Geschreven door: | Italian maffia |
Datum ingestuurd: | 29 juni 2004 |
Taal: |  |
Woorden: | 3.200 |
Bekeken: | 4844 keer (13 deze maand) |
Waardering: |
|
Deel op: |
|
De Pyreneeën
Inhoudsopgave:
Het werkstuk bestaat uit zes delen.
Deel 1: 1. De Pyreneeën.
1.1 De planten.
1.2 De dieren.
2. Geografie en de departementen.
3. De Inwoners en de Geschiedenis.
4. Middelen van bestaan.
5. De gerechten in de Pyreneeën .
6. Bezienswaardigheden
7. Klimaat.
Deel 2: 1. De Alpen.
2. De bevolking.
3. Geografie.
4. De natuur en milieu in de Alpen.
5. De departementen.
6. De bezienswaardigheden in de Alpen.
Deel 3: Frankrijk in het algemeen.
Deel 4: 1. De Fransen zinnen.
Deel 5: 1. Moeilijke woorden met betekenis.
2. Nog een paar plaatjes en Franse dingen.
Deel 6: 1. Nog meer Franse zinnen(gesprek)
Deel 1
1. De Pyreneeën
Pyreneeën
De Pyreneeën strekken zich uit over de gehele lengte van de Spaans-Franse grens, die loopt van de Middellandse Zee tot aan de Golf van Biskaje. De ruwe bergtoppen en grote hoogten vormen een natuurlijke grens. De Pic de Vignemale, die een top heeft van 3298 m, is de hoogste berg in de Franse Pyreneeën.
1.1. Plantengroei
De plantengroei wordt door een groot deel door de hoogte en de vochtigheidsgraad bepaald. In de Oostelijke Pyreneeën komt een Middellandse-Zeevegetatie voor met in de onderste etages kurk- en groene eik, garigue en macchia, gevolgd door eik, beuk en den, die tot grote hoogte voorkomen, zodat alpenweiden zeldzaam zijn. De Atlantische Pyreneeën daarentegen zijn het gebied van de loofbomen, terwijl de alpenweiden er laag afdalen. Dit is ook het geval in de Centrale Pyreneeën, waar een sterke vermenging van de vegetatie optreedt en waar veel bossen voorkomen.
1.2 Dieren
Gems
De gems, die in gebergten van het midden en zuiden van Europa leeft, is zeer behendig. Hij kan zich met sprongen snel uit de voeten maken, zelfs op zeer steile hellingen.
De wolf is waarschijnlijk al geruime tijd verdwenen, maar wel leven er nog de bruine beer, de pardellynx en de Pyreneese vormen van de gems en de steenbok. De vogels zijn erg gevarieerd. De volgende vogels komen in de Pyreneeën voor: de sneeuwvink, rotskruiper, kortsnavelboomkruiper, beflijster, alpenkauw, sneeuw- en auerhoen. Ook broeden nog paren van de aasgier en de vale gier hier zijn nog enkele tientallen van. In 1999 leefde er nog maar 80 van in de Franse en Spaanse broedparen van de lammergier.
2. Geografie
Rivieren:
De meeste rivieren stromen in noordelijke richting. In de Atlantische Oceaan monden via Frankrijk uit de Garonne met zijrivieren (Neste, Ariège), in de Golf van Biskaje de Adour met de Gave d’Oloron, de Gave de Pau en de Nive; de Tech, de Têt, de Agly en de Aude monden uit in de Middellandse Zee. In Spanje stroomt het meeste water van de Pyreneeën door de zijrivieren van de Ebro (Aragón, Gállego, Segre en Noguera) naar de Middellandse Zee; enkele kleine kustriviertjes (Bidassoa) komen hier in de Golf van Biskaje. De gletsjers, die alleen voorkomen op meer dan 2800 m, in de Centrale Pyreneeën, merendeels aan de noordelijke helling, zijn vrij beperkt van omvang.
Bergen:
De Pyreneeën liggen in het zuiden van Europa om precies te zijn in zuid Frankrijk. De Pyreneeën liggen tussen de Golf van Biskaje en Middellandse Zee. Het gebergte is 435 kilometer lang en tussen de 60 en 130 kilometer breed. Voor het grootste deel liggen de Pyreneeën in Spanje. Ongeveer 1/3 deel ligt in Frankrijk. De kern van de bergen bestaan uit Variscische* massieven en die worden doorkruist door magmatische intrusies*. De bodem van de Pyreneeën bevat gips, zout, grote hoeveelheden lood-, zink-, mangaan- en ijzererts. Het in 1951 ontdekte aardgasveld van Lacq, bij Pau had een aangetoonde reserve van 250 miljard m3 zwavelhoudend aardgas. De Pyreneeën zijn rijk aan minerale bronnen. Veel bezocht zijn die van o.a. Eaux-Chaudes, Eaux-Bonnes, Amélie-les-Bains, Ax-les-Thermes, Cauterets, Bagnères de Bigorre en Bagnères de Luchon. Over het algemeen mag er niet veel worden veranderd aan de Pyreneeën. Bijvoorbeeld alle grondstoffen er uit halen. In de winter als het goed gesneeuwd heeft kan je ook op de Pyreneeën skiën. Dit wordt het meest door de rijke Spanjaarden gedaan. De Franse gaan liever naar de Alpen. In de Pyreneeën liggen een aantal departementen. Op de volgende pagina ziet u heel Frankrijk inclusief de departement en namen. En op de achterkant ziet u de gerechten die ze in heel Frankrijk eten en drinken.
Het gebergte is in zijn geheel vrij dun bevolkt.
Gletsjers
Zoals in de Ordesa zijn ontstaan door de oplossende en uitschurende werking van smeltwater, sneeuw en ijs. In de hooggelegen verzamelbekkens ontstonden keteldalen (Cirque de Gavarnie bijvoorbeeld) door de langdurige opeenhoping van sneeuw en ijs die gletsjers vormden welke het bekken uitschuurden en gesteente naar door de dalen afvoerden. In het landschap is de invloed van de gletsjers uit de ijstijden nog herkenbaar.
2. Departementen:
Hier bevind zich wat informatie over de departementen die aan de Pyreneeën grenzen.
Pyrénées-Orientales is een departement van Frankrijk, regio Languedoc-Roussillon, 4116 km2, met 363 700 inw.; hoofdstad: Perpignan. Een groot deel van de bevolking spreekt Spaans. Het 12 km2 grote Llivia vormt een Spaanse gewoonte. In de bergdalen wijnbouw en teelt van fruit en groente. Van belang is het toerisme (geneeskrachtige bronnen, bergsport) langs de kust enkele badplaatsen. Ongeveer de helft van de bevolking leeft in de agglomeratie*. Perpignan, het enige grote stedelijk centrum van het departement.
Pyrénées-Atlantiques is een departement van Frankrijk, regio Aquitanië, 7645 km2, met 578 500 inw.; hoofdstad: Pau. Het departement is van oudsher agrarisch, hoewel het belang van deze sector in de laatste decennia ten gunste van het toerisme is afgenomen. Steden van belang zijn de hoofdstad (aardoliewinning, bestuurlijk en dienstverlenend centrum) en Bayonne, aan de Middellandse Zee.
Midi-Pyrénées, administratieve regio van Frankrijk, 45 348 km2, met 2,4 miljoen inw.; hoofdstad: Toulouse. De regio omvat de departementen Ariège, Aveyron, Gers, Haute-Garonne, Hautes-Pyrénées, Lot, Tarn en Tarn-et-Garonne en heeft een grotendeels agrarisch* karakter. Van recente datum is de opkomst van het toerisme. Toulouse is in alle opzichten het belangrijkste stedelijke centrum: handel, industrie, dienstverlening, bestuur. De agglomeratie* herbergt ca. 20% van de bevolking. Het belang van de stad op nationaal niveau is echter te gering om de effecten van de massale ontvolking van het platteland tegen te gaan.
3. Inwoners
De bergen zijn dun bevolkt, terwijl de lagere delen de laatste decennia ontvolkt geraakt zijn.
Belangrijkste bestaansmiddelen zijn veeteelt en akkerbouw, ambachtelijke nijverheid. Bij de vele waterkrachtcentrales komt chemische en metaalnijverheid voor. Het toerisme is een steeds belangrijker inkomensbron (minerale bronnen, wintersport), vooral aan de Spaanse kant is sprake van een flinke groei.
Het exacte aantal inwoners van de Pyreneeën is niet bekend omdat de Pyreneeën tot meerdere provincies behoord.
Het gebied van de Midi- Pyreneeën heeft 2,5 miljoen inwoners.
Mening van de bevolking in de Pyreneeën:
De trotse bewoners van de Pyreneeën horen niet graag dat zij in het een na beste berggebied van Frankrijk wonen en willen niet dat hun streek met de Alpen wordt vergeleken. Ze horen ook niet graag dat de hoogste toppen van de Alpen rond de 4000 meter zijn en die van de Pyreneeën dus circa 1000 meter lager zijn, dat er maar een paar kleine gletsjers zijn en dat de wintersportmogelijkheden minder goed zijn dan die van de Alpen.
3. Geschiedenis
De oudste gesteenten (430 - 235 miljoen jaar) werden bedekt met kalk, zand en klei. Aan het eind van het Paleozoïcum werd het opgeheven tot gebergte, maar weer vrij snel (geologisch gezien) geërodeerd. De toppen bleven afgerond achter, wat in de noordelijke en zuidelijk zone nog te zien is. Hetzelfde patroon vertonen de Ardennen.
65 tot 2,5 miljoen jaar geleden (in het Tertair - toen ook de Alpen ontstonden) kwam het gebied opnieuw omhoog, waarbij zeer oude gesteenten aan de aardoppervlakte kwamen. Deze granietmassieven vormen de hoogste toppen (o.a. de Aneto). Door de hoge druk en temperatuur veranderden de gesteenten van structuur en samenstelling: uit klei ontstonden de veel hardere schisten, zand ging over in kwartsiet, kalk in marmer.
4. Middelen van bestaan:
De middelen van bestaan in de Pyreneeën zijn het meest veehouderijen en akkerbouw, ambachtelijke nijverheid en (bij de vele waterkrachtcentrales) chemische en metallurgische bedrijvigheid; het aardgas van Lacq, bij Pau, voedt onder meer een thermische centrale en een aluminiumfabriek. Maar de mensen leven er ook van het toerisme.
In Frankrijk valt er zomers bijna geen regen, dan wordt de grond erg droog. Dan kun je goed druiven verbouwen. (Ik zal kort uitleggen hoe dat gaat) Daarom zijn er in Frankrijk duizenden wijngaarden. Nadat de druiven geplukt zijn, worden ze fijngetrapt. Van dat sap, wordt wijn gemaakt en de druivenresten moeten mee gisten. Druiven hebben een droog klimaat nodig. Als in de winter de wijnstokken worden bemest zal de wijngaard vol met druivenstruiken staan met veel druiven eraan. Druiven kunnen niet goed groeien als het regent. Heel veel buitenlanders komen in de herfst naar Frankrijk om druiven te plukken.
5. Gerechten in de Pyreneeën
Het gebied ligt tussen twee zeeën, dus fruits de mer ( vruchten van de zee) staat veel op het menu, zoals oesters (huitres), mosselen (moules) en inktvis (calmar). Ook forel (truite) staat veel op het menu. In het Spaanse deel wordt ook veel paella gegeten, wat een gerecht is van rijst met veel vis. Verder is de streek bekend om gateau basque, bonbons uit Gayonne, poulet a la basque, bearnaisesaus, garbure (een stevige soep), ossau- iraty (een kaas), merveilles (fondantgebakjes) en pâté de foie gras (een paté van ganzenlever).
6. Bezienswaardigheden:
Wandelpaden:
Het wandelpad van de Grand Randonée loopt van kust naar kust en brengt de wandelaars in zeer mooie natuurgebieden. De Pyreneeën zijn een paradijs voor rondtrekkende toeristen. Er is genoeg te zien: oude en moderne pelgrimsoorden, waaronder Lourdes, het populairste pelgrimsoord voor invaliden, de prachtige vestiginstad Carcasonne, mooie hoge citadels waar middeleeuwse ketters ondergedoken zaten.
Sportiever:
De Pyreneeën hebben niet zo heel veel bezienswaardigheden. Er kan kano worden gevaren door mensen die van avontuur houden.
De zuurstofrijke en vooral snel stromende riviertjes zijn perfect om te raften.
Voor mensen die van de natuur en vooral rust houden, kunnen de fiets- en wandel tochten maken. De zuurstofrijke lucht is er perfect voor. Er zijn ook speciale ezeltochten, waarop mensen van de natuur kunnen genieten.
Parken:
Het woeste Parc National des Pyrénées is een paradijs voor wandelaars, vissers, skiërs en het ligt op de Frans-Spaanse grens. Aan de Franse kant is het groen en aan de Spaanse kant dor.(bruin-zwart) Er is een grote diversiteit aan flora en fauna door de verschillen in hoogte. De voetpaden zijn bij elkaar ca. 250 km lang.
Historie:
Meer naar het oosten, aan de voet van de Pyreneeën ligt de oude, geheel gerestaureerde vesting Carcassonne. Vlakbij Carcasonne is het middeleeuwse Mirepoix, met zijn twaalfde-eeuwse arcades en zijn kleurrijke markt.
Ten noorden van Carcasonne ligt de Terre d'Oc, waar in het verleden de Catharen woonden. Vanwege hun geloof werden ze uitgeroeid op gezag van de paus; alleen kasteelruïnes herinneren aan hun bestaan.
Voor de liefhebbers van de prehistorie zijn er grotten. Waar mensen ook een bezoekje aan kunnen brengen is bijvoorbeeld de ondergrondse rivier van Lambouiche, dicht bij Foix. Deze rivier is met 3.800 meter lengte de langste bevaarbare ondergrondse; de rondleiding vindt plaats per boot.
7. Klimaat:
De Pyreneeën zijn als geheel een vrij warm hooggebergte. De jaarisotherm van 0 °C komt pas voor op 2000 m hoogte. De sneeuwval – hoewel aanzienlijk van december tot februari – levert pas vanaf 1000 m hoogte de helft van de neerslag. De noordelijke Pyreneeën zijn onder invloed van het Atlantisch cyclonaal gebied vrij vochtig, een vochtigheid die afneemt van west naar oost. De zuidelijke helling is droger, hoewel het Baskenland en delen van Catalonië nog vrij veel neerslag ontvangen
Deel 2: De Alpen:
De bevolking:
De Alpen is al sinds prehistorische tijden door mensen bewoond. Bekend zijn de paalwoningen, gevonden in de meren aan de noord- en zuidzijde van de Alpen, welke toebehoorden aan de Illyriërs. Deze beschaving hield zich in de ijzertijd al bezig met de ontginning van koper (Kitzbühel, Mitterberg) en zout (Hallstatt).
De huidige bevolking van het Alpengebied valt uiteen in vijf taalgroepen. De grenzen van de verschillende taalgebieden corresponderen echter niet met de aanwezige staatsgrenzen. Ongeveer een derde van de bevolking spreekt Duits, ca. een kwart Frans en ca. een vijfde Italiaans. In Slovenië wordt Slavisch gesproken, in delen van Graubünden Raetoromaans. Het overgrote deel van de bevolking is rooms-katholiek. Slechts in enkele Zwitserse kantons is de bevolking in meerderheid protestant.
Totale bevolking naar geslacht en leeftijd
Mannen
Vrouwen
Totaal
0 tot 19 jaar
25,2% 23,0% 24,1%
20 tot 39 jaar
27,3% 25,8% 26,6%
40 tot 59 jaar
26,7% 25,4% 26,0%
60 tot 74 jaar
14,0% 15,1% 14,5%
75 jaar of ouder
6,8% 10,7% 8,8%
Totaal % 100,0% 100,0% 100,0%
Aantal 1 190 953 1 249 009 2 439 962
Geografie:
De Alpen zijn een onderdeel van een veel grotere gebergteketen. De eigenlijke Alpen strekken zich uit van de Middellandse Zee ter hoogte van de Frans-Italiaanse grens tot aan Wenen. Het zuidelijk uiteinde loopt door in de Apennijnen; het oostelijk uiteinde vertakt zich: één tak zet zich voort in de Karpaten, de andere in de Dinarische Alpen. Daar het gebergte een grote boog beschrijft, spreekt men ook wel van de Alpenboog.
In het noorden en westen wordt de Alpenboog begrensd door het Molassebekken, een jong-Tertiair dalingsgebied waarin afbraakproducten van de Alpen werden gedeponeerd. Dit bekken volgt niet de hele boog, maar wigt ten noorden van Grenoble uit als gevolg van het samenvloeien van de Juraketen met de buitenste ketens van de West-Alpen, de zgn. Dauphinéketens. Aan de binnenzijde van de boog ligt de Povlakte, eveneens een diep bekken, gevuld met Tertiaire en Kwartaire sedimenten. De Alpenboog is in drie delen op gedeeld :
1. Helvetische zone, ook wel Helvetiden of Helveticum genoemd; 2. Penninische zone, ook wel Penniden of Penninicum; 3. Oostalpine of Austro-alpine zone, ook wel Austriden.
In elk van de drie zones kunnen twee groepen gesteenten worden onderscheiden: een pre-Permisch grondgebergte, hoofdzakelijk bestaande uit kristallijne gesteenten die tijdens de Variscische orogenese gevormd werden, en de hierop discordant afgezette sedimenten van Permische, Mesozoïsche en Onder-Tertiaire ouderdom
De natuur en milieu in de alpen
Met namen in de jaren tachtig is duidelijk geworden dat het milieubeleid in het Alpengebied drastisch zal moeten veranderen. De explosieve groei van het massatoerisme, de toenemende bevolkingsdruk, en de daarmee gepaard gaande uitbreidingen van infrastructuur* en wintersportvoorzieningen, en de toename van het verkeer in en door het gebied hebben diepgaande gevolgen gehad voor het milieu. Gebleken is dat de massale teruggang van het bomenbestand (o.a. voor de aanleg van hotels, vakantiewoningen en skipistes) het verdwijnen van vele plant- en diersoorten tot gevolg heeft gehad en dat daardoor steeds sterkere erosie*, aardverschuivingen, lawines, modderstromen en overstromingen worden veroorzaakt, waarbij een toenemend aantal menselijke slachtoffers valt te betreuren.
De toenemende vervuiling van de gletsjers en de daaruit ontspringende beken en rivieren (uitlaatgassen, afval) begint ernstige vormen aan te nemen.
Er valt ook minder sneeuw door het broeikaseffect.*
De inrichting van natuurreservaten en beschermde wildparken bleek niet het beoogde effect te hebben. In het begin van de jaren tachtig hebben de Alpenlanden Oostenrijk, de Bondsrepubliek Duitsland, Joegoslavië, Italië, Zwitserland en Frankrijk samenwerking gezocht om de problemen het hoofd te kunnen bieden en richtten de CIPRA (Internationale commissie ter bescherming van het Alpengebied) op.
De departementen in de Franse Alpen:
Ain heeft als departement nummer 1 en dat is terug te vinden op de kentekens van de auto’s.
Haute-savoie heeft als nummer 74
Isère heeft als nummer 38
Savoie heeft als nummer 73
Drôme heeft als nummer 26
Hautes-Alpes heeft als nummer 5
In deze departementen liggen een aantal grote plaatsen zoals Genève, Chamonix en Annecy
Dit zijn plaatsen die vooral bij wintersporters bekent zijn omdat je daar langs moet als je wil gaan skiën of snowboarden.
Bezienswaardigheden:
In de Alpen zijn veel dingen te doen en te zien ze hebben bijvoorbeeld een aantal hele mooie natuurreservaten.
1.
Het parc National des Ecrins heeft een oppervlakte van 91.800 hectare en is daarmee het grootste nationale park in Frankrijk. Het wordt omsloten door de plaatsen Gap, Embrun, Briacon, La Grave en Bourg d’Oisans. Naast het imposante Massif des Ecrins en de bergtop La Meije bevat dit gebied een enorme rijkdom aan flora en fauna en een grote verscheidenheid aan beekjes, meertjes en valleien.
2.Het Parc National de Vanoise, met een oppervlakte van 60.00 hectare.
3. Het park Naturel Régional du Vercors strekt zich over een oppervlakte van 135.000 hactare ui tussen Grenoble in het noord-oosten en Die in het zuiden.
Schilderachtige plaatsen:
De volgende plaatsen kenmerken zich door een schilderachtigheid, door het bezit van een belangrijke kerk, oude huizen en gebouwen. Zal ze niet allemaal noemen maar een aantal
Valloire, Mont-Saxonnex, Yvoire, Annecy en Thonon-les-Bains
Ook zijn er veel musea. De meeste musea zijn in de grotere plaatsen te vinden en bevatten kunstverzamelingen. Ook in de kerken kan men vaak grote kunstschatten bewonderen(schilderijen, beelden, fresco’s) . Een voorbeeld hiervan is de kerk Notre-Dame-de-Toute-Grace te Plateau d’Assy.
En natuurlijk de hoogste berg van de Alpen De Mont-Blanc de berg is 4807 meter hoog!
Deel 3: Frankrijk in het algemeen:
Taal
De officiële taal die in Frankrijk wordt gesproken is Frans. Maar in daarnaast worden er ook nog andere talen gesproken. Dat je niet zou verwachten. Er wordt onder andere door enkele kleine groepen mensen ook een soort dialect gesproken zoals: Bretons, Occitaans dat spreken ze vooral in het zuiden. Baskisch wordt in het westelijke deel van de Pyreneeën gesproken. Maar ook wordt er in Frankrijk Duits Elzas-Lotharingen spreken ze bij de grens tussen Duitsland en Frankrijk. Nederlands spreken ze in Frans Vlaanderen, Catalaans in Roeussilon, Italiaans spreken ze rond Nice, en Coricaans op Corsica.
De Geschiedenis van de Franse taal:
Frans is een Romaanse die door ongeveer door 100 miljoen mensen gesproken wordt. Waarvan ongeveer 55 miljoen mensen uit Frankrijk het als moedertaal spreken. Het Frans is de voortzetting van het Vulgair Latijn*. Dat door de Romeinse veroveraars in Gallia* werd ingevoerd (58-50 v.C) en zich daar, mede onder invloed van de Kelten en het Franken ontwikkelde.
Inwoners en Leeftijd
Het inwonersaantal nam in de 19de en in begin 20ste eeuw zeer langzaam toe. Tussen de beide wereldoorlogen kende men zelfs jaren met een duidelijke bevolkingsvermindering. Na 1945 nam de bevolking weer sterk toe. Dat kwam dankzij de vooruitgang in de gezondheidszorg en de uitbereiding van de sociale voorzieningen. Vanaf het midden van de jaren zestig nam de bevolkingsgroei sterk af. Sinds 1997 is er sprake van een lichte toename. In 1992 was het geboortecijfer 13 % en het sterftecijfer9%. De levensverwachting bij de geboorte was voor vrouwen bijna 81 jaar en voor de mannen ruim 73 jaar.
Deel 5: Moeilijke woorden met betekenis:
Variscische kalk, schisten, zandsteen.
Intrusies Granieten.
Vulgair Latijn Latijnse volkstaal.
Infrastructuur Het geheel van wegen, havens en leidingen.
Erosie Het verplaatsen van goederen van de berg.
Broeikas effect De temperatuur stijging van de ozonlaag .
Agrarisch veeteelt, graanteelt; lokale wijnbouw.
Agglomeratie Stad waarvan de bebouwing is samengesmolten met die van de buurgemeenten.
Departementen te vergelijken met provincies in Nederland
Gems Een dier dat in de Pyreneeën leeft(soort bok)
Gletsjers Top van een berg ijs waar altijd sneeuw ligt.
Woorden: Betekenissen:
Dit is een gesprek tussen Stefan uit Nederland spreekt nog niet zo heel goed Frans en Marjan zei is Frans.
1.Stefan: Nicole, j’aime La France, il est une tres beau terre, et toi?
2.Marjan: non, je detesté La France.
3.Stefan: je pense* que Les Pyrénées est imposant, et toi?
4.Marjan: oui, m’aussi, ils ont tres haut, mais les Alpes sont plus hautes!
5.Stefan: oui, c’est vrai, mais le plus haute sommet est 3000 metres!
6.Marjan: la France a les vins connus, c’est tres bon!
7.Stefan: Je ne bois jamais le vin, me le trouver sale!
8.Marjan: tu as fait le ouvrage de la France?
9.Stefan: no,
10.Marjan: qu’est-ce que vous avez eu à votre dîner hier ce soir?
11.Stefan: un plat cuit au four et une salade et un croissant??
12.Marjan: je detesté le plat cuit au four, j’aime le escargot et toi?
13.Stefan: non, je n’aime pas les escargot! J’adore le pommes frites et toi?
14.Marjan: oui, m’aussi
15.Stefan: quelle heure est-il?
16.Marjan: il est cinq heure!!
17.Stefan: merci, je tache xxx au revoir
18.Marjan: c’est dommage!!! au revoir.
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen.
Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten.
Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.