Lesuitval, een mondkapjesplicht, onzekerheid over de eindexamens... Wij zijn benieuwd hoe jij met de coronacrisis omgaat en wat jij vindt van de maatregelen. Doe mee met ons corona-onderzoek! 😷🦠🏫 We zoeken nog extra jongens!

Doe mee


ADVERTENTIE
Open Dag = online ontdekken en ontmoeten

Bezoek onze Online Open Dag dit jaar vanaf je bank! Ontdek bijzondere verhalen van onze studenten en docenten. Stel je vragen. Én luister naar onze gezellige radioshow! Klaar voor een toekomst als student in het hbo? 

Meld je dan nu aan!

I Inleiding



Dit onderwerp heb ik gekozen, omdat er om me heen best wel vaak over wordt gesproken. Heel veel mensen denken er namelijk anders over dan ik. Zij vinden bijvoorbeeld dat de vrouw thuis moet zitten om voor de kinderen te zorgen. Ik ben echter van mening dat er nog heel wat kan veranderen aan de emancipatie van de vrouw. Zo kan er bij kantoren veel meer kinderopvang worden geregeld. Ook vind ik dat de man minstens de helft in het huishouden kan doen. Mensen die in deeltijdwerken moeten ook een leuk pensioen kunnen opbouwen, maar het allerbelangrijkste vind ik wel dat de vrouw en de man voor hetzelfde werk evenveel loon zouden moeten ontvangen en dezelfde rechten kunnen naleven.

In mijn werkstuk wil ik daar dan ook achterkomen om vervolgens te kijken hoe ik er achteraf tegenover sta.





II Hoe het allemaal begon.



Het emanciperen is al zo’n 2000 jaar geleden begonnen. In de Romeinse rechtspraak komt het begrip ‘e manu capere’ voor, hier is ook het woord emancipatie vanaf geleid. Letterlijk vertaald betekend het ‘uit de hand pakken’ of ‘loslaten wat met de hand gepakt is’. Dit had te maken met het plechtig vrijlaten van de zoon des huize uit de vaderlijke macht. Later geld dit ook voor het vrijlaten van slaven. Emancipatie betekent nu meer zoiets van vechten voor je eigen rechten en mondig worden en opkomen voor je eigen belangen. Vooral vrouwen hebben een lange geschiedenis van emanciperen.



II De eerste feministische golf



De eerste feministische golf kwam in Nederland in 1870 op gang. Het feminisme verzette zich tegen ongerechtvaardigde verschillen tussen mannen en vrouwen in de maatschappij. Waar ze voor streden was dan ook gelijke behandeling van vrouwen en mannen in de maatschappij. Ze hielden zich bezig met vrouwendiscriminatie op het gebied van arbeid, onderwijs en kiesrecht. Waarom deze feministische golf pas rond deze tijd op gang kwam had een paar oorzaken:

-De industrialisatie en de modernisering van die tijd zorgden ervoor dat vrouwen zich meer gingen vervelen in het huishouden en voor de verzorging voor hun kinderen hadden ze kindermeisjes in dienst.

-Alle vrouwen waren afhankelijk. Zowel getrouwde als ongetrouwde. De getrouwde vrouw was afhankelijk van haar man en de ongetrouwde vrouw was afhankelijk van haar familie.

-Vrouwen hadden geen politieke rechten en in het onderwijs werden ze ook gediscrimineerd (ze hadden minder opleidingsmogelijkheden dan jongens).



Arbeid & onderwijs

Vanaf 1840 richtten vrouwen veel organisaties op die waren gericht op liefdadigheidswerk, zoals de armenzorg en de ziekenverpleging. Het liefdadigheidswerk vormde in Nederland het begin voor het (latere) feminisme. Door hun liefdadigheidswerk kwamen vrouwen meer te weten over het dagelijks leven en zagen ze de vele misstanden in die er waren in de maatschappij. Ze wouden deze misstanden oplossen en daarom kwamen zij in actie.



In de jaren twintig kwamen er baantjes als telefoniste en typiste. Men zag dit aan voor vrouwen baantjes en het werd getolereerd als ongehuwde vrouwen gingen werken. De gehuwde vrouwen moesten nog thuis blijven om op de kinderen te passen, op een uitzondering na. Door de economische crisis in de jaren ’30 mochten de gehuwde vrouwen helemaal niet meer werken, men was bang dat ze de banen van de mannen gingen inpikken. Er werd zelfs een speciale wet gemaakt waarin stond dat de gehuwde vrouw thuis moest blijven. Er werden vele acties gehouden maar zonder succes.

Toen de oorlog opkwam werden er ook weer verenigingen opgezet, zoals Korps Vrouwelijke Vrijwilligers. In de Duitse oorlogsindustrie was veel arbeid nodig, zij wilde hiervoor Nederlandse en Duitse mannen. Veel mannen doken onder in die tijd, hierdoor kwamen veel arbeidsplaatsen vrij die de vrouwen mochten opvullen. Zij deden dit niet omdat ze dan voor de Duitsers waren. Doordat de vrouwen zich zo hebben ingespannen tijdens de oorlog, door middel van het huishouden op orde houden en de verzetsacties, werden zij daarna veel meer gerespecteerd.

De feministen probeerden in de jaren ’60 het onderwijs toegankelijker te maken voor meisjes. Hierdoor zouden meisjes dan meer opleidingsmogelijkheden krijgen en konden ze later ook een beroep uitoefenen.



Moederschap & seksualiteit

In het einde van de 19e eeuw werden prostituees voor mannen noodzakelijk geacht. Het dubbele seksmoraal, dat mannen door hun natuurlijke aanleg meer behoefte aan seks hadden dan vrouwen en dat vrouwen niet van seks konden genieten, droeg er aan bij dat prostitutie in Nederland werd gelegaliseerd. De vrouwen van de liefdadigheidsinstellingen kwamen tegen dit moraal in actie, ze bereikte daarmee het volgende:

-Een herziening van de zedelijkheidswet, in 1911, waardoor het houden van een bordeel strafbaar werd.

-Er kwam een actie tegen het dubbele seksmoraal.

-De vader van een natuurlijk kind werd tot onderhoudsplicht veroordeeld.

-Er kwam een kleine verbetering in de zeggenschap van moeders over hun kinderen.



Het kiesrecht

Na de overwinningen die de feministen hadden bereikt, zagen ze in dat hun acties effectief waren en dat ze goed bezig waren. Door dit bewustzijn kwam het idee dat de feministen moesten strijden voor het vrouwenkiesrecht. Ze hoopten daarmee meer invloed op de politiek te krijgen. Als ze dat zouden hebben zou het makkelijker zijn de positie van de vrouwen te verbeteren en hoefden ze geen acties meer te voeren.

Er waren twee belangrijke organisaties van de burgerlijke feministen die voor het vrouwenkiesrecht pleitten:

-De Vrije Vrouwen Beweging (VVB)

-De vereniging voor Vrouwenkiesrecht (VVK)

De VVB hield zich bezig met alle zaken waarbij de vrouw een slechte positie had. Acties gebeurden d.m.v. het schrijven van brieven aan de Tweede Kamer, het houden van spreekbeurten en het uitgeven van zelfgemaakte brochures.

Het hoofddoel van de VVK was het strijden voor vrouwenkiesrecht. In 1984 probeerde ze dit te bereiken door het houden van openbare vergaderingen, het uitgeven van een maandblad, het uitdelen van pamfletten en het onderhouden van goede contacten met het buitenland.

Dit was ook de periode dat Aletta Jacobs streed voor het vrouwenkiesrecht.

In de eerste wereldoorlog was ze actief in de vrouwenbeweging. In 1916 werd er een vrouwenwacht gehouden op het binnenhof. Van 19 september tot 10 november was die er voortdurend aanwezig. Het lukte de vrouwen echter niet om in de grondwet van 1917 het vrouwenkiesrecht op te laten nemen.

Eindelijk was het dan zover: op 18 september 1919 werd door koningin Wilhelmina de wet ondertekend, die vrouwen het volledige kiesrecht toekende.

Nadat het voornaamste doel van de feministen was bereikt, werden ze minder geneigd tot diep ingrijpende maatregelen en zakte de eerste feministische golf in. De feministen waren allang blij met het behalen van hun vrouwenkiesrecht en de positie van de vrouw was op meerdere gebieden zeer verbeterd.



II De tweede feministische golf.



In de jaren ’60, waarin de opbouw van de welvaartsstaat plaatsvond, ontstond er een tweede feministische golf. De vrouwen waren nog steeds erg ontevreden. Net zoals in de eerste golf kunnen belangrijke strijdterreinen worden onderscheiden; arbeid, onderwijs, politiek en het hele gebeuren rond seksualiteit, huwelijk en gezin. Er werden organisaties opgericht zoals:

- Man-Vrouw-Maatschappij (MVM): De actiepunten van MVM waren gelijke ontplooiingsmogelijkheden voor mannen en vrouwen.

- de Dolle Mina: pleitten voor gratis verstrekking van de pil en wilden ervoor zorgen dat vrouwen zelf mochten beslissen over anticonceptiemiddelen en over abortus.

- praatgroepbewegingen: de praatgroepen waren alleen voor vrouwen toegankelijk. Ze brachten hun persoonlijke ervaringen.



De onafhankelijke vrouwenbeweging

Rond 1972 ontstonden er onafhankelijke vrouwenbewegingen. ‘Paars September’ was een van de eerste actiegroepen. Ze verzette zich tegen de norm heteroseksualiteit en ze wilden de machtsverhoudingen doorbreken. Tot de onafhankelijke vrouwenbewegingen hoorde ook de ‘fem- soc- stroming’ en ‘de Rooie Vrouwen’. De feministische beweging had grote invloed op de hele bevolking.



Seksueel geweld

Deze feministische stroming richtte zich op bestrijding van alle vormen van seksueel geweld tegen vrouwen en meisjes, m.b.t. verkrachting, aanranding, incest, ongewenste intimiteiten en pornografie.



Politiek

Het werd steeds meer geaccepteerd dat de feministen steeds meer streefden naar politieke macht. Een belangrijke politieke partij die in die periode is opgericht is D’66. Het Nederlandse feminisme van de tweede golf was ongekend in de wereld, ook in Engeland en de Verenigde Staten zit dit soort feminisme niet zo diep geworteld. De tolerantie ten opzichten van homoseksuelen, het bestaan van de Provo en de bloei van de NSVH speelde een grote rol. Seksualiteit was in de andere westerse landen niet eerder een onderdeel geweest van het feminisme, terwijl dit in Nederland juist een erg belangrijk onderdeel was, waar ook de politiek zich mee diende te bemoeien.



Jaren ‘90

De feministische strijd werd (voor een deel) bijgelegd in het voordeel van de vrouw, door de Wet Gelijke behandeling, die in 1992 werd aangenomen. Maar dat betekende niet dat er echt een einde kwam aan de achterstelling van de vrouw.



II Wat was de invloed van het feminisme op de arbeidsmarkt?



Eén van de punten van onvrede voor de vrouwen tijdens zowel de eerste als de tweede feministische golf was de ongelijkheid tussen man en vrouw op de arbeidsmarkt. In eerste instantie ging het om recht op arbeid voor gehuwde vrouwen, maar later ook om gelijke beloning van arbeid en gelijke mogelijkheden voor vrouwen. Hoewel er veel veranderd is in de laatste twintig jaar, laat in veel gevallen gelijke behandeling nog op zich wachten.

Vrouwen kregen in de loop van de vorige eeuw steeds meer mogelijkheden om zich te ontplooien. Er zijn echter nog genoeg zaken aan te wijzen dat vrouwen, ondanks hun capaciteiten en opleiding, niet dezelfde functies vervullen als mannen.



Het verenigen in vakbonden, het oprichten van verenigingen en actiegroepen voor vrouwen behoorden tot ongekende zaken. In veel andere West-Europese landen, zoals Engeland en Frankrijk, maar ook de Verenigde Staten waren deze zaken echter al veel eerder bekend dan in Nederland; vanaf halverwege de 19e eeuw. De feministen in die tijd werden suffragettes genoemd.



Door de Eerste Wereldoorlog kregen vrouwen ineens taken toebedeeld die ze eerder nooit gekregen zouden hebben. De mannen moesten gaan vechten voor het vaderland, de vrouwen moesten de machines in het land draaiende houden. Na de oorlog werden vrouwen echter weer overbodig geacht en waren ze niet meer nodig om het land draaiende te houden. Hierdoor werden veel vrouwen wakker geschud; in tijden van nood waren zij nodig, daarna niet meer, ze zouden van de een op de andere dag onbekwaam geworden zijn. Vooral in landen die nauw betrokken waren bij de oorlog, daar waar de oorlogsindustrie hoogtij vierde en waar veel mannen gestorven zijn kregen vrouwen in de gaten dat er meer mogelijk zou moeten zijn voor hen dan tot nu toe mogelijk was. De specifieke problemen van de arbeidersklasse moesten opgelost worden.



“Een slimme meid is op haar toekomst voorbereid”. Voorgaande is de slogan van de overheid, om de positie van vrouwen op de arbeidsmarkt te verbeteren. In tegenstelling tot vroeger doet de overheid nu ook veel aan de stimulering van vrouwen met betrekking tot studie en werk. Vrouwen hebben inmiddels de onderwijsachterstand ingehaald, maar het is frappant, dat het aantal vrouwen in hoge posities sinds 1978 aan het dalen. Vrouwen verdienen echter nog steeds minder dan mannen en het functieniveau ligt ook nog steeds lager. In het onderwijs halen meisjes echter hetzelfde niveau diploma als jongens, alleen op een ander vakgebied toegespitst. Het diploma geeft meestal toegang tot een kleiner aantal beroepen.



“De dokter is een vrouw, en niemand die dat raar vindt. Chirurgen zijn zelden vrouwen, en niemand die dat raar vindt. De politieagent draagt lippenstift, en niemand twijfelt aan haar professionele kwaliteiten. De chef van de agent is meestal wel een man.

Seksuele intimidatie is door de nieuwe Arbo-wet haast onmogelijk geworden, en bij tekenen van incest staan er 5 hulpverleners klaar om het verhaal van het kind aan te horen.”

De minister is een vrouw, maar de meeste zijn dat nog niet. Hoewel, de ministerraad streeft naar 40 procent vrouwen en vandaag de dag wil dat bijna lukken.

De werknemer met zorgtaken is een vrouw, zij werkt in deeltijd, verdient niet of nauwelijks genoeg om zelfstandig van te leven en ze heeft vaak een onzekere baan met vage of slechte vooruitzichten.” Van de leidinggevende functies is echter maar 2 procent vrouw.

Met kinderopvang, ouderschapsverlof, deeltijdwerk en naschoolse opvang zijn die taken trouwens niet langer een probleem.

Op de arbeidsmarkt is nog niet genoeg veranderd voor de vrouw. Er is echter al veel bereikt sinds de eerste feministische golf. Doordat vrouwen vaak traditioneel nog voor de kinderen zorgen en een goede kinder- opvangvoorziening achterwegen blijft, zal het echter moeilijk worden om absolute gelijkheid te verkrijgen tussen man en vrouw. Oude normen en waarden, onder andere met betrekking tot de kostwinner (man), blijven in de weg staan voor verandering.



III Een klein onderzoekje



Wat wilde de Dolle Mina bereiken en hoe deden ze dat?



De reden dat ik voor deze vraag heb gekozen is dat in de jaren zestig/zeventig voor de tweede keer een feministische golf in beweging kwam. Blijkbaar had de eerste nog niet genoeg verandering gebracht. Ik heb op internet en in de bibliotheek gezocht, en vond informatie over de Dolle Mina. Iedereen heeft wel eens van de Dolle Mina gehoord of gezien op de televisie of er over gelezen in een boek, maar wie waren de Dolle Mina eigenlijk en waren ze echt tegen mannen en wat wilden ze bereiken met hun acties? Het lijk mij wel interessant om dit uit te zoeken.



Hoe is het begonnen?

Een van de aanleidingen voor het ontstaan van de Dolle Mina was de Maagden huisbezetting.

Zij waren voor democratisering in 1996 van de universiteit, waarbij de vrouwen alleen goed waren voor het koffiezetten, het smeren van broodjes en het typwerk. De mannen namen ook hier weer de beslissingen.

Ook na de bezetting werden de vrouwen bij de processen lichter gestraft dan de mannen. Een groepje vrouwen en mannen, die reeds grote onvrede hadden met de plaats en de mogelijkheden van de vrouwen, raakte door de frustraties in het Maagdenhuis, ervan bewust dat ze iets aan de situatie van vrouwen wilden veranderen.

De eerste vrouwen die zich samen voegde waren onderwijzeressen, studente, huisvrouwen, kleuterleiders enz.

Ze hadden allemaal ervaren dat ze als vrouw, zowel in hun privé-leven als in de maatschappij, ondanks de formele rechten in 1970, nog tegen ontzettend veel vooroordelen, onrecht en achterstelling moesten vechten. Ze begonnen een beweging die vernoemd werd naar; Wilhelmina Drucker, een woordvoerster van de eerst feministische golf. Zij richtte de Vrije Vrouwen Verenging op en was daar ook de voorzitter van. De beweging Dolle Mina deed al meteen bij de start veel stof opwaaien.

In januari 1970 trad Dolle Mina voor het eerst als maatschappijcritici actiegroep naar buiten. Dit gebeurde met een aantal snel opeenvolgende acties, die veel teweegbrachten. Al snel kwamen journalisten overal vandaan om de Dolle Mina in Amsterdam te zien, overal in het land werden er Dolle Mina afdelingen opgericht.

De mensen die ervan het begin af aan bij waren, werden overdonderd door het resultaat van hun acties. De acties die ze in het begin hadden gehouden, hadden meer losgemaakt dan ze ooit hadden kunnen voorzien. Het aantal leden van de Amsterdamse Mina werd in enkele weken vertienvoudigd. Er werden in Nederland ongeveer vijfendertig afdelingen opgericht.

Al de mensen die zich erbij aansloten, moesten het wel echt met de Dolle Mina eens waren. De Dolle Mina was spontaan gegroeid en geen andere organisatie kende evenmin een pasklaar actieboekje die aangeboden kon worden.

Bij het vijfjarig bestaan van de Dolle Mina kwam er een boek “Meid, wat ben ik bewust geworden, vijf jaar Dolle Mina”. In die tijd had de Dolle Mina rondgekeken en gezien wat er fout was. Ze stelde vast, dat veel vrouwelijke onvrede terug kon worden gevoerd, tot net zo als de manier waarop onze maatschappij in elkaar zit. In tegenstelling met sommige andere emancipatiebewegingen is voor Dolle Mina niet de belangrijkste tegenstelling die tussen man en vrouw, maar tussen rijk en arm, kanshebbers en kanslozen. Echte vrijheid is een kwestie van kunnen, niet alleen mogen en dit geldt voor vrouwen en voor mannen.



Wat wilde de Dolle Mina?

Toen de Dolle Mina net was opgericht wilden ze op kort termijn:



Verandering in onderwijs en opvoeding:



- gelijke opvoeding voor jongens en meisjes, dat betekent geen apart speelgoed voor jongens en meisjes en geen aparte vakken op school

- voorlichting over seksualiteit

- gelijkstelling van het onvolledige gezin aan een volledig gezin

- verbetering en democratisering van het onderwijs.



Verandering voor kinderopvang en het huishouden:



- meer en gratis peuterspeelzalen en kinderopvang e.d

- opvangmogelijkheden tussen en na schooltijd

- afstemming van vakantie en schooltijden

- gemeenschappelijke woonvoorzieningen



De arbeidssituatie



- recht op gelijk werk en gelijk loon.

- individualisering bij de belastingwetgeving en sociale uitkeringen.

- verlofregeling bij ziekten van huisgenoten voor man of vrouw.

- recht op uitkering naar keuze voor man of vrouw na de bevalling gedurende 2 tot 6 maanden.

- verbetering van de economische positie van de vrouw, o.a. door afschaffing van de laagste loongroepen in de C.A.O’s.



Het plegen van abortus



- de vrouw beslist

- abortus moet in het ziekenfonds

- abortus uit het wetboek van strafrecht



Wat hun eisen op langere termijn betreft was Dolle Mina van mening dat van werkelijke emancipatie pas sprake kan zijn als er een socialistische maatschappij is. Een maatschappij waarin iedereen, man of vrouw, rijk of arm, gelijke kansen krijgt. Een maatschappij waarin het huishouden zoveel mogelijk gemeenschappelijk is, waar naast verkorting van de arbeidstijd de arbeid ook beter verdeeld is.Waar geproduceerd wordt naar behoeften en niet om winst te maken en waar de werknemers medebeslissingsrecht hebben.



Maar hiernaast moeten mensen ook hun mentaliteit veranderen, anders leren denken over de man/vrouw verhouding. Volgens de Dolle Mina kan het feminisme niet zonder socialisme en omgekeerd ook. Want ook als alle vrouwen en mannen gelijke rechten hebben, houdt dat niet in dat ze elkaar ook als gelijke zien en elkaar als zodanig behandelen.



Hoe bereikten ze dat?

Dolle Mina probeerde hun doel te bereiken door acties te organiseren en te houden. In het begin waren het snel opeenvolgende acties die een schikeffect deed opwaaien.

Sommige van deze acties kent bijna iedereen, zoals de actie “baas in eigen buik”, die er over ging dat de vrouw ook in de seksuele zaken zelf wilde en mocht beslissen. Hier komen nog meer actie van Dolle Mina; het dichtbinden van urinoirs met roze linten, het naroepen en fluiten van mannen, het uitdelen van condooms en de bezetting van “Margriet”.



Wat was het verschil tussen Dolle Mina in Den Bosch en Amsterdam?

Een van de grootste verschillen tussen de Dolle Mina in Amsterdam en de Dolle Mina in Den Bosch, was dat die in Amsterdam meer domineerde. De Dolle Mina in Amsterdam deed haar acties uit ideologie en Dolle Mina Den Bosch voerde haar acties om een praktische toepassing van hun ideeën te verwerkelijken (Pragmatisme).

De initiatiefneemsters; Toni Bouman van Dolle Mina Den Bosch wist van het begin af dat deze beweging geen kopie moest worden van de Amsterdamse beweging. In Amsterdam waren vooral linkse studenten lid van Dolle Mina, in Den Bosch waren het vooral jonge huisvrouwen die zich aangesproken voelde nadat ze met hun kinderen in een isolement waren gekomen. “ Het waren middenklassenvrouwen die net als hun man een goede opleiding hadden. Hij was alleen met zijn carrière bezig terwijl zij thuiszat met de kinderen. Het gevoel van onvrede dat dit gaf, was meestal de aanleiding om zich aan te sluiten. Door Dolle Mina dachten ze: “Dat hoeft dus niet en er zijn meer vrouwen die er zo over denken”.

De Dolle Mina’s uit Den Bosch legden dan ook niet zozeer de nadruk op een ludieke aanpak en het voeren van ideologische discussies, zoals dat landelijk het geval was, maar op het verstrekken van informatie. Ze kwamen hier dicht in de buurt van de Man Vrouw Maatschappij, maar de aanpak van MVM vonden ze te wetenschappelijk en te serieus. Dolle Mina Den Bosch moest een brede beweging zijn, die zich ook richt op vrouwen uit de arbeidersklasse. Daardoor sprak Dolle Mina Den Bosch een grote groep mensen gaan.

De acties van Dolle Mina Den Bosch waren dan ook wat praktische en informerende en minder provocerend dan de acties van Dolle Mina Amsterdam.



De conclusie

In het begin ging het alleen nog maar over de gelijke rechten tussen man en vrouw. Maar naar mate Dolle Mina langer bestond veranderde dit een beetje. Het ging toen om gelijke rechten en gelijke kansen voor iedereen.

Om dit voor elkaar te krijgen moest de maatschappij veranderen, en ook de mentaliteit van de mensen. Veel eisen die Dolle Mina toen nog had zijn tegenwoordig nog steeds een eis volgens veel mensen. Een goed voorbeeld is kinderopvang. Vrouwen begonnen steeds meer te werken en er moesten meer crèches komen. Aangezien nu veel vrouwen werken is er nog steeds een hele grote vraag naar kinderopvang en volgens velen is die er nog te weinig. Het enige wat is verandert dat in de tijd van de Dolle Mina kinderopvang helemaal nieuw was en dat alleen de Dolle Mina vond dat het er moest komen. Nu vindt bijna iedereen het normaal dat er meer kinderopvang moet komen. Ik denk dat deze verandering is te danken aan de Dolle Mina en aan de hele verandering van de maatschappij.



Voor de ideeën die de Dolle Mina had vind ik de manier van actie voeren niet echt effectief. De ideeën waren op zich wel goed, maar de acties waren voor die tijd, denk ik een beetje provocerend. De manier van aanpakken van de Dolle Mina Den Bosch sloeg, volgens mij beter aan bij de bevolking dan de ludieke aanpak en het ideologische gepraat van Dolle Mina Amsterdam.



IV Seksuele intimidatie op het werk



Seksuele intimidatie varieert van een seksueel geladen werksfeer en hinderlijk gedrag tot aanranding en verkrachting. Bij seksuele intimidatie wordt een grens overschreden; er wordt aandacht gevraagd voor thema's die niets met het werk te maken hebben.

Seksuele intimidatie treft vooral vrouwen. In Nederland komt één op de drie werkende vrouwen in aanraking met seksuele intimidatie. Voor werkende vrouwen tussen de 15 en 25 jaar heeft de bestrijding van seksuele intimidatie de hoogste prioriteit, zo blijkt uit de FNV-enquête Ask a working woman uit 2001.

Het vóórkomen van seksuele intimidatie heeft onder andere te maken met de lagere positie van vrouwen in de bedrijfshiërarchie en met werken in een bedrijf of in een beroep waar vrouwen lange tijd een uitzondering vormden, maar nu hun intrede doen. De traditionele mannencultuur blijkt zich dan te versterken. Uit onderzoek bij de politie is gebleken dat meer dan 90 procent van de vrouwen ervaring heeft gehad met seksueel getinte opmerkingen en 60 procent van die vrouwen zich daardoor belemmerd voelde in haar functioneren. Heel wat projecten om vrouwen in 'mannenberoepen' te krijgen zijn vanwege de mannencultuur in organisaties mislukt. In kleinere bedrijven is de relatie met de directeur/eigenaar vaak een probleem voor vrouwen. Juist omdat daar zo nauw samenwerkt gewordt, riskeren vrouwen hun baan als ze bepaald gedrag afwijzen.

Uit onderzoeken blijkt dat er risicogroepen en risico-organisaties bestaan. Tot de risicogroepen behoren vrouwen met een tijdelijk arbeidscontract, jonge vrouwen en alleenstaande vrouwen. Ook vrouwen die lager zijn opgeleid, werkzaam zijn in lagere functies en in huishoudelijke en verzorgende beroepen, lopen een groter risico om met seksuele intimidatie in aanraking te komen.

Seksuele intimidatie komt het minst voor in organisaties waar geen grote verschillen zijn in aantallen vrouwen en mannen en waarbij alle functies gelijk over mannen en vrouwen verdeeld zijn. Als in een organisatie met een traditionele functieverdeling meer vrouwen op 'mannenposities' terechtkomen, kan seksuele intimidatie toenemen. In organisaties met een duidelijk beleid, mits dat op de goede manier wordt uitgevoerd neemt seksuele intimidatie af.



V De Verschillen in loon tussen mannen en vrouwen



Ongelijke beloning van mannen en vrouwen is een hardnekkig verschijnsel. Een kwart eeuw geleden verdienden vrouwen 25 procent minder dan mannen. Nu is dat volgens de Arbeidsinspectie 23 procent. Gezien de stijging van het aantal vrouwen op de arbeidsmarkt en van het aantal uren dat ze werken, een minimale daling.

Een deel van het beloningsverschil is te verklaren. Vrouwen werken vaker in lagere functies, vaker in deeltijd, vaker in een sector met lagere salarissen en ze hebben minder mogelijkheden om door te stromen naar hogere functies. Ook stoppen ze soms nog voor kortere of langere tijd met werken om voor de kinderen te zorgen. Maar ook als rekening wordt gehouden met dit soort factoren blijft er een onverklaarbaar beloningsverschil van 5 procent in het bedrijfsleven en 3 procent bij de overheid.

Er zijn ook forse beloningsverschillen tussen voltijders en deeltijders. Kleine deeltijders (banen van minder dan 12 uur) verdienen per uur 11 procent minder dan voltijders. Het uurloon van een grote deeltijder (banen van meer dan 12 uur) is 5 procent lager.

Al is het wettelijk verboden om onderscheid te maken tussen deeltijd- en voltijdwerkers, vaak verdienen deeltijders onterecht bruto per uur minder. Onkostenvergoedingen, toeslagen et cetera worden dan onterecht niet toegekend.

In het bedrijfsleven neemt het verschil in beloning sterk toe naarmate de functie hoger wordt. Vrouwen met een hoge functie verdienen ruim 32 procent minder dan hun mannelijke collega’s op hetzelfde functieniveau.

Nergens in de EU verdienen vrouwen bruto per uur evenveel als mannen. Nederland is een van de landen met het hoogste beloningsverschil, zo blijkt uit onderzoek. Gemiddeld verdienen vrouwen in de EU 27,5 procent minder dan mannen. Nederland behoort met 32 procent verschil tot de landen die het slechts scoren.

Op dit moment gebruiken in Nederland verschillende instanties, zoals het Centraal Bureau voor de Statistiek en de Arbeidsinspectie verschillende onderzoeksmethodes, zodat uitspraken over het percentage dat vrouwen minder verdienen dan mannen, nog wel eens verschillen. De FNV pleit dan ook voor de ontwikkeling van een zo complex mogelijke onderzoeksmethode. Maar, welke methode ook wordt gebruikt: uit alle onderzoeken blijkt dat vrouwen minder verdienen dan mannen.



De wet voor gelijke behandeling op het werk:

Op het werk moet iedereen gelijk behandeld worden. Geslacht, ras, arbeidsduur en tijdelijk of vast dienstverband mogen bijvoorbeeld geen rol spelen. Het recht op gelijke behandeling is vastgelegd in diverse wetten en verdragen. Zo staat in artikel 1 van de Grondwet: "Discriminatie op grond van godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan".

Als burger van de Europese Unie (EU) zijn er veel rechten waarvan men zich wellicht niet bewust is. In elk land van de EU is er het recht op gelijk loon voor gelijk werk of voor werk van gelijke waarde, ongeacht het geslacht. Ook de opleidingskansen moeten voor iedereen gelijk zijn zowel voor mannen en vrouwen.

Als burger van de Europese Unie is er het recht om in elk land van de Unie te werken . In welk land er ook wordt gewerkt, het Gemeenschapsrecht bepaalt dat op de arbeidsplaats niet mag worden gediscrimineerd op basis van het geslacht. Dit betekent dat je, als vrouw of als man, op het werk op dezelfde manier wordt behandeld en dezelfde rechten en kansen moet krijgen als het andere geslacht.

Discriminatie kan twee vormen aannemen.

· Directe discriminatie vindt plaats wanneer vrouwen en mannen louter op basis van hun geslacht op verschillende wijze worden behandeld, bijvoorbeeld wat het loon betreft. Directe discriminatie omvat ook discriminatie op grond van zwangerschap of moederschap, aangezien deze onverbrekelijk met het geslacht verbonden zijn; een voorbeeld daarvan is wanneer een vrouw een baan, opleiding of bevordering geweigerd wordt enkel en alleen omdat zij zwanger is;

· Indirecte discriminatie vindt plaats wanneer vrouwen en mannen op verschillende wijze behandeld worden doordat een ogenschijnlijk neutrale bepaling, maatstaf of handelwijze die van invloed is op aanwerving, loon, arbeidsvoorwaarden, ontslag, sociale zekerheid enzovoort in de praktijk een aanzienlijk hoger percentage van één geslacht benadeelt. Dergelijke bepalingen, maatstaven en handelwijzen zijn volgens het Gemeenschapsrecht verboden, tenzij kan worden aangetoond dat zij gerechtvaardigd zijn door objectieve redenen die op geen enkele manier verband houden met discriminatie op grond van geslacht.

Als bijvoorbeeld bepaalde uitkeringen worden verbonden aan criteria zoals echtelijke staat of gezinssituatie, het begrip "hoofd van het huishouden" of "kostwinner", dan kan dit tot indirecte discriminatie leiden. Een ander criterium dat indirecte discriminatie voor gevolg kan hebben, is deeltijdwerk, dat voornamelijk door vrouwen wordt verricht. Indien deeltijdwerkers bijvoorbeeld van het pensioenstelsel van een bedrijf worden uitgesloten, zal dit zeer waarschijnlijk een groter aantal vrouwen treffen en kan deze maatregel daardoor als discriminatie gelden, tenzij de uitsluiting gebaseerd is op gegronde redenen die geen verband houden met het geslacht.



VI Interview: vrouwenemancipatie op het werk



- Wat voor werk doet/deed u en waarom?

1. Ik ben lerares op een middelbare school en geef handvaardigheid, tekenen en ckv. Ik vind het leuk om met jongeren te werken.

2. Ik werkte tot zo’n 6 jaar geleden op een basisschool voor moeilijk lerende kinderen, omdat ik behoefte had om deze kinderen toch nog het een en ander te leren.



- Hoe lang heeft/had u deze baan?

1. Ik heb deze baan nu zo’n 25 jaar.

2. Ik had deze baan ongeveer 12 jaar.



- Werkt(e) u vol of deeltijd en met welke reden?

1. Ik werk in deeltijd, omdat ik het fysiek zwaar werk vind.

2. Ik werkte in deeltijd, omdat ik daarnaast ook nog kleine kinderen had en het huishouden moest doen



- Hoeveel kinderen heeft u?

1. Ik heb twee kinderen van 21 en 17 jaar.

2. Ik heb vijf kinderen van 14,12,10,6en 4 jaar



- Heeft u een baan gehad terwijl een van de kinderen onder de vier jaar oud was en waarom?

1. Ja, ik heb altijd doorgewerkt toen ik kinderen kreeg. Ik vond het niet bevredigend om alleen met de kinderen thuis te zitten.

2. Bij de eerste twee kinderen heb ik dat wel gedaan, maar bij de laatste drie kon ik dat niet meer opbrengen. Ik was te druk met alle dingen binnen huis.



- Vindt u dat het opvoeden van kinderen en werken samen goed te combineren is?

1. Dat is heel erg moeilijk, maar met goede kinderopvang, of een partner die ook parttime werkt kan dat opgelost worden.

2. Dat vind ik helemaal niet. Het is veel te zwaar en ik ben ook van mening dat het voor het kind het beste is als de moeder in de buurt is, vooral in de leeftijd tot vier jaar.



- Heeft u zich wel eens “minderwaardig gevoeld op het werk t.o.v de mannen?

1. Nee, daar heb ik nooit last van gehad.

2. Ja, ik had altijd het idee dat ze het voor mij wilden opnemen. Hierdoor kreeg ik het gevoel dat ik achtergesteld werd bij de rest.



- Wat is/was het percentage vrouwen dat er op uw werk rondloopt ongeveer en waardoor komt dat denkt u?

1. Ik de loop der tijd kwamen er steeds meer vrouwen, dat is nu ongeveer 50 procent. Dit werk is goed parttime te doen en daarom heel handig voor vrouwen. Omdat de salarissen niet al te hoog zijn, haken mannen eerder af dan vrouwen.

2. Het percentage vrouwen in dit beroep licht best wel hoog, zo’n 65 % is vrouw. Dit komt denk ik doordat mannen geen geduld voor moeilijk lerende kinderen kunnen opbrengen. Een vrouw heeft toch altijd een moedergevoel als zij bezig is met een kind.



- Wat vindt u van het verschil dat mannen en vrouwen in loon krijgen voor hetzelfde werk?

1. Dat vind ik belachelijk, het wordt tijd dat de regering hier iets aan doet.

2. Ik snap wel waarom het er is, maar ik vind wel dat dat vandaag de dag niet meer zo moet zijn.



- Zal het verschil tussen mannen en vrouwen (beroepen) ooit helemaal veranderen?

1. Ik ben bang van niet, omdat er toch verschillen zijn tussen mannen en vrouwen.

2. Ik denk niet dat dat ooit helemaal zal verdwijnen. Het beroep bouwvakker voor een vrouw immers veel zwaarder dan voor een man, dat is gewoon een feit.



Ik heb expres twee vrouwen uitgekozen die verschillend denken over de combinatie opvoeden en werken tegelijkertijd. Uit dit interview blijk dat de ene vrouw meer emancipatie gezind is dan de ander. Volgens mij heeft dit te maken met de manier van opvoeding die ze vroeger zelf hebben gehad, maar ook of de vrouw zich geneigd voelt om te laten zien dat zij niet afhankelijk van haar man is.



VII Conclusie



De emancipatie van de vrouw is al sinds een eeuw op volle gang. Duizenden jaren geleden waren de rollen van mannen en vrouwen strikt gescheiden. Veel mensen met een bepaalde geloofsovertuiging vonden dat de vrouw niet mocht werken en afhankelijk was van haar man. Er bestaat in geloven eigenlijk geen emancipatie, zij blijven zich vastklampen aan een bepaalde gedachte en kijken niet naar de rest van de maatschappij. Vandaag de dag is dit nog steeds zo.

In de loop der tijd zijn er voor de vrouw steeds meer rechten gekomen. Vele actiegroepen werden opgericht en de vrouw kon aan het werk. Zij kreeg zwangerschapsverlof, deeltijdwerk, kinderopvang en soms wilden de mannen ook een dagje in de week thuis blijven om op de kinderen te passen. Het huishouden werd er veel makkelijker op, denk hierbij aan de komst van de wasmachine, droger, vaatwasser, stofzuiger, strijkijzer en het koken op gas of elektriciteit. Er is dus ontzettend veel veranderd, maar nog niet genoeg. Er is in de Arbo-wet een wet opgenomen die zegt dat alle vrouwen en mannen dezelfde rechten hebben op het werk, maar dat is nog lang niet zo. Veel vrouwen voelen zich nog seksueel geïntimideerd op het werk en ook verdienen zij minder dan een man die precies hetzelfde doet.

Veel vrouwen zijn wel heel erg bezig met het emanciperen. Ik denk dat er al best veel is gedaan, maar nog niet genoeg. Ik weet dat het heel moeilijk is en het proces geleidelijk verloopt. Volgens mij kunnen de verschillen nooit helemaal opgelost worden, omdat de vrouw toch anders in elkaar zit dan de man. Toch moeten we zo ver mogelijk gaan om alle mogelijk oplosbare verschillen te laten verdwijnen.


REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.