Cookies..
Door Scholieren.com te bezoeken ga je akkoord met het gebruik van cookies. Klik hier voor meer info.
Moeite met het kiezen van je PWS-onderwerp? Logisch. Klik hier om een goed onderwerp te kiezen. 

Prinsjesdag

Geschiedenis

Werkstuk

Prinsjesdag

6.5 / 10
3e klas vmbo
  • Dionne
  • Nederlands
  • 1740 woorden
  • 6506 keer
    86 deze maand
  • 2 december 2004
De gouden koets

Op verzoek van koningin Wilhelmina is de gouden koets zo hoog gemaakt, dat zij er rechtop in kon staan.
In 1925 moest de prinsjesdagroute definitief worden veranderd. Sindsdien rijdt de koets via de andere kant het Binnenhof op, onder de Binnen- en de Mauritspoort door.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) werd de gouden koets niet gebruikt, omdat de meeste paarden uit de koninklijke stallen waren afgestaan aan het leger. De koningin ging in die periode met een 'gewone' koets naar de Ridderzaal.
Op prinsjesdag 1963 sloegen de paarden voor de 'volgkoets' met Beatrix, Irene en Margriet op hol. Het voertuig kwam tegen een boom tot stilstand. De prinsessen bleven ongedeerd, maar legden de route verder af in de gouden koets met hun ouders.

De koningin

Achtergrond: Beatrix wordt op 31 januari 1938 geboren als eerste kind van prinses Juliana (koningin van 1948 tot 1980) en prins Bernhard. De prinses wordt geboren in paleis Soestdijk in Baarn, waar het koninklijke gezin woont tot het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in mei 1940.
Tijdens de oorlog gaat het gezin naar Engeland. Later reist koningin Juliana met haar kinderen door naar Ottawa in Canada. Pas vijf jaar later, op 2 augustus 1945, gaan ze weer terug naar Nederland. Beatrix heeft drie zusjes, Irene, Margriet en Christina.

Huwelijk: In 1966 trouwt kroonprinses Beatrix met de Duitse diplomaat Claus von Amsberg. Het huwelijk wordt fel bekritiseerd vanwege de afkomst van Claus. Zonder zich iets van aan te trekken trouwt Beatrix in Amsterdam, hoewel haar dat ernstig is afgeraden met het oog op protesten. Uit het huwelijk worden drie zonen geboren: prins Willem-Alexander (1967), prins Johan Friso (1968) en prins Constantijn (1969). De koningin is nu weduwe; prins Claus is op 6 oktober 2002 overleden.
Opleiding: Beatrix gaat in Canada naar de peuterschool. Terug in Nederland volgt ze de werkplaats in Bilthoven, de basisschool van onderwijsvernieuwer Kees Boeke. In 1956, als de prinses achttien is, studeert ze in Leiden theoretische en toegepaste sociologie, rechtswetenschap, economie, parlementaire geschiedenis en staatsrecht. Later volgt ze ook colleges over de cultuur van Suriname en de Nederlandse Antillen, het Statuut van het Koninkrijk en over actuele internationale staatkunde, volkenrecht, geschiedenis en Europees recht.

Koningin der Nederlanden: Op 30 april 1980 wordt Beatrix ingehuldigd als koningin. Die datum is sindsdien een nationale feestdag: Koninginnedag.
Vrije tijd: De koningin houdt van beeldhouwen, paardrijden, tennissen, skiŽn en zeilen. De Groene Draeck, die zij voor haar achttiende verjaardag van het Nederlandse volk heeft gekregen.
Wat doet ze allemaal?:Behalve met de ministers praat de Koningin veel met allerlei andere mensen en ze bezoekt veel plaatsen in Nederland om dingen te weten te komen. De Koningin wil zo goed mogelijk weten wat er allemaal gebeurt. Ze is vast ook wel eens bij jou in de buurt geweest. De Koningin bezoekt namens Nederland andere landen. Belangrijke buitenlandse mensen die in Nederland op bezoek komen, worden vaak door de Koningin ontvangen. Soms zijn er ook buitenlandse staatshoofden in Nederland op bezoek. Als ze meerdere dagen blijven, logeren ze vaak op het Paleis.

De Ridderzaal

De Ridderzaal is een gebouw in Den Haag. Het gebouw is gebouwd in de 13e eeuw. In de Ridderzaal wordt elk jaar op de derde dinsdag van september, Prinsjesdag, de Troonrede uitgesproken door de Koningin. De Ridderzaal ligt in het Binnenhof.
Dit is niet de enige Ridderzaal. Andere kastelen hebben ook wel een zaal die ridderzaal wordt genoemd.
De Ridderzaal is een gotisch gebouw, dat in opdracht van Graaf-Koning Willem II is gebouwd in de periode 1248-1280, en afgemaakt is onder graaf Floris V. Waarschijnlijk was de architect Gerard van Leyden.

De buitenmuren van de Ridderzaal hebben een dikte van 1,20 meter. Het dak is een vrije overspanning op 26 meter hoogte. Het dak is 38 meter lang en 17,80 meter breed. In die tijd was dit een volkomen unieke constructie voor in Nederland.
Oorspronkelijk was de Ridderzaal een grafelijk paleis, en later de zetel van de stadhouders. Pas in het eerste stadhouderloze tijdperk (na de dood van Stadhouder Willem II in 1650) werd het gebruikt door de Staten van Holland. Daarna werd het oudere gebouw verschillend gebruikt, als stal, als kazerne en om een loterij te houden. In de 19e eeuw zijn een aantal bijgebouwen afgebroken en is ook het houten dak vernieuwd. In 1880 zijn het portaal en de twee torenspitsen toegevoegd. In 1994 en 1995 gebruikte de Eerste Kamer de Ridderzaal als vergaderzaal, tijdens de restauratie van hun eigen vergaderzaal.
Momenteel is de Ridderzaal een rijksmonument.

De Troonrede

De koningin leest de Troonrede voor, maar ze schrijft hem niet zelf. Dat doen de ministers gezamenlijk. Iedere minister schrijft over zijn eigen 'terrein' een verhaal. Dat betekent dat de minister van Verkeer en Waterstaat over de plannen voor nieuwe wegen kan schrijven en de minister van Onderwijs over nieuwe plannen om meer geld aan leraren te geven.

De minister-president maakt van al die verhalen ťťn verhaal. Hij probeert het ook zo begrijpelijk mogelijk te maken. De 'Troonrede' is dus een verhaal van de regering. Als de koningin klaar is met voorlezen wordt er 'Leve de koningin!' geroepen. Daarna vertrekt de koningin weer, terug naar het Paleis Noordeinde. Tenslotte verschijnt de koninklijke familie op het balkon om naar de mensen te zwaaien.

Het koffertje
Minister Lieftinck van FinanciŽn was in 1947 de eerste die de rijksbegroting en de miljoenennota in een koffertje aanbood. Tien jaar later kwam minister Hofstra gewoon met een aktetas naar het Binnenhof. Een groep studenten bood hem daarop demonstratief een nieuw koffertje aan. Het jaar daarop herstelde de minister de traditie. In 1988 toverde minister Ruding uit de gewone derde-dinsdagkoffer een ander, veel kleiner exemplaar met daarin een wonder van technologische vernieuwing: een microfiche met de rijksbegroting en de miljoenennota. De vooruitgang stond niet stil, zodat minister Zalm de truc elf jaar later kon herhalen, maar dan met een cd-rom. Hij zei erbij dat het aanbieden van de stukken "een nog lichtere taak is geworden".In hetzelfde jaar - waarin het goed ging met de economie - doorbrak Zalm het protocol door de oude, vertrouwde koffer triomfantelijk boven zijn hoofd te heffen.

De plannen die de ministers hebben gemaakt zijn nog maar plannen. Er kan nog wat aan veranderd worden. Dat gebeurt direct na prinsjesdag tijdens de Algemene Beschouwingen. De minister van FinanciŽn geeft dan een miljoenennota aan de leden van de Tweede Kamer. In een miljoenennota staat in het kort precies waar al het geld heen gaat. In de Algemene Beschouwingen kunnen de politieke partijen zeggen wat ze van de plannen en de miljoenennota vinden. Vinden ze bijvoorbeeld dat er genoeg geld naar de ziekenhuizen gaat? Of willen ze juist dat de leraren meer geld gaan verdienen? Als de politieke partijen vinden dat er iets moet veranderen, kunnen ze een motie indienen. Deze wordt aangenomen als een meerderheid van de leden van de Tweede Kamer het er mee eens is. Zo weten de ministers dat de politieke partijen het heel belangrijk vinden dat er iets verandert. Dan kunnen de ministers de plannen nog veranderen als ze willen.

De minister van FinanciŽn
Gerrit Zalm is de minister van FinanciŽn. Hij wordt ook wel vice-president genoemd. Hij biedt de rijksbegroting en de miljoenennota aan de tweede kamer aan. Hij is verantwoordelijk voor de overheidsfinanciŽn in de 2e kamer. Hij houdt ook bij de uitvoering de inkomsten en uitgaven in de gaten. Hij let er bijvoorbeeld op of er niet meer geld wordt uitgegeven dan afgesproken. En waarschuwt de andere ministers als de belastingopbrengsten anders zijn den verwacht. Kortom: hij bewaakt de financiŽn van Nederland.

De 2e kamer.

De 2e kamer bestaat uit de volgende partijen:

CDA = Christen Democratisch Appť
PvdA = Partij van de Arbeid
VVD = Volkspartij voor Vrede en Democratie
SP = Socialistische Partij
LPF = Lijst Pim Fortuyn
Groen links
D66 = Democraten 66
Christen Unie
SGP = Staatkundig Gereformeerde Partij

Tegenwoordig wordt de Tweede Kamer eens in de vier jaar (meestal) door de inwoners van Nederland gekozen. Die Tweede Kamer bestaat uit 150 mensen (150 zetels) van verschillende politieke partijen. Zij regeren samen met de ministers het land.

We noemen de beide kamers samen ook wel Staten-Generaal. Ook die naam heeft met de geschiedenis te maken. 'Staten' was vroeger de naam voor de provincies van Nederland en 'generaal' is een ander wordt voor algemeen, iets waar iedereen bij betrokken was. Het was dus een groep mensen uit verschillende provincies die met elkaar kwamen vergaderen.

Alle vergaderingen van de Tweede Kamer zijn in principe openbaar. Niet alleen radio, televisie en de schrijvende pers hebben vrije toegang, maar iedereen kan een openbare vergadering bijwonen.

Wat doet de 2e kamer?

Wetvoorstellen bespreken, wetten maken maar niet invoeren, alles voor het volk regelen, bijvoorbeeld: milieu, onderwijs, verkeer, gezondheidszorg, de economie en nog veel meer.

Prinsjesdag

Op Prinsjesdag spreekt de koningin in de Ridderzaal te Den Haag de leden van de Eerste en Tweede Kamer toe. Deze toespraak noemen we de Troonrede. In de Troonrede vertelt de koningin wat de regering van plan is voor het komende jaar. Volgens de Grondwet van Nederland moet er ťťn keer per jaar een Troonrede worden voorgelezen.
De bekende dingen van prinsjesdag zijn: Het koffertje, de troonrede, de gouden koets.

Hoe komen we aan de naam 'Prinsjesdag'?
Meer dan 200 jaar geleden was Prinsjesdag de naam voor de viering van de verjaardag van stadhouder Prins Willem V. Dat feest was op 8 maart. In die jaren was er een ruzie tussen mensen die van de familie van Oranje af wilden en mensen die er juist heel erg van hielden. De laatste groep, de Oranjegezinden, maakte van die verjaardag een groot feest. Waarschijnlijk heeft men daarom de dag van de opening van de Staten-Generaal ook prinsjesdag genoemd.
Waarom op een dinsdag?
We moeten daarvoor terug naar het begin van de negentiende eeuw. In 1815 besloot men dat de Volksvertegenwoordiging moest bestaan uit twee kamer. Soms vergaderden de twee kamers samen. Eťn van de redenen was het aanhoren van de Troonrede. Oorspronkelijk had men daarvoor de eerste maandag in november gekozen. Er werd toen overigens nog niet elk jaar een Troonrede voorgelezen. Omdat men november laat in het jaar vond verschoof men de dag later naar de derde maandag in oktober.
In 1848 kreeg Nederland zijn eerste echte grondwet en werd besloten om elk jaar een Troonrede te houden. Men koos toen voor de derde maandag in september. Dat vonden veel mensen een slechte dag. In die tijd was men nog zeer christelijk. Dat betekende dat veel mensen op zondag niet mochten werken of reizen. Om dan op maandag op tijd in Den Haag te zijn werd dus een probleem. In 1887 werd dan ook besloten om de Troonrede voortaan op de dinsdag uit te laten spreken

Let op

De verslagen op Scholieren.com zijn gemaakt door middelbare scholieren en bedoeld als naslagwerk. Gebruik je hoofd en plagieer niet: je leraar weet ook dat Scholieren.com bestaat.

Heb je een aanvulling op dit verslag? Laat hem hier achter.

voeg reactie toe

5404

Welkom!

Goed dat je er bent. Scholieren.com is de plek waar scholieren elkaar helpen. Al onze informatie is gratis en openbaar. Met een profiel kun je méér:

snel zien welke verslagen je hebt bekeken
de verslagen die je liket terugvinden
snel uploaden en reacties achterlaten

Log in op Scholieren.com

Maak een profiel aan of log in om te stemmen.

Geef dit een cijfer