Havisten uit de bovenbouw gezocht! Vul deze korte vragenlijst over jouw studiekeuze in en maak kans op een Bol.com bon t.w.v. 15 euro.

Doe mee


Feitelijke gegevens

  • 2e druk, 2020
  • 240 pagina's
  • Uitgeverij: Uitgeverij Pluim

Flaptekst

Als je hard je best doet en denkt: dit ga ik voor de rest van mijn leven onthouden, dan onthoud je het. Alleen mensen houd je er niet mee vast. Die kunnen gewoon opstaan en het beeld uit lopen. Gelukkig heeft de hoofdpersoon een tweelingbroer, de enige van wie ze zeker is, waardoor ze dus nooit echt alleen zal zijn. Tenminste, dat denkt ze. Zij verzamelt truien. Hij heeft twee katten. Ze houden allebei van New York, en zouden er, wat er ook gebeurde, samen heen verhuizen op hun achtentwintigste. Maar opeens wil hij liever een tijdje zonder haar. Waar ik liever niet aan denk beschrijft op bedrieglijk nonchalante, maar uiterst indringende wijze wat er gebeurt als de persoon op wie je je hele bestaan hebt gebouwd er plotseling niet meer is.

Eerste zin

Waterboarden, zei ik tegen mijn moeder. Dan legt iemand een doek over je gezicht en giet hij er steeds water overheen. Dat voelt als verdrinken. Dat ís verdrinken. En dat gaan jullie doen, zei mijn moeder. Ja.

Samenvatting

Het verhaal is opgebouwd uit een groot aantal korte fragmenten waarin het leven van een tweeling uit de doeken wordt gedaan. De fragmenten staan niet in chronologische volgorde en lijken willekeurig in een bepaalde volgorde geplaatst, maar dat is niet zo. Ook geeft de vertelster al snel in het verhaal aan dat haar broer zelfmoord heeft gepleegd. Het boek gaat daarom ook meer om de geschiedenis van de tweeling hoe alles heeft kunnen verlopen: vooral de afstand tussen broer en zus is daarbij van belang. De broer is drie kwartier eerder geboren dan de vertelster en daarom noemt hij zich Een en zijn zus Twee. De vertelster is vrij lang geworden,(1.83)  maar wel wat korter dan haar broer. Hier ligt een verwijzing naar de Twin Towers. De rechter toren was net iets lager dan de linker.

Over de inhoud van de korte fragmenten valt eigenlijk geen logische, chronologische en doorlopende  samenvatting te maken.
Broer (hij krijgt geen naam) heeft een voorliefde voor water: het boek begint met een spelletje 'waterboarden', waarbij de vertelster het benauwd krijgt. Het broertje  zwemt heel goed maar soms ook wel gevaarlijk tussen  passerende schepen en uiteindelijk rijdt hij  35 jaar oud met zijn fiets in de rivier.  Het is een geplande zelfmoord, omdat hij depressief was.

Zelfmoord is daarmee de  andere verhaallijn in dit boek. In New York worden dagelijks  veel zelfmoorden gepleegd. Op Wall Street bijvoorbeeld springen mislukte zakenmensen  naar beneden. Op 9/11 sprongen er ook mensen uit de Twin Towers. 
De Amerikaanse dichteres Sylvia Path  maakte nog eten voor haar kinderen klaar en stak daarna haar hoofd in de oven. De Duitse concentratiekamparts Josef Mengele haalde experimenten met tweelingen uit. Zijn zoon vertelde ooit dat zijn vader had overwogen om zelfmoord te plegen.
( blz. 62 Rolf groeide zonder zijn vader op, maar ontmoette hem twee keer, de laatste keer in Brazilië, waar Josef ondergedoken zat. Zijn vader had zelfmoordplannen, vertelde Rolf. Hij vond zijn leven niets meer waard. Freitod, zo noem je zelfdoding in het Duits. Een vrije dood. Onwaardig leven is unwertes Leben)
 De schrijver Primo Levi wierp zich van een balustrade.
Broer had aan zijn zus beloofd dat hij nooit van een gebouw zou springen. Broer was ook de ideeën van de Baghwan toegedaan. Die stierf onder verdachte omstandigheden. Men beweerde wel dat die ook zelfmoord had gepleegd. Steeds meer laat de broer los dat hij het niet erg zou vinden als hij er niet meer was.

Ook New York is een doorlopend motief. Na de dood van hun vader hadden broer en zus afgesproken om samen naar New York te gaan, als ze achtentwintig werden en ze de erfenis mochten verdelen. De vertelster doet dat inderdaad en trekt een tijdje in bij haar tante, maar op dat moment is er een verwijdering gekomen tussen de tweelingen en broer gaat een duikerscursus volgen in Brazilië. Na de dood van haar broer gaat de verteller jaren later nog een keer naar New York: ze licht haar man daarover niet in.

Ook in de liefde verschillen de twee. De vertelster krijgt een vriend Leo met wie ze later trouwt. Broer blijkt homo te zijn en heeft achtereenvolgens twee vrienden:  Sooyaan en Marcel. Maar die relaties worden verbroken.
Met het klimmen van de jaren komt er steeds meer afstand tussen broer en zus. Ze krijgen meningsverschillen (over stemmen op de Partij van de Dieren bijvoorbeeld). De een is vegetariër en de ander veganist. De een verzamelt truien en de ander stripboeken.

Vroeger in hun jeugd speelden ze samen. Broer werd wel eens gepest op school en dan kwam de zus niet erg voor hem op. Dat neemt ze zich later kwalijk. Samen gingen ze samen op vakantie naar Griekenland (duiken) en naar Rome (Pantheon). Samen keken ze naar tv-programma's als Expeditie Robinson, Survivor. 

Maar wanneer de broer in depressies verzeild raakt en zich steeds meer op zijn kamer terugtrekt, wordt het contact minder. Na de zelfmoord wordt de as van broer symbolisch verstrooid in de rivier waarin hij zelfmoord pleegde.  

Tot drie jaar na de zelfmoord heeft de vertelster moeite met wat er is gebeurd. Ze gaat daarvoor ook in therapie bij Elza. Waarom heeft haar broer  zelfmoord gepleegd, waarom heeft hij afstand genomen, waarom is zij niet vaker voor hem in de bres gesprongen? Ze leest nachtenlang in zijn dagboek en ze doet dat in het appartement van haar broer. Ze laat Leo in hun eigen appartement achter. Die is er op een gegeven moment ook wel klaar mee en een mogelijke scheiding dreigt. De vertelster voelt  zich schuldig, maar ook eenzaam en onbegrepen verlaten. Kwam het door haar zelf  (het drammerige in haar) of kwam de verwijdering door haar broer zelf ?
Er komt ook geen antwoord op de vragen.
Het einde is bovendien erg open. 

Personages

De vertelster

De ik-verteller geeft een beeld van haar relatie met haar tweelingbroer. Niet altijd staan ze op dezelfde voet van gelijkheid. Broer noemt haar Twee, omdat ze als laatste geboren is. Hij wil eigenlijk de baas spelen, maar de ik-verteller is soms snel geïrriteerd en ze wordt in haar familie een 'drammer'wordt genoemd. (Vooral op blz. 61 "Ik ben een drammer, zei ik. Misschien dat hij daarvan houdt. Elza vroeg of ik mezelf daarmee niet tekort deed. Ze had haar aantekeningen niet bij de hand, maar klopte het dat mijn broer mij een pessimist had genoemd vlak voordat hij zei dat hij een eigen leven wilde? Geen pessimist, zei ik. Wel snel geïrriteerd. En vindt hij je ook een drammer? Mijn hele familie vindt dat, zei ik. Omdat ik me niet laat afwimpelen als ze zeggen dat het goed met ze gaat. Als ze liegen. Dan word ik kwaad. Soms is drammen nodig om tot iemand door te dringen. Soms is woede een uiting van verdriet, zei Elza. En een manier om mensen van je af te duwen. Maar ik duw niemand, zei ik boos. Ze gaan vanzelf." Een heel erg gemakkelijke persoon is zij dus niet. Dat ervaart ook haar echtgenoot Leo. Ze gaat al te gemakkelijk haar eigen gang en maanden in het appartement van haar broer slapen om zijn dagboek te lezen. Naar waar de broer als survivor afhaakt, gaat de verteller wel door. Als het even tegen zit met de verkoop van truien, verzint ze weer wat anders.

Quotes

"Rond mijn dertiende was ik één meter drieëntachtig en op advies van mijn moeder en de internist slikte ik hormonen die mijn groei moesten remmen. Mijn broer hoefde ze niet. Hij was langer dan ik, maar tegen hem zeiden mensen nooit: Wat ben je groot. Of; mogen we vragen hoe lang je bent, we hebben namelijk een weddenschap lopen. Op alle mogelijke manieren deed ik mijn best om te krimpen."

Bladzijde 30

"Van vloer tot plafond hing ik er planken op en vulde die met stapels truien, net als de koekblikken van mijn vader gesorteerd op kleur. Op mijn zevenentwintigste had ik honderd tweeënveertig truien en was het tijd om in therapie te gaan. Wat moet je ermee, vroegen mijn vrienden. Het is een collectie, zei ik dan. Ik had geen huisdieren, als ik niets te doen had aaide ik mijn truien."

Bladzijde 27

"’s Zondags keken mijn broer en ik hoe de kandidaten van Expeditie Robinson op een onbewoond eiland probeerden te overleven en tot het uiterste gingen om elkaar in proeven en stemrondes weg te spelen. We zagen elke aflevering van elk seizoen, de eerste jaren samen, later apart. Toen mijn broer een einde aan zijn leven maakte, op 6 mei 2016, we waren vijfendertig, hadden we er vijftien seizoenen op zitten."

Bladzijde 51

"Het leven van mijn broer was een aaneenschakeling van slechte Survivor-beslissingen, maar het stomste wat hij deed was het verbond verbreken met de enige speler die hij kon vertrouwen, die hem haar laatste korrels rijst zou hebben gegeven, die hem tot het einde op haar rug had meegedragen als het moest."

Bladzijde 210

"Toen ging hij rechts het smalle fietspad op. Waar het pad omhoogliep zette hij kracht. Hij stond op de trappers tot hij de top van de heuvel bereikte en de rivier onder zich zag liggen. Tijdens de afdaling trapte hij stevig door, het pad af, het gras op, het water in. Ik weet niet hoe het toen verderging, of hij vooroverviel of opzij, of hij vocht voor zijn leven of niet, of hij bang was, of hij gedachten had, of hij nog even gedacht heeft aan mij."

Bladzijde 191

Thematiek

De ingewikkelde relatie van een tweeling
In deze bijzondere roman is het thema het aantrekken en afstoten van een tweeling. Je mag verwachten van een tweeling dat ze vaak met elkaar optrekken, dingen met elkaar ondernemen, altijd bij elkaar zijn, dezelfde dingen leuk vinden. In deze roman komt naar voren dat er periodes zijn waaraan tweelingen elkaar aantrekken maar ook periodes dat ze afstand van elkaar nemen. Broer en zus speelden vroeger met elkaar, maar pestten elkaar ook. Niet altijd sprongen ze voor elkaar in de bres ( broer werd gepest op school, maar zus hielp hem niet). De zus werd in de familie een drammer genoemd, de broer eigenwijs. Ze hebben vroeger een afspraak gemaakt om samen naar New York te gaan, maar als de datum aanbreekt, gaat broer toch niet mee. Hij kiest ervoor om naar Brazilië te gaan. De zus vindt dat toch een vorm van verraad. Hij trekt zich steeds meer terug binnen zijn eigen domein en hij wordt depressief. Hij geeft enkele keren aan dat hij het leven eigenlijk niet ziet zitten. Toch laten ze het zover komen dat hij op zijn fiets in het water van de rivier rijdt, zijn zus achterlatend met enerzijds een schuldgevoel, anderzijds met de vraag of ze dit had kunnen voorkomen. Hoe kan het dat je steeds minder contact krijgt met een tweelingbroer?

Motieven

Zelfmoord
Het motief van de zelfdoding is de rode draad in het verhaal. Onder de kop samenvatting staat vermeld welke rol dit motief in het verhaal speelt. De zelfmoord van de broer van de verteller is natuurlijk bizar. Hij koos ervoor om zich te verdrinken in de rivier waarin hij vroeger gevaarlijk zwom tussen passerende schepen en hij gaf in Brazilië zelf duikcursussen. Hoewel hij met zijn zus naar programma's als Expeditie Robinson en Survivor kijkt, is hij zelf geen 'survivor.'

Homoseksualiteit
De broer van de vertelster was homoseksueel. Hij kreeg in de loop van zijn korte leven twee relaties: Sooyaan en Marcel. Beide relaties werden verbroken. Was het de eenzaamheid die daaruit het gevolg was, dat hij depressief werd en uiteindelijk voor de dood koos?

Depressiviteit
De broer werd depressief naarmate zijn leverde vorderde. Hij vond het niet erg om niet meer te kunnen leven., liet hij soms in gesprekken vallen. Hij leed aan het leven in deze wereld: was betrokken bij dieren (Partij van de Dieren, veganist, twee katten, hij doodde geen levende wezens)

Schuldgevoel
De vertelster heeft na de zelfmoord een schuldgevoel. Waardoor is de verwijdering tussen haar broer en haar zelf gekomen? Vroeger speelden ze met elkaar, voelden ze elkaar goed aan en keken ze naar dezelfde tv-programma's als Expeditie Robinson. Ze hadden ooit besloten om samen naar New York te gaan als ze achtentwintig jaar werden. Na de dood van haar broer verwijt de verteller zich wel het een en ander. Waarom heeft ze het zover laten komen, of waarom had hij het zover laten komen? En dan is er ook opeens de twijfel. Hadden ze elkaar vroeger wel geholpen als de een in de problemen kwam: bijvoorbeeld bij het pesten op school? En was zij bij bepaalde keuzes niet de drammer geweest en moest hij zich schikken vgl. de passage van naar de Dodenherdenking gaan of niet? Enkele keren geeft de vertelster toe dat ze 'een drammer 'is. (blz. 193-194 Drie weken voor zijn dood wist hij al wat hij ging doen, eenentwintig dagen waarin hij deed alsof hij me bij zijn leven betrok. In de brief stond dat hij van me hield en dat het hem speet. Sorry, schreef hij. En hij gaf me instructies. Niet boos zijn, niet gaan piekeren, niet jezelf de schuld geven. Je niet dom voelen, dacht ik. Niet verloren, verraden, verlaten.") De vertelster begrijp thet niet zegt ze tegen haar therapeute (blz. 217 "Ik probeer hem te begrijpen. Als iemand zegt van je te houden en dan toch vertrekt, dat snap ik niet. In dat soort liefde geloof ik niet.)

Existentiële eenzaamheid
Na de zelfdoding van haar broer gaat de vertelster zich steeds meer realiseren dat hij eigenlijk heel erg eenzaam was. Dat had er van jongs af aan in gezeten. Maar ze had het niet willen zien.

Rouwverwerking en verdriet
De vrouwelijke helft van de tweeling heeft moeite met de zelfmoord van haar broer. Ze zit in een periode van rouwverwerking en verdriet. Citaat blz. 184 Ik wil niet dat jij er ook een einde aan maakt, zei Leo op een nacht, een halfjaar na de dood van mijn broer. Een van de stenen waarmee mijn broer zichzelf verdronk bewaarde ik in een hoekje op zolder. Hij kwam uit mijn moeders collectie. Leo vroeg of er een raampje open kon. Dat kon, het was niet koud. En ik had geen ziekte, ik had verdriet.

Liefdesrelatie
De vertelster heeft zelf een liefdesrelatie met Leo opgebouwd. Ze zijn getrouwd en op de bruiloft heeft haar broer een toespraakje gehouden. Na de dood van haar broer brengt de vertelster veel tijd door in diens huis, omdat ze uit het gevonden dagboek wil opmaken waarom hij zelfmoord heeft gepleegd. Ze blijft dan 's nachts slapen in het huis van haar broer. Ook is ze in die periode niet erg gezellig voor Leo, ze is in therapie bij Elza. Leo geeft aan dat hij met haar houding wel klaar is. Wanneer hij een keer voor zijn werk in Oostenrijk een masterclass volgt, gaat zij weer naar New York zonder dat ze hem dat vertelt. Toch komt er geen echtscheiding.

Motto

en hij wist dat Roy van hem gehouden had en dat dat
genoeg had moeten zijn.
Hij had alleen niets op tijd begrepen.

David Vann, Legende van een zelfmoord (2008)

Opdracht

Voor Jampiejoris

(Broer en zus zongen dat als ze bedoelden: Jan, Piet, Joris en Corneel, dat waren .....) 
Jan, Piet, Joris werd in die tijd een verbastering van Jampiejoris.

Titelverklaring

De titel wordt op de cover doorgestreept. Het is een uitspraak van de vertelster, die liever niet wil denken aan de rol die ze mogelijk heeft gespeeld in het leven van haar tweelingbroer. De afstand tussen hen werd steeds groter en in 2016 heeft hij zelfmoord gepleegd. Ze wil er liever niet aan denken wat voor rol ze  daarin heeft gespeeld.

Structuur & perspectief

Er zijn in dit boek heel korte hoofdstukjes (soms zelfs maar van een halve pagina) die geen titel en geen nummering hebben. De ik-vertelster hanteert ook geen chronologische volgorde. Ze presenteert een aantal anekdotes, herinneringen, flashbacks, en vertellingen over o.a. de kampbeul Mengele en andere zelfmoorden aan de lezer in een ogenschijnlijke willekeurige volgorde

Dit perspectief is wel belangrijk. Je ziet als lezer het verhaal maar van één kant. Spreekt de vertelster de waarheid en hoe selectief is ze in de presentatie van feiten? Welke rol laat ze zichzelf spelen? Een ik-verteller is -natuurlijk literair gezien- een 'onbetrouwbare' verteller. 

Decor

De tweeling is in 1980 geboren. Ze hebben afgesproken om naar New York te gaan als ze achtentwintig jaar worden en de erfenis van hun vader mogen verdelen. In 2008 trekt echter alleen de vertelster naar Amerika en neem intrek bij haar tante. In mei 2016 pleegt de broer zelfmoord. Hij is dan 35 jaar. Ruim tweeëneenhalf jaar daarna  vertelt de vrouwelijke helft van de tweeling het verhaal aan de lezer. Het is dan eind 2018.

Broer en zus zijn in een dorp geboren, maar trekken om te studeren naar de stad (Amsterdam) Ze wonen aan weerszijden van een park  niet ver van elkaar vandaan. Ook New York met zijn symbolische Twin Towers (!)  speelt een rol in het verhaal. Broer en zus maken samen reizen naar Griekenland en Rome. Als de vertelster naar New York gaat, vertrekt haar broer naar Brazilië.

Stijl

In dit boek gebruikt Posthuma net als in haar debuutroman opnieuw het stijlkenmerk van de korte vertellingen, herinneringen van vakanties en gebeurtenissen uit hun jeugd, anekdotes, geschiedenisfeiten etc. Ze doet dat in een vrij zakelijke,  sobere verteltrant  afgewisseld met een droge vorm van ironie en cynisme.Een voorbeeld daarvan is een citaat op blz. 195 : ( "Ik ben ook tweeling, zei ik. O, wat leuk. Dat moest ik maar niet meer zeggen. En ik zei: Mijn broer was veganist. Vorig jaar heeft hij zich verdronken. Hij ging altijd net wat verder dan ik. ") 

Er staan ook  niet veel uitgewerkte metaforen in de tekst.  Die is daardoor overigens qua woordgebruik en zinsbouw niet lastig te lezen en door de zeer ruim opgezette bladspiegel (veel wit) race je als lezer door de fragmentarische tekst. Maar dat racen maakt het lezen aan de andere kant vermoeiend. Je bent geneigd om het boek na een kleine honderd bladzijden toch even weg te leggen. Dat komt wellicht door een ontbrekende vloeiende verhaallijn en de ingedikte tekst.
Het geeft Jente Posthuma overigens wel een eigen gezicht in de vaderlandse literatuur.

Slotzin

In China had een peuter na een hevige regenval een aardverschuiving overleefd doordat haar oma op handen en knieën over haar heen was gaan zitten, als een boog. De oma overleefde de verschuiving niet. Als je een stevige tafel hebt is het beter om daaronder te gaan zitten. En is er niets waaronder je je toevlucht kunt nemen, maak jezelf dan klein, bescherm je hoofd en zoek beschutting in jezelf.

Beoordeling

De tweede roman van Jente Posthuma is weer origineel opgebouwd. Ze schrijft in heel kleine hoofdfstukjes korte fragmenten over het leven van een tweeling die eerst heel dicht bij elkaar leefde en later steeds meer afstand van elkaar neemt. Dat leidt uiteindelijk tot een diep gevoel van eenzaamheid en depressiviteit, waardoor een zelfmoord  een logisch gevolg lijkt. Er zijn heel veel vooruitwijzingen naar zelfdoding, al vanaf de eerste pagina.
Toch maakt het thema het verhaal niet loodzwaar; dat komt o.a. door de soms wat cynische stijl waarover de verteller beschikt. Ook grappig zijn de plotselinge afwisselingen van filosofisch getinte passages met het beschrijven van dagelijk routinehandelingen en directe  verwijzingen naar de praktijken van Josef Mengele.
Omdat je je als lezer bij elke ik-verteller moet afvragen of die verteller wel betrouwbaar is, weet je ook hier niet of zij de 'waarheid spreekt.'
Al met al een mooi vervolg van Posthuma op haar debuutroman "Mensen zonder uitstraling." Ook voor scholieren prima te lezen met een fijne, vooral open bladspiegel. 

Recensies

"Alles wat van waarde is weet Posthuma in de ruimte tussen de woorden en de zinnen te vangen. Je moet je voelsprieten aanzetten als je deze hoofdpersoon wilt begrijpen, zoals haar hang naar New York, de hoge torens in die wereldstad en de zelfmoordloze dagen: ‘Het zijn geen feestdagen, ze worden niet van tevoren aangekondigd.’ Posthuma’s anekdotes maken meer duidelijk dan honderd uitgesponnen bespiegelingen of beschrijvingen van personages. Waar ik liever niet aan denk laat ons de troostende schoonheid ervaren die van het existentiële onbegrip uit kan gaan."
https://www.tzum.info/202...-aan-denk/

"Het is een treurige boodschap die Posthuma verkondigt: je kunt er nooit echt helemaal voor iemand zijn, en niemand is er ooit echt helemaal voor jou. Zelfs niet als je een tweeling bent. Wat overigens niet wil zeggen dat het een en al somberheid is. Er valt genoeg te grijnzen dankzij dat droog-komische waar Posthuma al zo vaak om bejubeld is. Over een zelfmoordloze dag in New York: ‘Het is geen feestdag. Ze worden niet van tevoren aangekondigd.’"
https://www.volkskrant.nl...~b029fbae/

"Steeds heb je het gevoel dat er onder al die min of meer oppervlakkige of alledaagse ontwikkelingen grondzeeën schuilgaan, zoals wanneer de ik-persoon iets over eendjesvoeren vertelt en de broer er het volgende aan toevoegt: “Als je eenden voert gaan ze elkaar groepsverkrachten, zei mijn broer. Hij had een keer gelezen over mannetjeseenden en wat ze doen als ze zich vervelen.” Allemaal stille aanwijzingen over zijn lijden aan de wereld. Maar echt doorgronden doe je zijn fatale depressies niet."
https://www.trouw.nl/cult...~baa5c5d6/

"De roman is een knappe oefening in perspectief. Is het wel betrouwbaar wat de ik-figuur over haar broer en zichzelf beweert? Steunde ze hem of dramde ze? Wie speelde de baas over wie, of wisselde dat, en hoe zou hij hun verhaal hebben verteld? Veelzeggend is de volgende scène: ‘Je mag kiezen, zei ik, thuis de doden herdenken of bij het oorlogsmonument in het park. Hij koos voor thuis, maar we gingen naar het park omdat ik vond dat hij meer onder de mensen moest komen. Bovendien mocht hij vorig jaar ook al kiezen, herinnerde ik me ineens.’ Uiteindelijk is Waar ik liever niet aan denk de weerslag van een verwerking, en het verhaal van een verzoening, met het lot. Door haar eigen rol uit te vergroten, ontdekt de ik-persoon hoe klein die helaas was. Haar broer was depressief en had al jong een doodswens. Hij voelde zich in de kern veel meer alleen dan zij."
https://nrcwebwinkel.nl/w...t-aan-denk

Overhoor jezelf

De ik-vertelster in deze roman is Jente Posthuma zelf.
De opbouw van het verhaal is overwegend chronologisch.
Bewering I : Alle hoofdstukjes hebben een korte titel.
Bewering II : De ik-vertelster heeft in het verhaal geen naam.
Bewering III : Haar broer noemt haar Twee.
Wat is het thema van de roman?
Meerdere antwoorden mogelijk
Bewering I : In 2008 maakt de verteller een reis naar New York.
Bewering II : In mei 2016 pleegt de tweelingbroer zelfmoord.
Bewering III : In 2018 schrijft de verteller het verhaal.
Op welke manier pleegt de tweelingbroer zelfmoord?
Welke motieven herken je in het verhaal?
Meerdere antwoorden mogelijk
Welke stad speelt de belangrijkste rol in het verhaal?
Bewering I : De familie noemt de verteller een 'drammer'.
Bewering II : De verteller kampt na de dood van haar broer met een schuldgevoel.
Bewering III : De twee hoofdpersonages keken vroeger vaak naar tv-programma Expeditie Robinson.
De titel van de roman verwijst het meest naar ....
Welke van de onderstaande stijlkenmerken vind je toepasselijk voor de roman?
Meerdere antwoorden mogelijk
Met het zoek naar de achtergrond van de zelfdoding van haar broer zet de verteller haar eigen liefdesrelatie op de tocht.
Van welke in de tekst genoemde personen is het niet zeker of ze daadwerkelijk zelfmoord hebben gepleegd?
Meerdere antwoorden mogelijk
In de eerste zin van de roman staat al een verwijzing naar zelfmoord.
Waarin van de onderstaande kenmerken verschilde de tweeling?
Meerdere antwoorden mogelijk

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit ZekerWetenGoed-verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.