Lesuitval, een mondkapjesplicht, onzekerheid over de eindexamens... de coronacrisis heeft een grote impact op jongeren. Wij zijn benieuwd hoe jij ermee omgaat en wat jij vindt van de maatregelen. Doe mee met ons corona-onderzoek! 😷🦠🏫

Doe mee


ADVERTENTIE
1500 euro winnen met je pws of sectorwerkstuk?

Check de online masterclasses van het Rijksmuseum waarin experts hun kennis en tips delen, zodat jij tot een goed onderwerp komt. En wist je dat je mee kunt doen aan de Rijksmuseum Junior Fellowship wedstrijd? Je maakt dan met jouw pws of sectorwerkstuk kans op 1500 euro en een traineeship!

Auteur:

Eugène Ionesco

Hij heet eigenlijk Eugen Jonescu, 1912-1994. Diverse bronnen plaatsen zijn geboorte in 1912. Deze misvatting is te wijten aan ijdelheid van de auteur zelve: meer dan dertig jaar later erkende hij dat hij zichzelf drie jaar jonger had gemaakt nadat hij een verklaring had gelezen van de criticus Jacques Lemarchand, die aan het begin van de jaren ’50 de komst van een nieuwe generatie jonge auteurs, waaronder Ionesco en Beckett, prees. Hij is een Roemeens-Frans toneelschrijver. Ionesco was een van de belangrijkste vertegenwoordigers van het absurd toneel. In zijn vroege eenakters, waaronder 'La cantatrice chauve' (1950) en 'La leçon' (1951), maakte hij gebruik van clichés en nonsens om de absurditeit van het menselijk bestaan uit te beelden. Ook wordt soms een belangrijke rol gespeeld door bepaalde voorwerpen, die zich in het verloop van de handeling hoe langer hoe sneller in aantal uitbreiden, zoals stoelen in 'Les chaises' (1952), koffiekopjes in 'Victimes du devoir' (1953) en meubels in 'Le nouveau locataire' (1955). Aanvankelijk werkt dit komisch, maar gaandeweg krijgt het iets angstaanjagends. Grote bekendheid kreeg Ionesco pas met vier avondvullende stukken waarin Bérenger optreedt, een sympathiek, 'menselijk' personage, waarmee de toeschouwer zich gemakkelijk kan identificeren: 'Tueur sans gages' (1958), 'Rhinocéros' (1959), 'Le piéton de l'air' (1962) en 'Le roi se meurt' (1962). In 1970 werd hij gekozen als lid van de Académie Française.



Samenvatting:



Act 1:



Terwijl Jean en Bérenger gezellig een terrasje pakken, stormt er een neushoorn langs. Dit lijkt allemaal nog geloofwaardig maar wanneer dit binnen de vijf minuten nogmaals gebeurt, begrijpt iedereen dat er iets aan de hand is. Heel de stad is inmiddels aan het transformeren tot neushoorn. De neushoorns verspreiden zich als vliegen door de stad en richten overal ravage aan. Iedereen die verlangt neushoorn te worden zal erin veranderen.



Act 2:

Op het kantoor praten ze over de neushoorns die overal lijken op te duiken. Mr. Bœuf, een collega, is niet op kantoor. Zijn vrouw komt binnen en zegt dat haar echtgenoot ziek is. Maar zij zegt dat er een neushoorn in haar huis is. Pas later komt ze erachter dat het haar man is. In het dorp zijn er al verschillende mensen neushoorns geworden. Jean is ziek, en Bérenger brengt hem een bezoek. Daar verandert Jean langzaam in een neushoorn, hij praat over het humanisme, en dat het niet meer bestaat. Bérenger vertrekt, en sluit Jean in de badkamer op, maar hij weet zichzelf te bevrijden.



Act 3:

Bérenger heeft een gesprek over de neushoorns met Dudard, een collega. Dudard gelooft dat het onvermijdelijk is om een neushoorn te worden. Bérenger is daar niet mee eens, hij probeert er zich tegen te verzetten. Daisy komt binnen. Daisy en Dudard geloven dat zich aan de neushoorns overgeven de enige oplossing is. Dudard wordt een neushoorn wanneer hij het huis verlaat. Bijna iedereen is nu een neushoorn. Daisy wil zich ook overgeven. Zij wordt aangetrokken door de kracht en de schoonheid van de neushoorns. Zij vertrekt. Voor één moment gelooft Bérenger dat neushoorns mooier zijn dan mensen. Hij worstelt met zichzelf en de illusie die rondom hem leeft. Maar dan bedenkt hij zich, en hij besluit zich niet over te geven aan de neushoorns!



Ruimte:



Het speelt zich af in een klein stadje in Frankrijk. Eerst bevinden ze zich buiten op een terras, daarna in het kantoor waar de hoofdpersoon werkt, dan bij Jean thuis en later bij Bérenger thuis. Het heeft verder geen functie.





Tijd:



Dit is niet duidelijk op te maken uit de tekst, maar in principe tijdloos omdat het een fictief verhaal is.



Personages:



Hoofdpersoon: Bérenger is een man die in het kantoor van een bestuur werkt. Hij is een ongemotiveerd persoon zonder doelen, en hij is alcoholist. Ook heeft hij alleen oog voor de schoonheid van Daisy, zijn collega. Zijn werk interesseert hem niet maar hij heeft ook geen andere interesses. Met alcohol kan hij zichzelf bevrijden van het dagelijks leven. Maar hij heeft één belangrijke eigenschap: Hij is de enige persoon die vol blijft houden om mens te blijven. Hij slaagt erin tot aan het eind, ook al vindt hij de neushoorns wel mooi. Maar het stuk eindigt met deze zin: "Ik zal me tegen iedereen verdedigen! Ik ben de laatste man, en ik zal tot het einde blijven! Ik geef me niet over! »



Jean is een vriend van Bérenger. Hij is een beetje arrogant en geërgerd, en hij houdt van rationaliteit. Hij vindt Bérenger vrij filosofisch.



Daisy is een collega van Bérenger, zij is de enige persoon die hem enigszins nog weet te boeien en laat hem ook een moment twijfelen over zijn weerstand die hij biedt tegen de neushoorns.



Figuren vertegenwoordigen de ideeën.



Bérenger: humanisme, individualisme

Jean: collectivisme, fascisme, rationalisme

Daisy: aangetrokken door het fascisme



Titelverklaring:



Rhinocéros betekent: neushoorns. En daar gaat het de hele tijd over in het verhaal. Maar ik denk dat de schrijver ook juist neushoorns heeft gekozen omdat zij schoonheid en kracht uitstralen. Dat daarom alle mensen zich aangetrokken voelen om ook neushoorn te worden.



Genre en stijl:



Ionesco valt onder het absurdisme, zijn schrijfstijl is simpel (toneeltekst) maar ook erg absurd. Er gebeuren erg absurde dingen in het verhaal.



Thema:



Het individualisme: Bérenger weigert om aan de massa te capituleren.

De dwaasheid: De stukken zijn een combinatie van humor en filosofische ideeën.

Het totalitaire fascisme: Rhinocéros, de massa, aantrekkelijk maar ook vernielend.



Motto, idee:

Ionesco maakt duidelijk dat alles draait om het feit al dan of niet toe te geven aan de groepsdruk. Heel dit schouwtoneel van transformaties spiegelt zich aan het fascisme of nazisme, hij wil immers dat we blijven leren uit ons verleden. Dat we een zeker abstract en kritisch individualisme aanhouden om zulke rampen te vermijden in de toekomst.



Perspectief:



Bijzonder perspectief, het is een toneeltekst, zo wordt er letterlijk beschreven wat een personage doet, waar hij naar kijkt en hoe hij staat.



Opbouw:



Het boek bestaat uit 3 acts, met vier tableaus, waarvan er twee in de tweede act.



Eigen mening:



Dit is wel de meest bizarre boek wat ik heb gelezen, waarschijnlijk omdat het niet realistisch is maar tegelijkertijd ook een vergelijking die erg raak is. De vraag die gesteld kan worden na het lezen van dit boek: zou jij toegeven aan de groepsdruk of zou je het in je eentje kunnen weerstaan? Wat erg typerend is voor dit boek is dat verschillende mensen verschillende denkwijzen moeten voorstellen. Dit is vergelijkbaar met de situatie tijdens de tweede wereldoorlog. Misschien als iedereen dit boek had gelezen in die tijd, dan zouden zij zich er meer bewust van zijn zodat zij niet zomaar meegesleurd werden door de verleidelijke overtuigingen van het fascisme. Maar aan de andere kant, als dat niet was gebeurt, dan had Ionesco ook niet dit boek kunnen schrijven want juist deze gebeurtenis was de aanleiding geweest! Maar het is waarschijnlijk zijn bedoeling geweest dat we van het verleden leren en dat we niet weer zo’n stomme (en fatale) fout begaan. Want als je het zo bekijkt, dan is het best wel dom. Want als iedereen een neushoorn wordt, wil jij dat dan ook zijn?

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

F.

F.

in de mening staat een knal-dtfout
misschien wel belangrijk voor zij die er werkjes voor de lessen nederlands op zouden baseren...

gebeurt>gebeurd

groet

13 jaar geleden

N.

N.

Het klopt dat dit boek bij het absurdisme hoort, maar niet alleen omdat er absurde dingen gebeuren. Er zit veel meer achter dan dat.
Het oorspronkelijke absurdisme zet zich af tegen traditionele cultuurvormen. Aangezien het menselijke bestaan als irrationeel en absurd wordt beschouwd, kan dit ook alleen maar worden weer gegeven in stukken die zelf een absurde vorm of verhaal hebben. Ook wordt de mens gezien als een geïsoleerd individu, levend in een vijandige ongeordende samenleving.
Dit zie je duidelijk terug komen in het boek. Bérenger is een individualist die zich niet wil overgeven aan de meute. Deze ongeordende meute die in neushoorns veranderen zijn absurd en denken niet na over de gevolgen van hun acties.
Maar ook het saaie dorp in het begin waar alles over niets gaat beschrijft maar weer de zinloosheid van het leven, wat ook één van de hoofdkenmerken is van het absurdisme.

Wanneer je een boek plaatst in een stroming probeer dan goede argumenten te geven met het boek inhoudelijke en de kenmerken van die stroming.
tip voor de volgende keer ;)

3 jaar geleden