Zit je in 4/5 havo en heb je een N&T of N&G profiel? Vul deze korte vragenlijst in over chemie-opleidingen en maak kans op 20 euro Bol.com tegoed.

Meedoen

Griekse Tragedie

Beoordeling 6.4
Foto van een scholier
  • Werkstuk door een scholier
  • 4e klas vwo | 1303 woorden
  • 24 juli 2008
  • 54 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.4
  • 54 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
KCV
ADVERTENTIE
Ga jij de uitdaging aan?

Op EnergieGenie.nl vind je niet alleen maar informatie voor een werkstuk over duurzaamheid, maar ook 12 challenges om je steentje bij te dragen aan een beter klimaat. Douche jij komende week wat korter of daag je jezelf uit om een week vegetarisch te eten? Kom samen in actie!

Check alle challenges!
Griekse Tragedie
1. Het ontstaan van de tragedie

Hoe de Griekse tragedie ontstaan is niet precies bekend. Er wordt aangenomen dat het ontstaan is uit de dithyrambe. Dit is een verhalend lied dat door een koor van mannen en jongens ter ere van de god van de wijn en vruchtbaarheid, Dionysus, gezongen werd. De inhoud van het lied kwam grotendeels uit de heldensagen. Rond 600 voor Christus werden er al zang- en danswedstrijden georganiseerd ter ere van Dionysus. Tijdens de wedstrijden werd er door een koor, begeleid door een dubbele hobo, liederen gezongen en werd er gedanst.
De hoofdprijs van deze wedstrijden was een bokje, in het Grieks ‘tragos’. Hier zou dan de naam tragedie oftewel ‘bokkenzang’ vandaan komen, maar dit is niet zeker.

Op een gegeven moment maakte iemand zich los van het koor. Hij gaf al zingend antwoord op en uitleg aan het lied van het koor. Deze solospeler speelde nu een eigen rol, hij nam een personage aan. In de loop van de tijd kwamen er nog twee ‘acteurs’ bij. De tragedie was ontstaan.

2. Vorm en inhoud tragedie

Onderwerp
Tragedies werden niet zomaar voor de lol opgevoerd, maar op festivals ter ere van de goden. Het onderwerp van de tragedie was bijna altijd een mythe of een sage, een verhaal uit het verre verleden, waarin de helden centraal staan. Je zou denken dat dit niet leuk is voor de toeschouwers, omdat zij deze verhalen allemaal al kenden. Omdat elke dichter zelf kon kiezen welke fragmenten hij uit het verhaal in zijn stuk opnam en zelf mocht bepalen hoe hij de personages afschilderde, ontstonden als het ware toch verschillende tragedies.
Onderdelen
De tragedie kent vaste onderdelen:
- Een stuk begint altijd met een proloog, een voorwoord. Hierin wordt aan de toeschouwers duidelijk gemaakt waarde tragedie over gaat en op welk moment we in het verhaal stappen. Het is eigenlijk een soort programmaboekje van deze tijd.
- Dan komt het koor in een lange rij op. Het koor zingt een lied, de parados, dit is het tweede deel van de tragedie.
- Hierna volgen de episoden (bedrijven), die telkens van elkaar gescheiden zijn door een stasimon, een koorlied. Het stuk eindigt met een exodos, dit is het laatste bedrijf van het laatste koorlied.
In veel tragedies komt ook nog een bodeverhaal voor. Hierin vertelt een bode iets wat ergens anders is gebeurd. Het is vaak iets wat te heftig of te gruwelijk is om te laten zien.

Het koor
Het koor bestaat in de tragedie altijd uit mensen die betrokken zijn bij de gebeurtenissen in het stuk. Het koor heeft een dubbele functie. Het neemt deel aan de handelingen, daarnaast zingt het tussen de verschillende episoden liederen, waarin gereageerd wordt op de handelingen.
De ‘drie eenheden’
Er zijn drie eenheden waar een goede tragedie aan moest voldoen. De Griekse filosoof Aristoteles benadrukt dat een goede tragedie een ‘eenheid van handeling’ heeft. Hiermee wordt bedoeld dat de scènes niet los van elkaar staan, maar dat ze logisch op en uit elkaar volgen.
Ook moet een goede tragedie aan een ‘eenheid van tijd’ voldoen. Het verhaal ontwikkelt zich bij voorkeur in één dag. Een scène die zich tien jaar later dan de vorige afspeelt is daardoor onmogelijk. Er kunnen wel uren tussen de scènes liggen, die door een koorlied overbrugd worden.
Deze constateringen van Aristoteles werd door anderen later als een voorschrift voor een goede tragedie opgevat.
Over een ‘eenheid van plaats’ laat Aristoteles zich niet echt uit, maar in een Griekse tragedie komt zelden een wisseling van plaats voor. Als ergens anders iets gebeurde werd dit vaak door een bode in een bodeverhaal beschreven.
Ironie
Niet alleen de ‘drie eenheden’ van de Griekse tragedie hebben een grote invloed gehad op het toneel. Een andere grote invloed is de dramatische ironie. Je kunt hiervan spreken als de toeschouwers meer kennis bezitten dan de hoofdpersonen, hierdoor ontstaat een bepaalde spanning. Je ziet dit nu vooral nog terug in soapseries op de TV.
3. Het Griekse theater
Omdat de tragedies ter ere van de goden werden opgevoerd, vinden we op veel plaatsen in Griekenland in de buurt van tempelcomplexen theaters. De Griekse theaters waren openluchttheaters. Het woord ‘theater’ komt van het Griekse woord ‘theatron’, dit woord sloeg oorspronkelijk alleen op de toeschouwersruimte.
De toeschouwersruimte
Tot in de vijfde eeuw zaten de toeschouwers gewoon op de grond of op loopplanken. Daarna kwamen de brede traptreden die in iets meer dan een halve cirkel werden aangelegd. Hoe verder je naar boven ging, hoe breder ze werden. De zitplaatsen werden doorkruist door trappen en loopruimten. Hierdoor konden de mensen er vrij snel uit. De zitplaatsen liepen op, waardoor iedereen goed kon zien wat er in de orchestra gebeurde. Iedereen kon ongeacht de plaats het goed horen.
Niet iedereen kon zomaar gaan zitten waar hij wilde: vreemdelingen en laatkomers moesten aan de zijkanten, voor belangrijke personen waren zitplaatsen op de eerste rij gereserveerd. We weten niet zeker of slaven en vrouwen ook naar de voorstellingen mochten komen.
De orchestra
Oorspronkelijk was de orchestra een dansplaats van aangestampte aarde. In het theater was de orchestra de plek waar het koor danste en zong. In het midden van de orchestra stond altijd een altaar, aan de zijkant was een klein podium waar de musici zaten. De orchestra werd aan de achterkant afgesloten door een toneelgebouw of skene.
De skene
De skene was eigenlijk niet meer dan een verkleedhut. Het ontwikkelde zich in de loop der tijd tot een multifunctioneel gebouw met drie deuren. Het diende niet meer alleen als kleedkamer en opslagruimte, maar de kant die de toeschouwers konden zien was het decor voor de handeling. Door de deur kon een plankier op wielen (een ekkuklema) naar buiten gerold worden. Hierop werden bijvoorbeeld wel de lijken getoond van een gebeurtenis die te gruwelijk was om helemaal te laten zien. De handeling zelf ‘gebeurde’ binnen en de toeschouwers hoorden alleen de kreten. De echte handeling van het stuk speelde zich af op de proskene. Dit is het toneel dat zich voor de skene bevond.
Aan beide kanten van de skene waren er zijgebouwtjes, de paraskenia. Hier verscheen soms een god die de ontknoping van een stuk bracht.
Het koor kwam op lang de paraskenia via de paradoi (toegangen). Deze entree kon ook door de acteurs gebruikt worden. Er was een afspraak: wie van links opkwam, kwam van ‘buiten de stad’ en wie van rechts op kwam, kwam ‘uit de stad’.
Op de volgende pagina staat een tekening van een Grieks theater met alle benamingen erbij.
A de stenen traptreden die dienden als zitplaatsen
B trap om bij de zitplaatsen te komen
C een loopruimte
D orchestra, de dansplaats voor het koor
E altaar
F skene
G proskene, het toneel waar de eigenlijke handeling van het stuk zich afspeelde
H de paraskenia, de zijgebouwen
4. Sophocles
Sophocles werd geboren in 496 voor Christus in Kelonos, hij was de zoon van een rijke wapensmid. Hij is gestorven in 406 voor Christus. Hij heeft in die tussentijd verscheidene stukken geschreven en een paar politieke en militaire functies bekleed. Hij heeft zijn literair talent overgedragen aan zijn zoon Iophon en kleinzoon Sophocles ‘de Jongere’ die beiden treurspeldichter waren. In 468 voor Christus nam hij voor het eerst deel aan de Dionysia en in 407/406 voor Christus kwam zijn laatste werk tot stand: Oidipous te Kolonos.
Wat kenmerkend is voor de stukken van Sophocles is dat er regelmatig op het dramatisch hoogtepunt een omslag (peripetie) optreedt: een plotselinge ommekeer van hoopvolle verwachting naar totale ondergang. Zijn personages zijn heldhaftig, koninklijk en onverzettelijk. In het besef dat ze een tragische misstap hebben begaan, staan ze machteloos tegenover de macht van de goden.
Volgens sommigen aanvaardde Sophocles zelf de macht van de goden, volgens anderen waren goden voor hem totaal onbelangrijk. Er werd gedacht dat de goden voor hem slechts een theatrale conventie waren en dat bij hem de mens en dier en hun emoties centraal stonden. De meningen waren dus verdeeld.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.