ADVERTENTIE
Luisterboeken: de makkelijke optie? Lars is niet echt een fan van lezen. Daarom gaat hij op zoek naar de beste manieren om door zijn leeslijst heen te komen. Red je het met alleen maar samenvattingen, of is een e-reader of luisterboek een betere optie? Deze video wordt mede mogelijk gemaakt door Storytel.

Probeer 30 dagen gratis

Hoofdstuk 1

De hoofdpersoon zegt dat het al meer dan 12 jaar geleden is dat hij voor het laatst een curryworst heeft gegeten bij de kraam van mevrouw Brücker. Haar patatkraam stond op de Großneumarkt. In de Brüderstraße woonde een tante van de hoofdpersoon waar hij als kind vaak stiekem naartoe ging. Als hij later naar Hamburg toeging ging hij naar de kraam van mevrouw Brücker om een curryworst te eten. Elke keer zei ze ‘Ich mach die Bude dicht, endgültig’. Ze zei dat ze de kraam definitief ging sluiten, maar hij was er van overtuigd dat hij haar volgend jaar weer terug zou zien. Helaas was het jaar erop de kraam verdwenen. Zij zou de curryworst hebben uitgevonden. Om het verhaal erachter te ontdekken gaat de verteller naar de Brüderstraße. De naam van mevrouw Brücker hangt niet meer bij de bel. Hij ontmoet haar in het bejaardentehuis in Harburg terwijl ze aan het breien is. Ze is blind geworden. Ze herinnert zich hem nog wel. Hij zegt dat hij haar iets wil vragen. Hij vroeg of hij het zich goed herinnerde dat zij vlak na de oorlog de curryworst had uitgevonden.  Ze zegt ‘Nee’ maar daarna zegt ze toch ‘Jawel’.  Omdat niemand hier haar wil geloven zei ze in eerste instantie nee. Ze verzoekt hem om een andere keer terug te komen met een stuk taart.

Zeven keer is hij erheen gegaan met taart. Elke keer was ze aan het breien. Een trui met een landschap erop. Het verhaalt begint op zondag 29 april 1945.

Lena Brücker ging in de avond naar de voorstelling Wunschkonzert, net als Bremer, een bootsman met verlof. Bremer hield zich bezig met zeekaarten tijdens de oorlog, hij is zeeman. Per ongeluk stoot Bremer Lena aan in de rij. Op een gegeven moment raken ze aan de praat. Bremer is 24 jaar terwijl Lena 40 jaar is. In de bioscoop zitten ze naast elkaar. Voordat de film begon, begonnen buiten de sirenes te loeien. Lena en Bremer gingen naar een schuilkamer. Hij vertelt dat hij zich na zijn verlof bij een antitankeenheid moet voegen, wat waarschijnlijk zijn dood zal betekenen. Na een uur konden ze weer naar buiten. Wat Bremer opviel is dat de mensen niet huilden, schreeuwden of in paniek waren. Samen lopen ze naar het huis van Lena. Om vijf uur moest Bremer op het centraal station zijn de volgende ochtend.

 

Op het marine-uniform van Bremer zaten twee onderscheidingen, waaronder een zilveren insigne die Lena nog nooit had gezien. Het was een Duitse ruiterinsigne. (Das Deutsche Reiterabzeichen) Dat was zijn mascotte. (‘Glücksbringer’)

Heldendaden interesseerde Lena niet zo. Ook wilde ze van Bremer niets horen over mensen die verdronken, doodvroren of verminkt raakten.

Lena vertelt dat haar man haar heeft verlaten voor een andere vrouw en dat ze af en toe een brief van hem ontvangt. Als ze over haar kinderen vertelt, vertelt ze over haar zoon van zestien, maar ze vertelt niet dat haar dochter twintig is, omdat hij anders zou gaan uitrekenen hoe oud ze zou kunnen zijn.

Ze drinken veel wijn en tussendoor ook nog perenbrandewijn. (Birnenschaps) Lena biedt aan Bremer aan om samen in haar bed te gaan slapen.

Om 4 uur ’s ochtends ging de wekker. Bremer staat op en begint zich klaar te maken.

Lena zegt als ‘Kom’ en ze steekt haar hand uit  naar Bremer. Bremer stapte weer terug in het bed, en zo werd hij deserteur. (fahnenflüchtig)

Hoofdstuk 2

Bremer was bang. Bang om bij Lena te blijven, maar ook bang om naar het front te gaan. Het was de vraag bij welke optie hij de meeste kans had om te overleven. Als hij ontdekt zou worden zou hij wegens desertie vermoordt kunnen worden, en als hij naar het front zou gaan zou een Engelse tank zijn dood kunnen worden. Hij blijft in bed liggen.

Bremer staat voor het raam en ziet een auto aankomen met drie SS’ers. Een vrouw wijst naar het raam waar Bremer voor staat, en Bremer wordt heel bang. De gedachte kwam bij hem op dat Lena hem misschien uit angst bij de politie had aangegeven, omdat iemand die deserteurs verborgen houdt, wordt doodgeschoten of wordt opgehangen. Toen er niks gebeurde werd hij wat rustiger en had de vrouw waarschijnlijk puur toevallig naar het raam waar hij achterstond gewezen. Lena rijdt mee met een vrachtwagen en ze zegt dat ze naar Eimsbüttel moet. Een man probeert haar te betasten maar ze houdt dit af. Voor de kantine (waar ze voor werkt) wordt ze afgezet.

Er wordt overgeschakeld naar het nu. Mevrouw Brücker vertelt dat ze sinds haar man naar het front was, maar met één man het bed had gedeeld. Het voelde als een slippertje en ze voelde zich er niet fijn bij. Bij Bremer voelt het wel vertrouwd. Haar bejaardenmaaltijd komt en ze krijgt drie roze pillen.

Dan vertelt ze over Holzinger. Holzinger had als saucier (kok voor de sauzen) gewerkt. (Saucenkoch)

Hij kreeg de leiding over de kantine van de rijkszender. Een paar maanden later werden een aantal omroepers en redacteurs onwel als ze militaire overwinningen bekend moesten maken, en de verdenking viel op Holzinger. Holzinger moest bij Gestapo komen, en Holzinger gaf de geleverde levensmiddelen de schuld. Door de rijkszender werd hij ontslagen en hij werd overgeplaatst naar het distributiekantoor Hamburg. Drie weken later werd Lena over Holzinger overhoord, of hij zich negatief had uitgelaten over de Führer. Nee zei Lena.

Holzinger saboteerde de boel. Hij had gezegd tegen Lena: ‘Neem in geen geval iets van de terrine van de leiding.’

Bij Lena’s thuiskomst zat Bremer op haar te wachten. Lena vertelde Bremer een verhaal dat haar ome Heinz een echte aardappelkenner was en kon proeven waar de aardappelen vandaan kwamen. Bremer geloofde haar niet en Lena zei ‘wacht maar’. Hieruit maakte Bremer op dat Lena al aan de toekomst dacht en plannen maakte, terwijl Bremer alleen maar wachtte op het moment dat hij weg kon.

Plots gaat de bel. Snel moest al het bestek opgeruimd worden en duwt ze Bremer de voorraadkamer in, net als al zijn spullen. Lammers, het blokhoofd (Blockwart) en verantwoordelijk voor de luchtbescherming (Luftschutz) staat voor de deur en hij wordt ongeduldig. Hij komt de verduistering controleren, maar hij is heel wantrouwig. Hij zegt dat hij stemmen heeft gehoord. Lammers kijkt onder de keukentafel en Lena vraagt wat hij zoekt. Hij zegt dat de buren ’s nachts geschreeuw hoorden. Ze verzint dat ze slecht slaapt en ’s nachts schreeuwend wakker vliegt. Lammers zegt vervolgens dat hij de geur van leer ruikt, die hij herkent omdat hij oud-soldaat is, en Lena gooit hem eruit. Ze is bang dat ze betrapt zijn.

Dan vertelt mevrouw Brücker dat wanneer Bremer iets lekker vond, dat hij dan tosca zei.

Ze gaan slapen maar Bremer komt niet in slaap.

Hoofdstuk 3

Lena is weer aan het werk en luistert ondertussen naar verslag van de gevechten van de Duitse troepen. Ondertussen kijkt Bremer weer uit het raam. Hij ziet steeds vrouwen met wateremmers lopen. Als tijdverdrijf maakte Bremer kruiswoordpuzzels (Kreuzworträtsel). In de middag probeert Bremer de radio te maken zodat hij kan luisteren naar berichten over de oorlog. Hij komt er achter dat de buislamp zwart is en hij gaat op zoek naar een nieuwe lamp. Ondertussen snuffelt hij een beetje in haar huis. Hij bladert een fotoalbum door en vindt een brief van Klaus Meyer. Ook past hij een lichtgrijs pak aan dat is bedoeld voor de man van Lena, als hij terug zou komen. Ze had dit bewaard omdat ze anders bij hem in het krijt zou staan als hij terugkwam en zij had zijn spullen weggegeven. Hij voelt zich niet zichzelf in het pak omdat hij altijd zijn marine-uniform aanhad.

Op dat moment hoort hij geklop op de deur. Bremer griste zijn spullen bij elkaar en snelde naar de voorraadkamer. Lammers komt binnen, en hij loopt o.a. naar de badkamer waar Bremer zijn scheerspullen (Rasierzeug) nog had laten liggen. Als Lammers wegloopt uit de woning, zijn de scheerspullen verdwenen. Nu is hij erbij denkt hij.

Als Lena de trap oploopt om haar woning te betreden, verschijnt mevrouw Eckleben. Zij beweert dat er iemand in haar huis loopt, misschien wel een inbreker. Lena zegt dat ze de sleutel aan haar vriendin heeft gegeven, maar mevrouw Eckleben is niet erg overtuigd. Lena doet de deur open en gaat vlug naar binnen. Ze loopt naar de voorraadkamer, en denkt in eerste instantie dat haar man er is omdat Bremer dat pak nog aanheeft. Bremer zegt dat hij wegmoet omdat Lammers zijn scheerspullen heeft meegenomen. Lena vertelt dat zij die scheerspullen in de waszak heeft gestopt.

Dankomen we weer bij mevrouw Brücker die aan het breien is. Ze vertelt dat de trui die ze aan het breien is voor Heinz is, haar achterkleinzoon. Hij is gek op skiën. De verteller probeert het gesprek weer op de curry te brengen. Ze vertelt dat die uitvinding toeval was, ze was gestruikeld en daarbij is het gebeurd.

In de voorraadkamer (die Kammer) ontdekt Lena de portefeuille (Brieftasche) van Bremer. Ze ziet een foto van Bremer met een vrouw ernaast en een kind op zijn arm. Ook vond ze een datum. Als Bremer haar meeneemt naar de slaapkamer en in haar bloes wilt gaan, houdt ze hem tegen en vraagt of hij een vrouw heeft. Hij zegt van niet. Ze laat zich verleiden en door het gepiep van het matras wordt er geklopt door mevrouw Eckleben. Daarom sleepten ze de matrassen (Matratzen) naar de keuken naast de bank. Omdat de matrassen uit elkaar schoven als ze te heftig bewogen, legden ze eerst een wollen deken neer en daarop de matrassen en bouwden ze het geheel in. Toen Bremer er naar keek zei hij: het lijkt wel een vlot (Floß). Daarop zegt Lena: Daarop laten we ons naar het einde van de oorlog drijven, kom mijn held, en ze trok hem op het matrassenvlot.  (‘Darauf lassen wir uns zum Kriegsende treiben, so, jetzt komm mal, mein Held‘)

Hoofdstuk 4

Op 1 mei meldde de rijkszender Hamburg: ‘Der Führer Adolf Hitler ist heute nachtmittag auf seinem Befehlsstand (commandopost) in der Reichskanzlei (rijkskanselarij), bis zum letzten Atemzug gegen den Boschewismus kämpfend, für Deutschland gefallen.‘

De stadscommandant van Hamburg, generaal Wolz will zonder strijd de stad overgeven, de Engelsen zijn de Elbe overgestoken.

Door de kantine wordt de stem van gouwleider (Gauleiter) Kaufmann omgeroepen:

‘staat op het punt Hamburg aan te vallen met een enorme overmacht van grondtroepen en luchtmacht. Voor de stad, voor de mensen, voor honderdduizenden vrouwen en kinderen betekent dat de dood en de vernietiging van hun laatste bestaansmogelijkheid. Het tij van de oorlog kan niet meer gekeerd worden; maar de strijd in d stad voortzetten betekent dat ze op een zinloze manier volledig vernietigd wordt.’

Er wordt aan de Hamburgers verzocht om thuis te blijven, en Lena pakt haar tas en zegt gedag (ze was aan het werk).  Ze spoedt zich naar huis. Tegen de mensen die ze tegenkomt roept ze dat de oorlog voorbij is. Hamburg capituleert.

Opeens beseft ze zich dat ze het Bremer moest gaan vertellen. Hij zal blij zijn en met haar gaan dansen denkt ze. Ook zou hij nog even moeten blijven vanwege het uitgaansverbod (Sperrstunden). Hij zou bij haar zijn, maar toch al niet meer. Bij alles wat hij zou doen zou hij op het punt staan om weg te gaan.  Het is zo als het is dacht ze. Het was een periode in haar leven geweest die definitief ten einde zal lopen, ook al was het maar een korte periode.

Toen Lena thuiskwam zei ze alleen dat Hitler dood is, maar niet dat de oorlog voorbij is. Bremer sluit haar in zijn armen en zei dat ze dan nog moesten doorvechten tegen de Russen. Hoewel de oorlog voorbij was, bleef Bremer op zijn sokken lopen omdat hij anders bang was dat iemand hem zou horen.

De volgende morgen loop Lena naar buiten waar Lammers de wacht houdt. Hij wijst Lena op het uitgaansverbod dat de Engelsen hebben ingesteld. Lena komt haar sleutel ophalen bbij Lammers, omdat hij die nu de oorlog voorbij is niet meer nodig heeft. Bremer praat nog steeds heel enthousiast over de oorlog en hoe ze de Engelse gaan verslaan. Bremer was ook via een atlas met de oorlog bezig. Het viel hem wel op dat het zo stil was.

Bremer vraagt de volgende dag aan haar of ze naar beneden wil gaan om een radiolamp (Radioröhre) te regelen. Lena wimpelt het af en zegt dat dat niet gaan lukken en dat al geprobeerd heeft.

Mevrouw Brücker blikt nu terug op een moment met Gary, haar ex-man. Ze is samen met Gary op zee in de nacht. Ze ontdekt dan waar Gary zich mee bezighoudt: smokkel (Schmuggel). Ze vertelt dat hij een smeerlap was. Hij was vrachtwagenchauffeur geworden en had overal vrouwen.

Sinds het uitgaansverbod liggen ze vaak samen op het matrassenvlot. Op een ochtend hoort hij stemmen en gaat hij naar het raam. Daar zag hij allemaal mensen op straat en hij zegt tegen Lena dat het uitgaansverbod opgeheven is. Hij vraagt haar om naar beneden te gaan kijken wat er gaande is. Hij klonk ongeduldig, alsof hij niet kon wachten om weg te gaan.

Toen ze weer terug kwam bij haar trappenhuis zag ze twee agenten staan. Ze dacht dat misschien Bremer was ontdekt, maar als ze er eenmaal is, krijgt ze te horen dat Lammers zichzelf heeft opgehangen aan een touw. Ze twijfelt nu of ze Bremer nu moet vertellen dat de oorlog voorbij was, maar Bremer is er van overtuigd dat de Russen aan de beurt waren om veroverd te worden.

Hoofdstuk 5

Op de vierde middag wil mevrouw Brücker even naar buiten, ook al stormt het buiten. Ze vindt het lekker om door de regen te lopen. Ze wil naar het Dammtorstation, daar had ze als kind gestaan met haar schoolklas om de keizer te verwelkomen. Ze liepen onder een spoorbrug, wilde langs de villa in Dammtorstrasse lopen en ten slotte naar het oorlogsmonument van het zesenzeventigste regiment. Daarna gaan ze weer terug naar het  bejaardentehuis (Altersheim). Het kostte mevrouw Brücker erg veel kracht en ze vertelde dat ze niet verder kon vertellen, en de dag erna ook niet.

Twee dagen later reisde hij weer naar Harburg om mevrouw Brücker te bezoeken. Ze gaat weer verder met vertellen. Elke keer als Lena thuiskwam stond Bremer weer op verslag van de buitensituatie te wachten. Lena praatte het voor zichzelf goed door te zeggen dat ze niet aan het liegen was, alleen dingen verzweeg. Lena vertelde waar het front lag, en Bremer tekende dit dan in de atlas. Bremer kreeg bij het kijken naar de kaart het gevoel dat hij in de val was gelokt. Hoe meer succes de troepen hadden, des te langer duurde de oorlog en des te langer hij in die woning moest blijven.

Bremer vraagt regelmatig om de krant, maar Lena zegt dan dat die er niet zijn en dat je via de radio op de hoogte wordt gehouden. Op een bepaald moment bepaalt Lena dat ze zichzelf nog 14 dagen de tijd geeft om het Bremer te vertellen.

Bremer observeert vaak de boel vanuit het raam. Op een dag ontdekt hij dat voor zijn huis een zwarte markt is (Schwarzmarkt). Hij vindt dit onbegrijpelijk.

Mevrouw Brücker vertelt dat ze met Bremer kon vergeten dat ze ouder aan het worden was, en dat vond ze heel fijn.

Zeventien dagen na de capitulatie gaat het mis.  Hij vraagt om een krant die ze niet heeft. Dan vraagt Bremer aan Lena of ze dan misschien een radio kan lenen bijvoorbeeld van een vriendin, al is het maar voor één dag. Ze zei dat dat niet ging en hij begon naar haar te snauwen. Hij verwijt haar dat ze het niet wílt. De emoties lopen hoog op bij Bremer. Hij schreeuwt dat hij maar de hele dag naar de straat zit te koekeloeren en de boel schoon te houden. Lena kreeg medelijden met hem en vertelt hem de waarheid. Ze zegt: het is niet zo erg als jij denkt. Dan wordt Bremer echt kwaad. Het gaat om zijn leven en hij heeft het gevoel dat Lena het niet als heel erg beschouwde. Hij loopt kwaad naar de deur en Lena probeert hem te kalmeren. Ze omhelsde hem van achteren en er ontstond een worsteling (Rangelei).

Hij kalmeert en ze eindigen samen op het matrasseneiland. Nog steeds heeft Lena niet bekend dat ze wat verzwegen had.

De volgende dag vertelde Lena dat er amnestie voor deserteurs (Deserteure) op stapel stond, alleen het tijdstip moest nog bekend worden. Wie zich dan vrijwillig meldt, wordt niet gestraft. Bremer was heel opgelucht en blij. Die avond ontdekt Bremer dat hij zijn smaak is kwijtgeraakt. Ondertussen heeft Bremer nog steeds veel last van zijn hand.

Lena vroeg aan Holzinger wat je kunt doen als iemand niets meer proeft. Holzinger zegt dat het komt doordat de smaakpapillen verstopt zitten (Verstopfung der Geschmacksknospen). Daarvoor werk basilicum of gember goed zegt hij. (Basilikum, Ingwer) Ook zegt hij dat het komt door gebrek aan innerlijk evenwicht (Innere Schieflage).

Bremer heeft inmiddels maar een stoel bij het raam gezet om naar buiten te kunnen kijken. Ook tipt hij af en toe zijn vinger in het zout en stopt het in zijn mond, om te kijken of zijn smaak al terugkomt. Hij denkt dat het misschien komt door zijn desertie. Misschien moest hij iets voorgoed kwijtraken omdat hij is weggevlucht. Mevrouw Brücker zegt dat het kwam doordat de muren op hem afkwamen (dem fiel einfach die Decke auf n Kopp).

Lena drukte heel wat levensmiddelen naar achteren (Lebensmittel organisieren) en Bremer was steeds dikker terwijl een ieder ander in deze tijd afviel. (Er hatte zugenommen)

Lena had zich voorgenomen om het die avond aan Bremer te vertellen.

Ze komt thuis van werk en Bremer is er achter gekomen dat ze jarig is dus had hij voor haar drie papieren rozen (Ersatzrosen) gemaakt. Ze wilde het hem vertellen, maar ze nam zichzelf iets nieuws voor wat ze ook echt zou gaan doen: over drie dagen zou ze het hem vertellen. Ze zou het papier eerder laten aankomen en genieten van de laatste dagen.

Hoofdstuk 6

De volgende ochtend was Lena in shock na foto’s die ze in de krant zag staan. Op de foto’s zijn wagens vol met lijken (Waggons voller Leichen).

Als ze thuiskomt vertelt ze tegen Bremer wat ze in de stad gehoord had; er zijn kampen waar mensen om het leven zijn gebracht, systematisch, honderdduizenden en sommigen zeggen miljoenen. Lena had het niet in de stad gehoord, maar zelf gelezen maar dat vertelde ze er niet bij. ‘Geruchten’ zegt Bremer. Hij vond het allemaal onzin en kwaadaardige propaganda. Toen Bremer vroeg of Breslau al bevrijd was sloegen bij Lena de stoppen door.  Het was de eerste keer dat ze naar hem geschreeuwd had: ‘Nein. Die Stadt ist im Arsch! Schon länst. Platt. Verstehste. Nix. Gauleiter Handke abgehauen.‘ Bremer keek haar suffig aan.  Lena heeft haar regenjas aangedaan en i de deur uitgerend. Ze heeft heel lang door de straten gelopen.

Langsfeld was een stoker (einen Heizer) en aan het begin van de oorlog te werk gesteld bij de spoorwegen. Hij vertelde dat er dagelijks goederentreinen vol mensen naar het oosten reden. Daarna lagen er langs het traject steeds weer schoenen en gebitten, maar hij weet niet waarom.

Lena wilde naar huis gaan om Bremer alles uit te leggen, maar toen ze thuiskwam was hij verdwenen. Ze had hem graag alles uit willen leggen. Lena’s man stond in maart ’46 weer voor haar deur. Ze vertelt dat hij deel is van haar verhaal. Hij vertelt dat hij in Russisch gevangenschap  had gezeten.

Omdat de oorlog voorbij is, wordt ze ontslagen. Net als Bremer zit ze nu thuis en voelt ze zich opgesloten.

Op een avond zegt haar man dat ze om de hoek een koud biertje voor hem moet halen, en dat is voor Lena de druppel. Ze zegt dat er iemand voor de deur staat en dat hij even moet gaan kijken. Als hij er naartoe gaat duwt ze hem naar buiten en slaat ze de deur dicht. Hij is woest. Nooit meer is hij teruggekomen.

De verteller stelt voor om naar de Grossneumarkt te gaan en een curryworst te eten. Eerst slaat mevrouw Brücker het aanbod af, maar daarna wil ze er toch heen. Samen eten ze een curryworst.

Hoofdstuk 7

Via mevrouw Claussen had Lena de tip gekregen  om een kraam van een oude man te huren. Nu moest ze alleen nog voor eetbare dingen zorgen. Holzinger gaf haar de tip op met een alcoholverslavende eigenares van een worstfabriek (Wurstfabriksbesitzerin) in Elmshorn contact op te nemen. Toen Bremer was vertrokken had hij zijn marine-uniform inclusief zilver ruiterinsigne achtergelaten bij Lena.

Lena ging in een sneltrein naar Elmshorn. Lena vertelde dat ze elke dag vijftig kalfsbraadworsten (Kalbsbratwürste) wilde hebben aan mevrouw Demuth. Ze maken een deal: per week voor 250 worsten een fles schotse whisky.

Ook bedacht Lena dat het zilveren ruiterinsigne kon ruilen. Diezelfde avond ging ze naar Helga. Haar kende ze via het werk op het distributiekantoor. Haar man was een Engelse major die Duitse ordes en eretekens verzamelde. Hij biedt vierentwintig kuub hout aan in ruil voor het insigne, en Lena ging akkoord. Omdat het zoveel hout (Holz) was wilde ze dit ook ruilen. Ze had nog plantaardige olie nodig en aardappelkoekjes.

Ze ruilde het zilveren ruiterinsigne (silberne Reiterabzeichen) tegen het hout, het hout tegen chloroform, de chloroform tegen de eekhoornvellen (Fehfelle) en van de eekhoornvellen moest een bontmantel  worden gemaakt tegen twintig liter olie, dertig flessen ketchup, tien flessen whisky en vijf sloffen sigaretten. De bontmantel moest worden gemaakt door haar vader. De vrouw paste de bontmantel en vond hem mooi, en nu kon de handel (Geschäft) van Lena beginnen. De intendence-officer (Intendanturrat, de man van de vrouw die de bontmantel wilde) zegt plots dat hij geen plantaardige olie (Pflanzenöl) heeft. Hij had iets anders ervoor in de plaats: vijf zijden spek of een kilo currypoeder (eine Kilodose currypowder). Ze moet terugdenken aan Bremer en ze kiest voor de currypoeder. Daarna denkt ze bij zichzelf wat heb ik gedaan?

Als ze bij het trappenhuis aankomt struikelt ze op de trap als ze naar boven loopt. Drie flessen ketchup zijn kapot en het blik currypoeder. Toen ze de rode smurrie van haar vinger likte ontdekte ze dat deze twee gemend heel lekker was. Ze zette een pan op het vuur en deed er ketchup met currypoeder in.  Ze sneed de kalfsbraadworsten in stukjes en met de roodbruine smurrie (rötlichbraune Matsch) eroverheen at ze haar eerste curryworst. Het was een kriebel op haar tong.

Die avond bleef ze experimenteren. Ze deed er nog wat wilde marjolein, pepermunt, zwarte peper en vanille bij.  De smaak was fruitigvochtig (fruchtigfeut)

Ze schreef het recept op: ketchup, vanille, nootmuskaat, anijs, zwarte peper, vers mosterdzaad.

De ochtend erna verkocht Lena de curryworst. Hij zag er niet uit maar was wel lekker. Daarmee begon de opmars van de curryworst. De betere kringen en de zuidelijke landen waren resistent voor de curryworst. Op een dag stond Bremer voor de kraam (Imbißstand). Lena herkent hem meteen, Bremer haar niet meteen. Ook Bremer wilde een curryworst. Wanneer hij de curryworst opeet, krijgt hij zijn smaak weer terug.

De ochtend erna verkocht Lena de curryworst. Hij zag er niet uit maar was wel lekker. Daarmee begon de opmars van de curryworst. De betere kringen en de zuidelijke landen waren resistent voor de curryworst. Op een dag stond Bremer voor de kraam (Imbißstand). Lena herkent hem meteen, Bremer haar niet meteen. Ook Bremer wilde een curryworst. Wanneer hij de curryworst opeet, krijgt hij zijn smaak weer terug.

De verteller wilde vragen of mevrouw Brücker Bremer hierna weer had gezien, maar hij had al een afspraak die avond dus dat zou later we komen. Die keer kwam echter nooit meer.

Toen hij na een halfjaar weer naar het bejaardentehuis (Altenheim) belde en naar mevrouw Brücker vroeg hoorde hij dat ze twee maanden geleden was overleden. Ze heeft een pakketje voor hem achtergelaten. Diezelfde middag haalt de verteller hem op en als hij het pakketje openmaakt, ziet hij dat het de trui is die mevrouw Brücker tijdens zijn bezoekjes heeft zitten breien. Er zat een briefje bij met daarop het recept van de curryworst in het handdschrift van mevrouw Brücker. Ook een stuk uit een kruiswoordpuzzel (Kreuzwoträtsels) van Bremer met in blokletters ingevulde antwoorden, waaronder het woord: Novelle.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Pietertje

Pietertje

Een beetje lang vindt je niet?

1 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

S.

S.

In hoofdstuk 3 heette de achterkleinzoon van Lena niet Heinz, maar Christiaan

3 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast