Lesuitval, een mondkapjesplicht, onzekerheid over de eindexamens... Wij zijn benieuwd hoe jij met de coronacrisis omgaat en wat jij vindt van de maatregelen. Doe mee met ons corona-onderzoek! 😷🦠🏫 We zoeken nog extra jongens!

Doe mee


ADVERTENTIE
Open Dag = online ontdekken en ontmoeten

Bezoek onze Online Open Dag dit jaar vanaf je bank! Ontdek bijzondere verhalen van onze studenten en docenten. Stel je vragen. Én luister naar onze gezellige radioshow! Klaar voor een toekomst als student in het hbo? 

Meld je dan nu aan!

De toetsing voor het vak ‘Literatuur en Film’ van de Fontys Hogescholen te Tilburg bestaat niet uit een tentamen, maar uit een werkstuk. Dit werkstuk moet aan een aantal criteria voldoen, die beschreven staan in de Syllabus ’Film en Literatuur’ van Bert Dussenbroek.
Het voorwerk, het bekijken van de film, het lezen van het boek, de diverse analyses, het was allemaal even leerzaam en leuk om te doen.
‘Oeroeg: het boek en de film’ is een lijvig werkstuk geworden, in ogenschouw genomen dat het boek slechts iets meer dan 100 bladzijden bevat en de film nog geen twee uur duurt.


De complexiteit van het onderwerp en de uiteenlopende invulling van de verhaallijn zijn er debet aan dat het werkstuk zo’n 30 pagina’s telt.
Dit is het moment om Bert Dussenbroek te bedanken voor zijn enthousiaste uitleg in de lessen en zijn enthousiasmerende houding daarbuiten.
Ik wens de lezer veel leesplezier toe.
Samenvatting
Het werkstuk ‘Oeroeg: het boek en de film’ is een analyse van het creatieve product ‘Oeroeg’ van de hand van schrijfster Hella Haasse. Dit boek is gebruikt als uitgangspunt om een film te maken over de misstanden in Nederlands Indië en de onafhankelijkheidsstrijd die tot Indonesië geleid heeft.
Ik spreek opzettelijk over een uitgangspunt, omdat de makers van de film een heel andere weg ingeslagen zijn dan je zou verwachten als je het boek van Hella Haasse gelezen hebt. Op verlei creatief vlak zijn andere keuzes gemaakt, bijvoorbeeld perspectief, karakters, typecasting. Dit doet geen afbreuk aan de kwaliteit van de film, maar werpt een totaal ander licht op de historische feiten.
Waar het boek een open einde kent, kiest de regisseur voor een bevredigende afloop van de gebeurtenissen. Het boek oordeelt niet of nauwelijks terwijl de filmmaker een scherpe aanklacht indient tegen de Nederlandse regering en de Nederlanders die ooit de baas waren in Nederlands Indië.


Inleiding
Om tot een objectieve vergelijking tussen een boek en zijn verfilming te komen, is het noodzakelijk dat beide creatieve uitingen eerst op zichzelf geanalyseerd worden en daarna pas met elkaar vergleken worden. daarom vindt u in hoofdstuk 2 de analyse van het boek Oeroeg, in hoofdstuk 3 vindt u informatie over de schrijfster van het boek, Hella Haasse. Daarna wordt de film besproken. In hoofdstuk 4 staat de analyse van de film Oeroeg en pas in hoofdstuk 5 ga ik de twee uitingsvormen met elkaar vergelijken.
In hoofdstuk 6 volgt dan nog een recensie die geschreven is om geplaatst te worden in een regionaal dagblad.
In dit rapport ontbreekt het hoofdstuk ‘Conclusies en aanbevelingen’ omdat die verwerkt zijn in de recensie.
Het boek Oeroeg
Technische gegevens
Schrijfster Hella S. Haasse
Uitgeverij Querido's Uitgeverij B.V., 1991
Aantal pagina's 122.
Oorspronkelijk uitgegeven als Boekenweekgeschenk, in 1948. De schrijver van het boek was niet bekend toen het als Boekenweekgeschenk uitgegeven werd. Dat is pas later bekend gemaakt, omdat het hele onderwerp erg gevoelig lag in de maatschappij anno 1948.
Het verhaal
Feiten
Het verhaal wordt verteld door de zoon van een Nederlandse administrateur die bevriend was met de Indische jongen Oeroeg en speelt zich af in de jaren voor de Tweede Wereldoorlog (twintiger-dertiger jaren). Hun moeders zijn tegelijkertijd zwanger en zij groeien samen op van baby tot jongeman, omdat de moeders vriendschappelijk met elkaar omgaan.
De Hollandse vrouw heeft in de directe nabijheid geen contact met sekse- en rasgenoten. Daar komt bij dat zij en de mandoersvrouw (Sidris) tegelijk zwanger zijn. Sidris is de vrouw van Deppoh, die een belangrijke functie heeft op de plantage van de vader. De jongens trekken er samen op uit, spelen, ravotten, vechten. Toch zijn er in de jeugdperiode al verschillen tussen de oosterling en de westerling op te merken: Oeroeg uit zijn vreugde nauwelijks tegenover mensen, maar hij kan dat wel tegenover dieren. In hun fantasiespelletjes genieten de jongens heel erg, meestal vinden die plaats in de omgeving van het huis waar Oeroeg woont. De vader van 'ik' juicht de omgang met de Indische jongen niet toe: 'De jongen hoort niet in de Kampong. Hij spreekt geen fatsoenlijk woord Hollands. Hij wordt je reinste Katjang.' Een employé moet 'ik' Nederlands leren en verder onderwijzen. Oeroeg ziet het zwijgend aan. Na enige tijd moet 'ik' de lagere school bezoeken in de stad en daar kun je alleen met de trein komen.
Gebeurtenis
In de ‘uitgezonden’ families gaat het er soms erg uitbundig aan toe. Er is geld in overvloed en dat impliceert dat er regelmatig feesten zijn waar de alcohol rijkelijk vloeit.
Als er gasten zijn bij de Nederlandse administrateur, wordt er een rit gemaakt naar Telaga Hideung, het Zwarte Meer, dat in het fantasiespel van Oeroeg en 'ik' steeds een grotere rol speelt. Er waren geheimzinnige verhalen over het meer in omloop, die de jongens zowel angst als verwachtingsvolle spanning inboezemden. 'Ik' mag mee naar het meer, Oeroeg is er vanzelfsprekend niet bij. Zijn vader, Deppoh, moet de weg wijzen en het vlot, waarmee gevaren wordt, besturen, samen met Danoeh, de tuinman. De Nederlanders zijn door drank door het dolle heen en het oude bamboevlot kan dat niet aan: een gedeelte ervan breekt af. De ik-figuur raakt te water en dreigt te verdrinken. Deppoh, die 'ik' gaat redden, raakt verstrikt in de waterplanten en verdrinkt.
Gevolgen
Sidris moet plaats maken voor de nieuwe voorman en verhuist naar een desa hoger op de berg. ‘De vader van de ik-figuur voelt zich schuldig en zorgt er voor dat Oeroeg ook naar school mag. Hij neemt de voogdij voor de jongen op zich. Als Oeroeg naar de Hollands-Indische school te Soekaboemi mag, komt hij in de bediendenvertrekken in het huis van ‘ik’ wonen. De vader van 'ik' betaalt de schoolopleiding.
Samen met 'ik' reist Oeroeg voortaan elke dag heen en weer. 'Ik' voelt ten aanzien van Oeroeg geen verschil in ras en rang.
De ouders van de ik-figuur hebben een beroerd huwelijk. De moeder voelt zich eigenlijk nooit op haar plaats in Indonesië en wordt verwaarloosd door de vader. Soms kleedt ze zich zelfs niet aan. De bedienden zijn allen op de hoogte van haar eenzaamheid. Zij begint een verhouding met de onderwijzer die ‘ik’ Nederlands moet leren. De moeder van 'ik' gaat voor onbepaalde tijd op reis, waarschijnlijk onder druk van vader, die de verhouding heeft ontdekt. De ik-figuur vindt het niet zo’n punt, hij wordt toch niet of nauwelijks opgevoed door zijn ouders, dus hij mist haar niet echt. Hij heeft veel meer contact met Oeroeg en diens familie.
Dan verschijnt Gerard Stokman, de nieuwe employé, in het leven van Oeroeg en 'ik'. Deze avonturier neemt de jongens mee op de jacht op wilde varkens, waarbij Ali, de koelie, allerlei verhalen vertelt. Gerard wordt heel belangrijk voor de beide jongens, ze vertrouwen hem en blijkbaar doet de vader van ‘ik’ dat ook, want de jongens gaan regelmatig een heel weekend met Gerard het oerwoud in, wat niet ongevaarlijk is.
Op een avond deelt de vader van 'ik' hem mee dat hij op reis gaat. Dat heeft verregaande gevolgen voor ‘ik’, want ook de moeder is nog steeds niet terug, dus we moet er dan op ‘ik’ gaan letten? De enige oplossing volgens vader is dat 'ik' in Holland verder zal gaan studeren op een kostschool; een scheiding met Oeroeg lijkt onvermijdelijk, maar er komt uitstel. ‘Ik’ kan gaan wonen in Soekaboemi bij Lida, 'een vrouw van onbestemde leeftijd', die afspraken heeft gemaakt met de vader van ‘ik’. Oeroeg blijft hij ontmoeten in spijbeluurtjes, Lida laat Oeroeg bij haar thuis komen en spoedig daarna verhuist hij voorgoed naar het pension van Lida.
Lida is het, die Oeroeg vooruit wil helpen om zich verder te ontwikkelen om arts te worden. Na de middelbare school zal Oeroeg naar de NIAS gaan, een school waar Indische jongens opgeleid worden om arts te worden. De jongens zijn nu weer dagelijks samen en gaan samen de puberteit in.
De vader van 'ik' komt na ruim een jaar weer terug: Hij heeft een nieuwe vrouw meegebracht. Met deze Eugenie, kan 'ik' niet goed opschieten. 'Ik' gaat in Batavia, waar Lida en Oeroeg inmiddels wonen, op de HBS (internaat). 'Ik' bezoekt Oeroeg en Lida geregeld. De jongens komen ook in aanraking met meisjes, meestal zusters van Oeroegs vrienden. Bij het meisje Poppie thuis leren ze dansen. De twee praten veel, over de meisjes, de films en hun toekomst. Oeroeg is sneller volwassen dan ‘Ik’ en heeft ‘iets’ met een kamerbewoonster van. Lida stuurt Oeroeg ook naar het internaat, waar hij erg moet wennen aan de discipline en de vorm van discriminatie die ‘Ik’ niet herkent, maar voor Oeroeg al heel normaal is.
In de vriendschap komt enige verwijdering, doordat Oeroeg veel omgaat met Abdullah Haroedin, een Arabische jongen die ook naar de NIAS zal gaan in Soerabaja.
Daar, in Soerabaja, wordt Oeroeg de zelfbewuste inlander die hij moest worden: Hij bekritiseerde de gouvernementsregelingen op medisch en hygiënisch gebied. Ook Lida verhuist naar Soerabaja en schrijft aan 'ik' brieven. 'Ik' vertrekt naar Holland om in Delft voor ingenieur te gaan studeren. Van Oeroeg en Lida neemt hij afscheid; de verwijdering tussen de twee vrienden is groter geworden: 'Ik heb veel contact - met gelijkgezinden. Er is veel te doen’, zegt Oeroeg. 'Ik' begrijpt hem niet, later in de ontmoeting wordt hem alles veel duidelijker, als Oeroeg hem antwoordt: 'Ik heb jullie hulp niet nodig, ik ga niet bij het Nederlandse gouvernement werken.' Als 'ik', na zijn studie voltooid te hebben, terugkeert in Indië, is de nationale geest veel sterker: de politionele actie breekt uit. 'Ik' ontmoet Oeroeg bij het meer, Telaga Hideung. De inlander staat voor hem met een getrokken revolver: 'Ga weg,' zei hij in het Soendanees, 'Ga weg, anders schiet ik. Je hebt hier niets te maken.' De strijd is hard, meedogenloos en onpersoonlijk. ‘Ik’ twijfelt :'Was het werkelijk Oeroeg? Ik weet het niet. Oeroeg zal ik nooit meer ontmoeten. Ik kende hem, zoals ik Telaga Hideung kende - een spiegelende oppervlakte. De diepte peilde ik nooit.'
De Personages
Verschillen tussen ‘ik’ en Oeroeg
'Ik' is in Indonesië geboren en voelt zich bij de Indonesiërs veel meer thuis dan bij zijn eigen ouders. Deze, en vooral zijn vader, verzetten er zich tegen dat hij een 'kampongjongen' wordt, maar aangezien ze zich verder heel weinig met de jongen inlaten, hebben zij op hem niet de minste invloed. Als Oeroeg in Batavia op hetzelfde internaat komt als 'ik', staan zij beiden ten opzichte van de andere jongens weldra in een geïsoleerde positie. Bij het afscheidsbezoek te Soerabaja vooral lijkt 'ik' te beseffen dat Oeroeg en Abdullah tot een andere wereld behoren. Van de nationalistische streven begrijpt hij niets. Op het eind, bij Telaga Hideung, herkent hij Oeroeg nauwelijks. Wat 'ik' aan verschillen tussen hemzelf en Oeroeg opvalt, als zij beiden ongeveer zes jaar zijn, is hoofdzakelijk nog maar uiterlijk. Oeroeg is eerder volgroeid. 'Ik' ergert zich aan zijn rood-worden in de felle zon. Hij juicht opgewonden bij een geslaagde vangst, Oeroeg is stil, beheerst. Oeroeg hitst dieren tegen elkaar op; hij was niet wreed, hem ontbrak alleen het gevoel, dat een Westerling vaak een dier moet sparen en eerbiedigen uit halfbewust verwantschapsbesef (citaat uit boek). Oeroeg kan uitstekend een vliegtuig nabootsen, 'ik' kan dit niet door 'een soort van verlegenheid, misschien schaamte, of onmacht tot een zo volledige overgave aan het spel'. 'Ik' leest graag, Oeroeg daarentegen tekent goed. Later in Batavia legt Oeroeg zijn Mohammedaans hoofddeksel, de topi, af, kleedt zich Europees en probeert, evenals de halfbloeden, zoveel mogelijk te verwesteren, wat voor een deel neer komt op nabootsing van sport- en filmhelden. Wanneer Oeroeg echter op het Europees internaat komt, waar 'ik' al eerder verbleef, gaat hij beseffen dat het verschil met de Europese jongens niet te overbruggen is. Er ontstaat een verwijdering tussen 'ik' en Oeroeg en de laatste zoekt meer contact met Abdullah. Als Oeroeg te Soerabaja voor arts gaat studeren, ontwaakt in hem het nationaal zelfbewustzijn. Hij studeert ijverig. Zijn onverschilligheid verdwijnt. Hij is vol kritiek op het Nederlandse gouvernement. Hij draagt zijn topi weer. Hij is nu een 'ernstige jonge Inlander, volwassener dan ik het was, en vervuld van een nieuw en ditmaal volkomen harmonisch zelfbewustzijn'. Hij 'bleek in het nieuwe milieu van progressieve studenten en jonge agitatoren tot een redenaar uitgegroeid te zijn'. Hij wil zijn land moderniseren, verwerpt de wajangpoppen, gamelan, bijgeloof, de Boroboedoer en wil 'fabrieken..., oorlogsschepen en moderne klinieken en scholen, en zeggenschap over onze eigen zaken'. Dan komt de oorlog. En bij hun laatste ontmoeting kan Oeroeg in zijn vroegere vriend niets anders meer zien dan de blanke, de vijand.

Andere personages
Vader In zichzelf gekeerd, ongelukkig met zijn huwelijk en kind, rechtlijnig, soms nors, weinig liefdevol ten opzichte van ‘ik’, weinig betrokken bij thuis.
Vader gaat ernstig over de grenzen van Deppoh heen als hij van hem verlangt dat hij in het water van het Zwarte Meer springt om ‘ik’ -nota bene de zoon van vader en niet van Deppoh- te redden. Tenslotte voorspellen de goden ongeluk als je dat doet, maar Deppoh is trouw aan zijn meester en negeert de innerlijke waarschuwing.
Later een heel andere man, dikker, vrolijker met zijn nieuwe vrouw Eugenie en zijn nieuwe kinderen. Ook dan is ‘ik’ nog niet belangrijk voor hem, tenzij er gestudeerd moet worden.
Moeder Eenzame vrouw die emotioneel verwaarloosd wordt door haar man. Zoekt haar aandacht in contacten met inlanders en later in een verhouding met de onderwijzer van ‘ik’. Lijkt een postnatale depressie te hebben. Verdwijnt uit het leven van ‘ik’ als de verhouding uitkomt en trekt zich niet veel meer aan van ‘ik’.
Sidris Voor ‘ik’ meer een moeder dan zijn eigen moeder, totdat het fatale ongeluk met Deppoh zich voltrekt. Daarna gaat ze meer en meer afstand houden, zeker als ze in de Desa te maken krijgt met armoede.
Deppoh Stille ernstige, volgzame onderdaan van de vader van ‘ik’. Is trouw en heeft verantwoordelijkheidsgevoel. Laat door zijn zwijgen wel duidelijk merken dat hij weinig waardering heeft voor de manier waarop de Hollanders met elkaar omgaan.
Lida Naïeve wereldverbeteraar, die telkens opnieuw probeert een bestaan op te bouwen in Indonesië door een pension te houden. Het is niet helemaal duidelijk waar Lida vandaan komt, maar ze lijkt wel van goede huize te zijn. Ze trekt zich het lot van Oeroeg aan omdat ze merkt dat hij intelligent is. Ze wil graag een betere toekomst voor hem en spant zich er erg voor in, zowel financieel als emotioneel. Ze doet alles voor hem, een soort persoonlijke genoegdoening. Oeroeg lijkt het vanzelfsprekend te vinden. Haar eenzaamheid en haar verlangen om iemand te bemoederen zijn er de oorzaak van zij zich hecht aan Oeroeg en alles doet voor zijn opvoeding. Zij gaat mee naar Soerabaja en 'verindischt'.
Gerard Stokman Hij is temidden van de andere employés een zonderling. Hij houdt van Indonesië en van de eenzaamheid. Hij oefent een geweldige aantrekkingskracht uit op de jongens, omdat hij zelf nog een 'jongen' is gebleven in zijn natuurliefde en zijn zucht naar avontuur. Hij is het met 'ik' eens, dat Oeroeg niet anders is dan de Europese jongens: 'Minder of meer zijn door de kleur van je gezicht of door wat je vader is - dat is nonsens.'
Eugenie De tweede vrouw van de vader van de ik-figuur. Sterke vrouw, het tegenovergestelde van de moeder van ‘ik’. Zij regelt het hele huishouden en houdt afstand van de bedienden in tegenstelling tot wat de moeder van ‘ik’ deed. Als er kinderen komen moet de ik-figuur het huis uit, naar Lida.
Locatie van het verhaal
Het verhaal speelt zich af op Java. Er wordt Soendanees gesproken door Oeroeg en zijn familie. Soendanees is een Javataal die gesproken wordt op Oost-Java (De grote Oosthoek, Deel 10 en Deel 21, 7e druk). Later in het boek gaan de hoofdpersonen naar Batavia, het huidige Jakarta (West-Java). Daar zullen ze Maleis gesproken hebben, want daar was Soendanees niet de taal.
Verteltijd
De verteltijd is ongeveer twee uur.
Vertelde tijd
De vertelde tijd neemt in periode van ongeveer vijfentwintig jaar in beslag. Het is niet duidelijk op welke leeftijd de ik-figuur besluit het verhaal te vertellen.
Het is een verhaal dat volledig in flashbacks verteld wordt. Het begint bij het einde en vertelt van daaruit de gebeurtenissen zoals ze zich ingeveer afgespeeld hebben.
Perspectief
Het hele verhaal wordt verteld vanuit de ik-figuur, dus een ik-verteller. Het perspectief is daardoor onbetrouwbaar. We krijgen het verhaal als zaten wij op de koffie bij de verteller.
Thema
Het is goed verdedigbaar om verschillende thema’s te benoemen, omdat het, hoewel een dun boekje, een erg complex onderwerp is.
Thema:
Hoe Nederlanders omgaan met anderen als zij denken dat zij de meerdere zijn.
Thema:
'Hoe twee vrienden van verschillend ras en verschilleden achtergronden langzamerhand uit elkaar groeien'. 'Ik' wil zich nu achteraf rekenschap afleggen van zijn verhouding tot Oeroeg: 'Misschien prikkelt mij zijn onherroepelijk, onbegrijpelijk anders-zijn, dat geheim van geest en bloed, dat voor kind en knaap nog geen problemen opwierp, maar dat nu des kwellender schijnt.' Zie ook 'Personages'.
Thema:
'De groei naar volwassenheid'. Bij de tocht naar Telaga Hideung begrijpt 'ik' niets van uitbundige plezier van de volwassenen; zijn gedachten zijn geheel bij de wonderlijke verhalen die over het Zwarte Meer ronde doen. Het hele conflict tussen zijn ouders gaat min of meer aan hem voorbij, Oeroeg daarentegen begrijpt er meer van. De liefhebberijen van de jongens bestaan oorspronkelijk uit bijvoorbeeld het verzamelen van postzegels en sigarenbandjes. Later, in Batavia, gelden hun gesprekken vooral over de school, hun kennissen, sport, bioscoop en meisjes. Als zij later nog eens in Kebon Djatih komen, genieten zij niet meer van het landschap en zwemmen in de rivier, omdat zij nu de wereld zien 'met ogen, die niet meer in staat bleken de reële wereld als een wereld van wonderen te zien... Wij waren geen kinderen meer'.
Thema:
Liefde is geen garantie voor een levenslange vriendschap. In het hele boek bemerkt je de liefde tussen de ik-figuur en Oeroeg. De liefde is niet over, Oeroeg heeft zich verhard ten behoeve van de vrijheidsstrijd en kiest uiteindelijk voor zijn roots. Dat wil niet zeggen dat hij niets meer voelt voor de ik-figuur. Het trieste voor de ik-figuur is dat hij nergens meer thuishoort. Oeroeg heeft tenminste zijn eigen volk. ‘Ik’ heeft geen ouders, geen eigen land (Indonesië is immers zijn thuisland, maar als blanke is hij daar niet meer welkom) en de veiligheid van Sidris is ook al weg en bovendien het veiligste en betrouwbaarste in zijn leven, de meest stabiele factor, zijn vriendschap met Oeroeg is wreed omgebracht.
Verhouding tot de werkelijkheid
Dit boek zou een biografie kunnen zijn; de feiten kloppen, de beschrijvingen zijn na te rekken. De personen zijn vermoedelijk fictief, hoewel je uit het verzwijgen van de schrijver op kunnen maken dat het wel degelijk om een waar gebeurd verhaal gaat.
De schrijver
1. Biografie
Op 2 februari 1918 wordt Hella (Hélène) S. (Serafia) Haasse in Batavia geboren. Zij is dochter van de concertpianiste Katharina Diehm Winzenhöhler en Willem Hendrik Haasse, die in Nederlandsch-Indië de belastingontduiking bestreed. In 1920 vertrekt het gezin Haasse voor een twee jaar durend verlof naar Nederland. Op 4 oktober 1921 wordt Willem Hendrik Johannes
geboren.
In 1922 keert de familie terug naar Indië, naar Soerabaja. Hier gaat Hella S. Haasse naar de kleuterschool en als zij zes jaar is naar een katholieke lagere school waar zij les krijgt van de
nonnen. In 1924 wordt haar moeder ziek en moet opgenomen worden in een sanatorium in Davos. Zij neemt de kinderen mee naar Europa. Hella woont bij haar moeders moeder in Heemstede en
vervolgens in een kinderpension in Baarn. In 1928 is de moeder hersteld van haar ziekte en zij steken weer over naar Nederlandsch-Indië. Na een jaar Bandoeng en een kort verblijf in
Buitenzorg, verhuist het gezin naar Batavia, waar Hella naar het lyceum gaat. Daar wordt haar liefde voor de Nederlandse literatuur gestimuleerd. Het zijn vooral de Nederlandse dichters die tot de verbeelding spraken: Slauerhoff, Roland Holst.
Na het eindexamen in 1938 vertrekt ze naar Nederland om aan de Gemeentelijke Universiteit van Amsterdam Scandinavische Talen en Letteren te gaan studeren. De bedoeling is dat het gezin in
1940 in Nederland herenigd zal worden, maar door het uitbreken van de oorlog verloopt alles anders. De ouders worden tijdens de Japanse bezetting van Nederlandsch-Indië geïnterneerd en
pas in 1946 zien zij in Nederland hun dochter, inmiddels getrouwd, terug.
In 1941 beëindigt zij haar studie Scandinavische Talen en Letteren en doet toelatingsexamen voor de Toneelschool in Amsterdam. In 1943 doet ze eindexamen aan de Toneelschool en speelt in een aantal voorstellingen. Na haar huwelijk met mr. Jan van Lelyveld in 1944 beëindigt Hella S. Haasse haar professionele toneelactiviteiten. Wel blijft ze teksten schrijven voor het zomercabaret van het Centraal Toneel-gezelschap. Ze schrijft ook voor Wim Sonnevelds cabaret en na de oorlog voor dat van Cor Ruys. Op 11 november 1944 wordt het eerste kind van Jan van Lelyveld en Hella Haasse geboren. Het meisje, Chrisje, zal in april 1947 overlijden.
Oeroeg verschijnt anoniem ter gelegenheid van de Boekenweek van 1948. Lezers mogen raden wie de auteur is. Na de verschijning van Oeroeg volgt een lange lijst literaire producties.
Op 15 december 1947 wordt Ellen Justine geboren, op 8 maart 1951 wordt dochter Marina geboren. In augustus 1981 verhuist Haasse met haar man naar het Franse plaatsje Saint-Witz, vlak bij Parijs. In december ontvangt ze de Constantijn Huygens-prijs voor haar gehele oeuvre. Op 26 juni wordt op het Muiderslot aan Hella Haasse de P.C. Hooftprijs (proza) 1983 uitgereikt.
toegekend voor haar gehele oeuvre. Op 25 maart 1988 wordt ze aan de Rijksuniversiteit Utrecht gehuldigd met een Eredoctoraat in de Letteren. Ze werkt mee aan Beatrix, Koningin, een groot
televisieportret voor de NOS, dat op 29 april wordt uitgezonden. In augustus 1990 keren Haasse en haar echtgenoot terug naar Nederland. In mei 1991 wordt haar het erelidmaatschap van de
Maatschappij der Nederlandse Letterkunde toegekend. In april 1992 ontvangt zij uit handen van koningin Beatrix de Eremedaille in Goud voor Kunst en Wetenschap in de Huisorde van Oranje.
In het najaar van 1993 wordt de verfilming van Oeroeg uitgebracht, onder regie van Hans Hylkema.
Boeken over Hella Haasse
1. Introduction 1995 Haasse, Hella S.
2. Overeenkomstig en onvergelijkbaar (over inspiratiebronnen bij Louis Paul Boon en Multatuli)
1995 Haasse, Hella Tilburg
3. Met groter L : sneeuw, koorts en Oostindische inkt 1995 Bosch, Veerle
4. Hella S. Haasse : interview 1995 Haasse, Hella S. Amsterdam
5. De scheidslijnen tussen romancier en biograaf, of Verhoudingen tot een personage 1995
Haasse, Hella S.
6. 'Ik heb me altijd en overal een buitenstaander gevoeld' : Annie Romeinprijs 1995 voor Hella
Haasse 1995 Haasse, Hella
7. Hella S. Haasse : [interview] 1995 Haasse, Hella S.
8. Een paar herinneringen aan W.F. Hermans 1995 Haasse, Hella S.
9. Klaproos 1994 Haasse, Hella S. Amsterdam Hella S. Haasse
Ander werk van Hella Haasse
Berichten van het Blauwe Huis, 1986.
Cider voor arme mensen, 1966.
De ingewijden, 1957.
De scharlaken stad, 1952.
De verborgen bron, 1950.
De wegen der verbeelding, 1983.
Een gevaarlijke verhouding of Daal-en-Bergse brieven, 1976
Een nieuwer testament, 1966.
Heren van de thee, 1992 (CPNB publieksprijs voor het Nederlandse boek, 1993)
Het woud der verwachting, 1949.
Huurders en onderhuurders, 1971.
Mevrouw Bentinck, 1978, 1982, 1990.
Oeroeg, 1948.
Schaduwbeeld of Het geheim van Appeltern, 1989.
Stroomversnellingen, 1945.
Transit, 1994 (Boekenweekgeschenk).
De film
Oeroeg is in andere landen uitgebracht onder de titel ‘Going home’.
Technische gegevens
Regie Hans Hylkema
Scenario Trevor Griffiths
Jean van de Velde
Schrijfster Hella Haasse
OEROEG
ook: GOING HOME
Hans Hylkema
Cast
Rik Launspach Johan ten Berghe,
Martin Schwab Oeroeg,
Peter Faber Van Bergen Henegouwen,
Tom van Bauwel Twan Mortier,
Josée Ruiter Lida,
Ivon=Yvonne Pelasula Rita,
Jeroen Krabbé Hendrik ten Berghe,Johans vader,
Joris Putman kleine Johan,
Ramelan Bekkema kleine Oeroeg,
Ayu Azhari Satih,
José Rizal Manua Deppoh,
Aus Greidanus Chris van Amerongen,
Marjon Brandsma Valerie van Amerongen,
Tom Jansen kolonel van Dalen,
François Beukelaers Van Woerkom,
Adi Kurdi TNI commandant,
Tuti Heru Sidris,
H.M. Damsyik oude man,
Chika Satih,1927,
Jef van de Water Abdullah,
Nyai Deni Pakis Baboe,
Clara Shinta verpleegster,
Saif Uddin Pemuda,
Herman, Abd. Rachman, Nanang Kokie,
Jochem Haaksma arts,
Het verhaal
Het boek 'Oeroeg' dient als uitgangspunt om een vriendschap tussen de Nederlandse planterszoon Johan ten Berghe en de Indische jongen Oeroeg te verbinden met de politionele acties in voormalig Nederlands-Indië.
De film begint waar het boek eindigde. Johan wordt in 1947 als luitenant uitgezonden naarIndonesië tijdens de Politionele Acties. Het land uit zijn herinnering is veranderd: zijn vader werd vermoord, de oud-kolonisten zijn verbitterd en de vrijheidsstrijd woedt in alle hevigheid. Johan gaat op zoek naar zijn jeugdvriend Oeroeg en stelt hem, wanneer zij oog in oog staan, de onontkoombare vraag: 'Kunnen wij nog vrienden zijn?'. Oeroegs antwoord is een schrijnende weergave van de ongelijke verhoudingen: 'niet zolang één Nederlander gelijk staat aan twaalf Indonesiërs'.
De film eindigt met de tekst: 'Het kostte ruim vijftienduizend mensenlevens, voordat Nederland op 27 december 1949 om half vier 's middags de zelfstandigheid van haar voormalige kolonie Indonesië erkende'.
In 1948 lag de kwestie Nederland-Indië nog erg gevoelig. Daarom werd het boekenweekgeschenk anoniem gedrukt. De roman heeft een open einde. In de film wordt ook aandacht besteed aan de politionele acties en de dekolonialisatie.
Muziek
Hennie Vrienten en Tristan Keuris.
Feiten en Weetjes
De film werd geselecteerd voor het internationale festival voor historische films in Parijs.
De film ging in november 1993 in België en Indonesië in première.
Gouden Kalf 'beste acteur' voor Rik Launspach tijdens de Nederlandse Filmdagen.
145.001 bezoekers (tot en met week 13-1994), nummer 32 over 1993.
Het scenario is in 1993 gepubliceerd als 13e deel in de reeks 'Het Nederlands Scenario'.
Première: 10 juni 1993
Lengte van de film: 114 minuten
De vergelijking tussen boek en film
Om tot een goede analyse te komen, maak ik gebruik van het analysemodel uit de syllabus Film en literatuur van Bert Dussenbroek.
1 a Stemmingsinleiding
Soldaten maken zich op om naar Nederlands Indië te gaan om in te grijpen bij de onrusten ten gevolge van de vrijheidsstrijd. Een van hen is Ltd. Johan ten Berghe, die geboren en getogen is in Indië. We zien een shot van een oefening, waarbij Peter Faber, die korporaal Van Bergen Henegouwen speelt, vertelt hoe je die ‘pinda’s’ om zeep moet helpen als je een dorp binnenvalt. Deze scene lijkt erg op de manier waarop Vietnam-films geportretteerd zijn in Amerika.
b Expositie
Soldaten in Nederlands-Indië
c Motorisch moment
De zoektocht naar vader en daarmee de inleiding in het verleden via de flashbacks, de twee jongetjes komen in beeld.
d Conflicten
Door de verschillende achtergronden zijn er veel conflicten in de vriendschap. We zien als toeschouwer waar de knelpunten zitten, maar de spelers lijken het niet te kunnen analyseren waardoor veel ellende ontstaat.
e Subplots
De ontwikkelingen met Lida, het onderwijs, het horloge, de bioscoopscene.
f Crisis
De zoektocht naar het verleden levert veel pijn op
g Climax
De beide mannen zijn krijgsgevangen gemaakt en de ontsluiting van het drama maakt meteen duidelijk waar het nou de hele film over gaat.
h Peripetie
De ontdekking van de ware toedracht van de dood van Oeroegs vader .
i Ontknoping
Op de brug: 10 Indonesiërs tegen 1 Hollander en de overhandiging van het horloge als een soort oorlogstrofee.
Positief einde:
Oeroeg en Johan blijven bloedbroeders (in tegenstelling tot de verhouding op het eind van het boek)
Epiloog:
geen
2. Het boek en de film lopen erg uiteen wat handelingsverloop betreft. De film hanteert deels de figuren en handelingen uit het boek, maar vaak in een heel andere context (Johan is in het boek de ik-figuur en heeft geen voor- of achternaam, Lida als pensionhoudster komt in de film voornamelijk als gouvernante naar voren, Johans moeder bestaat in de film niet, Gerard Stokman en Bollinger hebben geen rol, Sidris is veel minder nadrukkelijkbelangrijk, Johans vader is een zorgzame man, meer betrokken bij zijn zoon dan in het boek, waar hij uitsluitend geïnteresseerd is in zichzelf, zijn werk en de schoolvorderingen van zijn kind.
Deppohs dood neemt een cruciale plaats in in zowel het boek als de film. Alleen is de handeling totaal anders.
boek: vlot is al oud en breekt onder het geweld van de feestvierende mensen. Ik-figuur dreigt te verdrinken, Deppoh redt hem, maar raakt verstrikt in de waterplanten en verdrinkt.
film: Johan valt in het water, vader springt hem achterna (wordt nog heel expliciet door Lida verteld in een moralistische toonzetting) en redt hem, vader verliest zijn horloge, Deppoh duikt het horloge na en verdrinkt.
In het boek wordt op een vrij naïeve, cleane manier het verhaal verteld, alsof de verteller het allemaal niet gelooft of snapt. r wordt nauwelijks oordelend gepraat, maar meer een feitelijke weergave al is die dan wel vanuit het ik-perspectief. De ik-figuur snapt eigenlijk nog steeds niet wat er nou gebeurd is dat zo erg is dat hij niet meer bevriend zou kunnen zijn met Oeroeg.
De opbouw is Aristotelisch, zie voor uitleg vraag 1.
3. Het aanknopingspunt is in de film in medias res en in het boek post rem. Het boek is een grote flashback, de film begint middenin en sluit het verhaal verder af met gebeurtenissen, die in het boek niet voor kunnen komen. Het heden loopt ‘gewoon’ door, terwijl het verhaal verteld wordt.
4.
Functie
Film
Boek
Protagonist
Gaat zoektocht met het verleden aan en krijgt de antwoorden waarnaar hij op zoek is maar vaak niet zoals hij gewild had.
ik-figuur, krijgt geen antwoorden, lijkt het allemaal nog steeds niet goed te begrijpen.
Antagonist
De tijdgeest, de omstandigheden.
De tijdgeest, de omstandigheden
Tritagonist
Oeroeg (negatief, werkt tegen) en Lida (positief, vertelt)
Oeroeg
Deus ex machina
Horlogeverhaal
n.v.t.
Begunstigde
Johan
ik-figuur
Bijfiguren
leger
Sidris
vader
filmvoorstelling
Sidris
Lida
vader
Eugenie
5. Genre
Fictie (waarschijnlijk) tegen historische en geografische achtergrond. Het boek schijnt autobiografisch omdat het geschreven is vanuit ik-perspectief. Uit de biografische gegevens van Hella Haasse weten we dat het niet zo is. Ik de film wordt gebruik gemaakt van een auctoriële verteller waardoor het veel meer een verhaal wordt. Het lijkt daardoor ook betrouwbaarder, meer een documentaire.
6. Zeer realistisch fictioneel voorstellingskader zowel in het boek als de film. Het had waar gebeurd kunnen zijn.
7. Er wordt in de film veel gebruik gemaakt van stiltes en gezichtsuitdrukkingen om stijlfiguren te vervangen. In het boek wordt het een bijna serene sfeer juist door het ontbreken van stijlfiguren en het ontbreken van structuren als alinea’s en hoofdstukken. Er wordt enkel af en toe een witregel ingevoegd, wat het verhaal iets schrijnends geeft.
8. a
karakter
boek
film
ik-figuur/Johan
naïef, vriendelijk, redelijk intelligent, geslaagd als
ingenieur.
minder naïef, knap, moedig, geslaagd als luitenant.
Oeroeg
onnavolgbaar, soepel, lenig, zeer intelligent.
als volwassene: hard, gesloten, emotieloos.
als kind onvoorspelbaar. als volwassene: open, vrolijk, zacht, vriendelijk, moedig, doorzetter.
Vader
in zichzelf gekeerd, ongelukkig, harde werker, weinig betrokken bij vrouw en kind. Later: blij met Eugenie en kinderen, vrolijk, levensgenieter.
zorgzaam, rechtvaardig, betrokken, genieter
Moeder
zorgelijk, lijkt een postnatale depressie te hebben, heeft aandacht nodig, maar krijgt die niet.
bestaat niet
Lida
naïef, wereldverbeteraar, slordig type, lelijk, beetje onnozel, laat zich gebruiken.
intelligent, moedig, weet wat ze wil, mooi.
Gerard Stokman
Groet padvinder, rechtvaardig, zorgzaam, hulpvaardig, open.
bestaat niet.
b. Hier gaat de film mank. Moeilijk te zeggen. Gevoelens blijven erg oppervlakkig, de kijker moet veel raden. In het boek krijg je volop de kans de gevoelens van de ik-figuur te beleven. Gevoelens en gedachten van anderen interpreteert de lezer aan de hand van eigen levenservaring.
c. Sommige dialogen zijn letterlijk uit de roman overgenomen, maar zijn in een totaal andere context geplaatst.
Voorbeeld: ik-figuur en Gerard zitten te praten. Ik-figuur vraagt: “Is Oeroeg minder dan wij?” en er ontspint zich een discussie. Datzelfde gesprek komt voor in de film met als gesprekspartners Johan en Lida. Het karakter dat Lida in het boek heeft, maakt zo’n discussie absurd en ongeschikt voor het boek. In de film past het goed omdat Lida daar een ander karakter heeft.
d. De film heeft een volstrekt ander scenario en volstrekt andere karakters, hoewel de karakters dezelfde namen dragen als in het boek.
e. Acteren gaat vrij natuurlijk, hoewel het een Nederlandse film blijft (heeft soms iets ‘opzeggerigs’).
f. Peter Faber speelt een bijrol als Van Bergen Henegouwen, mar valt op door zijn goede spel. Behalve Johan zijn vrijwel alle karakters ‘flat’, weinig uitgediept, terwijl het boek toch zeker handvatten daartoe biedt.
g. Vader is in de film redelijk sympathiek, maar in het boek absoluut niet. In de film is Lida een identificatiefiguur.
9. Ensceneringsmiddelen
Decor Eerst kazerne in Nederland, daarna Indonesië
Acteurs Vrij korte shots/dialogen waardoor het tempo hoog ligt
Rekwisieten Huis, horloge, school, hospitaal nemen een belangrijke plaats in
huis en horloge symbolen van veiligheid en status, zijn allebei bezoedeld.
Huis = vader Johan vermoord
Horloge = vader Oeroeg vermoord/verdronken
Belichting Wordt prachtig mee gepeeld om de sfeer van Azië te benadrukken
Kostuums Conform de mode in de jaren 40-50, uniformen in het leger, verpleegsterskapjes
Speelstijlen Veel dialogen, veel auctorieel
10. Er is te weinig aandacht besteed aan de psychologische diepgang van de film. Wat nu overgebleven is is een ongefundeerde klacht. In het boek is zo overduidelijk het onbegrip van het kind te lezen, de liefde tussen de twee jongens, de veiligheid die de ik-figuur uitsluitend ervaart bij Oeroeg en zijn familie, de eenzaamheid als dat wegvalt. Oeroeg is zijn familie en hij snapt er niets van dat dat niet meer kan. Zelfs als volwassenen heeft hij vele vraagtekens. Hij is de grote verliezer in het verhaal, heeft geen ouders die om hem geven, geen vrienden meer, geen thuisland. Oeroeg is iemand, heeft een familie en een land en een doel om voor te leven.
Vader wordt vaak van onderaf gefilmd om nog groter en machtiger over te komen. Lida altijd in een ‘zacht’ licht.
11. Iedere scene begint met een korte inleiding zodat je weet waar je bent en waarom.
12/13 In het boek vertelt de ik-figuur het hele verhaal. Het perspectief in de film is auctorieel, betrouwbaar.
14. Betrouwbaar, een alleswetende verteller in de film.
15. Er worden stukken voergeslagen of ingedikt. Bijvoorbeeld: Johansmoeder wordt 1 keer vermeld in de film, aanloop en uitleg ontbreken totaal.
16. Panoramisch, bijvoorbeeld als ze op weg gaan naar het huis waar Johan geboren en opgegroeid is.
17. Het gaat om psychologische ontwikkelingen in menselijke relaties. Johan gaat op zoek naar redenen die het heden rechtvaardigen en vindt die.
De hiaten in zijn verhaal zijn ‘geschiedenis’ en worden opgevuld door herinneringen van anderen en hedendaagse gebeurtenissen waardoor Johans verleden in een heel ander licht komt te staan.
Met behulp van flashbacks komt langzaam het hele verhaal er uit met als hoogtepunt de ware toedracht rond Deppohs dood.
Regen wordt ingezet om trieste momenten te benadrukken, broeierige hitte als sfeerbeeld om spanning te verhogen.
18. Veel gebruik van contrastmontage om de situatie goed duidelijk te maken. Daaruit blijkt bijna ‘vanzelf’ dat de vriendschap door de situatie onmogelijk is. Ook analogiemontage zorgt voor contrast in heden/verleden.
19/20 Er wordt geen gebruik gemaakt van een voice-over.
21. De muziek is van Henny Vrienten en zorgt voor veel spanningsmomenten.
22. Het thema van de film ligt meer in de sfeer van de historische gebeurtenissen en de rol van de Nederlanders daarin. Het is een aanklacht tegen de Nederlandse regering en en politionele acties. Het boek onderzoekt veel meer de relationele aspecten van de vriendschap tussen de twee jongens.
23. Gezien de vele afwijkende keuzes is er sprake van een film, gebaseerd op een roman.
24. Ik vond het boek beter omdat het veel meer lagen in diepgang heeft. De film zonder het boek had ik wellicht wel een aardige film gevonden, maar ik had er niet erg lang bij stil gestaan. Dan is een Max Havelaar een gelaagdere film en dus m.i. beter.
Recensie
Oeroeg; gezien in december 1998 te Breda
Oeroeg: spannend avontuur in Nederlandsch-Indië
Een boek gebaseerd op een film is altijd spannend om te gaan zien. Dat geldt natuurlijk ook voor Oeroeg. Aangezien het boek zuiver vanuit ik-perspectief geschreven is, was ik erg benieuwd naar de uitwerking in de film.
= door Annelien Scheele =
Wie verwacht het boek te kunnen zien, komt bedrogen uit. Niet alleen begint de film op een ander moment, namelijk als het boek eindigt, maar ook zijn de personages alleen nog maar door hun naam herkenbaar. Het verhaal begint in een Nederlandse kazerne waar een peloton soldaten zich opmaakt om af te reizen naar Nederlands Indië. Daar woedt een felle strijd om de onafhankelijkheid van de Indonesiërs. Johan, die geboren en getogen is op Java, is luitenant en leidt het peloton. Als hij aangekomen is op Java, wil hij graag een aantal antwoorden op open vragen uit zijn verleden en hij besluit op pad te gaan met een aantal soldaten. Hij gebruikt zijn macht om zijn leven te begrijpen. Johan gaat op weg naar het huis van zijn vader. Hij vindt zijn vader, die vermoord is.
Er volgt een zoektocht naar de motieven voor die moord die tegelijk de motieven voor de vrijheidsstrijd verwoorden en verbeelden. Het slot van de film is ontroerend en hoopvol. Johan heeft de antwoorden waar hij zoveel behoefte aan had en Indonesië wordt een onafhankelijke republiek. Of Johan en Oeroeg nog samen komen is nog maar de vraag...
Ondanks dat deze film het boek al snel achter zich laat, is het toch een document geworden waar de Nederlandse kijker vanuit geschiedkundig oogpunt kennis van zou moeten nemen. Hier en daar rammelt er wat aan de historische feiten, maar het is zeker een aardige film over een periode die in onze vaderlandse geschiedenisboekjes consequent genegeerd wordt.

Bijlage I
Geworteld in Indië door Siem Boon:
http://siemboon.wordpress.com/indisch/indo-totok/geworteld-in-indie/
Nogmaals Oeroeg door Tjalie Robinson
Oorspronkelijk gepubliceerd in Oriëntatie, Djakarta, juni 1948.
Herdrukt in de Pasarkrant, november 1993.

Laat mij het maar direct en ronduit zeggen: de zwakke bespreking van
Hella S. Haasse's Oeroeg in Oriëntatie kan niemands goedkeuring
wegdragen, zelfs niet met de excuserende subtitel 'Gegeven paard in de
bek gezien', die slechts poogt de zwakte te redden, maar overigens
onjuist is: D.d.V. heeft het gebit nauwelijks bekeken van dit gegeven
paard (Geschenk van de Nederlandse boekenweek), maar slechts wat
grasjes tussen de rommelige tanden weggepeuterd. Want wie halverwege
aankondigt te gaan spreken over "literaire waarde en waarheid" en dan
een zestal foutjes corrigeert die met literaire w. en w. niets uit te staan
hebben, wil òf erg vals zijn (hetgeen van D.d.V. moeilijk aan te nemen is)
òf weet niet waar nu precies de hoofdfouten liggen. Ik heb de laatste
dagen het genoegen gesmaakt enkele kritieken in Hollandse bladen en
periodieken te lezen over Oeroeg en wel gemerkt, dat men eigenlijk
overal met deze nestkeuze van de Ned. boekenweek in de maag zit.
Duidelijk is dat alleen het onderwerp door zijn (politieke) actualiteit alle
interesse heeft. Om de "nieuwheid" ervan is de critiek vrij gunstig
geweest. Dus gevaarlijk.
Want het boek is FOUT. De opzet is ondoordacht gekozen, de intrige
daardoor verkeerd uitgesponnen en het eind is zelfs politiek gevaarlijk.
Oeroeg is psychologisch fout en dat is zelfs met geen literaire waarden
en waarheden te redden. Ik neem het den Hollander niet kwalijk, dat hij
niet ontdekt heeft, waar de grondfout zat. Zelfs nu hij weet dat het een
vrouw is, die in dit boek de autobiografie van een man geschreven heeft.
Misschien zijn er nog, die dit zo erg niet vinden. Niet iedereen kan als
Christopher Morley een Kitty Foyle schrijven. Wat minder mag best,
denkt men. Neen, wat minder is niet mógelijk. Morley heeft met dat
boek niet (alleen) zijn literair meesterschap bewezen, maar een
wonderlijke en unieke gave aangetoond: het vermogen om zich ten volle
in te leven in de psychologie van een vrouw. Wordt daarnaast literair
meesterschap aan den dag gelegd, dan bepaalt dat verder de waarde van
het boek voor de belletrie. Het omgekeerde is niet mogelijk: dat een
geniaal schrijver een boek redt, dat psychologisch volkomen
onverantwoord is opgezet.
Dat is bij Oeroeg gebeurd. Nog vóór ik wist wie het geschreven had,
moest ik reeds tot de conclusie komen dat het boek geschreven was
door een vrouw (die noch het wezen van Oeroeg, noch dat van zijn
Hollandse vriendje gepeild had) of door een man, die zich een reeks
verhalen had laten vertellen door een ondernemingsjongetje, maar er
verder niets van begrepen had en er tenslotte maar op los was gaan
dazen. Nu sta ik er als "hier gewortelde" veel zuiverder tegenover. Dit
leven van deze jongen (en met veel meer Indonesische vriendjes, "zelfs"
katjong!) heb ik zelf geleefd. Ik meende dus mezelf te mogen terugvinden
in de ervaringen van Oeroegs vriendje. En dat deed ik niet. Ik zat
alsmaar met vreemde ogen tegen mezelf op te kijken en ontdekte dingen
aan me, die ik nooit geweten en gevoeld kon hebben. Aan naaiende
djaits, aan keuvelende moeders en baboes, aan een moeder, die gekleed
en gekapt rondliep, aan een apart opgemaakt baboe, aan een stilletjes
ontdekte verboden vrijage (van wie dan ook) heb ik geen dominerende
herinneringen. Waar ik wèl dominerende herinneringen aan heb (en elke
net zo geleefd hebbende totok of Indo met mij), dat is aan de bruisende,
ontembare uitleving van alle jongensnaturen: in avontuur, jachtlust en
vechtlust. Hella Haasse spreekt altijd over "spelletjes", die niet nader
beschreven worden, zelfs niet bij name genoemd. Zij is nooit
doordrongen geweest van de "thrill", die wij (jongens) in al die spelletjes
vonden. Hella zit "gefascineerd" naar waterspiegels te kijken, terwijl elke
jongen naar beneden stormt, onderweg uit zijn tjelana monjet schietend.
Mierenleeuwen "vang" je niet "achter in de tuin", Hella; die "trek" je, vlak
tegen het huis aan. Nooit je langste haar uitgetrokken, Hella, en gekieteld
in het trechtervormige valputje, bezwerend prevelend:"Oendoeroendoer,
djangan moendoer?" Waar is jouw "gatjoek" (je kampioensstuiter),
Hella? Hoe was jouw geheim van het beste glastouw van de wereld?
Van welk hout maakte je de speciale vork van jouw katapult? Weet je
niet wat een soempitan is? Neen, alles wat ik las, was vals en nog eens
vals.
De kennismaking met den jager Stokman is ontstellend arm aan
"mannelijk detail"; het jagers en jachtelement ontbreekt volkomen.
Stokman is een meneer, die wordt aangediend als jager, erg uitdrukkelijk
zelfs, maar nergens blijkt dat hij jager IS. Oeroeg en z'n vriend zouden
zich geheel bij hem aansluiten en zelf jagertjes geworden zijn, maar ook
dat is een slappe geloofszaak, want het blijkt nergens uit. Geen jongen,
die werkelijk gejaagd heeft, kan zó koud en gevoelloos praten over
"geweren, buksen, messen en stokken". Dat doet gewoonweg pijn. Een
leek zegt:"Daar is een geweer." Maar zelfs het kleinste jagertje zegt:"Dat
is een Bayard, kaliber 12." Wat is in hemelsnaam zo maar "een buks"! Er
wordt gepraat over "wild" zonder enige verder aanduiding. De
beschrijving van de jacht is een stuntelige opvoering op een dorpstoneel,
waarbij Goddank nog een paar imposante decors kunnen worden
opgezet om de "flop" van het spel te redden: het vrolijk knapperende
vuurtje, de rijst met corned beef, het "vervaardigen" van een "leiding" met
behulp van een kunstmatige waterval en een stuk "uitgeholde bamboe".
Hella zit trouwens alsmaar bamboes uit te hollen in dit boek. Mana bisa?
De jacht zelf wordt afgedaan met een "de echo's van geweerschoten
galmden rondom". Ja, ja, langs berg en dal, klinkt hoorngeschal! En
verder:"er was overal gekraak en het snel schuifelen van vluchtende
dieren door het struikgewas." Die arme Hella heeft 'm waarschijnlijk twee
kilometers van het strijdtoneel erg zitten kieren. In elk geval heeft ze nooit
een aangeschoten bagong (driemaal raden, Hella!) door het hout horen
razen en breken.
Ook de beschrijving van het latere leven van Oeroeg en z'n vriend zit vol
psychologische fouten en tekortkomingen. (Hoe raak is daarentegen de
beschrijving van die twee "nonnie's" op het galerijtje!) Maar scherp
protesteer ik tegen de onware geschiedenis van de uitlatingen van de
vriendjes van Oeroegs vriendje: "We hebben je op Pasar Baroe gezien
met je djongos" en "Ben je weer met je Inlander uit geweest". Zulke
dingen wèrden niet gedacht en wèrden niet gezegd. Dit is ergerlijke,
hatelijke en onverdiende laster. Wij hadden allemaal onze Indonesische
vriendjes, ook in soortgelijke dienstverhoudingen. Maar als kameraad
waren ze kameraad, afgelopen. De smeerlap, die zoiets gezegd zou
hebben, zelfs voor de grap, zou of van de aangesprokene, of van diens
Indonesische vriend een pak ransel hebben opgelopen. Ja, we vochten
gemakkelijk en veel in die tijd. Zeer zeker was er geen sprake van
broederschap, daar waren we (aan beide zijden) te nuchter en te eerlijk
voor. Maar er was pertinent ook geen scheidsmuur, waar Hella ons aan
wil doen geloven.
Tenslotte is dat "Sardinische struikroverstoneel" bij het einde te
belachelijk om gedrukt te worden. Ik ben in de bersiaptijd ook vrienden
van vroeger tegen het lijf gelopen: Osman, Yoessoef en Hardjono. En op
het moment dat je mekaar herkent, dan heb je spijt van je
"vijandsuniform" en hij van z'n roodwitte badge. Je zegt "Hallo John!"
en "Hallo Tjalie!" en je geeft mekaar verlegen een hand. Dat is
duizendmaal gebeurd hier. Zij in hun groep en ik in mijn groep zouden
elkaar niet herkend hebben en verbitterd met elkaar zijn slaags geraakt,
ja. Maar in de besloten confrontatie is dat pertinent niet mogelijk. Als er
ooit vriendschap geweest is, verstaan? Zelfs toen ik mijn oog minachtend
monsterend liet gaan over de neergehurkte krijgsgevangenen en alleen
snipers zag, toen nog ontdekte mijn oude oog in een halfnaakte met
gebogen hoofd zittende peloppor de schoolkameraad van mijn broertje,
Wadjah. We hebben elkaar gesproken "net als toen" en dat was "rot, rot
en nog eens rot". Als je dan aan het slot van deze levensbeschrijving van
twee jeugdvrienden leest: "(Zijn) diepte peilde ik nooit. Is het te laat?",
dan pas realiseer je je het gevaar van dit boek: als zelfs een Hollandse
jongen, zo innig samen opgegroeid met een Indonesische jongen, niets
dan onpeilbare diepte peilt en wanhopig uitroept: "Is het te laat?", hoe
dan alle andere Hollanders en Indonesiërs? Ja, als het werkelijk zo is,
schei dan maar uit met peilen. Het kost nog extra touw ook. Kom maar
nooit bij Telaga Hideung terug. Sombere betekenins ook: Zwarte Wolk.
Laat het onwetende Hollandse volk dit boek maar slikken met huid en
haar. En kijk niet om naar die paar duizend Hollanders, die werkelijk
vrienden hebben gemaakt, zonder zelfs maar een moment te zitten peilen.
En die amper geen vaarwater hebben op Telaga Hideung vanwege al die
pientere peilderaars!
Hiermede zijn nog steeds niet literaire waarde en waarheid van het boek
gepeild. Ze zijn ook maar in sommige fragmenten terug te vinden: de
beschrijving van de vrouwspersonen, enkele interieurschetsen en een
hoogst enkel natuurtafereel. ook al hindert hier vaak de stugge,
journalistieke zinsbouw. Maar Hella Haasse bewijst hier toch wel dat ze
zien kan en dat ze schrijven kan. Als ik haar een raad mag geven: schrijf
de levensgeschiedenis van de kleine Hella. Hoe ze heeft gebikkeld in de
koele achtergalerij, hoe ze kettingen heeft geregen van djalipitten of
tjongklak gespeeld met het dochtertje van de djait. Ook zonder
romantisch einde en met zelfs matig literair talent kan het dan nóg een
boek worden, dat boeit van het begin tot het einde en dat een stukje echt
leven vermag te geven in een land dat blijkbaar nog steeds even ver
gebleven is van het Nederlandse volk als drie eeuwen geleden.
TJALIE ROBINSON
Literatuurlijst
Internet www.nrc.nl/w2/archief/film
www.scholieren.com
www.schrijversnet.nl/wandeling/verfilming
infothuis.nl/filminfo/freaks
www.computertotaal.nl/webwijs/sept.html
www.interact.nl/av/org/filmkran/archief
www.internetcollege/nl/verslagen
www.smc.nl/literatuurgeschiedenis
De Grote Oosthoek, Deel 10 en deel 21 (Atlas), Zevende druk, 1978.
Tekstboek Film en Literatuur, Bert Dussenbroek, 26415, HVEVE/HPO/EDUE1, readernummer 734, Fontys Hogescholen-Vakgroep Nederlands-Tilburg.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

J.

J.

is een ietwat moeilijk verslag en een beetje langdradig. Verder prima hoor! Annelien bedankt..

9 jaar geleden