldans, waarbij de familie Eldersma en Van Helderen samen met nog wat Europeanen geesten oproepen, vormde ook een open plek. De geest voorspelde een aantal dingen en de vraag was of ze ook uit zouden komen.
De identiteit van de hadji met de witte tulband blijft een raadsel, al vermoed ik dat het si-Oudijck was. Het is niet helemaal duidelijk wat er ’s nachts in de badkamer gebeurd is. Ook blijft het onduidelijk wat nu precies de vreemde gebeurtenissen veroorzaakt. De stille kracht is de oorzaak, en regent Soenario is ervoor verantwoordelijk, maar de gebeurtenissen en de stille kracht blijven onbegrijpelijk.

5. Samenvatting
Deel 1.
De resident Otto van Oudijck maakt een wandeling naar de zee. Ondanks dat hij getrouwd is en kinderen heeft, voelt hij zich eenzaam. Zijn werk is alles voor hem. Na het diner praten Theo en Doddy (kinderen uit Ottos eerste huwelijk) met elkaar. Theo blijkt een verhouding te hebben met zijn stiefmoeder en Doddy gaat met Addy.
De volgende dag haalt Theo zijn stiefmoeder Léonie en zijn twee broertjes René en Ricus op van het station. Léonie is twee maanden van huis geweest. Ze wordt begeleid door haar lijfmeid, Oerip. Otto is blij dat zijn vrouw weer terug is. Léonie wil uitrusten van haar reis. Als ze op het balkon van haar slaapkamer staat, denkt ze aan haar verhouding met Theo. Otto denkt aan zijn promotie. Hij hoopt binnen anderhalf jaar resident-eerste klasse te worden. Het spijt hem dat zijn relatie met regent Soenario zo slecht is.
Deel 2.
Secretaris Onno Eldersma werkt keihard voor de resident, waardoor hij nauwelijks tijd heeft voor zijn vrouw en kind. Zijn vrouw Eva is hem destijds van Nederland naar Nederlands-Indië gevolgd. Het sprookje van duizend-en-één-nacht veranderde al snel in harde realiteit. Onno maakt lange werkdagen en Eva zoekt troost in haar huis en kind. Léonie draagt veel van haar sociale taken als residentsvrouw over aan Eva. Eva Eldersma is mede hierdoor het middelpunt van het Europese sociale leven. Ze houdt iedere veertien dagen een open huis waar diverse vooraanstaande bestuurders elkaar ontmoeten. Vandaag ontvangt ze o.a. resident Van Oudijck, controleur Van Helderen en de regent van Laboewangi, Raden Adipati Soerio Soenario. Ook hun vrouwen zijn uitgenodigd. Van Oudijck informeert bij de regent naar het gedrag van diens broer, de regent van Ngadjiwa. Hij heeft vernomen dat deze weer veel geld verloren heeft bij het dobbelen. Van Oudijck wijst Soenario op zijn verantwoordelijkheid als oudste broer en hoofd van de familie. De Van Oudijcks en de Soenarios verlaten de woning van de Eldersmas.
Eva en Onno blijven achter met de andere gasten. Ze roddelen over Léonie en haar avontuurtjes tijdens haar verblijf in Batavia. Ook de dobbelverslaving van de regent van Ngadjiwa is onderwerp van gesprek. Na het diner houdt de groep een tafeldans, waarbij ze experimenteren met het oproepen van geesten. De tafel tikt met de poten op de grond. De groep telt de tikken mee. De geest noemt degenen met wie Léonie haar avontuurtjes beleeft en heeft ook nog andere boodschappen: “Het volgende jaar ontzettende oorlog tussen Europa en China” en “Gevaar dreigt Laboewangi: opstand binnen twee maanden, Soenario.”. Na afloop ziet een van de gasten een witte hadji in de tuin lopen. Ze zien de berichten alleen maar als vermaak en nemen de waarschuwingen niet serieus.
De volgende dag brengt Frans van Helderen een bezoek aan Eva en vertelt hij haar dat hij van haar houdt. Eva maakt hem duidelijk dat zij van haar man en kind houdt. Ze wil slechts vrienden zijn.
Deel 3.
De familie De Luce, eigenaar van de suikerfabriek te Patjaram, heeft de familie Van Oudijck uitgenodigd voor een feest. Doddy is verliefd op Addy De Luce, de grote verleider, die elke vrouw om zijn vinger windt. Zelfs Léonie raakt betoverd door Addies verschijning en dat maakt Theo jaloers. Hij waarschuwt haar, maar Léonie verlangt zowel naar Theo als naar Addy en geniet van Theo’s jaloezie. 's Avonds wandelt Addy met Doddy en wil haar meenemen naar een hut. Doddy ziet echter een witte hadji lopen en durft niet verder. Plotseling duikt Léonie op. Ze vindt het onverantwoordelijk dat het stel 's avonds laat nog gaat wandelen. Doddy is immers nog een kind! Vervolgens leidt ze Addy naar haar eigen slaapkamer, waarna Oerip buiten een witte hadji ziet. De volgende dag brengen de regent van Ngadjiwa en zijn moeder een bezoek aan de familie De Luce. Léonie zit naast Addy en geniet van Theos jaloerse blikken. Theo spreekt Addy aan op zijn gedrag ten opzichte van Doddy. Hij wil weten of Addy met zijn zus zal trouwen. Addy zegt van niet, omdat Otto van Oudijck dat waarschijnlijk niet goed vindt. Addy vraagt Theo of hij weet dat hij nog een halfbroer heeft en vertelt Theo over si-Oudijck, de onbekende zoon van Otto van Oudijck, die op de kampong woont. Volgens Addy weet Otto zelf niet eens dat hij nog een zoon heeft. De moeder van si-Oudijck is inmiddels overleden. Theo en Addy besluiten hem samen op te zoeken. Volgens si-Oudijck weet Otto wel dat hij nog een zoon heeft. Otto wil zijn zoon echter niet erkennen, omdat hij geboren is uit zijn verhouding met een huishoudster. Het doet Theo goed om dit te horen, omdat hij zijn vader haat en op deze wijze zijn onberispelijkheid tenietgedaan wordt.
Deel 4.
Otto van Oudijck voelt zich somber. Hij heeft opnieuw anonieme brieven ontvangen, waarin schande wordt gesproken over het gedrag van Léonie. Hij gelooft de laster over haar niet, maar ditmaal bewaard hij de brieven.Ook de berichten over zijn verstoten zoon in de kampong maken hem droevig. Hij vraagt zich af waarom hem dit eigenlijk allemaal overkomt, maar hij gelooft niet in de mystiek van zichtbare dingen. Otto besluit zijn zoon Theo mee te nemen op toernee. Het idee vrolijkt hem weer een beetje op.
In Ngadjiwa vinden de halfjaarlijkse races plaats. De festiviteiten worden steeds druk bezocht. Otto van Oudijck is er met Léonie en Doddy. Ook Addy De Luce is van de partij. Op de laatste avond van het feest, wordt een dansavond georganiseerd. De regent van Ngadjiwa, Vermalen, is weer dronken. Otto van Oudijck is woedend op hem. De regent herkent Otto zelfs niet eens meer. Er ontstaat een scène waarna Otto besluit de regent voor te dragen voor ontslag.
De volgende dag keren Otto, Léonie en Doddy terug naar Laboewangi. Als Otto de lasterbrieven weer leest, neemt hij zich voor nooit toe te geven aan die tegenwerkende krachten. Otto geeft de pamfletten met beschuldigende teksten aan Léonie, omdat hij haar niet in het ongewisse wil laten. Léonie vraagt zich af wie al die laster over haar verspreidt. Raden-Ajoe Pangéran (de moeder van de regent van Ngadjiwa) wil met Otto praten. Zij smeekt hem van het ontslag af te zien. Léonie vindt dat de regent een tweede kans verdient, maar Otto laat zich niet ompraten.
Er is een zeebeving geweest bij de Nederlands-Indische eilanden. Ten behoeve van de slachtoffers wordt een weldadigheidsfeest gehouden. Deze taak wordt, zoals gewoonlijk, door Léonie overgedragen op Eva Eldersma. Ze organiseert een passer-malam, fancy-fair en enkele tableaux-vivants, waarvan de opbrengst naar de slachtoffers gaat. Intussen komt een geruchtenstroom op gang. Er dreigt opstand uit te breken, als gevolg van het ontslag van de regent van Ngadjiwa. Otto brengt een bezoek aan Raden-Ajoe Pangéran en Soenario, regent van Laboewangi, en vraagt om hun medewerking bij het bekoelen van de onrust. Ze sluiten opnieuw ‘vriendschap’, maar de haat van de inlanders tegenover de westerlingen smeult door. Een bezoek van de regent en zijn vrouw aan de fancy-fair neemt alle angst en twijfel onder het volk weg en iedereen is vol lof over van Van Oudijck. Op de terugweg naar huis ziet Doddy echter weer de witte hadji.
Deel 5.
Na afloop van de fancy-fair is Eva lusteloos en voelt zich opnieuw ongelukkig in Indië; ze heeft heimwee naar Nederland. Frans van Helderen komt op bezoek en vraagt of zijn kinderen een paar dagen bij Eva mogen blijven, nu zijn vrouw moet genezen van malaria. Eva stemt daarmee in. Het gesprek komt al snel op de tafeldans. De voorspelling van de mogelijke opstand is uitgekomen. Ook de verhouding tussen Addy en Léonie werd voorspeld door de tafel. Eva concludeert dat alles onbegrijpelijk is.
Frans eet regelmatig mee bij Eva. Samen maken ze wandelingen langs het strand en hebben gesprekken over spiritualiteit, waarin ze beiden veel troost vinden. De vriendschap met Frans is erg belangrijk voor Eva. Er komen al snel geruchten op gang, maar Frans en Eva trekken zich daar niets van aan. Otto van Oudijck heeft opnieuw een verzoek aan Eva. Hij vraag haar om een voorstelling te organiseren, waarvan de opbrengst naar de weduwe van de stationschef gaat. Haar man heeft zelfmoord gepleegd en laat haar achter met vier kinderen. Met tegenzin stemt Eva toe. Er doen praatjes de ronde over de relatie tussen Eva en Frans en zodra Ida van Helderen dat verneemt, haalt ze haar kinderen bij Eva weg. Eva verbreekt daarop het contact met Frans en wil dat hij zich verzoent met zijn vrouw. Ze trekt zich vervolgens meer en meer terug uit het sociale leven.
Deel 6.
Oerip waarschuwt Léonie en Theo; ze heeft de zielen van kleine kinderen in de bomen horen huilen. De oorzaak: de passer-malam werd op de verkeerde dag gehouden. Bovendien is er verzuimd een sedeka (=offermaal) te houden ter inwijding van de nieuwe put. Het geluid beangstigt Léonie en Theo en er wordt bovendien een kleine ronde steen bij hen naar binnen gegooid. Léonie vraagt Otto om alsnog een sedeka te houden, maar hij vindt dat onzin. Ook Doddy wordt tijdens een wandeling met Addy bekogeld met stenen. Deze gebeurtenissen maken hen bang.
Theo en Léonie blijven elkaar opzoeken, maar Leonie vreest dat de geheimzinnige gebeurtenissen het gevolg zijn van haar verhouding met Theo.
Léonie neemt een bad. Als zij zich weer afdroogt, wordt ze plotseling vanuit alle hoeken van de badkamer bespuugd met rode sirih. Ze wil niet dat Otto weet wat er gebeurd is. Na het voorval lijdt Léonie aan zenuwkoorts. In Laboewangi gaat het gerucht rond dat het spookt in het huis van de resident. Na haar herstel logeert Léonie bij kennissen in Soerabaia. Doddy logeert op Patjaram bij de familie De Luce. Theo vertrekt eveneens naar Soerabaia, omdat hij er een baan kan krijgen. Het merendeel van het bedieningspersoneel is gevlucht en Otto blijft alleen in het huis achter. Vreemde gebeurtenissen blijven het residentiehuis teisteren. Een spiegel wordt door een grote steen vernield, Ottos bed wordt bezoedeld, glazen breken spontaan in kleine stukjes, de whisky is bedorven en er klinkt hamergeluid. Otto onderzoekt de zaken rationeel, maar kan niets ontdekken. Hij blijft stug doorwerken en komt elke dag bij de Eldersmas eten. Heel Laboewangi spreekt over de vreemde gebeurtenissen en voelt de angst.
Otto vindt het maar allemaal gegoochel en blijft er nuchter onder. Hij regelt soldaten om de zaak te onderzoeken. Ze omsingelen het residentiehuis en verblijven een verschrikkelijke nacht in de badkamer. Om onverklaarbare redenen wordt de volgende dag de badkamer afgebroken. De soldaten durven niet te praten over wat er die nacht gebeurd is. Er gaat een rapport naar de gouverneur-generaal. Otto weigert om met verlof te gaan en neemt tijdelijk zijn intrek bij de Eldersmas. Het residentshuis wordt helemaal schoongemaakt. De vreemde gebeurtenissen eindigen abrupt na een gesprek tussen Otto, Soenario en Raden-Ajoe Pangéran. Otto besluit iedereen uit te nodigen voor een nieuwjaarsbal. Hij voelt zich oppermachtig nu de stille kracht, door zijn toedoen, verdwenen is. De regent weet echter dat de stille kracht toch een raadsel zou blijven voor de westerlingen.
De rust keer weer terug in Laboewangi. De angst voor de vreemde gebeurtenissen is verdwenen en de inwoners vieren feest na feest. Léonie, die weer teruggekeerd is bij Otto, blijft bang. Ze denkt nog steeds dat alles te wijten is aan haar verboden verhouding met Theo. Léonies standvastigheid maakt Theo woedend. Hij houdt nog steeds van haar. Bovendien zijn Otto, Doddy èn Theo jaloers op haar relatie met Addy. Theos liefde voor Léonie slaat om in haat. Ook Doddy ruziet met Léonie over de kleinste dingen. Addy blijft nog steeds omgaan met Doddy. Daarnaast ontmoet hij Léonie stiekem in het huis van mevrouw Van Does. Otto van Oudijck begint bijgelovig te worden en gaat steeds meer geloven in de stille kracht. Het tast zijn zenuwen aan. Otto ontdekt dat de anonieme brieven geschreven worden door een man die zich zijn zoon noemt. Om de zaak van de buitenechtelijke zoon niet uit te laten komen, schenkt hij si-Oudijck geld. Otto krijgt de kans om resident te worden in Batavia, maar hij wil niet weg uit Laboewangi.
Deel 7.
Léonie en Addy hebben weer een geheim rendez-vous in het huis van mevrouw Van Does. Léonie beklaagt zich bij Addy over het gedrag van Doddy. Ze vindt dat Doddy het huis uit moet. Na het badkamerincident is Leonie zenuwachtiger geworden en ook jaloerser. Ze wil naar Parijs, maar Addy wil niet met haar mee. Plotseling komt Otto van Oudijck de kamer binnen. Léonie redt zich uit de situatie door te zeggen dat Addy om de hand van Doddy vraagt. Otto stemt met het huwelijk in. Doddy is dolblij met het nieuws. Van Oudijck gelooft Leonie toch niet helemaal en na een gesprek met Theo begint hij iedereen te wantrouwen. Hij scheidt van Leonie, die naar Parijs vertrekt. Ook helpt hij Theo aan een baan om van hem af te zijn, en neemt vervolgens ontslag als resident.
Van Helderen is inmiddels ziek naar Europa gegaan en Eva komt hem later achterna. Voor haar vertrek gaat ze eerst nog naar Batavia. Ze gaat op zoek naar Van Oudijck, omdat ze afscheid van hem wil nemen. Otto heeft zijn huis inmiddels verlaten. Hij beseft dat hij is veranderd omdat hij de feiten niet meer begreep; de stille kracht haalde zijn logica omver. Hij logeert dichtbij Garoet, waar hij een teruggetrokken bestaan met een Indische vrouw en haar familie leidt. Otto is blij Eva weer te zien en verontschuldigt zich voor het feit dat hij haar man zo hard heeft laten werken. Ze praten over de stille kracht, die ze allebei niet begrijpen, maar wel ieder op hun eigen manier duidelijk voelen. Als Van Oudijck Eva begeleidt naar het station, bemerken ze allebei de stille kracht als ze een groep hadji’s zien. Alleen merken ze niet de ene grote witte hadji op, die grijnslacht om Van Oudijck, die toch zwakker bleek dan de Stille Kracht.

6. Uitwerking
In het boek komen veel personages voor waarvan de gedachtewereld uitgebreid wordt beschreven. De meeste zijn dan ook round characters. Er komt ook een aantal types in voor. Ik beperk me hier tot de belangrijkste figuren.
 Otto van Oudijck is een 48-jarige resident bij het Binnenlandse Bestuur. Hij is getrouwd en heeft kinderen, maar voelt zich toch eenzaam. Zijn gezin houdt niet echt van hem en hij ziet niet hoe ze werkelijk zijn. Zijn werk is alles voor hem en hij zet zich voor de volle honderd procent in voor Laboewangi, wat hij ook verwacht van zijn personeel. Hij is een nuchtere man, die denkt volgens een rechte lijn van hard werken en promotie maken. In Indië heeft hij het ideaal om goed te zijn voor het land, hij houdt van Indië. Hij maakt duidelijk een karakterontwikkeling door. Van een nuchtere, rationele man verandert hij in een bijgelovige, enigszins sombere figuur. Eerst ontkende hij de stille kracht, maar later moet hij er toch in geloven. De stille kracht heeft zijn hele logica en voorheen juist geachte levenswijze omvergeworpen en hem te gronde gericht. Uiteindelijk gaat Van Oudijck een teruggetrokken leven leiden met een Indische vrouw en haar familie, waar hij wel de huiselijke kring vindt waar hij naar verlangde.
 Léonie is de tweede vrouw van Otto van Oudijck. Ze heeft een opvallend Europees en statig uiterlijk. Haar familie, de inwoners van Laboewangi en de personeelsleden hebben ontzag voor haar. Ze is buitengewoon onverschillig, narcistisch en egocentrisch, maar desondanks vinden mensen in haar omgeving haar erg beminnelijk. Leonie is een soort femme fatale met een enorm verlangen om haar hartstochten te bevredigen. Tijdens haar uitstapjes naar Batavia heeft ze verschillende buitenechtelijke avontuurtjes. Ze heeft een geheime verhouding met haar stiefzoon Theo. Later begint ze een relatie met Addy de Luce.
 Theo is 23 jaar. Hij is de zoon van Otto en diens eerste vrouw. Theo lijkt op zijn vader wat betreft uiterlijk, maar op zijn moeder wat betreft karakter. Hij heeft een geheime verhouding met zijn stiefmoeder Léonie. Theo heeft verschillende baantjes, omdat hij niet lang werk kan houden. Hij verveelt zich snel, is ijdel en lui en haat zijn vader. Hij is meer een type dan een karakter.
 Doddy is een meisje van 17 jaar. Ze is de dochter van Otto en diens eerste vrouw. Doddy lijkt op haar moeder.
Ze is lief, aardig en gaat helemaal op in haar eerste liefde Addy de Luce. Doddy is jaloers op Léonies relatie met Addy. Ze is meer een type dan een karakter.
 Addy de Luce is een Oosterling en zijn familie is eigenaar van een suikerfabriek te Patjaram. Hij is een hele knappe jongen, maar nogal leeg van binnen. Hij heeft veel succes bij de vrouwen. Hij weet van zichzelf dat hij zeer geliefd is en daar maakt hij dankbaar gebruik van. Ondanks zijn relatie met Doddy, krijgt hij een verhouding met Léonie. Hij is er trots op dat beide vrouwen jaloers op elkaar zijn. Ook hij is meer een type.
 Onno Eldersma is het type van overijverige ambtenaar. Hij werkt zich kapot voor de resident en heeft niet in de gaten dat zijn vrouw niet gelukkig is.
 Eva Eldersma is de steun en toeverlaat van Otto van Oudijck. Ze is een dame uit hogere kringen en erg cultureel ingesteld. Ze houdt van kunst en probeert een beetje westerse beschaving in Laboewangi te brengen. Léonie schuift haar taken als residentsvrouw af op Eva. Eva voelt zich ongelukkig op Java. Ze heeft last van verveling en weemoed naar haar jeugd en naar Nederland. Haar huwelijk is een teleurstelling. Ze vindt veel steun bij Frans van Helderen, maar wil de relatie puur vriendschappelijk houden.
 Frans van Helderen heeft veelal dezelfde ideeën als Eva. Hij is een kind van Europese ouders, maar heeft zijn hele leven in Indië doorgebracht. Ook hij verlangt naar Europa. Meer een type dan karakter.
 Raden Adipati Soerio Soenario is de regent van Laboewangi. Hij is getrouwd met een 18-jarige Solese prinses. Soenario kan het niet goed vinden met Otto van Oudijck. Hij is een mysterieuze man en het volk zegt dat hij bijzondere krachten heeft en op het spirituele gericht is. De vreemde gebeurtenissen rondom het residentiehuis worden aan hem toegewezen; ze houden in ieder geval op na een gesprek met hem. Hij is het type van een Javaan, die zich ogenschijnlijk neerlegt bij de Nederlandse overheersing, maar hen toch tegenwerkt. Hij wendt daarvoor de stille kracht van Indië aan.
 De witte hadji is de personificatie van de stille kracht en de dreiging van het Oosten. Telkens als de Nederlanders verkeerde dingen doen of er onheil dreigt, duikt hij op. Ik vermoed dat hij dezelfde is als si-Oudijck, de onbekende zoon van Otto, maar dat weet ik niet zeker.
De vertelde tijd is ongeveer een jaar. Het verhaal speelt zich af aan het einde van de negentiende eeuw, in het fin de siècle. De gebeurtenissen vinden in chronologische volgorde plaats en zijn in de verleden tijdsvorm geschreven.
De structuur en samenhang van het verhaal komen het best tot uitdrukking door de witte hadji. Deze bedevaartganger naar Mekka duikt steeds op als er onheil voor de Nederlanders dreigt. De lijn die door het hele boek loopt is de ongewenste aanwezigheid van de Nederlanders in Indië en de voortdurende dreiging van de stille kracht.
De ruimte waar het verhaal zich afspeelt is Indië, voornamelijk in het dorp Laboewangi op Java. Daarnaast brengen de hoofdfiguren een bezoek aan de halfjaarlijkse feesten in Ngadjiwa en de suikerfabriek in Patjaram. Het eind van het boek speelt in Batavia. De weersomstandigheden en het klimaat in Indië spelen een belangrijke rol. Ze benadrukken de stille kracht en de mysterieuze sfeer in het land en de vijandigheid tegenover de Nederlanders. De Moessonregens symboliseren het verval van de Europese beschaving in Indië; de huizen en kleding worden er bijvoorbeeld door aangetast schimmel, rotten weg. Ook wordt Eva er depressief van.
Het perspectief ligt bij een alwetende verteller, die de karakters van de verschillende personages uitgebreid beschrijft. In een hoofdstuk tussendoor benadrukt hij zijn visie op de stille kracht en de oosterlingen (deel IV, hoofdstuk 2).
Het centrale thema is het onvermogen van de mens om weerstand te bieden aan de hem bedreigende krachten, aan de onvermijdelijkheid van het noodlot (determinisme).
Belangrijk is ook hartstocht; de hartstocht van Leonie voor liefde en de hartstocht van de Javanen (regentenfamilie) voor dobbelen.

Belangrijke motieven:
-familieverhoudingen: het verlangen van Van Oudijck naar een hecht gezin, wat het zijne helaas niet is. Zijn zoon haat hem, zijn vrouw heeft vele buitenechtelijke relaties.
-de Nederlandse overheersing van Indië; de schrijver keurt dat af en geeft aan dat de oosterlingen zich altijd zullen blijven verzetten.
-het mystieke; namelijk de stille kracht en onverklaarbare geberutenissen.
-bewustwording; Van Oudijck wordt zich langzaam maar zeker bewust van zijn onvermogen om zijn leven te regelen, hij moet toegeven aan het bestaan van onzichtbare krachten. Zijn vroegere levensvisie blijkt niet te voldoen.
-het leidmotief is de witte hadji; hij komt voortdurend in het verhaal opduiken.
-het spleen is ook een motief; de verveling die met name bij Eva toeslaat en tot depressiviteit leidt.

7. Kunstgrepen
Er zijn me niet echt bepaalde kunstgrepen opgevallen, of het moet het ‘tussenhoofdstuk’ zijn (deel IV, hoofdstuk 2), waarin de schrijver zijn mening over de stille kracht geeft en een waardeoordeel over de Westerlingen in Indië. Hiermee benadrukt hij zijn visie op de Nederlandse kolonisatiepolitiek.

8. Uitkomen van verwachtingen
De schrijfstijl was lastig, maar niet onoverkomelijk moeilijk. Ik heb inderdaad wat meer een beeld gekregen van Indië, maar vooral wat de mystieke kant betreft.

9. Eindoordeel
Ik vind het al met al een mooie, psychologische roman, met uitgebreide karakterbeschrijvingen. Het nadeel van zulke beschrijvende romans is dat het verhaal soms een beetje traag verloopt, maar er zit dankzij de mystieke gebeurtenissen toch aardig wat spanning in.

10. Aanvullende opmerkingen
Genre: het is een psychologische roman, waarin de geestelijke ontwikkeling van Van Oudijck centraal staat, maar ook een naturalistische roman waarin het noodlot centraal staat.
De belangrijkste stijlkenmerken zijn die van het impressionisme: neologismen, veel bijvoeglijke naamwoorden die het beschrijvende karakter van het boek benadrukken. Ook wordt er gebruik gemaakt van een soort monologue intérieur, alleen dan in de hij-vorm.

Secundaire literatuur: http://home.concepts.nl/~corn_856/stille.html

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Seksmeester23

Seksmeester23

Bednkt

1 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

I.

I.

echt super!

6 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

S.

S.

bedankt, dit is een erg goede verwerking van het boek die ook gebruik maakt van secundaire literatuur, een toppertje als je je voor moet bereiden op je mondeling over de boeken :)

7 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

A.

A.

dankewel

7 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

K.

K.

thx

8 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

H.

H.

bedankt! dit heeft me erg geholpen!

8 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast