The lion, the witch and the wardrobe door C.S. Lewis

Beoordeling 7.4
Foto van een scholier
  • Boekverslag door een scholier
  • 4e klas vwo | 4510 woorden
  • 17 augustus 2006
  • 230 keer beoordeeld
  • Cijfer 7.4
  • 230 keer beoordeeld

Boek
Vertaald als
Het betoverde land achter de kleerkast
Auteur
Taal
Nederlands
Vak
Eerste uitgave
1950
Pagina's
176
Oorspronkelijke taal
Engels
Verfilmd als

Boekcover The lion, the witch and the wardrobe
Shadow
The lion, the witch and the wardrobe door C.S. Lewis
Shadow
ADVERTENTIE
Help nu jouw favoriete goede doel door jouw mening te geven!

Hoe? Heel simpel. Geef je op voor het panel van Young Impact en geef jouw mening over diverse onderwerpen zoals gelijke kansen, diversiteit of het klimaat. Voor iedere ingevulde vragenlijst (+/- 1 per maand) ontvang je een bedrag dat je direct mag doneren aan een goed doel naar keuze. Goed doen was nog nooit zo easy!

Meld je aan!
Algemene gegevens
Schrijver: C. S. Lewis
Titel: The lion, the Witch and the Wardrobe
Dit is het tweede deel van ‘The chronicles of Narnia’
Plaats en jaar van eerste uitgave: Londen, 1950
Jaartal van de gelezen druk: 2001

Samenvatting
Lucy, Edmund, Susan en Peter zijn broers het zussen van elkaar en worden door hun moeder naar het huis van een oude professor gestuurd, ver weg van het oorlogsgevaar van hun oude woonplaats. Het huis van de professor is verschrikkelijk groot en als de kinderen het gaan verkennen komen ze in een lege kamer, er staat alleen een kledingkast.
Lucy komt via die kledingkast in Narnia terecht daar raakt ze bevriend met een Faun. Hij vertelt haar dat een slechte heks de macht heeft over Narnia en dat zij bepaald alles wat er in Narnia gebeurt. Alle (goedaardige) wezens haten haar maar durven dat niet te laten blijken want als je dat doet laat ze je oppakken en doet ze vreselijke dingen met je. De heks is echter bang dat als mensen het land zullen betreden haar macht verloren zal gaan, want volgens de legenden moeten 4 mensen het land regeren.

Na terugkomst in de echte wereld is de tijd niet vooruit gegaan en probeert Lucy haar broers en zus te overtuigen van haar belevenis. Zij geloven haar echter niet omdat, als ze gaan kijken in de kast waardoor Lucy in Narnia kwam, er niets bijzonders aan de kast te zien was. Edmund pest Lucy met haar ongelovige verhaal waardoor Lucy nog ongelukkiger word en gaat geloven dat ze het misschien toch allemaal heeft verzonnen. Dan verstopt Edmund zich in de kledingkast tijdens verstoppertje en hij komt erachter dat de kast dit keer wel uitloopt in Narnia. Daar komt hij de Heks tegen en hij krijgt snoep van haar, de snoepjes zijn echter verslavend en hij krijgt alleen maar meer snoepjes als hij zijn broer en zussen bij haar brengt. Edmund besluit hiermee akkoord te gaan, zolang hij die snoepjes maar krijgt. Dan komt Lucy voor een 2e keer in Narnia en daar ontmoet ze Edmund. Edmunt verzwijgt expres voor haar het voorval met de heks en als ze samen in de echte wereld terug zijn zegt hij zelfs dat hij helemaal niet in Narnia is geweest, waardoor Lucy als gek word beschouwd.
Dan, als alle 4 de kinderen zich plots moeten verstoppen in de kledingkast, komen ze allemaal in Narnia. Daar gaan ze, samen met de familie Bever (vrienden van) de Faun die Lucy had ontmoet, redden want hij is opgepakt door de slechte Heks. Edmund kan de snoepjes echter niet uit zijn hoofd zetten en hij verraad de anderen bij de Heks. Peter, Susan en Lucy moeten vluchten terwijl Edmund wordt geconfronteerd met de harde werkelijkheid, hij krijgt geen snoep en hij moet als slaaf met de Heks mee om de andere mensenkinderen te vinden. Op een gegeven moment verliest de Heks echter haar macht omdat de grote Aslan, de redder van Narnia, het land binnenkomt. Aslan is volgens de legende de enige die de Heks kan verslaan en alle goede wezens van Narnia zijn dan ook blij met zijn komst. Aslan hoort van Peter, Susan en Lucy dat Edmund in de macht van de Heks is en hij besluit om Edmund samen met de kinderen te redden. Edmund wordt bevrijdt, maar er blijkt een regel aan vast te zitten. De Heks verteld Aslan dat zij volgens aloude mythe diegene is die verraders mag doden. Edmund is zo’n verrader. Aslan wil echter niet dat Edmund wordt gedood en hij sluit een geheime deal, hij zal worden gedood i.p.v Edmund. Terwijl Aslan zich klaarmaakt om gedood te worden (de andere weten van niks), bereiden alle goede wezens zich voor op het gevecht tegen de Heks en haar leger.
Nadat vrijwillig is gedood door de Heks blijkt echter dat er nog een legende was; als Aslan gewillig doodging, zou hij weer herrijzen. Zo komt het dat als alle slechte wezens aan het vechten zijn tegen de goede, Aslan weer tot leven komt en dat hij naar het strijdgeweld gaat om daar het gevecht af te maken. Hij doodt, samen met Peter en m.b.v Edmund de Heks en haar aanhangers.
Peter, Edmund, Susan en Lucy worden de koningen en koninginnen van Narnia, en Aslan glipt weer even plotseling weg als hij was gekomen. De kinderen zijn goede heersers en ze doen dat dan ook voor een lange tijd, tot ze (per ongeluk) terugkeren naar de echte wereld en daar hun leven weer zullen moeten oppakken tot ze weer ooit in Narnia terecht zullen komen.

A. Waar gaat het verhaal over?
1 dit is een fantasieboek over een land dat niet echt bestaat. In dit land, Narnia, heeft een slechte heks (the Witch) de macht overgenomen van de grote koningen. 4 kinderen komen via een kledingkast (the Wardrobe) in Narnia terecht en zij willen met behulp van Aslan (the Lion) Narnia bevrijden uit de greep van de heks.
2 ik heb dit boek gekozen omdat ik niet met een te moeilijk boek voor Engels wilde beginnen. Je kunt beter makkelijk beginnen en het langzaam opbouwen. Bovendien had ik niet meer zoveel tijd om een Engels boek te lezen en dit boek leest tenminste gemakkelijk door. Ik heb dit boek ook gekozen omdat ik meestal fantasieboeken wel erg leuk vind.
3 ik kende nog helemaal niets van deze schrijver en ik heb natuurlijk ook nog nooit iets gelezen over het onderwerp; zijn zelfbedachte land, Narnia. Wel heb ik al boeken gelezen over het thema “fantasie”.

4 “The Lion, the Witch and the Wardrobe”
De titel van het boek geeft een paar belangrijke gegevens van waar het boek om draait. “De leeuw” wijst naar Aslan, de redder en held van Narnia. “The Witch” wijst naar de slechte heks die de macht over Narnia heeft opgeëist. En dan hebben we nog “The Wardrobe” dat wijst naar de toegangspoort van de echte wereld naar Narnia. De kinderen komen zo, door de kledingkast, terecht in Narnia om daar vervolgens allemaal avonturen te beleven.
5 in dit boek komt zoals in zo veel kinderboeken, ‘goed en kwaad’ heel goed naar voren. De heks met al haar griezelige, helse en gemene wezens zijn slecht en Aslan, de kinderen en de standaart lieve beesten als eenhoorns zijn goed. Dit citaat heft betrekking op de slechte wezens: ‘A great crowd of people were standing all round the Stone Table and though the moon was shining many of them carried torches which burned with evil-looking red flames and black smoke. But such people! Ogres with monstrous teeth, and wolves, and bull-headed men; spirits of evil trees and poisonous plants; and other creatures whom I won’t describe because if I did the grown-ups would probably not let you read this book- Cruals and Hags and Incubuses, Wraiths, Horrors, Efreets, Sprites, Orknies, Wooses, and Ettins.’ BLZ 163
De held Aslan is een goed wezen en dat blijkt dan ook uit dit citaat:
‘Wrong will be right, when Aslan comes in sight,
At the sound of his roar, sorrows will be no more,
When he bares his teeth, winter meets its death,
And when he shakes his mane, we shall have spring again.’ BLZ 88

B. De personen
1 de echte hoofdpersonen zijn Peter, Susan, Edmund en Lucy. De bijpersonen zijn de Heks, mr. & mrs. Bever, mr. Tumnus en natuurlijk Aslan de leeuw.
2 * Lucy is eerst druk bezig haar broers en zus ervan te overtuigen dat Narnia bestaat. ‘“She is not being silly at all,” said Peter, “she’s just making up a story for fun, aren’t you, Lu? And why shouldn’t she?” “No, Peter, I’m not,” she said. “it’s – it’s a magic wardrobe. There’s a wood inside it, and it’s snowing, and there’s a Faun and a Witch and it’s called Narnia; come and see.”’ BLZ 31.
Niemand gelooft haar tot ze met z’n vieren in Narnia terechtkomen gaat ze op zoek naar de Faun die Lucy van een eerder bezoek aan Narnia kent. Daar is ze (bijna) het hele verhaal mee bezig m.u.v de tussen-gebeurtenissen als het redden van Edmund uit de klauwen van de Heks.
* Susan is een soort moederfiguur en ze helpt Aslan en Lucy waar ze kan. Ze maakt zich zorgen om Edmund, ze vraagt zich af waarom hij zo raar doet en hoe hij hen nou kón verraden.
* Peter vraagt zich net als Susan af hoe Edmund zich nu zo kan gedragen tegenover anderen en waarom hij hun verraad.
Hij helpt in eerste instantie Lucy met het zoeken van de Faun maar als hij Aslan ontmoet wordt hij een echte ridder en zet hij zich meer in voor de verjaging van de Heks. ‘“Hand it to me and kneel, Son of Adam,” said Aslan. And when Peter had done so he struck him with the flat of the blade and said, “Rise up, Sir Peter Wolf’s-Bane. And, whatever happens, never forget to wipe your sword.”’ BLZ 144.
Zo moet Peter een grote strijd leveren tegen de heks zonder de hulp van Aslan, hiermee kan hij zich bewijzen als een echte koning.
* Edmund deed altijd erg lullig tegen andere mensen en was dus heel erg bezig met pesten. Vooral wanneer Lucy terug uit Narnia komt en zij de anderen verteld wat ze heeft meegemaakt doet hij heel erg pesterig. ‘The two elder ones did this without meaning to do it, but Edmund could be spiteful, and on this occasion he was spiteful. He sneered and jeered at Lucy and kept on asking her if she’d found any other new countries in other cupboards all over the house.’ BLZ 32.
Dan komt hij alleen in Narnia en daar heeft Edmund, na het gesprek met de Heks, alleen maar oog voor de snoepjes en denkt alleen maar aan zichzelf. Als hij samen met zijn vrienden weer in Narnia komt hij verraad zijn broer, zussen en eigenlijk ook Aslan alleen maar om in de gunste van de Heks te komen zodat hij weer snoep krijgt. Dit valt echter tegen en hij komt erachter dat hij bedrogen is door de Heks, hij beseft hoe vervelend hij tegen Lucy heeft gedaan en hoe erg het van hem is dat hij zijn vrienden heeft verraad. ‘ He would have given anything to meet the others at this moment – even Peter! The only way to comfort himself now was to try to believe that the whole thing was a dream and that he might wake up at any moment.’ BLZ 124. Ondertussen moet hij met de Heks mee om zijn vrienden op te sporen, dit was echter niet nodig want zijn vrienden kwamen hém al redden en de Heks moest vluchten. Nadat hij dit verraad heeft gepleegd heeft hij het druk met het verwerken van de schuldgevoelens. Hij heeft in het eindgevecht de staf uit de heks haar handen geslagen en zo heeft hij voor de overwinning gezorgd, hiervoor moest hij echter zijn prijs betalen want hij was ernstig gewond.
3 Peter, Susan, Edmund en Lucy zijn broers en zussen van elkaar. Peter heeft de beste band met Susan doordat hun 2 samen de oudste zijn, ze vormen samen een soort ouders voor Lucy en Edmund. Lucy en Susan hebben een best wel goede band omdat zij beide meisjes zijn. Edmund valt echter een beetje buiten de familieband omdat hij alsmaar vervelend en pesterig doet.
4 Peter: hij is een vadertype. Hij komt op voor de zwakkere en let op andere. ‘“There she goes again.” Said Edmund. “What’s the matter with her? That’s the worst of young kids, they always--” “Look here,” said Peter, turning on him savagely, “shut up! You’ve been perfectly beastly to Lu ever since she started this nonsense about the wardrobe, and now you go playing games with her about it and setting her off again. I believe you did it simply out of spite.”’ BLZ 52, hier gedraagt Peter zich echt als een vader.
‘Peter saw to it that Edmund stopped jeering at her, and neither she nor anyone else felt inclined to talk about the wardrobe at all.’ BLZ 58, ook bij dit citaat is Peter een vader.
Het is ook nog eens een hele moedige jongen. Die hierdoor later ook een bekwame ridder wordt. ‘As it was – though all this happened too quickly for Peter to think at all – he had just time to duck down and plunge his sword, as hard as he could, between the brute’s forelegs into its heart. Then came a horrible, confused moment like something in a nightmare. He was tugging and pulling and the Wolf seemed neither alive nor dead, and its bared teeth knocked against his forehead, and everything was blood and heat and hair. A moment later he found that the monster lay dead and he had drawn his sword out of it and was straightening his back and rubbing the sweat off his face and out of his eyes.’ BLZ 143.
Als Peter op het einde van het verhaal koning is van Narnia is hij erg veranderd. ‘And Peter became a tall and deepchested an and a great warrior, and he was called King Peter the Magnificent.’ BLZ 198.
Susan: Susan is een moederfiguur en soms een beetje grof. ‘“Like what?” said Susan; “and anyway, it’s time you were in bed.” “Trying to talk like Mother,” said Edmund. “And who are you to say when I’m to go to bed? Go to bed yourself.”’ BLZ 10. ‘She rushed ahead of them, flung open the door of the wardrobe and cried, “Now! Go in and see for yourselves.” “Why, you goose,” said Susan, putting her head inside and pulling the fur coats apart, “it’s just an ordinary wardrobe; look! There’s the back of it.”’ BLZ 31.
Susan denkt ook goed na over dingen, ze is doordacht. ‘“Does he know,” whipered Lucy to Susan, “what Aslan did for him? Does he know what the arrangement with the Witch really was?” “Hush! Ho, of course not,” said Susan. “Oughtn’t he to be told?” said Lucy. “Oh, surely not,” said Susan. “It would be too awful for him. Think how you’d feel if you were he.”’ BLZ 194, hieruit blijkt dat Susan niet zomaar iets doet maar daar eerst over nedenkt.
Als Susan ouder wordt en koningin is van Narnia veranderd ze vooral van uiterlijk. Ze laat haar haar heel erg lang groeien en ze groeit uit tot een mooie vrouw. ‘And Susan grew into a tall and gracious woman with black hair that fell almost to her feet and the kings of the countries beyond the sea began to send ambassadors asking for her hand in marriage. And she was called Queen Susan the Gentle.’ BLZ 198.
Lucy: lucy is vooral heel erg eerlijk. ‘But Lucy was a very truthful girl and she knew that she was really in the right; and she could not bring herself to say this. The others who thought she was telling a lie, and a silly lie too, made her very unhappy.’ BLZ 32. ‘“Does he know,” whispered Lucy to Susan, “what Aslan did for him? Does he know what the arrangement with the Witch really was?” “Hush! Ho, of course not,” said Susan. “Oughtn’t he to be told?” said Lucy. “Oh, surely not,” said Susan. “It would be too awful for him. Think how you’d feel if you were he.” “All the same I think he ought to know,” said Lucy. But at that moment they where interrupted.’ BLZ 194.
Daarnaast is Lucy niet snel bang, zo is Lucy als ze voor het eerst in Narnia terechtkomt geen enkel moment bang voor deze onbekende wereld. Ze is dus moedig.
‘“ In this bottle,” he said, “there is a cordial made of the mountains of the sun. if you or any of your friends is hurt, a few drops of this will restore them. And the dagger is to defend yourself at great need. For you also are not to be in battle.” “Why, sir?” said Lucy. “I think – I don’t know – but I think I could be brave enough.” “That is not the point,” he said. “But battles are ugly when women fight.’ BLZ 119.
Lucy is de vrolijkste vergeleken met haar broers en haar zus.
Als Lucy ouder wordt en benoemd wordt tot koningin wordt ze alsmaar knapper en alle prinzen willen met haar trouwen. ‘But as for Lucy, she was always gay and golden-haired, and all princes in those parts desired to be their Queen, and her own people called her Queen Lucy the Valiant.’ BLZ 198.
Edmund: Edmund kan heel erg wraakgierig en hatelijk zijn tegenover anderen, vooral tegen jongere kinderen kan hij heel gemeen doen. Hij is heel erg egoïstisch en laat andere mensen zitten als het hem beter uitkomt. Edmund houd er niet van om anderen hun gelijk te moeten geven, is snel bang en ook nog eens grof.
‘“But I’ve been away for hours and hours,” said Lucy. The others all stared at one another. “Batty!” said Edmund, tapping his head. “Quite batty.”’ BLZ 30.
‘The two elder ones did this without meaning to do it, but Edmund could be spiteful, and on this occasion he was spiteful.’ BLZ 32.
‘The reason there’s no use to looking,” said Mr Beaver, “is that we know already where he’s gone!” Everyone stared in amazement “Don’t you understand?” said Mr Beaver. “He’s gone to her, to the White Witch. He has betrayed us all.” BLZ 94.
‘And now we come to one of the nastiest things in this story. Up to that moment Edmund had been feeling sick, sulky, and annoyed with Lucy for being right, but he hadn’t made up his mind what to do. When Peter suddenly asked him the question he decided all at once to do the meanest and most spiteful thing het could think of. He decided to let Lucy down.’ BLZ 51.

In de loop van het verhaal veranderd Edmund. Hij begint wat minder egoïstisch te denken en krijgt medelijden met andere wezens dan zichzelf.
‘And Edmund, for the first time in this story, felt sorry for someone besides himself.’ BLZ 127
‘“You have a traitor there, Aslan,” said the Witch. Of course everyone present knew that she meant Edmund. But Edmund had got past thinking about himself after all he’d been through and after the talk he’d had that morning.’ BLZ 152.
Je komt erachter dat Edmund niet altijd gemeen is geweest, maar dat hij zo werd toen hij naar een verschrikkelijke school ging. Door de strijdt voor het goede en door zijn aandeel in de strijd verandert hij weer in de oude persoon.
‘When at last she was free to come back to Edmund she found him standing on his feet and not only healed of his wounds but looking better than she had seen him look – oh, for ages; in fact ever since his first term at that horrid school which was where he had begun to go wrong. He had become his real old self again and could look you in the face. And there on the field of battle Aslan made him a knight.’ BLZ 194.
Als Edmund koning van Narnia wordt is het al helemaal gedaan met zijn streken. Hij wordt naarmate hij ouder word stiller en zelfs ernstiger dan Peter.
‘Edmund was graver and quieter man than Peter, and great in council and judgement. He was called King Edmund the Just.’ BLZ 198.
5 ja, ik herken wel wat karaktertrekken in personen in het verhaal. Net als mij is Lucy heel eerlijk, maar ik denk soms ook goed over dingen na voordat ik iets zeg, zoals Susan. Peter is heel moedig, dat ben ik ook wel.
6 mijn hoofdpersonen zijn geen bekende figuren.
7 ik vind dat er met alle problemen die in dit verhaal naar voren komen goed word omgegaan. De hoofdpersonen kiezen ervoor hun problemen goed aan te pakken, en daar ben ik ook altijd voor. Zo besluiten ze de heks voor eens en voor altijd te verslaan, en doden ze alle slechte wezens die in Narnia aanwezig zijn zodat het slechte nooit meer zal zegevieren/regeren over Narnia. ‘At first much of their time was spent in seeking out the remnants of the White Witch’s army and destroying them, and indeed for a long time there would de news of evil things lurking in the wilder parts of the forest – a haunting here and a killing there, a glimpse of a werewolf one month and a rumour of a hag the next. But in the end all that foul brood was stamped out.’ BLZ 197.
8 ik vind Lucy het meest sympathiek. Lucy is een heel vrolijk, naïef persoon, ze wil graag dat iedereen happy is en pesten komt niet in haar woordenschat voor. Hiernaast is Lucy ook nog eens goudeerlijk en waardoor je weet wat je aan haar hebt. Als Lucy echt bestond en wat ouder was geweest zou ze mijn vriendin zijn geweest, bij mij komt Lucy over als een heel gezellig persoon.
9 ik vind Edmund het minst sympathiek. Edmund denkt (in het begin) verschrikkelijk veel aan zichzelf en zet anderen daarvoor opzij. Hij is gemeen en achterbaks tegen anderen, zelfs zijn eigen familie! Ik lijk totaal niet op Edmund en ik denk dat als ik Edmund zou kennen ik het totaal niet met Edmund zou kunnen vinden.

C. De tijd
1 dit verhaal speelt zich niet in de historie af, maar dit boek is wel in 1950 geschreven. Hierdoor speelt het verhaal zich op z’n minst 50 jaar geleden af, en wordt het verhaal toch nog een beetje historisch.
2 de tijd is voor dit verhaal totaal niet belangrijk.
3 n.v.t.
4 n.v.t.
5 n.v.t.
6 het verhaal duurt in de ‘mensenwereld’ maar 5 dagen, terwijl het verhaal in Narnia tientallen jaren duurt. Als je van de ‘mensenwereld’ naar Narnia gaat en vervolgens daar tientallen jaren blijft en ouder wordt. Ben je geen spat ouder geworden als je weer teruggaat naar de mensenwereld, de tijd is daar niet vooruit gegaan en je bent weer even jong. ‘These two Kings and two Queens governed Narnia well, and long and happy was their reign.’ BLZ 197
‘And the next moment they all came tumbling out of a wardrobe door into the empty room, and they were no longer Kings and Queens in their hunting array but just Peter, Susan, Edmund and Lucy in their old clothes. It was the same day and the same hour of the day on which they had all gone into the wardrobe to hide’ BLZ 202.
7 als er een tijdje niets bijzonders gebeurt spoel de schrijver de tijd even door. Dit heeft de schrijver gedaan om het verhaal niet ellendelang te maken. Ook speelt de schrijver met de tijd, zodat als de kinderen in Narnia zijn de tijd in de ‘mensenwereld’ niet vooruit gaat. Zo worden de kinderen in Narnia langzaam volwassen terwijl als ze weer terugkeren in de ‘mensenwereld’ ze weer ‘kind’ zijn. De schrijver heeft dit gedaan om Narnia nog mysterieuzer te maken dan het al was, de kinderen zullen niet snel geloofd worden omdat de tijd helemaal niet vooruit is gegaan.

D. De plaats
1 de kinderen wonen in Engeland, ver van de bewoonde wereld. ‘They were sent to the house of an old Professor who lived in the heart of the country, ten miles from the nearest railway station and two miles from the nearest post office.’ BLZ 9.
Maar bijna het hele verhaal speelt zich af in Narnia, het verzonnen land van C.S. Lewis.
2 ik wist niets van Narnia, maar dat lijkt me logisch.
3 Narnia speelt een heel belangrijke rol in het verhaal, sterker nog, het hele verhaal gaat over de problemen die in Narnia spelen.
4 Narnia wordt geregeerd door een slechte heks en alle goede wezens zijn bang voor haar. Alleen de komst van Aslan kan Narnia van de heks bevrijden. Over Aslan: ‘He is in Narnia at this moment. He’ll settle the White Witch all right. It is he, not you, who will save Mr Tumnus.”’ BLZ 88.
Het klimaat in Narnia wordt beïnvloed door de heks. De heks zorgt dat het in Narnia voor altijd winter is maar zorgt er ook voor dat het nooit kersmis word, doordat ze de kerstman niet toelaat in haar land. ‘“The White Witch? Who is she?” “Why, it is she who has got all Narnia under her thumb. It’s she who makes it always winter. Always winter and never Christmas; think of that!”’ BLZ 25.
Het landschap is heel verschillend in Narnia. Narnia heeft zowel een kust met brede stranden, naaldenbossen en kale vlaktes.
5 de omstandigheden van Narnia vormen het onderwerp van het verhaal.

E. Het vertelstandpunt (perspectief)
1 de manier van vertellen is niet aan een persoon gebonden. De verteller weet niet alles over Narnia, en kan alleen de gedachten lezen van de kinderen. Hij kijkt van bovenaf op het verhaal, maar is dus niet alwetend maar weet maar iets van bepaalde personen. ‘That night they slept where they were. How Aslan provided food for them all I don’t know; but somehow or other they found themselves all sitting down on the grass to a fine high tea at about eight o’clock.’ BLZ 194.
2 mijn kijk op het verhaal word totaal niet beïnvloed door de manier van vertellen. Is denk niet positiever over de een dan over de ander. Ik weet niet of dit hieronder valt, maar ik ben er natuurlijk wel voor dat Aslan wint en niet de heks. Misschien komt dat wel door de manier van vertellen.

F. Waar gaat het verhaal eigenlijk over?
1/2 de schrijver wil niet echt iets vertellen, hij wil gewoon duidelijk maken wat slecht gedrag en wat goed gedrag is. Alles wat bij de heks hoort is slecht en alles wat met Aslan te maken heeft is goed. Zo bestempeld hij ‘verraad’ als slecht gedrag, de heks zegt namelijk; ‘You know that every traitor belongs to me as my lawful prey and that for every treachery I have a right to a kill.’ BLZ 153.
3 goed en kwaad vormt een belangrijk element in het verhaal. En ook vergeving en spijt hebben een belangrijk aandeel in het verhaal. Ik denk dat kleine kinderen hier misschien nog iets van kunnen leren maar dat oudere kinderen dit al weten, en zich zo al (niet altijd) gedragen. (Hiermee bedoel ik ‘goed gedrag’ en het ‘kunnen vergeven’ en ‘spijt hebben.’)
4 ik leer niks van het verhaal en bij mij brengt het ook niets teweeg. Dit boek is voor veel jongere kinderen geschreven misschien worden hun wel beïnvloed door het verhaal, maar ik niet.

G. Zou je nog eens een verhaal willen lezen?
1 ik weet niet of deze schrijver alleen maar verhalen voor jongere lezers schrijft, maar als hij dat doet hoef ik nooit meer iets van deze schrijver te lezen. Dit is echt een kinderboek en niet voor mijn leeftijd bedoeld.
2 dit verhaal speelt zich niet af in een speciale tijd.
3 als ik niets van deze schrijver meer wil lezen wil ik ook niets over Narnia meer lezen.
4 hetzelfde antwoord als bij 3.
5 hetzelfde antwoord als bij de vorige vragen.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

J.

J.

ik vind het echt mega irritant dat er zo veel in het engels is!!! slecht!!!

10 jaar geleden

E.

E.

Ik vind het wel handig ik moet het boek namelijk voor ENGELS lezen!!

9 jaar geleden

Andere verslagen van "The lion, the witch and the wardrobe door C.S. Lewis"