Jongeren met messen

Er komen veel berichten in het nieuws over jongeren die betrokken zijn bij steekincidenten. Wat merken jullie van het messenbezit onder jongeren? Vul onze (anonieme) vragenlijst in! Duurt maar 2 minuten.


ADVERTENTIE

Als ik moet kiezen, dan ga ik het liefst:

Feitelijke gegevens

  • 1e druk, 2019
  • 346 pagina's
  • Uitgeverij: De Kring

Flaptekst

Jan Mendel is een jongen met een rijk gedachteleven, maar de meeste gedachten leiden toch wel naar… de meisjes. De jongens is een uitbundige roman over het avontuur van jong zijn, over de ontdekkingen, de hartstocht en de humor. Het is, in Jans eigen woorden, een boek met open armen.

Eerste zin

Een week na mijn elfde verjaardag werden we naar Drenthe gebracht. We werden opgehaald door een grijze auto met een chauffeur in een grijs uniform. Hij droeg ook een pet met een glimmende klep.

Samenvatting

De gepensioneerde ik-verteller Jan schrijft zijn memoires, omdat hij eigenlijk geld moet verdienen. Ook wil hij eerherstel en een Nederlands paspoort verkrijgen. Zijn Amerikaanse paspoort gaat verlopen. Hij verblijft op een eiland in de Caribbean, waar hij na vele omzwervingen over de wereld is terecht gekomen.

Jan Mendel (11 jaar) verhuist van Velsen naar Apeldoorn, omdat zijn vader daar een papierfabriek heeft gekocht. Hij moet erg wennen in het kleine stadje, want hij vindt Velsen veel leuker dan Apeldoorn. Thuis had hij zijn vrienden, vierde hij luilak en was hij lid van een leuke voetbalclub.
Zijn vader is ten onrechte een optimist over allerlei initiatieven die hij onderneemt. Zijn moeder daarentegen ziet overal problemen in. Zijn broer heet Jos en is een paar jaar ouder en sterker.

Eigenlijk is de autobiografische roman een aaneenschakeling van ontmoetingen met meisjes, bij wie Jan steeds meer (seksuele) ervaring opdoet.
-  Zijn eerste verkering is met een meisje Riek dat in en zwembad onder water haar borsten laat zien. Verkering betekent dan nog een middag hand in hand liggen in het zwembad.
- Jan gaat naar het gymnasium in Apeldoorn en ontmoet op zijn school alleen hockey-trutjes. aan wie hij niets leuks vindt
- Jan gaat op dansles en hij zoekt altijd het leuke meisje Lydia op. Ze dansen de hele avond met elkaar. Verder dan een beetje zoenen komt het later op de avond niet.
- Jan is erg geïnteresseerd in seks: op het gymnasium krijgt hij een vriendin Mariëtte, die wel geil is en met hem wil zoenen, maar meer ook niet. Ineens is ze verdwenen van school, in Apeldoorn beweert men dat ze een abortus zou hebben  ondergaan.
- Lenie is een volgende vriendin, ze is heel mooi. Hij maakt kennis met haar op een doedag, hij   haalt haar op van school , maar Lenie is niet erg toeschietelijk wat seks betreft. Hij is verliefd op haar, maar ze komt uit een ander milieu. Erg intelligent vindt Jan haar ook niet. Daarom maakt hij het met haar uit.
- Jan gaat met vriend Bart naar Terschelling en hij probeert daar 'losse'meisjes te versieren. Enkele meisjes hebben smoesjes om "het "niet te doen. Maar met de Rotterdamse Gerda treft hij het: ze ontmaagdt hem in een duinpan.
- Na de vakantie ontmoet Jan Ageeth, een meisje dat in een instelling zit voor meisjes die problemen veroorzaken. Ze heeft een aso-vriendje in Den Haag en haar gegoede familie vindt dat niet goed. Ageeth zorgt steeds voor problemen, loopt weg en Jan geeft haar geld om per bus naar India te vertrekken. Het avontuur mislukt en Ageeth moet van haar ouders naar een kostschool in Zwitserland. Verderop in de roman ziet hij haar nog een keer  terug. .
- Een volgende vriendin Is Yvonne, die nogal spiritueel is. Maar Jan doet alles om haar te versieren. Met haar heeft hij ook seks en hij is bang dat ze zwanger is geworden. Hij regelt de morning afterpil bij de huisarts. Hij gaat mee naar een Gereformeerde jeugdclub en ze besluiten samen in de vakantie op een queeste gaan. Ze komen in een klooster (wat niks is) en daarna trekken ze bij een commune in. Daar is vrije seks het motto. Jan ontdekt dat Yvonne het met een knul  uit de commune doet en vertrekt.
- In de schoolkrantredactie zit Xandra van der Meer en dat wordt weer een volgend vriendinnetje: ze is een literair talent. Ze gaat naar Leiden.
- Jan ziet Ageeth weer terug wanneer die uit de kostschool komt. Ze krijgt een beurs voor een studie in natuurkunde. 
- Ook Lenie komt weer in beeld. Jan wil namelijk in Utrecht studeren, Xandra wil dat niet, die gaat Nederlands doen in Leiden. Lenie mag van haar vriend niet gaan studeren. Dat lapt ze uiteindelijk aan haar laars. Wanneer Jan in Utrecht moeite moet doen om een kamer te krijgen, staat ze ineens voor de deur  bij hem. Ze heeft gebroken met haar lastige vriend. Jan een brief geschreven  en wil nu wel wat met Jan. In het 80e en laatste  hoofdstuk hebben ze seks.   

Er zijn ook nog andere gebeurtenissen in Apeldoorn.
- Vader die een papierfabriek leidde. is intussen uitgekocht door Amerikanen. Later moeten ze naar een kleinere woning verhuizen. Dat wordt wel weer even wennen. Er komt een doctorandus Erik in de biologie  in huis en die heeft nogal vrije opvattingen o.a. over liefde. Toch leert Jan veel van hem.
- Jan heeft ook een tijdlang een vriend Bart Nagtegaal. Maar die gaat steeds meer drugs gebruiken en het slechte pad op. Hij wordt later opgenomen in een zorginstelling.
- Jan is ook een verdienstelijk voetballer, zowel in Velsen als in Apeldoorn. Een ziekte verhindert hem om naar een profclub te gaan. 

In het verhaalheden (het moment van het schrijven van het boek door Jan Mendel) verblijft hij als gepensioneerde op een   eiland in de Caribbean. Hij  wacht daar op twee dingen: zijn eerherstel in Nederland en verzekeringsgeld voor een mislukte expeditie naar het Hoge Noorden. 
Jan doet eigenlijk niets.  Daarom wil hij een reeks boeken schrijven over zijn leven. Het boek dat de lezer aan het lezen is, is deel 2 in die reeks. (Mijn zevenjarige ballingschap)  Hij heeft een huisbaas Julebert en  die handelt ook in drugs. Op een zeker moment vraagt hij aan Jan of hij met een grote boot kan zeilen en hij heeft dan een plan om mensen uit de Caribbean naar de VS te smokkelen. Jan zegt toe dat hij zo'n boot wel kan bezeilen.
Een vriendin op het eiland Eveline waarschuwt hem voor  slechte invloed van Julebert. Maar als Jan bericht krijgt dat de verzekering geen geld gaat uitkeren, wil hij wel meedoen en geld verdienen aan de mensensmokkel.  Eveline vraagt dan wat ze moet doen met al die papieren die Jan aan het schrijven is, wanneer hij niet terugkeert van die gevaarlijke onderneming. Dan moet ze die geven aan de Nederlandse honorair consul in Port-au-Prince. 
(Hé , het motto, denk je dan.)
De lezer moet dus interpreteren dat het met de onderneming van Jan en Julebert inderdaad verkeerd is afgelopen en dat Eveline zijn papieren aan de consul heeft gegeven.

Personages

Jan Mendel

Het gaat eigenlijk maar om één belangrijk personage in deze roman. Dat is Jan Mendel . Hij schrijft als pensionado terwijl hij op een Caraïbisch eiland verblijft met een Amerikaans paspoort, zijn memoires. Het tweede deel van die memoires is de roman die voorligt. "Mijn zevenjarige ballingschap". daarin is Jan Mendel vooral een puber die uit is op seksuele contacten met meisjes. Sommigen gaan niet over tot seks, maar uiteindelijk belanden er toch een paar in zijn bed. Mendel geeft aan dat het zijn eerste literair werk is en dat hij een eerlijk boek over zijn leven zal schrijven. Maar dat blijkt lang niet altijd het geval. In zijn puberteit steelt hij al, gebruikt drugs, is wat onverschillig in de omgang met meisjes. In zijn verdere leven heeft hij dingen gedaan die niet door de beugel kunnen. Hij liegt daar echter over of hij geeft de waarheid een slinger naar zijn kant. Hij handelt in drugs, hij smokkelt mensen, hij heeft fraude gepleegd. Zijn Nederlanderschap is hem ontnomen en hij heeft op het eenzame eiland seksueel contact met arme hoertjes. Dat moet wel bijna fout met hem aflopen. En dat zou je als lezer kunnen concluderen uit de laatste twee hoofdstukken en het motto. Jan Mendel is een bijzonder personage. Op de een of andere manier moest ik steeds aan Batavus Droogstoppel denken uit de 'Max Havelaar.' De gepensioneerde Jan Mendel dan.

Quotes

"Ik had mijn jasje losgeknoopt, wat tegen de regels van dansles was, we hielden elkaar stevig vast en ik slaagde erin om elke keer als ik Lydia bij de quickstep om haar as draaide of bij de cha-cha-cha naar haar toe stapte, haar borsten even met mijn keurige witte overhemd te beroeren. Wie heeft ooit verzonnen dat de puberteit een somber intermezzo tussen jeugd en het échte leven is? Ik was dertien en dolgelukkig.”"

Bladzijde 68

"“Miriam moest erg lachen om het Apeldoornse eufemisme 'het dóén’. ‘Hoe noemen jullie het hier op het eiland?’ vroeg ik. ‘Wij praten er niet over.’ ‘Maar jullie doen het natuurlijk wel. ‘ ‘Oh, dacht je?’ ‘Hoe oud was je de eerste keer? Hoe vond je het?’ MIriam woelde even door mijn haar. Toen gaf ze me een arm. Zoals ik al zei, Janneman, we praten er niet over.’"

Bladzijde 160

"Ik probeerde met haar (Lenie) te praten en haar gerust te stellen en uit te vinden waarom ze niet gewoon sportief meedeed, maar vind daar maar eens de juiste woorden voor. Het enige wat ze zei was"Jij wil gelijk de koffer in. Dat had ze goed gezien, maar wat ze natuurlijk eigenlijk bedoelde was: Ik niet."

Bladzijde 145

"Nu zegt u waarschijnlijk: Wat een gans! Wat een leeghoofd! Wedden dat ze de boekwinkel oversloeg? en daar heeft u in zekere zin wel gelijk in, maar ik vond het betoverend. De allure! Het leek mij het summum van vrouwelijkheid."

Bladzijde 128

"Na een weldadige zaadlozing dacht ik even dat ik echt verliefd was op Yvonne. Tot ze weer over die verloren stammen van Israël begon."

Bladzijde 229

Motto

Toevertrouwd aan de hoede van
Mme Eveline Eloissaint 

                          Ter attentie van
De hoogedelgestrenge heer Adriaan Rutger Matthes
Honorair consul generaal der Nederlanden
33 Rue Acacia (Nazon)
Port- au -Prince

 

Het motto (evt. een fictieve opdracht) komt aan het einde van deze roman nog een keer in het verhaal voor.

Titelverklaring

Het boek heet "De Jongens", maar het gaat eigenlijk over .... de meisjes.
Het is een coming of age-roman over de puber Jan Mendel en dan vooral over  zijn relatie met meisjes die vaak bij hem op school zitten  of in Apeldoorn wonen. 

Structuur & perspectief

De structuur is best bijzonder te noemen.
Er zijn 80 hoofdstukken die met Romeinse cijfers worden aangeduid. Ze hebben geen titel.
Verreweg de meeste hoofdstukken gaan over de puberteit en de schooltijd van de hoofdpersoon Jan Mendel. 

Er is een ik-verteller Jan Mendel, die beweert dat hij al gepensioneerd is en in de Caribbean woont. Hij wil zijn leven op papier zetten en heeft daarbij een aantal boeken voor ogen. 

De grap is dat hij in zijn vertelling over zijn puberteit steeds vooruitwijst naar de andere delen van de reeks die hij in zijn hoofd heeft. Die delen worden natuurlijk nooit geschreven. maar wie het werk van Geert van der Kolk kent, weet dat hij in andere romans over zijn omzwervingen over de wereld al boeken heeft geschreven. 
Dit boek is deel 2 en het heet "Mijn zevenjarige ballingschap".  De ik-verteller vertelt over  zijn puberteit en over zijn verhuizing van Velsen naar Apeldoorn. Dat gegeven berust weer op autobiografische gegevens van Van der Kolk. 

Enkele keren last de verteller een intermezzo in en vertelt dat hij op een eiland nabij Port- au- Prince  woont en daar voorlopig niet vandaag kan komen , omdat zijn Amerikaanse paspoort dreigt te verlopen en omdat hij een conflict heeft met een verzekeringsmaatschappij. Het einde van deze verhaallijn suggereert zelfs dat de verteller het niet meer heeft overleefd (vandaar het motto) 
Maar in zijn verhaal grijpt de verteller voortdurend vooruit maar ook terug naar situaties in de jaren zijn puberteit, maar ook daarna. 

Ook is heel apart dat hij steeds de lezers aanspreekt  en dan zegt dat hij een letterkundig werk wil afleveren en bijvoorbeeld geen pornografie. En die gegevens worden steeds met ironie gepresenteerd.

“Ze waren sprookjesachtig mooi, maar ik zal u de details besparen. U heeft vast ook wel eens mooie borsten gezien, live of in de spiegel.”

In zijn houding doet hij mij ook denken aan de verteller van de Max Havelaar, Multatuli. Het is natuurlijk ook niet voor niets dat die roman enkele keren in het verhaal wordt genoemd.

Decor

De auteur (en dus ook Jan Mendel)  is in 1954 geboren  in Velsen. Die stad keert dan ook regelmatig terug in het verhaal.
Als hij elf is, dus in 1965, verhuist het gezin (en dus de ik-verteller Jan Mendel  naar Apeldoorn.
Daar speelt dit zogenaamde deel II van de reeks boeken van de verteller.
In het 'verhaalheden' is de ik-verteller een soort gegijzelde man op leeftijd: hij is gepensioneerd en  zou dus 65 kunnen zijn. Hij zit op een eiland bij de Caribbean en dat eiland is dicht gelegen bij de stad Port-au - Prince, waar de honorair consul van Nederland woont. 
Er zijn in het verhaal dus drie belangrijke decors, al verblijft Jan natuurlijk ook wel op andere plaatsen (Den Haag, Utrecht, Terschelling, Zeeland) die een minder belangrijke rol spelen.

De belangrijkste periode die beschreven wordt, is de puberteit van Jan Mendel die van zijn elfde  jaar tot aan zijn achttiende wordt gevolgd. Dat is in principe van 1965 tot 1972. 
Het verhaalheden als achteraf vertellende ik-figuur speelt zich af in m  2018 of 2019 .

Stijl

De stijl van Geert van der Kolk in deze roman is grappig. Toen hij ooit begon aan de geschiedenis van zijn puberteit was het volgens hemzelf  in een interview veel te "zwaar."
Nadat hij eerst andere romans had geschreven wist hij de structuur en de stijl voor zijn boek over de verhuizing van Velsen naar Apeldoorn.
Hij gebruikt steeds humor en ironie om zijn leven te vertellen. Dat gebeurt ook vaak als hij de meisjes beschrijft die hij ontmoet meestal over de seksualiteit die dan op de loer ligt.

Een voorbeeld : (blz. 218) "Yvonne was niet zo oogverblindend mooi als Lenie, maar ze had een grote bos krullen en (om weer even in voetbaltermen te spreken ) een voorhoede om u tegen te zeggen. Nu hoeven borsten van mij helemaal niet groot te zijn en anyway, ik heb er niets over te zeggen. Die van Lenie waren vrij klein, maar zoals al gememoreerd mythologisch mooi, dus grote borsten soit, maar ik ging ze ook niet uit de weg, ik bedoel, ik kon er best mee leven."

Ook de stijlmiddelen overdrijving en herhaling schuwt Van der Kolk niet.
Een opvallend voorbeeld. Jan geeft een beschrijving van iets en benadert een negatieve kant van de zaak. Dan vertelt  hij daarna heel vaak dat hij daarover niets lelijks wil zeggen. Hij gebruikt dan altijd dezelfde  formulering:
(blz. 12)"Van mij zult u geen kwaad woord over hem horen "(hem = vader)
(blz. 21) "Geen kwaad woord over Chrstina. Ze was een goede vrouw...."
(blz. 37) "Enfin, geen kwaad woord over de oude Mensel en ik heb dat jaar op die christelijke school echt geen trauma opgelopen.
(blz. 67) "Geen kwaad woord over de meisjes van het gymnasium"
(blz. 60) "Geen kwaad woord over vrouwen, ik ben gek op ze, maar feiten zijn feiten."

(blz. 90) "Geen kwaad woord over moeder Mendel!
(blz. 99) "Geen kwaad woord over Jos dus."(Jos= broer van Jan)
(blz. 157) "Over mijn familie zult u geen kwaad woord horen."
(blz. 260) "Geen kwaad woord over Overijssel".. 
(blz. 293) "Geen kwaad woord over geschiedenis!"
(blz. 313) "Geen kwaad woord over mijn oom Rudolf."
(blz. 331`) "Geen kwaad woord over de oude Mendel en zijn communist!"

Deze herhalingen  dragen bij aan het hilarische karakter van de roman, omdat hij  steeds het tegendeel doet. Dan ga je als lezer natuurlijk aan zijn eerlijkheid twijfelen.

Een andere manier van herhaling is dat de verteller steeds maar benadrukt
- dat hij een eerlijk boek wil schrijven (blz. 26, 46, 115, 271, 320)
- dat hij zich aan de feiten houdt (blz. 70, 330)
-  dat hij literatuur schrijft en  geen flutromannetjes ( blz. 92, 323)
- dat hij letterkundige is en geen pornograaf (blz. 257, 318)

De verteller verwijst heel vaak naar de andere boeken die hij op stapel heeft staan over zijn leven. Hij noemt ze toe vervelens toe steeds met de titel.  Zie hiervoor bij het Kopje "Bijzonderheden." 

Onderdeel van de stijl is ook at hij de lezer talloze keren rechtstreeks aanspreekt:
(blz. 292) "Nu zegt u misschien: Hallo, kan je s.v.p. a.u.b. en als het niet te veel moeite is even een klein beetje bij de les blijven.
(blz. 323) "U herinnert zich misschien..."
(b;z. 324) "Nu denkt u misschien.."

Slotzin

Ze wilde me niet loslaten en hield haar armen om me heen toen we de smalle trap afliepen en verdwenen in het halfduister van het souterrain, zoals ooit een dodin en haar geliefde, een schrandere man die veel gezworven had, zich terugtrokken en hun hartstocht vierden in een donkere uithoek, het binnenste van haar gewelfde spelonk.

Beoordeling

De jongens is een grappige, autobiografische roman van de in Nederland niet zo heel bekende auteur Geert van der Kolk. De roman gaat over zijn jeugd van 11-18 jaar, waarin hij verhuist van Velsen naar Apeldoorn. Van der Kolk heeft lang moeten zoeken naar de juiste structuur voor dit autobiografische boek. De eerste versie leek hem te zwaar aangezet.

In tweede instantie heeft hij er een komische variant voor bedacht, waarin ironie, droge humor, overdrijving en herhaling de grote opsomming van anekdotes over de omgang van de hoofdfiguur  met meisjes op seksgebied moet opleuken. Een echte coming of ageroman dus.

Van der Kolk is daar wel in geslaagd, maar er zijn ook momenten dat je als lezer wel denkt: "Nu heb ik het wel gezien." Ik denk daarbij aan de herhaling van de titels van de nog steeds te verschijnen delen. Ik telde meer dan twintig verwijzingen binnen de eerste honderd pagina's.
Niettemin, een vermakelijk boek.

Recensies

"Door deze opzet is de oudere Jan als verteller erg aanwezig. Omdat hij zijn verhaal met een overdosis ironie vertelt, doet de raamvertelling het boek meer kwaad dan goed. Bovendien wordt de lezer er tot vervelends toe op gewezen dat dit zogenaamd een deel is van de tiendelige autobiografie van Jan. De auteur noemt dit in de eerste zeventig pagina’s van deze roman alleen al twintig keer, en ook daarna houdt het niet op. Hij verwijst daarbij telkens naar een of meerdere delen van zijn memoires. De vondst is de eerste keer geestig, maar deze frequentie irriteert en verveelt heel snel."
https://www.hebban.nl/rec...de-jongens

"Bij een autobiografische roman is het verleidelijk om de verhalen letterlijk te nemen. Bij De Jongens is dat niet anders, merkt Van der Kolk aan reacties vanuit zijn kennissenkring. Dichterlijke vrijheid laat hij zich in het van droge humor doorspekte werk echter niet ontzeggen, waarschuwt hij. Waar de oude Mendel bijvoorbeeld een papierfabriek in Apeldoorn kocht, was vader Van der Kolk - later nog voorzitter van AGOVV, de jonge Geert liep mee in de mars toen betaald voetbal in Apeldoorn ten grave werd gedragen - bij de Van Gelder-fabriek geen eigenaar ‘slechts’ directeur. Een roman is nu eenmaal geen feitenrelaas."
https://www.destentor.nl/...google.nl/

"“Geen kwaad woord over Apeldoorn. Willen ontsnappen uit Apeldoorn was uit het leven gegrepen, ontsnappen uit het ouderlijk huis. Dat gevoel een balling op de Veluwe te zijn, zit in Jan zelf. Hij heeft te weinig zelfinzicht om te bedenken dat hij zich in Velsen net zo zou hebben gevoeld. Dat gebeurt iedereen in de puberteit. Ik moet voortdurend benadrukken: het is fictie. Ach, Philip Roth moest ook bij elk boek dat verscheen bij leven van zijn ouders zeggen: ‘Denk erom, het gaat niet over jullie.’”"
https://www.parool.nl/kun...ogle.nl%2F

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.