Vooroordelen

Beoordeling 5.4
Foto van een scholier
  • Werkstuk door een scholier
  • 3e klas vwo | 6115 woorden
  • 22 mei 2002
  • 142 keer beoordeeld
  • Cijfer 5.4
  • 142 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Vooroordelen...Veroordelen

Inhoudopgave

1.Inleiding
1.1. Vooroordelen
1.2. Waarom ik dit werkstuk gemaakt heb
1.3. Hoe ik dit werkstuk gemaakt heb

2.Mijn vooroordelen

3. Voorbeelden van vooroordelen
3.1. Man / Vrouw
3.2. Oud / Jong
3.3. Geloof
3.4. Ras

4. Wat doen en deden ze tegen vooroordelen
4.1. Racisme
Een verhaal over Martin Luther King
4.2. Overige acties

5.Conclusie

6.Bijlagen
6.1. Krantenknipsels
6.2. Bronvermelding

6.3. Begripsomschrijving

7.Wat ik er van vond

1. Inleiding

1.1 Vooroordelen
Dit werkstuk gaat over vooroordelen. Vooroordelen zijn meningen die niet gebaseerd zijn op feitelijke kennis. We hebben ze gewoon in ons hoofd zitten terwijl er helemaal geen reden voor is. Ze zijn er op een of andere manier ingestampt. Dat kan door strips, televisiefilms, boeken oftewel allemaal verschillende manieren van verkeerde voorlichting. Hoe Hitler de baas is geworden is een voorbeeld van verkeerde voorlichting. Vaak denken de mensen dat het geen vooroordeel is maar dat het echt zo is. Bijna iedereen heeft daar mee te maken.

1.2 Waarom ik dit werkstuk gemaakt heb

Dit werkstuk heb ik gemaakt omdat het moest van school. De school wil dat ik dit werkstuk maak om te laten doordringen wat er is gebeurd en nog steeds gebeurt. De school wil ook dat ik zelfstandig leer te werken.

1.3 Hoe ik dit werkstuk gemaakt heb
Ik heb het niet zo goed aangepakt. Voor de vakantie heb ik wel veel gedaan aan het uitschrijven en het lezen en verzamelen van informatie. Op het eind zijn we eigenlijk pas gaan werken aan de uitwerking enz.

Planning
Ik heb wel een planning gemaakt maar zonder datums. Dit stond er in die planning:
 Wat ik dacht toen we door het Kamp Vught liepen.
 Verslag maken over het leven van Anne Frank.
 Kinderen van Joodse afkomst op antwoordblad.
 Liedje bij school halen en liederen in werkstuk zetten.
 Blad over Fanny Philips overtypen en invoegen.

2. Mijn vooroordelen (Vooroordeelticket)

Het is heel moeilijk om over mijn vooroordelen te schrijven. Je moet zo denken als je eerste gedachte. Bij het vooroordeelticket leer je dat niet alles is zoals je eerste gedachte: Een vooroordeel! Op de volgende bladzijden staat het ingevulde vooroordeelticket. Mijn eigen vooroordelen zijn dat Fransen een stokbrood dragen en een alpinopet hebben en dat Belgen dommer zijn dan wij. Bij vraag 7-10 dacht ik echt "O ja nooit op namen afgaan". Voor de rest heb ik eigenlijk met het vooroordeelticket geen eigen vooroordelen van mezelf gevonden. Dat komt omdat je weet dat het over vooroordelen gaat.

3. Voorbeelden van vooroordelen

Er zijn heel veel vooroordelen. Hieronder staan er een paar:

Man / vrouw
 Mannen kunnen beter autorijden
 Vrouwen kunnen beter achter het naaimachine zitten
 Mannen kunnen beter de baas zijn op kantoor
 Vrouwen kunnen beter koken.
 Mannen moeten voor het geld zorgen

Oud / Jong
 Oude mensen zijn dommer
 Jonge mensen kunnen harder werken
 Oude mensen kunnen niet meer werken en horen in het bejaardenhuis.
 Jonge mensen zijn creatiever

Geloof
 Joden zijn banenpikkers.
 Joden zijn geldwolven.
 Moslims zijn fanatieke gelovigen

Ras
 Turken en Surinamers willen niet werken
 Marokkanen zijn vechtersbazen
 Amerikanen hebben altijd een fototoestel om als ze op vakantie zijn
 Japanners lachen alleen maar dom

Hieronder volgt een stukje over Fanny Philips. Ze heeft bij ons op school gezeten. Toen heette het nog het Marialyceum. Ze was een Joods meisje dat uiteindelijk met de Duitsers in de tweede wereldoorlog te maken kreeg. In de klas hebben we een stukje over haar gehad.

Fanny Philips is een dochter van het gezin Philips. De vader van Fanny is eenenvijftig en de moeder is vijftig jaar oud. Fanny's broer is twintig en hij heette Hans. Fanny is zelf zeventien op 4 september 1940. Het beroep van vader Philips is directeur van een sigarenfabriek. De familie Philips was joods want ze waren ingeschreven bij de Israëliërs. Daardoor moest ze van school af omdat de Duitsers dat wilden. Ze moest naar een speciale joodse school maar ze volgde liever privé-lessen. Ze moest ook een jodenster dragen. Dit vindt ze niet zo erg maar ze kan niets meer doen wat niet mocht. En wat ze eerst stiekem kon doen.

Ze heeft ook heel veel brieven naar haar vriendin Ans geschreven. Ze schreef daar maatregelen in die werden gemaakt door de Duitsers. In de eerste brief schreef ze dat ze een jodenster moest dragen en dat ze een kleiner huis hadden gekregen. Dat kwam omdat het oude huis was gevorderd door de Duitsers. Gevorderd is ingepikt. Ze moest wennen aan een heel klein huis vooral omdat ze gewend was in een groot huis te wonen. In de tweede brief vertelde ze dat ze hun waardevolle spullen in moesten leveren. Daarmee was ook het goud, zilver en het geld weg. En met wat ze over hielden hadden ze eigenlijk te weinig aan. Wat ze ook niet fijn vindt is dat ze hun fietsen moeten inleveren. En ze moet ook om acht uur thuis zijn. Dat vindt ze niet erg. Eigenlijk hoopt ze op betere tijden. In de derde brief moeten ze tussen drie uur en vijf uur boodschappen doen. En ze mochten niemand meer op bezoek laten komen. Dat vindt ze heel, heel erg verschrikkelijk. In brief vier wordt er nagekeken of ze nog waardevolle dingen hebben. Ze moeten vóór 15 oktober naar Polen of naar Amsterdam om te werken of zich opnieuw te laten registreren. Ze is bang en woedend tegelijk. En in de vijfde brief moeten ze zich melden bij de SicherheitsDienst voor tewerkstelling. Ze is heel erg geschrokken en in de zesde brief moet ze naar Kamp Vught. Dat vindt ze heel akelig, en ze is ongerust, en in brief zeven moeten zo vóór 10 april naar Kamp Vught. Wat een pluspuntje was van al die brieven naar Ans, was dat ze veel moed heeft gehouden en gezelschap gehad heeft van de brieven die Ans terug schreef.

In juli moest de vader van Fanny naar Drenthe voor een keuring. Hij heeft veel geprobeerd om eronder uit te komen. Hij is naar Amsterdam gegaan en ook naar Barneveld. Hij heeft gevraagd voor uitstel en heeft kort gewoond bij een tandarts.

Fanny is natuurlijk heel veel verhuisd. Op 1 februari 1923 is ze in 's-Hertogenbosch geboren. Op 10 april 1934 verhuisde ze naar Huize Muyserick. Ze was toen 11 jaar. Op 21 april 1942 verhuisde ze naar Taalstraat 24 in Vught omdat op Huize Muyserick vordering was gelegd. Ze was toen 19 jaar. Op 25 mei 1943 moest ze alweer verhuizen. Ze ging naar de Helvoirtseweg 33. Ze was toen 20 jaar. Dat is in Vught. Ze woonde toen bij een tandarts omdat op haar oude woning in de Taalstraat ook vordering was gelegd. Op 31 mei 1943 woonde ze in Westerbork vanwege tewerkstelling. Ze was twintig jaar. Op 17 september 1943 werd ze naar Auschwitz gedeporteerd en ze is op haar twintigste jaar vergast. Maar dat is niet een precieze datum want de administratie van de Duitsers werd later bijgewerkt.

Op school hadden we van de heer Teunissen ook nog vragen gekregen over haar:

1a Hoe oud waren vader, moeder en de kinderen Philips op 4 september 1940?
Vader: 51 jaar, Moeder: 50 jaar, Hans: 20 jaar, Fanny: 17 jaar.
1b Wat is het beroep van vader Philips?
Vader Philips was di-recteur van een sigarenfabriek
1c Waaruit blijkt dat familie Philips joods is.
Ze waren inge-schreven bij de Israëlieten
2a Welke gevolgen had de registratie van familie Phi-lips als 'personen van geheel of gedeeltelijke joodschen bloe-de' voor de schoolloopbaan van Fanny
Ze moest van haar oude school af en moest naar een speci-ale joodse school. Maar ze volgde vanaf toen privé-lessen
3a Hoe werd het zichtbaar gemaakt of iemand joods.
Je moest een Jodenster dragen
3b Wat vindt Fanny hiervan.
Ze vindt het niet erg, maar ze mag niets meer doen wat niet mag
4a Stel je voor: je bent gezinshoofd en draagt de verantwoording voor je partner en je kinderen. Steeds meer levensmiddelen kunnen alleen nog maar met bonnen verkregen worden. Om die bonnen te krijgen moet je geregis-treerd zijn. Vervolgens word je verplicht om je opnieuw te laten registreren. Waarvoor is niet precies duidelijk. Wel duide-lijk is dat je vijf jaar gevangenisstraf en verbeurd-verklaring van je eigen vermogen riskeert wanneer je je niet aanmeldt. Wat doe je? Laat je je registreren of niet?
Ja, want als je niet laat registreren moet je de bak in voor 5 jaar en je krijgt geen bonnen. Maar als je joods bent?

Fanny schreef veel met heer vriendin Ans. In de brieven had Fanny haar mening gezegd over de maatregels die de Duitsers maakten

Brieven Maatregel Reactie van Fanny
Brief 1
1. Jodenster dragen
2. Vordering huis
3. Niets meer mogen Ze vindt het niet erg
Ze moet even wennen
Ze vindt het niet leuk
Brief 2
1. Al het goud en zilver en het geld inleveren
2. Fietsen inleveren
3. Voor 20.00 thuis zijn Wat ze overhouden is
te weinig
Dit vindt ze niet fijn
Brief 3
1. Tussen 3 en 5 boodschappen doen
2. Niemand meer op bezoek ??
Heel erg
Brief 4
1. Lijst maken van meubels en waardevolle dingen
2. Voor 15 oktober naar a’dam of polen Woedend

Bang
Brief 5 1. Melden bij SD voor tewerkstelling Geschrokken
Brief 6 1. Joden naar Kamp Vught Akelig
Brief 7 1. Alle joden voor 10 april in kamp Vught Vreselijk

6 Waaruit blijkt dat de vriendschap van Ans en Fanny heel belangrijk was.
Ze gaven elkaar moed en steun

8 In juli 1942 schreef Fanny Dat haar vader was opgeroepen voor keuring bij Westerbork.
Hij heeft geprobeerd er onderuit te komen.
Hij is naar A’dam gegaan, Naar Barneveld gegaan. Hij heeft om uitstel gevraagd. En heeft voor kort bij een tandarts gewoond.

9
Datum Adres Reden Leeftijd
1-2-1923 Den Bosch Geboorte 0 jaar
10-4-1934 Muizerick in Vught Verhuizen 11 jaar
21-4-1942 Taalstraat 24 in Vught Vordering vorig huis 19 jaar
25-5-1943 Helvoirtseweg 34 in Vught Vordering vorig huis 20 jaar
31-5-1943 Westerbork Werk 20 jaar
17-9-1943 Auschwitz Deportatie 20 jaar

10a Wanneer kwam Fanny in Westerbork aan
op 1 juli 1943
10b Wanneer is Fanny uit Westerbork vertrokken
Ze is vertrokken in eind juni tot half september in 1943
10c Geef een verklaring waarom de gegevens van het bevolkingsregister van Westerbork afwijkt
De administratie werd later bijgewerkt
11
Bron Tijdstip Doel maatregel
2.02 4 september 1940 Registratie joden
2.03 7 februari 1941 Aanmelden joden
2.04 15 september 1941 Verordening isolatie
2.06 29 april 1942 Jodenster dragen
2.07 30 juni 1942 Optreden joden openbaar verboden
2.09 7 september 1942 Rapport deportaties
2.10 5 april 1943 Oproep deportaties uit provincies
2.11 Zomer 1943 Werken in het kamp

12 De bezetter wilde joden registeren, vervolgens hen als groep te isoleren en te deporteren. Bewijs deze stelling.
Ze moesten jodenster dragen en vaak melden bij Westerbork

De videofilm "Lieve Kitty" gaat over Anne Frank. Deze hebben we op school bekeken. Het stukje wat nu komt gaat over dit verhaal.

"Lieve" Kitty komt van een dagboek van een meisje. Dat meisje heette Anne Frank. Anne schreef alles tegen haar denkbeeldige vriendin Kitty (dat was haar dagboek). Ze heeft ook op school gezeten. Die school heet tegenwoordig de "Anne Frank School". Bij haar in de klas zaten 13 kinderen die joods waren. Daarvan heb ik van vier kinderen een naam. Dat waren: Maurits, Ferdie, Dolf en Fredje. Van de 13 kinderen hebben vier kinderen de oorlog overleefd. Anne Frank is eigenlijk zelf Duits maar door de slechte omstandigheden die Hitler had gemaakt voor de joden, zijn ze naar Nederland gevlucht. Anne Frank en haar denkbeeldige vriendin Kitty waren elkaars beste vriendinnen. woonden in Nederland op het adres in het Merweerderplein. Dat was toen in de toen nieuwe wijk in het zuiden van Amsterdam toen de sterke Duitsers Nederland binnenvielen (op 10 mei 1940).

Op 5 juni 1943 had Anne's zus Margot een oproep kreeg voor tewerkstelling. Otto Frank (de vader) besloten te gaan schuilen. Onderduiken heette dat in de oorlog. Ze gingen onderduiken op een adres van Otto. Op dit adres werkte Otto eigenlijk. Het adres was Prinsengracht 263. Het was een kantoor. Maar er was nog een ruimte over. Ze hadden van een kast een draaibare gemaakt. Daarachter lag het schuilhuis van de familie Frank. Er waren nog 4 andere bewoners bijgekomen: Meneer Dussel, mevrouw en meneer van Daan. En hun zoon Peter. Anne is zelfs een tijd op Peter verliefd geweest. Maar ze had geen echte vrienden in het Achterhuis.

Op 14 juni 1943 begon Anne's dagboek. Eerst had ze een echt dagboekje maar toen die vol was ging ze verder in schriftjes. Maar een paar mensen wisten het adres van het schuilhuis. Die vertelden ook helemaal niks hierover. Na twee jaar zijn ze door iemand, nog steeds niet bekend wie, verraden. De Duitsers zochten bij een inval altijd naar kostbare dingen maar ze hadden Anne's dagboek niet meegenomen. Toen ze gevangen was genomen werd ze naar Westerbork gedeporteerd. En daarna werd ze naar Auschwitz gedeporteerd. Samen met haar huisbewoners. Peter stierf al bij aankomst bij Auschwitz. hiernaar werden Margot en Anne naar Bergen-Belsen gedeporteerd. Dat was een heel erg concentratiekamp maar het was geen vernietigingskamp. Margot werd heel erg ziek en kwam in een kampziekenhuis. Toevallig werd Anne ook ziek en kwam ze in de buurt te liggen van Margot in het ziekenhuis. Margot was gestorven en 1 maand voor de bevrijding was Anne ook gestorven. Haar vader Otto Frank had de oorlog wel overleefd. Na de inval kwam Miep (Een van de vrouwen die de familie Frank hielp met aanvoer van eten enzovoorts) kijken in het schuilhuis. Ze heeft de dagboeken meegenomen en bewaard. Ze heeft ze nooit gelezen en na de oorlog toen Otto terug kwam in Nederland heeft ze de dagboeken aan Otto gegeven. Anne heeft eigenlijk nooit een echt boek geschreven maar toch heeft Otto van haar dagboeken een echt boek laten gemaakt. Het boek heet "Het Achterhuis". In het schuilhuis waar Anne zat is nu een Museum voor Anne Frank.

Concentratiekampen

Concentratiekampen heb ik ook aan de beurt laten komen omdat zowel Fanny Philips als Anne Frank in het concentratiekamp Westerbork gezeten hebben. Aar over Westerbork weet ik niet zo veel. Eigenlijk heel weinig. Maar ik weet meer over Kamp Vught. We zijn ook met de klas naar Kamp Vught geweest. Later ben ik met Erik en Rianne er nog een keer geweest.

Je had twee soorten kampen. Je had vernietigingskampen en werkkampen. In de herfst van 1942 is er in Amsterdam bekend dat er een kamp komt in de buurt van 's-Hertogenbosch. Het schijnt dat het geen concentratiekamp zou worden. Het zou een modern onderkomen worden voor de SS. Vanaf toen maakten ze zich er niet meer druk over. Maar het is anders. Het was een werk- en een modelkamp geworden en het heette Konzentration-slager Herzogenbusch. De baas van Kamp Vught was Himmler. Dat was een SS-er. De eerste gevangenen kwamen aan op 13 januari 1943. Het waren 250 uitgeputte mannen. Het water was slecht en de keuken was nog niet klaar en de barakken ook nog niet helemaal. De bouw van het kamp kostte 13 miljoen gulden. Dat is eigenlijk door de joden betaald want de joden kregen extra hoge belasting. Toen de gevangenen aankwamen moesten ze zich aanmelden bij de administratie. Ze kregen een streepjespak met een bepaalde ster erop. Ze moesten in het begin veel sjouwen met stenen die voor het kamp waren. De joden werden gepest en moest een extra steen dragen en ze kregen een hondenbeet als ze niet renden. Daarom kwamen er veel mensen terug met hondenbeten in hun benen. 's Morgens en 's avonds moest je op appèl staan. Dan werd je geteld. Maar soms moest je ook op appèl staan voor straf.

Bij Philips werkten veel joodse mensen want die waren handig. Maar toen de joden werden opgepakt had Philips niet genoeg goede werkkrachten meer. Philips is naar het kamp gegaan en heeft gevraagd of hij daar een fabriek mocht oprichten en dat de joden daar dan konden werken. Zo konden de joden toch nog werken. Je kreeg goed te eten, in ieder geval beter dan in het kamp. Het was meestal gekookte aardappelen met vlees en groenten. Je moest bijvoorbeeld 10 knijpkatten maken, of batterijen. Dat was een soort dagtaak. Als je die afhad dan mocht je luieren maar je moest wel iets in je handen hebben voor als de SS-ers op inspectie kwamen. Dan dachten ze dat je werkte. Ze werden een beetje om de tuin geleid. In het gewone kamp was het leven niet zo fijn als in de fabriek. Je kreeg vaak koolsoep met vaak (rotte en) ongeschilde aardappels. Als je als laatste was, kreeg je meer te eten want dan waren de koolbla- deren naar de bodem gezakt. Je kreeg soms ook van familieleden pakketjes met allerlei lekkers erin. En als er straf was dan kwam er bijvoorbeeld "pakketspérre". Soms gooiden ze de pakketjes gewoon bij het eten. Dan had je bijv. koolsoep met jam. Dat vulde wel goed.

Als je dood was ging je naar de snijkamer en dan naar het crematorium. In het crematorium werd je verbrand. Je werd gecremeerd door Kapo Joep. Je as werd dan omgespit in de asputten.

De kinderen hadden een rooster. Er was ook in een barak een schooltje opgericht. Veel kinderen gingen graag naar het schooltje. Maar je had natuurlijk ook spijbelaartjes. Je had 24 leraren en na een transport werden er opeens 6 leraren vermist. De kinderen waren helemaal overstuur. In 1945 kwamen de geallieerden in Nederland. De kamphouder liet de gegijzelden vrij en zetten de joden op transport. Maar wat doe je met de verzetsstrijders? Die hebben ze gefusilleerd. Met 20 tegelijk. Gefusilleerd wil zeggen dat je wordt doodgeschoten. Nu is er op die fusilladeplek een monument opgericht.

Nu nog steeds gaan er nog heel veel mensen naar die fusilladeplaats. Vooral op 4 mei, want dan is het Dodenherdenking. Ik ben er zelf ook nog geweest met mijn vader. Alleen dat was ook voor de gezelligheid. Met mijn moeder ben ik wel eens naar de Dodenherdenking geweest. Toen was het heel druk.

Je zou zeggen dat de mensen hier iets goeds van hebben geleerd. Maar dat is niet zo want ze maken nog steeds gebruik van concentratiekampen. Met name in de oorlog in Joegoslavië. Dat is ook een discriminatieoorlog. Want als een Serviër een Moslim tegenkomt, dan vindt hij de Moslim op slag niks terwijl het vroeger een vriend van hem was.

4. Wat doen en deden ze tegen vooroordelen

Veel mensen doen dingen tegen vooroordelen. Er zijn een paar mensen bekend mee geworden. Een daarvan is Martin Luther King. Hij heeft gestreden tegen racisme. Racisme is dus ook een voorbeeld van een vooroordeel.

Martin Luther Kings jonge jaren.

Martin Luther King was geboren op 15 januari 1929 in Atlanta in Georgia. Dat is een klein staatje in het zuiden van de Verenigde Staten. Zijn opa had dezelfde naam als hij. Het gezin bestond uit zijn ouders en een broer en een zus en een grootmoeder die later gestoord werd en zich weer als kind ging gedragen. Zijn oma noemde King "ML". De kerk was erg belangrijk bij de zwarten. Ze noemden het hart van de zwarte gemeenschap. Zijn vader was predikant. Dat is een geestelijke. Veel mensen zochten troost voor het harde doordeweekse leven. De vader werd in de familie "daddy King" genoemd. Kleine Martin Luther King was een slim kereltje. Hij was net 5 jaar en kende al hele delen uit de bijbel. Hij studeerde altijd. Toen hij 15 was ging hij aar de school voor geestelijke mensen. Die school heette Morehouse College in Atlanta. Die school was een van de beste scholen voor zwarten. Op die school werden de zwarten ook aangemoedigd om over racisme te durven praten. Martin had het wel goed. Anderen waren er slechter aan toe dan hij. Hij leerde met racisme te leven.

Waarom verzette hij zich?

Vroeger toen King zijn familie nog in Afrika woonde, kwamen ineens de blanken langs en namen slaven mee. In een van die boten waar de slaven in werden getransporteerd zat de opa van King ook in. In zon boot is het ontzettend benauwd. Veel zwarten stierven dan ook.

Kings opa werd ook als slaaf verkocht aan de blanken. Dat ging zo: "Hier is een fijn gezond meisje. Ze zit goed in het vlees. Prima gebit. Doe je mond open, nikker. (Want ze keken naar het gebit, net zo als bij een paard.) Spieren genoeg om op het veld te werken. Intelligent genoeg om opgeleid te worden voor het huishouden. En ze is van goede afkomst. Wie doet er een bod?" En dan deed iemand een bod. Soms voor 100 $ en soms voor 1000 $. Als de Familie uit elkaar moest dan ging die uit elkaar.

In het beste geval werd je behandeld als een lieve hond. En in het slechtste geval werd je kortweg zonder genade afgemaakt. Dat was tot er een nieuwe president kwam: Abraham Lincoln. Die verklaarde een burgeroorlog om de slavernij af te schaffen. Die oorlog hadden ze gewonnen en er was geen slavernij meer.

Daarvoor verzette King zich.

Opgroeien met racisme.

Zoals bij alle zwarte kinderen werd martin achternagezeten door racisme. Elke dag herinnerde hij zich twee kleine dingen. Een dat hij maar een neger was en twee dat hij een tweederangs burger was. Toen hij klein was mocht hij plotseling niet meer met zijn blanken vriendjes spelen. Want zijn blanke vriendjes waren te oud geworden om nog met zwarte kinderen te spelen. Martins ouders legden uit dat hij nooit moest geloven dat hij minderwaardig was. Maar toch voelde Martin zich diep gekwetst.

Als een zwarte een slokje water wilde drinken mocht dat niet bij een gewone kraan maar moest dat bij kranen voor toeristen. Dat as ook zo bij een bioscoop Hij moest boven gaan zitten en mocht niet bij de blanken. Enzovoorts. Op veel dingen hingen bordjes met "alleen voor blanken". Alles was speciaal voor blanken gemaakt.

Boycot

Heel veel zwarten gingen met de bus naar het werk of naar de school. Als eerste moesten ze geld geven aan de chauffeur en dan moesten ze achter in de bus gaan zitten maar ze moesten wel helemaal omlopen. Je moest ook opstaan voor de blanken als en blanke wou zitten. Maar een mevrouw deed dat niet. Ze heette Rosa Parks.

De zwarten kwamen toen bijeen. Ze hadden plannen om de bussen te boycotten. Dat betekent niet gebruiken. Toen kwamen de zwarten in actie, alleen natuurlijk niet in gewelddadige actie.

Ze moesten heel snel te werk gaan want de verontwaardiging was heel erg groot. De geestelijke zwarten verspreiden het nieuws tijdens de zondagsdienst. Daar stond onder andere in dat ze niet met de bus moesten gaan.

King stond vroeg op, op de eerste dag van de boycot. Hij zat nog in de keuken toen er een bus langs kwam. Meestal waren die overvol beladen met zwarten maar nu niet. Corretta riep King gauw bij langs het raam om het te laten zien.

De boycot was begonnen. King reed door de staten voor inspectie. Het liep beter dan hij had durven hopen. Overal liepen zwarten langs de weg. Dat deden ze liever dan met de bus te gaan. Velen gingen ook liften of waren met paard of ezel. Ongeveer 17.500 mensen gingen per dag met de bus naar het werk. Dat is 3/4e deel. Er was geen spoor van geweld dus de politie had geen aanleiding iemand op te pakken. Het gaf de zwarten een hart onder de riem.

Een strenger beleid.

De protestactie werd wereld bekend gemaakt. Dat maakte de blanke militanten (dat zijn de blanke slechteriken, zullen we ze maar even noemen) juist nog bozer. De wereld lachte hen uit. Want ze stonden voor schut door een stelletje "brutale nikkers". Omdat de boycot zo goed ging, gingen ze dat in een heleboel steden van Amerika doen. Totdat er een speciale wet werd ontworpen dat je niet meer mocht boycotten.

De Freedom Riders.

In de zomer van 1961 trokken groepjes zwarten en blanken stu-denten met de bus vanuit het noorden naar het zuiden. Ze noemde zich de "Freedom Riders". Dat betekent: "Vrijheids Rijders." De racisten reageerde nog bozer toen ze ook blanken in de bus vonden die in de buurt woonden. Ze vonden ook dat de rijders geen recht hadden om zich met de zaken van het zuiden te bemoeien. Ze zochten ruzie, was de conclusie. Toen kwamen de rijders bij de Ku Klux Klan. Ze waren gewapend honkbalknup-pels en loden pijpen. De ongewapende rijders werden flink afgetuigt. Sommigen strijders konden nog net wegvluchten toen de bus in de brand werd gestoken.

King vond dat de vrijheid strijders hulp nodig hadden. Toen hij in de kerk om hulp vroeg aan de mensen, kwam een blanke vertellen dat buiten de blanken zich verzamelden. Op dat moment was de gloed van vuur te zien. Ze hadden de auto's in de brand gestoken en gooiden de ramen in met heel veel stenen gevolgd door gasbommen. Net op tijd kwam de groep: "National Guard" om deze rel te stoppen.

King in de gevangenis.

Tijdens de eerste grote mars van 12 april werd King gevangen genomen en naar de gevangenis van Birmingham gebracht. Maar hij was het wel gewend om achter de tralies te zitten. Hij wist toch wel dat hij liefde en steun van het volk zou krij-gen. Het was moeilijk voor zijn vrouw Coretta. Maar ze was toch trots op hem. Terwijl King in de bak zat schreven geeste-lijk blanken brieven dat King alleen moeilijkheden gaf. En ze spoorden de zwarten aan te stoppen met demonstreren. King was diep gekwetst, maar hij werd gauw weer vrijgelaten.

Speech

King moest een speech doen. Een speech is een toespraak. Het zou een belangrijke speech worden. Hij had zijn speech goed voorbereid. Want hij vond dat er heel veel vanaf hing. Hij moest de juiste woorden vinden. En dat was niet zo makkelijk. Er waren 250.000 mensen gekomen om te luisteren. Toen hij voor die mensenmassa stond legde hij zijn speech opzij en ging spreken wat hij in zijn hart voelde. Hij begon met de zin: I HAVE A DREAM. En hij eindigde met de zin: FREE AT LAST, FREE AT LAST, THANK GOD ALMIGHTY, WE ARE FREE AT LAST.

De speech ging over dat hij droomde dat de wereld helemaal vrij was van discriminatie, dat iedereen geaccepteerd werd in de omgeving, en dat iedereen elkaar hielp als er iets gebeurt. Maar zijn wens kwam niet uit. Want vier weken later werd een kerk van Martin gebombar-
deerd. Waardoor vier meisjes werden vermoord. En nog geen maand later werd John F. Kennedy doodgeschoten.

In oktober kreeg King de Nobelprijs voor vrede.

Verkiezingen.

Door de vroege dood van John F. Kennedy waren er vroeger verkiezingen dan normaal. De zwarte mensen probeerden toen ook te stemmen. Maar dat mocht niet omdat ze werden weggejaagd of ze hadden geen goede stemformulieren.

Toen schreef King een brief naar de regering. Daar stond in dat er meer mensen in de gevangenis zaten als de genen die mochten stemmen van de zwarten. En dat Kennedy kiesrecht had gegeven aan de zwarten. Toen mochten de zwarten wel stemmen. Er was een overwinning van de zwarten.

Demonstraties.

Overal waar demonstraties werden gehouden waren ook rellen. Die waren van de KKK. Want die wouden niet dat de demonstraties van de zwarten hielpen. Ze mishandelde de zwarte zo erg dat ze naar het ziekenhuis moesten.

Bull Connor valt aan

King vertrok nadat hij weer was vrijgelaten om de studenten te steunen. Tot zijn verbazing kwamen niet alleen studenten maar ook kleine kinderen. Toen moest hij hard denken aan zijn eigen kinderen. Hij wist toch heel goed wat hij moest doen. De toekomst van die kleintjes stond op het spel. Ze gingen mee protesteren. Het had als gevolg dat zoveel kinderen gearres-teerd werden dat er schoolbussen moesten worden ingezet om ze naar de gevangenis te brengen. Jongeren van rond de 16-17 liepen naast kinderen van 6. De volgende dag kwamen de jonge-ren weer bijeen om te protesteren. Ze beginnen bij de 16th street Baptist Church. Ongeveer 1000 kinderen gingen demon-streren en liepen zingend over de weg: " Wij willen vrijheid." Ze botsten op een indrukwekkende strijdkracht die Bull Connor had moeten opbouwen. Bull Connor was een blank hoog persoon. Toe Connor de kinderen beviel rechtsomkeer te maken negeerden ze hem. Toen hij het nog een keer vroeg stapten ze gewoon verder. Plotseling gaf Connor het bevel om aan te vallen. De brandweerlieden richten hun slangen op de studenten. Toen spoten sterke waterslangen als vuistslagen de mensen weg alsof het blaadjes papier waren. Hun kleren scheurden door de brute kracht van de waterstralen. De kinderen werden helemaal afge-tuigd. Soms werden ze bloedend achteruitgedreven. De kinderen werden natuurlijk woedend en gooiden met alles wat ze konden naar de brandweerlieden. Toen werd de politie gestoord en liet de honden los. Grommend en bijtend vlogen die op de kinderen af. Connor lachte luid en riep: "zie die nikkers eens lopen." Maar de televisiemensen maakten er opnames van zonder te stoppen. De kinderen waren erg geschrokken door de waterslagen die ze tegen de grond aandrukten en de grinnikende politie. De volgende dag was alles op de TV te zien. De Amerika-nen waren diep geschokt.

Op 5 mei 1963 gebeurde er iets heel raars. De zwarte geeste-lijke leidden een mars naar de gevangenis van Birmingham. Ze zongen liederen en zoals gewoonlijk kwamen ze ook bij politieagenten in een rijtje die hen de weg versperde. Heel even stopten de demonstranten, ze knielden en gingen bidden. Daar stapten ze gewoon verder. Bull Connor was er ook en hij riep: "De brandweerslangen!" En nog eens: "Verdomme pak de brandweerslangen toch." Maar de politie en de brandweer de-den niets. De politie lieten de demonstranten er gewoon door. Connor was machteloos geworden want zijn troepen hadden hem in de steek gelaten.

Hoe is Martin Luther King doodgegaan.

Martin ging op 4 april 1968 naar Memphis om arbeiders die daar gelijk loon voor gelijk werk eisten. Zijn medewerkers en personeel van het vliegtuig waren erg bezorgd. Er was de laatste tijd zoveel geweld. Ze kamden heel het vliegtuig uit, maar alles leek in orde te zijn. Maar ondertussen was King wel te laat voor zijn ontmoeting met de arbeiders. Hij vertelde waarom hij te laat was en dat hij vele bedreigingen met de dood kreeg. Hij vertelde ook dat hij niet lang meer zou leven, wat de meeste mensen wel doen. Alleen daar was hij niet zo ongerust over. Toen begon hij over een ander onderwerp maar het leek alsof hij wist dat er op die dag zou gebeuren. Na de speech zat hij in het hotel en ging hij samen met zijn vrienden alles bespreken. Toen gingen ze naar buiten om even de benen te strekken op het balkon. Toen klonk er een scherpe knal: "PANG". King was in de nek geraakt. Hij wankelde en viel ten slotte neer. Zijn vrienden keken of hij het zou overleven maar de kogel was in zijn nek geëxplodeerd. Hij stierf in het ziekenhuis.

Op zijn grafsteen staat:

Free at last. Free at last. Thank God almighty I'm free al last.

Oftewel:

Eindelijk vrij (2x) Dank aan de almachtige god dat ik uiteindelijk vrij ben.

Overige acties
Er zijn natuurlijk meer mensen die wat doen tegen vooroordelen. Ze protesteren niet allemaal tegen rascisme. Emancipatie is de gelijkheid tussen man en vrouw. Er zijn veel mensen die daar moeite voor doen. Er zijn ook mensen die moeite doen tegen de leeftijdsdiscriminatie. Bijvoorbeeld dat bedrijven niet meer zeggen hoe oud iemand moet zijn die om werk vraagt.

Er worden ook liedjes over geschreven. Dhr. Wagenaars heeft het grote pestlied geschreven. Hierna staat een lidje over rassendiscriminatie:

Liedtekst: Zwartwit

Hij liep daar in de stad 's avonds laat
Plotseling aan de overkant zag hij ze staan
Iemand riep: "Je hoort niet bij ons."
Messteekpijn
Denk goed na aan welke kant je staat
Denk niet wit denk niet zwart.
Denk ziet zwartwit.
Denk niet wit denk niet zwart.
Denk niet zwartwit.
Maar in de kleur van je hart.
Maar in de kleur van je hart.
Donker was de straat.
Op weg naar het plein.
Een taxi het is te laat het is voorbij.
Wie wil er bloed op de achterbank.
Van de werkelijkheid.
Denk goed aan welke kant je staat.
Denk niet wit denk niet zwart.
Denk niet zwartwit.
Denk niet wit denk niet zwart.
Denk niet zwartwit.
Maar in de kleur van je hart,
Maar in de kleur van je hart,
Maar in de kleur van je hart,
Maar in de kleur van je hart.

Van de Frank Boeijen Groep

5. Conclusie

Er zijn nog steeds heel veel vooroordelen in de wereld. Veel mensen proberen die vooroordelen eruit te halen. Ik denk dat dat nooit zal lukken. Het is toch nog heel stereotiep. Dat betekent niet dat we het niet moeten blijven proberen het te stoppen want het helpt altijd nog wel een klein beetje en vele kleine beetjes kunnen toch wel iets heel groots worden.

6. Bijlagen
1.1. Krantenknipsels
1.2. Bronvermelding
1.3. Begripsomschrijving

Vragen en opdrachten

Opdracht 1
a) Vooroordeel = ongegronde mening
b) Stereotiep = een mening die onveranderlijk is
c) Generalisatie = een bepaald gedrag toekennen aan een hele groep
d) Superioriteitsgevoel = het gevoel hebben dat je beter bent
e) Identiteit = 1)gelijkheid; de eenheid van een wezen, bewijzen dat men de persoon is voor wie men zich uitgeeft.2)eigen karakter
f) Identificeren = je eigen persoonlijkheid halen uit die van iemand anders, hetzelfde willen zijn
g) Zondebok = bok waar de Israëlieten op Grote Verzoendag al hun zonden oplaadden en hem dan offerden. Tegenwoordig: degene die altijd de schuld krijgt
h) Discriminatie = het onderscheid maken, het apart stellen van een bepaalde groep of persoon
i) Waarde = ongeschreven persoonlijke regels
j) Normen = Richtlijnen
k) Cultuur = Beschaving
l) Racisme = rassenwaan
m) Respect = eerbied, ontzag
n) Roddel = praatje dat niet waar is, achter iemands rug om
o) Laster = roddel in zeer ernstige vorm, kwaadsprekerij
p) Autochtoon = de oorspronkelijke bewoners van een land of gebied
q) Allochtoon = bewoners die van elders afkomstig zijn
r) Groepsdruk = gedrag vertonen wat de groep waar je bij wil horen van je wil zien
s) Tolerantie = verdraagzaamheid jegens andersdenkenden

Opdracht 2
Hoe werkt het zondebok mechanisme? Leg uit aan de hand van het driehoekschema.

Als je een van de wegen weghaalt, dan kan er niets meer gedaan worden. Als de meelopers opeens weggaan dan heeft de pester geen aanhangers meer. Als je de zondebok weghaald dan heeft de pester en de meelopers niets meer om te pesten. Als de pester weggaat dan heeft hebben de meelopers geen leider meer en dan is de zondebok geen zondebok meer.

Opdracht 3
Waarom zijn vooroordelen een vruchtbare bodem om zondebokken?
Het is heel makkelijk om zo iemand te pesten want dan denk je dat je er een "rede" voor hebt terwijl je die dan niet hebt.

Opdracht 4
Leg uit waar het woord zondebok vandaan komt.
Het komt van een religie, die religie heeft de gewoonte om een bok te gebruiken. Die bok kreeg dan overal de schuld van en werd in de woestijn gejaagd.

Opdracht 5
A) Wat beteken het woord discriminatie letterlijk
Het betekent onderscheid maken, maar als het een Latijnse betekenis heeft dan weet ik het niet.
B) Wat is het verschil tussen positieve discriminatie en negatieve discriminatie
Positieve discriminatie is goed bedoeld en negatieve discriminatie is slecht bedoeld.
C) Geef voorbeelden
Ga terug naar je eigen land, nikker! (Negatief) Vrouwen krijgen de voorkeur! (Positief)

Opdracht 6
A) Wat is het precieze verschil tussen een feit en een mening
Een feit is berust op kennis en een mening is dat niet
B) Geef voorbeelden!
Een zee is van water (Feit), Die paraplu is mooi (Mening)

Opdracht 7
A) Zijn alle mensen gelijk. Leg uit!
Nee, als wij allemaal gelijk waren dan was ook ons DNA gelijk, en dat is niet zo.
B) Zijn alle mensen gelijkwaardig. Leg uit!
Ja, want wij hebben de zelfde rechten.

Opdracht 8
Wij hebben op onze school bij de ingang een mooie plaat aan de muur hangen met daarop de woorden "school zonder racisme". Beschrijf welke ideeën jij hebt, wat er volgens jou allemaal zou moeten gebeuren, door wie om deze woorden waar te maken. Kortom: Hoe kunnen wij er voor zorgen dat wij echt een school zonder racisme zijn.
Ik vind dat de mensen die aan racisme doen heel hard moeren worden aangepakt (Straffen, schorsen of zo.) Je kunt er ook in de klas over praten via leraren. Kinderen moeten het zeggen als er gediscrimineerd is maar ze mogen anoniem blijven. Als er in die klas wordt gediscrimineerd moet je er toch nog extra aandacht aan besteden.

Begrippentekst
In de wereld is veel discriminatie en racisme. Dat komt omdat iets een andere cultuur heeft of andersdenkende is. Een andersdenkende moet je toch proberen te tolereren. Maar toch komen er heel vaak zondebokken uit. Veel mensen gaan discrimineren omdat de groep dat wil. Dat heet groepsdruk. Als je zelf een autochtoon bent dan discrimineer je meestal geen autoch-tonen. Maar dan discrimineer je meestal allochtonen. Maar je moet die mensen niet discrimineren want iedereen is gelijkwaardig.

7. Wat ik er van vond

Ik vond het een heel erg moeilijk hoofdstuk. De titel zegt mij niet veel met wat ik moet doen ik heb hulp bij mijn ouders gevraagd en die hebben mij heel veel geholpen. Mijn vader vooral met de indeling van het werkstuk en mijn moeder met het typen maar ik heb wel zelf de tekst zelf geschreven. Ik vind dat ik er wel te laat aan ben begonnen. Het liedje van de Frank Boeijen Groep. Ik heb het liedje uit de bieb gehaald.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

E.

E.

leuk

11 jaar geleden

A.

A.

Ik vind het een zeer dom vooroordeel dat Belgen minder intelligent zijn dan Nederlanders. Niet alleen op de wereldranglijst van beste landen op gebied van taal staan we veel hoger, ook op gebied van wiskunde en wetenschappen. Nederlanders gaan vaak op vakantie naar Frankrijk, maar kunnen zich amper of niet behelpen in het Frans. Terwijl wij Belgen al Frans krijgen vanaf ons 11 jaar. Jullie proberen jullie dan uit te drukken in het Engels, maar dat ljik ook nergens naar. Dus denk maar goed na voor je zoiets durft beweren. Ik hoop dat je het nu slechts een vooroordeel vindt en dat dit niet meer je eigen mening is.

11 jaar geleden

L.

L.

Anonieme, dit is een typisch voorbeeld van een vooroordeel. Je probeert je te beschermen en te verdedigen, en natuurlijk mag dat. Alleen denk ik dat je dit verkeerd aanpakt. Er zijn heus wel Nederlanders die geen Frans kunnen en zich nauwelijk kunnen redden met hun Engels, maar vrijwel alle middelbare scholen in Nederland, waar je op de gemiddelde leeftijd van 12 jaar heen gaat, geven kinderen Franse, Engels en eventueel Duitse les. Frans wordt hier dus vanaf je 12de jaar gegeven. Er zijn echt wel mensen die zich hier niet mee redden en die alles vergeten en die niet slim zijn. Er zijn domme Nederlanders. Maar dat neemt niet weg dat er geen domme Belgen zijn, want ook die lopen op de wereld rond. En wie ooit begonnen is met die mopjes over Belgen heeft vast willekeurig iemand uitgezocht, of de Belg geassocieerd met een vriend die Belg is. Ik hoop dat je beseft dat ook jij nu een vooroordeel hebt getrokken, want een vooroordeel is niets anders dan iemands mening.

Groetjes Louise

9 jaar geleden