ADVERTENTIE
Zie jij op tegen het lezen van al die boeken voor je leeslijst?

Probeer dan eens een luisterboek! Wij geven je acht tips van boeken die op je leeslijst staan en die je kunt terugvinden op Storytel. Check het blog en probeer Storytel nu 30 dagen gratis! 


Check het blog!

DE VERSCHRIKKELIJKE WAARHEID VAN DE OORLOG



De Inleiding.



In mijn werkstuk schrijf ik over het leven van Anne Frank tijdens de tweede wereldoorlog en alle erge dingen die daar gebeurden. In de tweede wereldoorlog werden alle Joden gepest en vervolgd. Ook Anne Frank was een Joods meisje in de tweede wereld oorlog.

Samen met haar familie waren ze gaan onderduiken ( in het Achterhuis). Daar begon ze haar dagboek te schrijven die ze voor haar verjaardag had gekregen. Ze schreef hierin wat ze meemaakte. Op een gegeven moment ontdekten de Duitsers het onderduikadres en werden ze meegenomen. Net voor de oorlog overleden Anne en Margot (haar zus) in het concentratiekamp, alleen de vader van Anne (Otto Frank) overleefde de oorlog. Nederland werd in mei 1945 bevrijd.

Ik heb dit onderwerp gekozen omdat ik het een mooi en interessant maar toch wel zielig onderwerp vind. Ik heb dit onderwerp ook gekozen omdat ik het een vreselijke gebeurtenis vind. Verder vind ik het goed dat je dit als kind leert. Ik hoop dat dit nooit meer gebeurt.








Adolf Hitler aan de macht.



In 1929, het jaar waarin Anne Frank werd geboren, ging het slecht in Duitsland. Er was veel armoede en werkeloosheid. De meeste Duitsers waren erg ontevreden. De Nationale Socialistische Duitse Arbeiders Partij leider van die partij heette Adolf Hitler. En zijn aanhangers werden de Nazi’s genoemd. Hitler zei dat de mensen een soort supermensen waren. Echte Duitsers waren volgens hem de beste, de sterkste, en de slimste mensen in de hele wereld.



Adolf Hitler, de leider van de Nazi’s,

houdt hier een redevoering.



Daarom vond Hitler ook dat het Duitse volk recht had om andere volken te overheersen en tot slaaf te maken. Hij beloofde de Duitsers een prachtige toekomst. Hoe kwam het dat er zoveel armoede en werkeloosheid heerste? De schuld hiervoor gaf Hitler aan de Joden. Joden waren volgens hem gevaarlijk. Hij schreeuwde dat alle Joden slecht gemeen en oneerlijk waren. Door dit te roepen hakte hij handig in op het antisemitisme, ( een ander woord voor Joden haat.) Veel Duitsers vonden het wel een prettig idee dat ze een beter soort mens zouden zijn dan alle andere mensen. En het was ook wel makkelijk om de Joden de schuld te geven van alle narigheid in de wereld. Er stemmen zoveel mensen op Hitler dat de NSDAP de grootste partij werd. Hitler werd in 1933 de leider van de regering. Nu bleek dat de echte bedoeling van de nazi’s. Ze vernietigden de democratie en verboden alle partijen behalve de NSDAP. Iedereen die het waagde om hen tegen te spreken werd in elkaar geslagen of in de gevangenis gegooid. De gevangenissen waren al gauw vol, daarom kwamen er concentratiekampen. Veel Duitsers hielden uit angst hun mond. Maar de meeste Duitsers bewonderden Hitler. Ze waren bereid om hem blindelings te volgen en te geloven wat Hitler zei en te doen wat hij vroeg, Hitler probeerden de haat aan de Joden aan te wakkeren. Op allerlei manieren gebeurden dat, zoals via de radio, kranten, films enzovoort. Voor alle Joden werd het leven steeds moeilijker. Mannen en vrouwen verloren hun werk. Kinderen moesten op school apart zitten. En dat was nog maar het begin van die oorlog.



Cartoon van Hitler tijdens de oorlog getekend.












Embleem van de Nazi’s met het Hakenkruis.



Nederland bezet de vervolging begint.



Terwijl de familie Frank in Nederland een onbezorgd leven leed gingen Hitler en zijn aanhangers in Duitsland door met de uitvoer van hun plannen. Vanaf 1933 bereidde Hitler een oorlog voor. De nazi’s bezetten in 1935 Oostenrijk en delen van Tsechoslowakije. Toen de Duitsers in september 1939 Polen binnenvielen verklaarden Engeland en Frankrijk de Duitsers de oorlog. De Duitse legers gingen verder en op 10 mei 1940 vielen ze Nederland binnen. De Nederlandse regering en de koninklijke familie konden nog naar Engeland vluchten. Vier dagen later bombardeerden de Duitsers Rotterdam. Er vielen veel doden en toen de Duitsers dreigden meerdere steden te bombarderen gaf Nederland zich over. Na de eerste dagen van pijn schrik en paniek ging het gewone leven voor de meeste mensen weer gewoon door. De mensen gingen weer gewoon naar het werk en naar school. In het eerste oorlogsjaar merkten de mensen weinig van de bezetting. De Duitsers wilden weten wie er Joods waren en daarom moesten alle Nederlanders zich eind 1940 laten inschrijven en daarbij opgeven of ze Joods waren. Wie dit niet deden kregen een hele zware straf. In november 1940 werden alle Joodse ambtenaren ontslagen. Het jaar erop kregen alle Nederlanders een persoonsbewijs. Dit was een soort paspoort en bij de Joden kwam hier een J in te staan. Daarna kwamen er net als in Duitsland een aantal wetten die veel dingen voor Joden verboden. Stapje voor stapje en maatregel voor maatregel. En wat deed de niet-Joodse bevolking. De meeste mensen bemoeiden zich er niet mee.



Sommigen waren bang en anderen vonden de maatregelen niet erg genoeg om in verzet te komen. Ze hoopten erop dat de oorlog snel afgelopen zou zijn. Vele niet-Joodse Nederlanders gingen niet meer met de Joden omwant dat vonden ze te gevaarlijk.



Dit was precies wat de Duitsers wilden. De Duitsers wilden de Joden afscheiden van de rest van de bevolking zodat ze helemaal alleen kwamen te staan. Er kwamen steeds meer maatregelen net zolang totdat de Joden helemaal niets meer mochten. Waarom deden de Duitsers al deze dingen, wat waren ze van plan? Dat was een zorgvuldig bewaard geheim. Voor Anne en Margot en alle andere Joden leek de bezetting in eerste instantie mee te vallen. In 1940 gingen ze gewoon naar school en maakten plezier met hun vrienden en vriendinnen. In de kranten stonden allerlei dingen waarin de Joden werden beledigd. Otto en Edith probeerden dat zoveel mogelijk te verbergen voor hun dochters. Een jaar later het was de zomer van 1940. Anne stond hier op het plaatje in de achtertuin van Het Achterhuis.

Hier zat ze vaak te lezen of te schrijven als het mooi weer was. Het land was nog steeds bezet en buiten de vreemde soldaten was hier verder nog niet veel van te merken. In het geheim werden er allerlei maatregelen voorbereid voor de Joden maar niemand wist daar nog iets van. Op 1 december 1940 verhuisde het bedrijf van Otto Frank naar een ander pand op de Prinsengracht 263.

Op de foto van 1941 staat het kantoorpersoneel, links vooraan zit Johannes Kleiman, naast hem zit Bert Voskuijl en rechts zit Miep Santrouschitz.



Op de achtergrond zijn Esther en Pine te zien. Deze beiden zouden nog maar kort op het kantoor blijven werken. Nederland was op dat moment al een half jaar bezet door de Duitsers. Otto wist hoe het er op dat moment in Duitsland aan toe ging. Hier mochten de Duitsers al geen eigen bedrijf meer hebben. Zo zou het in Nederland ook gaan en daarom deed hij zijn bedrijf over aan Viktor Kugler en Johannes Kleiman. Het bedrijf kreeg in 1940 ook een nieuwe naam: Handelsvereniging Gies & co.

Anne zat op de Montessorischool in 1941. Het is haar laatste jaar op de basisschool.



Na de zomervakantie van 1941 mochten de Joden niet meer naar een school van eigen keuze. Zij moesten voortaan naar een Joodse school met alleen Joodse leerkrachten, afgezonderd van hun niet-Joodse leeftijdsgenoten. Anne en Margot gingen naar het Joods lyceum maar daar bleef het niet bij. In haar dagboek schreef Anne later: Jodenwet volgde op Jodenwet en onze vrijheid werd steeds verder beknot. Joden moesten een Jodenster dragen, Joden moesten hun fiets afgeven, Joden mochten niet meer met de tram, Joden mochten niet meer met de auto. Joden mochten alleen van 15,00 uur tot 17,00 uur boodschappen doen. Het ging maar door, Joden mochten alleen nog maar naar een Joodse kapper en mochten na 20,00uur niet meer op straat. Zo ging ons leventje maar door. Jaque zei altijd tegen mij: ik durf niets meer te doen want ik ben bang dat het niet mag. Op 16 juli 1941 trouwde Miep met Jan. Ook de familie Frank werd uitgenodigd op de trouwdag van Miep en Jan.



Edith Frank was thuis gebleven omdat oma Hollander erg ziek was, zij zou niet lang meer leven. Anne schreef in haar dagboek, "In de zomer van 1941 werd oma heel ziek". Ze moest geopereerd worden en daarom kwam er van mijn verjaardag niets terecht. Oma Hollander stierf in januari 1942. Niemand wist hoeveel ik aanhaar dachten van haar hield.

Het was juni 1942 en het was smoorheet. In die hitte moest ik overal heen lopen. Nu zag ik pas hoe fijn de tram was vooral een open tram maar jammer genoeg was dat voor Joden niet meer weggelegd. Het enige waar wij nog mee mochten was de pont. De veerman nam ons dadelijk mee als wij vroegen om overzetting. Anne en Margot gingen altijd als ze gingen ping pongen een ijsje kopen waar het nog mocht.



Vluchten naar een ander land.



De Familie Frank ging weg uit Duitsland, toen Hitler aan de macht was. Otto was niet de enige die zich ongerust maakte over de gebeurtenissen in zijn land. Duizenden mensen probeerden uit Duitsland te vluchtten, sinds Nazi’s de baas van het land waren. Ze vermoedden dat het leven alleen nog maar moeilijker werd. Er waren ook mensen die dachten dat het allemaal wel mee zou vallen, en de ontwikkelingen wilden afwachten. Maar de Nazi’s gingen door. Tegenstanders werden in de gevangenis gezet. Er kwamen steeds meer wetten die de Joden het leven onmogelijk maakten. Stapje voor stapje werd hun werk, leven en hun geld ontnomen. Duizenden Joden probeerde in de jaren die volgden alsnog naar het buitenland te vluchtten. Maar dat werd met de dag lastiger. Er was geld nodig voor de reis. Het land van bestemming eiste meestal, dat Joden die willen komen, al werk of anders een hoop geld hadden. Veel mensen konden daar niet aan voldoen. Andere landen voelden er steeds minder voor om vluchtelingen uit Duitsland op te nemen. Ze dachten ook dat de verhalen over de vervolgingen en concentratiekampen overdreven waren. De regering kwam met allerlei regels om de vluchtelingen aan hun grens tegen te houden. Sommige landen lieten zelf niet een vluchteling door. Toch was het veel Joden gelukt de grens voorbij te gaan. Omstreeks 1933 woonden er in Duitsland 600.000 Joden. Tussen 1933 en 1939 lukte het ongeveer de helft uit Duitsland weg te komen. De andere bleven in Duitsland achter. Het waren mensen die geen geld hadden, of ze waren te oud en te zwak voor de reis, of ze werden in geen enkel land toegelaten. Deze mensen werden steeds meer en meer in het nauw gedreven. De Nazi’s verdreven hen op straat en op school, en ontnamen hun een voor een hun rechten, totdat ze niet een recht meer hadden. Een van de leuke dingen was dat Amsterdam niet zo ver van het strand lag. Regelmatig ging de Familie Frank op vrijdagen naar Zandvoort aan Zee. Dit waren Anne, Margot en hun moeder Edith, Mevrouw Schneider aan het strand.



Mevrouw Schneider was de secretaresse van de vader van Anne, Otto Frank, in Frankfurt. In de herfst van 1933 vond Otto Frank een geschikte woning in Amsterdam: De tweede etage van een huis aan het Merwedeplein.



In de nieuwbouwbuurt werd in 1934 nog volop gebouwd, dat was leuk voor kinderen, want er was zand om in te spelen. Anne was nu 5 jaar oud. Het wonen in Amsterdam beviel de Familie Frank erg goed. In hun buurt woonden ook veel Joden, die uit Duitsland gevlucht waren. Anne speelde veel met vriendinnetjes uit de buurt. Er reden nog weinig auto’s, dus ze konden gerust op de weg spelen, het was dus niet gevaarlijk. Anne helemaal aan de rechterkant, en daarnaast haar vriendinnetjes.

De 2 vriendinnetjes heetten Eva Goldberg (aan de linker kant) en in het midden Sanne Ledermann. Het was 1956 en Anne is 7 jaar oud. Sinds 1934 ging Anne naar school. Eerst 2 jaar de kleuterklas van de Montessorischool. Die school was vlakbij het Merwedeplein. Ook Margot ging naar deze school.



Op deze foto zat Anne in de klas van Dhr. Van Gelder.



Anne is 7 jaar en kon al aardig goed lezen en schrijven. Toen ze dat kon, gingen er brieven naar het buitenland, naar hun familie bij verjaardagen, of over hoe het bij hen ging. Ze schreven ook naar hun buurmeisje, eigenlijk een vriendin. Ze woonde in Frankfurt am Main. En ze schreef ook naar Kathi, die hun huishoudelijke hulp was. Al snel ontstond er een goede vriendschapsband tussen de Familie Frank en Miep. Regelmatig gingen Miep en haar verloofde Jan Gies langs bij de Familie Frank. Miep en de vader van Anne, Otto, spraken veel over wat er allemaal in Duitsland gebeurde. Ook Miep was heel en heel fel tegen Hitler en de Nazi’s. Anne ging wel eens op bezoek bij het werk van haar vader. Anne sprak veel met Miep over films en filmsterren, want Anne was dol op films en filmsterren. Voor het bedrijf van



Otto maakten ze reclame. Met deze auto reden ze door de straten zodat iedereen te weten kwam wat Opekta was en wat het betekende.



In 1938 kwam er een tweede bedrijf: Pectacon B.V. Dit bedrijf handelde in vleeskruiden. Herman van Pels werd Otto’s partner. Een jaar eerder was de Familie Pels uit de Duitse stad Osnabruck, naar Nederland gevlucht. Ze hadden een zoontje Peter. Hier zie je Peter, (in het midden staat Peter)



In Osnabruck in 1935 of 1936. Peter was dan 8 of 9 jaar oud. Dit is het paspoort van Oma Hollander.



Oma Hollander uit Aken kwam in maart 1939 bij de Familie Frank wonen. In Duitsland was de situatie haast onmogelijk. De haat en het geweld tegen Joden waren heel groot. Het was een wonder dat oma Hollander in Nederland werd toegelaten. Veel Joodse vluchtelingen werden aan de grens teruggestuurd. Oma Hollander was ziek en zwak, en lag vaak op bed. Bijna ieder jaar ging de familie Frank naar de fotograaf om een fotovel met allemaal verschillende pasfoto’s te laten maken. Dit waren er een paar van Margot, de zus van Anne, en een paar van Anne zelf.



Margot was rustiger en luisterde beter naar haar ouders. En ze hield haar kleding netter, in tegenstelling tot Anne. Daarom werd Margot’s gedrag vaak aan Anne als voorbeeld gegeven. Soms was Anne jaloers op Margot, omdat ze zo goed kon leren. Maar ook omdat de mensen zeiden dat van de 2 meisjes Margot het mooist en het intelligentst is. Anne gebruikte haar fotootjes om haar dagboek te versieren. Deze foto van Anne was ergens op de straat gemaakt.



Anne hield van lachen, geschiedenis, filmsterren, Griekse mythologie, schrijven, katten, honden en jongens. Ze had een hele kring van vrienden en vriendinnen. Anne ging graag naar feestjes en naar ijswinkeltjes in de buurt. Elke dag fietste Anne naar school, waar ze veel kletste, en daarvoor kreeg ze strafwerk.



De Deportatie van de Joden




Op maandag 29 juni 1942 stond er in alle Nederlandse kranten dat de Duitsers besloten hadden om de Joden over te brengen naar werkkampen in Duitsland. De Joden in Nederland waren in paniek.

Wat ging er met hen gebeuren?

Wat konden ze doen?

De Duitse bezetters hadden immers de namen en adressen van alle Joden geregistreerd. Veel Joden dachten erover om onder te duiken, maar dat was erg moeilijk. Op zondag 5 juli kregen de eerste Duitse joden in Nederland een kaart in de bus. Margot Frank behoorde tot de eerste groep. Op de kaart stond dat ze zich moest melden op een bepaald adres. Daar kregen ze een formulier waarop stond wanneer hun trein zou vertrekken en wat ze mee moesten nemen. De Joden wisten alleen dat ze naar Westerbork werden gestuurd maar wisten niet wat er daarna met hen zou gebeuren.



De Duitsers riepen in 1942 en 1943 alle Joden in Nederland op voor deportatie maar veel Joden kwamen niet opdagen. Daarna besloot de Duitse politie tot een hardere aanpak. De politie kwam vaak zonder aankondiging aan de deur en nam de mensen meteen mee. Ze hielden ook razzia’s, dan sloten ze de hele wijk af en pakten alle Joden werden uit hun huizen gesleurd, op vrachtwagens geladen en per trein naar Westerbork gebracht. De Duitsers werden geholpen door een groot deel van de Nederlandse politie. Ook waren er Nederlandse Nazi’s die de Duitsers hielpen. Als ze bij de Joodse gezinnen binnenvielen roofden ze altijd eerst alle spullen van waarde zoals geld, sieraden en voedsel. Eind september 1943 waren bijna alle Joden in Nederland opgepakt. Daarna gingen de Duitse bezetters extra moeite doen om alle Joodse onderduikers op te sporen. Veel Joden werden toen alsnog ontdekt en weggevoerd



Onderduiken.




Veel Joden probeerden te ontkomen aan de Duitse deportaties door te gaan onderduiken. Dit was heel erg moeilijk want waar kon je naar toe. Organisaties die onderduikers hielpen waren er in het begin van de oorlog nog niet. Het was nodig om niet Joodse vrienden of kennissen te hebben die bereid waren je te verstoppen. Echter door alle regels van de Duitsers hadden de meeste Joden geen vrienden of kennissen meer. Het kwam bijna nooit voor dat een heel gezin kon onderduiken, wat dat betreft was de familie Frank een uitzondering. Soms gaven ouders hun kinderen aan wildvreemden af want het was veel eenvoudiger een onderduikplek voor de kinderen te vinden dan voor de volwassenen.



Een kind kan gemakkelijker doorgaan voor een neefje of nichtje uit de stad. Het vinden van een onderduikadres was al erg moeilijk maar daar hield het niet mee op. Onderduiken koste geld en vaak werd er veel geld gevraagd. Veel Joden waren arm en konden het onderduiken daarom niet betalen. Onderduiken was erg gevaarlijken men wist dat onderduikers die gepakt werden naar een concentratiekamp gingen. Er waren ook veel Joden die anderen niet in gevaar wilden brengen en dus besloten om niet onder te duiken. Er stonden namelijk zware straffen op hulp aan onderduikers. Ondanks dit alles waren er gelukkig toch mensen die Joden onderdak gaven. Deze mensen waren meestal het enige contact met de buitenwereld.

Ze zorgden voor eten, brachten kranten en boeken en probeerden een betrouwbare arts te vinden als er ziek werd. Het helpen van onderduikers was een zware taak met veel risico’s. Veel helpers werden door de Duitsers opgepakt en naar concentratiekampen gestuurd. Pas in de zomer van 1943 kwam er een geheime organisatie voor hulp aan onderduikers maar toen waren verreweg de meeste Joden al weggevoerd. Van de 140.000 Joden waren er in Nederland uiteindelijk zo’n 25.000 ondergedoken. Hiervan hadden slechts 16.000 de oorlog overleefd. De andere 9.000 waren toch nog opgepakt en weggevoerd, dit gebeurde vaak doordat ze werden verraden. Anne was blij op het schuiladres te zijn want het was er gezellig en ook minder stil, want van de stilte werd ze nogal zenuwachtig. Dagen gingen voorbij en dagen werden weken en maanden. Overdag als het personeel werkte mochten de onderduikers alleen maar fluisteren en liepen ze heel zachtjes door het huis. Het toilet en de kraan mochten alleen tussen 21 uur en 7 uur gebruikt worden. Wat deed Anne eigenlijk tijdens die lange periode overdag? Ze studeerde veel in de grote stapel schoolboeken die meegenomen was. Ook Margot en Peter besteedden vele uren aan hun schoolvakken. Vader Frank hielp hen met de lessen. Geen van de kinderen wilde op school achterraken. Ze hoopten nog steeds snel weer naar school te kunnen. Anne las veel boeken die Miep voor haar meebracht. Vele Joden werden in deze tijd opgepakt en naar concentratie kampen gestuurd. De familie Frank en de familie van Daan ontkwamen hieraan door op tijd onder te duiken. Dag en nacht zaten ze op elkanders lippen en zagen en hoorden alles van elkaar. Ook waren ze erg bang ontdekt te worden, daarom was iedereen voortdurend gespannen en was het ook niet verwonderlijk dat er regelmatig ruzie was in het achterhuis. Ook Anne had het moeilijk met haar nieuwe leven. Ze was alles kwijt, haar vriendinnen en vrienden, haar school en vooral haar vrijheid. Anne was daarom ook vaak verdrietig en huilde ‘s nachts vaak. Overdag deed ze het niet en wilde ook niet dat haar ouders zich daar druk over maakten. Anne bemoeide zich met alles en iedereen en had overal een antwoord op. Om deze reden vonden de ouders van Daan haar een slecht en onopgevoed kind. Anne had ook vaak met haar moeder ruzie. Aan Margot en Peter had ze heel weinig want zij waren alleen maar kribbig. Ze voelde zich daarom heel erg alleen en onbegrepen. Haar enige goede vriendin was haar dagboek. Meestal was het leven in het Achterhuis erg saai maar er waren ook momenten van grote opwinding en angst. Op een avond werd er om 20.00 uur heel hard gebeld. Iedereen schrok ontzettend. Was het de Duitse politie en was dit het einde? Iedereen hield zijn adem in en het bleef doodstil. Drie weken later schrokken de onderduikers opnieuw. Tegenover de boekenkast hoorden ze plotseling hamerslagen. Iedereen hield direct zijn mond. Na een kwartier werd er ineens op de kastdeur geklopt. De onderduikers trokken wit weg terwijl er aan de kast werd geduwd en getrokken. Later hoorden ze wat er aan de hand was. De heer Johannes Kleimann vertelde dat de timmerman was geweest om de brandkluis te controleren en dat hij geen tijd meer had gehad om de mensen in het Achterhuis te waarschuwen. Op dinsdag 10 november 1942 hoorde Anne dat er een achtste bewoner bij zou komen. Ze kozen iemand waarvan ze dachten dat deze goed met de nieuwe bewoner zou kunnen opschieten. Fritz Pfeffer kwam een week later. Hij was stomverbaasd om de familie Frank hier aan te treffen. Net als andere familie en vrienden had hij gedacht dat de familie Frank naar het buitenland was gevlucht. Anne vond Fritz best aardig. Allen luisterden aandachtig naar wat er in de buitenwereld gebeurde en iedereen werd somber van de verhalen. Anne realiseerde zich door deze verhalen ook hoe goed ze het nog had hier in het achterhuis. Ze dacht aan haar liefste vriendinnen die nu ver weg aan de Duitsers waren overgeleverd. De dagen en weken kropen voorbij en de winter kwam eraan. Het was daarom veel kouder en het werd ook steeds eerder donker. Vanaf half vijf was het al te donker om nog te kunnen lezen. De onderduikers woonden nu al zes maanden bij elkaar. Altijd was er die angst om ontdekt te worden. Daarom konden ze nooit naar buiten. Anne’s mening over Fritz was inmiddels aardig veranderd ook al laat diens kritiek haar niet onverschillig. Ook al deed ze alsof in werkelijkheid maakte ze zichzelf verwijten want ze wilde graag veranderen. Mevrouw van Daan was niet alleen bang van het gebulder van de kanonnen maar had overdag op de zolder waar het eten ligt opgeslagen gemeend een dief te hebben gehoord. Niemand nam haar serieus maar na enkele dagen werd de hele familie van Daan opgeschrikt door kabaal. Een paar dagen later ging Peter naar de zolder om een paar oude kranten te halen. Om de trap af te dalen moest hij zich vasthouden aan het luik. Hij legde zonder te kijken zijn hand neer en viel bijna om van schrik en pijn. Een grote rat heeft hem in zijn arm gebeten. Het bloed loopt door zijn pyjama heen. Iedereen schrok verschrikkelijk.



Het achterhuis.




8 juli 1942

Margot de zus van Anne stopte haar schooltas vol met boeken, haalde haar fiets uit de stalling en reedt achter Miep, aan die haar kwam ophalen. Waar ging ze naar toe vroeg Anne aan haar ouders. Ze wist nog steeds niet waar de schuilplaats was, en waar ze naar toe ging. Om halfacht sloten ook Anne en haar ouders de deur achter zich dicht. Moortje de kat van Anne was de enige waar Anne afscheid van moest nemen. In een brief vroeg de familie Frank aan de buren of zij voor de kat konden zorgen. Het huis lieten ze in een grote puinhoop achter. Het ontbijt bleef op tafel staan en ze maakte de bedden ook niet op. Alles wees erop dat ze hals over kop vertrokken warren, maar dat kon hun niets schelen. Weg wilden ze alleen maar weg, en veilig aankomen, anders niets.



8 juli 1942

Ze liepen door de stromende regen, vader moeder en Anne, elk met een schooltas en een boodschappentas volgepropt met allerlei spullen, alles zat door elkaar. Omdat joden niet met het openbaar vervoer mochten reizen moesten ze lopend naar de schuilplaats.



Pas als ze op straat waren vertelden haar ouders over het hele onderduikplan. Maandenlang hadden ze allerlei spullen naar het onderduikadres gebracht. Al veel eerder hadden haar ouders besloten om op 16 juli te gaan onderduiken maar door de oproep voor Margot was het hele onderduikplan 10 dagen vervroegd. Anne’s vader vertelde dat de schuilplaats boven het kantoor van haar vader was. Alleen Victor Kugler, Johannes Kleinman, Miep, Gies en Bep Voskuil wisten van de komst van de Familie Frank. Op de Prinsengracht aangekomen nam Miep, Anne en haar ouders gauw mee naar boven het achterhuis in. Miep sloot de deur achter hen en dan waren ze alleen. De schuilplaats bevond zich achter een boekenkast.



Margot stond al op hen te wachten. Anne keek om zich heen, overal stonden dozen en stapels beddengoed. Het was zo’n puinhoop dat je het niet kon beschrijven. Ze gingen meteen aan de slag. Ze pakte de hele dag dozen uit en ruimde alles in totdat ze ’s avonds heel en heel moe geworden waren.



10 Juli 1942

Dinsdag morgen gingen ze verder waar ze begonnen waren. Tijd om na te denken over de grote veranderingen in haar leven kreeg Anne bijna niet. Pas de volgende dag op een woensdag begon ze volop in haar dagboek te schrijven die ze voor haar verjaardag had gekregen. In de loop van de dagen leerde Anne elk plekje van de schuilplaats kennen. De onderduikers waren heel bang dat ze werden ontdekt. Overdag moesten ze zachtjes lopen en zacht spreken want daaronder is het magazijn en niemand mocht hen horen. Ook moesten ze heel goed oppassen dat de buren ze niet horen of zien. Direct de eerste dag hadden ze de gordijnen genaaid. Eigenlijk kon je niet van gordijnen spreken want het waren eigenlijk losse stukken lapjes aan elkaar en ook nog verschillende soorten lapjes met verschillende kleuren.



11 juli 1942

Het enige contact met de buitenwereld was met de mensen die wisten dat ze zich daar verscholen. Die mensen brachten al het eten en de boeken die ze nodig hadden en ze vertelden al het goede en slechte nieuws van Amsterdam. De wereld voor Anne Frank was heel erg klein geworden, het enige wat ze kon zien van de buitenwereld was een superklein stukje van wat wij in de wereld zagen.



28 september 1942

Anne was blij als op 13 juli 1942 de familie van Pels bij hen in het achterhuis waren komen wonen. Ze gaf de familie ook een aparte naam in haar dagboek. Ze heette daarin de familie van Daan. De Familie bestond uit drie personen Meneer en mevrouw van Daan en hun zoon Peter die 15 jaar oud was. Peter had zijn kat wel meegenomen, hij heet Mouschi.



Plaatje van alle bewoners van het achterhuis en het voorhuis. Plaatje 32 tot en met 44.



Het mooiste verjaardagscadeau.




Op Vrijdagmorgen 12 juni was Anne al om 6.00 uur wakker. Dat was heel begrijpelijk, want ze was jarig! Die dag werd ze 13 jaar. Ze kon nauwelijks wachten met opstaan. Anne woonde met haar vader, moeder en 3jarige zus Margot in een nieuwbouwbuurt in Amsterdam. Het was 1942, het was oorlog. Nederland was al 2 jaar bezet door de Duitsers. De Familie Frank was Joods. Joden werden door de Duitsers gediscrimineerd en vervolgt. Het was voor Joden steeds moeilijker om gewoon te leven. Maar vandaag dacht Anne er niet aan. Om 7.00 uur liep ze naar de slaapkamer van haar vader en moeder. Daarna verzamelden de hele familie zich om de cadeautjes uit te pakken. Die dag zou Anne heel veel cadeautjes krijgen. Zoals: boeken, puzzels, een broche, snoep en nog veel meer. Van haar ouders kreeg ze een dagboek. Een dagboek, met rode en witte ruitjes en een stevige kaft.



Anne was er erg blij mee. Het was haar allereerste cadeau dat ze tot nu toe had gekregen. Anne had een heleboel vrienden en vriendinnen, maar met hen praatte ze alleen maar over alledaagse dingen. Anne besloot om net te doen of haar dagboek een vriend of vriendin van haar was, die ze alles kon vertellen, ze noemde haar Kitty. Op de eerste bladzijde van haar dagboek schreef Anne : Ze zou hoopte ze aan Kitty alles kunnen toevertrouwen, zoals ze het aan niemand gekund had, en ze hoopte dat het een grote steun voor haar zou zijn.



12 juni 1942

Aan de binnenkant van de omslag plakte ze een foto van zichzelf, en schreef erbij: snoezige foto hè? (dat is de foto op de voorkant van mijn werkstuk). Op Zondag 14 juni, 2 dagen later, begon Anne in haar dagboek te schrijven. Ze kon dan natuurlijk niet verwachten dat haar hele leven gelijk veranderde. Ruim 2 jaar lang zou Anne in haar dagboek schrijven wat ze meemaakte. Evenmin kon ze verwachten dat later miljoenen mensen haar dagboek zouden lezen.

Het dagelijkse leven



In het begin van de oorlog probeerde de mensen zich nergens mee te bemoeien. Dit werd echter steeds moeilijker want de oorlog bemoeide zich wel met hen. Het voedsel werd steeds minder en minder en het ging op de bon.



Chocolade, koffie en sigaretten waren bijna niet meer te koop. Ook moesten de mensen hun fietsen en radio’s inleveren. Steeds meer en meer leefde de mensen in armoede In de kranten stonden alleen dingen die goedgekeurd waren door de bezetters. Ze schreven dat de Duitse legers alleen maar overwinningen behaalde. Hitler vond dat verzetsmensen misdadigers waren en dat alle Joden veel minder waard waren dan andere mensen. Er kwamen steeds meer illegale krantjes in Amsterdam. Deze kranten werden in het geheim geschreven. In deze kranten stonden de dingen die echt gebeurde. De mensen luisterden ook wel stiekem naar de radio. Dat was dan de dagelijkse uitzending in het Engels. In 1943 werd duidelijk dat de Duitsers de oorlog zoude gaan verliezen. De mensen begonnen steeds openlijker te mopperen. Het verzet nam toe. De Duitse bezetters probeerde het te stoppen. Mensen die in verzet kwamen werden vaak zo op straat doodgeschoten. Zo probeerden de bezetters de bevolking schrik aan te jagen. In het najaar van 1994 werd het zuiden van Nederland door het Canadese leger bevrijd. De rest van Nederland was nog steeds bezet. In het Westen van Nederland was er in de winter een groot gebrek aan eten. Vooral in grote steden was bijna geen voedsel meer. Door honger, kou en ziekte stierven er ongeveer 20.000 mensen. Op 5 mei 1945 was, na 5 oorlogsjaren, heel Nederland bevrijd. Het werd winter 1943. De andere onderduikers waren gespannen en moe. Iedereen had gebrek aan slaap vanwege de vliegtuigen en het geschiet van de Duitsers. Het voedsel dat ze aten was heel slecht. Overal was bijna wel gebrek aan.

Miep en Bep moesten steeds meer moeite doen om aan eten te komen zowel voor henzelf als voor de Familie Frank. Anne kreeg steeds meer bewondering voor Nederlandse mensen die onderduikplaatsen boden voor de Joden. Want het was heel gevaarlijk als je de Joden onderdak gaf. Je werd er zelfs voor gedood als ze het ontdekten. Het was verbazingwekkend hoeveel mensen met gevaar voor eigen leven zich inzette om andere te helpen het leven te redden. Het beste voorbeeld daarvan waren toch wel onze helpers. Nooit hadden wij een woord gehoord dat wij hun tot last waren.



28 januari 1944

Anne besefte vaak dat ze niet mocht mopperen. Als ik bedacht hoe wij daar leefden, tegenover alle andere Joden. Er waren zelfs Joden die geen onderdak hadden, er waren ook mensen die al dood waren.



2 mei 1944

Op vrijdagochtend 16 juli 1943 ontdekte de onderduikers inbrekers in het voorhuis. Zowel de magazijndeur als de voordeur stonden open. Met een breekijzer waren de deuren opengebroken. Johannes Kleiman die even later op zijn kantoor kwam, ontdekte dat er twee geldkistjes waren gestolen, maar de dieven hadden ook, dat is erger, distributiebonnen meegenomen waarop 150 kilo suiker te krijgen was. Iedereen was bang dat de inbrekers iets hadden gemerkt van de onderduikers, en dat ze het zouden verraden bij de Duitse politie. Maar gelukkig gingen de dagen voorbij, er was in die tussentijd nog niks gebeurd. De onderduikers probeerden zo gewoon mogelijk te leven, ze hadden daarom ook een vaste dagindeling. De dagen waren zo lang, zou de oorlog nog lang duren? Hoe lang zouden ze het nog volhouden? Het waren vragen die de Joden en ook alle andere mensen bezig hielden. Maar op 8 september kreeg iedereen weer hoop op een goede afloop. Op de radio’s hoorde ze dat Italië, de bondgenoot van Duitsland, zich had overgegeven aan het Canadese leger. Zou de oorlog dan toch nog in 1943 aflopen? Maar zo snel ging het niet, en de komst van het Canadese leger, waar ze elke dagen en nachten op hoopte, bleef uit. In de herfst van 1943 had Anne vaak sombere buien. Haar zenuwen was ze vaak niet de baas, vooral Zondags voelde ze zich ellendig. De stemming in huis was dan benauwd, en slaperig, buiten hoorde je geen vogel zingen of fluiten. Anne wilde heel graag naar buiten en naar de open lucht, en veel lachen. Ze ging op bed liggen en probeerde te gaan slapen. De stilte was verschrikkelijk, je hoorde zelfs een naald vallen. Het werd 1943, Anne was nu ruim 14 ½ jaar oud. Al 1 ½ jaar zitten de 8 onderduikers in het achterhuis. Anne ontdekte dat ze veranderde, en daar schreef ze over in haar dagboek. Ze dacht veel meer na over allerlei andere dingen, en ze begon haar mede bewoners met andere ogen te bekijken. Anne ontdekte ook dat haar lichaam begon te veranderen. Ze vond het zo wonderlijk wat er met haar gebeurde, het was niet alleen iets wat aan haar buitenkant te zien was, maar wat er innerlijk met haar gebeurde. Juist omdat ze over zichzelf niet met andere kon praten, schreef ze het in haar dagboek.



6 januari 1944

Anne was niet langer een luidruchtig schoolmeisje, langzamerhand werd ze volwassen en werd ze verliefd! Ze werd verliefd op Peter, die samen met alle andere 7 bewoners in het achterhuis woonde. Met hem wou ze praten over alles wat haar bezig hield. Maar Peter was verlegen en ontlep haar steeds. Toch vond Anne een manier om met Peter aan de praat te komen. Zij zocht naar een gelegenheid om ongemerkt in het kamertje te komen, en dan met hem te gaan praten. Peter had namelijk plotseling geld gekregen voor kruiswoordpuzzels en al gauw zaten ze tegenover elkaar aan een tafeltje, hij op de stoel zij op een bank. Het verwonderde haar als ze in zijn donkerblauwe ogen keek en zag hoe verlegen hij was bij dat ongewone bezoek. Anne en Peter raakte in de weken die volgden steeds meer vertrouwd met elkaar. Hoewel Peter nog steeds verlegen was. Vaak ging ze naar de kamer van Peter. Daar praatten ze over van alles. Anne dacht veel na over haar leven tot nu toe, en ook over de toekomst. Ze dacht over de gelukkige en onbezorgde tijd voor dat ze ging onderduiken.

Ook zij zelf veranderde. Ze werd opstandig en brutaal en kreeg elke keer op haar kop van alle grote mensen om haar heen. Nu anderhalf jaar later, vond ze dat ze veel wijzer was geworden. Nog steeds was ze soms nog vrolijken druk en had ze op iedereen commentaar. Maar dat was volgens Anne alleen maar haar oppervlakkige buitenkant. Haar enige kant die andere van haar zagen. Maar van binnen was ze veranderd vond ze zelf. Anne was bewust van haar goeden en slechten eigenschappen, en van de dingen die ze in leven belangrijker vond. Ze wou gelukkig zijn. Ze wou niet denken aan alle ellende inde wereld, maar aan al het mooie dat nog overbleef. Wat Anne erg dwars zat, was dat de volwassenen haar nog steeds als een klein kind behandelden. Al was zij pas 14 jaar, ze wist heel goed wat ze wou, zij wist wie er gelijk had en wie ongelijk had, zij had haar meningen haar opvattingen en principes.



Op zaterdag 18 maart ging Anne weer naar Peter toe. Hij stond aan de linkerkant van het open raam, Anne ging aan de rechterkant staan. Het was veel makkelijker om bij het grote raam in het donker te staan praatten, dan bij zoveel licht, zij geloofde dat Peter dat ook vond. We hadden elkaar zo veel verteld, zo ontzettend veel, zo veel dat zij het niet allemaal nog een keer wou vertelen, het was de mooiste avond die ik ooit in het Achterhuis had gezien.



19 maart 1944

De volwassenen waren heel nieuwsgierig wat Anne en peter elkaar allemaal vertelde. Ze maakte er zelfs grappen over. Vader en moeder Frank maakten zich een beetje zorgen om hun dochtertje. Op zondag 9 april 1944 werd er opnieuw ingebroken. De zoveelste inbraak, maar dit maal was de angst groter dan ooit. De voordeur aan de straat was vernield, en het bleek dat iemand de Duitse politie had gewaarschuwd. De politie kwam om het huis te onderzoeken. Ze hadden overal gekeken. Even later werd er aan de boeken kast gerommeld, ineens hield het op ze gingen weg.



11 april 1944

Die nacht brachten ze allemaal door in de kamer van de Familie van Daan, niemand sliep, Iedereen was doodsbang. De volgende dag waren de onderduikers dolblij dat de helpers langs kwamen. Ook deze keer was het gelukkig goed afgelopen. 15 april 1944 was het een belangrijke dag voor Anne, ze kreeg haar eerste zoen. Peter en Anne zaten op de stoel en bank in Peters kamer, dicht tegen elkaar aan.



19 april 1944

De volgende dagen dachten Anne en Peter veel aan de eerste zoen, en hoe het toen verder met hen zou gaan. Anne besloot er ook met haar vader over te praten als ze een keer alleen waren.



2 mei 1944

Otto, de vader van Anne, waarschuwde haar dat ze voorzichtig moest zijn. De volgende dag zei Otto dat ze niet meer zo vaak meer naar de kamer van Peter moest gaan. Maar Anne wilde dat niet, ze wilde heel graag elke dag naar de kamer van Peter gaan. Dus gehoorzaamde ze haar vader niet. Niet alleen omdat zij op Peter was, maar ook omdat ze op hem vertrouwde. Ze wou dat bewijzen ook, en dat kon niet als ze uit wantrouwig beneden bleef. Nee, ze ging! Anne schreef dat voorjaar niet alleen over haar verliefdheid. Ze schreef ook over de gebeurtenissen die met de oorlog te maken hadden. Waarvoor, oh waarvoor diende nu de oorlog, waarom konden de mensen nu niet in vrede samen leven, waarom werd alles verwoest? Waarom waren de mensen zo gek (Vooral Hitler en de Duitse politie).



3 mei 1944

Maar Anne zei ook, ik ben nog jong en heb nog zoveel eigenschappen. Ze had veel meegekregen, een gelukkige natuur, veel vrolijkheid en veel kracht. Elke dag voelde ze hoe haar innerlijk groeide, hoe de bevrijding naderde, hoe mooi de natuur was, hoe goed de mensen in mijn omgeving waren, hoe interessant en verdrietig dit avontuur was. Waarom zou ze dan wanhopig zijn? Dan op 6 juni 1944 kwam het bericht op de radio van de invasie in Frankrijk, in Normandië!



Anne juichte, zou dan nu werkelijk de bevrijding naderen? De bevrijding waar zoveel over gesproken werd, maar die toch te mooi was, te sprookjesachtig om ooit werkelijkheid te worden? Zes dagen na de invasie, op 12 juni, vierde Anne haar 14de verjaardag. Al bijna 2 jaar waren de onderduikers in het achterhuis. Voorlopig waren de bevrijders nog ver weg, en het leven aan de Prinsengracht ging verder. Anne was teleurgesteld in Peter. Ze hoopte op een goede vriend, met wie ze over alles zou kunnen praten, maar nog steeds lukte dat niet echt. Ze vroeg zich af of hij nog steeds verlegen was. Jongeren hadden het eigenlijk veel moeilijker dan de ouderen vond Anne, want volwassenen wisten alles zo zeker, ze twijfelden ook veel minder. Het was voor haar onmogelijk alles op te bouwen op basis dood, ellende en verwarring. Ze zag hoe de wereld langzaam steeds meer een woestijn begon te worden, ze hoorde steeds harder de aanrollende donder, die ook hen zou doden. Ze voelde met het leed van de miljoenen mensen mee, en toch als ze naar de hemel keek, dacht ze dat dit alles weer tot het goede zal wenden, dat ook deze wreedheid zou ophouden, dat er weer rust en vrede in de wereld zou komen. Intussen zou ze haar denkbeelden hoog en droog houden, in de tijden die zouden komen kon zij ze misschien toch nog uitvoeren!



15 juli 1944

Op 21 juli 1944 was Anne blij en optimistisch. De berichten over de oorlog gaven hoop op een goede afloop. Ze wou nog 1 keer in haar dagboek Kitty schrijven. Op 4 augustus, tussen 10.00 uur en 10.30 uur, viel de Duitse politie het achterhuis binnen. De onderduikers waren verraden…………



Het dagboek bleef achter.




Het was een mooie warme Zondag. Zoals gewoonlijk ging Otto Frank, de vader van Anne Frank, ’s morgens naar de kamer van Peter, om hem Engelse les te geven. Het was een dag zoals alle andere dagen. Otto Frank keek op zijn horloge, het was bijna 10.30 uur, hij wilde beginnen. Op dat moment hief Peter zijn handen op. Hij keek geschrokken. Van beneden kwam het geluid, vreemde mannenstemmen, schreeuwende en bedreigende stemmen………Enkele minuten geleden waren 5 mannen plotseling het kantoorgebouw binnen gekomen. Een man was in het uniform van de Duitse politie, de andere waren in burgerkleding. Waarschijnlijk waren het de Nazi’s. Miep, Bep, Johanna Kleiman en Victor Kugler waren in het kantoorgebouw. De mannen wisten alles. Victor Kugler moest meekomen om de onderduikers aan te wijzen. Ze gingen naar boven. Bij de boekenkast trokken de mannen hun revolver. De kast werd opengemaakt en ze gingen naar binnen. Even later kwam een van de Nederlandse Nazi’s de kamer van Peter binnen, met een getrokken pistool. Otto en Peter gingen naar beneden. Daar zagen ze alle andere onderduikers. Ook Anne en Margot met de handen omhoog.



Op een korte afgebeten toon vroeg Karl Silberbauer, want zo heette de agent, om geld en sieraden. Hij pakte een aktetas en schudde die leeg op de grond. Het waren de dagboekpapieren van Anne Frank.. Het geld en de sieraden stopte ze in die tas. Karl Silberbauer geloofde niet dat de onderduikers ruim twee jaar terug in het Achterhuis verstopt hadden gezeten.

Dan wees Otto op de groeistreepjes op de muur. De onderduikers mochten nog was kleding inpakken. Daarna werden ze in een vrachtauto gestopt, en naar een gebouw van de Duitse politie gebracht. Ook Victor Kugler en Johannes Kleiman waren gearresteerd en meegenomen. Later werden ze allemaal in een kamp opgesloten. Ze zouden het beide overleven. Het werd stil op de Prinsengracht. Miep en Bep waren niet meegenomen. Ze waren bang dat de mannen terug zouden komen om hen ook te arresteren. Aan het eind van de middag gingen Miep en Bep naar boven, samen met Jan Gies en Maarten, de magazijnknecht. Ze gingen het Achterhuis binnen. Daar was het een grote chaos. Op de grond zagen ze de dagboekpapieren van Anne Frank, die namen ze mee naar beneden, samen met alle andere papieren en boeken. Ook de fotoboeken van de Familie Frank waren daarbij. De dagboekpapieren deed Miep in haar la en deed de la op slot. Ongeveer een week later was het hele Achterhuis leeggehaald en op slot gedaan.



Op de naamlijst van het laatste transport van Westerbork naar Auschwitz staat ook de familie Frank.



Het was altijd een raadsel gebleven wie de onderduikers had verraden aan het Duitse leger. De onderduikers zaten 4 dagen in een cel. Op 8 augustus werden ze overgebracht naar het kamp Westerbork. De hele maand bleven ze daar in een zogenaamde strafbarak. Ze waren strafgevangene omdat ze zichzelf niet hadden gemeld, maar als onderduikers waren opgepakt.



Moord op miljoenen mensen.



De Nazi’s zeiden dat het Duitse volk uit een soort super volk bestond. Volgens hen was er geen plaats voor de minderwaardige, bijvoorbeeld zigeuners, zwarte mensen, homoseksuelen, gehandicapten en Joden. In januari in 1942 besloot de top van de Nazi partij om de ruim 11.000.000.000 Joden te vermoordden.



Daarvoor moesten ze vernietigingskampen bouwen. Dat waren dan de concentratiekampen, speciaal ontworpen om mensen snel te kunnen doodden In ver afgelegen gebieden, in Polen, werden deze kampen gebouwd. Alles moest in het geheim gebeuren, want niemand mocht weten waarom de Joden werden weggevoerd. Daarom vertelden de Nazi’s aan de Joden dat ze naar Polen moesten om te werken. Zowat alle mensen geloofden dat. Treinen uit alle Europese landen, die door de Duitsers bezet waren, reden af en aan naar Polen. Dagenlang zaten Joden in overvolle vee wagons, zonder eten en drinken. Zonder dat je wist waar je familie, vrienden of vriendinnen heen gingen. De meeste mensen kwamen direct in de vernietigingskampen terecht. Auschwitz-Birkenau was het grootste vernietigingskamp van alle kampen die er bestonden. De meeste mensen waren bij aankomst al vermoord in de gaskamers. Alleen mensen waarvan de Nazi’s dachten nog te kunnen gebruiken, spaarden ze nog een paar dagen.



Sterke jonge mannen en vrouwen moesten keihard werkenvoor de Duitsers. De omstandigheden waren zo vreselijk dat de mensen al na enkele weken stierven. Door heel veel geluk waren sommigen nog in leven toen de geallieerde troepen in 1945 de kampen bevrijdden. In totaal zijn zo’n zes miljoen Joden vermoord. Ook de zigeuners werden uit alle landen gedeporteerd naar de kampen. Verreweg de meeste daarvan hebben de kampen nog overleefd. Eind oktober 1944 moesten Anne en Margot hun moeder achterlaten. De twee meisjes werden net als mevrouw Pels naar het concentratiekamp Bergen – Belsen overgebracht. Ook daar waren de omstandigheden onvoorstelbaar. Het was daar ijskoud, er was nauwelijks eten en er heersten besmettelijke ziektes. Edith Frank heeft in Auschwitz nog twee maanden geleefd. Peter van Pels werd op 16 januari net als de meeste andere gevangenen uit Auschwitz weggevoerd door de SS-bewakers. Dat was 10 dagen voor het Russische leger Auschwitz bevrijdde. Op 5 mei 1945 stierf ook hij in het kamp Mauthausen in Oostenrijk. Mevrouw van Pels bleef maar kort in Bergen-Belsen. Via Buchenwald kwam zij in Theresienstadt terecht en overleed daar in het voorjaar van 1945.

(Zie plaatje volgende blz.)



Margot en Anne probeerden in Bergen-Belsen te overleven. Samen met een heleboel andere vrouwen sliepen ze in een onverwarmde barak. Annes schoolvriendinnetje Lies bleek in een ander deel van het kamp te zitten. Alleen door het prikkeldraad kon Anne met Lies praten. In maart 1945 stierf Margot en enkele dagen daarna ook Anne. Een paar weken later werd het kamp in April door de Engelsen bevrijd. Otto Frank is de enige van de onderduikers uit het achterhuis die nog in leven is. Hij werd op 27 januari 1945 door het Russische leger bevrijd en wilde terug naar Amsterdam maar daar was het nog oorlog. Pas op 5 maart 1945 begon Otto aan de lange terugreis naar Amsterdam. De Russen brachten hem samen met een aantal anderen naar de havenplaats Odessa aan de Zwarte zee. Van Odessa ging de boot naar Marseille in Frankrijk. Daarna ging Otto per trein en vrachtauto naar Amsterdam waar hij op 3 juni aankwam. Hij ging direct naar het huis van Miep, Gies en Jan waar het zien van elkaar veel verdriet en vreugde gaf. Hij wist dat zijn vrouw dood was maar had stille hoop dat zijn kinderen nog in leven waren. Hij had gehoord dat ze naar Bergen-Belsen waren overgeplaatst en dat daar geen vernietigingskampen waren.



Otto ging bij Miep en Jan inwonen. Elke dag probeerden ze iets te weten te komen over Anne en Margot. Twee maanden later ontving Otto een brief waarin stond dat Anne en Margot overleden waren. Al die tijd had Miep het dagboek van Anne bewaard. Daar het nu zeker was dat Anne overleden was haalde Miep het Dagboek tevoorschijn en gaf het aan Otto. Otto ging het dagboek direct lezen en was zeer ontroerd en verbaasd. Hij had nooit geweten dat Anne alle gebeurtenissen in het Achterhuis zo nauwkeurig had opgeschreven. Otto typte alles over in het Duits en stuurde het naar Zwitserland naar zijn moeder. Later liet hij delen ook aan anderen lezen. Op aandringen van anderen werd een goede uitgever gezocht, maar zo vlak na de oorlog had nog niemand veel zin om te gaan werken. Pas nadat er op 3 april een stukje over Anne's dagboek in de krant had gestaan werd een uitgever gevonden en kwam het dagboek pas in de zomer van 1947 uit met 1500 exemplaren. Hiermee had Otto Anne's wens schrijfster te worden in vervulling laten gaan. Al gauw na de eerste uitgave kwam er een vertaling in het Frans en daarna in het Duits. In 1951 volgde een Engelse uitgave. In alle jaren daarna volgden in ‘t totaal 31 vertalingen en werd het dagboek van Anne Frank wereldberoemd. Nu meer dan 45 jaar later is het boek in 55 landen uitgebracht en zijn er meer dan 20 miljoen exemplaren verkocht. Ook zijn er films en toneelstukken van gemaakt. Over de hele wereld zijn er straten en scholen naar Anne Frank genoemd.



De Anne Frank Stichting.



De Anne Frank stichting



Anne Franks droom is uitgekomen naar haar dood. Ze is nu een beroemde schijfster. Mensen over de hele wereld hebben het boek van Anne Frank. Omdat Anne Frank zo goed beschrijft wat haar is over komen, is Anne een symbool geworden van alle mensen in de tweede wereld oorlog. Het huis waar de Familie Frank was ondergedoken, was aan de Prinsegracht 263 in Amsterdam. Bleef na de oorlog in gebruik als bedrijf pand.



De verrader Achterhuis gevonden??



De Britse historica Carol Lee kwam laatst in de krant omdat zij ontdekt zou hebben wie de verrader was van alle mensen in het achterhuis. Uit het krantenstukje (zie bijlage) bleek dat Otto Frank zaken had gedaan met het hoofdkwartier van het Duitse leger. Hij had vanaf 1941 en waarschijnlijk ook na de bevrijding geld moeten geven aan Ahler om geheim te houden dat hij zaken had gedaan met het Duitse leger. Carol Ann Lee denkt dat Tony Ahler de mensen in het achterhuis op 4 augustus 1944 aan de Duitse Sicherheits Dienst heeft verraden. Ze werden allemaal weggevoerd. Willem Grotendorst en Maarten Kuiper werden gearresteerd. Toch twijfelen velen of Tony Ahler de dader was.



De bronvermelding.




Titel Schrijver



Anne Frank Anne Frank Stichting

Ruud van der Rol en Rian Verhoeven



Anne Frank Anne Frank Stichting

Keesing 1979



Het Dagboek van mijn opa Rien Muijs (1943 - 1945 )



Internet

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

T.

T.

waarom zitten er geen plaatjes in
de meester zegt bij ons dat je dan een slechter cijfer krijgt

15 jaar geleden

R.

R.

Hoi ik heb net jou werkstuk zitten leze het is erg mooi en er is veel informatie als ik de juf zou zin zou ik je een 9.5 geven heel erg goed gedaan hoor mischien kan ik het ook wel wat informatie gebruiken voor mijn werkstuk
Doei Rosalie van der Sluis

17 jaar geleden

D.

D.

eej dit is best een goed verslag was voor een cijfer heb je ervoor gehad!!!!!

goetje daphne

16 jaar geleden

S.

S.

Valt nog een hoop te verbeteren aan de grammatical spelling en zinsopbouw.

4 jaar geleden