Door Scholieren.com te bezoeken geef je toestemming voor het gebruik van cookies. Ben je onder de 16? Zorg dan dat je toestemming van je ouders hebt om onze site te bezoeken. Lees meer over je privacy (voor het laatst bijgewerkt op 25 mei 2018). Akkoord Instellingen aanpassen

Knielen op een bed violen

Jan Siebelink

2005

445

4 uit 5

8.7 / 10
Docent

JAN SIEBELINK- KNIELEN OP EEN BED VIOLEN (2005)

Gebruikte editie
Op 27 januari 2005 verscheen bij de Bezige Bij in Amsterdam de nieuwe roman van Jan Siebelink “Knielen op een bed violen”. Het is een dikke roman over de vader van Jan Siebelink. Op de zwarte voorkaft staat een pot waarin drie azalea's zijn afgebeeld. De roman telt maar liefst 446 bladzijden. Niettemin leest het boek vrij snel weg.

Afrader of sterke aanbeveling?
Het boek gaat wel heel diep in op het calvinistische geloof en is te vergelijken met bijvoorbeeld het werk van Maarten ’t Hart. Wie daarvan niets weet of bijvoorbeeld Rooms-katholiek is, loopt de kans dat hij de roman niet zo gelukt vindt. Wie wel wil lezen hoe een vader door zijn te strenge calvinistische opvattingen zijn gezin onbewust in de ellende ombewust, heeft hier toch wel een prettig leesbare roman aan. Overigens is het thema in eerdere romans van Siebelink al aan de orde geweest (bijv. in “En joeg de vossen door het staande koren” -1982 en in het verhaal "Witte chrysanten"uit de bundel "Nachtschade")Het boek is in januari 2007 meer dan 400.000 keer verkocht. Het kreeg in 2006 de AKO-literatuurpijs.

Genre
De roman zou je een psychologische roman kunnen noemen. In de roman gaat Siebelink opnieuw op zoek naar de beweegredenen van zijn vader om zich tot de zwartste vorm van het calvinistisch geloof te bekeren en zijn gezin daarvan de dupe te laten worden. Toch is het ook een echte vader-zoonroman. De godsdienstwaanzin is weliswaar inde roman het belangrijkste thema. De positie van de zoon Ruben (die eigenlijk Jan Siebelink zelf is) wordt niet uitvoerig beschreven. Maar toch kunnen lezers zich in de roman herkennen die ingaat op het intieme van het gezinsleven.

De schrijver en zijn boek
Het is natuurlijk heel verleidelijk om alles wat in de roman beschreven staat als autobiografisch materiaal te beschouwen. Maar er is toch ook duidelijk sprake van fictie. De roman is heel duidelijk een bedenksel van de schrijver zelf. Tijdens een lezing die ik recent (februari 2007) mocht bijwonen, vertelde Siebelink aan zijn aandachtig luisterende publiek, dat de personages in het boek ook met de schrijver op de loop gingen. Zij kregen gaandeweg het schrijfproces een greep op de schrijver, waardoor hij soms passages die hij eerst van plan was in de roman op te nemen, later helemaal niet kon gebruiken. En er zitten stukjes Jan Siebelink in alle vier zijn hoofdpersonen: Hans, Margje, Ruben en diens broer. Tijdens de lezing vertelde de schrijver ook dat de stof van zijn familiegeschiedenis al in diverse andere boeken aan de orde is geweest("Aan de overkant van de rivier" , "Met afgewend hoofd") Maar dit boek zat in het hoofd en het moest er ook een keer uitkomen. In 8 maanden tijd werd het vervolgens geschreven.

Het schrijven moest hem inzicht geven in de manier waarop zijn vader tot het fanatieke geloof was bekeerd, maar ook nadat het boek geschreven was, kon hij dat vreemde mysterie niet verklaren. Fraai is wel dat de schrijver er in slaagt om ondanks het bizarre verhaal de lezer toch nog sympathie kan opbrengen voor de fanatieke gelovige Hans, al zullen er ook lezers zijn die graag hadden gezien dat hij of Margje de colporteurs een klap in hun gezicht zouden hebben gegeven.

Voor het publiek maakte hij ook inzichtelijk dat hij door het geven van lezingen en het aanhoren van interpretaties van de roman door zijn publiek zelf het boek ook steeds beter ging doorgronden. Schrijven is immers een onbewust proces. "Lezers moeten maar doen met het boek wat ze ervan willen maken."

Verhaalopbouw
De roman is op gebouw uit Twee Boeken. Het Eerste boek is onderverdeeld in 3 grote delen die elk weer onderverdeeld zijn in genummerde maar ongetitelde hoofdstukken. Het Tweede boek is onderverdeeld in 4 grote delen die eveneens weer onverdeeld zijn in hoofdstukken. Aan elk van de zeven delen gaat een couplet van psalm 119 in de oude berijming vooraf. Er gaat een proloog aan vooraf en een epiloog besluit het boek.
De totale opbouw ziet er als volgt uit:
Proloog pag. 9 en 10.
Eerste boek
Een: hoofdstukken 1 t/m 9 pag. 15-52
Twee: hoofdstukken 10 t/m 18 pag. 55-90
Drie: hoofdstukken 19 t/m 23 pag. 95-113
Tweede boek
Vier: hoofdstukken 24 t/m 45 pag. 121-227
Vijf: hoofdstukken 46 t/m 60 pag. 233-299
Zes: hoofdstukken 61 t/m 63 pag. 305-326
Zeven: hoofdstukken 64 t/m 84 pag. 331-443.
Epiloog pag. 445 - 446

Vertelwijze
Het verhaal wordt geheel chronologisch verteld: vanaf de periode dat verteller Hans Sievez op de lagere school zit tot aan zijn dood. Er zijn enkele passages die discontinue worden verteld d.w.z. dat er vrij grote stukken in de tijd worden overgeslagen. Tussen het einde van het Eerste Boek en het begin van het Tweede Boek zit ongeveer tien jaar en tussen deel VI en II een periode van vijf jaar die niet wordt beschreven.



Opdracht
De roman is opgedragen aan Kaj, Hanne en Teun. Dit zijn de drie kleinkinderen van Jan Siebelink.

Motto
Siebelink geeft zijn roman toepasselijk een spreuk uit de Bijbel en wel het Nieuwe Testament mee. Hij citeert een klein deel van een vers uit de Eerste brief van Paulus aan de Corinthiërs 13 “en had de liefde niet”,

Deze Bijbelspreuk is onderdeel van het bekende Bijbelcitaat 1 Cor. 13 vs 1-13 dat een lofzang op de liefde beschrijft. Het is een heel goed gekozen motto voor deze roman, waarin de vader van Siebelink door God direct tot het “ware geloof” wordt geroepen, zijn gezin in grote problemen brengt, de liefde voor zijn vrouw op het spel zet en deze hem ondanks alles tot aan het einde blijft steunen, ook al is ze helemaal niet eens met zijn keuze voor het te zware calvinistische geloof.

Perspectief
De roman wordt personaal verteld door de ogen van de hoofdfiguur Hans Sievez. We leren hem ook van binnenuit kennen: wat zijn ideeën, gevoelens en gedachten zijn. Naarmate de roman vordert en in het Tweede Boek belandt, zijn er kleine passages die enkele keren door de ogen van zijn vrouw Margje worden beschreven. Deze zijn vrijwel nooit langer dan een halve pagina. Aan het einde komen die stukjes met perspectiefwisseling steeds vaker voor: zeker waar het over het sterfbed van Hans gaat. De epiloog is natuurlijk geheel door de ogen van Ruben en /of Margje, omdat de vader daar reeds begraven is.

Tijd en decor
De roman begint ver voor de Tweede Wereldoorlog en loopt chronologisch door tot in de modernere decennia van de 20e eeuw. In 1938 wordt Ruben (=Jan Siebelink) geboren. Opvallend aspect is dat over de Tweede Wereldoorlog nauwelijks iets wordt verteld. Dat is toch meestal een belangrijke periode in het leven van een mens.
De roman speelt voor het allergrootste deel af in de Gelderse plaats Velp nabij Arnhem. Hans is in zijn jeugd, inwoner van Lathum (vlak bij Velp) Hij vlucht naar Den Haag, waar hij het tuindersvak leert . Hij keert terug naar Gelderland na zijn vaders dood. In Velp bezit hij een bloemenkwekerij en wordt hij door God geroepen. Op de website van Jan Siebelink is een tekening van deze bloemenkwekerij te vinden. Deze speelt in meer romans namelijk een grote rol. (zie Jan Siebelink

Titelverklaring
De titel van de roman is letterlijk terug te vinden in het 49e hoofdstuk. Hans Sievez krijgt daar zijn drie christenvrienden op bezoek: hij voelt zich met hen verbonden . Na hun vertrek knielt hij op een bed violen en dankt God voor hun hulp en steun.

Thematiek
Het thema van de roman is erg duidelijk. Siebelink probeert met de roman een definitieve poging te wagen de godsdienstige opvatting van zijn vader in een roman duidelijk te maken. Hij heeft dit in eerdere novellen en romans al gedaan, maar nu is er dan de volledige afrekening. Siebelink probeert redenen te bedenken waarom zijn vader van een gewoon Hervormd geloof overstapt naar een bijna sektarische calvinistisch zeer zware variant. Predikers als Jozef en Huib Steffen pompen met zware woorden en normen een portie godvrezendheid in Hans. Hij had beter kunnen weten, want zijn eigen vader overkwam eigenlijk hetzelfde.Was hij erfelijk belast of ligt alles wat er met je leven gaar gebeuren al van te voren vast? (het predestinatiegeloof) Zijn vader liet zich ook door predikers overhalen, besteedde nauwelijks aandacht aan zijn vrouw en zoon. Na de dood van zijn moeder vlucht de jonge Hans weg uit dat verstikkende milieu. In Den Haag functioneert hij prima, maar hij ontmoet daar ook al min of meer de godsdienstwaanzinnige Jozef. In Den Haag timmert hij hem nog op zijn gezicht, maar als hij getrouwd is en weer in Velp woont, laat hij zich gaandeweg steeds meer intimideren door de onfrisse (in dubbel opzicht) verkondigers van het geloof. Hij komt geheel onder invloed van de predikers en verwaarloost daarmee zijn gezin. Hij heeft een zeer lieve vrouw Margje die hem in veel dingen steunt, maar er op den duur niet meer tegen kan dat de "viezige"predikers bezit van haar huis nemen en zelfs zondags komen preken en mee-eten. Het zijn eigenlijk ook klaplopers die Hans geld uit de zak trommelen met het verkopen van godsdienstige boeken. Wanneer Hans persoonlijk door God geroepen wordt, wordt hij helemaal slachtoffer van hun praktijken. Tegenover de liefde voor God die hij tot aan het einde van zijn leven verdedigt, staat de aardsere liefde van zijn vrouw Margje. Uit liefde voor hem pikt ze veel, maar niet alles. Ze verlaat hem niet, afgezien van een periode van veertien dagen. Hun goede huwelijk in het begin verzandt in een soort gelatenheid. Zij wil graag een aardse liefde, waar Hans zijn hoop op de hemel heeft gevestigd. Eigenlijk is dat het thema waar de hele, dikke roman over gaat. Toch weet ook Siebelink niet duidelijk te maken waarom de vader zich zo extreem gedraagt. Of is er misschien sprake van een erfelijkheidskwestie? Immers, ook zijn vader was die godsdienstwaanzinnige kant op gegaan. Als lezer ga je je gaandeweg meer ergeren aan de klaplopende predikers die het de gewone mensen steeds moeilijker maken. Zelfs op het sterfbed proberen ze Hans nog een moeilijk levenseinde te bezorgen, want daar wordt je ziel wat beter van. Niets geen blijheid straalt er van deze godvrezende mensen af.Direct daarna kan de familie eindelijk zeggen : "Nu is hij van ons."

De motieven die het thema van de godsdienstwaanzin onderbouwen, zijn
- de dood (ouders van Hans sterven, hij sterft zelf)
- de ernstige ziekte (Hans krijgt longkanker)
- de liefde (tussen Hans en Margje, tussen Ruben en Johanna)
- de vader- zoonverhouding (tussen Ruben en Hans, en tussen Tom en Hans)
- de strijd om het bestaan tegenover de egoïstische bloemenhandelaren
- seksualiteit: het onderdrukken van de lustgevoelens door de godsdienst
- erfelijkheid: Hans doet dezelfde dingen als zijn vader
- bedrog door de predikers en min of meer ook door zijn buurman Maters
Siebelink wilde dus de reden van zijn vaders godsdienstige opvatting nog een keer beschrijven en achterhalen.. In een interview met Trouw op 29 januari zegt hij:“Of het is gelukt?,,Nee!'', zegt hij opgewekt. “,Gelukkig niet. Al mijn zinnen zijn omcirkelende bewegingen om daar bij te komen. Ik heb het gevoel dat ik het dicht nader, maar het wijkt steeds weer terug. Uiteindelijk heb ik níets van het mysterie opgelost. De vader is dood en wij blijven achter met het raadsel.” Ernstig: “,We mógen het natuurlijk ook niet weten. Dan zouden we weten hoe God werkt.”

Samenvatting van de inhoud
(De tussen haakjes geplaatste cijfers verwijzen naar de hoofdstukken)
In de epiloog wordt verwezen naar de plaats waar het verhaal begint Het is als het ware een camera die de omgeving beschrijft en dan eindigt bij de lagere school waarop Hans Sievez zit. Daar begint het echte verhaal.

Eerste Boek
Een: Hans Sievez zit op de lagere school, op het schoolplein wil hij indruk maken op Margje, een meisje dat hij erg leuk vindt. Hij wil die indruk maken door op het schoolplein in de pauze toneel te spelen. Hans is geen slechte leerling, hij doet goed zijn best, maar op een dag merkt zijn strenge vader dat hij een vulpen van de meester in zijn zak heeft. Zijn vader slaat hem hard en bovendien moet hij de pen naar de meester brengen. Zijn vader heeft thuis alles voor het zeggen: zijn moeder wil Hans nog wel eens beschermen. De vader verlaat de kerk van Lathum om voortaan lezingen te volgen bij een groep van een bijna sektarische groep predikers. Als Hans op een dag uit school komt, treft hij zijn moeder na een hersenbloeding aan: hij denkt dat ze al dood is, maar ze wordt toch naar het ziekenhuis gebracht. Het wordt beschouwd als een straf voor haar zonden: ze wilde de oude kerk niet de rug toe keren. Toch sterft de moeder van Hans kort daarna en de begrafenis wordt geleid door een dominee uit Embden. Hans weet zeker dat ze dat niet had gewild. Zijn vader die kweker is, krijgt het erg moeilijk. Zo schopt hij op een dag de gave kolen allemaal kapot, hardop roepend dat ze van binnen rot zijn. Hij slacht het varken dat ze bezitten en Hans moet hem daarbij helpen. Hij walgt daarvan.
Hans heeft een eigen schuilplaats geschapen en hij laat die schuilplaats jaren later als ze van school af zijn aan Margje zien. Ze is erg onder de indruk en ze zijn wel een beetje verliefd op elkaar. Op een dag heeft zijn vader ook het konijn van Hans geslacht en dat doet bij hem de deur dicht: hij besluit de ouderlijke woning te verlaten en hij gaat dan ook de volgende dag op pad. Hij neemt de roeiboot, vaart de rivier over en is verdwenen.
De conclusie van deel Een is dat Hans een zeer strenge, zeer calvinistische vader heeft gehad, maar dat zijn lichtpuntje in zijn sombere bestaan de liefde voor Margje is.

Twee: Hans Sievez is terecht gekomen in Den Haag, waar hij zich op een tuinderij aanmeldt en hij wordt meteen aangenomen. Hij gaat ook in Den Haag op kamers wonen in de deftige Laan van Meerdervoort bij de oude mevrouw Fleer. Die is wel van hem gecharmeerd en ze geeft hem onderdak. Hij heeft wel een goed tehuis bij haar. Hans werkt hard op de tuinderij, waarmee hij zich onderscheidt van de andere arbeiders. Hij ontmoet er ook een bijzonder man, de dikke Jozef Mieras, die bij de rest van de arbeiders niet goed ligt. Het blijkt nogal een gelovige kwezel te zijn die direct contact zoekt met hem. Mevrouw Fleer moet in ieder geval weinig van hem hebben. Ze steekt intussen Hans wel in de dure kleren in ruil voor een kleine huurverhoging. Jozef begint hem steeds meer lastig te vallen en dan voornamelijk over het geloof. Mevrouw Fleer vraagt of Hans haar tante wil noemen: ze zorgt nog steeds heel goed voor hem. Hans doet een cursus plantkunde in Boskoop, is een ijverige leerling totdat hij een keer Jozef als toehoorder in die les ziet zitten. Hij voelt zich dan heel ongemakkelijk. Omdat Jozef rare dingen doet, hij vernielt op een bepaald moment gave bloembollen (zie de vergelijking met Hans’ vader) en hij hem blijft achtervolgen met zijn geloofskwesties, wordt Hans het op een dag zo zat dat hij Jozef Mieras een flink plag slaag bezorgt.
Conclusie deel Twee: Hans is een heel ijverige leerling, heeft een prima kosthuis, maar heeft een collega Jozef die hem te veel lastig valt met het geloof.

Drie: Hans’ vader is overleden en hij is met Margje op de begraafplaats waar zijn vader natuurlijk door een dominee uit Embden wordt begraven.. Ook zijn hospita is inmiddels overleden en omdat hij de huur had opgezegd, krijgt hij niets van de door haar beloofde erfenis. Hans wil zich weer in de buurt van Arnhem vestigen en Margje neemt het initiatief om in Velp een kwekerij te kopen. Aan de Bergweg heeft een arts een stuk grond te koop en ze mogen ook het huis dat daarop staat huren. Daar beginnen ze hun kwekerij. Hans en Margje werken er hard aan om de bloemenkwekerij klaar te stomen, wat hun uiteindelijk lukt. Voordat ze de woning betrekken, gaan ze trouwen in de Hervormde Kerk. Hun trouwtekst is afkomstig uit 1 Cor 13.: “maar had de liefde niet, ik ware niets.” Het is een brief van Paulus die een lofzang op de liefde beschrijft. Geloof, hoop en liefde, maar zonder de liefde ben je nergens. Maar hun financiële bestaan is in het begin heel moeizaam.
Kort daarna is Margje zwanger en wordt Ruben geboren. (In werkelijkheid is Ruben Jan Siebelink zelf.) Kort samengevat: deel Drie: Margje en Hans ontmoeten elkaar weer, ze zijn verliefd en beginnen een kwekerij, vooral door Margjes toedoen. Ze trouwen en krijgen een zoon: Ruben.

Tweede boek
Vier: Er wordt een behoorlijke periode overgeslagen: de oorlog is al voorbij en Ruben is tien jaar. Vreemd genoeg wordt over de gehele Tweede Wereldoorlog nauwelijks iets verteld. Zijn vader kweekt prachtige bloemen, maar rijk hebben ze het niet. Er zijn namelijk al veel bloemenhandelaren in Arnhem en Velp. Bovendien behandelen die hem nogal kleinerend of ze betalen hem heel slecht of pas maanden later. Het gaat dan ook niet goed met de kwekerij en wie komt er dan plotseling om de hoek kijken: de Haagse Jozef Mieras, die natuurlijk weer over het geloof begint. Hij verkoopt Hans bij die eerste ontmoeting een oud boek voor geld dat hij eigenlijk niet kan missen. Jozef vertelt ook over een man die heel goed kan prediken. Naar hem moet Hans eens gaan luisteren. Deze Huib Steffen is een zogenaamde oefenaar, te vergelijken met een hulpdominee. Margje is intussen zwanger van de tweede en beiden zijn ze ervan overtuigd dat het een meisje zal worden. De predikers Jozef en Steffen beginnen hem nu vaker lastig te vallen en Hans houdt dat zoveel mogelijk voor Margje verborgen. Die ziet namelijk helemaal niets in die vreemde snoeshanen.
Hans gaat intussen steeds minder mee naar de Hervormde Kerk, omdat hij onder invloed van de predikers staat. Hij krijgt een opdracht om voor een bruiloft de bloemen klaar te maken; hij doet dat heel goed en ontvangt een behoorlijke fooi. Hij rijdt daarna naar Arnhem om bij het station Jozef en Steffen te ontmoeten. Die verkopen hem weer een boek voor het geld dat hij als fooi heeft gekregen. Zijn gezin lijdt armoe en hij doet hun dus tekort. (30) Als hij naar huis terugkeert, hoort hij dat Margje naar het ziekenhuis is gebracht en een miskraam heeft gekregen. Voor een korte periode is hij van de mannenbroeders genezen en hij wil hen voorlopig niet meer ontmoeten. Maar niet veel later komt er een derde prediker langs in de kwekerij: de enge Chris Ibel. Margje heeft ontdekt dat Hans stiekem boeken van de predikers koopt.

En dan gebeurt het: op een warme zomerdag wordt Hans Sievez door de Here God zelf geroepen. De aanblik van God is groot en Hans wordt door zijn zoon Ruben op de grond aangetroffen. Eigenlijk is dit het begin van alle ellende (34) Margje die van niets weet, probeert ’s avonds nog met hem te vrijen, maar Hans wil op dat moment niet van seks weten. Hij is nu helemaal in de ban van de vreemde predikers en haalt op een dag Ruben uit school om hem mee te nemen naar Lunteren, waar een eredienst van de vreemde predikers wordt gehouden. Hans moet ook daar getuigenis afleggen van zijn roeping: het grote moment was om vijf minuten over half vier. Als hij met Ruben terugkeert naar huis, is Margje best wel boos. Ze heeft nieuws voor hem: ze is opnieuw zwanger, maar ze krijgt steeds meer het gevoel dat ze Hans kwijt raakt. Die wordt weer bezocht door Jozef en Steffen en hij krijgt opnieuw boekjes aangeboden. Zelf heeft hij geen geld, maar Ruben die zijn vader graag een plezier wil doen, biedt aan de boekjes te kopen van zijn spaargeld. Ruben doet wel meer dingen om zijn vader een plezier te doen: zo leert hij de langste psalm – psalm 119 - uit zijn hoofd om telkens een couplet voor zijn vader op te zeggen. Hij is van plan dat een keer te doen met alle 88 coupletten achter elkaar. Hans verbiedt zijn vrouw en kind min of meer naar de Hervormde Kerk te gaan, daartoe aangespoord door de predikers. Hij leidt op zondag nu zijn eigen kerkdienst thuis in het gezin en zijn vrouw en kind lijden mee. (43) Hans koopt dure sieraden voor zijn vrouw, omdat hij tijdelijk over wat meer geld beschikt, maar dan slaat het noodlot ineens toe. Er komt een verschrikkelijk noodweer en de warenhuizen raken allemaal hun glas kwijt. Als Margje zegt dat ze weet waar de verzekeringspapieren zijn, wordt Hans heel stil: hij heeft de glasverzekering op aanraden van de geloofsbroeders opgezegd en de schulden lopen natuurlijk nu helemaal op.

Vijf: Het waanzinnige van Hans’ godsdienstbeleving wordt steeds sterker: hij schreeuwt het geloof nu uit tijdens de lezingen op zondagmorgen. Intussen is ook het tweede kind geboren: helaas is het een zoon, Tom genoemd. Hans had liever een meisje gezien en lijkt het kind vanaf de eerste dag nauwelijks te koesteren. Margje spreekt hem daar na zo’n eredienst op zondag op aan. Hans ontkent alles. Ruben zit inmiddels op de ulo, maar voert helemaal niets uit, terwijl hij toch intelligent is.
De buurman Maters, een omhooggevallen aannemer, wil een stuk grond van Hans Sievez kopen om zijn tuin wat uit te breiden. Maar door een Bijbelse ingeving weigert Hans dat. De drie broeders in het geloof: Jozef, Huib Steffen en Ibel zoeken hem weer op om hem te steunen. Na hun bezoek weet Hans het zeker: hij maakt werkelijk deel uit van de broeders, van het wonder. Hij knielt op het bed violen en vouwt zijn handen om God te danken. (Titelverklaring: 49)
Niet lang daarna komt Huib Steffen op zondag onaangekondigd langs om met hen de maaltijd te gebruiken. Margje vindt het nog steeds allemaal goed, ook al baalt ze wel van die predikers.
Op Koninginnedag doet Tom mee aan de wedstrijd versierde fietsen en aan de wedstrijd wie de beste schoolplant heeft gekweekt. In beide gevallen zou Tom de prijs moeten krijgen, maar in de jury zitten de collega-bloemenhandelaren en de kleine Tom valt buiten de prijzen. Woedend gooit Hans de plant naar de koppen van de juryleden, hetgeen hem weer een aantal potentiële klanten minder oplevert. Na die daad gaat hij weer naar Lunteren voor een avondmaalsdienst. Margje wil hem weerhouden, maar kan dat niet voor elkaar krijgen. In de dienst wordt het de gelovigen psychisch vrijwel onmogelijk gemaakt om aan tafel te gaan: ze worden eigenlijk de hel in gepreekt. Margje blijkt achteraf met de kinderen Hans achterna gegaan te zijn en probeert hem duidelijk te maken dat hij helemaal op het verkeerde spoor zit. (53) Hans trekt zich echter niets van haar opmerkingen aan en op een bepaald moment komen alle drie de predikers op zondag bij hen thuis de eredienst leiden en mee-eten. Margje krijgt geen hap meer door haar keel.
Buurman Maters komt weer langs om te vragen of hij het stukje land wil verkopen. Margje weet van niets. Maar ze wil het eigenlijk ook niet verkopen. Hans krijgt ineens weer zin in seks met Margje en ze doen het in de kwekerij. Het loopt niet zoals het moet, omdat Hans niet veel meer van vrijen weet en zijn zaad op de grond morst (net als de Bijbelse Onan!) Door een openstaande deur ziet Margje zijn inmiddels dure opgebouwde bibliotheek. Heel veel geld heeft hij in de boeken van de predikers gestopt en dat is allemaal ten koste van zijn gezin en de zaak gegaan.
Hans wordt op een dag ook gegrepen door de waanzin die zijn vader ooit getroffen had: hij slaat gave knollen allemaal kapot. Als zijn woede is bekoeld, ziet hij dat Chris Ibel plaats heeft genomen in het kleine huisje achterin de tuin, omdat hij uit zijn huis is gezet. Hans weet hem verborgen te houden voor Margje en biedt hem enkele dagen onderdak en eten aan. Eigenlijk wil hij het niet. De nood wordt intussen zo hoog dat Margje hem min of meer dwingt geld te halen bij bloemenhandelaar Wieland. Er staat meer dan zevenhonderd gulden uit: de man schoffeert hem: gooit het geld voor hem op de grond en wanneer Hans dat heeft opgeraapt, slaat hij de winkelier vol woede in elkaar. Eigenlijk is hij boos op Ibel, maar hij koelt zijn woede op Wieland. Het gevolg is dat hij natuurlijk weer een klant kwijt is. (59) Ook schopt hij Ibel daarna resoluut zijn woning uit.

Zes: Huib Steffen leidt weer een dienst op zondagmorgen bij Hans thuis. Ze eten natuurlijk weer allemaal mee, de klaplopers. Margje kan het niet meer aanzien. Tom wordt bovendien steeds vervelender en onhandelbaarder. Na het opdienen van de linzensoep braakt ze de soep over Steffen uit. Die zien ze een tijdje voorlopig niet meer terug.
Margje wacht Hans op na weer zo’n Lunterens avontuur. Hij wil vrijen met haar, maar ze wijst hem af. Ze wil eerst eens praten over hun relatie. Het gesprek leidt tot niets. Kort daarna ontstaat er weer een conflict tussen hen beiden, als Hans naar een bijeenkomst in Hardinxveld-Giesendam wil. Margje dreigt hem te zullen verlaten. Als Hans terugkeert, heeft ze met de kinderen het huis verlaten. (63)

Zeven We springen weer naar een periode van vijf jaar later. Heel kort wordt verteld dat Margje precies twee weken bij Hans weggeweest is en dat ze daarna is teruggekeerd. De eigenaar van het huis dat ze huren, is overleden en Hans en Margje mogen het van de erfgenamen kopen voor 60.000 gulden: op zich is dat een goede prijs, maar ze hebben het geld niet. Dan komt het aanbod van buurman Maters goed uit. Hans gaat met hem praten en de buurman wil best 60.000 gulden bieden voor het stukje grond. Hans hapt meteen toe, tot verdriet van Margje, maar ze kunnen nu wel het huis kopen. De buurman is echter een sluwe vos en hij gaat een golfslagbad op de aangekochte grond neerleggen. De buurt komt in opstand, maar Hans durft niet mee te doen in het verzet. Maters krijgt met geld veel zaken voor elkaar en bovendien nog de gewenste vergunningen in zijn bezit. Met veel herrie en vertier wordt het zwembad geopend. De godsdienstige kweker mag voor veel geld de bloemen leveren. Hans Sievez krijgt er later wel spijt van, want hij heeft regelmatig overlast van de gasten van het bad, die ook nog op zijn land en in de kwekerij komen. Hij voelt zich genoodzaakt om een hek te zetten om zijn eigen bezittingen, waardoor hij het recht van overpad verliest.

Tom groeit op voor galg en rad en wordt van school gestuurd en komt regelmatig dronken thuis. Hans kan dus zijn eigen kinderen niet meer goed de baas: een straf van God. Tom wil ook niet meer uit de Bijbel voorlezen, omdat hij dat maar grote onzin vindt. Ruben is inmiddels wel onderwijzer geworden. Chris Ibel is inmiddels gestorven, maar Hans mist de “wijze adviezen” van Jozef en Huib Steffen.
Op een koude winteravond overnacht Jozef nog een keer in zijn kas en opnieuw houdt hij dat voor Margje verborgen. Ruben heeft verkering gekregen met een meisje van goede komaf, Johanna. Bij de eerste kennismaking is Hans helemaal weg van haar: hij is zelfs een beetje verliefd op haar en koestert zelfs seksuele gevoelens. In de kas overgiet hij zijn geslachtsdeel met nicotine om de lust te blussen. (72) Hans is enkele dagen na zijn 55e verjaardag ineens niet erg lekker: hij kan vrijwel niets in zijn handen houden en Ruben komt hem helpen. Het lijkt erop alsof hij reuma heeft. Ruben vertelt dat Tom opnieuw van school verwijderd is. Hans kan hem duidelijk niet meer de baas.
Hans wacht vol ongeduld op de nieuwe afspraak met Johanna: hij heeft voor haar een kostbaar collier met parels gekocht. Wanneer ze komt, geeft hij dat aan haar. Margje vindt het wel vreemd. Als ze op bezoek is, doet Tom weer heel dwars en verziekt hij eigenlijk het bezoek. Een tijdje later komt Tom weer dronken thuis en als hij zijn vader ziet, die hem daarop aanspreekt, begint hij zijn vader te kleineren. Hij vertelt ook dat zijn vader alleen maar aandacht voor het geloof had en zijn gezin verwaarloosde.
Hans leert er niet zo veel van, want op Tweede Kerstdag zijn Johanna en haar ouders op bezoek. Hij begint weer vol overgave uit zijn godsdienstige geschriften te blaten, wetende dat de ouders van Johanna niet gelovig zijn. Een leuke Kerst is anders. (77)

Aangezien ze het niet meer financieel kunnen bolwerken, vragen ze bij de gemeente een uitkering aan. Die krijgt hij tenslotte wel, maar hij moet nogal wat zaken inleveren. De tuin wordt officieel gesloten en zelfs verzegeld. Het gaat lichamelijk steeds slechter met Hans. Johanna mag hem wel voorlezen, Margje niet. Als hij even alleen is met Johanna, vraagt hij of ze Jozef Mieras wil bellen. Het is duidelijk geworden dat hij geen reuma heeft, maar longkanker met uitzaaiingen en daardoor zal hij niet zo lang meer te leven hebben. Op een dag staan Jozef, Steffen en weer een nieuwe prediker Taverne voor de deur. Ze worden door Ruben binnengelaten. Ze gaan onmiddellijk aan het werk met de stervensbegeleiding. Daarin is nauwelijks plaats voor de gezinsleden: ze nemen zelf alle honneurs waar, maar maken de doodstrijd voor Hans bepaald niet eenvoudiger met hun zware woorden van het geloof. Margje mag eigenlijk niet eens aanwezig zijn in de kamer, want ze is een onbekeerde in hun ogen en dat kan ten koste gaan van Hans’ zielenheil. Eigenlijk is het te zot voor woorden, dat Margje, Ruben en Johanna niet bij het sterven van Hans mogen zijn. Tom vlucht steeds uit huis en in de drank. Hij is voorlopig bij de buurman in de zwembadbar gaan werken. In de nacht van 19 augustus sterft Hans: Margje moet op een afstandje toekijken. Ze mag als onbekeerde de stervende man niet in de ogen kijken. De predikers maken nog een opmerking dat op de grafsteen geen tekst á la “Veilig in zijn Jezus armen”, mag staan, want dat kan een mens immers nooit zeker weten. Zodra Hans dood is, vertrekken de predikers, koel en onaangedaan. Alleen Jozef keert even later nog terug om persoonlijk afscheid te nemen. Hij heeft waarschijnlijk het hart wel op de goede plaats.

Epiloog Het gezin zoekt een mooie travertin steen uit waarop de tekst In Jezus ontslapen komt te staan. Ruben wil zijn moeder nog troosten en begint een gesprek met haar over de relatie met Hans. Hij vindt dat ze het erg moeilijk heeft gehad met zijn vader. Margje antwoordt: “Hoe kom je daar nu bij? “Met pappa en haar was het altijd goed geweest.”
Ze dacht: “ Later zie ik Hans terug. Ik zie hem terug. Zonder twijfel.”
(slotzin)

Siebelink zelf over de roman aan zijn uitgever
In de aanbiedingscatalogus van augustus is een fragment van de brief opgenomen die de schrijver aan zijn uitgever stuurde toen hij het manuscript van Knielen op een bed violen inleverde. ‘Dit is de eerste keer dat ik een manuscript met een kort briefje begeleid.
Het bevat de roman die ik tot nu toe niet heb durven of kunnen schrijven, maar die boven alles zweefde wat ik vanaf mijn debuut Nachtschade heb gepubliceerd.
Ik ben altijd bang geweest om het complete verhaal te vertellen van die zachtmoedige, in zijn jeugd verwonde man, die vlucht in een mystiek protestantisme.
Van deze man en zijn echtgenote volgen wij opkomst en bloei en alle staties van hun kruisweg en we zien hoe hun liefde langzaam ondersneeuwt, al zal ze nooit helemaal verdwijnen.
Een man en een vrouw. De een wil overleven in het hiernamaals, de ander in het nu.
In dit diepe water, waar de zwartste vorm van calvinisme heerst die ooit op aarde heeft gewoed, heb ik mijn peillood uitgegooid.
Nee, vrolijk is het niet, maar ook niet onvrolijk.
Lichtval, schoonheid van tinten, compenseren de donkerte.
Het is een aards en zinnelijk boek, met passie en compassie geschreven.
Maar dat spreekt vanzelf.’


In een interview in Trouw op 29 januari 2005 zegt Siebelink: “Schrijvers als Biesheuvel, 't Hart en Wolkers rekenden af met hun calvinistische jeugd. Ik probeer juist steeds dieper in die wereld door te dringen. Ik wil het écht weten. Intellectuelen als Rudy Kousbroek vinden dat je je moet schamen voor het geloof. Het is en vogue om het achterhaald te noemen. Ik vind dat armoede. Ik zou bang zijn om gestraft te worden voor zulke uitspraken. Ik weet niet zeker of er een God is. Het kan heel goed zijn dat Hij er is. Het zou mij niet verbazen als ik straks voor de Rechter moet verschijnen. Vind je dat raar?”
Kerks is Siebelink allang niet meer. “Op een dag, het was mooi, zonnig weer, haastte ik mij de kerk uit. Ik ben er nooit meer teruggeweest. Als ik een formulier moet invullen, geeft dat nog steeds een raar gevoel. Moet je een kruisje zetten achter 'godsdienst’, vreselijk! Mensen die een kruisje zetten geloven nergens in! Terwijl de engelen wenen om elke verloren ziel. Nu heb ik spijt dat ik me heb laten uitschrijven. Ik voél me wel hervormd.”

Recensies en waardering
Een roman van Jan Siebelink wordt in de grote landelijke dagbladen vrijwel altijd gerecenseerd. Kort na het verschijnen van de eerste druk zijn er al boekbesprekingen te vinden in het NRC, Trouw en De Volkskrant.
In Trouw van 29 januari staat een interview van Elma Drayer “met de schrijver over zijn roman”. Het interview is getiteld “Monument voor een calvinist”. Het is een heel lezenswaardig geheel over de achtergronden van de roman. Uit het interview zijn hierboven al enkele passages aangehaald.
Onder de titel “Toen God in Velp verscheen” bespreekt Arjan Peters op 28 januari 2005 de roman vrij positief. “Dertig jaar schrijverschap heeft Jan Siebelink naar het moment gevoerd dat hij het verhaal over zijn vader letterlijk eens zou uitleggen. Verspreid over tal van boeken doken eerder al kardinale taferelen op uit het leven van de Velper bloemenkweker; als topoi, of staties op de kruisweg die de man moest afleggen. Schroom en angst weerhielden de zoon er tot dusver van de hele geschiedenis na te lopen. Vreest Jan Siebelink de toorn Gods, nu hij dit boek publiceert? Misschien is hij er niet geheel gerust op. Toch stelt hij zich niet als ironische, onbekeerde beterweter op. Hij betreurt zijn vaders fatale roeping, maar kan hem desondanks volgen. Dat is een prestatie. Daardoor, doordat de auteur het hoogst subtiele midden bewaart tussen afkeer, medeleven, onbegrip en respect, groeit deze reconstructie uit tot een monumentaal eerbetoon.”
Janet Luis bespreekt op 4 februari de roman in het NRC onder de titel “Slaag in een stoffige omgeving”. Ze gaat uitgebreid in op de inhoud van de forse roman en concludeert: “Bijzonder is ook dat in Knielen op een bed violen niet wordt afgerekend met een calvinistische jeugd. Hier vindt geen vereffening plaats, maar een weging, een poging om zich in verschillende levensovertuigingen te verplaatsen. Die van de gewone gelovige die naar de kerk gaat en die probeert een prettig en zinvol leven te leiden. En die van de streng gelovige die het oog gericht houdt op het hiernamaals met veronachtzaming van het hier en nu.
Het strenge calvinisme wordt hier niet met zoveel woorden veroordeeld- al wordt de weerzin tegen de opdringerige en ongewassen predikers met hun koffers vol beduimelde en gehavende
boeken steeds gevoed. Ook geeft Siebelink geen duidelijk antwoord of zijn hoofdpersoon in het uur van zijn dood baat heeft bij zijn bekering. Dat laat hij in het midden, alsof hij het niet kan verdragen dat zijn eigen vader, ondanks al zijn inspanningen, de eeuwigheid misschien niet eens deelachtig is geworden.
Van Velp naar Velp. Dat is de reis door de wereld die Siebelink in zijn forse roman op touw zet. De geschiedenis herhaalt zich en welbeschouwd gebeurt er bijna niets. Maar meer dan ooit toont hij zich in deze beperking de meester.”


In 2006 werd de schrijver bekroond met de AKO-literatuurprijs, een verdiende en prestigieuze beloning voor zijn beste werk tot nu toe.


Over de schrijver Siebelink
(Bron: Jan Siebelink

“Op 13februari 1938 ben ik geboren te Velp. Na een jaar verhuisden mijn ouders naar Bergweg 17, waar mijn vader een kleine bloemisterij begonnen was. Ik groeide op in een godsdienstig ‘zwaar’ milieu. Mijn vader, na een hemels visioen, had zich aangesloten bij een streng orthodoxe groepering. Omdat hij de christelijke school te licht vond, bezocht ik de Openbare Lagere school 1, aan de Jan Luykenlaan. Kinderen uit dit protestantse middenstandsmilieu behoorden het verder te schoppen dan hun ouders. Via de ulo kwam ik op de kweekschool, werd onderwijzer in Laag-Soeren, en studeerde in mijn vrije tijd Franse taal- en letterkunde. Tijdens die studie kwam ik in aanraking met de Franse auteur van Nederlandse afkomst J.K. Huysmans. Zijn decadente roman A rebours maakte door zijn verblindende stijl, religieuze preoccupatie en verheerlijking van het kwaad een verpletterende indruk op mij. Ik heb het boek vertaald onder de titel “Tegen de keer”. Op de avond van de dag dat ik de vertaling inleverde, schreef ik in de huiskamer van mijn moeder, op de plaats waar mijn vader was overleden, mijn eerste verhaal: ‘Witte chrysanten’. Daarin wordt op subtiele wijze door de zoon wraak genomen op de bloemenwinkelier die de vader had vernederd. Met vier andere verhalen vormde dit mijn debuut “Nachtschade” (1975). Het boek viel op omdat het door zijn zwartromantische motieven als verval, dood, religie, afstand nam van het anekdotische realisme dat toen in de Nederlandse letteren heerste. Voor zover ik een bewuste bedoeling had, wilde ik een naadloze verbinding tot stand brengen tussen het Hollandse realisme en de Franse literatuur uit het 19e-eeuwse fin-de-siècle. Over Nachtschade schreef Jan Geurt Gaarlandt in Vrij Nederland: ‘Als er zoiets bestaat als een volmaakt verhaal, dan is dat “Witte Chrysanten”.”

“Een aantal nauwelijks opvallende gebeurtenissen en feiten uit de werkelijkheid door de verbeelding en de betovering van de stijl tot iets groots transformeren – dàt is voor mij literatuur. In mijn romans en verhalen gaat het altijd om gewone mensen, maar door intens licht op hen te laten vallen, komen ze los van de werkelijkheid en worden tot raadselachtige personages. Literatuur hoort mensen bijzonder te maken.”

”In dat oerverhaal ‘Witte chrysanten’ zitten reeds alle motieven die ik later in mijn grote romans “De herfst zal schitterend zijn” (1980), “En joeg de vossen door het staande koren” (1982), “De overkant van de rivier” (1990), zal uitwerken. Geleidelijk aan werd duidelijk wat die steeds terugkerende motieven waren: de kwekerij die steeds meer het beeld zou worden van het verloren paradijs, het duistere geloof van de vader dat, hoe exact en liefdevol beschreven, nooit begrepen zal worden, het middelbaar onderwijs, de sociale rangorde in een ogenschijnlijk genivelleerde samenleving en bovenal de jeugdjaren in het land van herkomst: Velp en omstreken.”

“In de loop der jaren behield ik van de decadente thematiek alleen de verfijnde waarneming en mijn gevoel voor een broeierige atmosfeer over. Het leven op een school staat al centraal in mijn eerste roman “Een lust voor het oog” (1977). Ik verwierf mij er een plaats mee naast Bordewijk die mij inspireerde bij de naamgeving van de personages. De ontwikkeling van het schoolthema (van Mammoetwet tot en met studiehuis) is ook interessant omdat zij mijn groei aangeeft van gekwelde dandy (in Een lust voor het oog) tot bezonnen commentator en scherp waarnemer (in Laatste schooldag, 1994).”

“Vanaf mijn eerste boek is het altijd mijn wens geweest om als mannelijk auteur een klassieke romanheldin te scheppen. De wereldreizen in mijn jongste jeugd gingen allemaal naar ‘de overkant van de rivier’, naar Lathum en Duiven, geboorteplaatsen van mijn ouders en voorouders. In De overkant van de rivier, die bijna een eeuw omspant, beschrijf ik het leven van een sterke vrouw, van Hanna Innemee. Zij, eenvoudig boerenmeisje, komt terecht in een situatie die het uiterste van haar vergt. Ze slaagt erin het hoofd boven water te houden
In de roman Vera maak ik opnieuw een vrouw tot hoofdfiguur. Nu is het een Haagse, uit de gegoede middenklasse. Opnieuw een krachtige vrouw. Ik geloof dat de vrouw sterker is dan de man, dat zij een groter reservoir aan kracht bezit dan de man om de wereld aan te kunnnen. Ik denk ook, – ik besef dat mijn bewering gewaagd is – dat vooral mannelijke auteurs in staat zijn om onuitwisbare vrouwenfiguren te scheppen. In de literatuur zijn er vele voorbeelden: Madame Bovary van Flaubert, Eline Vere van Couperus, Ina Damman van Vestdijk. Waarom zouden mannen dat beter kunnen? Misschien omdat zij meer oog hebben voor het raadsel van de vrouw. Een vrouwelijk auteur wil haar heldin helemaal transparant maken. Een mannelijk auteur zal het raadsel heel willen laten.”

“De laatste tijd rezen er problemen bij mijn uitgever. Vele auteurs vertrokken. Ik ging naar De Bezige Bij, waar ik mij direct thuis voelde en waar inmiddels een historische roman over “Margaretha van Parma” (Margaretha) (2002) en “Eerlijke mannen op de fiets” (2002) zijn verschenen. In januari 2005 is “Knielen op een bed violen” verschenen.

Let op

De verslagen op Scholieren.com zijn gemaakt door middelbare scholieren en bedoeld als naslagwerk. Gebruik je hoofd en plagieer niet: je leraar weet ook dat Scholieren.com bestaat.

Heb je een aanvulling op dit verslag? Laat hem hier achter.

voeg reactie toe

1127

reacties

Zat het verslag door te lezen, is goed verslag, maar heb ik een correctie voor de samenvatting: onder 'zes' staat in het laatste stuk dat Chris Ibel uit zijn huis is gezet, maar zijn huis was afgebrandt, en zat daarom in het oude vrijgezellenhuis van Hans Sievez. Gr. Anton
door Anton (reageren) op 28 november 2005 om 19:30
awesome shizle
door Mr. White (reageren) op 14 maart 2011 om 16:06
het vertel perspectief is dat van de alwetende verteller en niet die van het hij perspectief. Aangezien er steeds hij wordt gebruikt als het over Hans gaat.
door daniel (reageren) op 7 april 2011 om 18:28
Het is gewoon een personaal perspectief met ghier en daar wat afwijkingen. Het is zeker geen alwetende verteller
door Kees van der Pol (reageren) op 17 augustus 2011 om 19:52
Klopt de opdracht wel? In mijn boek staat: Voor Kaj, Hanne, Teun, Alana
door piet (reageren) op 21 maart 2012 om 19:50
1) Nergens vermelding van de 2 broers van Hans die stierven tijdens een ongeluk in de steenfabriek en zijn vader was geen kweker maar werkte ook in die steenfabriek. Geen vermelding van de slechte gezondheid van Hans, waardoor hij nooit in de steenfabriek zou kunnen werken. Volgens mij gingen ze niet in de bijstand omdat ze financiele zorgen hadden, maar omdat de gemeente wilde renoveren en dat betekende dat de kwekerij een tijd dicht moest. Kwekerij dicht= geen inkomsten en daarom naar de bijstand
door Cokkie (reageren) op 1 april 2012 om 20:25
@Cokkie: Dat eerste deel is echter niet honderd procent noodzakelijk voor de rest van het verhaal. Het is meer een inleiding om te tonen in welk klimaat Hans is opgevoed, dan dat het een essentieel deel van het verhaal is. Het tweede deel ben ik wel met je eens.
door Lennart (reageren) op 12 december 2016 om 9:47
Ik vond het een leuk boek als katholiek zijnde en vond dat je, je heel goed kon inleven met de familie. Die niet streng gereformeerd was. Toch had je het soms ook te doen met Hans die toch wel erg meegesleurd werd door het geloof. Je kan dus wel zeker als Rooms-Katholiek zijnde van dit boek houden
door corne (reageren) op 2 april 2013 om 19:09
wtf.... wie gaat dit nou allemaal schrijven!
door trolol (reageren) op 15 juni 2013 om 16:02
Toch vind ik dat dit boek geen juist beeld geeft van het calvisime. Ben zelf 'calvinist' maar ik krijg ook hele nare onderbuikgevoelens als ik het boek lees, dus dit geldt niet voor de hele calvinistische kring. Wel een mooi boek om te lezen!
door Cris (reageren) op 23 januari 2014 om 17:21
spelfout: onder het kopje thema staat gaar i.p.v. gaat (ongeveer 8e zin)
door Jan (reageren) op 8 februari 2015 om 12:20
Het is niet echt objectief
door willie (reageren) op 12 december 2018 om 15:57

Welkom!

Goed dat je er bent. Scholieren.com is de plek waar scholieren elkaar helpen. Al onze informatie is gratis en openbaar. Met een profiel kun je méér:

snel zien welke verslagen je hebt bekeken
de verslagen die je liket terugvinden
snel uploaden en reacties achterlaten

Log in op Scholieren.com

Maak een profiel aan of log in om te stemmen.

Geef dit een cijfer
Hou ervan

Hoge waardering

Kees van der Pol Docent8.7
Suzanne 5e klas havo7.1
anoniem6e klas vwo7.4
Tom H 4e klas vwo6.8
Vera de Winter 5e klas vwo6.7
Meer verslagen ›

Why I This BOOK

Niels over Knielen op een bed violen

Wat doe jij om het plastic in de oceaan te verminderen?