Inleiding;
We hebben de opdracht gekregen om dit werkstuk te maken over dekolonisatie.
Door middel van verschillende deelvragen zal ik proberen antwoord te geven op de hoofdvraag. De deelvragen zijn verwerkt in 5 hoofdstukken.
De hoofdvraag is verwerkt in de conclusie.
De deelvragen zijn;
1) Waarom ontstonden in de kolonies nationalistische bewegingen?
2) Hoe werden de kolonies onafhankelijk?
3) Met welke problemen kregen de zelfstandig geworden landen te maken?
4) Rwanda

5) De Zuid-Molukken
De hoofdvraag luidt: ‘Dekolonisatie, een vloek of een zege?’
De eerste 3 deelvragen zullen beantwoord worden door middel van het geschiedenisboek. De laatste 2 door middel van Internet.
Ik hoop dat ik door dit werkstuk het hoofdstuk ‘dekolonisatie’ beter mag gaan begrijpen en ook mag leren om een verzorgd werkstuk te maken.
Veel succes met nakijken! 
Eline
------------------------------------------------------------------------------
1. Waarom ontstonden in de kolonies nationalistische bewegingen?
Ontevredenheid
De koloniale bevolking was zeer ontevreden. En geef ze eens ongelijk. De bevolking werd economisch uitgebuit. Een groot deel van de bevolking leefde in armoede.
Ze moesten hard werken en ploeteren voor weinig geld, zodat Europa goedkoop kon produceren. Maar dat was nog niet alles, er waren meer dingen waar bij de bevolking ontevredenheid heerste.
Hun cultuur moest ‘verdwijnen’; ze moesten verplicht de Europese cultuur overnemen, omdat Europa dacht dat die de meest beschaafde cultuur was.

Daarbij kwam ook nog dat de bevolking geen eigen bestuur had, de Europese landen bepaalden alles. Bij maar een paar kolonies kreeg de bevolking een klein beetje inspraak. Engeland gaf een kleine groep van de bevolking van sommige van haar kolonies kiesrecht. Ook werd er een volksvertegenwoordiging (de volksraad) opgericht. Denk maar niet dat die veel invloed had, ze mochten alleen maar advies geven en geen besluiten nemen.
Onderwijs
In de 1e helft van de 19e eeuw kwam er in Brits-Indie onderwijsmogelijkheden voor de koloniale bevolking. Hetzelfde gebeurde in Nederlands-Indie eind 19e eeuw.
Hierbij moet je vooral denken aan desascholen; kleine dorpsschooltjes. Maar er was ook onderwijs op hoger niveau. De redenen voor het geven van deze mogelijkheid voor de bevolking waren;
• Op deze manier kon de bevolking (een beetje) helpen met het besturen van de kolonie.
• Zo kon de Europese cultuur verspreidt worden.
• Men vond dat ze wat terug moesten doen. Niet alleen maar nemen uit de kolonies, maar ook wat geven. Dit deden ze dus door middel van onderwijs en gezondheidszorg.
Ook door het onderwijs groeide de ontevredenheid onder de bevolking.
Dit kwam doordat ze door het onderwijs kennis maakten met het democratische bestuur van Nederland/de meeste Europese landen. Ze leerden volksinspraak kennen.
Vanzelfsprekend begon de bevolking zich af te vragen waarom deze manier van besturen niet werd toegepast in de kolonies.
Ook merkten, vooral de hoger geschoolde bevolking, dat ze toch een ondergeschikte positie bleven houden ten opzichte van de Europeanen. Zo werden ze nog extra geconfronteerd met de discriminatie door Europa.
Nationalisme
Het begrip nationalisme betekent het trots zijn op je eigen land/volk of het streven naar een zelfstandige staat.
Het begrip nationalistische beweging betekent groepen mensen die streven naar een eigen natie met een eigen bestuur.
Die bewegingen ontstonden, omdat er grote ontevredenheid heerste onder de bevolking, zoals je net hebt kunnen lezen. Zij wilden die ontevredenheid weg nemen door de dingen te verbeteren. Maar dit zou alleen kunnen als de bewegingen zelf hun kolonie konden besturen, en zelf beslissingen konden maken. Daarom wilden zij onafhankelijkheid voor de kolonies. Ook werden zij zich bewust van de onderdrukking door Europa tegenover de kolonies. (oa door het onderwijs) Ook daar wilden ze verandering in brengen. Om die redenen ontstonden nationalistische bewegingen.
De tweede wereldoorlog
De nationalistische bewegingen werden nog eens extra versterkt door de 2e wereldoorlog. Europa was er tijdens die oorlog niet in geslaagd om de kolonies te beschermen tegen Japan. Europa was dus toch niet zo machtig als iedereen dacht!
Bovendien waren de 2 overgebleven grootmachten sterk tegen het kolonialisme.
Ze steunden de kolonies zelfs in hun kritiek.
• De VS: Dit land staat voor vrijheid, en de bevolking van de kolonies waren niet vrij. Bovendien waren de Verenigde Staten eerst ook een soort kolonie van Engeland geweest. Maar het was ook uit eigenbelang dat ze de kolonies steunden. Nu handelden de kolonies alleen met Europa en als de kolonies onafhankelijk zouden worden, zou er waarschijnlijk handel ontstaan tussen de VS en de ex-kolonies. Dit is natuurlijk goed voor de economie.
• De Sovjet-Unie: Daar heerste communisme, een felle tegenstander van het kapitalisme. Ze zagen het kolonialisme als een typische vorm van kapitalisme. Communisme staat voor gelijkheid en in de kolonies was geen sprake van gelijkheid, Europa stond immers boven de kolonies. Maar ook deze grootmacht steunde uit eigenbelang, om dezelfde reden als de VS.
------------------------------------------------------------------------------
2. Hoe werden de kolonies onafhankelijk?
Twee manieren:
Er waren twee manier hoe de kolonies onafhankelijk werden:
1) Vreedzaam
2) Door middel van een felle onafhankelijkheidsoorlog
Het Britse wereldrijk:
Het onafhankelijk worden van de kolonies van Brits-Indie is een typisch voorbeeld van de eerste manier: vreedzaam. Dat kwam omdat Engeland haar kolonies al eerder meer invloed had gegeven in het bestuur van de kolonies. Daardoor werd het makkelijker om de onafhankelijkheid te regelen. Ook hadden zij, als 1 van de enigen, al door dat ze haar kolonies toch niet vast konden houden. Bovendien werd de winst die ze door middel van de kolonies binnen kregen steeds minder.
Maar de dekolonisatie in Brits-Indie verliep ook niet helemaal zonder problemen.
Bij het verdelen werd duidelijk dat er meningsverschillen waren. Jinnah, de leider van de moslims (in India), wilde een aparte onafhankelijke staat, die Pakistan moest gaan heten. Die naam betekent Land der reinen. Gandhi, de leider van Hindoes in India, die fel tegen geweld en voor verzoening was, wilde daarentegen 1 staat: India.
Uiteindelijk werd het toch gesplitst in 2 staten: Pakistan en India.
Afrika’s dekolonisatie kwam pas later op gang, omdat de nationalistische bewegingen daar minder ver ontwikkeld was. Dit ging minder vreedzaam, omdat daar veel blanken en verschillende volkeren in 1 land woonden.
Nederlands-Indie:
De dekolonisatie in Nederlands-Indie verliep niet zonder geweld.
Dit kwam omdat Nederland geen afstand kon doen van haar kolonies. Nederland dacht economisch niet zonder Indonesië te kunnen. Dat is ook duidelijk op te merken aan de bekende uitspraak in die tijd: ‘Indië verloren, ramspoed geboren.’
Soekarno riep in 1945 de onafhankelijkheid van Indonesië uit. Nederland ging hier echter niet op in en nam deze niet serieus. Toch bleef er een sterk verzet en protest vanuit Ned.-Indie, die toch onafhankelijk wilde worden. Na onderhandelingen werd er in 1946 een akkoord gesloten dat Indonesië wel zelfstandig zou worden, maar toch een deel zou blijven van het Nederlandse Koninkrijk. Maar bij beide partijen was er ontevredenheid, in Nederland veel kritiek, in Indonesië was er verzet. In juli 1947 en december 1948 was er een uiting van geweld door politionele acties. (dat zijn gewelddadige acties van het KNIL in Indonesië om haar kolonie, Indonesië, te behouden) Dit leidde tot veel kritiek op het KNIL, de VS dreigde zelfs haar economische hulp aan Nederland stop te zetten als ze niet stopten met het geweld.
Aangezien die hulp hard nodig was voor Nederland, gaven ze toe en begonnen er weer onderhandelingen. Dat leidde dat de onafhankelijkheid van Indonesië op 27 december 1949 werd erkend. Maar dit alles verliep (helaas) niet zonder geweld.
Het Franse imperium:
Maar Nederland was niet het enige rijk waarbij de dekolonisatie met geweld verliep.
Ook Frankrijk wilde haar kolonies, kostte wat het kost, behouden. De reden hiervoor was dat de Franse kolonies al heel in het bezit van Frankrijk waren. Daardoor woonden er ook al een groot aantal Fransen in de kolonies, en waren de kolonies erg verbonden met Frankrijk. Er was zelfs in de Franse grondwet vastgelegd dat de kolonies als een soort van provincies beschouwd moesten worden.
Een aantal voorbeelden van een gewelddadige dekolonisatie van kolonies van Frankrijk:
Vietnam: Deze kolonie riep in ……… de onafhankelijkheid uit. Dit werd gedaan door de nationalistische beweging Vietminth. Er ontstonden, net als bij Nederland, onderhandelingen. In 1946 brak een guerrillaoorlog uit, welke in 1954 door Frankrijk verloren werd. Hiermee was Vietnam van Frankrijk af, maar nog niet onafhankelijk, omdat de VS zich met het land ging bemoeien. Daardoor is Vietnam pas in 1975 onafhankelijk geworden.
Algerije: Deze (Afrikaanse) kolonie kreeg ook te maken met een onafhankelijkheidsoorlog in 1954. (ook een guerrillaoorlog) Dit keer ging het tussen de nationalistische beweging de FLN (front de liberale nationale) en Frankrijk. Deze oorlog leidde tot de onafhankelijkheid van Algerije in 1962.
Gelukkig werden de meeste van de andere Franse kolonies wel vreedzaam onafhankelijk. Daar woonden dan ook weinig Fransen en waren niet al eeuwenlang een kolonie van Frankrijk.
Kortom:
Zoals je in de bovenstaande ‘voorbeelden’ dus kan lezen waren er twee manier van hoe de kolonies onafhankelijk werden: vreedzaam of door middel van geweld/een onafhankelijkheidsoorlog.
--------------------------------------------------------------------------
3. Met welke problemen kregen de ex-kolonies mee te maken?
3 soorten problemen:
Na de dekolonisatie was het niet een ‘eind goed, al goed’ verhaal. De ex-kolonies kregen nog te kampen met verschillende soorten problemen: spanningen tussen bevolkingsgroepen, economische problemen en politieke problemen. Deze 3 problemen zullen hieronder verder uitgelegd worden.
Spanningen tussen bevolkingsgroepen:
Een van de problemen waar de ex-kolonies mee te maken kregen, waren spanningen in de kolonie zelf. De reden hiervoor ligt bij de verdeling van de kolonies. De grenzen in Afrika werden bij de verdeling letterlijk met de liniaal getrokken. Dit betekende dus dat ze geen rekening hielden met de verschillende bevolkingsgroepen. Die groepen verschilden in bijv. godsdienst of etnische groep) Zo kwam het dat verschillende bevolkingsgroepen verplicht werden met elkaar te leven en samenwerken in 1 land, terwijl sommige bevolkingsgroepen ook gescheiden werden door de landsgrenzen. Het is begrijpelijk dat eerste tot veel problemen leidde. Problemen die zich uitten in vele burgeroorlogen. Een burgeroorlog= een gewapend conflict tussen verschillende groepen in een land. Met zo’n burgeroorlog bepaalden de bevolkingsgroepen onderling wie de macht had.
In het volgende hoofdstuk zal ik een voorbeeld van zo’n situatie beschrijven, in het land Rwanda. In hoofdstuk 5 worden de spanningen rond en om de Zuid-Molukken beschreven. Verder is het gebied Kashmir, dat ligt in het bovenste deel van India, naast Pakistan, ook een voorbeeld van dit probleem.
Economische problemen:
Nog een probleem waar de ex-kolonies mee te maken kregen, was op economisch gebied. Vele ex-kolonies worden ontwikkelingslanden of Derde Wereld landen genoemd. Kenmerken van dat soort landen zijn:
• Hoge schulden
• Groot deel van de bevolking analfabeet
• Hoog sterftecijfer
• (meestal) Een slechte hygiëne.
• Veel armoede
• Laag energieverbruik, weinig gebruik van machines in het werk.
• Laag totaal inkomen
Voor de problemen zijn verschillende redenen:
• Economische afhankelijkheid aan Europa. De ex-kolonies exporteren meestal maar 1 of enkele grondstof(fen) naar Europa, waar ze dus afhankelijk voor zijn in hun inkomsten. Maar de import bestaat uit eindproducten uit Europa, die natuurlijk veel duurder zijn dat de grondstoffen! Zo ontstaat er een torenhoge schuld aan Europa, die redelijk snel groeit.
• Er was voor de kolonisatie al een groot verschil tussen arm en rijk. Dit werd nog een keer versterkt door de kolonisatie, doordat Europa de rijken machthebbende plaatsen gaf.
• Veel machthebbers steken de inkomsten van bijv. olie in hun eigen zakken, en zo blijft de bevolking arm.
• Er is geen sprake van eerlijke internationale handel.
• De landen hebben daarbij ook nog eens vaak te maken met extreme droogten of juist met overstromingen, die maken dat de oogst compleet mislukt.
De gevolgen lijken me duidelijk bij de kenmerken van ontwikkelingslanden, veel armoede en hongersnoden
De rijke landen zijn niet helemaal harteloos: ze doen verschillende dingen om de ontwikkelingslanden te helpen. Ontwikkelingshulp is daar een voorbeeld van. Ontwikkelingshulp=hulp die een rijk land geeft aan een arm, economisch minder ontwikkeld land in de vorm van leningen of schenkingen. (geld, goederen of kennis) Ook helpen sommige organisaties (vooral de UNCTAD) de handel in en met de ontwikkelingslanden te stimuleren. Zo hopen ze de ex-kolonies ook een eerlijke kans te geven op de wereldmarkt.
Politieke problemen:
Naast economische problemen en spanningen tussen bevolkingsgroepen is er nog een probleem waar de ex-kolonies mee te maken kregen. Dit keer op het gebied van de politiek. De ex-kolonies waren al eeuwen lang gewend om onder een dictatuur, een machthebber of een bestuur van een ander land te staan. Aan de term democratie, waar het volk wat te zeggen heeft in het bestuur, waren ze niet gewend!
Ze waren gewend om de machthebbers om te kopen en zo hun eigen zin door te drijven. Wat dus betekende: hoe meer geld je had, hoe meer mensen er meewerken, hoe meer je voor elkaar krijgt, hoe meer macht je hebt! Dit is een vorm van corruptie, het verschijnsel dat iemand in een machtspositie gunsten verleend in ruil voor wederdiensten of geld.
Door deze traditie was het bijna onmogelijk om het land op een democratische en geordende manier te besturen. Bovendien waren er grote verschillen onder de bevolking. De verschillen tussen rijk en arm en hoeveelheid macht maakte het moeilijk om tot een samenwerking te komen.
Veel van de ex-kolonies kregen na de dekolonisatie dan ook een dictatuur, of een (militaire) staatsgreep. Wat dat betreft is er bij de meeste ex-kolonies na de dekolonisatie dus weinig veranderd.
-------------------------------------------------------------------------
4. Was de dekolonisatie een vloek of een zege voor Rwanda?
Wat was er aan de hand?
Rwanda is een Belgische kolonie geweest vanaf 1919.
In het land wonen twee verschillende bevolkingsgroepen: de Hutu’s (de meerderheid, bijna 90% van de bevolking) en de Tutsi’s. De Tutsi’s werden in de koloniale tijd voorgetrokken door de Belgen. De Hutu’s werden gezien door de Belgen als de boeren en arbeiders van het land en de Tutsi’s werden gezien als de ‘aristocratische adel', bestuurders in hart en nieren. De Tutsi's kregen alle ambtenarenbaantjes van de Belgen. Het is logisch dat dit onvrede opleverde bij de Hutu’s. Rwanda werd op 1 juli 1962 onafhankelijk en de Hutu’s waren vastbesloten om de Tutsi’s ‘terug te pakken’. Dit leidde tot een verschrikkelijke burgeroorlog tussen die twee groepen. Maar niet alle Hutu’s wilden geweld gebruiken of waren tegen de Tutsi’s. Je had ook ‘gematigde’ Hutu’s die het conflict vreedzaam wilden oplossen. In 1959 en 1963 vonden er slachtingen plaats tussen de Hutu’s en Tutsi’s.
De genocide.
Dit conflict liep in 1994 volledig uit de hand. In dit jaar vond er een genocide plaats.
De aanleidingwas het volgende:
De Hutu-president van Rwanda, Habyarimana, sloot een vredesakkoord met de Tutsi-rebellen, wat leidde tot grote onvrede bij de extremistische Hutu's. Zijn vliegtuig werd na terugkeer neergeschoten en hij kwam samen met de president van Burundi (waar Hutu's en Tutsi's ook met problemen met elkaar samen moesten leven) om het leven.
Deze gebeurtenis in 6 april 1994 was het startsein voor de genocide. Tussen de 500.000 – 1000.000 Tutsi's en gematigde Hutu's werden gedood in drie maanden tijd!
Dit gebeurde met machetes (grote kapmessen) en knuppels door vooral jonge Hutu's (tussen de 15-25 jaar). Ze voegden zich bij de “Interhamwe”, wat letterlijk zij die samen vechten betekent. Ze slachtten iedere Tutsi en gematigde Hutu af: mannen, vrouwen, volwassenen, kinderen, baby’s, voor niemand hadden ze genade..
Naast de vele doden sloegen veel Hutu's en Tutsi's op de vlucht en kwamen in overvolle vluchtelingenkampen in Congo en andere Afrikaanse landen.Velen kwamen in die kampen om door uitputting, watergebrek, cholera of andere ziektes.
De slachtpartijen stopten toen de Tutsi-rebellen de macht overnamen in het land. Dit gebeurde in juli 1994.
Andere partijen in dit conflict:
• De extreme Hutu’s werden opgestookt en aangespoord tot haat door het Hutu-radiostation ‘Radio et Television Libre de Mille Collines’ (RTLM ); de zogenaamde Hutu power radio. Deze is opgericht in 8 juli 1993.
• De VN was gestuurd om de boel in Rwanda een beetje te sussen. Ze mochten geen wapens gebruiken of vechten, alleen uit zelfverdediging. Tijdens de genocide mochten ze dan ook alleen maar hulp bieden aan de slachtoffers. Toen er 10 Belgische militairen sneuvelden, werden direct alle Belgische militairen en burgers terug gehaald.
• Rwanda Patriotic Front (RPF) of de FPR. Dit is het Tutsi-rebellenleger dat met succes de macht greep in Rwanda na de genocide. Zij waren veelal kinderen van de Tutsi’s die in de jaren ‘60 Rwanda waren ontvlucht. De FPR werd gesteund door Oeganda.
Was de dekolonisatie een vloek of een zege voor Rwanda?
De dekolonisatie heeft ervoor gezorgd dat de macht verdeeld moest worden. Eerst had Belgie de macht in Rwanda, wat voor enige rust en orde zorgde.
Na de dekolonisatie is Rwanda er niet bepaald op vooruit gegaan. De onafhankelijkheid werd gevolgd door een verschrikkelijke burgeroorlog, met als dieptepunt de genocide in 1994. Maar ik denk dat de spanningen in Rwanda ook wel tot uiting waren gekomen als er geen dekolonisatie had plaats gevonden. Maar Rwanda is zeker niet gezegend door de dekolonisatie, dat is duidelijk op te maken uit het grote dodenaantal van bijv. de genocide in 1994. Dus eerder een vloek dan een zege, maar zoals ik al zei, ik denk dat de dekolonisatie niet heel veel invloed heeft gehad op de haat tussen de Hutu’s en Tutsi’s.
-----------------------------------------------------------------------
5. Was de dekolonisatie een vloek of een zege voor de Zuid-Molukken?
Info over de Molukken.
Na de onafhankelijkheid van Indonesië op 27 december 1949 waren de Molukken een provincie van Indonesie. De Molukken worden gevormd door honderden eilanden in het oosten van Indonesië, waaronder Ambon, (waar ook de hoofdstad van de Molukken ligt, die ook Ambon heet) Halmahera, Seram en Boeroe. De Molukken worden gespitst in de Zuid-Molukken, welke in het zuiden en centrale deel ligt, en de Noord-Molukken die in het noorden van de Molukken ligt.
Wat is er aan de hand?
De Nederlandse regering gaf het KNIL opdracht tegen de onafhankelijkheid van Indonesie te strijden. Veel Molukkers vochten mee in het KNIL. Hierdoor werden de Molukkers door de Nederlanders beschouwd als bondgenoten, omdat de regering van Nederland hun had beloofd dat zij een vrije staat zouden krijgen, als zij het KNIL hielpen. Maar nadat de regering van Nederland het niet gelukt was om Indonesie als kolonie te behouden, konden ze hun belofte aan de Molukkers ook niet houden.
Al snel na de onafhankelijkheid begon president Soekarno van Indonesie met het opheffen van de federale structuur. Een federale structuur wil zeggen dat allemaal verschillende zelfstandige landen onder een bondgenootschap met elkaar samenwerken. Hij wilde dit opheffen en alle (ei)landen onder 1 regering brengen, en dus de zelfstandigheid van de landen opheffen.
De Zuid-Molukkers wilden juist een eigen staat in plaats van onder de Indonesische regering vallen! Daarom werd er op 25 april 1950 op Ambon een nieuwe staat uitgeroepen: ‘Republik Maluku Selatan’ (RMS) of in het Nederlands de ‘Republiek der Zuid-Molukken’.
Op 17 augustus 1950 riep president Soekarno de eenheidsstaat uit en begon het Indonesische leger op 28 september met de invasie van Ambon.
Via het toen nog bij het Koninkrijk der Nederlanden behorende Nieuw-Guinea werd tevergeefs militaire steun gezocht bij Nederland door de Molukkers.
Op 5 november viel de hoofdstad Ambon in handen van het Indonesische leger.
De RMS-regering vertrok naar een eiland dicht bij Ambon: Ceram.
Onder leiding van Soumokil, de president van de RMS, werd op dit eiland een guerrillaoorlog voortgezet, om de erkenning en onafhankelijkheid van de RMS te bevechten. Want dit land wordt nog door niemand erkend, behalve dan door Benin, wat in Afrika ligt.
In 1951 werden veel Zuid-Molukkers naar Nederland gebracht, voor een tijdelijk verblijf. Omdat er niet genoeg huisvesting in Nederland was werden de Molukkers in kampen en andere woonoorden geplaatst. Achteraf bleek voor vele jaren.
Op 2 december 1963 werd Soumokil gearresteerd terwijl de guerrillaoorlog snel ten einde liep. Op 12 april 1966 werd hij geëxecuteerd. Toen werd Manusama, die in Nederland woonde, president van de RMS.
Oorzaken waarom de Molukkers zich anders voelden dan de Indonesiers:
1) Zoals ik al verteld heb vochten de Molukkers mee aan de kant van Nederland. Zo werden ze als bondgenoten van Nederland en verraders van Indonesie gezien.
2) Er was een verschil in godsdienst. De meerderheid van de Zuid-Molukkers is christen, terwijl de meerderheid in Indonesie mosilm is. Dit leidde ook tot conflicten.
Geweldadige acties van Molukse jongeren in Nederland:
Er zijn verschillende acties van de Molukse jongeren in Nederland geweest, omdat ze boos waren dat Nederland haar beloftes voor hun gevoel niet na komt en om hun woede tegen Indonesie te uiten:
Een aantal voorbeelden:
• 1966 - Op 26 juli 1966 was er een brandstichting van de Indonesische ambassade in Den Haag, uit woede om de exucutie.
• 1970 - Zuid-Molukse jongeren bezetten op 31 augustus de woning van de Indonesische ambassadeur in Wassenaar.
• Voorjaar 1975- Ze probeerden Juliana te gijzelen, wat mislukte.
• 2 december 1975- De treinkaping bij Wijster. Zeven Zuid-Molukse jongeren hebben de Groningen-Zwolle trein gekaapt. De actie duurde 12 dagen en er vielen drie doden.
• 1977 - Op 23 mei begon de treinkaping bij De Punt en tegelijkertijd de gijzeling van een lagere school in Bovensmilde. Aan beide acties kwam op 11 juni een einde door een bestorming. De treinkaping bij de punt gebeurde door 9 gewapende Zuid-Molukse jongeren. De gijzeling duurde 482 uur en de bevrijding kostte twee gegijzelden en zes kapers het leven. De gijzeling bij Bovensmilde gebeurde door 4 Molukse jongeren. Op de school werden 105 kinderen en vijf leerkrachten vastgehouden. De gijzeling duurde bijna 3 weken, maar na 5 dagen werden de leerlingen vrij gelaten. De 5 leerkrachten werden bevrijd op 11 juni, toen de kapers zich overgaven.
• 1978 - De laatste gewelddadige actie in Nederland was de gijzeling in het provinciehuis in Assen. Op de eerste dag (13 maart) werd een ambtenaar doodgeschoten. Een dag later volgde de bestorming waarmee de gijzeling beëindigd werd, maar waarbij een ambtenaar verwondingen opliep. (waaraan hij weken later zou overlijden)
Dekolonisatie een vloek of een zege voor de Molukken?
Als Indonesie niet onafhankelijk was geworden, had Nederland het nog voor het zeggen gehad, en was waarschijnlijk haar beloftes na gekomen. Beloftes van een aparte staat voor de Molukkers. De dekolonisatie kwam dus helemaal niet goed uit voor de Molukkers, want nu hebben ze, ondanks alle acties en de guerrillaoorlog, nog steeds geen erkenning voor hun eigen staat, de RMS, en worden ze nog steeds gezien als een provincie van Indonesie.
--------------------------------------------------
Conclusie: Was de dekolonisatie een vloek of een zege voor de ex-kolonies?
Voor de dekolonisatie:
Er heerste veel onvrede in de kolonies. Hierdoor ontstonden er verschillende nationalistische bewegingen, die voor betere leefomstandigheden voor de bevolking en onafhankelijkheid van de kolonie streefden. Voor de dekolonisatie was er in de kolonies behalve onvrede en slechte omstandigheden dus ook niet het zelfbeschikkingsrecht; dat de bevolking zelf over de toekomst en het bestuur van een land, kolonie kan beslissen.
Tijdens de dekolonisatie:
De dekolonisatie heeft (meestal) voor veel onrust en geweld gezorgd. De rust van de Europese bezetting verdween en de chaos van het uitvechten van de macht kwam er voor in de plaats. Tijdens onafhankelijkheidsoorlogen, bijv. guerrillaoorlogen, zijn er vele mensen gesneuveld. Dit gebeurde vooral bij de Franse kolonies. Het Engelse wereldrijk viel redelijk vreedzaam uit elkaar. Maar Nederlands-Indie daarentegen heeft te maken gehad met zogenaamde politionele acties.
Na de dekolonisatie:
Met de onafhankelijkheid leken een aantal problemen dan wel over te zijn, er kwamen weer genoeg nieuwe en oude problemen ervoor terug! Een van de problemen was dat de grenzen van Afrika getrokken zijn met een liniaal, zonder rekening te houden met verschillende bevolkingsgroepen die zo gescheiden werden of juist verplicht met elkaar samen moesten leven. Ook waren er economische problemen, door de hoge schuld aan Europa en de afhankelijkheid van 1 grondstof in de handel én de vele droogtes en overstromingen die de oogst verwoestten, veranderden de meeste ex-kolonies in ontwikkelingslanden.
En alsof dat nog niet genoeg is waren er ook nog politieke problemen. Corruptie en het feit dat de bevolking van de ex-kolonies simpelweg niet gewend waren aan democratie werd het besturen van de ex-kolonie heel moeilijk. Bovendien kwam er voor de Europese bezetter vaak een corrupte, oneerlijke dictator in de plaats, die veel geld (dat voor de bevolking bedoelt was) in eigen zakken stoken.
Voorbeelden van ex-kolonies die met veel problemen te maken hebben gehad zijn Rwanda en de (Zuid-)Molukken. Rwanda heeft te maken gehad met een verschrikkelijke burgeroorlog tussen de Hutsi’s en de Tutsi’s, met een verschrikkelijke afslachting in 1994. De Zuid-Molukken werden door de dekolonisatie belemmerd in hun wens om zich af te scheiden van (het inmiddels onafhankelijk geworden) Indonesie. De in 1950 zelfstandige staat de RMS is tot op de dag van vandaag nog steeds niet erkent. En dit zijn alleen nog maar voorbeelden van ex-kolonies die veel problemen hebben (gehad).
Dekolonisatie een vloek of een zege voor de ex-kolonies?
Hoewel de bevolking voor de dekolonisatie weinig (bestuurs)rechten en vrijheid had, en onder slechte omstandigheden leefden, heerste er toch enige rust en stabiliteit in de kolonies. Dit veranderde door de dekolonisatie, felle onafhankelijkheidsoorlogen en nieuwe problemen kwamen om de hoek kijken bij de onafhankelijkheid van de kolonies. Ik denk dat de kolonies er weinig op vooruit zijn gegaan, Europese machthebbers zijn vaak vervangen door eigen dictators, die vaak geen haar beter waren. Problemen die bij de kolonies voorkwamen, werden vervangen door problemen die bij de onafhankelijke ex-kolonies voorkomen. Spanningen die in de kolonies al heersten, werden versterkt of zelfs aangestoken door de dekolonisatie.
Daarom denk ik dat de dekolonisatie eerder een vloek dan een zege is geweest voor de ex-kolonies, hoewel zowel voor als na de dekolonisatie dezelfde of verschillende problemen waren.
Tot slot:
Dit was mijn werkstuk. Ik heb er veel van geleerd en ik denk niet dat ik dit hoofdstuk snel zal gaan vergeten. Ook heb ik geleerd hoe je een overzichtelijk en duidelijk werkstuk kan maken.
-The end-
Bronvermelding:
Hoofdstuk 1:
Tekst: Geschiedenisboek
Hoofdstuk 2:
Tekst: Wikipedia.nl (onderwerp Pakistan, onderwerp Gandhi) en het geschiedenisboek.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

H.

H.

Geachte

Heel doordacht werkstuk, alleen wil ik je erop attenderen dat er niks van klopt. Dit komt misschien hard aan maar zo is het niet bedoeld, gewoon opbouwende kritiek

Hoogachtend
Prof Doc. Henk Jantjesma

10 jaar geleden

J.

J.

Nou Henk, dan moet je maar een zeuren tegen de uitgeverij Malmberg die de boeken heeft uitgegeven waar dit verslag op gebaseerd is.

10 jaar geleden

I.

I.

nou wat er over de Molukken staat klopt zeker en hoe ik dat weet is omdat ik zelf een molukker ben dus ge moet niet zeurenn... Duss ik ben het eens met Jesse :P

10 jaar geleden

J.

J.

he zat je op het leonardo college

9 jaar geleden