Cookies..
Door Scholieren.com te bezoeken ga je akkoord met het gebruik van cookies. Klik hier voor meer info.

De wadden

Aardrijkskunde

Werkstuk

6.2 / 10
groep 8
  • jannekje
  • Nederlands
  • 822 woorden
  • 9775 keer
    13 deze maand
  • 15 mei 2005
Het voorwoord

Ik doe mijn werkstuk over de wadden omdat ik het een interessant onderwerp vindt. En ik een keer naar Texel geweest ben en ik daar over het wad gelopen heb. Ik had daar nog veel vragen over en bedacht toen dat ik mijn werkstuk wel over kon doen.

Inhoudsopgave:

Hoofdstuk 1 Wat is het wad?
Hoofdstuk 2 De Nederlandse waddeneilanden
hoofdstuk 3 Eb en Vloed
hoofdstuk 4 Het leven op (en in) het wad.

Hoofdstuk.1: Wat is het wad?

Weet je wat de Waddenzee is? Een zee, natuurlijk. Het woord zegt het immers al. Maar het vreemde is, dat er de helft van de dag geen water is in de Waddenzee! Je kunt dan over de bodem lopen. De stukken zeebodem waar je dan over kan lopen heten wadden. Eigenlijk is de zee dus ook waddenland. Rare zee, die Waddenzee.

Als je bij de Waddenzee wilt komen, moet je bijna altijd eerst over een dijk. Een dijk houdt water tegen. Soms begint achter een dijk niet meteen de zee maar ook nog een stuk land wat af en toe overstroomt. Dat heet een kwelder. Er groeien vaak bijzondere planten, en het ruikt er vaak een beetje zoutig. Als het water weg is, kun je mooi de zandbanken en slikplaten zien liggen. Op zandbanken kun je lopen. Slikplaten zijn levensgevaarlijk, daar zak je in weg. Ga nooit zonder een officiŽle wadloopgids het wad op. Want je weet nooit van tevoren wat zand is en wat slik is.

Tussen de wadplaten door zie je vaak water lopen, vaak in kronkelige stroompjes. De grote stromen zijn geulen de kleine prielen. Een stroompje in de kwelder wordt een slenk genoemd. Speciaal om schepen de weg te wijzen door de geulen zijn er in de Waddenzee bakens gelegd: vaarboeien. síNachts zijn sommige boeien verlicht. Op elk eiland staat een vuurtoren zodat schepen sínachts weten waar een eiland ligt, anders stranden de boten op een eiland

Hoofdstuk 2: De Nederlandse waddeneilanden.

In de Nederlandse Waddenzee liggen vijf bewoonde eilanden. Als je in een luchtballon boven de Waddenzee zou zweven zou je zien dat ze allemaal mooi op een rijtje liggen. Het grootste eiland heet Texel, het kleinste eiland heet Schiermonnikoog. Verder heb je nog Vlieland, Ameland en Terschelling. Er is een slim trucje om te onthouden in welke volgorde de eilanden liggen pak van elk eiland de eerste letter bijv. Van Texel de t van Vlieland de v enz. zet al die letter achter elkaar en je krijgt TV-TAS!

Hoofdstuk 3: Eb en vloed.

Weet je wat eb is? En wat vloed? Het zijn twee woorden die bij de zee horen. Eb betekent: laagwater. In de Waddenzee kun je over de bodem lopen als het eb is. Vloed betekent: hoogwater. Dan is er in de Waddenzee water. Alleen bij vloed is de Waddenzee een normale zee. Eb en vloed horen echt bij elkaar net zoals dag en nacht.

In de Waddenzee draait aalles om eb en vloed. Zes uur na eb is het vloed. En zes uur na vloed is het weer eb. Alles wat leeft in de Waddenzee houdt daar rekening mee. Bij eb gaan de vogels eten van de bodem van de Waddenzee. Bij vloed zoeken ze ergens op de wal een plekje om te rusten. Zeehonden gaan bij vloed op jacht. De afwisseling van eb en vloed werkt als een soort klok voor de Waddenzee.

Mensen zeggen vaak dat de oorzaak van het afwisselen van eb en vloed alleen door de aantrekkingskracht van de maan komt, maar de zon doet dat ook. Het draaien van de aarde is ook belangrijk voor eb en vloed. De ingewikkelde manier waarop de twee zwaartekrachten elkaar versterken of verzwakken. Zorgt er voor dat het water soms hoog is en het water soms heel laag. Het getij (eb en vloed) wisselt per dag zoín drie kwartier.

Hoofdstuk 4: Het leven op (en in) het wad.

Met vloed komen niet alleen zand en slib de Waddenzee binnen. Er worden ook massaís piepkleine diertjes en plantjes de Waddenzee in gespoeld. Sommige plantjes zijn zo klein zodat je een microscoop nodig hebt om ze te kunnen zien. die kleine diertjes worden plankton genoemd. Plankton is voor veel kleine dieren het voedsel. Bijvoorbeeld voor schelpdieren, die op of in de bodem van de Waddenzee leven, voor visjes en garnalen. Die kleine beestjes worden weer door grote vissen en vogels opgegeten. Die grote vissen worden weer door zeehonden opgegeten. En door mensen. Zo gaat dat in de Waddenzee. Het is een kwestie van eten en gegeten worden. Net als in alle andere natuurgebieden.

Voor jonge dieren is de Waddenzee erg belangrijk. Geen wonder. De Waddenzee is niet diep, dan kan de zon het water snel opwarmen. Op de meeste plekken in de Waddenzee stroomt het water langzaam. Daardoor is het er meestal rustig. Er is genoeg voedsel voor alle dieren in de Waddenzee en jonge dieren hebben veel voedsel nodig. Vooral jonge visjes, dat is het perfecte eten voor jonge zeehonden of grote vissen.

Let op

De verslagen op Scholieren.com zijn gemaakt door middelbare scholieren en bedoeld als naslagwerk. Gebruik je hoofd en plagieer niet: je leraar weet ook dat Scholieren.com bestaat.

Heb je een aanvulling op dit verslag? Laat hem hier achter.

voeg reactie toe

9509

reacties

ik vind dit een heel goed werkstuk!!!
door lena (reageren) op 17 mei 2012 om 15:54
super joh! hier heb ik nog eens wat aan!
door benjamin (reageren) op 4 september 2012 om 18:14

Welkom!

Goed dat je er bent. Scholieren.com is de plek waar scholieren elkaar helpen. Al onze informatie is gratis en openbaar. Met een profiel kun je méér:

snel zien welke verslagen je hebt bekeken
de verslagen die je liket terugvinden
snel uploaden en reacties achterlaten

Log in op Scholieren.com

Maak een profiel aan of log in om te stemmen.

Geef dit een cijfer