Onze vrienden van Markteffect doen hun jaarlijkse Scholierenonderzoek. Geef jouw mening over het onderwijs en maak kans op JBL headphones of Bol.com-bonnen van 15 euro.

 

Doe mee


ADVERTENTIE
1500 euro winnen met je PWS of Sectorwerkstuk?

Heeft jouw PWS of Sectorwerkstuk een link met het Rijksmuseum? Stuur je werkstuk dan vanaf december in voor de Junior Fellowship profielwerkstukwedstrijd van het Rijksmuseum. En maak kans op € 1500 en een traineeship! 

1.
Schrijver: Stefan Brijs
Titel: De engelenmaker, Atlas, Amsterdam, 2006-8, 428 blz. (eerste druk 2005)
Genre: Psychologische roman
2.
Samenvatting: ‘De Engelenmaker’ bestaat uit drie delen en wordt verteld vanuit het oogpunt van verschillende personen in het boek (een alwetend perspectief)
Het eerste deel speelt in het heden en vertelt hoe Doktor Victor Hoppe terugkomt in zijn geboorteplaats Wolfheim, een dorpje vlakbij het drielandenpunt. Met zijn hazenlip en zijn rode haren maakt hij een eigenaardige indruk. Hij heeft drie kinderen bij zich, die naar geruchten een spleet over hun hele gezicht hebben. De bewoners van Wolfheim moeten niets hebben van de rare dokter, maar na een aantal genezingen wordt hij toch geaccepteerd samen met zijn zoons, de spleten over hun gezichten blijken littekens van een hazenlip te zijn. De kinderen lijken sprekend op elkaar, en hebben veel weg van hun vader. De kinderen heten Michaël, Rafaël en Gabriël, net als de aartsengelen.Toch is er iets mis met de kinderen, ze blijven klein en zijn vaak ziek, en net als hun vader tonen ze weinig emoties. De dokter huurt een huishoudster, Frau Maenhout, in. Frau Maenhout komt steeds meer te weten over de dokter en zijn kinderen. De dokter gedraagt zich namelijk erg vreemd; hij toont geen emoties. Nu zou men hem autistisch hebben genoemd, het syndroom van Asperger, maar toen kenden ze dat nog niet. Hij wil absoluut niet dat zij de kinderen over God vertelt (maar wel over Jezus) en de kinderen mogen nooit naar buiten. Daarbij houdt de dokter veel afstand tot de kinderen, hij wil ook dat ze hem vader noemen i.p.v. pap of papa. Als Frau Maenhout bijna achter de waarheid is, die overigens erg schokkend blijkt te zijn, komt zij door een vreselijk ‘’ongeluk’’ om het leven.
In het tweede deel, dat afwisselt tussen Victor Hoppes jeugd en zijn tijd na zijn studie, wordt duidelijk wat er met de dokter en zijn kinderen aan de hand is. Victor Hoppe heeft de eerste jaren van zijn leven als ‘debiel’ in een gesticht doorgebracht. De enige die gelooft dat hij niet debiel is, is Zuster Marthe. Zij leert Victor lezen en zij is dan ook de enige aan wie hij dat laat horen. Na een paar jaar haalt zijn vader hem uit het gesticht. Victor komt terecht op een internaat en daarna op de universiteit. Victor Hoppe heeft in die jaren bedacht dat men slecht of goed kon zijn, niet ertussenin. Hij zag God als het kwaad, omdat hij zijn zoon, Jezus, die in zijn ogen het goede was, in de steek liet toen hij aan het kruis werd gehangen. Victor Hoppe vergeleek zich dan ook veel met Jezus en merkte dat ze veel gelijkenissen hadden, maar hij blijkt een genie te zijn en studeert verder in embryologie. Hij verraste de wetenschap door jonge muizen te produceren die uitsluitend mannelijke of vrouwelijke ouders hadden. Hierna kreeg hij een baan op de universiteit in Aken, en daar kreeg hij geld om muizen te klonen, wat hem ook lukte, alleen later werd het project stopgezet nadat men op basis van zijn aantekeningen de kloning niet kon herhalen en Dokter Hoppe weigerde het te demonstreren. Daarna ging hij zelf verder en slaagde er uiteindelijk in zichzelf te klonen. Hier loog hij de draagmoeder voor, die hij een kind van zichzelf had beloofd. Rex Cremer, de stafarts van de universiteit, is de enige die weet wat er precies aan de hand is. Hij raakt verstrikt in wat hij weet. Nadat de baby’s ter wereld waren gekomen, had Dokter Hoppe ze zelf meegenomen.


In het derde deel, weer het heden, komt Rex Cremer weer opnieuw in aanraking met Doktor Hoppe. Hij ontmoet ook zijn kinderen en Doktor Hoppe vertelt hem wat er mis is met de kinderen. Ze worden te snel oud; elk jaar van hun leven telt voor tien tot vijftien jaar. Dit komt door een ’fout’ in hun chromosomen. Dan komt ook de draagmoeder van de jongetjes haar ‘kinderen’ opzoeken, ze heeft spijt van haar beslissing ze niet te nemen. Maar als ze bij Doktor Hoppes huis aankomt is er al één dood, Michaël. Want dokter Hoppe heeft besloten ze niet meer eten te geven of nog aandacht aan hen te besteden, het experiment (het klonen) was immers mislukt en hij hield zich alweer met andere dingen bezig. Ze brengt de laatste dagen van hun leven met ze door, en als ze erachter komt dat de Dokter de kinderen, inmiddels was Rafaël ook al overleden, op sterk water had gezet had ze hem aangevallen en had hij haar uiteindelijk vermoord. Terwijl de dorpsbewoners de kruistocht van Jezus op de Vaalserberg (vlakbij het dorp) volgen, kruisigt Doktor Hoppe zichzelf. Hij eindigt aan het kruis (net zoals Jezus), terwijl het hele dorp sprakeloos toekijkt. Rex Cremer was ondertussen weer naar het huis van Dokter Hoppe teruggekeerd, en na het aanschouwen van de 3 jongens, Gabriël was nu ook gestorven, op het sterke water en de dode draagmoeder erbij niet aangekund. Hij had vervolgens het hele huis in brand gestoken, opdat niemand hier ooit achter kwam. Rex Cremer voelde zich namelijk verantwoordelijk voor het hele gebeuren. Toen hij zo snel als hij kon uit Wolfheim wegreed kreeg hij zelf een ongeluk waarbij ook hij om het leven kwam.
3.
Ruimte:

De roman is heel goed in de tijd en het decor af te zetten, omdat Stefan Brijs veel data van de gebeurtenissen vermeldt. Victor Hoppe wordt geboren op 4 juni 1945 en hij sterft op zondag 21 mei 1989. Deel I speelt van 14 oktober 1984 tot ruim vier jaar later. Deel II behandelt de geboorte van Victor Hoppe tot aan de tijd van zijn experimenten met zijn drie gekloonde zoons in de zomer van 1984. Deel III speelt zich af in de periode van 1988 tot 21 mei 1989, Alleen het twaalfde hoofdstuk is op zaterdag 19 mei 1990.
Het decor is een Duitstalig Belgisch dorpje Wolfheim in de buurt van het drielandenpunt bij Vaals. Het enigszins ouderwets aandoende, typisch katholieke dorp met zijn bewoners als in een streekroman vormt de bizarre achtergrond tegenover de wetenschappelijke experimenten van dokter Hoppe. In deel II speelt een gedeelte van de experimenten zich ook af aan de universiteit van Aken. De tweede lijn van deel II speelt zich af in de omgeving van het geboortedorp van Victor Hoppe: het gesticht staat immers in La
Chapelle.
Verhaalfiguren:
Victor Hoppe: een man die autistisch is en hij is daarom erg in zichzelf gekeerd. Hij ziet de wereld in zwart/wit (mensen zijn goed OF kwaad), een grijstint daartussen kent hij niet. Hoppe wil zo graag goed zijn, dat hij leven wil geven, het maakte hem niet uit hoe, als hij maar goed deed. Hij toont echter voor niks of niemand gevoel, en is dan ook altijd serieus en vat ook alles serieus op.
Rex Cremer: hij is stafarts op de universiteit in Aken. Rex Cremer is een man die regelmaat wil hebben, hij kan dan ook niet goed met Victor Hoppe omgaan, die alles doet zoals hij zelf wil. Uiteindelijk om zijn eigen hachje te redden, schuift hij alles schuld op Hoppe en doet alsof hij van niks van de experimenten op de hoogte was geweest. Maar toch houdt hij hierover schuldgevoelens.


Vertelwijze:
Het verhaal wordt verteld vanuit een alwetend perspectief, dus vanuit de gedachten van
verschillende mensen. Daardoor kun je de daden van de mensen begrijpen en kun je ze ook niks kwalijk nemen, ook de dokter niet die natuurlijk gruwelijke dingen doet. Maar je begrijpt ook de personen die daar tegenin gaan.
Motieven:
Enkele motieven in het boek zijn bijvoorbeeld de Bijbel, die steeds weer, direct of indirect, terugkomt in de tekst. Maar ook bepaalde zinnen. Zoals ‘God geeft en God neemt’ door zuster Marthe en ‘u heeft God het nakijken gegeven’ van Rex Cremer. En die uitspraken hebben alles in gang gezet en komen dan ook steeds weer terug in het boek. Daarnaast heeft Dokter Hoppe zelf ook nog een uitspraak die steeds weer terugkomt: ‘soms is wat onmogelijk lijkt, alleen maar moeilijk.’
Thema:
De strijd tussen goed en kwaad in de wereld. Victor Hoppe groeit in een gesticht op met de gedachte dat God het kwaad in de wereld heeft gebracht. En Jezus is voor hem het goede. Volgens hem ben je of goed OF slecht. Hier draait het hele verhaal eigenlijk om.
Ook komt roddel er veel in voor.

Titelverklaring:
De titel slaat op de gekloonde drieling, ze hebben namelijk de namen van de aartsengelen, Michaël, Rafaël en Gabriël. En omdat de Dokter ze ‘gemaakt’ heeft is hij dus de engelenmaker.
Schrijfstijl:
De stijl van Stefan Brijs is niet moeilijk. Hij gebruikt niet al te lange zinnen, en moeilijke woorden ook nauwelijks. Dialogen komen regelmatig voor, hoewel het vooral is geschreven vanuit de gedachten van de personen. Humor komt er nauwelijks in voor, waardoor het toch best een zwaar op de hand liggend boek. Wat nog wel een opvallend kenmerk is, is dat er veel verwijzingen naar de Bijbel zijn.
4.
Voor het eerst gepubliceerd in:
2005
Over de auteur:
Stefan Brijs werd geboren op 29 december 1969 in Genk (Belgisch-Limburg), waar hij ook jarenlang woonde en naar school ging. In 1990 studeerde hij af als onderwijzer en begon als opvoeder aan zijn vroegere middelbare school te werken. Van 1994 tot 1997 woonde hij in Zonhoven, daarna vestigde hij zich opnieuw in Genk.
Sinds 1999 schrijft Stefan Brijs voltijds, hij had op dat ogenblik drie boeken gepubliceerd en verscheidene essays en recensies geschreven voor de boekenbijlagen van De Morgen en De Standaard. Begin 2003 verhuisde hij van Genk naar Koningshooikt.
Stefan Brijs debuteerde bij uitgeverij Atlas met De verwording, een magisch-realistische roman die opviel door zijn barokke taal. Een recensent noemde hem toen ‘een groot talent’ en ‘de hoop van de Vlaamse letteren’. Na zijn debuut zwierf Brijs over Vlaamse begraafplaatsen, op zoek naar de resten van zijn literaire voorgangers, onder wie Gustaaf Vermeersch, Richard Minne, Maurice Gilliams en Karel van de Woestijne. Zijn queesten beschreef hij in Kruistochten, dat in 1998 verscheen. Deze essays kregen een vervolg in de krant De Standaard, waarvoor hij De vergeethoek maakte, een serie literaire portretten van vergeten Vlaamse schrijvers die in maart 2003 werden gebundeld.
In 2000 verscheen Arend, een aangrijpende roman over een misvormde jongen, die op zoek is naar zichzelf, naar begrip en naar liefde en ervan droomt om ooit te kunnen vliegen. Het boek kreeg zowel in Vlaanderen als in Nederland veel lof toegezwaaid.
In de zomer van 2001 was er de publicatie van Villa Keetje Tippel, die veel stof deed opwaaien. In deze monografie wordt de geschiedenis verteld van de schrijfster Neel Doff en haar (intussen gesloopte) villa in Genk, die zij van 1908 tot 1939 elke zomer betrok en die haar inspireerde tot verscheidene werken. Tegelijk verwerkte Stefan Brijs in dit boek ook de geschiedenis van zijn eigen geboorte- en woonplaats Genk, een schilderachtig boerendorpje in de Kempen dat in honderd jaar tijd uitgroeide tot het industriële kunsthart van Belgisch-Limburg. In de winter van 2001 verscheen Twee levens, een novelle die net als Arend in Vlaanderen en Nederland erg positief werd ontvangen.
In oktober 2006 verscheen Korrels in Gods grote zandbak, een essaybundel over de schrijvers van Turnhout, onder wie Jan Renier Snieders, Emiel Fleerackers, Jozef Simons en Ward Hermans. Dit boek schreef Stefan Brijs in opdracht van de stad Turnhout en het Cultuurcentrum De Warande. Momenteel werkt Stefan Brijs aan een nieuwe roman, waarvan de publicatie voorzien is in het najaar van 2009.
Tijdvak en stroming van eerste publicatie:
Moderne literatuur
In hoeverre is dit werk typerend voor de schrijver:
Voor de schrijver, Stefan Brijs, is dit een typisch boek van hem. Eerder heeft hij al geschreven over ouders die hun kinderen niet willen, en ze dus verwaarlozen, en ook over misvormingen (‘Arend’). Ook heeft hij eerder geschreven over ‘het geloof’ van mensen (‘De verwording’). Maar hij heeft naast romans ook veel essays geschreven (zie informatie over de schrijver). Maar qua romans sluit het wel aan bij eerdere werken.
Is dit werk typerend voor zijn tijd?
Ja, want in de moderne literatuur is alles geoorloofd, het wordt dan ook de periode van literatuur zonder grenzen genoemd. Alles past binnen deze periode.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

A.

A.

een goede samenvatting maar een klein stukje vergeten. het feit dat hij zichzelf weer gekloond heeft. en bij Vera Weber heeft ingebracht. en zichzelf zo weer met Jezus vergelijken dat ook hij zal opstaan uit de dood.

8 jaar geleden