ADVERTENTIE
Luisterboeken: de makkelijke optie? Lars is niet echt een fan van lezen. Daarom gaat hij op zoek naar de beste manieren om door zijn leeslijst heen te komen. Red je het met alleen maar samenvattingen, of is een e-reader of luisterboek een betere optie? Deze video wordt mede mogelijk gemaakt door Storytel.

Probeer 30 dagen gratis
Inhoudsopgave

INLEIDING
WIE IS SINTERKLAAS
HOE HET VERDER GING MET SINT NICOLAAS
VERHALEN ROND SINT NICOLAAS
SINTERKLAAS, GOEDHEILIG MAN TREK JE BESTE TABBERT AN…
DE KOORKAP
DE MIJTER
DE KROMSTAF
DE STOLA
HET BORSTKRUIS
DE SUPERPLIE
DE CINGEL
DE RIJROK
DE PONTIFICALE HANDSCHOEN
DE PONTIFICAALRING
DE ONDERKLEDING VAN SINTERKLAAS
HET GEHEIM VAN ZWARTE PIET
CONTACTEN MET SPANJE
ZIE GINDS KOMT DE STOOMBOOT…
DE BETEKENIS VAN HET SNOEPGOED
’T HEERLIJK AVONDJE IS GEKOMEN, ‘T AVONDJE VAN SINTERKLAAS…..
SURPRISES MET EEN GEDICHT
SINTERKLAASBOEKJES EN LIEDJES
KAARTEN VAN JAN STEEN UIT HET RIJKSMUSEUM TE AMSTERDAM
SLOTWOORD
BRONVERMELDING

Inleiding

Elk jaar in november begint het weer: de spanning om Sinterklaas. De winkels versieren hun etalages. In de brievenbus vallen folders met plaatjes van mooie kado’s. En dan, zo half november, komt Sinterklaas. Hij komt in heel veel plaatsen in Nederland aan. Niet altijd met de boot, ook niet altijd met zijn witte paard. Maar hij heeft wel altijd Pieten bij zich. En die strooien overal lekkers. In de Sinterklaastijd kun je heel wat Sinterklazen zien, grote, kleine, met of zonder bril. Het is altijd wel een heel groot feest, maar de vraag blijft: “waarom is er rondom Sint Nicolaas een feest ontstaan?” Dus wat is Sinterklaas zijn geschiedenis?
Ik ben op de hoofdvraag gekomen door een bezoek aan het Rijksmuseum in Amsterdam. Daar zag ik een schilderij van Jan Steen waarop het Sint Nicolaasfeest werd uitgebeeld (Zie de kaarten van dit schilderij elders in het werkstuk). Aangezien mijn werkstuk moest gaan over een bekend persoon uit de geschiedenis heb ik Sinterklaas gekozen.

Ik probeer mijn hoofdvraag te beantwoorden met behulp van de volgende deelvragen:

• Wie is Sint Nicolaas?
• Wat is de betekenis van de kleding van Sint Nicolaas?
• Wie is Zwarte Piet?
• Waar komt de Sint nu werkelijk vandaan?
• Waarom komt Sint Nicolaas met de stoomboot?
• Wat is de betekenis van het snoepgoed?

Ik hoop dat dit werkstuk met veel plezier zal worden gelezen.

Wie is sinterklaas?

Sinterklaas zoals wij hem kennen - de eerbiedwaardige, bejaarde kindervriend uit Spanje, die brave kinderen beloont en stoute bestraft, die met een zwarte knecht, op een schimmel over de daken rijdt en via de schoorsteen of open raam of deur lekkers en speelgoed uitdeelt - die oude kindervriend schijnt een samenstelling te zijn van twee mensen en een Germaanse god, Wodan. De twee mensen hadden allebei de naam Nicolaas. De één heeft geleefd in de vierde eeuw, de ander in de zesde eeuw na Christus.
Beide woonden in de provincie Lycië het tegenwoordige Turkije.

Sinterklaas is dus een Turk. De jongste Nicolaas begon als monnik en later werd hij bisschop van Pinora. Hij was bekend om zijn genezingen en uitdrijvingen van boze geesten. Hij overleed op tien december 564. Berichten over de oudste Nicolaas zijn heel vaag. Hij is waarschijnlijk in 280 geboren in Patara, vlakbij Myra, een kleine stad in de Provincie Lycië.
Hij heeft nooit ver gereisd en hij is nooit buiten zijn land geweest. Zeker niet in Spanje! Later is hij bisschop geworden van Myra. Dat kan je nu nog zien aan zijn kleren. Sinterklaas draagt bisschopskleren.
Een lange mantel, de tabbert. Een mijter op zijn hoofden in zijn hand een staf. De oudste Nicolaas is op 6 december tussen 341 en 345 overleden. Wij zingen wel “Sinterklaas is jarig”, maar eigenlijk klopt dat niet. Hij was niet jarig op de dag dat hij stierf. Sinterklaas wordt op 5 december gevierd.
Want vroeger was het de gewoonte om een feest de avond voor een belangrijke dag te vieren.
Waarom is de sterfdag van Sint Nicolaas zo belangrijk? Omdat hij een heilige werd. Mensen die veel voor het geloof en de kerk hebben betekend worden in de Rooms-katholieke kerk heilig verklaard. Ook Nicolaas was zo iemand.

In de zeventiende eeuw vervaagde door de reformatie het Roomse aspect van de onzichtbare bisschop Nicolaas en wordt hij steeds meer een onzichtbare kindervriend, opvoeder en huwelijksmakelaar. Uit Sint Heer Nicolaas ontstond in deze tijd zijn nieuwe naam; Sinterklaas.

Sint Nicolaas werd begraven in de kerk van Myra. De mensen geloofden dat zijn beenderen magische krachten hadden en dat ze zouden beschermen tegen gevaar. Daarom werden ze heel goed bewaard.

De Germaanse oppergod Wodan/Odin van vóór de Middeleeuwen, werd voorgesteld als een forse persoon met mantel, muts, en witte baard, rijdend door de hemel op een schimmel. In zijn hand had hij een speer met een slang aan de top en hij ging vergezeld van twee zwarte raven, die hem informeerden over het gedrag van de mensen op aarde. De Germanen brachten hem offers bij de stookplaats. Deze vinden we terug in voedsel voor het paard van Sinterklaas, marsepeinen varkens en suikerbeesten.

De heidense god Wodan werd hardnekkig vereerd door onze Germaanse voorouders, zodat de jonge Rooms-katholieke kerk hem in de Middeleeuwen verbond met de heilige Nicolaas, of misschien werd dit door de bevolking zelf wel gedaan.

Hoe het verder ging met Sint Nicolaas?

De bekendheid van Sint Nicolaas nam in de loop van de eeuw toe. In de negende eeuw was hij de bekendste heilige in de Griekse kerk. De verering van Sint Nicolaas was bijna net zo groot als die van Maria.
In de loop van de zevende en achtste eeuw waait deze verering over naar Italië. In de negende eeuw waren er kerken in onder andere Rome, Napels en Ravenna.
Van hieruit ging de Nicolaas verering verder over land en zee. Vooral de Noormannen zorgden voor de verspreiding. Veel kerken en kloosters, die toen in West-Europa zijn gebouwd, zijn naar Nicolaas vernoemd.
Ook zeelieden hoorden op hun reizenveel verhalen over Sint Nicolaas en over de wonderen die hij gedaan had. Thuis vertelden ze die verhalen verder.
De verering was op een hoogte punt in de twaalfde en dertiende eeuw. Vooral in Rusland werd hij aanbeden. Daar zijn wel duizend Nicolaas kerken er werden ook veel verhalen over hem verteld. In de achttiende eeuw bad men haast nooit meer rechtstreeks tot God, maar via Sint Nicolaas.
Tot de revolutie in 1917 bleef Sint Nicolaas in Rusland de nationale heilige.
Het Sint Nicolaas feest is dus eigenlijk een godsdienstig feest: de verering van een heilige.
Verhalen rond Sint Nicolaas

Er bestaan veel verhalen over de wonderdaden en reddingen van de heilige bisschop. Aan die verhalen kun je zien hoe Sinterklaas zich heeft ontwikkeld van een algemene beschermheer naar een beschermheer speciaal voor kinderen. Hoe loopt die ontwikkeling?

A. Nicolaas als beschermer en redder van onschuldige en vervolgde gelovigen.

Er zijn allerlei verhalen over Nicolaas die op het allerlaatste moment onschuldig veroordeelde mensen redt. Hij rukt het zwaard uit de handen van de beulen zij zijn vrij..

B. Nicolaas als beschermer van zeelieden.

Voor zeelieden was Sint Nicolaas heel erg belangrijk. Er zijn verschillende verhalen over hoe Sint Nicolaas hulp bood aan zeelieden in nood. In hun angst bidden zij tot Nicolaas “Heilige Nicolaas, als het waar is wat ze van u zeggen dan kunt u ons redden. Doe uw best alstublieft”. Als de nood voorbij was en als de storm was gaan liggen bedankten de zeelieden Sint Nicolaas voor zijn hulp en zijn redding. Daarom staan nog steeds in veel havenplaatsen in Europa kerken ter ere van Sint Nicolaas.

C. In de Middeleeuwen duikt Sint Nicolaas in de verhalen op als beschermer van handel en bezit.

Sint Nicolaas bezorgt verloren en gestolen goederen terug en help armen en rijken. Sint Nicolaas was beschermheer van bakkers, korenhandelaren, wevers, kleermakers, kleerhandelaren, schoenmakers, meubelmakers, schilders, houtzagers en allerlei andere ambachtelijke beroepen.

D. Nicolaas als beschermer van jonge vrouwen op weg naar het huwelijk.

Het verhaal gaat, dat in Nicolaas` een arme koopman leefde met drie dochters. Hij had geen geld om zijn dochters uit te huwelijken. Nicolaas biedt hulp door gedurende drie nachten lang steeds een geldbuidel door het raam te gooien. Voor elke dochter een bruidsschat. Ook in Nederland is deze taak vroeger voor Sinterklaas belangrijk geweest. Als je op 5 of 6 december een speculaashart kreeg, was dat een huwelijksaanzoek. Sinterklaas goedheiligman is eigenlijk: goed heylik-man. Heylik is een oud woord voor huwelijk. Het betekent dus eigenlijk: Sinterklaas, goed huwelijksman. Sinterklaas gaf meisjes de kans te kunnen trouwen.

E. In de loop der tijd wordt Sinterklaas in Nederland steeds meer de beschermer van de kinderen.

Er zijn veel verhalen hoe Sint Nicolaas kinderen redt. Er is bijvoorbeeld een verhaal hoe Nicolaas een kind redt dat in het brandwater door de moeder is vergeten. Het bad staat op het vuur. De moeder is naar de kerk toe om Nicolaas te vereren, daardoor is ze haar kind vergeten. Als ze terug komt vindt ze haar kind ongedeerd, hoewel het water kookt. Natuurlijk heeft Nicolaas het kind gered.

Sinterklaas, goedheilig man trek je beste tabbert an...

Sinterklaas, goedheilig man trek je beste tabbert an, rijd ermee naar Amsterdam….

Sinterklaas of Sint Nicolaas kennen we allemaal.. We herkennen onze meest populaire bisschop uit duizenden: rode mantel, witte ‘jurk’, staf en mijter. Hij is zo bekend, dat we eigenlijk niet meer echt kijken naar zijn uiterlijk of wat hij draagt. Toch draagt hij deze kleding niet zonder reden en hebben de afzonderlijke kledingstukken en attributen een betekenis met een eeuwenoude oorsprong.

Hoewel Sint Nicolaas een bisschop was, zijn de kleren van de huidige Sint Nicolaas niet een exacte navolging, maar een negentiende eeuwse interpretatie van een bisschop.
Om erachter te komen wat de Sint nu werkelijk draagt heb ik hem stuk voor stuk van zijn kleren en attributen ontdaan.

De Koorkap

Het grootste en meest opvallende kledingstuk dat Sinterklaas draagt is de koorkap. De koorkap is een grote, ruimvallende cape gesneden in de vorm van een halve cirkel. Deze jas is afgeleid van de laat-romeinse pluviale of regenmantel met grote capuchon, waarvan het driehoekige of schelpvormige koorkapschild op de rug een overblijfsel is. Een koorkap heeft de symbolische betekenis van ‘de mantel der liefde’ en verwijst verder naar onschuld en waardigheid. Het gebruik van de kleur rood gaat ook heel ver terug in de tijd. De rode kleur duidt niet alleen op de liefde en het bloed, maar ook op de dapperheid van de martelaren.
Het model van de koorkap van Sinterklaas is aangepast omdat de Sint veel tijd op zijn paard doorbrengt. Bovendien moet de mantel Sinterklaas beschermen tegen regen en kou. Daarom werd gekozen voor een extra zware kwaliteit stof samengesteld uit trevira en wol.
Het koorkapsschild is, zoals gebruikelijk in de kerk, afgezet met goudbouillon franje en een dikke goudbouillon kwast. Op de brede rand die over de schouders naar voren loopt is de sluiting van de mantel aangebracht. Deze speciaal ontworpen, verguld zilveren sluiting is aan de ene kant voorzien van het stadszegel en aan de andere kant van een anker. Het anker symboliseert niet alleen het feit dat de heilige Nicolaas sinds de dertiende eeuw de patroonheilige
van Amsterdam (stad van koophandel en zeevaart) is, maar ook dat hij als beschermengel van de zeelui bekend staat. Met een vooruitziende blik is de sluiting voorzien van een jaarletter zodat latere generaties altijd in staat zullen zijn de koorkap (en hiermee het hele pak van Sinterklaas) te dateren.

De Mijter

Het meest in het opvallende attribuut van Sinterklaas is de mijter. De oorsprong van dit hoofddeksel is onduidelijk. Waarschijnlijk is de mijter afgeleid van een van oorsprong oosterse muts die vanaf de tiende eeuw door de paus werd gedragen. Vanaf de twaalfde eeuw schonk hij bisschoppen die dat verdienden het recht om hun hoofd te bedekken met een muts als de zijne. Een eeuw later is dit gebruik al zo ingeburgerd dat vrijwel alle bisschoppen deze hoofdbedekking (ook wel mitra genoemd) dragen. In de loop der tijd ontstaan er allemaal mode in mijters; de ene keer zijn ze laag, dan weer hoog, gemaakt van uitbundig versierde stoffen of voorzien van parels en edelstenen.

Een mijter bestaat uit twee spits toelopende vlakken die wel iets van een vijfhoek hebben. Ze zijn aan de onderkant met elkaar verbonden. Aan de achterzijde hebben mijters nog twee flappen van ongeveer 40 centimeter lang. De kerkelijke mijters zijn altijd te herkennen aan twee decoratieve banden die de basisversiering vormen. De een loopt rondom de basis, terwijl de ander verticaal middenvoor en middenachter staat. Hierin wijkt de mijter van Sinterklaas heel duidelijk af. Deze is altijd voorzien van een kruis dat in het midden van de voor- en achterkant van de mijter is geplaatst. Deze wijze van versieren stamt uit het begin van de negentiende eeuw en wordt in ons land steeds minder gebruikt.

De Kromstaf

De kromstaf is vanaf de zevende eeuw in Spanje bekend en heeft waarschijnlijk een Byzantijnse oorsprong. In het begin had de bisschopsstaf geen liturgische betekenis. Hij verbeeldde de kerkelijke macht van de bisschop, zoals het zwaard het symbool van de wereldlijke macht was. Vanaf de Middeleeuwen wordt de staf gezien als een herdersstaf en hiermee het teken van de pastorale zorg van de herder. Volgens een Middeleeuwse legende zou de krul duiden op de beperkte rechten van een bisschop: hij bezit slechts zeggenschap binnen de grenzen van zijn eigen bisdom. Daarom zou de paus nooit een kromstaf dragen. De staf heeft ook nog een eigen betekenis. Volgens traditie dient een bezoekende bisschop de krul van zijn staf achterwaarts te dragen. Een bisschop draagt in zijn eigen bisdom de krul naar voren.

De kromstaf als geheel symboliseert de boom des levens, waarvan de kruin zich tot in de hemel verheft. Op de krul zijn tien vruchten van de koopmansstad weer gegeven: de hout-, cacao-, thee-, tabak-, vis-, graan-, diamant-, goud-, zilver-, en de geldhandel. Al deze handelswaren zijn verbonden via een keten van hoofd- en handwerkslieden.
In het hart van de krul staat het wapen van Amsterdam: het schild met de drie Andrieskruisen, steunt op een rivier van kwartsiet, de zwarte baan in het midden, die de zo belangrijke levensader van de stad voorstelt: de verbinding van de stad Amsterdam met de Rijn, de aansluiting met de vier rijnlanden, het hart van Europa.
Op de stam van de levensboom, centraal naast het stadswapen, zien we de figuur van Petrus, grondlegger van de christelijke kerk volgens de woorden: 'Gij zijt Petrus, de rots waarop Ik mijn huis zal bouwen.' Rondom Petrus staan de vier aartsengelen Michaél, Gabriél, Raphaél en Uriél, de steunpilaren van het geloof.
De drie eikels in de grote krul zijn vruchtbaarheidssymbolen, die men kan opvatten als de vruchten van een juiste levenshouding en omgang met anderen. De drie eikels ontspruiten aan een eikenblad, voorstellend het Initiatief Comité Amsterdam, dat de contacten met Sint Nicolaas onderhoudt. Rondom de eikentak met eikels, en verder verdeeld over de gehele staf, bevinden zich kleinere en grotere glinsterende sterren: zinnebeeld van al diegenen die telkens weer om niet hun inzet ter beschikking stellen van de festiviteiten rond de komst en verjaardag van de Goedheiligman.
De zogenaamde grondslag van de Staf van Sint Nicolaas is bezet met beeltenissen van de fameuze bisschoppen-civiel die ooit en tot heden deze eerbiedwaardige functie mochten bekleden. Zij staan opgesteld in een rijk neo-gotische façade, ondersteund door hun wapenschilden met daarop de kenmerken van hun burgerlijke kwaliteiten.
Als eerste de welbespraakte bisschop-acteur, wellicht de meest bekende Sint allertijden. Vervolgens de in zijn jaren alombekende dierenvriend en bisschop & dierenarts dr. Gajentaan. Bisschoparchitect Gerard de Klerk is de derde bisschoppelijke waarnemer, die Amsterdam heeft voorzien van vele markante herkenningspunten. En last but not least, om de cirkel rond de levensboom te sluiten, de huidige regerende Sinterklaas, bisschop-havenbaron Dick-Ernst Claes.

De Stola

De stola en het borstkruis hebben door de plaats en wijze waarop ze gedragen worden met elkaar te maken. De stola is een lange en smalle strook stof die om de hals wordt gedragen. Vroeger kruiste de priester de stola over de borst, behalve wanneer hij een borstkruis droeg. Aangezien de bisschop tijdens de liturgie altijd een borstkruis draagt, heeft hij de stola dus nooit kruislinks om, maar laat hij deze recht naar beneden hangen. De stola is, net als het borstkruis, een teken van priestelijke waardigheid.
De lofstola van Sinterklaas is gemaakt van dezelfde zware kwaliteit stof als de koorkap en aan beide zijde voorzien van het wapen van Amsterdam, uitgevoerd in applicatie.

Het Borstkruis

Het is niet duidelijk hoe lang het borstkruis al wordt gedragen. De eerste duidelijke aanwijzingen stammen uit de twaalfde eeuw, maar het lijkt onwaarschijnlijk dat het niet al voor die tijd in gebruik was. In ieder geval wordt het dragen van een borstkruis met het Missale Romanumb in 1570 verplicht gesteld. Vroeger hadden bisschoppen vaak meerde kruizen; de een eenvoudig en klein en de ander groter en rijk versierd met (half)edelstenen , emaille of parels.
Het borstkruis van Sinterklaas is 65 jaar geleden gemaakt van messing (koperkleur) en versierd met een aantal geslepen glazen stenen.

De Superplie

Bij de liturgische garderobe hoort ook een enkellang, ruimvallend wit linnen onderkleed dat Albe heet. Dit heeft echter een specifiek probleem voor een bisschop te paard: het is te lang. Daarom zal hier waarschijnlijk uit praktische overwegingen voor de kortere superplie zijn gekozen, die eigenlijk deel uit maakt van een koorgewaad.
De linnen superplie van Sinterklaas heeft een blinde sluiting en is langs de zoom en aan de mouwen afgezet met een brede strook handgeknoopt filet kant. Volgens oud gebruik zijn hierin een drietal, aan de uiteinden met elkaar verbonden kruizen verwerkt.

De Cingel

De cingel is een lang wit koord van zijde, wol of linnen dat in de taille wordt gebruikt om de ruimvallende superplie mee op te binden. De lengte van de cingel bedraagt ongeveer drie en een halve meter. De insnoering moest de priester wijzen op zelfbeheersing en kuisheid.
De witte cingel van Sinterklaas is vier en een halve meter lang en aan de uiteinden versierd met platte rozetvormige ornamenten van goudkleurig koord met een kleine rode imitatie edelsteen en lange kwasten van goudbouillon.

De Rijrok

Dit kledingstuk komt normaal gesproken niet voor in de garderobe van een
bisschop. Om de indruk te wekken dat Sinterklaas een lang rood gewaad met lange mouwen onder zijn superplie draagt, heeft men hier enige dichterlijke vrijheid toe gepast. Atelier Stadelmaier heeft twee losse mouwen gemakt die in de wijde mouwen van de superplie bevestigd kunnen worden. Verder vervaardigde Stadelmaier een rijrok met elastiek in de taille en een split middelvoor en middenachter, zodat de sint gemakkelijk in en uit het zadel kan komen. Beide kledingstukken zijn gemaakt van een stevige stof samengesteld uit trevira en wol.

De Pontificale handschoen

Het recht tot het dragen van pontificale handschoenen was uitsluitend voorbehouden aan bisschoppen. Deze handschoenen behoorden uit zijde te worden gemaakt en moesten de liturgische kleuren canon volgen. Zo bezat een bisschop meestal een wit, een rood, een groen en een paars paar. De versiering op de rug van de handschoen mocht men naar eigen inzicht kiezen. De oorspronkelijke functie van de pontificale handschoen was waarschijnlijk het beschermen en het rein houden van de gewijde bisschopshanden.
Voor Sinterklaas hebben de handschoenen ook nog een praktisch doel, namelijk
het warm houden van zij handen tijdens de lange intocht door de stad. Hij heeft handschoenen van paarse tricot versierd met een vierkant ornament van geborduurde paarse zijde en gouddraad. Op dit punt toont de sint zich aardig ouderwets, want bisschoppen dragen al enige tijd geen handschoenen meer.

De Pontificaalring

Vroeger bezat een bisschop vaak meerdere ringen, waarbij de pontificaalring de mooiste en de grootste was. Hij werd alleen gebruikt tijdens pontificale hoogmissen en was vaak heel breed, omdat hij over de pontificale handschoenen geschoven moest worden. Hij was meestal van goud en bij voorkeur voorzien van een amethyst; vanwege de paarse kleur van deze edelsteen. De ring was een voorwerp van verering dat bijvoorbeeld ter begroeting werd gekust.
De ring van Sinterklaas heeft een langwerpige in facet geslepen imitatie edelsteen die over de paarse handschoen aan de ringvinger van de rechterhand wordt gedragen.

De Onderkleding van Sinterklaas

De Sint is nu bijna tot op het bot uitgekleed. Zijn onderkleding bestaat uit een witte katoenen trui, een beige rijbroek en zwarte leren rijlaarzen. Hierin wijkt Sinterklaas uiteraard geheel af van zijn collega bisschoppen. Die zouden zich niet willen vertonen zonder hun kleurrijke zijden pontificaalkousen en -schoenen. Maar de goedheiligman moet blijven denken aan het comfort dat deze onderkleding en deze laarzen tijdens de lange uren op de schimmel hem bieden.

Het geheim van Zwarte Piet

Zwarte Piet is in de heel geschiedenis van Sinterklaas betrekkelijk jong, want hij treedt voor het eerst zichtbaar op in het zeer bekende prentenboek ‘Sint Nikolaas en zijn knecht’ van Jan Schenkman uit 1850, al zijn er (wat vage) berichten dat hij ook al eerder op familiefeesten zijn opwachting maakte.

De figuur van Zwarte Piet is een heel erg goed bedenksel. Het is zonder meer een feit dat voor verhalen en feestelijkheden een paar vaak interessanter is dan een persoon alleen, zeker als ze ook nog contrast vormen. En dus heeft men bij de statige oude Sint een knecht bedacht die in alles zijn tegenbeeld is: lenig, levendig, grappig en kleurig. Piet is een mengvorm van van alles. Hij lijkt een beetje op de hofnar die koningen en prinsen vroeger vaak bij zich hadden om henzelf en anderen te vermaken met zijn grappen en gekke bewegingen.
Hij stamt ook een beetje af van duivelachtige personen die in allerlei volksverhalen figureren en die kinderen bang moesten maken. Soms hebben ze zwarte gezichten van het roet van de hel en natuurlijk gedragen ze zich ongewoon.
Het verschijnsel ‘zwarte knecht’ was in Nederland ook niet onbekend, want door de slavenhandel waar de Nederlanders actief waren geweest, was er hier en daar in Nederland wel eens zwart knechtje verschenen, meegebracht uit Afrika of Suriname. En in Spanje, waar de Sint volgens de verhalen vandaan kwam, hadden zwarten, de Moren, afstammelingen van Arabieren en Afrikaanse Berbers, jarenlang een belangrijke rol gespeeld. Vandaar dat Piet gekleed is in een Spaans kostuum uit de zestiende eeuw met een pofbroek van repen stof waar de voering doorheen zichtbaar is, lange gekleurde kousen, een strak wambuis met een kleine witte kraag en een baret met veer op het hoofd.
Dat het bedenken van Zwarte Piet als tegenwicht tegen Sinterklaas een vondst was blijkt wel uit het feit dat hij al snel niet meer weg te denken was uit het Sinterklaasfeest en dat op alle afbeeldingen sindsdien Zwarte Piet een belangrijke rol speelt.
De figuur van Zwarte Piet is nog steeds in ontwikkeling. In onze tijd van antidiscriminatie wetten en politieke correctheid is deze niet al te slimme zwarte man met zijn rare taaltje een omstreden figuur geworden. Tegenwoordig zijn er dan ook experimenten met Bonte en Blauwe Pieten

Er zijn nog een aantal mogelijke theorieën gevonden over de mogelijke herkomst van Zwarte Piet.

Er is een oud verhaal over een Ethiopische slaaf Piter, die door bisschop Nicolaas op een slavenmarkt zou zijn gekocht en daarna vrijgelaten. Uit dankbaarheid zou Piter in dienst van Nicolaas zijn getreden.

Ook moet aan de duivel worden gedacht. Vaak werd deze Heintje Pik of Pek genoemd. Pek is een zwarte kleverige stof, volgens verhalen ook in de hel te vinden. In de middeleeuwse toneelstukken over heiligen speelt de duivel een belangrijke rol. Daarin werd het Kwade (de duivel) geketend aan het Goede (de heilige). Er is echter ook een prent met daarop de duivel die een zak vol zielen meesleept naar de hel.

In de Duitse folklore komt de zogenaamde ‘Kinderfresser’ voor, een angstaanjagende man of vrouw die in een zak of mand stoute kinderen meevoert.

In de zeventiende eeuw gingen in december jongens met zwart gemaakte gezichten verkleed en joelend de straat op. Ze gilden zo hard ze konden en bonsden op deuren en ramen. De meisjes en de kleintjes moesten binnen blijven. Op de Waddeneilanden gebeurt dit nog steeds, maar nu mogen ook meisjes meedoen.

Lange tijd werkten in Italië jongetjes als schoorsteenveger. Ze kropen met een roe door de rookkanalen. Met een kogel aan een ketting maakten ze roet los en vingen dat op in een zak. Een vergelijking met de geketende duivel is hier op zijn plaats.

Al deze verschijnselen kunnen gecombineerd de volksverbeelding hebben geïnspireerd tot het scheppen van een zwarte bediende voor Sint Nicolaas, nu Zwarte Piet genoemd.

Voor ongeveer 1845 trad Sint Nicolaas dus in zijn eentje op in de Nederlandse en Vlaamse cultuur. Hiervan getuigen de vele liederen, verhalen en afbeeldingen. In onder andere Duitsland, Tsjechië en Frankrijk is er ook sprake van een knecht, maar die lijkt dan meer op een duivel of kinderschrik.

Contacten met Spanje

Sint Nicolaas komt beslist niet uit Spanje. Op de vraag waar dit misverstand vandaan komt, zijn verschillende antwoorden.

Sint Nicolaas was bisschop van Myra. In mei 1087 hebben Italiaanse vereerders van Sint Nicolaas zijn gebeente van Myra naar Bari in Italië verplaatst. Bari in Italië was lange tijd in Spaanse handen en wie weet, heeft men vroeger Italië met Spanje verward.

Italië, dus misschien ook Bari, behoorde in de zestiende en zeventiende eeuw gedeeltelijk bij Spanje. In onze streken zag men Spanje als een rijk en machtig land, waar al het goede en lekkers vandaan kwam. Op sinterklaasmarkten in Amsterdam kon men in de zeventiende eeuw naast speculaaspoppen en ander lekkers ook geschenken en zaken als specerijen, vijgen, noten en sinaasappels kopen, bestemd voor het sinterklaasfeest. Al dit goede der aarde was vaak afkomstig uit Spanje. Bovendien rijmt Spanje op appeltjes van oranje.

Later, als Zwarte Piet ten tonele verschijnt, gaat diens veronderstelde afkomst (Afrika, Arabië, India) een rol spelen. De Spaanse edelen hadden vaak Moorse, dus donkere, bedienden; de middeleeuwse folklore (duiveltjes, boze geesten enz.) doen denken aan Moren of negers. Wie weet dreigde men in de zestiende en zeventiende eeuw stoute protestante kinderen met Spaanse (Moorse) soldaten, die hen voor straf zouden meenemen naar het verre toen vijandige Spanje. Misschien speelt het verschijnsel van de ‘surprise’, dat uit Spanje schijnt te komen, in die tijd ook een rol.

Zie ginds komt de stoomboot...

De aankomst per stoomboot valt misschien te verklaren uit de legende waarin Sint Nicolaas in nood verkerende zeelieden op zee redt; sindsdien is hij ook patroon van de zeelieden. Daarom hebben vele havensteden een Sint-Nicolaaskerk (Amsterdam, Kampen, Harderwijk, Edam, Monnickendam enzovoort.)

Vroeger kwamen er veel schepen vanuit Spanje naar ons land. Schepen met de mooiste en lekkerste dingen aan boord. Die schepen waren van rijke Spaanse kooplieden. Zij hadden vaak zwarte knechten bij zich. Dat waren negers, die in Spanje waren komen wonen.
Sinterklaas kwam van ver. Hij had iets met schepen te maken, want hij was de beschermer op zee (dit blijkt uit een legende). Hij bracht mooie en lekkere dingen en hij had zwarte knechten. Dan moest Sinterklaas wel uit Spanje komen dachten de mensen. Daar kwamen immers de schepen met lekkere dingen en zwarte knechten vandaan.
Dat het zo ging kun je zien aan het pak van Zwarte Piet. Zulke kleren droegen de Spanjaarden in de vijftiende eeuw. Maar de
stoomboot die bestond toen nog niet. Pas zo’n 150 jaar geleden gingen de eerste stoomboten varen. Toen werd het liedje “zie ginds komt de stoomboot” gemaakt. .Na die tijd zijn de boten waarmee Sinterklaas aankomt moderner geworden, maar het is altijd een stoomboot gebleven.

De betekenis van het snoepgoed

Het krijgen van lekkers is een van de belangrijkste aspecten van het sinterklaasfeest. Waar komen speculaas, marsepein, pepernoten en letters toch vandaan? Welke betekenis is aan dit alles verbonden?

De Germanen brachten hun goden offers in de vorm van koeken die speciale wensen moesten voorstellen of de werkelijkheid moesten weerspiegelen. In het Latijn is spiegeling 'speculum', zodat later deze koeken speculatie gingen heten, wat weer werd herleid tot speculaasje en speculaas.

Kloosters beschikten vroeger over een eigen bakkerij en zorgden ook vaak voor eigen grondstoffen door deze zelf te verbouwen. Men raakte dol op allerlei peper-, kruid- en honingkoeken en beeldde daarmee heiligen en dieren uit. Deze werden versierd met suiker en verguldsel. Hierbij past een oud sinterklaasgebruik: het koek vergulden.
Deze versierde koeken werden aan pelgrims en reizigers verkocht. Zo ontstond de speculaas- en taaitaaipop traditie. Ook van suiker en amandelen werden figuren gemaakt. Hierbij past de legende, dat uit het graf van Sint Nicolaas in Myra en later in Bari welriekende vloeistof stroomde, die een heilzame werking zou hebben. Een plezierige bijkomstigheid voor een bedevaartsoord, want zoiets mysterieus en genezends trekt natuurlijk veel pelgrims.
Juist bij deze welbekende en zoete materie moeten we denken aan marsepein. Het woord 'marsepein' komt van het doosje waarin men vroeger kruiden en andere heerlijk ruikende stoffen bewaarde. Dit heette toen 'marzepane', een Arabisch woord dat 'zittende vorst' betekent. Dit duidde op het geld dat in dit soort doosjes werd bewaard en dat een rol speelde bij het wegen van kruiden.

Het woord 'banket' komt van de bank waarop men in vroeger tijden zat tijdens een feestmaaltijd. Later werd de term ook voor de bijbehorende tafel gebruikt, waarop men in de Middeleeuwen en later overvloedige maaltijden kreeg opgediend. De taarten en andersoortig gebak (bladerdeeg met amandelspijs) bij die maaltijden ging men banket noemen.

Een opvallend verschijnsel bij al dit lekkers vormen de letters van banket of chocolade. Een verklaring voor deze letters moet worden gezocht bij de middeleeuwse kloosterscholen. Hier leerde men schrijven met behulp van losse letters, vaak van brooddeeg, zodat ze als beloning konden worden opgegeten.

Bovendien bestond in de Middeleeuwen op het platteland de opvatting dat men door letters te eten ontwikkeld zou worden. Moeders van eenvoudige komaf mengden papieren lettertjes door de pap van hun kinderen om zo hun geestelijke groei te bevorderen! In verband hiermee staan het woord 'lettervreter' voor iemand die graag en veel leest, en de uitdrukking 'hij heeft veel letters gegeten' voor iemand die erg geleerd is.

Een andere verklaring is in de 19e eeuw te vinden. Het was toen de gewoonte om de sinterklaasgeschenken voor een kind met een laken te bedekken en daarop een letter, gemaakt van brooddeeg te leggen. Deze letter was de beginletter van de roepnaam van het kind. Zo kon het in de vaak slecht verlichte vertrekken snel de voor hem bestemde cadeaus ontdekken. Deze broodletter werd een banketletter en daarna kwam de chocoladeletter Met
kleine chocoladeletters werden toen ook vaak de initialen of complete roepnamen van kinderen bij hun geschenken neergelegd.

Gestrooide pepernoten waren noten in peperkoekvorm. Noten zijn vruchtbaarheidssymbolen evenals (sinaas)appels, die vroeger ook werden gestrooid tijdens het sinterklaasfeest. In oude verhalen en liedjes over Sinterklaas duiken zij regelmatig op. Er zijn oude afbeeldingen waarop Sinterklaas met een boompje vol appels staat. Dit was reeds de voorbode van de kerstboom met de ballen.

Vanaf de zeventiende eeuw werden al dit lekkers en gebak op sinterklaasmarkten uitgestald. Later gebeurde dat in etalages en op speciale tafels in banketbakkerijen. Deze traditie bestaat nog steeds. Lang voor het sinterklaasfeest gaan de kinderen ernaar kijken en zoeken iets uit voor hun verlanglijstje. In de eerste helft van deze eeuw noemde men dit 'tafels kijken'.

Wie zich afvraagt waar de zo bekende zakjes met gouden en zilveren chocolademunten vandaan komen, moet teruggaan naar de oude legende van een arme koopman en zijn drie dochters.

Deze geschiedenis verhaalt van drie huwbare meisjes van goeden huize. Maar helaas had hun vader als koopman geen goede zaken gedaan en raakte hij bijna aan de bedelstaf. Hierdoor kon hij zich geen bruidsschat permitteren en was een goede huwelijkspartij voor de meisjes vrijwel uitgesloten. Om toch aan geld te komen, besloot de vader zijn dochters de prostitutie in te sturen. Sint Nicolaas vernam dit zedeloze plan en wilde de meisjes helpen. Tot driemaal toe gooide hij 's nachts, zonder gezien te worden, beurzen met goudstukken naar binnen. Want Sint Nicolaas wilde graag onbekend blijven, bescheiden als hij was. Door deze gulle actie konden de meisjes fatsoenlijk blijven en binnen hun stand trouwen.

Wie een oude afbeelding van een bisschop ziet met in zijn handen drie gouden ballen, weet dat het Sint Nicolaas is. De drie gouden ballen symboliseren de drie beurzen met goudstukken. Deze bijzondere daad van Sint Nicolaas maakte hem geliefd bij de verliefde jeugd. Zo is zijn naam "goedheilig man" een verbastering van het oude "goed huwelijksman" en werd hij gezien als een beschermheilige, die grote invloed had op de keuze van een goede huwelijkspartner.

Deze speciale band met jonge verliefde lieden zien wij ook terug in het schenken van een speculaaspop. Zo'n van speculaas gemaakte "vrijer" of "vrijster" was voor de ontvangende jonge man of vrouw het teken dat er iemand verliefd op je was. Hoewel wij het woord 'vrijen' heel normaal vinden en weten dat het staat voor 'verkering hebben' in de ruimste zin van het woord, komt het oorspronkelijk van de Germaanse god Freyr of de godin Freya. Deze vertegenwoordigden de vruchtbaarheid. Opmerkelijk is het dat dit oude Germaanse aspect in het Christelijke verhaal over Sint Nicolaas terug te vinden is. Dit geeft aan dat Sint Nicolaas wel heel oud moet zijn en dateert uit een tijd waarin heidense Germaanse gebruiken nog voorkwamen in het vroege Christendom.

Sint Nicolaas gooit weliswaar niet met geld, maar de gouden
munten voor de drie huwbare meisjes waren wel de aanleiding voor het overbekende strooien met pepernoten en ander lekkers. Daarbij is het de kunst om ongezien te strooien, waardoor vooral de kleintjes onder ons volstrekt verrast worden. Nog steeds is het strooien van snoepgoed synoniem aan het gul weggeven van al het goede aan ons allemaal.

’T Heerlijk avondje is gekomen, ‘t avondje van Sinterklaas...

Het Sinterklaasfeest is al eeuwenlang populair in ons land. In de middeleeuwen werd er vóór de feestdag van de heilige Nicolaas (6 december) uit de arme kinderen een kinderbisschop plus assistenten (jongens) gekozen. Deze kregen tot 28 december voedsel en geschenken, waaronder schoenen. De andere kinderen kregen geld en een vrije dag om op 6 december feest te kunnen vieren.
Het oudste bewijs hiervoor is te vinden in een rekening van de stad Dordrecht uit 1360. Later gaat men alle arme kinderen trakteren. Dit ontwikkelt zich vervolgens tot een algemeen volksgebruik, waarin de schoen als vindplaats van snoep en cadeautjes een grote rol gaat spelen.

Op de avond vóór 6 december werden lekkers en geschenken (en waar nodig de roe!) op tafel of bij de schoorsteen gezet, nadat de jeugd al lang naar bed was gegaan. De andere morgen mocht alles in ontvangst worden genomen.

Sinds ca. 1200 wordt Nicolaas, bisschop van Myra, in vrijwel heel West-Europa
als heilige vereerd, zeker in plaatsen die aan zee of aan een rivier liggen. (Ook in Baarn, zie het gemeentewapen en de 'Nicolaaskerk', oorspronkelijke naam voor de kerk op de Brink.) Nicolaas werd aanbeden als de beschermheilige van kinderen, huwbare jonglieden, veerlui, zeelieden, reizigers, kooplieden, brandweermannen enz. Vooral wat de jeugd betreft, groeide één en ander uit tot een echt volksfeest. In de 16e tot en met de 19e eeuw zijn er sinterklaasmarkten geweest, waar speculaas, taaitaai, suikerbeesten en speelgoed werden tentoongesteld en uiteraard ook verkocht. Die markten werden vaak al te rumoerig, zodat de overheid ze aan banden legde of soms verbood. Dat hing samen met de negatieve opvatting over dit volksfeest van de calvinistische kerk in die tijd. Die verzette zich tegen dit Roomse kinderfeest. Maar altijd tevergeefs, Sint Nicolaas was veel te populair. Dat blijkt ook uit de vele Nicolaas kerken in ons land en de vele jongens die Klaas genoemd werden!
In de 17e eeuw is er zelfs een kinderopstand geweest tegen het verbod van het sinterklaasfeest. De jeugd kreeg toen haar zin, maar de sinterklaasmarkten op de openbare weg werden uiteindelijk verboden. Het feest werd alleen in de huiselijke kring gevierd als kinderfeest. In de 19e eeuw duikt de bisschop weer in het openbaar op. In 1888 is er sprake van een sinterklaasintocht in Venray. De eerste officiële intocht in Amsterdam stamt uit 1934.
Van lieverlede gingen ook volwassenen meedoen met het feest, vooral in de opbloei-jaren na 1945.

Surprises met een gedicht

Een echt sinterklaaskado bestaat uit een surprise met een gedicht. De surprise kan van alles zijn. Het gedicht kan variëren van twee tot tientallen versregels. De inhoud hangt af van de stemming en het talent van de maker. Er zijn eenvoudige gedichten maar ook zeer ingenieuze, waarin bijvoorbeeld de naam van de ontvanger; een bekend literair gedicht of een bekend sinterklaaslied is verwerkt. Als het goed is, geven surprise en gedicht op een zachte spottende wijze een beeld van de ontvanger. Vaak gaat het om een minder goede eigenschap of een vreemde situatie waarin de ontvanger is verzeild geraakt. Is iemand snel driftig, dan kan de surprise bestaan uit een driftkikker met een bijbehorend gedicht waarin hij of zij op milde wijze wordt gecorrigeerd.

Het gebruik van gedichten ontstond in de Middeleeuwen. Teksten op rijm waren toen een grote steun bij het onthouden, voordragen en aanhoren van verhaten. Omdat de meeste mensen niet konden lezen en schrijven, werden verhalen aanvankelijk alleen maar mondeling van generatie op generatie doorgegeven.

In de zeventiende eeuw werd het mode om bij geboorte, huwelijk, verjaardag, jubileum, jaarwisseling een gedicht te maken en vaak ook voor te dragen. Een van de grootste gelegenheidsdichters uit die tijd was Joost van den Vondel.

In de zeventiende eeuw mochten vele Franse kostschoolleerlingen hun kousen ophangen aan de deur van de abdis. Op de ochtend van 6 december vonden ze er dan allerlei lekkers in.

De gedichten traditie duurde tot in de negentiende eeuw. Zo ontstonden ook de vriendenboekjes (album amicorum) en de poesiealbums. Er waren zelfs uitgaven met dergelijke gedichten voor minder begaafden of minder gemotiveerden.

Rond 1885 verschenen er kaarten in briefkaartformaat met daarop afgebeeld Sint Nicolaas, een meisje en een jongeman. Daarbij staat een gedicht, waaruit blijkt dat een van de jongelieden de ander anoniem iets wil schenken om zo zijn of haar genegenheid te tonen. Zo was Sint Nicolaas weer de huwelijksmakelaar uit de zeventiende eeuw.

De traditie van het sinterklaasgedicht bij de surprise ontstond, toen volwassenen meer en meer aan het sinterklaasfeest gingen deelnemen

De surprise ontstond langer geleden. In de zestiende eeuw was het in Spanje, in Frankrijk en in onze streken bij de rijkeren de gewoonte om op 5 december vrienden te verrassen door heimelijk een geschenk in hun huis te verstoppen. Dit feest werd in Spanje 'Zapato' genoemd, wat Spaans is voor schoen. De schoen was de verstopplaats van iets kleins en iets kostbaars, bijvoorbeeld een diamant in een citroen. Dat men de schoen als verstopplaats koos, was de zekerheid dat de schoen werd gebruikt, zodat het geschenk in ieder geval ontdekt zou worden.

Nog in de jaren vijftig kwam het voor in ons land, dat men met Sinterklaas iemand een appel met een geldstuk erin als surprise gaf.

Sinterklaasboekjes en liedjes

Vanaf de Middeleeuwen circuleren er verhalen en liedjes over de heilige Nicolaas van Myra. Afbeeldingen van hem zijn echter weinig te vinden in ons land. Er bestaan enkele heiligenbeelden en prenten met daarop uitgebeeld de volgende legenden: Sint Nicolaas die op een schip de storm op zee bezweert of de bisschop die drie geslachte en gepekelde jongelieden uit het vat tot leven wekt. Van Zwarte Piet ontbreekt dan nog elk spoor. In de kinderliteratuur duikt Sint Nicolaas voor het eerst op op de zogenaamde 'centsprenten'. Dat zijn eenzijdig bedrukte vellen van ongeveer 37 cm hoog en ongeveer 27 cm breed, met daarop een houtsnede of een reeks kleine houtsneden (denk aan het stripverhaal) met daaronder enkele regels tekst. Ze kostten indertijd een cent en werden vanaf ca. 1680 steeds meer voor kinderen gedrukt en door marskramers verkocht.

Een geliefde centsprent was Sint Nicolaas te paard die snoep en geschenken uitdeelt. Daarna komen er, aan het eind van de achttiende eeuw, boekjes die onder andere 'St. Nicolaes-almanack voor de jeugd' worden genoemd, maar slechts een enkel exemplaar bevat een sinterklaastekst of een plaatje met de kindervriend erop. De titels zijn dus louter commercieel: de boekjes waren vooral bedoeld om op 6 december aan de kinderen geschonken te worden. Na ongeveer 1800 komen er kinderboeken waarin zoete en stoute kinderen op 6 december
respectievelijk beloond en bestraft worden, maar Sint en Piet treden er niet in op. Wel wordt Sint Nicolaas in deze boekjes het werktuig van God genoemd.

Het eerste sinterklaasboek voor kinderen is 'Sint Nicolaas en zijn knecht' van de Amsterdamse schoolmeester Jan Schenkman; het verscheen in 1850 te Amsterdam. In dit boek komen Sinterklaas en Zwarte Piet voor het eerst samen voor en treden op zoals we dat nu nog kennen. Piet is een nieuwe figuur in het sinterklaasgebeuren. Hij is bij Schenkman een onderdanige bediende en laat het dreigen en straffen aan zijn meester over: Piet houdt de zak open en Sint stopt de boosdoeners erin. Pas later zal Piet bedreigend-actief gaan optreden in kinderboeken.

De inhoud van het eerste sinterklaasboek bestaat uit 16 gedichten met bij elk gedicht een handgekleurde prent. De onderwerpen zijn o.a.: aankomst van Sint en Piet per stoomboot, de intocht, bij de banketbakker, op het dak, op school, strooiavond, bij een arm kind, kinderen in de zak en het vertrek per stoomtrein. Nieuwe elementen zijn hier: de zwarte knecht in een pagekostuum, de aankomst per stoomboot (modern), Spanje als land van herkomst, kinderen in de zak en vertrek per stoomtrein (toen héél modern).

Ook de tekst is nieuw; het eerste deel ervan zal later een zeer populair sinterklaaslied worden. Aan vele kenmerken van het boek is te zien, dat Schenkman hoogstwaarschijnlijk gekeken heeft naar de centsprenten over Sint Nicolaas en beïnvloed is door de volkskunst en de Germaanse mythologie, die in de 19e eeuw weer heel veel aandacht kregen.
Zó luidt het nu overbekende begin van Schenkmans boek:

'Zie, ginds komt de stoomboot
Uit Spanje weêr aan!
Zij brengt ons Sint Niklaas
Reeds zie ik hem staan!
Hoe huppelt zijn paardje
Het dek op en neêr!
Hoe waaijen de wimpels
Der boot heen en weêr!
Zijn knecht staat te lagchen,
En wenkt ons reeds toe:
'Wie zoet was, krijgt lekkers;
Wie stout as, een roê.' Men ziet dat tekst en indeling ervan later iets veranderd zijn. Dit Sinterklaasboek is zeer populair geworden: het is vele malen - al of niet gewijzigd - herdrukt; zelfs in 1950 nog! Het is ook door andere schrijvers als voorbeeld genomen wat de onderwerpen betreft, maar wel met eigen tekst. Tot in onze tijd worden er sinterklaasboeken voor kinderen gemaakt. Dat is maar goed ook, want de concurrentie -in de persoon van Santa Claus- ligt al vanaf eind oktober op de loer. Maar die 'Amerikaanse neef' van Sint Nicolaas is tot 6 december duidelijk een 'vreemdeling, die verdwaald is'. Zeker! Wat dat betreft, blijf ik heilig in Sint Nicolaas geloven!

De meeste bekende Sinterklaasliedjes zijn niet zo oud als ze lijken. Wat de kinderen op het schilderij van Jan Steen (midden zeventiende eeuw) zingen is niet bekend. Liedjes als 'Sinterklaas kapoentje' en 'Sinterklaas goedheiligman, trek je beste tabbert aan' dateren waarschijnlijk van voor de negentiende eeuw, maar de rest is allemaal in de negentiende en twintigste eeuw gedicht en op muziek gezet. 'Zie de maan schijnt door de bomen' hebben we te danken aan J.P. Heije die ook het vaderlandse lied Piet Hein schreef. Hij dichtte het in 1831 en in 1845 werd het op muziek gezet door J.J. Viotta. 'Hoor de wind waait' en 'O, kom er eens kijken' stammen uit 1908 en 'Zoetjes gaan de paardenvoetjes' stamt uit 1919 (S. Abramsz).

Slotwoord

In het slotwoord ga ik de conclusies trekken uit de verschillende deelvragen en probeer antwoord te geven op mijn hoofdvraag: “Waarom is er rond Sint Nicolaas een feest ontstaan?”
Eerst probeer ik een conclusie te trekken uit mijn deelvragen.

Ik ben erachter gekomen dat de Sinterklaas zoals wij hem nu kennen een samenstelling is van verschillende personen, twee bisschoppen en de Germaanse oppergod Wodan.
Zwarte Piet stamt waarschijnlijk af uit de tijd van de slavenhandel. Omdat men dacht dat Sinterklaas uit Spanje kwam en er met de rijke kooplieden uit Spanje ook vaak slaafjes meekwamen naar Nederland.
Ik ben er ook achter gekomen dat Sinterklaas helemaal niet uit Spanje komt maar uit Turkije.
Ook het snoepgoed dat de Pieten strooien heeft een speciale betekenis, het heeft te aken met een Middeleeuwse legende.
Ik ben er ook achter gekomen dat het Sinterklaasfeest op zichzelf al heel lang bestaat, al voor 1360, maar dat er pas sinds 1934 echte intochten hebben plaatsgevonden.

Nu het antwoord op mijn hoofdvraag.
Sint Nicolaas was vroeger een bekende heilige in de Griekse kerk. De mensen vereerden hem bijna net zoveel als Maria. Sint Nicolaas was de beschermheer van de kinderen, de zeelui en de gewone mensen. Sinterklaas wordt op 5 december gevierd. Want vroeger was het de gewoonte om een feest de avond voor een belangrijke dag te vieren. Sint Nicolaas stierf op 6 december.
Waarom is de sterfdag van Sint Nicolaas dan zo belangrijk? Omdat hij toen een heilige, Sint, werd. Mensen die veel voor de kerk en het geloof hebben betekend worden in de Rooms-katholieke kerk heilig verklaard. Ook Nicolaas was zo iemand. Het Sinterklaasfeest is dus eigenlijk de verering van een heilige.

Bronvermelding

• Van Nicolaas tot speelgoedbaas: de geschiedenis van de goedheiligman, Freek de Jonge; onder redactie van: Caroline Bunnig, Epco Runia, Eerste druk, Amsterdam, 1998.
• Sint Nicolaas van A tot Z, Daniel Billiet, Frits Booy, Herman Broekhuizen, Jac Linders en Bram van der Vlugt, Stichting Nationaal Sint Nicolaas Comité, Eerste druk, Haarlem, 1997.
• Van Nicolaas van Myra tot Sinterklaas: de kracht van een verhaal, Rita Ghesquiere, Davidsfonds, Eerste druk, Leuven, 1989.
• Al is hij zo zwart als roet, Rahina Hassankhan, Eerste druk 1988
• Sint Nicolaas: Leven en legende, Marijke van ReaphorstHeureka-Nieuwkoop, Eerste druk, Nieuwkoop, 1977.
• Sint Nicolaaas, Annemieke Woudt, Informatie 675, De Ruiter B.V., Eerste druk, Gorinchem, 1988.
• De internetpagina: http://www.sintnicolaas.org
• De internetpagina: http://www.sint.nl
• De internetpagina: http://www.xs4all.nl/~almekind/sint/verleden.htm
• De internetpagina: http://krant.telegraaf.nl/krant/enverder/venster/reizen/reis.Turkije/reis.981205myra.sint.html

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

J.

J.

Zorgvuldig, compleet, goed geschreven, relevant, boeiend - uitstekend :) Een tien.

3 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

A.

A.

Wow een goed stuk zeg.
er zijn nog wel aanvullingen en verbeteringen te maken, maar dat is meer detailwerk.
Zo is het feest van Nicolaas in west-Europa in gevoerd door keizerin Theophanou (10de eeuw) die lange tijd in Nijmegen heeft gewoond.
Verder is zwarte piet inderdaad een verkleede slaaf, maar de oorsprong van zwarte piet hangt of samen met de zwarte raaf van Wodan of met Rupert, de demon die Wodan begeleidde. Verder is de speculaas ook een verwijzing naar het huwelijksaanzoek in de winter. De schoenzetten heeft ook te maken met de offers aan de 3 feeën of heksen die de "heerden" werden genoemd waarvan het nederlaandse woord haard stamt. Zij zorgden ervoor dat Wodan geunstig of ongunstig gestemd werd en of zegen of onheil door de schoorsteen zond. En dat deed Rupert de demon. Zie heir de verbinding met zwarte piet. G0ed hardstikke leuk gedaan!
Eindelijke de juiste informatie bij de discussie die nu allang speelt.

4 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

A.

A.

ik weet geen vraag over sint

7 jaar geleden

Antwoorden

Merlijn

Merlijn

Bedenk er dan een

3 jaar geleden

gast

gast