Cookies..
Door Scholieren.com te bezoeken ga je akkoord met het gebruik van cookies. Klik hier voor meer info.

Toerisme in Nederland

Aardrijkskunde

Profielwerkstuk

Toerisme

6.1 / 10
  • anoniem
  • Nederlands
  • 3607 woorden
  • 32622 keer
    98 deze maand
  • 4 februari 2003
Inleiding

Nederland is een populaire toeristische bestemming. In 2002 bezochten 6 miljoen toeristen uit vele delen van de wereld ons land. Die 6 miljoen toeristen bestaan uit 3,5 miljoen Nederlanders en 2,5 miljoen buitenlanders die hun vakantie in Nederland houden. Ruim een derde van de buitenlandse bezoekers waren afkomstig uit Duitsland.

Hoe kan ons koude kikkerlandje zo populair zijn onder de vakantiegangers en de dagjesmen-sen? Misschien geld voor Nederland wel het spreekwoord: Klein maar fijn!

Ons profielwerkstuk gaat over toerisme in Nederland. Wij hebben onderzocht wat toeristische gebieden zijn en waar deze te vinden zijn in Nederland, hoe populair Nederland is als vakan-tie land, maar ook hoe veel ‘dagjesmensen’ zich hier vermaken. Heeft al dat toerisme invloed op bepaalde gebieden en is er ook een speciaal beleid voor bevordering van het toerisme?
De antwoorden hopen we allemaal te kunnen geven bij de beantwoording van de hoofdvraag: wat zijn de meest toeristische gebieden in Nederland en waarom?
De gegevens die we nodig hadden voor het beantwoorden van de deelvragen hebben we gro-tendeels verkregen via het internet.

Eerst wat feitjes over Nederland.

Nederland, ook wel Holland genoemd, is één van de dichtstbevolkte landen van Europa. Het heeft een oppervlakte van 41.525 km² en 16 miljoen inwoners.
Soms wordt het land "de Lage Landen" genoemd, omdat het grootste deel van het land onder zeeniveau ligt en er geen hoge bergen zijn. Eeuwenlang hebben de inwoners dijken gebouwd om de zee buiten te houden. Achter de dijken is er land drooggelegd en zo zijn er polders ont-staan. Bekend om de strijd tegen het water zijn de "Deltawerken" in de provincie Zeeland.
Ondanks de kleine oppervlakte van Nederland is er een grote verscheidenheid aan landschap-pen, deze zijn vaak ontstaan door menselijk ingrijpen.
Nederland grenst in het westen en in het noorden aan de Noordzee en gedeeltelijk aan de Waddenzee, de totale kustlijn bedraagt zo’n 451 km.
Behalve het vasteland heeft Nederland ook eilanden, de Waddeneilanden: Texel, Vlieland, Terschelling, Ameland, Schiermonnikoog en Rottumeroog.
Nederland heeft over het algemeen een gematigd zeeklimaat met koele winters en milde zo-mers. De verschillen in temperatuur zijn aan zee kleiner dan landinwaarts. De warmste maan-den zijn juni, juli, augustus en september. De neerslag is vrij regelmatig over het jaar ver-deeld. Gemiddeld valt er ongeveer 780 mm neerslag per jaar.
Amsterdam is de hoofdstad van het. Er staan prachtige 17e en 18e eeuwse grachtenhuizen met de verschillende soorten gevels.
Nederland heeft nog een aantal oude tradities zoals het vieren van het Sinterklaasfeest (5 de-cember), dorpen met vrouwen in klederdracht (Marken en Staphorst). In de provincie Fries-land zijn er zomers wedstrijden "Skûtsjesilen".
Hollandse specialiteiten zijn: zoute haring, jenever, erwtensoep, Goudse kaas en drop.

Hypothese :


Een Toeristisch gebied is een gebied waar veel toerisme is en / of een plaats waar veel toeristische overnachtingen plaatsvinden.

Wij verwachten dat de toeristische gebieden in Nederland zijn: de Achterhoek, de Veluwe, de Noorzeekust en Waddeneilanden. Deze gebieden zijn aantrekkelijk van-wege hun ligging, zij hebben allemaal een bosrijke en / of landelijke omgeving of ze zijn gelegen aan zee.

Er zijn ook toeristisch plekken, dit komt door het dagtoerisme. Oftewel door mensen die naar pretparken, dierentuinen, musea en dergelijke gaan.

Toerisme wordt weinig bevorderd door de centrale overheid. De regionale en plaatse-lijke VVV kantoren en diverse organisaties doen meer aan bevordering van toerisme in Nederland.

Deelvraag 1: Wat zijn toeristische gebieden?

De officiële definitie van toerisme luidt als volgt: het reizen ter ontspanning.
Hieruit maken wij op dat toerisme altijd met reizen te maken heeft.

Toerisme kan onderscheiden worden in dagtoerisme en toerisme voor langere tijd.
Dagtoerisme is een vorm van toerisme waarbij dezelfde dag weer naar eigen woonplaats wordt gereisd. Dagtoeristen gaan vooral naar speciale attracties in Nederland bijvoorbeeld: Een dagje Efteling, een dagje Slagharen, een strandbezoek of een dag zeilen.

Alle toeristische overnachtingen langer dan éen nacht vallen onder het toerisme voor een lan-gere tijd, een vakantie.
Gemiddeld brengt een Nederlander elf tot twaalf dagen in eigen land door als zomervakantie. De toeristische overnachtingen worden dus door de buitenlandse bezoekers voor hun rekening genomen.

Toeristische gebieden zijn gebieden die een attractie bevatten die aantrekkelijk is voor (dag)toerisme. Hierbij kan je denken aan een gebied met een mooie natuur, een pretpark of historische gebouwen.
Zo kan een stad als Deventer een toeristisch gebied zijn vanwege zijn historische gebouwen maar ook Kaatsheuvel vanwege de Efteling.

Bij toeristische gebieden denken we echter vaker aan gebieden waar mensen voor langere tijd verblijven dan een dag.
Bijvoorbeeld de achterhoek, Drenthe of de Waddeneilanden vanwege hun mooie natuur en landschappen om bijvoorbeeld in te wandelen of te fietsen.

Deelvraag 2: Welke gebieden hebben de meeste bezoekersaantallen?

Onder gebieden met veel bezoekersaantallen verstaan wij gebieden met een speciale attractie, waardoor veel mensen daar komen. Al die mensen komen met diverse redenen natuurlijk, dus die speciale attractie kan uiteenlopen van dierenparken, musea of historisch gebouwen.

Hieronder volgt in een schema samengevat welke gebieden / plaatsen in Nederland de meeste bezoekersaantallen hebben vanwege attracties.

Plaats / Gebied Soort attractie Aantal bezoekers per jaar
Emmen Dierenpark Emmen 1 miljoen of meer
Kaatsheuvel Attractiepark de Efteling 1 miljoen of meer
Scheveningen Pier 200 000-500 000
Hilvarenbeek Safaripark Beekse Bergen 500 000-1 miljoen
Rotterdam Dierenpark Blijdorp 1 miljoen of meer
Wassenaar Attractiepark Duinrell 1 miljoen of meer
Zeeland Stormvloedkering Oosterschelde 200 000-500 000
De Koog Museum 200 000-500 000
Pieterburen

Biddinghuizen Zeehondencrèche

Attractiepark Six Flags 200 000-500 000

1 miljoen of meer

Behalve gebieden met toeristische attracties zoals een attractiepark, zijn er ook nog recreatief-toeristische gebieden. Onder deze gebieden verstaan wij dat dit een gebied is met een mooie natuur waardoor er ook toeristen naartoe trekken. Een paar voorbeelden van dit soort gebie-den zijn:
 Loonse- en Drunense Duinen
 Hoge Veluwe
 Veluwezoom
 Biesbosch
 Dingelderveld
 Grote Peel

Er zijn ook genoeg gebieden die de twee factoren combineren, bijvoorbeeld de Achterhoek. In deze streek vind je een beeldschone natuur en bovendien een attractiepark zoals Hellendoorn en vele musea zoals het Kröllermöller museum. Door een combinatie trekt een gebied van-zelfsprekend nog meer toeristen omdat het voor ieder wat wils biedt.
Er komen per jaar dertien procent van het totale aantal dagrecreanten op het landelijk gebied af.

Sommige gebieden zijn tijdelijk een toeristische trekpleister. Op het moment kan hierbij gedacht worden aan Varsseveld en Doetinchem. Na afloop van het WK-voetbal 2002 hebben namelijk al circa 30.000 Zuid-Koreanen Nederland bezocht dankzij de successen van voetbal trainer Guus Hiddink. Allen zijn zij nieuwsgierig naar waar ‘hun held’ Guus Hiddink opge-groeid is en waar hij momenteel wonende is.
Deelvraag 3: In welke gebieden zijn de meeste toeristische overnachtingen?

Onder toeristische overnachtingen verstaan wij (korte) vakanties in Nederland, dit kan zijn door buitenlanders, maar ook door de Nederlandse bevolking zelf.

Het Nederlandse platteland is een toeristentrekker van de eerste orde. Het landelijk gebied heeft met een aandeel van vierenzestig procent in het totale aantal toeristische overnachtingen duidelijk meer vakanties dan de kust, de stad en het merengebied samen.

Wel is er sprake van verschuivingen in het bezoek aan toeristengebieden in vergelijking met afgelopen jaren. Het aantal vakanties naar de Veluwe is met eenvijfde deel afgenomen. De bos- en heidegebieden in Noord-Brabant en Drenthe zijn daarentegen iets meer bezocht. Een kwart van de binnenlandse vakanties is aan zee doorgebracht. In vergelijking met vorig jaar hebben de Noordzee badplaatsen en de Waddeneilanden iets meer vakantiegangers getrokken.

De reden dat er toeristische overnachtingen plaatsvinden heeft te maken met één of meerdere gebiedskenmerken, bepaalde faciliteiten of andere zaken die de toerist aanspreekt.
De belangrijkste typen voorzieningen zijn: water en strand, cultuur / grote stad, bos, natuur en speciale attracties.

Aantal overnachtingen op campings, in bungalowparken en in hotels:

Gebied Aantal overnachtingen op camping / bungalow-park Aantal over-nachtingen in hotels
1 Noordzeekust 6.500.000 2.100.000
2 Noord Limburg 6.250.000 500.000
3 Groningse, Drentse en Friese zand-gronden 4.500.000 500.000
4 Veluwe 4.300.000 1.005.000
5 Brabant 4.250.000 1.000.000
6 Overijssel 3.100.000 550.000
7 Waddeneilanden 3.005.000 550.000
8 Flevoland 3.000.000 300.000
9 Zeeland 2.000.000 250.000
10 Zuid Limburg 1.500.000 1.500.000
11 Gelderland / Achterhoek 1.100.000 300.000
12 Regio Den Haag 900.000 4.250.000
13 Friesland 900.000 250.000
14 Noord Holland 600.000 1.500.000
15 Utrecht 700.000 250.000

Dit zijn cijfers die ze vanaf 1992 gebruikten. Deze aantallen worden ook verwacht voor de toekomst.

We hebben een vergelijking gemaakt met het aantal overnachtingen in 1992 en de eerste helft in 2001 en de eerste helft in 2002. (zie tabel hieronder)

De conclusie die we uit de vergelijking kunnen trekken is dat het toerisme in de eerste helft van 2001 en van 2002 nauwelijks is gegroeid en zelfs op sommige plekken achteruit is ge-gaan.
De vergelijking is niet helemaal reëel doordar we bij 1992 een tabel hebben gebruikt en bij 2001/2002 een staafdiagram met beide verschillende waarden.

In de top vijf hebben enkele verschuivingen plaatsgevonden.

In 1992 was de top vijf:
1. Noordzeekust
2. Noord Limburg
3. Groningse, Drentse en Friese zandgronden
4. Veluwe
5. Brabant

In 2001/2002 was deze top vijf:

1. Noord Holland
2. Limburg
3. Gelderland
4. Noord Brabant
5. Zuid Holland (incl. Noordzeekust)
Deelvraag 4: Wat voor een invloed heeft dagtoerisme op bepaalde gebieden?

Dagrecreatieve activiteiten verschillen per plaats. Voorbeelden van dagrecreatieve activiteiten zijn bijvoorbeeld; wandelen of fietsen in een gebied, een strandbezoek brengen in een bad-plaats of een bezoek aan een dierentuin.


Er zijn bepaalde plaatsen in Nederland ongekend populair om hun dagtoerisme. Neem bij-voorbeeld de Efteling in Kaatsheuvel. Er zijn weinig mensen die daar nog niet zijn geweest.

Maar wat doet het dagtoerisme nu eigenlijk nu eigenlijk met het gebied?

Er is een bepaalde grote attractie in een plaats en veel mensen komen er op af, dan begint het gebied er omheen zich erop aan te passen. En richten de mensen zich op die toeristen die naar dat ‘park’ komen. Zij proberen de toeristen te lokken met restaurantjes en cafeetjes, waar het gezellig is. Want als er veel mensen komen wordt het gezellig en komen er vanzelf steeds meer mensen, doordat andere mensen het ook weer horen, gaan ze er ook maar eens een keer heen. En zo groeit het dagtoerisme in een plaats steeds verder uit.

In Lochem bijvoorbeeld is redelijk wat dagtoerisme. In dit gebied word er veel gedaan om dat te bevorderen om maar zoveel mogelijk mensen hier te krijgen.
Je kunt van allerlei activiteiten doen die bijvoorbeeld zijn georganiseerd door de VVV. Zo kun je een stadswandeling doen onder leiding van een gids of je loopt hem zelf door middel van het volgen van de pijlen op de stoeptegels.
Je kunt ook varen met de Berkelzomp. Wat veel mensen ook erg leuk vinden, omdat je dingen komt te zien van een bepaald gebied die je normaal helemaal niet ziet. Zelfs mensen uit deze streek behoren bij het dagtoerisme en willen zo’n tochtje ook wel eens meemaken.
Ook zijn er veel fiets- en wandelroutes.

Scheveningen trek in de zomer weer om heel andere redenen mensen. Zij komen voor het strand, de zee en de terrasjes.

We kunnen dus de conclusie trekken dat het dagtoerisme een grote invloed heeft op de diverse gebieden, omdat het gebied zich op het dagtoerisme aanpast.

Wat vinden de mensen in het gebied ervan?
De organisatie Toerisme en Recreatie Nederland heeft een onderzoek laten uitvoeren naar wat de mensen in een toeristische leefomgeving van het toerisme in hun streek vinden.
Een ruime meerderheid van de bewoners en ondernemers is positief over recreatie en toerisme in hun woonplaats. De helft van de ondervraagden vindt dat toerisme en recreatie leiden tot een gezellig drukte.

Toerisme heeft dus een positieve invloed op de leefomgeving.

5. Wat voor een beleid wordt er in Nederland gevoerd om het toerisme te behouden en te bevorderen?

De rijksoverheid heeft diverse ministeries die betrokken zijn als het gaat over toerisme, waaronder het ministerie voor Landbouw, Natuur en Visserij (LNV) en het ministerie van Economische Zaken.

Het ministerie voor Landbouw, Natuur en Visserij is onder meer verantwoordelijk voor het beleid inzake landinrichting en recreatie.
In het algemene beleid van het ministerie LNV is er een structuurschema opgesteld, de Groe-ne Ruimte. Hierin worden een aantal gebieden aangewezen als waardevol cultuurlandschap.
Dit zijn multifunctionele gebieden met onder andere uitzonderlijke grote recreatieve aantrek-kelijkheid. Een van de doelstellingen is dan ook: versterken van de recreatieve aantrekkelijk-heid in de aangewezen gebieden en het bieden van recreatief-toeristische ontwikkelingsmo-gelijkheden.
Ook word er in het algemene beleid van het ministerie LNV een nota opgesteld, de nota Kie-zen voor Recreatie. In de nota zijn een aantal recreatief-toeristische gebieden aangewezen die een nationale betekenis hebben. Bij de keuze van die gebieden spelen een aantal factoren een rol: natuur, bos, landschap, cultuurhistorie en belangwekkende dorpen of steden. In deze ge-bieden is het beleid onder andere gericht op: het in stand houden en het behouden van het ‘toeristische product.’

Het ministerie van Economische Zaken heeft de beleidsverantwoordelijkheid voor toerisme. Het beleid voor toerisme is vastgelegd in: de nota Ondernemen in toerisme. Het ministerie ondersteunt toerisme in principe niet met subsidies maar via projecten. Twee projecten die zijn opgericht zijn: ‘de VOC, aanzien van een ondernemende natie’ en ‘Noorderkwartier: le-ven tussen water.’ Het ministerie vindt dat na een overheidsbijdrage een investering door het bedrijfsleven moet volgen. Dit gebeurt ook, het Nederlands Bureau voor Toerisme geeft jaar-lijks 75 miljoen gulden uit aan promotie. Het ministerie van Economische Zaken betaalt de helft, het bedrijfsleven de rest.

Veelal bevinden toeristische elementen zich op terrein van natuurmonumenten, staatsbosbeheer, waterschappen en dergelijke organisaties. Een goede samenwerking tussen zulke organisaties en de overheid is dus nodig voor het behoud van toeristische aantrekkelijke plekken zoals hunebedden en oude dijkjes en sluizen.

Toeristen zorgen voor bijna tien procent van de werkgelegenheid in Amsterdam. Landelijk ligt dit percentage wel lager, zo rond de vijf procent. Het is dus ook wel begrijpelijk dat er jaarlijks miljoenen euro’s worden uitgegeven aan toerisme en recreatie. De overheidsbijdrage levert de schatkist ook genoeg op, van alle toeristische bestedingen schuift namelijk ruim 40 procent door naar de overheid.

Het Nederlands Bureau voor Toerisme (NBT), VVV's en ambassades moeten toeristen naar Nederland lokken. Honderden Nederlanders zijn dagelijks bezig met de promotie van Neder-land.

De vier belangrijkste attracties die bij de promotie van Nederland bijna altijd genoemd wor-den zijn:

1. Amsterdam
2. Bloemen (de tulp!!)
3. Actieve vakanties (fietsen en watersport)
4. De kust.

Verder heeft Nederland een ‘goede sfeer’ en is de bevolking ‘vriendelijk, tolerant en open’, zo herhalen de marketingplannen van het Nederlands Bureau voor Toerisme. Vooral Duitsers, En-gelsen, Amerikanen, Belgen en Fransen komen hierop af.

Toerisme en recreatie hebben in 2002 extra geld gekregen om de klappen op te vangen die zij in 2001 hebben opgelopen dankzij de MKZ-crisis en de aanslagen in de VS.
Het ging over een bedrag van bijna 1,5 miljoen euro dat de organisatie Toerisme Recreatie Nederland (TRN) heeft gekregen. Om het toerisme in Nederland te bevorderen, stimuleren de staatssecretarissen Faber (Natuurbeheer) en Ybema (Economische Zaken) onder andere cul-tuur-historische projecten, zoals het herstel van de Hollandse waterlinie en evenementen rond de oprichting van de VOC. Om de recreatie en het toerisme op het platteland te bevorderen, wil het ministerie van Landbouw, Natuur en Visserij boeren vragen om hun grond open te stellen voor wandelaars. Ook worden wandel- en fietspaden uitgebreid en komt er een net-werk van roei- en kanoroutes.

Om buitenlandse toeristen te trekken bestrijdt Nederland het imago van seks, drugs en eutha-nasie met campagnes over bloemen en molens. Het NBT en de VVV’s hebben allerlei speci-fieke campagnes ontwikkeld voor specifieke doelgroepen in specifieke landen.
Buitenlandse Jongeren komen al op Nederland af, en dan vooral op Amsterdam. De meerder-heid van de buitenlandse toeristen is onder de 35 jaar en het is juist de groep van 35-plussers die Nederland wil aantrekken.

In hotels, bij reisorganisaties en VVV’s liggen affiches en folders om toeristen te wijzen op de talloze attracties in Nederland, buiten Amsterdam en de kust. Wie nu geen tijd heeft, moet ervoor terugkomen, zo is de redenering. Tweederde van de toeristen in Nederland is er dan ook niet voor de eerste keer.

Deelvraag 6: Hebben de ligging en andere gebiedskenmerken invloed op de mate waarin het gebied toerisme aantrekt?

Wat is het dat toeristen aantrekt in Nederland? Zijn het de landelijke gebieden, zijn het de meren en de zee of komt iedere buitenlander voor Amsterdam?
In de onderstaande grafiek kunnen we het aantal toeristische overnachtingen naar provincie vinden, dankzij deze gegevens kunnen wij bepalen waar de meeste overnachtingen zijn en of de gebieden met hoge aantallen speciale kenmerken hebben.
Toeristische Overnachtingen Naar Provincie

In de top drie van de grafiek vinden we op één Noord-Holland. Op de tweede plaats zien we Limburg en op de derde plaats staat Gelderland.

In deelvraag drie is te lezen dat het aantal overnachtingen te maken heeft met wat er te doen is in een bepaald gebied voor toeristen.

De belangrijkste typen gebiedskenmerken zijn:

 Water en strand
 Cultuur / grote stad
 Bos / natuur
 Speciale attracties.

Bij speciale attracties valt te denken aan: Tuinen, dierenparken, musea, pretparken, historische bouwwerken, rondvaarten en casino’s.

Noord-Holland voldoet aan bijna alle kenmerken: water en strand, cultuur / grote stad, natuur en speciale attracties zoals de rondvaarten op de Amsterdamse grachten, vele musea en Artis.

Ook Limburg voldoet aan veel van de kenmerken: cultuur / grote stad, bos, natuur en speciale attracties zoals de Limburgse mergelgrotten, Autotron en de Efteling.

Op de derde plaats vinden we Gelderland. Gelderland voldoet aan de kenmerken: Cultuur / grote stad, bos, natuur en speciale attracties zoals het openluchtmuseum, het dolfenarium en Bugers Bush.

Nu kan je zeggen dat bijna elk gebied in Nederland wel voldoet aan in ieder geval een paar van de gegeven eisen.

Maar hier komen we het verschil in geografische ligging tegen.

Belangrijke toeristische voorzieningen in Noord-Holland zijn: water en strand en een grote stad, Amsterdam.
Echt grote en bekende recreatief-toeristische gebieden heeft Noord-Holland niet echt. Daar wordt echter wel aan gewerkt, er is namelijk sprake van natuurontwikkeling en bosaanleg. Daar staat tegenover dat in Noord-Holland wel de meeste ligplaatsen voor pleziervaartuigen zijn van Nederland. Dit betekent dus dat er een hoog gehalte van watersport toerisme is. Wat opvalt, is dat veel Duitse toeristen naar de watersportgebieden trekken. Drie van de vier bui-tenlandse toeristen in de watersportgebieden zijn Duitsers.

Gelderland dat zo dicht bij Duitsland ligt, geeft waarschijnlijk veel Nederlanders meer het gevoel op vakantie te zijn dan in Brabant. De belangrijkste toeristische voorzieningen van Gelderland zijn: bos, natuur en speciale attracties.
Er is een groot recreatief-toeristisch gebied, er zijn diverse waardevolle cultuurlandschappen en er zijn twee nationale parken.
Gelderland bezit het prachtige natuurgebied de Veluwe en diverse speciale attracties (het dol-fenarium, het openluchtmuseum, dierentuin Burgers Bush).
Nederland beschikt over een groot aantal watersportgebieden, onder andere het Gelders
rivierengebied. Watersport is één van de mogelijk toeristische bestemmingen van toeristen
in Gelderland.

In Limburg ben je multicultureel op vakantie, dicht bij België en Duitsland. De volgende ty-pen toeristische voorzieningen zijn belangrijk voor Limburg: bos, natuur, speciale attractie, cultuur en grote steden. In Limburg is er ook recreatief-toeristisch gebied, er is een waardevol cultuurlandschap en er is een nationaal park. Ook is er nog natuurontwikkeling en bosaanleg.
Ook in Limburg is, net als in Noord-Holland en Gelderland water recreatiegebied te vinden.

Met behulp van de gevonden gegevens uit de grafiek en de bosatlas kunnen we dus de conclu-sie vormen dat de geografische ligging van een gebied en andere gebiedskenmerken degelijk invloed hebben op de mate waarin het gebied toerisme aantrekt.

Hoofdvraag: Wat zijn de meeste toeristische gebieden in Nederland en waarom?

De officiële definitie van toerisme is: het reizen ter ontspanning.
Toerisme kan onderscheiden worden in dagtoerisme en toerisme voor langere tijd.
Dagtoerisme is een vorm van toerisme waarbij dezelfde dag weer naar eigen woonplaats wordt gereisd. De plaatsen waar het meeste dagtoerisme plaats vindt hebben allemaal een speciale attractie, een dierentuin, een historisch bouwwerk of een pretpark.
Alle toeristische overnachtingen langer dan éen nacht vallen onder het toerisme voor een lan-gere tijd, een vakantie.

Toeristische gebieden zijn gebieden die een attractie bevatten die aantrekkelijk is voor (dag)toerisme. Hierbij kan je denken aan een gebied met een mooie natuur, een pretpark of historische gebouwen. Behalve gebieden met toeristische attracties zoals een attractiepark, zijn er ook nog recreatief-toeristische gebieden. Onder deze gebieden verstaan wij dat dit een gebied is met een mooie natuur waardoor er ook toeristen naartoe trekken. Hierbij kan ge-dacht worden aan de: Hoge Veluwe en Biesbosch

De overheid in Nederland doet zelf niet iets om het toerisme te bevorderen, daarvoor zijn: het Nederlands Bureau voor Toerisme (NBT), VVV's en ambassades. Deze organisaties moeten toeristen naar Nederland lokken. Honderden Nederlanders zijn daar dagelijks mee bezig. De overheid stelt wel geld beschikbaar voor promotie van Nederland, bescherming van bepaalde gebieden en gebouwen en onderhoud. Veelal bevinden toeristische elementen zich op terrein van natuurmonumenten, staatsbosbeheer, waterschappen en dergelijke organisaties. Een goe-de samenwerking tussen dergelijke organisaties en de overheid is dus nodig voor het behoud van toeristische aantrekkelijke plekken.

De top tien van het Nederlandse dagtoerisme:
1. Noorderdieren Park in Emmen, Drenthe
2. De Efteling in Kaatsheuvel, Noord-Brabant
3. Het strand, alle kustprovincies
4. Six Flags bij Biddinghuizen, Flevoland
5. Safaripark Beekse Bergen in Hilvarenbeek, Noord-Brabant
6. Diergaarde Blijdorp in Rotterdam, Zuid-Holland
7. Duinerell in Wassenaar, Zuid-Holland
8. Stormvloedkering Oosterschelde, Zeeland
9. Museum De Koog, Terschelling
10. Zeehonden crèche in Pieterburen, Groningen

Als je kijkt naar het aantal toeristische overnachtingen per provincie is Noord-Holland favo-riet. Op de tweede plaats Gelderland en op de derde plek Limburg.

De meest toeristische gebieden in Nederland zijn: de kust, en dan vooral bij Scheveningen en Zandvoort, Amsterdam en de landelijke - en bosrijke gebieden zoals de Veluwe en de Peel

Nederland heeft dus verscheidene toeristische gebieden. Elk gebied beziet iets waardoor het toeristen aantrekt.
Dit kan verschillen van gebied tot gebied, het loopt uiteen van waterrecreatie tot pretpark en casino tot natuurgebied.

Bronnen:


Internet:

http://www.nrc.nl./W2/Lab/Profiel/Toerisme/imago.html
NRC 9 januari 1997, Weeda, F.

http://www2.holland.com/corporate/indetail/organisatie/profiel.html
De officiële site van Toerisme Recreatie in Nederland

http://www.recron.nl/re_612.htm
Recron.nl, de site voor Recreatie in Nederland. Een aantal tabellen en grafieken over bijvoorbeeld accommodaties in Nederland, het aantal overnachtingen, top 20 van de attractiepunten in Nederland.

http://www.cbs.nl
Het Centraal Bureau voor Statistiek. Een aantal tabellen over toerisme en dergelijke in Nederland bekeken en gebruikt..

http://www.cbs.nl/nl/publicaties/artikelen/algemeen/webmagazine/artikelen/2002/1047k.htm
De site van het Centraal Bureau voor Statistiek, 16 september 2002, van Polanen Petel V.

http://www2.holland.com/corporate/trn.html
De officiële site van Toerisme Recreatie in Nederland.

http://www.toerisme-zaanstreek.nl/
De site van het Toerisme in de Zaanstreek. Geen informatie van gebruikt, wel plaatjes.

Overige Bronnen:


 Redactie Economie (03-01-2003), Frankrijk blijft populairste vakantieland, ANWB: reislust blijft, Gelders Dagblad
 Platteland is flinke toeristenrekker (24-12-2002), Leeuwardense Courant
 Eveline Helmink & Gertom de Beer, Vakantie ideeën 2003 (bijlage tv-gids).
 Vervloet J. (1995), Cultuurhistorie en recreatie (nummer 18), Den-Haag, Stichting recreatie
 Grote Bosatlas. 52e druk. Bladzijde 53 (a. toeristengebieden en overnachtingen, b. toeristencentra, c. attractiepunten, d. openluchtrecreatie en ruimtelijke ordening, e. overnachtingen door buitenlandse toeristen, f. waterrecreatie, g. bos en natuur)
 Van Dale. Tweede druk. Gezocht onder: toerisme.

Let op

De verslagen op Scholieren.com zijn gemaakt door middelbare scholieren en bedoeld als naslagwerk. Gebruik je hoofd en plagieer niet: je leraar weet ook dat Scholieren.com bestaat.

Heb je een aanvulling op dit verslag? Laat hem hier achter.

voeg reactie toe

7699

reacties

ff reactie op: --> Er zijn ook genoeg gebieden die de twee factoren combineren, bijvoorbeeld de Achterhoek. In deze streek vind je een beeldschone natuur en bovendien een attractiepark zoals Hellendoorn... sorry maar Avonturenpark Hellendoorn ligt nog altijd in Overijssel en niet in de Achterhoek wat Gelderland is...
door erwin (reageren) op 24 mei 2011 om 19:46
hoi goeie informatie
door mij (reageren) op 9 november 2011 om 11:12

Welkom!

Goed dat je er bent. Scholieren.com is de plek waar scholieren elkaar helpen. Al onze informatie is gratis en openbaar. Met een profiel kun je méér:

snel zien welke verslagen je hebt bekeken
de verslagen die je liket terugvinden
snel uploaden en reacties achterlaten

Log in op Scholieren.com

Maak een profiel aan of log in om te stemmen.

Geef dit een cijfer