Gezocht: vmbo-scholieren uit jaar 3 of 4! Vul deze vragenlijst over het mbo in, en maak kans op een cadeaubon van 25 euro.

Meedoen

Leedvermaak

Beoordeling 5.6
Foto van een scholier
  • Werkstuk door een scholier
  • 4e klas havo | 3273 woorden
  • 21 januari 2009
  • 32 keer beoordeeld
  • Cijfer 5.6
  • 32 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ADVERTENTIE
Musical The Prom verloot een limousine naar je eindfeest!

Zit je middenin je eindexamens en wil je in stijl naar je eindfeest? Doe dan mee aan de winactie en maak kans op een limousine die jou en je vrienden naar jullie eindfeest brengt!

Ja, ik doe mee!
Inleiding.

Het woord zegt het eigenlijk al leed•ver•maak : het plezier om het leed van anderen.
Maar laten we dit woord eens splitsen en nader bekijken,
Je hebt het woord Leed, Lijden: verdriet, ongelukkig, nadeel ondervinden, en dan is daar het woord vermaak: plezier , amusant,amuseren, twee totaal verschillende woorden met een bijna tegengestelde betekenis, dus leedvermaak: Het plezier dat je hebt om het leed dat een ander lijdt.
Nu we weten wat het woord inhoudt, maar komt het woord tot zijn recht? En waar komt leed vermaak tot uiting? Waar wordt het precies toegepast? Deze vragen beantwoord ik ook in mijn deel onderwerpen.

Mijn hoofdvraag is: wat is leedvermaak en waar komt het terug?
Mijn 3 deelvragen zijn:
1. Is Carnaval ook een soort van leedvermaak?

2. Wat is het verband tussen de klokkenluider van de Notre Dame en leedvermaak?

3. Is Jackass puur leedvermaak?

Carnaval.
De oorsprong van het woord carnaval is onzeker. Er zijn verschillende theorieën en invloeden. Mogelijk is het woord carnaval afgeleid van 'carne levare', dat 'opruimen of wegnemen van het vlees' betekent. Dit heeft te maken met de vastenperiode waarin de rooms-katholieken geen vlees aten, maar de gewone mensen in Europa aten tot laat in de middeleeuwen zelden vlees!! Het is waarschijnlijker dat het woord carnaval afstamt van het Romeinse “carrus navalis”, dat naar de scheepswagen verwijst die in de Romeinse optochten voorkwam.
Het feest was vroeger waarschijnlijk een vermenging van een Romeins lentefeest en een Germaans offerfeest waar later het vermaak bij kwam kijken . Bij deze feesten vierde men de komst van de lente. De Kerk deed haar uiterste best om de heidense restanten van carnaval tegen te gaan, maar de dreigementen en verboden hadden weinig effect op het gelovige volk. Paus Gregorius de Grote (590-604) liet de vasten ingaan op Aswoensdag. Het hele carnavalsgebeuren werd ervóór geplaatst, zodat er toch een duidelijke scheiding ontstond tussen het heidense en het christelijke.

Het was ook de gewoonte om tijdens het carnavalsfeest de belangrijke mensen, die het voor het zeggen hadden, te bespotten met gebruik van maskers en vermommingen. Maskers werden in de oudheid ook al gebruikt als middel om boze geesten te verjagen. We vinden ook elementen van het carnavalsfeest terug in de geschiedenis van vele antieke beschavingen.
Het getal elf
Carnaval is ook een uitbundig feest. Ook speelt het getal 11 een grote rol bij het feest. 11 is het getal van de gekken want men gelooft dat je gek wordt als je door een elfje gebeten wordt. 11 November is de Gekkendag en carnaval is het feest om gek te doen, om te “faseln” om het met een woord uit die tijd te zeggen. Van dit woord is dus niet alleen “vasten” maar ook “bazelen” (onzin uitkramen) afgeleid. Het getal 11, twee énen naast elkaar, is net als het dragen van maskers en vermommingen een teken van gelijkheid. Het getal elf heeft een speciale betekenis in het carnavalsgebeuren. Op de elfde van de elfde maand benoemen carnavalsverenigingen een Raad van Elf en kiezen zij een nieuwe Prins Carnaval. Sommigen stellen dat de elfde van de elfde maand een wezenlijke datum is omdat hij exact 44 dagen voor Kerstmis valt. Elf november is ook de feestdag van St. Maarten. Volgens anderen is het getal elf afgeleid van het Oudgermaanse ‘alf’, een lucht- of watergeest. Het begrip ‘alfsch’, dat al uit de middeleeuwen stamt, betekent zot of dwaas. ‘Alfen’ is schertsen, iemand beetnemen.
Het woord vastenavond valt voor het eerst rond het jaar 1000. Tijdens de synode van Benevento in 1091 wordt officieel het begin van de vasten, Aswoensdag, vastgesteld volgens de berekeningswijze zoals we die nu nog kennen: Vastenavond valt altijd 7 weken voor Pasen = 7 x 6 werkdagen minus de vastenavond-maandag en vastenavond-dinsdag. Dus dat zijn dan 40 vastendagen. Pasen is de eerste zondag na de eerste volle maan die na 21 maart valt.
Langzaam maar zeker gingen de kerkelijke leiders minder tekeer tegen het vastenavondfeest. De clerus begreep dat het “gewone volk” zo nu en dan een verzetje nodig had. Het leven was hard, de kerkelijke wetten waren streng en om verzet hiertegen te voorkomen, kwam het vastenavondfeest als een soort uitlaatklep goed van pas.


Carnaval in de 21e eeuw
Carnaval bleef een feest met een religieuze achtergrond. Carnaval is het feest dat gevierd werd op vastenavond, de avond voor de veertig daagse vasten voor Pasen. De rooms-katholieken aten tijdens de vasten geen vlees, snoep en lekkernijen. Kinderen hadden tot halverwege de 20e eeuw een vastentrommeltje, waarin ze hun snoep bewaarden. Alleen op zondag mochten ze daar een snoepje uit halen. De rest van het snoepgoed bewaarden de kinderen tot na de vasten.
Op Aswoensdag begon de vasten. De gelovigen gingen naar de kerk en kregen het traditionele askruisje op het voorhoofd. Daarbij sprak de priester de tekst uit: "Gedenk mens, dat gij stof zijt en tot stof zult wederkeren."
Vastenavond (dinsdag) is dus de avond vóór de vasten. Om die reden gingen de mensen zich op die avond flink te buiten aan drank en lekkernijen. Tegenwoordig is de periode van carnaval uitgebreid tot vier à vijf dagen. Het feest begint meestal al op donderdag- of vrijdagavond en duurt tot dinsdag middernacht.
De datum waarop het carnavalsfeest gevierd wordt, houdt verband met de dag waarop Pasen valt. Het is Pasen op de eerste zondag na de eerste volle maan na 21 maart. De vastenperiode duurt veertig dagen, carnaval begint dus ongeveer zes weken voor Pasen.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog mocht van de bezetters helemaal geen vastenavond gevierd worden.
Direct na de bevrijding beleefde de Limburgse vastenavond echter een ongekende opmars. De bevolking had in 1945 een onbedwingbare drang om oude tradities, en vooral toch vastenavond, weer in ere te herstellen. In de grotere plaatsen werden in 1946 alweer prinsen gekozen, zittingen en bals gehouden en optochten georganiseerd. De kleinere plaatsen bleven nu echter niet lang achter. In bijna elk kerkdorp kwam er een Raad van Elf en werden volledige vastenavondprogramma‘s georganiseerd.
Door de groeiende welvaart was het vieren van vastenavond ook betaalbaar. Ook vrouwen gingen actief meevieren en hielpen mee met het organiseren. De verenigingen beschikten over meer geld en begonnen met het inhuren van echte artiesten als buuttereedners of zangers voor zittingen en bonte avonden. Doordat bijna alle wijken en dorpen gemeenschapshuizen kregen, kon men in vrijwel iedere wijk en ieder dorp vastenavond vieren.
In de jaren zestig en zeventig, een tijdperk van grote economische groei, werd vastenavond ontdekt door mensen die er veel geld aan wilden verdienen en er ontstond zoiets als een carnavalsindustrie. Platenmaatschappijen overstroomden ons met carnavalskrakers, de zelfgemaakte vastenavondkleren werden vervangen door kant en klare carnavalsconfectie of zelfs zeer dure carnavalsmode, VVV"s en reisbureaus lokten toeristen met carnavalsreizen, de televisie bracht Duitse carnavalszittingen in de huiskamers, reclamestoeten trokken voor de optochten uit, praalwagens werden gehuurd en verhuurd en ook de horeca begon driftig tal van festiviteiten te organiseren. Carnaval werd big business!
Deze verloedering leverde onder meer een stortvloed van grammofoonplaten met de meest dubbelzinnige teksten op. Toen al deze liederen met behulp van de landelijke media de eigen dialectmuziek bijna hadden verdreven, was de maat echter vol. Vanuit Maastricht startte de oorlog tegen deze carnavalsvervuiling vol 'Hollandse onderbroekenlol'. Heel Limburg kwam in het geweer tegen de liederen van André van Duin, Ria Valk, Vader Abraham en vele anderen. De plaatselijke dialectliedjes werden sterk gepromoot en gingen weer de boventoon voeren. Uit deze boycot is ook onze eigen provinciale liedjeswedstrijd, het Limburgs Vastenavondleedjes Konkoer, voortgekomen. Om ook de jeugd al vroeg op deze lijn te krijgen werd later eveneens het Kinger Vastenavondleedjes Festival ingesteld.
in 2009 zal carnaval weer een groot succes zijn en zal vooral in de optochten met mensen de spot worden gedreven.
Conclusie: carnaval daar zit zeker een vleugje leedvermaak
Bron vermelding: http://members.home.nl/wetly/geschiedenis.htm


De klokkenluider van de Notre Dame.
De klokkenluider van de notre dam(in het Frans; Notra-Dame de Paris) is een boek van Victor Hugo dat hij in 1831 schreef. Dit boek werd door Walt Disney en andere film industrieën verfilmt.
Het boek speelt zich bijna volledig af in de Notre-Dame van Parijs. Het gaat over de liefde van de klokkenluider Quasimodo voor de beeldschone zigeunerin Esmeralda.
Plot.
Gedurende het zottenfestival ook wel in de volksmond carnaval genoemd in 1482 wordt Quasimodo, de gebochelde klokkenluider van de Notre-Dame, gekroond tot koning der dwazen vanwege zijn lelijkheid. Terwijl hij op een troon door Parijs wordt gedragen probeert Pierre Gringoire, een dichter en filosoof wanhopig de mensen te laten kijken naar zijn toneelstuk in plaats van de parade.
Later die dag ziet hij de mooie zigeunerin Esméralda op straat dansen, en volgt haar naar haar huis. Net rond de bocht wordt ze echter aangevallen door Quasimodo en Frollo, de aartsbisschop van de Notre Dame en Quasimodo’s voogd. Gringoire wil haar te hulp komen, maar Quasimodo is te sterk voor hem. Wanneer een groep Koninklijke soldaten, aangevoerd door Phoebus de Chateaupers, arriveert, vlucht Frollo weg. Quasimodo wordt gevangen. Esmerela kan ontkomen en vlucht terug naar de Hof der Wonderen, de schuilplaats van de zigeuners. Gringoire volgt haar. Wanneer de zigeuners hem betrappen, wordt duidelijk dat een ieder die hun schuilplaats ontdekt moet worden opgehangen of trouwen met een zigeuner. Esméralda bied aan met Gringoire te trouwen, maar slechts voor vier jaar.
De volgende dag wordt Quasimodo berecht voor zijn aanval op Esmerealda. Hij moet twee uur marteling ondergaan in de Place de Grève. De enige die het voor Quasimodo opneemt is ironisch genoeg Esméralda.

Twee maanden later wordt Esméralda gezien door de rijke Fleur-de-Lys de Gondlaurier, de verloofde van Phoebus. Al snel wordt duidelijk dat Phoebus ook verlangt naar Esméralda, en dat Fleur haar als concurrentie ziet. Ze beschuldigt Esméralda van hekserij. Phoebus en Esméralda ontmoeten elkaar in het geheim en ze verklaart haar liefde voor hem (ondanks het feit dat ze al getrouwd is met Gringoire). Phoebus doet alsof dit gevoel wederzijds is. Frollo, die achter de deur staat, heeft door dat Phoebus Esméralda slechts gebruikt, stormt naar binnen met getrokken mes, en steekt Phoebus neer. Wanneer Phoebus’ lichaam wordt gevonden, wordt Esméralda beschuldigd van de moord op hem. Ze wordt ter dood veroordeeld en wordt opgesloten. Frollo bezoekt haar in haar cel, en bekent dat hij ook verliefd op haar is geworden. Hij stelt haar een ultimatum: als ze voor hem kiest, zal hij haar vonnis teniet doen. Esméralda weigert. De volgende dag, net voordat ze op zal worden gehangen, wordt Esméralda door Quasimodo gered en meegenomen naar de kerk. Daar de kerk heilige grond is, kan ze hier niet worden gearresteerd.
Tijdens haar verblijf in de Notre Dame wordt Esméralda langzaam vrienden met Quasimodo. Op een dag ziet Esméralda dat Phoebus nog leeft, en vraagt Quasimodo hem te volgen. Deze volgt de kapitein naar het huis van zijn verloofde. Hij vertelt hem dat Esméralda ook nog in leven is, maar Phoebus gelooft haar niet.
Gedurende een paar weken leven Esméralda en Quasimodo een rustig leven in de kathedraal. Dan keert Frollo terug en ziet wat er gaande is. Hij besluit zijn terugkeer nog even geheim te houden. Die nacht kan hij zijn gevoelens niet langer bedwingen en besluipt Esméralda in haar slaapkamer. Quasimodo komt tussenbeide, en slaat Frollo bijna dood tot hij ziet wie de aanvaller is.
Frollo vindt Gringoire, en beraamt een plan om Esméralda weg te halen bij Quasimodo. Hij overtuigt Gringoire dat het parlement toestemming heeft gegeven Esméralda met geweld uit de Notre Dame te halen. Gringoire besluit de zigeuners erbij te halen om Esméralda in veiligheid te brengen. Quasimodo denkt echter dat de zigeuners Esméralda willen uitleveren aan justitie, en bevecht hen, precies zoals Frollo had gepland. Dan arriveren de soldaten van de koning, en drijven de zigeuners uiteen. Gedurende de aanval wordt Esméralda door Gringoire en een gemaskerde vreemdeling de Notre Dame uitgeleid. De vreemdeling blijkt later Frollo te zijn. Hij levert Esméralda uit aan de soldaten nadat ze wederom zijn aanzoek afslaat.
In de Notre Dame is Quasimodo wanhopig op zoek naar Esméralda. Uiteindelijk vindt hij Frollo, die op een balkon voor zich uit staart. Als Quasimodo een blik naar beneden werpt, ziet hij Esméralda aan de galg hangen. Woedend gooit hij Frollo over de balustrade. Daarna verdwijnt hij en wordt nooit meer gezien.

ik heb de film gezien en nadrukkelijk de laatste 20min waar de klokkenluider vrijwel wordt uitgelachen door alles en iedereen en wordt uitgeroepen als koning der dwazen, ze drijven de spot met hem maar Esméralda staat aan zijn kant, maar wordt dat niet in dank afgenomen.
Conclusie: in de klokkenluider van de notre Dame vindT leedvermaak plaats, Quasimodo wordt uitgelachen vanwege zijn verschijning en er wordt met hem de spot gedreven, lachen om het leed van een ander.

Jackass.
Jackass is begonnen toen een aantal personen, waaronder Steve-O en Jess Tramaine, samen een filmpje maakten waarin zij de meest absurde stunts deden. Jeff Tremaine, toen nog medewerker bij een skate tijdschrift, kreeg het idee om er een televisieserie van te maken met zulke stunts. Zo ontstond uiteindelijk Jackass.
Jackass is ook een goed voorbeeld van leedvermaak, mensen vinden het leuk om te zien hoe anderen pijn lijden en elkaar de vieste dingen laten doen. Anderzijds is op Jackass ook veel kritiek geweest aangezien sommige mensen het te shockerend vinden. Al vanaf de eerste aflevering worden de kijkers al gewaarschuwd dat de stunts gevaarlijk zijn en niet mogen worden nagedaan, ook worden opnames die door mensen thuis worden ingestuurd niet uitgezonden door MTV. Ondanks de waarschuwingen zijn er toch veel tieners die deze stunts hebben nagedaan en gewond zijn geraakt of zelfs zijn overleden. In 2000 begon een campagne om Jackass van tv te halen. MTV gaf gedeeltelijk toe en sindsdien is jackass alleen nog te zien na 10 uur ’s avonds.
Dat de meeste mensen Jackass toch grappig vinden en vooral niet shockerend genoeg om van tv te halen werd duidelijk toen na de laatste aflevering op tv, de eerste film van Jackass werd uitgebracht in 2002; Jackass: The Movie. Vanwege het succes van de stunts zoals bijvoorbeeld het anaal inbrengen van een speelgoedautootje, naakt de weg opgaan enz. kwam er eind 2006 een nieuwe film uit; Jackass: Number Two, en in januari 2008 startten ze met de opnames van de derde film.


Conclusie hoofdvraag:
Nu deze deelvragen zijn besproken weet je wat leedvermaak is.
Bij carnaval, de klokkenluider van de Notre Dame en bij Jackass zie je de factoren van leedvermaak tot uiting komen, maar om ze nog eens extra te verduidelijken heb ik ze allemaal op een rijtje gezet.
Na het opzoeken van informatie over deze deelonderwerpen ben ik tot de conclusie gekomen dat er drie factoren zijn die leedvermaak voor sommigen ‘de leukste vorm van vermaak’ maken;
1)Ten eerste: de persoon die het leed ondergaat. We vinden het prettig als slechte mensen slechte dingen meemaken, maar ook afgunst kan een rol spelen bij leedvermaak, bijvoorbeeld bij bekende mensen waar iets mis mee gaat. Tijdschriften zoals Story en Privé worden er wekelijks mee gevuld.
2) Ten tweede: rechtvaardigheidsgevoel. Denk daarbij aan de uitdrukking ‘boontje komt om z’n loontje’. Als iemand iets stoms doet, moeten we daar als het leed in verhouding staat tot de stommiteit, om lachen.
3) En ten derde: zelfbeeld. Door te lachen om het leed van een ander voelen we onszelf beter. Mensen met een slecht zelfbeeld hebben ook vaker leedvermaak dan zelfverzekerde types. We zijn blij dat het niet ons zelf overkomt maar een ander. Bijvoorbeeld true life op MTV.

Stelling :
Of het nu tragische ongelukken, oorlogen of natuurrampen betreft, de media (kranten, radio en televisie) staan vooraan om in woord en beeld vast te leggen wat dit leed bij de achterblijvers aanricht. Wat vindt u daarvan, vroegen wij u in een Stelling van de Dag.
Moeten de media terughoudend zijn in hun berichtgeving van persoonlijk leed? U vindt van wel. Met een overweldigende meerderheid zelfs van 84%. Want: ,,Persoonlijk leed is niet voor niets ’persoonlijk’”, kapittelt een lezer de krant. En het is duidelijk dat velen het met hem eens zijn.
Maar uw antwoorden op de Stelling van de Dag hebben uw WUZ-redacteur ditmaal de wenkbrauwen doen fronsen. Want 87% van u vindt dat tragische familiedrama’s (bijvoorbeeld een ouder die zijn kind vermoordt) niet in de krant thuishoren. Hetzelfde geldt voor leed door ziekte (’weg ermee’, zegt 80%) en door ongelukken (idem 76%). Betreft het leed door aanslagen, oorlogen of natuurrampen, dan kiest 56% voor openbaarheid.
Ook een BN’er die regelmatig pontificaal op de pagina Privé staat, heeft bij persoonlijk leed recht op privacy, vindt 81% van onze deelnemers. Nu geloof ik graag dat u die mening bent toegedaan, maar de pagina Privé behoort tot de best gelezen pagina’s van de krant en geloof mij, Wilma Nanninga krijgt nooit klachten van deze aard.
Leden van het Koninklijk Huis, aldus 77% van de deelnemers aan de Stelling, hebben ook recht op privacy, ondanks het feit dat zij, tegen een hoog salaris, in een glazen huis wonen. Hetzelfde geldt voor de BN’ers die niet zozeer Bekend als wel Belangrijk zijn: 77% van de deelnemers vindt dat leden van het kabinet, Kamerleden, rechters of burgemeesters recht op privacy hebben.
Nóóit
Gaan we nog even verder: u zou nóóit accepteren dat de media u belaagden als persoonlijk leed u trof. Begrijpelijk. Wie wil dat wel? Daarom mogen wij daar ook niet mee komen. ,,Toch staat De Telegraaf altijd met de neus vooraan”, beschuldigen tal van lezers ons.
Vragen we echter bij onze internetredactie welk verhaal en welke foto’s de afgelopen tijd het meest zijn opgevraagd, dan staan het verhaal en de foto’s van de zo tragisch verongelukte bergbeklimmersfamilie uit Almere bovenaan in de top tien. Prima, niets op tegen hoor, maar waarom geeft u dat niet gewoon toe?
We maken een krant voor heel Nederland en heel Nederland wil dit lezen. Niet uit sensatiezucht, zeker niet. Daar komt een vreemd soort emotie bij. Medelijden en ook de angst dat ook ú dit kan overkomen, en vreugde: het ongeluk ging mij voorbij. Een mix van dit alles misschien. ’Het beste vermaak is leedvermaak’ is een waarheid waarmee we leven. Wij van de media leven ervan, u vraagt en wij reiken het aan.
Nog wat cijfers, nu we bij de media terug zijn. We stelden deze vragen: ’Kijkt u wel eens naar ’emo-tv’?’ En: ’Zou u in een talkshow uw eigen leed willen bespreken?’
Opnieuw lijken theorie en praktijk ver uit elkaar te liggen.
Hoogste kijkcijfers
Want 83% van de deelnemers aan de Stelling van de Dag zegt nooit naar programma’s te kijken, waarin verslag wordt gedaan van andermans ellende. En 92% van de deelnemers zou nooit in een talkshow over eigen leed willen spreken.
We gingen weer even buurten, ditmaal bij de redactie die de kijk- en luistercijfers kent. Deze collega’s konden ons melden dat emotie- ofwel emotv-programma’s over ziekenhuisleed, liefdesellende, overleden familieleden en schokkende ervaringen tot de programma’s met de hoogste kijkcijfers behoren: er kijken gemiddeld 800.000 mensen naar. Het ís natuurlijk mogelijk dat daar amper lezers van De Telegraaf bij zitten, maar over het algemeen zijn die kijkers even doorsnee als onze lezers dat zijn. ,,De mensen staan in de rij om in die programma’s te mogen optreden om hun leed op tafel te leggen”, verzekerden onze collega’s ons. En wat kwam er uit onze Stelling? Liefst 92% van de 2033 deelnemers zou zich er nóóit voor lenen om in een talkshow zijn leed te etaleren. ,,Persoonlijk leed is van mij alleen!” schrijft een lezer gedecideerd.
U blijft ons toch aldoor verbazen!
„Ik kijk juist graag naar emo-tv. Dan kan ik andere mensen goed helpen”, schrijft een andere lezer. Dat vinden we fijn. Daarom schrijft deze krant er ook over. Marinna Janse
6 augustus 2008

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.