De scharlaken stad door Hella S. Haasse

Beoordeling 7.4
Foto van een scholier
  • Boekverslag door een scholier
  • 5e klas vwo | 4030 woorden
  • 12 maart 2007
  • 22 keer beoordeeld
  • Cijfer 7.4
  • 22 keer beoordeeld

Eerste uitgave
1952
Pagina's
288
Geschikt voor
bovenbouw havo/vwo
Punten
3 uit 5
Oorspronkelijke taal
Nederlands

Boekcover De scharlaken stad
Shadow
De scharlaken stad door Hella S. Haasse
Shadow
ADVERTENTIE
Help nu jouw favoriete goede doel door jouw mening te geven!

Hoe? Heel simpel. Geef je op voor het panel van Young Impact en geef jouw mening over diverse onderwerpen zoals gelijke kansen, diversiteit of het klimaat. Voor iedere ingevulde vragenlijst (+/- 1 per maand) ontvang je een bedrag dat je direct mag doneren aan een goed doel naar keuze. Goed doen was nog nooit zo easy!

Meld je aan!
Titel: De Scharlaken Stad.
Schrijver: Hella S. Haasse.
Eerste druk: 1952.
Genre: Historische Roman.

Samenvatting:

Giovanni Borgia is het belangrijkste personage in het boek: er worden de meeste pagina’s aan hem besteed en het boek begint met hem en sluit met hem af. Giovanni Borgia is als klein kind opgegroeid bij de, toen nog machtige, Spaanse Borgia-familie: de paus, Alexander, van wie hij dacht dat het zijn overgrootvader was, en Cesare Borgia, van wie hij dacht dat het zijn vader was. Ook zijn vriend Rodrigo, van enkele jaren jonger, met wie hij opgroeit, speelt een belangrijke rol. Toen de Borgia’s van de troon werden gestoten, werd hij samen met Rodrigo naar Isabella gebracht. Dit is de eerste plaats waar hij en Rodrigo niet als gelijken werden behandeld: Rodrigo kreeg duidelijk de voorkeur. Dit alles begreep Giovanni Borgia toen nog niet, maar de reden was dat hij een bastaardzoon was; niemand was zeker wie nu precies zijn ouders waren. Rodrigo en hij groeiden hierdoor steeds verder uit elkaar, totdat Rodrigo op een dag overleed.
Als ‘jongeman’ gaat hij eerst in dienst bij het leger en strijd onder Pescara, maar de onzekerheid van zijn afkomst blijft hem kwellen. Daarom probeert hij erachter te komen wie zijn ouders zijn. Hij begint zijn tocht door naar Lucrezia, ‘een Borgia’ en vermoedelijk zijn moeder, te gaan. Lucrezia werd beschuldigd van bloedschande toen ze lang geleden een kind kreeg. Dit kind werd toen snel bij haar weggehaald, het is dus niet zeker of dit Giovanni is geweest. De vader was waarschijnlijk of paus Alexander, of Cesare. Na een lang verblijf bij Lucrezia en haar man, besluit hij om verder te gaan naar Rome, aangezien Lucrezia toch niet meer los wil laten. Daar gaat hij aan het werk bij het Vaticaan als pauselijke orator. Daar ontmoet hij ook messer Pietro Aretino die in hem een kans ziet als machtig persoon. Verder ontmoet hij Vittoria de Colonna ( vrouw van de hertog van Pescara) en Michelaniolo. Via Pietro ontmoet hij Tullia d’Aragona, een ‘vooraanstaande’ courtisane, die hij vanaf dat moment regelmatig bezoekt. Tullia wordt verliefd op hem. Haar moeder stelt dit niet op prijs, en jaagt Giovanni weg. Hierbij zegt ze wel dat hij de zoon zou zijn van Lucrezia en een knecht uit die tijd: Pedro Caldes. Dit werpt alleen maar nog meer vragen op bij Giovanni Borgia.

Hij sluit zich aan bij het leger van de Colonna, in de hoop zijn verleden te kunnen vergeten en zich te richten op de toekomst. In die tijd zijn de Italianen ‘verdeeld’ tussen de Fransgezinden en de Spaansgezinden, die allebei strijden om de macht over Italie. Dan zijn er nog mensen die vinden dat de Italianen zelf een leger moeten vormen en voor de macht vechten. Hierover gaan ook de gesprekken tussen Francesco Guicciardini en Niccolo Machiavelli. De Colonna zijn Fransgezind en vechten tegen de Spaansen. Als ze naar Rome trekken, zijn daar groepen Duitsers en Spanjaarden de stad aan het plunderen. In de chaos komt hij Tullia ook nog tegen, maar die lijkt geheel van de wereld. Even later komen ze een groep Spanjaarden tegen, die willen dat hij Tullia aan hen afstaat. Als hij dat niet wil, wordt hij meegenomen en gemarteld. Hij weet te ontsnappen, maar hij is wel zwaar verminkt.
Hij gaat weer aan het werk aan het Vaticaan. Farnese, een kardinaal, steunt hem ongewoon veel. Hij dringt erop aan dat Giovanni Borgia een proces begint om het hertogdom van Camarino, dat hij als kleine jongen eigenlijk toegewezen had gekregen, terug te winnen. Dit proces verliest hij, maar hij komt er wel achter dat Farnese waarschijnlijk zijn vader is. Via Aretino komt hij erachter dat inderdaad in zijn geboortejaar 1497 er een tijdlang een zuigeling is verzorgd in de huishouding van Lucrezia en Giulia ( misschien Tullia’s moeder). Die zuigeling zou een bastaard zijn geweest van Farnese en het zou Giovanni zijn. De gedachte staat hem aan, hij zou dan ook de broer zijn van Pierluigi Farnese, een door hem hooggeacht krijgsman.
Maar het wordt niet duidelijk of dat werkelijk zo is. De kardinaal geeft geen antwoord op vragen en het boek eindigt met de verzuchting van Giovanni dat hij een Farnese is. De wetenschap of dat waar is zou voor hem betekenen: zijn of niet zijn.

Vittoria Colonna is de vrouw van de hertog van Pescara. Hij brengt thuis nauwelijks tijd door; hij is liever bij zijn ‘liefje’, die hem in tegenstelling tot Vittoria wel kinderen kon geven. Iedereen weet hoe slecht hun huwelijk in elkaar zit. Vittoria is een vrouw die veel nadenkt en erg zelfbewust is. Haar grootste angst is zelfbedrog. Een tijdlang meent ze een ‘oplossing’ te hebben gevonden als zij het echtpaar Varano ontmoet. Zij zijn erg religieus, vooral Caterina Varano, en helemaal in de ban van fra Matteo, die een voor haar ‘vernieuwende’ blik op de godsdienst werpt.
Pescara komt op een gegeven moment na vele jaren thuis. Op het slagveld is hij ernstig gewond geraakt, en als hij thuiskomt is hij duidelijk niet meer de oude. Hij sluit een ‘deal’ met Morone, een belangrijk man in die tijd, om de keizer te verraden. Maar ondertussen schrijft hij de keizer dat Morone hem dit voorstel heeft gedaan en verraadt hij hem dus.
Na een tijd sterft Pescara vanwege zijn zwakke gezondheid. Vittoria schrijft gedichten over Pescara waarin ze hem verheerlijkt; zijn reputatie wordt hersteld, en al het slechts dat hij heeft gedaan wordt zonder meer vergeten.
Vittoria komt erachter dat ze zich niet zo vol overgave op de godsdienst kan storten als Caterina. Ook komt ze erachter dat ze nu slachtoffer is geworden van dat waar ze zich haar hele leven voor heeft geprobeerd te beschermen: zelfbedrog. De gedichten over haar gestorven man meent zij niet, ze heeft nooit werkelijk van hem gehouden.


Compositie:

Het boek bestaat uit 21 getitelde hoofdstukken. De titels van de hoofdstukken geven aan wie er dat hoofdstuk aan het woord komt. De titels van de hoofdstukken komen dus vaker voor. Sommige hoofdstukken zijn veel langer dan de andere omdat daarin de hoofdpersonen aan bod komen. Zoals de hoofdstukken met Giovanni Borgia en Vittoria de Collona. De hoofdstukken heten:

Giovanni Borgia
Pietro Aretino en Giovanni Borgia
Michelagniolo Buonarotti
Vittoria Colonna
Niccolo Macchiavelli aan Francesco Guicciardini
Francesco Guicciardini aan Niccolo Macchiavelli
Tullia D’Aragona

Sommige worden dus meerdere malen gebruikt.

Figuren:

Giovanni Borgia:
Hoofdpersoon is Giovanni Borgia. Hij is een bastaard, maar weet niet precies van wie. Hij gaat ervan uit dat hij een buitenechtelijke zoon is van Cesare Borgia. Wie zijn moeder was weet hij niet. Hij denkt Lucrezia, de zuster van Cesare, waarmee hij de vrucht zou zijn van bloedschande tussen broer en zus. Of tussen vader en dochter. Want er blijken zelfs geboorteaktes te zijn, één waarin hij Cesare als vader heeft en één waarin hij verwekt zou zijn door Paus Alexander, de vader van Cesare en Lucretia. Deze onzekerheid over zijn afkomst beinvloed zijn hele leven. Hij kan het niet verkroppen dat hij niet weet wie zijn ouders zijn en blijft daar dan ook het hele boek naar op zoek. Omdat hij niet zeker is van zijn afkomst kan hij niet naar de toekomst kijken en voelt hij zichzelf een mislukkeling. Ook word de naam Borgia altijd in verband gebracht met angst en schande. Als men de naam Borgia noemt stelt men zich gelijk vijandig en vol afkeer op. Hij voelt zich daar schuldig onder en kan daardoor ook niet trots zijn op zichzelf.
Hij wil heel graag dat hij een Farnese is want dan is zijn onzekerheid verdwenen en kan hij de naam Borgia en alles wat daarmee geassocieerd word vergeten.

Vittoria de Collona:
Een al wat oudere mooie vrouw die haar echtgenoot, de hertog van Pescara, hevig bemint. Maar na een goed begin van het huwelijk is de hertog liever op het slagveld of bij andere geliefden dan bij zijn vrouw. Na zijn dood bezingt zij hem in gedichten, die haar beroemd maken in heel Italië. Maar zelf komt ze tot de conclusie dat ze nooit van hem heeft gehouden, dat zij veliefd is geweest op een beeltenis zoals ze hem wilde zien. Het is een superintelligente vrouw die alles diept doordenkt en gekweld wordt door de schuld en, zoals zij het ziet, haar eigen onwaarachtigheid. Als Giovanni haar voor het eerst ziet voelt hij zich gelijk aangetrokken tot haar, niet alleen vanwege haar uiterlijk maar ook dankzij haar karakter. Als hij haar enkele jaren later weer ziet vindt hij haar uiterlijk nog steeds aantrekkelijk maar wat hem het meest begeerde haar sterke karakter is verdwenen.

Pietro Aretino:
Pietro Aretino is een dichter. Het lijkt of hij iedereen kent, en hij bemoeit zich dan ook overal mee en weet alles over de gang van zaken tussen de hoogstaande personen. Ook weet hij alles over de achtergrond van deze personen en zo niet dan komt hij er vroeg of laat achter.Als je informatie nodig hebt moet je naar hem. Daardoor heeft hij veel invloed aan het hof van Rome. Hij herkent Giovanni Borgia meteen als hij hem op het Vaticaan ziet, en probeert achter zijn gedachten en ‘motieven’ te komen en informatie over belangrijke personen via hem te verkrijgen. Hij verkrijgt zijn informatie via Tullia d’Aragona, maar zij vertelt hem niks over Giovanni omdat ze van hem houdt. Ook hij wordt op een gegeven moment, als de verdeeldheid in Rome het grootst is, aangevallen en verminkt.

Niccolo Machiavelli en Franscesco Guiccardini:
In het boek wordt een brievenwisseling tussen Niccolo Machiavelli en Franscesco Guiccardini weergegeven. Zij schrijven veel over de politieke toestand. Machiavelli is een ideoloog, hij wil dat de Italianen zelf de macht in Italie in handen nemen, in plaats van de Spanjaarden of de Fransen. Hij is zelf eerst werkloos en wordt later in Rome aan het werk gezet. Guiccardini is een gouverneur, die wat realistischer tegen de dingen aankijkt dan Machiavelli en zich laat leiden door de paus.

Tullia d’Aragona:
Tullia is een courtisane, die samen met haar moeder in Rome woont. Haar moeder zet haar voortdurend onder druk om er alles aan te doen ‘de beste en mooiste te zijn’, om zoveel mogelijk vooraanstaande klanten te krijgen. Dit is ook een van de redenen dat Pietro Aretino er zo vaak komt: hij ‘gebruikt’ Tullia om informatie over al deze belangrijke mensen te krijgen. Tullia leeft bijna als een gevangene. Ze wil eigenlijk vrij zijn maar heeft niet de moed om tegen haar moeder in opstand te komen. Dit verandert als ze Giovanni Borgia ontmoet, ze wordt bijna meteen verliefd op hem. Hij wordt haar minnaar. Ze is bereid alles in de steek te laten om met hem mee te gaan. Hij wordt hier echter door verstikt en krijgt bovendien ruzie met Tullia’s moeder, Giulia.
Het enige moment waarop Tullia weer terugkomt in het verhaal, is als Giovanni Borgia haar tijdens de plunderingen van Rome vindt. Er wordt verder niet geschreven wat er van haar terechtkomt maar het is zeer waarschijnlijk dat ze als bezit onder de soldaten word verdeeld.

Michelagniolo Buonarotti:
Michelagniolo Buonarotti is de beroemde kunstenaar Michelangelo. Hij wordt in het verhaal uitgedrukt als een somber en eenzaam man die alleen maar leeft voor zijn kunst.
Hij vecht met een tweestrijd in zichzelf, omdat hij graag alle kunstwerken wil maken die hem als opdracht gegeven worden maar hij ze nooit af kan maken. Hij heeft daardoor een gevoel van onmacht en is ongelukkig. Aan het eind van het verhaal eet en drinkt en slaapt hij niet eens meer omdat hij daar geen tijd voor heeft, maar ook omdat hij dingen moet doen die hij eigenlijk helemaal niet wil en waar hij geen plezier in heeft.

Morone:
Een man die graag de macht in handen heeft. Hij probeert door allerlei intriges en complotten aan de macht te komen. Nadat hij eerst in de gevangenis heeft gezeten komt hij daarna uiteindelijk ook als hoog geplaatst persoon uit de bus.

Hertog van Pescara:
Ferrante is een man die eer heel hoog acht maar uiteindelijk wel gebruik moet maken van bedrog om geld en status te verwerven. Hij is een Spanjaard en dus keizerlijk gezind. Bij de veldslag van Pavia is hij ziek geworden en geeft vaak bloed op. Uiteindelijk sterft hij hier ook aan.

Thematiek:

Ik denk dat het thema onbereikbaarheid van het geluk is, omdat alle personen in dit boek een doel voor ogen hebben maar dit niet kunnen bereiken. Zo kan Giovanni niet gelukkig zijn totdat hij weet wat zijn afkomst is. Vittoria Colonnna zoekt naar liefde van haar man maar kan die niet vinden en beseft dat zij eigenlijk ook nooit van hem gehouden heeft wat er weer voor zorgt dat ze zich schuldig voelt. Michelagniolo is ook niet gelukkig omdat hij zijn werk nooit af kan maken. En Machiavelli en Guicciardini kunnen hun ideaal niet waar maken en voelen zich ongelukkig. Tullia verlangt naar de liefde van Giovanni die hij haar niet kan geven.

Motieven:

- onzekerheid
- zelfrespect
- politieke spanningen
- eer
- liefde
- intrige
- eenzaamheid
- macht.

Tijd en Ruimte:

Het verhaal speelt zich af in het begin van de 16e eeuw. Dit weet ik omdat het voor in het boek staat maar ook omdat het verhaal personen illustreert die echt bestaan hebben en in die tijd leefden. Ook de gebeurtenissen uit de geschiedenis van Italie die in het boek besproken worden vonden in die tijd plaats. De vertelde tijd beslaat denk ik rond de 10 jaar als je de flash-backs niet meetelt. Zou je dit wel doen dan bestrijkt het verhaal enkele tientalle jaren. Het verhaal wordt chronologisch verteld maar heeft verschillende verhaallijnen. Deze verhaallijnen spelen zich af in ongeveer dezelfde tijd. Het verhaal heeft vele flash-backs die terugwijzen naar onder andere de jeugd van Giovanni.

Het verhaal speelt zich af in Italie en dan vooral rond het hof in Rome. Dit is heel belangrijk omdat het verhaal gebaseerd is op de waargebeurde geschiedenis van Italie.

Perspectief:

Het boek heeft een mix van twee perspectiefen namelijk die van het ik- perspectief en het personale perspectief. Dit verschilt per hoofdstuk. Het personale perspectief word bijvoorbeeld gebruikt in het hoofdstuk van Tullia.

Wereldbeeld:

Ik denk dat de schrijfster wil laten zien dat je altijd moet geloven in jezelf. Zij laat ook merken dat ze het niet zo op de pausen in die tijd had want ze schilderd ze regelmatig af als lafhartige op geld en macht belusste personen.

Stijl:

Hella Haasse heeft in dit boek veel moeilijk taalgebruik en moeilijke zins-construcies
gebruikt. Vaak moet je een zin een aantal keer overlezen om hem te begrijpen. Ze gebruikt veel lange zinnen. Het komt vaak voor dat er een gesprek gaande is of er iets word verteld maar het niet meteen duidelijk is over wie het gaat. Er worden dan geen namen gebruikt. Het boek is ook lastig te volgen als je niks van de geschiedenis van Italie afweet.

Titelverklaring:

Titel:
Er zijn eigenlijk twee verklaringen. Ten eerste slaat de titel op de kleur (scharlakenrood) van de gewaden van de geestelijkheid in het zestiende-eeuwse Rome. Uit eerdere conclusies blijkt al dat pausen en kardinalen het niet zo nauw namen met het celibaat waarin zij volgens hun geloof geacht werden te leven. Zij hielden zich nauwelijks bezig met geestelijke zaken, maar gedroegen zich als politieke machthebbers, die intrige, manipulatie en corruptie niet schuwden. Ten tweede kan de titel letterlijk geinterpreteerd worden namelijk de stad Rome was scharlakenrood ( een bloedbad) na de stijd van de Spanjaarden tegen de Paus.

Motto:
Io dico, ch’a chi vive quel che muore
Quetar on puo disir, ne par s’aspeti
L’eterno al tempo, ove altri cangia il pelo

Ik zeg: aan het verlangen van wat leeft
kan niet voldoen wat sterft, en de eeuwigheid
heeft niets aan de huidrimpelende tijd.

Michelagniolo Buonarotti.

Opdracht: geen.

Secundaire informatie:

De historie.

Het is de tijd van de Renaissance. Rond 1530 was Spanje het rijkste koninkrijk van Europa. In 1492 had Columbus Amerika ontdekt en Spaanse veroveraars veroverden een groot deel van Zuid Amerika, waar ze schatten aan goud vandaan haalden. (Tot op de dag van vandaag wordt in Zuid Amerika, op Brazilië na, Spaans gesproken).
In 1519 werd de Spaanse koning, Karel V, keizer van het Heilige Roomse Rijk, waardoor hij de heerschappij kreeg over Spanje, Duitsland, de Nederlanden en een groot deel van Italië. Hij creëerde het Habsburgse machtsblok, dat Europa 200 jaar lang zou domineren. (De Nederlanden voerden van 1568 tot 1648 de Tachtigjarige Oorlog tegen de zoon van Karel V, Philips II).
Frankrijk was de enige rivaal van Spanje; sinds het begin van de eeuw streden Spanje en Frankrijk om de rijke stadstaten van Noord Italië.
De belangrijkste gebeurtenis in de eerste helft van de zestiende eeuw was de controverse rond de godsdiensthervormingen. Vele christenen waren van mening dat de katholieke kerk, en de pausen in het bijzonder, corrupt waren. Als reactie hierop protesteerde de Duitse monnik Martin Luther in 1517 tegen de corruptie in de kerk. Er ontstond grote politieke en religieuze onrust in Duitsland, die leidde tot de Reformatie, die Europa gedurende 150 jaar in twee kampen zou verdelen. Rond 1530 had de Reformatie zich verspreid in Zweden, gevolgd door Engeland en Schotland.
Aan de oostkant van Europa (globaal de huidige Balkan) overheersten de Ottomaanse Turken. In 1529 trok het Ottomaanse leger op tot Wenen. De stad werd niet ingenomen, maar desondanks was in 1530 sultan Soleiman de machtigste man ter wereld. De huidige oorlogen op de Balkan tussen christenen en moslims zijn op deze tijd terug te voeren.

Historische personen die een rol spelen in het boek.

Michelangelo (voluit Michelagniolo Buonarotti), beeldhouwer en schilder. Hij schilderde onder meer de plafonds van de Sixtijnse Kapel in het Vaticaan. In het boek beschreven als een gekwelde man, die door de veelheid aan opdrachten nauwelijks toekomt aan het omzetten in steen en verf van de visioenen en visies die hij heeft.
Pietro Aretino, satirisch schrijver en dichter, befaamd en gevreesd om zijn schotschriften en satires, gericht tegen de groten van zijn tijd.
In het boek wordt hij neergezet als een nieuwsgierige kwebbelkous, die zijn neus voortdurend in andermans zaken steekt en er niet vies van is zijn aldus vergaarde kennis te gebruiken voor intriges en manipulatie.
Niccolò Machiavelli, geschiedschrijver, werd in 1498 tweede kanselier van Florence en vertoefde als agent van Florence enige tijd bij Cesare Borgia. Toen in 1512 De’Medici te Florence hersteld werden werd hij verbannen. Hij zette in zijn bekendste werk Il Principe (De heerser) zijn denkbeelden uiteen over politiek en macht.
Daaraan hebben wij de term Machiavellisme te danken, een aanduiding van door puur eigenbelang ingegeven en door gewetenloos opportunisme gekenmerkt politiek handelen, waarbij het doel de middelen heiligt.

Allen leefden in de periode waarin het boek speelt, de eerste helft van de zestiende eeuw.
De’Medici was een machtige Florentijnse familie, waaruit onder meer pausen afkomstig zijn.

Borgia (Italiaans; in het Spaans Borja). Deze familie speelt een belangrijke rol in de roman, omdat de hoofdpersoon een Borgia is, althans, dat denkt hij (hierover later meer).
De Borgia’s zijn een oorspronkelijk Spaans adellijk geslacht dat zich met de verkiezing van Alfonso Borgia (1378-1458) in Italië vestigde. Naast Alfonso is het bekendste lid van de familie Cesare (1457-1507), zoon van paus Alexander VI, werd in 1493 kardinaal. Nadat hij in 1498 door de Franse koning Lodewijk XII tot hertog van Valentinois verheven was, gaf hij zijn kardinalaat op om te huwen. Hij veroverde Romagna, Umbrië en Sienna.
Cesare Borgia was een typische renaissance-avonturier die in zijn streven naar macht en rijkdom niet terugeinsde voor moord en verraad. Daarnaast was hij een groot kunstbeschermer en een goed bestuurder. Machiavelli nam hem bij het schrijven van Il Principe als voorbeeld.
Zijn (half)zuster Lucrezia was eveneens een dochter van Paus Alexander VI.

N.B. Cesare, hoewel aan het begin van de roman al dood, en Lucrezia, spelen hoofdrollen in de roman, maar hebben dus echt geleefd. Hetzelfde geldt voor Michelangelo, Aretino en Machiavelli. Waarschijnlijk ook voor de overige personen. Hella Haasse heeft vermoedelijk diep in allerlei archieven gesnuffeld. Niet allen zijn echter terug te vinden in de encyclopedie. Bovenstaande beschrijvingen komen niet uit het boek van Haasse, maar uit geschiedenisboeken en encyclopedieën. Als je niets weet van de geschiedenis en nooit hebt gehoord van de hierboven beschreven personen kun je het boek niet volgen.

Biografie:

Hella Haasse's leven
Op 2 februari 1918 wordt Hella (Helene) S. (Serafia) Haasse in Batavia geboren. Zij is dochter van de concertpianiste Katharina Diehm Winzenhohler en Willem Hendrik Haasse, die in Nederlandsch-Indie de belastingontduiking bestreed. In 1920 vertrekt het gezin Haasse voor een twee jaar durend verlof naar Nederland. Op 4 oktober 1921 wordt Willem Hendrik Johannes geboren.
In 1922 keert de familie terug naar Indie, naar Soerabaja. Hier gaat Hella S. Haasse naar de kleuterschool en als zij zes jaar is naar een katholieke lagere school waar zij les krijgt van de nonnen. In 1924 wordt haar moeder ziek en moet opgenomen worden in een sanatorium in Davos. Zij neemt de kinderen mee naar Europa. Hella woont bij haar moeders moeder in Heemstede en vervolgens in een kinderpension in Baarn. In 1928 is de moeder hersteld van haar ziekte en zij steken weer over naar Nederlandsch-Indie. Na een jaar Bandoeng en een kort verblijf in Buitenzorg, verhuist het gezin naar Batavia, waar Hella naar het lyceum gaat. Daar wordt haar liefde voor de Nederlandse literatuur gestimuleerd. Het zijn vooral de Nederlandse dichters die tot de verbeelding spraken: Slauerhoff, Roland Holst. Als kind heeft ze behoefte alleen te zijn maar ook een behoefte erbij te horen, opgenomen te worden in de groep. Deze twee kanten van haar karakter komen wel eens met elkaar in botsing, ze is bang haar individualiteit in de groep te verliezen.
Na het eindexamen in 1938 vertrekt ze naar Nederland om aan de Gemeentelijke Universiteit van Amsterdam Scandinavische Talen en Letteren te gaan studeren. De bedoeling is dat het gezin in 1940 in Nederland herenigd zal worden, maar door het uitbreken van de oorlog verloopt alles anders. De ouders worden tijdens de Japanse bezetting van Nederlandsch-Indie geinterneerd en pas in 1946 zien zij in Nederland hun dochter, inmiddels getrouwd, terug.
In 1941 beeindigt zij haar studie Scandinavische Talen en Letteren en doet toelatingsexamen voor de Toneelschool in Amsterdam. In 1943 doet ze eindexamen aan de Toneelschool en speelt in een aantal voorstellingen. Na haar huwelijk met mr. Jan van Lelyveld in 1944 beeindigt Hella S. Haasse haar professionele toneelactiviteiten. Wel blijft ze teksten schrijven voor het zomercabaret van het Centraal Toneel-gezelschap. Ze schrijft ook voor Wim Sonnevelds cabaret en na de oorlog voor dat van Cor Ruys. Op 11 november 1944 wordt het eerste kind van Jan van Lelyveld en Hella Haasse geboren. Het meisje, Chrisje, zal in april 1947 overlijden.
Vanaf 1944 schrijft ze vooral proza. In 1948 verschijnt Oeroeg anoniem ter gelegenheid van de Boekenweek. Lezers mogen raden wie de auteur is. (In het najaar van 1993 is de verfilming van Oeroeg uitgebracht, onder regie van Hans Hylkema). Met haar debuut heeft ze veel succes. Sindsdien verschijnen regelmatig boeken van haar hand. Opvallend zijn haar historische romans. De eerste verschijnt in 1949, Het woud der verwachtingen, waarin ze het leven van Charles d'Orleans beschrijft. Haar oeuvre omvat vele historische romans. Haasse plaatst de hoofdpersonen in hun eigen tijd, maar vooral de psychologie van de personages krijgt de aandacht.

Op 15 december 1947 wordt Ellen Justine geboren, op 8 maart 1951 wordt dochter Marina geboren. In augustus 1981 verhuist Haasse met haar man naar het Franse plaatsje Saint-Witz, vlak bij Parijs. In december ontvangt ze de Constantijn Huygens-prijs voor haar gehele oeuvre. Op 26 juni wordt op het Muiderslot aan Hella Haasse de P.C. Hooftprijs (proza) 1983 uitgereikt. Op 25 maart 1988 wordt ze aan de Rijksuniversiteit Utrecht gehuldigd met een Eredoctoraat in de Letteren. Ze werkt mee aan Beatrix, Koningin, een groot televisieportret voor de NOS.
In augustus 1990 keren Haasse en haar echtgenoot terug naar Nederland. In mei 1991 wordt haar het erelidmaatschap van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde toegekend. In april 1992 ontvangt zij uit handen van koningin Beatrix de Eremedaille in Goud voor Kunst en Wetenschap in de Huisorde van Oranje.
Over de thematiek in haar werk heeft ze in een interview in 1980 gezegd:

Mijn thematiek is dat alles en iedereen verbonden is. Dat niets op zichzelf staat. Allerlei schijnbaar zinloze gebeurtenissen doemen in je leven op waarvan je aanvankelijk de samenhang niet ziet, maar die later met elkaar in relatie blijken te staan.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Andere verslagen van "De scharlaken stad door Hella S. Haasse"