De scharlaken stad door Hella S. Haasse

Beoordeling 7.4
Foto van een scholier
  • Boekverslag door een scholier
  • 6e klas vwo | 3085 woorden
  • 12 maart 2007
  • 14 keer beoordeeld
  • Cijfer 7.4
  • 14 keer beoordeeld

Eerste uitgave
1952
Pagina's
288
Geschikt voor
bovenbouw havo/vwo
Punten
3 uit 5
Oorspronkelijke taal
Nederlands

Boekcover De scharlaken stad
Shadow
De scharlaken stad door Hella S. Haasse
Shadow
ADVERTENTIE
Help nu jouw favoriete goede doel door jouw mening te geven!

Hoe? Heel simpel. Geef je op voor het panel van Young Impact en geef jouw mening over diverse onderwerpen zoals gelijke kansen, diversiteit of het klimaat. Voor iedere ingevulde vragenlijst (+/- 1 per maand) ontvang je een bedrag dat je direct mag doneren aan een goed doel naar keuze. Goed doen was nog nooit zo easy!

Meld je aan!
Titel: De scharlaken stad
Auteur: Hella S. Haasse
Jaar van eerste druk: 1952

Indeling:
Het boek is opgebouwd uit 21 hoofdstukken. De hoofdstukken beginnen iedere keer op een nieuwe bladzijde. Ze hebben een titel die uit een naam bestaat. Deze naam geeft aan welke persoon er centraal komt te staan in het hoofdstuk en daarmee dat je vanuit die persoon gaat meedenken. Er lopen meerdere verhaallijnen door elkaar, die zich vooral tegelijktijdig afspelen.

Motto:
Io dico, ch’a chi vive quel che muore

Quetar on puo disir, ne par s’aspeti
L’eterno al tempo, ove altri cangia il pelo

Ik zeg: aan het verlangen van wat leeft
Kan niet voldoen wat sterft, en de eeuwigheid
Heeft niets aan de huidrimpelende tijd
Michelagniolo Buonarotti

Het motto zegt niet zoveel over het verhaal zelf, maar het maakt dat het verhaal echter lijkt omdat Buonarotti ook als een hoofdpersoon voorkomt.

Samenvatting & Personages:
Giovanni Borgia
Giovanni Borgia is het belangrijkste personage in het boek: er worden de meeste pagina’s aan hem besteed en het boek begint met hem en sluit met hem af. Giovanni Borgia is als klein kind opgegroeid bij de, toen nog machtige, Spaanse Borgia-familie: Toen de Borgia’s van de troon werden gestoten, werd hij samen met Rodrigo naar Isabella gebracht. Dit is de eerste plaats waar hij en Rodrigo niet als gelijken werden behandeld: Rodrigo kreeg duidelijk de voorkeur. Dit alles begreep Giovanni Borgia toen nog niet, maar de reden was dat hij een bastaardzoon was; niemand was zeker wie nu precies zijn ouders waren. Rodrigo en hij groeiden hierdoor steeds verder uit elkaar, totdat Rodrigo op een dag overleed.
Als ‘jongeman’ gaat hij eerst in dienst bij het leger, maar de onzekerheid van zijn afkomst blijft hem kwellen. Daarom probeert hij erachter te komen wie zijn ouders zijn. Hij begint zijn tocht door naar Lucrezia, ‘een Borgia’ en vermoedelijk zijn moeder, te gaan. Lucrezia werd beschuldigd van bloedschande toen ze lang geleden een kind kreeg. Dit kind werd toen snel bij haar weggehaald, het is dus niet zeker of dit Giovanni is geweest. De vader was waarschijnlijk of paus Alexander, of Cesare. Na een lang verblijf bij Lucrezia en haar man, besluit hij om verder te gaan naar Rome, aangezien Lucrezia toch niet meer los wil laten. Daar gaat hij aan het werk bij het Vaticaan als pauselijke orator. Daar ontmoet hij ook messer Pietro Aretino, over wie ik hierna meer zal vertellen. Via hem ontmoet hij Tullia d’Aragona, een ‘vooraanstaande’ courtisane, die hij vanaf dat moment regelmatig bezoekt. Tullia wordt verliefd op hem. Haar moeder stelt dit niet op prijs, en jaagt Giovanni weg. Hierbij zegt ze wel dat hij de zoon zou zijn van Lucrezia en een knecht uit die tijd: Pedro Caldes. Dit werpt alleen maar nog meer vragen op bij Giovanni Borgia.

Hij sluit zich aan bij het leger van de Colonna, in de hoop zijn verleden te kunnen vergeten en zich te richten op de toekomst. In die tijd zijn de Italianen ‘verdeeld’ tussen de Fransgezinden en de Spaansgezinden, die allebei strijden om de macht over Italie. Dan zijn er nog mensen die vinden dat de Italianen zelf een leger moeten vormen en voor de macht vechten. De Colonna zijn Fransgezind en vechten tegen de Spaansen. Als ze naar Rome trekken, zijn daar groepen Duitsers en Spanjaarden de stad aan het plunderen. In de chaos komt hij Tullia ook nog tegen, maar die lijkt geheel van de wereld. Even later komen ze een groep Spanjaarden tegen, die willen dat hij Tullia aan hen afstaat. Als hij dat niet wil, wordt hij meegenomen en gemarteld. Hij weet te ontsnappen, maar hij is wel zwaar verminkt.
Hij gaat weer aan het werk aan het Vaticaan. Farnese, een kardinaal, steunt hem ongewoon veel. Hij dringt erop aan dat Giovanni Borgia een proces begint om het hertogdom van Camarino, dat hij als kleine jongen eigenlijk toegewezen had gekregen, terug te winnen. Dit proces verliest hij, maar hij komt er hierdoor wel achter dat Farnese zijn vader is.

Pietro Aretino
Pietro Aretino was een satirisch schrijver en dichter. Het lijkt of hij iedereen kent, en hij bemoeit zich dan ook overal mee en is er trots op dat hij alle ‘roddels’ over belangrijke mensen als eerste te horen krijgt of zelfs verspreidt. Hij herkent Giovanni Borgia meteen als hij hem op het Vaticaan ziet, en probeert achter zijn gedachten en ‘motieven’ te komen en informatie over belangrijke personen via hem te verkrijgen. Ook stelt hij Tullia d’Aragona en Giovanni Borgia aan elkaar voor. Hij komt regelmatig over de vloer bij Tullia, vooral om via haar informatie te krijgen over alle ‘machthebbers’ etc. die Tullia regelmatig bezoeken. Ook hij wordt op een gegeven moment, als de verdeeldheid in Rome het grootst is, aangevallen en verminkt.

Michelagniolo Buonarotti
Michelagniolo Buonarotti is de beroemde kunstenaar Michelangelo. Hij maakt de indruk een erg gefrustreerde man te zijn. Aan de ene kant houdt hij erg van zijn werk, maar hij heeft last van een gevoel van onmacht, omdat hij nog veel grote opdrachten te doen heeft waar hij allang genoeg van heeft, die eindeloos duren en nooit klaar lijken te zijn. Als hij ergens aan werkt geeft hij zich er ook volledig voor over: hij werkt alleen maar en gunt zichzelf nauwelijks tijd om te slapen of eten.

Vittoria Colonna
Vittoria Colonna is de vrouw van de hertog van Pescara. Hij brengt thuis nauwelijks tijd door; hij is liever bij zijn ‘liefje’, die hem in tegenstelling tot Vittoria wel kinderen kon geven. Iedereen weet hoe slecht hun huwelijk in elkaar zit. Vittoria is een vrouw die veel nadenkt en erg zelfbewust is. Haar grootste angst is zelfbedrog. Een tijdlang meent ze een ‘oplossing’ te hebben gevonden als zij het echtpaar Varano ontmoet. Zij zijn erg religieus, vooral Caterina Varano, en helemaal in de ban van fra Matteo, die een voor haar ‘vernieuwende’ blik op de godsdienst werpt.
Pescara komt op een gegeven moment na vele jaren thuis. Op het slagveld is hij ernstig gewond geraakt, en als hij thuiskomt is hij duidelijk niet meer de oude. Hij sluit een ‘deal’ met Morone, een belangrijk man in die tijd, om de keizer te verraden. Maar ondertussen schrijft hij de keizer dat Morone hem dit voorstel heeft gedaan en verraadt hij hem dus – het is niemand helemaal duidelijk wat zijn plannen zijn.
Na een tijd sterft Pescara vanwege zijn zwakke gezondheid. Vittoria schrijft gedichten over Pescara waarin ze hem verheerlijkt; zijn reputatie wordt hersteld, en al het slechts dat hij heeft gedaan wordt zonder meer vergeten.
Vittoria komt erachter dat ze zich niet zo vol overgave op de godsdienst kan storten als Caterina. Ook komt ze erachter dat ze nu slachtoffer is geworden van dat waar ze zich haar hele leven voor heeft geprobeerd te beschermen: zelfbedrog. De gedichten over haar gestorven man meent zij niet, ze heeft nooit werkelijk van hem gehouden.

Niccolo Machiavelli en Franscesco Guiccardini
In het boek wordt een brievenwisseling tussen Niccolo Machiavelli en Franscesco Guiccardini weergegeven. Zij schrijven veel over de politieke toestand. Machiavelli is een ideoloog, hij wil dat de Italianen zelf de macht in Italie in handen nemen, in plaats van de Spanjaarden of de Fransen. Hij is zelf eerst werkloos en wordt later in Rome aan het werk gezet. Guiccardini is een gouverneur, die wat realistischer tegen de dingen aankijkt dan Machiavelli.

Tullia d’Aragona
Tullia is een courtisane, die samen met haar moeder in Rome woont. Haar moeder zet haar voortdurend onder druk om er alles aan te doen ‘de beste en mooiste te zijn’, want ze wil natuurlijk dat de zaken altijd zo goed blijven gaan: Tullia krijgt vooral veel vooraanstaande klanten. Dit is ook een van de redenen dat Pietro Aretino er zo vaak komt: hij ‘gebruikt’ Tullia om informatie over al deze belangrijke mensen te krijgen. Tullia leeft bijna als een gevangene. Als ze Giovanni Borgia ontmoet, wordt ze bijna meteen verliefd op hem. Ze is bereid alles in de steek te laten om met hem mee te gaan. Hij wordt hier echter door verstikt en krijgt bovendien ruzie met Tullia’s moeder, Giulia. Hij vertrekt zonder iets aan Tullia te vertellen.
Het enige moment waarop Tullia weer terugkomt in het verhaal, is als Giovanni Borgia haar tijdens de plunderingen van Rome vindt. Er wordt verder niet geschreven wat er van haar terechtkomt.

Titelverklaring:
De stad Rome werd letterlijk rood gekleurd door al het bloed dat daar vloeide en door de kleur van de lucht boven de brandende stadswijken.
Ook wordt er gesuggereerd dat de titel slaat op de kleur (scharlakenrood) van de gewaden van de geestelijkheid in het zestiende-eeuwse Rome. De pausen en kardinalen namen het niet zo nauw met het celibaat waarin zij volgens hun geacht werden te leven. Ook hielden zij zich nauwelijks bezig met geestelijke zaken, maar gedroegen zich als politieke machthebbers, die intrige, manipulatie en corruptie niet schuwden.

Genre: Historische roman

Onderwerp:
Ik denk dat het belangrijkste onderwerp van het hele boek gewoon ‘de situatie in Rome in de zestiende eeuw’ is, omdat er verder niet een belangrijk onderwerp terug te vinden is in de verschillende verhalen.

Thema:
De speurtocht van Giovanni Borgia naar zijn afkomst.

Motieven:
De verschillende verhaallijnen hebben echter wel elk afzonderlijk motieven. Zo is het van het verhaal van Giovanni Borgia de zoektocht naar en onzekerheid over zijn afkomst. Bij Vittoria Colonna is het belangrijkste motief zelfbedrog. Bij Michelagniolo Buonarotti is het belangrijkste zijn frustratie over zijn beroep, die tegelijkertijd voorkomt uit liefde daarvoor. Zo zijn er nog een paar; geheimhouding, achterbaksheid, schijn, bedrog.
Er is 1 motief dat zij gemeen hebben en dat is onmacht. Giovanni Borgia bijvoorbeeld voelt zich gevangen doordat hij zijn afkomst niet kent. Migelagniolo zit vast aan zijn opdrachten waar hij geen zin meer in heeft en Vittoria Colonna kan niet doordringen tot haar man. De politicus Francesco Guicciardini kon niets doen aan de troepen uit Spanje die Rome kwamen plunderen.

Perspectief:
Het verhaal wordt verteld vanuit een personaal perspectief, maar niet in de ikvorm. Er zijn vier verschillende hoofdpersonen van waaruit het verhaal verteld wordt, en dan is er ook nog een constante briefwisseling tussen 2 personen. Bij 1 van de hoofdpersonen, Vittoria Colonna, is er afwisseling tussen de beschrijving, de ene keer de ikvorm, de andere keer weer niet, dat verschilt niet per hoofdstuk maar ongeveer per 2 alinea's.

Ruimte:
Het verhaal speelt zich af in Italië en dan vooral in Rome, en voor een deel nog bij de hertogdommen van Farnese, Colonna, in het huis van Lucrezia, en nog een aantal andere plaatsen in Italië die niet duidelijk genoemd worden. In dit boek weet ze heel goed de sfeer neer te zetten van een bepaalde tijd, in het eerste geval van de 16e eeuw, in het tweede van de Romeinse tijd. Een beetje mysterieus vind ik het.
Het milieu waarin het zich afspeelt is vrij hoog. Vittoria komt uit een rijke familie (is de dochter van een hertog) Tullia komt als courtisane in aanraking met alleen de belangrijkste mensen van Rome en Borgia kwam uit de eens machtige Spaanse Borgia-familie.

Tijd:
Het verhaal wordt chronologisch verteld. Met af en toe flash-backs waarin er wordt teruggekeken op het verleden. Het verhaal speelt zich vooral af in de 16e eeuw, maar de flash-backs gaan terug tot het einde van de 15e eeuw.
Soms worden gebeurtenissen heel uitvoerig besproken. Soms wordt er ook heel snel over perioden gesproken. Zoals hieronder blijkt uit de voorbeelden:
‘In het begin van september trokken wij weg uit Rome...’
‘Op een ochtend voor zonsopgang werden wij gewekt en gewikkeld in mantels naar buiten gebracht. Ditmaal wachtte er geen draagstoel...’
Vertelde tijd: 408 pagina’s
Vertel tijd: Het verhaal strekt zich uit over een lange tijd, het begint met een terugblik naar Giovanni's vroege jeugd en eindigt als hij ongeveer eind twintig, begin dertig is.

Stroming:
Het is een boek uit de jongste tijd. Onderverdeeld in ‘Een greep uit modern proza na 1945’.

Beoordeling:
Emotionele argumenten
Ik vond het een heel moeilijk boek om te lezen. Het soort taal dat ze gebruikte sprak me absoluut niet aan. Ik moest me heel erg concentreren wilde ik er wat van snappen. Dit zinnetje bijvoorbeeld op pagina 51: ‘ Op vervulling van zijn diepste wens durfde hij niet hopen: dat men hem zou ontslaan van een taak die hem niet meer bezielde, die een marteling voor hem was geworden, het juk waaraan hij zich geketend voelde, de molensteen die hem meetrok in diepten van wanhoop.’ Het is ten eerste een hele lange zin en de woorden die erin staan zijn nogal ouderwets. Nou weet ik wel dat dat niet zo gek is aangezien het boek uit de jaren 50 komt. Maar dit spreekt met dus niet echt aan.
Ook gaat ze eindeloos door op 1zelfde ding. Een beschrijving van een omgeving bijvoorbeeld. Dit maakt voor mij een boek heel saai.
Ik vind het wel een mooi verhaal maar erg ingewikkeld beschreven.

Praktische argumenten
Je hoeft zelf meestal geen verbanden te leggen tussen de gebeurtenissen, want alles wordt uitvoerig beschreven. Alleen moet je soms wel goed ‘opletten’ om te snappen wie wie is en wat er nu precies gebeurt. Vooral aan het begin weet je nog niet precies wie, wat of waar. Je wordt als het ware als je begint te lezen in die tijd ‘gedumpt’.
Het verhaal begint namelijk met een stuk dat ‘door’ Giovanni Borgia is geschreven. Alle namen en plaatsen zijn dan nog nieuw voor je, terwijl er over wordt gesproken alsof iedereen alle voorgeschiedenis al weet. Dit vond ik dan ook heel onduidelijk en ik wilde eigenlijk gelijk het boek weer wegleggen.

De opbouw versterkt dit nog eens: er komen zeer veel flashbacks over de jeugd van Giovanni Borgia in voor, zodat je in het begin alles een beetje door elkaar haalt. Later in het boek verlopen de verhalen voor het grootste deel chronologisch. Verder zou je misschien denken dat het verwarrend zou zijn dat je steeds van perspectief wisselt, maar dit vond ik juist helemaal niet verwarrend. Elk hoofdstuk heeft gewoon de naam van het personage waar het dan om gaat, dus daar had ik verder geen moeite mee.

De politieke achtergronden uit die tijd worden uitvoerig beschreven. De politiek is van groot belang in dit boek, mede omdat bijna alle personages er persoonlijk bij zijn betrokken. Ik weet niet of alles ook precies zo is gebeurd als het in het boek staat, maar zo komt het wel over. Een voorbeeld waarin de politiek uitvoerig wordt besproken, is het volgende fragment op pagina 158:

’Ik ben op de hoogte van de plannen van messer Girolamo Morone. Die zijn overigens niet van hem afkomstig, maar in de naaste omgeving van Zijne Heiligheid uitgebroed. Het is niet bekend wie het denkbeeld het eerst geopperd heeft. Ik geloof niet dat de paus en Giberti beseffen op welk gevaarlijk terrein zij zich wagen. Men heeft ook mij in vertrouwen genomen, maar ik wil met deze gelegenheid niets te maken hebben. Dat Morone er onmiddellijk voor te vinden was spreekt boekdelen.’

Ik zelf heb niet zo veel van het boek geleerd maar je kunt er wel een hoop uithalen. Over de geschiedenis in de 16e eeuw. Hoe alles toen verliep enz. Misschien is er een klein gedeelte van blijven hangen.

Informatie over de schrijver:
Hella Serafia Haasse werd op 2 februari 1918 in Batavia geboren, als dochter van de detectiveschrijver W.H. Haasse (pseudoniem: W.H. van Eemlandt).
Nederlands-Indië speelt in haar werk daarom ook een grote rol. Dat is natuurlijk geen wonder. In 1938 vertrok ze naar Nederland om Nederlands te gaan studeren in Utrecht, maar daar aangekomen schreef ze zich in voor Scandinavische talen aan de Universiteit van Amsterdam. De bedoeling was dat haar ouders en broer zich later bij haar zouden voegen, maar de Tweede Wereldoorlog verhinderde dat. Zo trok ze haar eigen plan. Tijdens de oorlog brak ze haar studie af - de colleges over Germaanse heldensage maakten haar letterlijk onpasselijk - en ging naar de toneelschool. Die rondde ze met succes af waarna ze een contract sloot met het Centraal Tooneel van Cees Lasseur. In februari 1944 trouwde ze met de jurist Jan Lelyveld en in november werd hun eerste kind geboren, dat echter twee jaar later overleed. Daarna kreeg ze nog twee dochters. Zij speelde nog steeds toneel, bleef daar ook een band mee houden - zo schreef ze in de loop der tijden enkele toneelstukken - maar ging toch steeds meer publiceren.

Hoezeer Hella Haasse ook bekend is door haar boeken over haar land van herkomst, het is slechts een onderdeel van haar oeuvre. Minstens zo belangrijk zijn haar andere historische romans. Daarbij maakt ze vaak gebruik van originele documenten bijvoorbeeld voor de brievenromans over de familie Bentinck en Koningin Sophie. Ook voor andere historische romans deed zij uitgebreid bronnenonderzoek, bijvoorbeeld voor Schaduwbeeld of Het geheim van Appeltern (1989), waarin ze een belangrijke historische figuur, Joan Derk van der Capellen tot den Pol voor een groot publiek tot leven bracht. Andere, niet historische, romans als Berichten van het Blauwe Huis of Huurders en onderhuurders zijn minder bekend maar vormen een net zo'n belangrijk onderdeel van haar totale oeuvre. Ook hier draait het om de zoektocht naar het eigen verleden en het kennen van de ander.
'Wie de waarheid tracht te vangen door natuurgetrouwe weergave van de "werkelijkheid" krijgt een vlakke prent waaraan juist de levensuggererende dimensies ontbreken, een beeld, bedrieglijk gelijkend op het gezochte, maar een schim', schreef Haasse in 1954 in het autobiografische boek Zelfportret als legkaart. Bijna vijftig jaar later, in 2002, laat ze de ik-figuur in Sleuteloog zeggen 'Ik weet dat ergens in mijn geheugen alle stukken te vinden zijn die samen een sluitend beeld van de waarheid vormen. Ik heb ze niet herkend, of ze niet willen zien, toen ze opdoken in de werkelijkheid van mijn leven'. Tussen die twee uitspraken over waarheid ligt een enorm oeuvre, een breed en rijk oeuvre, waarin Haasse op oprechte wijze bezig is met 'waarheid', de waarheid van haar hoofdpersonen, de waarheid van haar eigen persoon en de waarheid van Nederlands-Indië.

Beperkte bibliografie
1945 Stroomversnelling (dichtbundel)
1948 Oeroeg (Boekenweekgeschenk)
1949 Het woud der verwachting. (historische roman)
1950 De verborgen bron
1952 De scharlaken stad
1954 Zelfportret als legkaart (autobiografie)
1957 De ingewijden
1960 Cider voor arme mensen
1962 De meermin
1966 Een nieuwer testament
1967 Persoonsbewijs
1970 Krassen op een rots. Notities bij een reis op Java (essays)
1976 Een gevaarlijke verhouding of Daal-en-Bergse brieven
1978 Mevrouw Bentinck of Onverenigbaarheid van karakter
1981 De groten der aarde of Bentinck tegen Bentinck
1986 Berichten van het Blauwe Huis
1992 Heren van de thee
1993 Een handvol achtergrond (autobiografische teksten)
1994 Transit (boekenweekgeschenk)
1996 Ogenblikken in Valois
2000 Fenrir: een lang weekend in de Ardennen
2002 Sleuteloog

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Andere verslagen van "De scharlaken stad door Hella S. Haasse"