De scharlaken stad door Hella S. Haasse

Beoordeling 6
Foto van een scholier
  • Boekverslag door een scholier
  • 5e klas havo | 3803 woorden
  • 12 oktober 2006
  • 35 keer beoordeeld
  • Cijfer 6
  • 35 keer beoordeeld

Eerste uitgave
1952
Pagina's
288
Geschikt voor
bovenbouw havo/vwo
Punten
3 uit 5
Oorspronkelijke taal
Nederlands

Boekcover De scharlaken stad
Shadow
De scharlaken stad door Hella S. Haasse
Shadow
ADVERTENTIE
Help nu jouw favoriete goede doel door jouw mening te geven!

Hoe? Heel simpel. Geef je op voor het panel van Young Impact en geef jouw mening over diverse onderwerpen zoals gelijke kansen, diversiteit of het klimaat. Voor iedere ingevulde vragenlijst (+/- 1 per maand) ontvang je een bedrag dat je direct mag doneren aan een goed doel naar keuze. Goed doen was nog nooit zo easy!

Meld je aan!
Titel: De scharlaken stad
Auteur: Hella S. Haasse
Verschenen in: 1952
Druk: 24e druk
Genre(s): Historische roman
Uitgeverij: Single Pockets
ISBN: 9041300422

Motivatie boekkeuze en verwachtingen vóór het lezen:
Omdat ik zag dat we al snel een boek moesten lezen voor een leesverslag, ging ik eens in mijn lijst kijken. Ik wilde graag een historische roman omdat ik die dan ook weer op mijn lijst had en ik daar met de andere boeken geen rekening meer mee zou hoeven te houden.
In mijn lijst zag ik drie boeken die mij wel aanspraken. Alledrie van Hella S. Haasse. De ene was De scharlaken stad, de tweede Nieuwer testament en nog een historische roman van haar.

De scharlaken stad sprak mij qua titel wel aan. Ik moest aan de Bijbel denken, ook al zag ik dat het daar niets mee te maken had.
Ik kan geen oordeel geven als verwachting, omdat ik al een paar bladzijdes gelezen had, voordat ik erachter kwam dat ik dit stukje moest typen.
Maar de paar bladzijdes die ik las waren vol spanning en ik ben heel erg benieuwd hoe het verder gaat lopen. Afwachten maar!

Samenvatting
Het boek gaat over een jongeman(Giovanni Borgia) in Italië in het begin van de 16e eeuw, die betrekkingen heeft met een familie die het volk een aantal jaren lang onderdrukt heeft, de Borgia's, zij waren zeer sterk Spaansgezind. Het verhaal beschrijft hoe hij al zoekend er toch nog achter komt dat hij niet een van die beruchte Borgia's was. Ondertussen wordt Italië verwoest door de strijd tussen de Fransgezinden, de Spaansgezinden en de Italianen die een onafhankelijk Italië willen.

Giovanni Borgia
Giovanni Borgia is het belangrijkste personage in het boek: er worden de meeste pagina’s aan hem besteed en het boek begint met hem en sluit met hem af. Giovanni Borgia is als klein kind opgegroeid bij de, toen nog machtige, Spaanse Borgia-familie: de paus, Alexander, van wie hij dacht dat het zijn overgrootvader was, en Cesare Borgia, van wie hij dacht dat het zijn vader was. Ook zijn vriend Rodrigo, van enkele jaren jonger, met wie hij opgroeit, speelt een belangrijke rol. Toen de Borgia’s van de troon werden gestoten, werd hij samen met Rodrigo naar Isabella gebracht. Dit is de eerste plaats waar hij en Rodrigo niet als gelijken werden behandeld: Rodrigo kreeg duidelijk de voorkeur. Dit alles begreep Giovanni Borgia toen nog niet, maar de reden was dat hij een bastaardzoon was; niemand was zeker wie nu precies zijn ouders waren. Rodrigo en hij groeiden hierdoor steeds verder uit elkaar, totdat Rodrigo op een dag overleed.

Als ‘jongeman’ gaat hij eerst in dienst bij het leger, maar de onzekerheid van zijn afkomst blijft hem kwellen. Daarom probeert hij erachter te komen wie zijn ouders zijn. Hij begint zijn tocht door naar Lucrezia, ‘een Borgia’ en vermoedelijk zijn moeder, te gaan. Lucrezia werd beschuldigd van bloedschande toen ze lang geleden een kind kreeg. Dit kind werd toen snel bij haar weggehaald, het is dus niet zeker of dit Giovanni is geweest. De vader was waarschijnlijk of paus Alexander, of Cesare. Na een lang verblijf bij Lucrezia en haar man, besluit hij om verder te gaan naar Rome, aangezien Lucrezia toch niet meer los wil laten. Daar gaat hij aan het werk bij het Vaticaan als pauselijke orator. Daar ontmoet hij ook messer Pietro Aretino, over wie ik hierna meer zal vertellen. Via hem ontmoet hij Tullia d’Aragona, een ‘vooraanstaande’ courtisane, die hij vanaf dat moment regelmatig bezoekt. Tullia wordt verliefd op hem. Haar moeder stelt dit niet op prijs, en jaagt Giovanni weg. Hierbij zegt ze wel dat hij de zoon zou zijn van Lucrezia en een knecht uit die tijd: Pedro Caldes. Dit werpt alleen maar nog meer vragen op bij Giovanni Borgia.
Hij sluit zich aan bij het leger van de Colonna, in de hoop zijn verleden te kunnen vergeten en zich te richten op de toekomst. In die tijd zijn de Italianen ‘verdeeld’ tussen de Fransgezinde en de Spaansgezinde, die allebei strijden om de macht over Italie. Dan zijn er nog mensen die vinden dat de Italianen zelf een leger moeten vormen en voor de macht vechten. De Colonna zijn Fransgezind en vechten tegen de Spaanse. Als ze naar Rome trekken, zijn daar groepen Duitsers en Spanjaarden de stad aan het plunderen. In de chaos komt hij Tullia ook nog tegen, maar die lijkt geheel van de wereld. Even later komen ze een groep Spanjaarden tegen, die willen dat hij Tullia aan hen afstaat. Als hij dat niet wil, wordt hij meegenomen en gemarteld. Hij weet te ontsnappen, maar hij is wel zwaar verminkt.
Hij gaat weer aan het werk aan het Vaticaan. Farnese, een kardinaal, steunt hem ongewoon veel. Hij dringt erop aan dat Giovanni Borgia een proces begint om het hertogdom van Camarino, dat hij als kleine jongen eigenlijk toegewezen had gekregen, terug te winnen. Dit proces verliest hij, maar hij komt er hierdoor wel achter dat Farnese zijn vader is.

Pietro Aretino
Pietro Aretino was een satirisch schrijver en dichter. Het lijkt of hij iedereen kent, en hij bemoeit zich dan ook overal mee en is er trots op dat hij alle ‘roddels’ over belangrijke mensen als eerste te horen krijgt of zelfs verspreidt. Hij herkent Giovanni Borgia meteen als hij hem op het Vaticaan ziet, en probeert achter zijn gedachten en ‘motieven’ te komen en informatie over belangrijke personen via hem te verkrijgen. Ook stelt hij Tullia d’Aragona en Giovanni Borgia aan elkaar voor. Hij komt regelmatig over de vloer bij Tullia, vooral om via haar informatie te krijgen over alle ‘machthebbers’ etc. die Tullia regelmatig bezoeken. Ook hij wordt op een gegeven moment, als de verdeeldheid in Rome het grootst is, aangevallen en verminkt.

Michelagniolo Buonarotti
Michelagniolo Buonarotti is de beroemde kunstenaar Michelangelo. Hij maakt de indruk een erg gefrustreerde man te zijn. Aan de ene kant houdt hij erg van zijn werk, maar hij heeft last van een gevoel van onmacht, omdat hij nog veel grote opdrachten te doen heeft waar hij allang genoeg van heeft, die eindeloos duren en nooit klaar lijken te zijn. Als hij ergens aan werkt geeft hij zich er ook volledig voor over: hij werkt alleen maar en gunt zichzelf nauwelijks tijd om te slapen of eten.

Vittoria Colonna
Vittoria Colonna is de vrouw van de hertog van Pescara. Hij brengt thuis nauwelijks tijd door; hij is liever bij zijn ‘liefje’, die hem in tegenstelling tot Vittoria wel kinderen kon geven. Iedereen weet hoe slecht hun huwelijk in elkaar zit. Vittoria is een vrouw die veel nadenkt en erg zelfbewust is. Haar grootste angst is zelfbedrog. Een tijdlang meent ze een ‘oplossing’ te hebben gevonden als zij het echtpaar Varano ontmoet. Zij zijn erg religieus, vooral Caterina Varano, en helemaal in de ban van fra Matteo, die een voor haar ‘vernieuwende’ blik op de godsdienst werpt.
Pescara komt op een gegeven moment na vele jaren thuis. Op het slagveld is hij ernstig gewond geraakt, en als hij thuiskomt is hij duidelijk niet meer de oude. Hij sluit een ‘deal’ met Morone, een belangrijk man in die tijd, om de keizer te verraden. Maar ondertussen schrijft hij de keizer dat Morone hem dit voorstel heeft gedaan en verraadt hij hem dus – het is niemand helemaal duidelijk wat zijn plannen zijn.
Na een tijd sterft Pescara vanwege zijn zwakke gezondheid. Vittoria schrijft gedichten over Pescara waarin ze hem verheerlijkt; zijn reputatie wordt hersteld, en al het slechts dat hij heeft gedaan wordt zonder meer vergeten.
Vittoria komt erachter dat ze zich niet zo vol overgave op de godsdienst kan storten als Caterina. Ook komt ze erachter dat ze nu slachtoffer is geworden van dat waar ze zich haar hele leven voor heeft geprobeerd te beschermen: zelfbedrog. De gedichten over haar gestorven man meent zij niet, ze heeft nooit werkelijk van hem gehouden.

Niccolo Machiavelli en Franscesco Guiccardini
In het boek wordt een brievenwisseling tussen Niccolo Machiavelli en Franscesco Guiccardini weergegeven. Zij schrijven veel over de politieke toestand. Machiavelli is een ideoloog, hij wil dat de Italianen zelf de macht in Italie in handen nemen, in plaats van de Spanjaarden of de Fransen. Hij is zelf eerst werkloos en wordt later in Rome aan het werk gezet. Guiccardini is een gouverneur, die wat realistischer tegen de dingen aankijkt dan Machiavelli.

Tullia d’Aragona
Tullia is een courtisane, die samen met haar moeder in Rome woont. Haar moeder zet haar voortdurend onder druk om er alles aan te doen ‘de beste en mooiste te zijn’, want ze wil natuurlijk dat de zaken altijd zo goed blijven gaan: Tullia krijgt vooral veel vooraanstaande klanten. Dit is ook een van de redenen dat Pietro Aretino er zo vaak komt: hij ‘gebruikt’ Tullia om informatie over al deze belangrijke mensen te krijgen. Tullia leeft bijna als een gevangene. Als ze Giovanni Borgia ontmoet, wordt ze bijna meteen verliefd op hem. Ze is bereid alles in de steek te laten om met hem mee te gaan. Hij wordt hier echter door verstikt en krijgt bovendien ruzie met Tullia’s moeder, Giulia. Hij vertrekt zonder iets aan Tullia te vertellen.
Het enige moment waarop Tullia weer terugkomt in het verhaal, is als Giovanni Borgia haar tijdens de plunderingen van Rome vindt. Er wordt verder niet geschreven wat er van haar terechtkomt.

Structuur en samenhang:
Het boek is opgebouwd uit hoofdstukken. De Hoofdstukken beginnen niet op een nieuwe bladzijden. Er worden twee witregels gegeven, dan de titel van het hoofdstuk, die altijd uit namen bestaat, in hoofdletters. Daarna een witregel en het hoofdstuk begint. De titel van het hoofdstuk is hetzelfde als de verhaallijn die een gevolg krijgt. Daardoor geeft deze aan welke persoon er centraal komt te staan in het hoofdstuk en daarmee dat je vanuit die persoon gaat meedenken. Er lopen meerdere verhaallijnen door elkaar, die zich vooral tegelijktijdig afspelen.

De verhaallijnen zijn:
Giovanni Borgia
Pietro Aretino en Giovanni Borgia
Michelagniolo Buonarotti
Vittoria Colonna
Niccolo Macchiavelli aan Francesco Guicciardini
Francesco Guicciardini aan Niccolo Macchiavelli
Tullia D’Aragona

In media res:
Het is een in media res verhaal, want je kent Borgia, de hoofdpersoon, op het moment dat hij volwassen is. Wel wijdt hij veel terug naar de geschiedenis en wat hij nog weet over zijn jeugd. Ook weet je dat de naam ‘Borgia’ een zware lading heeft, je wil graag weten waarom, dit kom je uiteindelijk wel te weten. Ook wil je graag weten wie hij nu eigenlijk is, die zoektocht volg je in chronologische volgorde. Hierdoor is het ook niet post rem.

Einde:
Het verhaal heeft een halfopen einde. De meeste belangrijke vragen worden helemaal opgelost, maar niet allemaal. De best wel belangrijke vraag, wat Giovanni’s afkomst is, wordt maar half opgelost. Er wordt gesuggereerd dat hij de zoon van Farnese is, maar toch wordt het niet met zekerheid gesteld. Door dit einde is er een onverwachte wending gekomen in het boek. Dat is wel leuk.

Perspectief en vertelsituatie:
Het boek heeft een mix van vertelsituaties.
Het boek wordt vooral verteld vanuit de personale vertelsituatie. Er wordt vanuit de personages verteld hoe de gebeurtenissen en handelingen worden beleefd. Dit vraagt een meedenken van de schrijver. Het gaat om de waarnemingen en gedachten van de personages zelf.
Wel is het aan de andere kant ook een auctoriale vertelinstantie, omdat de auteur vanuit meerdere personages schrijft. Samengevat, als je over het geheel van het hele boek kijkt, is het eigenlijk een auctoriale vertelsituatie.
Ook is er een ikvertelsituatie. Bij één hoofdpersoon namelijk, Vittoria Colonna, is er afwisseling tussen de beschrijving, de ene keer de ikvorm, de andere keer weer niet. Dat verschilt niet per hoofdstuk maar ongeveer per 2 alinea's.

Chronologisch?
Het is een chronologisch verhaal. Alles volgt elkaar chronologisch op. Wel kijken mensen soms terug op het verleden, maar dat zijn flash-backs.

Tijd:
Het verhaal speelt zich vooral af in de 16e eeuw, maar de flash-backs gaan terug tot het einde van de 15e eeuw.
Soms worden gebeurtenissen heel uitvoerig besproken. Soms wordt er ook heel snel over perioden gesproken. Zie de voorbeelden.
‘In het begin van september trokken wij weg uit Rome...’
‘Op een ochtend voor zonsopgang werden wij gewekt en gewikkeld in mantels naar buiten gebracht. Ditmaal wachtte er geen draagstoel...’
Hierbij zie je dat er bij het tweede voorbeeld veel gedetailleerder gesproken wordt over een bepaalde situatie.

Ruimte:
Het boek is een historische roman, hierdoor berust het verhaal op feiten en kon de schrijver ook geen ruimte kunnen gebruiken voor zijn boek, of het zou teveel fantasie worden.
Daarom spreken we van een belangenruimte. Het speelt zich af in de Renaissance. De hoofdpersonen wandelen vooral rond in Italië. Het Roomse Vaticaan staat ook centraal.

Personages:
Giovanni Borgia
Pietro Aretino en Giovanni Borgia
Michelagniolo Buonarotti
Vittoria Colonna
Niccolo Macchiavelli
Francesco Guicciardini
Tullia D’Aragona

De beschrijving van de personen is goed te zien in de samenvatting. Dit komt doordat het verhaal eigenlijk uit meerdere delen bestaat, de verschillende delen gaan over de verschillende personen. Bij de samenvatting zijn de verhaallijnen achter elkaar gezet, waardoor de personen er goed worden beschreven.

Titelverklaring:
De stad Rome werd letterlijk rood gekleurd door al het bloed dat daar vloeide en door de kleur van de lucht boven de brandende stadswijken.
Ook wordt er gesuggereerd dat de titel slaat op de kleur (scharlakenrood) van de gewaden van de geestelijkheid in het zestiende-eeuwse Rome. De pausen en kardinalen namen het niet zo nauw met het celibaat waarin zij volgens hun geacht werden te leven. Ook hielden zij zich nauwelijks bezig met geestelijke zaken, maar gedroegen zich als politieke machthebbers, die intrige, manipulatie en corruptie niet schuwden.

Motto:
Io dico, ch’a chi vive quel che muore
Quetar on puo disir, ne par s’aspeti
L’eterno al tempo, ove altri cangia il pelo

Ik zeg: aan het verlangen van wat leeft
Kan niet voldoen wat sterft, en de eeuwigheid
Heeft niets aan de huidrimpelende tijd

Michelagniolo Buonarotti

Thema:
Het thema van het verhaal is onzekerheid:
- Giovanni is het hele boek door onzeker over zijn afkomst, die het automatisch tot een schandvlek op de samenleving maakt. In het boek worden ook nog andere personen gevolgd:
- Vittoria Colonna, zij is de vrouw van een Italiaanse veldheer die niet van haar houdt, zij wel van hem. Daardoor verkeert ze constant in onzekerheid, vooral als hij later ernstig ziek wordt.
- Michelagniolo Buonarotti, hij is een beeldhouwer maar heeft toen hij vroeger in het leger zat iets fout gedaan, daarom is ook hij onzeker of de werkstukken die hij maakt wel goed vallen.
- Een briefwisseling tussen Niccoló Machiavelli en Francesco Guicciardini. Zij zijn invloedrijke Italiaanse personen, Machiavelli heeft goede connecties met de paus en samen proberen ze Italië verenigd en onafhankelijk te maken.
- Tullia d'Aragona, zij wordt verliefd op Giovanni als een vriend hem meebrengt naar haar, maar Giovanni niet op haar, daarom is zij onzeker over hem.

Maar andere thema’s zijn ook geheimhouding, achterbaksheid, schijn, bedrog, valsheid en onbekendheid.
De personages hebben allen last van onmacht. Giovanni Borgia bijvoorbeeld voelt zich gevangen doordat hij zijn afkomst niet kent. Migelagniolo (de bekende kunstenaar Migelangelo Buonarotti wordt in dit boek altijd Migelagniolo genoemd) zit vast aan zijn opdrachten waar hij geen zin meer in heeft en Vittoria Colonna kan niet doordringen tot haar man. De politicus Francesco Guicciardini kon niets doen aan de troepen uit Spanje die Rome kwamen plunderen.

Motieven:
Het belangrijkste motief in natuurlijk de speurtocht van Giovanni Borgia naar zijn afkomst. (dit blijkt bijvoorbeeld de eerste en de laatste regel van het boek
‘Borgia ben ik, tweevoudig, drievoudig Borgia misschien’ (eerste regel)
‘Farnese ben ik, Farnese...’ (laatste regel)

De politiek , smerig, het recht van de sterkste geldt er heel erg. De constante intriges, kortom wat je krijgt als er veel mensen bij elkaar wonen die allemaal een beperkt aantal topposities willen.

De liefde van Vittoria Colonna voor haar man, die door niets en niemand kan worden doorbroken en het antwoord van haar man, die liever bij zijn geliefde thuis sterft dan bij zijn vrouw. Zelfs als Pescara dood is houdt ze nog van hem.

Genre:
Het genre van het boek is historische roman. Dit betekent dat het een historisch prozaverhaal is waarin lotgevallen en karakter, respectievelijk karakterontwikkeling van één of meer personen beschreven worden

Stroming:
Het is een boek uit de jongste tijd. Onderverdeeld in ‘Een greep uit modern proza na 1945’.

Literair belang:
Het is een literair boek, anders staat het niet op de boekenlijst. Dit betekent dat het kennelijk een goed inhoudelijk gehalte en een goede diepgang heeft.
Of het boek vaak herdrukt is kan ik niet achter komen. Het boek is niet verfilmd.

Stijl:
De stijl van Hella S. Haasse is behoorlijk moeilijk. Ingewikkelde zinnen en verheven woorden. Soms moet je een bladzijde echt vijf keer lezen voor je het begrijpt. Ook moet je echt niet moe zijn en je willen richten op het boek, anders begrijp je het niet. (als gemiddelde literatuurkenner).

Spanning:
De spanning die in dit boek erg naar voren komt is ten eerste de geheimhouding van feiten. Je weet veel niet, daarom wil je er achter komen. Wie is Giovanni eigenlijk? Wat vind iedereen van hem en wat zijn ze van plan? Allemaal vragen.
Ook het overschakelen van de ene naar de andere verhaallijn geeft een spanning in het boek. Tijdens het lezen over Giovanni ben je benieuwd naar een ander personage, en andersom.

Informatie over de auteur:
Hella Haasse's leven
Op 2 februari 1918 wordt Hella (Hélène) S. (Serafia) Haasse in Batavia geboren. Zij is dochter van de concertpianiste Katharina Diehm Winzenhöhler en Willem Hendrik Haasse, die in Nederlandsch-Indië de belastingontduiking bestreed. In 1920 vertrekt het gezin Haasse voor een twee jaar durend verlof naar Nederland. Op 4 oktober 1921 wordt Willem Hendrik Johannes geboren.
In 1922 keert de familie terug naar Indië, naar Soerabaja. Hier gaat Hella S. Haasse naar de kleuterschool en als zij zes jaar is naar een katholieke lagere school waar zij les krijgt van de nonnen. In 1924 wordt haar moeder ziek en moet opgenomen worden in een sanatorium in Davos. Zij neemt de kinderen mee naar Europa. Hella woont bij haar moeders moeder in Heemstede en vervolgens in een kinderpension in Baarn. In 1928 is de moeder hersteld van haar ziekte en zij steken weer over naar Nederlandsch-Indië. Na een jaar Bandoeng en een kort verblijf in Buitenzorg, verhuist het gezin naar Batavia, waar Hella naar het lyceum gaat. Daar wordt haar liefde voor de Nederlandse literatuur gestimuleerd. Het zijn vooral de Nederlandse dichters die tot de verbeelding spraken: Slauerhoff, Roland Holst. Als kind heeft ze behoefte alleen te zijn maar ook een behoefte erbij te horen, opgenomen te worden in de groep. Deze twee kanten van haar karakter komen wel eens met elkaar in botsing, ze is bang haar individualiteit in de groep te verliezen.
Na het eindexamen in 1938 vertrekt ze naar Nederland om aan de Gemeentelijke Universiteit van Amsterdam Scandinavische Talen en Letteren te gaan studeren. De bedoeling is dat het gezin in 1940 in Nederland herenigd zal worden, maar door het uitbreken van de oorlog verloopt alles anders. De ouders worden tijdens de Japanse bezetting van Nederlandsch-Indië geïnterneerd en pas in 1946 zien zij in Nederland hun dochter, inmiddels getrouwd, terug.
In 1941 beëindigt zij haar studie Scandinavische Talen en Letteren en doet toelatingsexamen voor de Toneelschool in Amsterdam. In 1943 doet ze eindexamen aan de Toneelschool en speelt in een aantal voorstellingen. Na haar huwelijk met mr. Jan van Lelyveld in 1944 beëindigt Hella S. Haasse haar professionele toneelactiviteiten. Wel blijft ze teksten schrijven voor het zomercabaret van het Centraal Toneel-gezelschap. Ze schrijft ook voor Wim Sonnevelds cabaret en na de oorlog voor dat van Cor Ruys. Op 11 november 1944 wordt het eerste kind van Jan van Lelyveld en Hella Haasse geboren. Het meisje, Chrisje, zal in april 1947 overlijden.
Vanaf 1944 schrijft ze vooral proza. In 1948 verschijnt Oeroeg anoniem ter gelegenheid van de Boekenweek. Lezers mogen raden wie de auteur is. (In het najaar van 1993 is de verfilming van Oeroeg uitgebracht, onder regie van Hans Hylkema). Met haar debuut heeft ze veel succes. Sindsdien verschijnen regelmatig boeken van haar hand. Opvallend zijn haar historische romans. De eerste verschijnt in 1949, Het woud der verwachtingen, waarin ze het leven van Charles d'Orleans beschrijft. Haar oeuvre omvat vele historische romans. Haasse plaatst de hoofdpersonen in hun eigen tijd, maar vooral de psychologie van de personages krijgt de aandacht.

Op 15 december 1947 wordt Ellen Justine geboren, op 8 maart 1951 wordt dochter Marina geboren. In augustus 1981 verhuist Haasse met haar man naar het Franse plaatsje Saint-Witz, vlak bij Parijs. In december ontvangt ze de Constantijn Huygens-prijs voor haar gehele oeuvre. Op 26 juni wordt op het Muiderslot aan Hella Haasse de P.C. Hooftprijs (proza) 1983 uitgereikt. Op 25 maart 1988 wordt ze aan de Rijksuniversiteit Utrecht gehuldigd met een Eredoctoraat in de Letteren. Ze werkt mee aan Beatrix, Koningin, een groot televisieportret voor de NOS.
In augustus 1990 keren Haasse en haar echtgenoot terug naar Nederland. In mei 1991 wordt haar het erelidmaatschap van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde toegekend. In april 1992 ontvangt zij uit handen van koningin Beatrix de Eremedaille in Goud voor Kunst en Wetenschap in de Huisorde van Oranje.
Over de thematiek in haar werk heeft ze in een interview in 1980 gezegd:

Mijn thematiek is dat alles en iedereen verbonden is. Dat niets op zichzelf staat. Allerlei schijnbaar zinloze gebeurtenissen doemen in je leven op waarvan je aanvankelijk de samenhang niet ziet, maar die later met elkaar in relatie blijken te staan.

Bibliografie:
1948 Oeroeg (Boekenweekgeschenk)
1949 Het woud der verwachting. Het leven van Charles van Orléans (roman)
1950 De verborgen bron (roman)
1952 De scharlaken stad (roman)
1954 Zelfportret als legkaart (autobiografie)
1957 De ingewijden (roman)
1960 Cider voor arme mensen (roman)
1962 De meermin (roman)
1966 Een nieuwer testament (roman)
1967 Persoonsbewijs (autobiografie)
1968 De tuinen van Bomarzo (essays)
1970 Krassen op een rots. Notities bij een reis op Java (essays)
1971 Huurders en onderhuurders (roman)
1976 Een gevaarlijke verhouding of Daal-en-Bergse brieven (roman)
1978 Mevrouw Bentinck of Onverenigbaarheid van karakter (roman)
1981 De groten der aarde of Bentinck tegen Bentinck (roman)
1983 De wegen der verbeelding (roman)
1986 Berichten van het Blauwe Huis (roman)
1989 Schaduwbeeld of Het geheim van Appeltern (roman)
1992 Heren van de thee (roman)
1993 Een handvol achtergrond. Parang Sawat (autobiografische teksten)
1994 Transit (Boekenweekgeschenk)
1996 Ogenblikken in Valois (essays)
1996 Uitgesproken opgeschreven. Essays over achttiende-eeuwse vrouwen, een bosgezicht, verlichte geesten, vorstenlot, satire, de pers en Vestdijks avondrood
1997 Zwanen schieten (roman)
2000 Fenrir (roman)
2002 Sleuteloog (roman)
2003 Het dieptelood van de herinnering (verz. essays)

Reactie op het boek:
Na het lezen was ik het echt zat. Het boek was zo langdradig. Sommige stukken heb ik ook overgeslagen, als ik dacht dat ik het snapte ging ik naar het volgende hoofdstuk. Ik denk dat ik ongeveer de helft heb gelezen van het boek. En toen had ik het wel gezien.
Echter: Na het maken van het verslag werd mijn interesse weer gewekt, nu wil ik toch wel weten hoe het gedetailleerd verder ging. Wie weet ga ik het toch verder lezen.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

I.

I.

lekker lang, zo hoef je het boek niet te lezen

11 jaar geleden

Andere verslagen van "De scharlaken stad door Hella S. Haasse"