Hoofdstuk 1: “De Amerikaanse geschiedenis”

Toen in 1492 Columbus Amerika had ontdekt, kwamen er een hele stoet mensen zoals Spanjaarden, Portugezen, Nederlanders, Engelsen en Fransen
naar ‘’De Nieuwe Wereld".

Deze mensen wilde steeds meer land hebben. Dit vonden de oorspronkelijke bewoners (Indianen) niet leuk.

Ze gingen zich daarom verzetten tegen de indringers. Dat verzet begon al bij aankomst van de Pilgrim Fathers. Die in 1620 aan land waren gekomen. Ze kwamen in gevecht met de Indianen. Zo ontstonden nog vele oorlogen die uiteindelijk leidden tot verdrijving van de Indianen naar het westen.

In de negentiende eeuw kregen de Indianen kleine stukken land aangewezen. Dit heet reservaten. Op deze gebieden was vaak weinig vruchtbare grond.

Ondertussen had Engeland kolonies gesticht langs de oostkust van Amerika. In dat gebied kwamen ook andere groepjes Europeanen wonen, zoals Nederlanders die daar de kolonie Nieuw Amsterdam stichtte. (de naam werd later New York)
Velen Europeanen gingen naar Noord Amerika omdat er gratis landbouwgrond was of omdat ze in hun eigen land gezocht werden door de politie of om hun godsdienstige ideeën.

De onafhankelijkheidstrijd

Op 17 december 1773 waren ‘s avonds ongeveer 50 mensen daaronder 15 verkleden indianen. Ze slopen Naar drie verschillende engelse schepen in de haven van boston. Toen ze aan boord waren stonden er ongeveer 300 kisten vol met thee uit India. De mensen gooiden de ladingen over boord. Deze actie stond bekend als de ‘’boston tea party’’ dit was de eerste zet tot de Amerikaanse revolutie.

De gevolgen

De actie die in boston had plaats gevonden was een protest tegen de belastingen op de thee. Deze belastingen waren gemaakt door de regering van Londen. Deze wouden van het rijke Amerika wel eens wat geld zien. En ze wouden ook wat meer zeggenschap over de kolonies. Want deze kolonies hadden zich wel erg zelfstandig gaan gedragen.

Er was wel in elke kolonie een koninklijke bestuurder en een eigen volksvertegenwoordigers.

De mensen die een eigen stuk grond hadden, hadden ook hun eigen kiesrecht. En haast alle mensen hadden toen hun eigen stuk grond dus het was eigenlijk een democratie.
Maar in Engeland was dat niet het geval. Want daar hadden de meeste mensen geen stuk eigen grond dus ook geen kiesrecht.

De engelse regering reageerde woedend op de ‘’boston tea party’’. Dus ze sloten de haven voor de handel compleet af. (terwijl dat toen een van de belangrijkste handelssteden was). En er werden troepen in de steden neer gezet bij burgers. Boston was toen een bezette stad.

De onafhankelijkheidsoorlog

Toen boston bezet was kon verzet van de kolonies natuurlijk niet uitgesloten blijven. De opstand werd toen zelf zo erg dat er oorlog uit brak. (die duurde toen bijna 7 jaar). Er werd in 1783 weer vrede gesloten en erkende Engeland de onafhankelijkheid van Amerika. Toen was de Amerikaanse revolutie geslaagd. De beroeps militairen hadden uiteindelijk verloren van gewapende burgers. Zonder uniform en zonder discipline. Dit was eigenlijk niet te geloven. Maar het kwam door dat de Amerikanen een doel voor ogen hadden. En ze kregen steun van andere landen zoals Frankrijk en Nederland die hun het geld dat nodig was leenden. En natuurlijk dat ze een goede aanvoerder hadden George Washington.

Dit was een plantage eigenaar. Later werd hij de eerste president van een nieuwe republiek. (naar hem is ook de hoofdstad genoemd).

De onafhankelijkheidsverklaring

In 1776 nog ver voor het einde van de oorlog met Engeland hadden de dertien koloniën zich onafhankelijk verklaard. Dit is opgeschreven in de onafhankelijkheid verklaring. Hierin staat onder andere dat iedereen gelijk is en dat bepaalde rechten je niet kunnen worden afgenomen.

Een nieuwe staat

Nu de oorlog was gewonnen moest het land weer georganiseerd worden. Dit was een zware klus. Er kwamen allerlei vertegenwoordigers uit verschillende kolonies bijeen in Philadelphia. Daar werd een grondwet gemaakt. Hierin staat precies geschreven hoe de staat zou worden en door wie die werd bestuurd. Deze grondwet is in deze tijd ook nog heel belangrijk.

Slavernij

De slavernij is vooral ontstaan uit de gewoonte dat een in een oorlog overwonnen persoon of volk het eigendom werd van de overwinnaar. Daarnaast kwam het ook veel voor dat de arme mensen bescherming zochten bij de rijken, waardoor ze het bezit werden van de rijke mensen. Later kon iemand ook slaaf worden als straf, door het niet betalen van schulden, dit heet schuldslavernij. In tijden van hongersnood konden mensen zichzelf of vrouw en kinderen verkopen als slaaf. En als de slavernij erfelijk was kon iemand ook slaaf worden door geboorte.

Er zijn verschillende soorten slaven. Daarmee bedoel ik het soort werk dat ze doen. Er waren slaven die in het leger moesten werken, je had ook de huisslaaf die het huishouden moest doen. En dan waren er natuurlijk nog de slaven die op de katoen- of suikerriet plantages werkten en de slaven die in de mijnen moesten werken. En zo heb je nog veel meer soorten slaven. De slaven die in het huishouden werkten hadden het iets beter dan de slaven die op het land werkten. Slaven in het huishouden kregen ook eerder de kans om te worden vrijgelaten, soms gaf de eigenaar de vrijheid aan zijn slaaf voor het trouw zijn of het goede werken. Ook kregen slaven soms de kans om geld te verdienen zodat ze hun vrijheid konden kopen. De slaven die in de mijnen werkten hadden het nog slechter dan de slaven op het land. Ze werden ontzettend afgebeuld, ze leefden dan ook niet zo lang.

Er waren ook kunstenaars of ambachtslieden die een of twee slaven hadden. Die slaven werden beschouwd als leerling en zij moesten de routineklusjes voor hun meester doen. Het was geen zwaar werk en de slaven werden vaak goed behandeld. Deze vorm
van slavernij kwam niet vaak voor.

Door de eeuwen heen heeft er altijd slavernij bestaan.
Bij volken in de Oude Tijd had de slavernij voornamelijk economische redenen. In Babylonie was de slavernij vrij mild. De slaven kregen de kans om hun vrijheid te kopen of ze konden worden vrijgelaten. Ze mochten zelfs wettelijk protesteren tegen hun verkoping.

De slavenhandel kwam in deze tijd niet zoveel voor, pas in de Nieuwe Tijd gingen de mensen in enorme aantallen in slaven handelen.

Slavenhandel

Waardoor is de slavenhandel in de 17e en 18e eeuw ontstaan?

Toen de Europeanen bezit namen van de Nieuwe Wereld (Amerika), waren er veel arbeiders nodig voor de plantages en nederzettingen. Eerst gebruikten ze Indianen als slaven. De Indianen werden beroofd van hun goud en zilver en vervolgens moesten ze werken in de mijnen en op de plantages. De Indianen waren niet erg sterk, tienduizenden Indianen stierven als gevolg van het voor hun ongewone en zware werk of aan besmettelijk ziekten die de Spanjaarden hadden meegenomen uit Europa.

Daarom gingen in de 16e eeuw de eerste Europeanen naar Afrika om slaven te halen en in de 17e eeuw gebeurde dat in enorme aantallen. De Europeanen overvielen dorpjes en namen de bewoners mee. In Afrika was slavernij de gewoonste zaak van de wereld, de enige die volkomen vrij waren in Afrika waren de vorsten. Door de ontwikkeling van de Europese slavenhandel kregen de vorsten in Afrika besef van de economische waarde van de slaven. De Europeanen zetten een handelscontract op zodat ze de slaven niet zelf hoefden te vangen. In ruil voor wapens, alcohol en
verschillende metalen kregen ze slaven. De vorsten voelden daar wel wat voor en verzonnen ook meteen een paar misdaden die gestraft konden worden met slavernij, zodat ze nog meer slaven konden verhandelen. Nadat de vorst voor slaven had gezorgd werden de slaven naar de kust gebracht om daar in forten en gevangenissen van de Europeanen te wachten tot er een schip kwam om hen naar Amerika te brengen.

In de Nieuwe Tijd was de slavenhandel dus pas echt begonnen. In de 16e, 17e en 18e eeuw waren het de Portugezen, Spanjaarden, Nederlanders en de Engelsen die de slavenmarkt domineerden. Dat kwam voor een deel door de kolonisatie en de ruilhandel die daaruit ontstond.

De Europeanen maakten in die tijd drie opeenvolgende reizen. De reis begon in West-Europa, daarvandaan gingen de Europeanen met alcohol, wapens en metalen naar West-Afrika om de goederen te ruilen tegen slaven. De slaven werden als vee behandeld, ze werden geboeid en gebrandmerkt voordat ze met duizenden tegelijk op een boot werden gezet. De slaven werden opgesloten in ruimten van minder dan een meter hoog en een halve meter breed zodat ze zich nauwelijks konden bewegen. Het is dan ook niet verwonderlijk dat veel slaven de tweede reis, van Afrika naar Amerika, niet overleefden. Ze stierven aan ziekten als Pokken, Tyfus, Scheurbuik of de Tering. Het kwam ook voor dat slaven om het leven kwamen door verstikking. Maar ook als een slaaf de tocht wel overleefde zag zijn toekomst er niet veel belovend uit. In Amerika aangekomen werden de slaven als vee verhandeld op de markt. Ze werden gekeurd en als ze verkocht waren werden ze overgebracht naar hun werkplaats. Meestal moesten de slaven werken op de plantages of in de mijnen. Op hun werkplaats hadden de slaven te maken met strenge toezichthouders die bij het minste of geringste de slaven bestraften. Die strenge tucht kwam vooral voort uit angst onder de opzichters voor een opstand. Natuurlijk waren er ook slaven die probeerden te vluchten maar meestal kwamen die niet ver. Vanuit Amerika gingen de Europeanen terug naar West-Europa om daar hun producten zoals katoen, suiker, koffie en cacao die ze hadden meegenomen uit Amerika te verkopen. Kooplui werden steenrijk door deze handel. Deze handel werd de driehoekshandel genoemd. Door de driehoekshandel werd veel winst gemaakt en er werden dus heel veel slaven verhandeld. In het begin waren het de Spanjaarden en de Portugezen die zich er mee bezig hielden. Later namen de Nederlanders en de Engelsen de handel voor een groot deel over. Er wordt geschat dat de
Nederlandse slavenhandel in de tweede helft van de 17e eeuw tien keer zo groot was als die van de Engelsen, daarna kwamen de Engelsen meer op de voorgrond. Vooral de West-Indische Compagnie maakte haar winsten behalve door de kaapvaart, ook door de slavenhandel. De Nederlandse slavenhandel kwam daardoor tot
grote bloei.
Nederland

Welke rol speelde Nederland bij de slavenhandel?

De eerste confrontatie met slavernij vond in Nederland plaats in 1596, toen in Middelburg een schip aankwam met slaven aan boord. De bedoeling was om hen te verkopen. De Middelburgse bevolking moest daar alleen niets van hebben, de mensen vonden dat de zwarten moesten worden vrijgelaten. Deze houding veranderde toen de West-Indische Compagnie koloniën probeerde te stichten. Veel kooplieden die bij de slavenhandel betrokken waren bezaten zelf ook plantages. En na de veroveringen in Brazilië kwam men al snel tot de conclusie dat, als er geen nieuwe slaven zouden worden aangevoerd, er geen winst gemaakt zou worden op de suikerplantages en de kooplieden daar zelf met hun investeringen onder zouden lijden.

De WIC was oorspronkelijk een handelscompagnie maar hield zich in werkelijkheid bezig met kaapvaart en later dus ook met de slavenhandel. De WIC kreeg het monopolie op de westkust van Afrika, op Amerika en alle eilanden in de Grote Oceaan.
De WIC ging zelf de slaven halen voor hun koloniën, dat zou het voordeligste zijn. En zo kwam er een eind aan de verliezen die de compagnie leed door het varen naar Amerika zonder lading. De vrachtschepen van de WIC gingen voortaan deelnemen aan de voordelige driehoekshandel. De Nederlandse slavenhandel kwam
hierdoor tot grote bloei.

De WIC probeerde het alleenrecht op de slavenhandel te behouden, maar omdat dit op zoveel manieren werd ontdoken werd dit monopolie in 1675 losgelaten. Vanaf 1734 was de slavenhandel geheel vrijgegeven met als enige voorwaarde dat per slaaf een vergoeding aan de compagnie werd betaald.

De afschaffing van slavenhandel en slavernij

Op slaven schepen zijn weinig opstanden gehouden, hoewel daar alle reden toe was. Dat kan ten eerst komen door de angst die de slaven hadden, de behandeling op het schip was onmenselijk. Ten tweede hadden de slavenhalers gezorgd voor goede veiligheidsmaatregelen, zoals het boeien van de slaven. Een slavenhaler was ook altijd goed bewapend en een slaaf dacht er dan dus niet aan om in opstand te komen. En ten derde hadden de slaven onderling geen goed contact. Mannen en vrouwen werden gescheiden en gezinnen werden uit elkaar gehaald. De mensen verstonden elkaar niet dus konden ze niet samenwerken en een opstand houden.

In de Verenigde Staten van Amerika is er een burgeroorlog ontstaan om de afschaffing van de slavernij. De mensen in het noorden vonden dat de slavernij moest worden afgeschaft. Dat kwam omdat het noorden geïndustrialiseerd was en in het zuiden leefde de mensen nog van de katoenteelt en die mensen woonden op de grote plantages en ze hadden daarvoor veel slaven nodig. Daarom wilde de mensen in et zuiden dat de slavernij niet
afgeschaft zou worden. Uiteindelijk is dat wel gebeurd, in 1865 werd slavernij verboden door de wet. Slavernij is nu gelukkig voor een groot deel voorbij. Het is niet meer zo dat mensen echt als slaaf behandeld worden zoals in die tijd.

Ongelijkheid is er nog steeds. Er zijn nog steeds blanke mensen die zichzelf meer waard vinden dan zwarte mensen. Een goed voorbeeld daarvan is de Ku Klux Klan. De aanhangers van deze organisatie vermoorden nog steeds zwarten.

Hoofdstuk 2:

Deelvraag 1:
Met welke problemen kregen de indianen te maken?

Indianen, de oorspronkelijke bewoners van Amerika, verdrongen door ons de ontdekkingsreizigers van eeuwen terug, ze zijn er nog, maar vele stammen zijn verdwenen. Op plekken waar ze jaagden bouwden kolonisten hun huizen. Maar er bleef nog wel voldoende land over. Door de pioniers die naar het westen vetrokken verschoof de grens tussen het woongebied van de blanken en de indianen. Zo’n verschuivende grens heet Frontier. Nadat de pioniers volgden de blanke boeren. De indianen verloren nu ook ten westen van de Appalachen grote delen van hun jachtgronden. Er werd geprobeerd om de indianen over te halen tot het christendom. Toen er in 1828 goud op hun land gevonden werd eisten de blanken al het land op. Door onderdrukking, ziektes, veldslagen, al dat heeft hun tot geëist.

Hoofdstuk 3:

deelvraag 2
Hoe keken de blanken tegen de zwarten mensen aan?

De zwarte mensen werden behandelt als slaven. Maar tussen 1777 en 1804 hadden de meeste noordelijke staten de slavernij afgeschaft. De zwarte mensen in het noorden waren nu vrij. Maar ze werden wel gediscrimineerd. De meeste blanke mensen zagen de zwarte mensen als minderwaardig. Ook leek in het zuiden aan het eind van de achttiende eeuw dat de slavernij was verdwenen.

Hoofdstuk 4

Deelvraag 3
Met welke problemen kregen de Europese immigranten te maken?

In Ierland leefden voornamelijk arme boeren, pachters en landarbeiders. Hun voedsel bestond uit alleen uit aardappels. Toen er een in de negentiende eeuw een aardappelziekte uitrak. Moest dat wel leiden tot een grote hongersnood. De honger was voor de meeste Ieren het belangrijkste om naar de VS te vertrekken. Hun waren gewend aan de armoede. En dat kwam de fabriekeigenaren goed uit. De fabriekeigenaren lieten hun werken voor lage lonen en heel lang en hard. De geboren en de getogen Amerikanen zagen deze immigranten als oneerlijke concurrenten. En er was nog een reden dat ze niet goed werden geaccepteerd. De Ieren waren bijna allemaal katholiek en terwijl in Amerika bijna allemaal katholiek waren.

Hoofdstuk 5

Deelvraag 4:
Met welke problemen kregen de Aziatische immigranten te maken?

De Chinese bijvoorbeeld werden niet geaccepteerd omdat ze er anders uit zagen dan de blanken, ze spraken een andere taal, hadden een andere godsdienst en hadden andere gebruiken. Omdat bijna iedereen in Amerika protestant was, accepteerde ze hun dus helemaal niet. Niemand wou hun een baan geven. En de chinezen werden zelf nog meer gediscrimineerd dan bijvoorbeeld de Ieren.

Hoofdstuk 6:

Antwoord op de hoofdvraag:
Waarom werd de VS maar moeilijk een eenheid.

De conclusie:

De VS werd maar moeilijk een eenheid omdat er zoveel verschil was tussen de bevolkingsgroepen. De blanken vonden de zwarte mensen
minderwaardig en behandelde ze als dieren. Ook waren er veel meningsverschillen over de verdeling van het land, het eten en de dieren en mensen.

Hoofdstuk 7: Autobiografie van Martin Luther King

Inleiding van de biografie van Martin Luther King Jr.

“ I have a dream that one day this nation will rise up and live out the true meaning of its creed. We hold these truths to be self evident that all men are created equal…”
De vertaling is:
"Ik heb een droom dat één dag deze natie zal stijgen en uit de ware
betekenis van zijn credo zal leven. Wij houden duidelijk deze waarheid om te zijn dat alle gecreëerde mensen gelijk zijn…”

Ik heb voor Martin Luther King gekozen, omdat ik het zelf een belangrijke persoon vind van de wereldgeschiedenis. Hij streed tegen het racisme Hij vond dat iedereen even veel rechten had, ook al was die gene zwart of blank. Hij vertelde wat hij wilde. En zorgde dat het ook werd uitgevoerd

Biografische achtergrond van Martin Luther King Junior

Naam: Michael Luther King Junior. Later Martin Luther King Jr.
naar de grote protestantse profeet.

Geboorteplaats + -datum: 15 januari 1929 te Atlanta, Georgia, Verenigde Staten.

Sterftedatum + plaats: 4 april 1968 te Memphis, Tennessee, Verenigde Staten.

Woonplaats: Groeide op in Atlanta, Georgia, verhuisde in 1955 naar Montgomery, Alabama, trok dan terug naar Atlanta in 1959 en verhuisde dan naar Chicago, Illinois in 1966.

Afkomst: Vader Michael Luther King Senior (later Martin Luther King Sr) was een zwarte predikant.
Alberta Christine Williams was zijn moeder. Zij was lerares.
Zijn grootvader A.D. Williams was dominee in de Ebenezer Baptist Church en mede -oprichter van de NAACP (National Association of Advancement of Colored People) in Atlanta, Georgia.
Martin Luther King Sr. volgde A.D. Williams op als predikant in de Ebenezer Baptists Church en werd ook burgerrechtenactivist.

Burgerlijke stand: Op 18 juni 1953 trouwen Coretta Scott en Martin Luther Jr.. Coretta Scott is een muzikante en als de dag van vandaag nog steeds actief als voortzetster van het werk van haar man.

Kinderen: Martin Luther King Jr. en Coretta Scott kregen samen 4 kinderen:
Yolanda Denise (17 november, 1955), Martin Luther III (23 oktober, 1957), Dexter Scott (30 januari, 1961) en Bernice Albertine (28 maart, 1963).

Godsdienst: Hij was een overtuigd protestant en predikant. Hij wou de ongelijkheid in de samenleving wegwerken. In die strijd was de baas

Beroep: Predikant.
Aangesteld tot baptistpredikant in 1948
Op 31 oktober 1954 werd hij door zijn vader bevestigd als de 20e predikant van de Dexter Avenue Church in Montgomery.
Voorzitter van de Montgomery Improvement Association.
Stichter en voorzitter van de Southern Christian Leathership Conference (1957-1968)
Martin Luther wordt, in navolging van zijn vader en grootvader, predikant van de Ebenezer Baptist Church in Atlanta in 1959

Onderscheidingen die hij had gekregen
- Nobelprijs voor de vrede (10 december 1964)
- Ontvangst door de paus Paulus VI in Rome.
- Man van het jaar volgens Time Magazine in 1963.
- Standbeeld in New York.
- Nationale feestdag in VSA: Martin Luther King Day elke 3de maandag van januari
- Vele eredoctoraten over de hele wereld

Biografie Martin Luther King Junior

Inleiding in situatie Amerika
In de jaren 1800 was er in Amerika, nu de Verenigde Staten, veel slavernij, vooral in de armere staten van het Zuiden.
De zwarten werden verkocht aan de blanken om voor hen te werken onder verschrikkelijke omstandigheden. Deze situatie was voor vele mensen niet te accepteren. vooral in de noordelijke staten heerste er groot verzet tegen deze praktijken. En daardoor brak er een burgeroorlog uit in Amerika (1861-1865)
Na de burgeroorlog werd de slavernij afgeschaft (13de amendement op de Amerikaanse grondwet, 1865). Abraham Lincoln nam in deze materie een vooraanstaande rol in.
Maar in werkelijkheid bleef de zwarte bevolking onderdrukt door de blanken. Men moest overal plaats maken voor de blanken, naar aparte scholen gaan, naar eigen zwarte kerken gaan om te bidden…
Er heerste een heuse segregatie in de Amerikaanse samenleving (afzondering van bevolkingsgroepen in eenzelfde land met een gemengde bevolking). Segregatiewetten waren een normaal gegeven in de Amerikaanse samenleving.
Kortom: hoewel slavernij officieel verboden was, bleven de zwarten onderdrukt op alle mogelijke mensonwaardige manieren…
Met deze situatie konden velen (zowel blank als zwart) niet leven, maar weinigen hadden er de moed voor om hun stem te verheffen.

Martin Luther King Jr.
Jeugdjaren
De familie King was een zwartenfamilie uit Atlanta.
De vader van Martin Luther King Junior, zelf predikant, kon het heersende onrecht tegen de zwarten nier verdragen. Hij leerde dan ook zijn zonen en dochters dat racisme onrechtvaardig was en dat alle mensen gelijk waren. Deze antiracistische opvoeding was van grote invloed op Martin Luther Jr.’s verdere levensloop.
Martin was al op jonge leeftijd erg geïnteresseerd in godsdienst. Het was dus niet vreemd dat hij net als zijn vader predikant wou worden. Eigenlijk wilde hij meer zijn dan predikant, hij wilde de mensen aan het denken zetten. Hij zou ze doen beseffen hoe oneerlijk de zwarten behandeld werden. Hij zou verandering in brengen!

Geweldloos verzet
Tijdens zijn studies aan de universiteit van Boston, Massachusetts las Martin veel over Mahatma Gandhi en kwam hij meer en meer overtuigd van het toepassen van geweldloos verzet. Gandhi slaagde er immers in om India onafhankelijk te maken, dit door geweldloos verzet. Dat was iets waar King Jr. naar opkeek en inspiratie uithaalde voor zijn eigen verzet. Hij zou later samen met zijn vrouw, in 1959, een reis ondernemen naar India om nog meer overtuigd te raken van dat geweldloos verzet.

Wat verstond Martin Luther King dan onder geweldloos verzet?
King had 4 belangrijke kenmerken van geweldloos verzet.
Deze verschenen in The Christian Century op 6 februari 1957:
1/Geweldloos verzet is wel degelijk verzet, men heeft er veel moed voor nodig.
2/Het is niet de bedoeling om de tegenstander te verslaan, wel om zijn begrip te winnen.
3/De aanval is gericht tegen het onrecht, niet tegen degenen die gevangen zijn in dat onrecht.
4/Het belangrijkste in het principe van geweldloos verzet is liefde. Onrecht kan alleen worden overwonnen door liefde. Onrecht tegengaan met haat zou enkel de haat in de wereld nog verhogen.

Een treffende uitspraak van Martin Luther King Jr. was: “De geweldloze man weigert niet alleen zijn tegenstander neer te schieten, maar ook om hem te haten.”

Eerste burgerrechtenacties
Nadat hij in 1955 zijn doctoraat(soort diploma) filosofie behaalde te Boston, werd Dr. King predikant in Montgomery, Alabama. In deze staat in het Zuiden was de apartheid zeer sterk aanwezig en dus ook onder de lokale negerbevolking.
De aanwezigheid van Martin Luther King Jr. zou niet lang onopgemerkt voorbijgaan…
Toen op 1 december 1955 mevrouw Rosa Parks, een zwarte, ostentatief weigerde haar plaats op de bus af te staan aan een blanke man die net opstapte, werd zij in de gevangenis gegooid. Dit was de spreekwoordelijke druppel die de emmer deed overlopen voor de negerbevolking in Montgomery.
Vanuit de negerbevolking werd er een comité opgericht tegen de segregatie in Montgomery, namelijk de MIA (Montgomery Improvement Association), met als voorzitter de jonge Martin Luther King Jr. die zich van zijn taak en als een echte leider maakte. De MIA besliste om over te gaan tot een langdurige busboycot als reactie op de stiefmoederlijke behandeling van de zwarten in het openbaarvervoer in het bijzonder en in de samenleving in het algemeen. De boycot zou duren tot er naar de eisen van de zwarten werd geluisterd: een gelijke behandeling voor zwarten en blanken voor het openbaarvervoer. Op 21 december 1956 werd de boycot officieel opgeheven: de segregatiewetten werden afgeschaft voor het openbaarvervoer! De eerste overwinning was binnen voor Dr. King en de burgerrechtenactivisten.

King groeit uit tot dé negerleider
Na het succes van de busboycot besloten Dr. King en een 60-tal andere negerleiders uit het Zuiden in 1957 de Southern Christian Leadership Conference(SCLC) op te richten. Het nieuwe SCLC zou zich vooral bezighouden met het organiseren van geweldloos verzet en de rechten van de zwarten te verbeteren door afspraken met de Amerikaanse regering. Dr. King werd als president aangesteld van het SCLC.
In 1959 keerde de familie King teug naar Atlanta, waar Martin Luther King Jr. mede -predikant werd in de Ebenezer Baptist Church samen met zijn vader. Zo kon Martin meer tijd besteden aan zijn strijd van de Burgerrechten. De geweldloze acties van Martin Luther King Jr. in Montgomery bleken succes te zijn en werden ook op andere gebieden van de VSA gehouden. Over heel de VSA werden er acties gehouden door de zwarten.
Zo werden er onder andere talloze “sit -ins” georganiseerd door zwarte studenten. Dit waren acties waarbij zwarten in een restaurant gingen zitten en bleven wachten tot ze bediend werden.
Ondanks de steun van Dr. King en de interesse van de voorzitter van het SCLC in een jeugdafdeling verkozen de studenten hun autonomie te bewaren.
In de lente van 1963 was er één van die massa-demonstraties geleid door het SCLC in Birmingham, Alabama. Daar waren de politiemensen gekend voor hun gewelddadige optreden. Ook deze keer traden ze gewelddadig op en de confrontaties tussen ongewapende demonstranten en politiemensen met wilde, hongerige honden en waterkanonnen haalden de hoofdpagina van vele kranten over de hele wereld.

Velen vlogen de gevangenis in, ook Martin Luther King. In deze periode schreef Dr. King zijn “Letters from Birmingham Jail” waarin hij enkele geestelijken van antwoord dient op hun kritiek dat hij burgerlijke ongehoorzaamheid in de hand zou werken. Uiteindelijk had de actie in Birmingham als gevolg dat president Kennedy beloofde er over na te denken over een wet tegen discriminatie.

I Have A Dream

De vele demonstraties bereikten een ontegensprekelijk hoogtepunt tijdens de Mars in Washington op 28 augustus 1963. Deze werd gehouden onder leiding van Dr. King en het SCLC. Iedereen werd opgeroepen om mee te demonstreren, blank en zwart, man en vrouw, groot en klein. Nú kon men laten zien wat er leefde in de maatschappij, men kon laten zien en horen dat men vrede en rechtvaardigheid wenste. Meer dan 200.000 demonstranten deden aan mee, waaronder ook vele blanken.
Op de treden van het monument van Abraham Lincoln, de bevrijder van de slaven, sprak Martin Luther King zijn legendarische woorden: “I Have A Dream”. (Zie de tekst onderin). Hij vertelde over een droom waarin alle mensen elkaar gelijken zijn. Deze speech werd over de hele wereld vertoond en is nu nog steeds één van de belangrijkste en bekendste redes ooit.
Zijn rede zorgde voor veel nieuwe aanhangers, men zag hem als dé man die de negers ging redden.
Na zijn rede wordt Dr. King en enkele andere burgerrechtenactivisten ontvangen door president Kennedy op het Witte Huis. Kennedy beloofde opnieuw zo veel mogelijk te doen voor een wet aangaande het gelijkstellen van de burgerrechten. President Kennedy werd enkele maanden later neergeschoten, Dr. King realiseerde dat dat ook hem kon overkomen
Eén van de grootste erkenningen van King’s kruistocht voor gelijke burgerrechten was het krijgen van de Nobelprijs voor Vrede in Oslo, 1964.
King en zijn medestanders werden beloond voor hun jarenlange strijd en president Johnson tekende de Civil Rights Act of 1964 en de Voting Rights Act of 1965. In deze Civil Rights Act of 1964, mede opgesteld van de voormalige president Kennedy opgesteld, werd elke discriminatie verboden in de VSA op basis van huidskleur, ras of godsdienst. De Voting Rights Act of 1965 gaf elke Amerikaan stemrecht.
Maar de strijd was daarmee nog niet gestreden, vele zaken waren nog niet rechtvaardig vond Dr. King. Zo was er nog zeer veel armoede onder de zwarten en was het verbod op discriminatie nog niet volledig (enkel in openbare plaatsen en scholen),

Achterkant van de medaille
Ondanks de successen kreeg Dr. King meer en meer te kampen met kritiek.
Eén van deze kritieken was dat hij vaak kinderen betrok in zijn acties. Gevraagd naar de reden waarom hij dat deed en of het gerechtvaardigd is, zei hij: “De kinderen moeten de kans krijgen zich te uiten tegen de onrechtvaardigheid dat al vanaf hun geboorte begint.”
King kreeg ook kritiek van binnen de zwarte gemeenschap. Er waren zwarten die sneller succes wilden door geweld te gebruiken, waar Dr. King volledig niet akkoord mee was. Hij kwam dan ook vaak in discussie met Malcolm X van de “Nation of the Islam” en ook met de “Black power”-beweging. Ze hadden wel allen min of meer hetzelfde ideaal (het vrijvechten van de zwarten), maar de manier waarop ze het wilden behalen was compleet tegenstrijdig. Meer en meer zwarten kozen voor die geweldige aanpak.
Dr. King kreeg ook meer en meer weerstand uit de nationale politiek.
Zo was de FBI niet opgezet met Dr King’s acties vooral sedert 1967 toen onrust in de steden escaleerde.
Zijn uitlatingen over de oorlog in Vietnam zorgden voor een zeer gespannen relatie met de toenmalige president Johnson. Dr. King verweet hem immers dat er een onevenredig groot aantal negers aanwezig waren in het Amerikaans leger dat in Vietnam een zinloze strijd vocht.
En dan was er natuurlijk ook nog de weerstand van vele blanken die niet wilden dat de zwarten zich vrijvochten.

De laatste burgerrechtenacties
In 1967 besloot het SCLC over te gaan tot een nieuwe campagne: “Poor People’s Campaign”
Volgens Dr. King en het SCLC waren de condities waarin armen leefden in de grote steden zeer slecht. Daar wilden ze iets aan doen en men ijverde voor werkzekerheid en een basisinkomen voor allen. Er zou opnieuw actie gevoerd worden, nu in Washington, D.C. om de wereld op de hoogte te brengen.
Nog voor de acties begonnen, op 28 maart 1968, gingen Dr. King en zijn gevolg naar Memphis, Tennessee waar er gedemonstreerd werd als steun voor de stakende vuilnismannen die in slechte omstandigheden moesten werken. Er heerste zeer groot tumult in de straten van Memphis. Op 3 april 1968 levert Dr. Martin Luther King Jr. er zijn laatste rede af “I’ve been to the mountain top” waarin hij terugkijkt op alles en zich er tevens zeer sterk bewust van zijn kwetsbaarheid zei: “Ik ben op de top van de berg geweest. Ik heb het beloofde land gezien. Ik zal er misschien niet geraken met jullie, maar weet dat wij ooit, als volk, daar gaan geraken. Het komt er niet op aan. Zoals iedereen zou ik lang willen leven. Dat is normaal. Maar ik maak me daar nu niet bezorgd over. Ik richt mij slechts naar Gods wil.”(zie tekst onder “I Have a dream”
Een dag later, pratend met enkele SCLC -prominenten in zijn hotelkamer in Memphis, wordt hij dodelijk getroffen door een kogel afgevuurd door James Earl Ray…
Het bericht van zijn dood veroorzaakte grote droefheid over de hele wereld. De wereld verloor één klap een groot man, een groot leider.

Besluit
Martin Luther King Jr. heeft zeer veel betekend voor de vrijvechting van de negers. Ook heeft hij aangetoond, in navolging van Mahatma Gandhi, dat men niet steeds geweld moet gebruiken om iets te bereiken, geweldloosheid is een krachtig wapen.
Zijn strijd was zeker niet voor niets, veel mensen werden door hem aangezet tot nadenken over de ongelijkheid op de wereld. En hij is er in geslaagd de onderdrukking van de negers te stoppen en een wet te maken tegen racisme.
Hij was één van de voorvechters van een menswaardige samenleving. Na hem zijn er nog anderen opgestaan, bijv. Oscar Romero.
Hoewel hij meer dan 30 jaar dood is, is de situatie van de zwarte medemens (en ook andere rassen) nog steeds niet gelijk aan deze van de blanke. Hij wordt nog steeds, gewild of niet, gediscrimineerd. We hebben nog veel werk voor de boeg om ooit die mooie droom van Martin Luther King Jr. waar te maken!

Het stukje van “I have a dream”
I am happy to join with you today in what will go down in history as the greatest demonstration for freedom in the history of our nation.
Five score years ago, a great American, in whose symbolic shadow we stand today, signed the Emancipation Proclamation. This momentous decree came as a great beacon light of hope to millions of Negro slaves who had been seared in the flames of withering injustice. It came as a joyous daybreak to end the long night of their captivity.
But one hundred years later, the Negro still is not free. One hundred years later, the life of the Negro is still sadly crippled by the manacles of segregation and the chains of discrimination. One hundred years later, the Negro lives on a lonely island of poverty in the midst of a vast ocean of material prosperity. One hundred years later, the Negro is still languished in the corners of American society and finds himself an exile in his own land. And so we've come here today to dramatize a shameful condition.
In a sense we've come to our nation's capital to cash a check. When the architects of our republic wrote the magnificent words of the Constitution and the Declaration of Independence, they were signing a promissory note to which every American was to fall heir. This note was a promise that all men, yes, black men as well as white men, would be guaranteed the "unalienable Rights" of "Life, Liberty and the pursuit of Happiness." It is obvious today that America has defaulted on this promissory note, insofar as her citizens of color are concerned. Instead of honoring this sacred obligation, America has given the Negro people a bad check, a check which has come back marked "insufficient funds."
But we refuse to believe that the bank of justice is bankrupt. We refuse to believe that there are insufficient funds in the great vaults of opportunity of this nation. And so, we've come to cash this check, a check that will give us upon demand the riches of freedom and the security of justice.
We have also come to this hallowed spot to remind America of the fierce urgency of Now. This is no time to engage in the luxury of cooling off or to take the tranquilizing drug of gradualism. Now is the time to make real the promises of democracy. Now is the time to rise from the dark and desolate valley of segregation to the sunlit path of racial justice. Now is the time to lift our nation from the quicksands of racial injustice to the solid rock of brotherhood. Now is the time to make justice a reality for all of God's children.
It would be fatal for the nation to overlook the urgency of the moment. This sweltering summer of the Negro's legitimate discontent will not pass until there is an invigorating autumn of freedom and equality. Nineteen sixty-three is not an end, but a beginning. And those who hope that the Negro needed to blow off steam and will now be content will have a rude awakening if the nation returns to business as usual. And there will be neither rest nor tranquility in America until the Negro is granted his citizenship rights. The whirlwinds of revolt will continue to shake the foundations of our nation until the bright day of justice emerges.
But there is something that I must say to my people, who stand on the warm threshold which leads into the palace of justice: In the process of gaining our rightful place, we must not be guilty of wrongful deeds. Let us not seek to satisfy our thirst for freedom by drinking from the cup of bitterness and hatred. We must forever conduct our struggle on the high plane of dignity and discipline. We must not allow our creative protest to degenerate into physical violence. Again and again, we must rise to the majestic heights of meeting physical force with soul force.
The marvelous new militancy which has engulfed the Negro community must not lead us to a distrust of all white people, for many of our white brothers, as evidenced by their presence here today, have come to realize that their destiny is tied up with our destiny. And they have come to realize that their freedom is inextricably bound to our freedom.
We cannot walk alone.
And as we walk, we must make the pledge that we shall always march ahead.
We cannot turn back.
There are those who are asking the devotees of civil rights, "When will you be satisfied?" We can never be satisfied as long as the Negro is the victim of the unspeakable horrors of police brutality. We can never be satisfied as long as our bodies, heavy with the fatigue of travel, cannot gain lodging in the motels of the highways and the hotels of the cities. We cannot be satisfied as long as a Negro in Mississippi cannot vote and a Negro in New York believes he has nothing for which to vote. No, no, we are not satisfied, and we will not be satisfied until "justice rolls down like waters, and righteousness like a mighty stream."¹

I am not unmindful that some of you have come here out of great trials and tribulations. Some of you have come fresh from narrow jail cells. And some of you have come from areas where your quest -- quest for freedom left you battered by the storms of persecution and staggered by the winds of police brutality. You have been the veterans of creative suffering. Continue to work with the faith that unearned suffering is redemptive. Go back to Mississippi, go back to Alabama, go back to South Carolina, go back to Georgia, go back to Louisiana, go back to the slums and ghettos of our northern cities, knowing that somehow this situation can and will be changed.
Let us not wallow in the valley of despair, I say to you today, my friends.
And so even though we face the difficulties of today and tomorrow, I still have a dream. It is a dream deeply rooted in the American dream.
I have a dream that one day this nation will rise up and live out the true meaning of its creed: "We hold these truths to be self-evident, that all men are created equal."
I have a dream that one day on the red hills of Georgia, the sons of former slaves and the sons of former slave owners will be able to sit down together at the table of brotherhood.
I have a dream that one day even the state of Mississippi, a state sweltering with the heat of injustice, sweltering with the heat of oppression, will be transformed into an oasis of freedom and justice.
I have a dream that my four little children will one day live in a nation where they will not be judged by the color of their skin but by the content of their character.
I have a dream today!
I have a dream that one day, down in Alabama, with its vicious racists, with its governor having his lips dripping with the words of "interposition" and "nullification" -- one day right there in Alabama little black boys and black girls will be able to join hands with little white boys and white girls as sisters and brothers.
I have a dream today!
I have a dream that one day every valley shall be exalted, and every hill and mountain shall be made low, the rough places will be made plain, and the crooked places will be made straight; "and the glory of the Lord shall be revealed and all flesh shall see it together."²
This is our hope, and this is the faith that I go back to the South with.
With this faith, we will be able to hew out of the mountain of despair a stone of hope. With this faith, we will be able to transform the jangling discords of our nation into a beautiful symphony of brotherhood. With this faith, we will be able to work together, to pray together, to struggle together, to go to jail together, to stand up for freedom together, knowing that we will be free one day.
And this will be the day -- this will be the day when all of God's children will be able to sing with new meaning:
My country 'tis of thee, sweet land of liberty, of thee I sing.
Land where my fathers died, land of the Pilgrim's pride,
From every mountainside, let freedom ring!
And if America is to be a great nation, this must become true.

And so let freedom ring from the prodigious hilltops of New Hampshire.
Let freedom ring from the mighty mountains of New York.
Let freedom ring from the heightening Alleghenies of
Pennsylvania.
Let freedom ring from the snow-capped Rockies of Colorado.
Let freedom ring from the curvaceous slopes of California.
But not only that:
Let freedom ring from Stone Mountain of Georgia.
Let freedom ring from Lookout Mountain of Tennessee.
Let freedom ring from every hill and molehill of Mississippi.
From every mountainside, let freedom ring.
And when this happens, when we allow freedom ring, when we let it ring from every village and every hamlet, from every state and every city, we will be able to speed up that day when all of God's children, black men and white men, Jews and Gentiles, Protestants and Catholics, will be able to join hands and sing in the words of the old Negro spiritual:
Free at last! free at last!
Thank God Almighty, we are free at last!

Het stukje “I’ve been to the mountain top”
Thank you very kindly, my friends. As I listened to Ralph Abernathy in his eloquent and generous introduction and then thought about myself, I wondered who he was talking about. It's always good to have your closest friend and associate say something good about you. And Ralph is the best friend that I have in the world.
I'm delighted to see each of you here tonight in spite of a storm warning. You reveal that you are determined to go on anyhow. Something is happening in Memphis, something is happening in our world.
As you know, if I were standing at the beginning of time, with the possibility of general and panoramic view of the whole human history up to now, and the Almighty said to me, "Martin Luther King, which age would you like to live in?"-- I would take my mental flight by Egypt through, or rather across the Red Sea, through the wilderness on toward the promised land. And in spite of its magnificence, I wouldn't stop there. I would move on by Greece, and take my mind to Mount Olympus. And I would see Plato, Aristotle, Socrates, Euripides and Aristophanes assembled around the Parthenon as they discussed the great and eternal issues of reality.
But I wouldn't stop there. I would go on, even to the great heyday of the Roman Empire. And I would see developments around there, through various emperors and leaders. But I wouldn't stop there. I would even come up to the day of the Renaissance, and get a quick picture of all that the Renaissance did for the cultural and esthetic life of man. But I wouldn't stop there. I would even go by the way that the man for whom I'm named had his habitat. And I would watch Martin Luther as he tacked his ninety-five theses on the door at the church in Wittenberg.
But I wouldn't stop there. I would come on up even to 1863, and watch a vacillating president by the name of Abraham Lincoln finally come to the conclusion that he had to sign the Emancipation Proclamation. But I wouldn't stop there. I would even come up the early thirties, and see a man grappling with the problems of the bankruptcy of his nation. And come with an eloquent cry that we have nothing to fear but fear itself.
But I wouldn't stop there. Strangely enough, I would turn to the Almighty, and say, "If you allow me to live just a few years in the second half of the twentieth century, I will be happy." Now that's a strange statement to make, because the world is all messed up. The nation is sick. Trouble is in the land. Confusion all around. That's a strange statement. But I know, somehow, that only when it is dark enough, can you see the stars. And I see God working in this period of the twentieth century in a way that men, in some strange way, are responding--something is happening in our world. The masses of people are rising up. And wherever they are assembled today, whether they are in Johannesburg, South Africa; Nairobi, Kenya: Accra, Ghana; New York City; Atlanta, Georgia; Jackson, Mississippi; or Memphis, Tennessee--the cry is always the same--"We want to be free."
And another reason that I'm happy to live in this period is that we have been forced to a point where we're going to have to grapple with the problems that men have been trying to grapple with through history, but the demands didn't force them to do it. Survival demands that we grapple with them. Men, for years now, have been talking about war and peace. But now, no longer can they just talk about it. It is no longer a choice between violence and nonviolence in this world; it's nonviolence or nonexistence.

That is where we are today. And also in the human rights revolution, if something isn't done, and in a hurry, to bring the colored peoples of the world out of their long years of poverty, their long years of hurt and neglect, the whole world is doomed. Now, I'm just happy that God has allowed me to live in this period, to see what is unfolding. And I'm happy that he's allowed me to be in Memphis.
I can remember, I can remember when Negroes were just going around as Ralph has said, so often, scratching where they didn't itch, and laughing when they were not tickled. But that day is all over. We mean business now, and we are determined to gain our rightful place in God's world.
And that's all this whole thing is about. We aren't engaged in any negative protest and in any negative arguments with anybody. We are saying that we are determined to be men. We are determined to be people. We are saying that we are God's children. And that we don't have to live like we are forced to live.
Now, what does all of this mean in this great period of history? It means that we've got to stay together. We've got to stay together and maintain unity. You know, whenever Pharaoh wanted to prolong the period of slavery in Egypt, he had a favorite, favorite formula for doing it. What was that? He kept the slaves fighting among themselves. But whenever the slaves get together, something happens in Pharaoh's court, and he cannot hold the slaves in slavery. When the slaves get together, that's the beginning of getting out of slavery. Now let us maintain unity.
Secondly, let us keep the issues where they are. The issue is injustice. The issue is the refusal of Memphis to be fair and honest in its dealings with its public servants, who happen to be sanitation workers. Now, we've got to keep attention on that. That's always the problem with a little violence. You know what happened the other day, and the press dealt only with the window-breaking. I read the articles. They very seldom got around to mentioning the fact that one thousand, three hundred sanitation workers were on strike, and that Memphis is not being fair to them, and that Mayor Loeb is in dire need of a doctor. They didn't get around to that.
Now we're going to march again, and we've got to march again, in order to put the issue where it is supposed to be. And force everybody to see that there are thirteen hundred of God's children here suffering, sometimes going hungry, going through dark and dreary nights wondering how this thing is going to come out. That's the issue. And we've got to say to the nation: we know it's coming out. For when people get caught up with that which is right and they are willing to sacrifice for it, there is no stopping point short of victory.
We aren't going to let any mace stop us. We are masters in our nonviolent movement in disarming police forces; they don't know what to do. I've seen them so often. I remember in Birmingham, Alabama, when we were in that majestic struggle there we would move out of the 16th Street Baptist Church day after day; by the hundreds we would move out. And Bull Connor would tell them to send the dogs forth and they did come; but we just went before the dogs singing, "Ain't gonna let nobody turn me round." Bull Connor next would say, "Turn the fire hoses on." And as I said to you the other night, Bull Connor didn't know history. He knew a kind of physics that somehow didn't relate to the transphysics that we knew about. And that was the fact that there was a certain kind of fire that no water could put out. And we went before the fire hoses; we had known water. If we were Baptist or some other denomination, we had been immersed. If we were Methodist, and some others, we had been sprinkled, but we knew water.
That couldn't stop us. And we just went on before the dogs and we would look at them; and we'd go on before the water hoses and we would look at it, and we'd just go on singing. "Over my head I see freedom in the air." And then we would be thrown in the paddy wagons, and sometimes we were stacked in there like sardines in a can. And they would throw us in, and old Bull would say, "Take them off," and they did; and we would just go in the paddy wagon singing, "We Shall Overcome." And every now and then we'd get in the jail, and we'd see the jailers looking through the windows being moved by our prayers, and being moved by our words and our songs. And there was a power there which Bull Connor couldn't adjust to; and so we ended up transforming Bull into a steer, and we won our struggle in Birmingham.
Now we've got to go on to Memphis just like that. I call upon you to be with us Monday. Now about injunctions: We have an injunction and we're going into court tomorrow morning to fight this illegal, unconstitutional injunction. All we say to America is, "Be true to what you said on paper." If I lived in China or even Russia, or any totalitarian country, maybe I could understand the denial of certain basic First Amendment privileges, because they hadn't committed themselves to that over there. But somewhere I read of the freedom of assembly. Somewhere I read of the freedom of speech. Somewhere I read of the freedom of the press. Somewhere I read that the greatness of America is the right to protest for right. And so just as I say, we aren't going to let any injunction turn us around. We are going on.

We need all of you. And you know what's beautiful to me, is to see all of these ministers of the Gospel. It's a marvelous picture. Who is it that is supposed to articulate the longings and aspirations of the people more than the preacher? Somehow the preacher must be an Amos, and say, "Let justice roll down like waters and righteousness like a mighty stream." Somehow, the preacher must say with Jesus, "The spirit of the Lord is upon me, because he hath anointed me to deal with the problems of the poor."
And I want to commend the preachers, under the leadership of these noble men: James Lawson, one who has been in this struggle for many years; he's been to jail for struggling; but he's still going on, fighting for the rights of his people. Rev. Ralph Jackson, Billy Kiles; I could just go right on down the list, but time will not permit. But I want to thank them all. And I want you to thank them, because so often, preachers aren't concerned about anything but themselves. And I'm always happy to see a relevant ministry.
It's alright to talk about "long white robes over yonder," in all of its symbolism. But ultimately people want some suits and dresses and shoes to wear down here. It's alright to talk about "streets flowing with milk and honey," but God has commanded us to be concerned about the slums down here, and his children who can't eat three square meals a day. It's alright to talk about the new Jerusalem, but one day, God's preacher must talk about the New York, the new Atlanta, the new Philadelphia, the new Los Angeles, the new Memphis, Tennessee. This is what we have to do.
Now the other thing we'll have to do is this: Always anchor our external direct action with the power of economic withdrawal. Now, we are poor people, individually, we are poor when you compare us with white society in America. We are poor. Never stop and forget that collectively, that means all of us together, collectively we are richer than all the nation in the world, with the exception of nine. Did you ever think about that? After you leave the United States, Soviet Russia, Great Britain, West Germany, France, and I could name the others, the Negro collectively is richer than most nations of the world. We have an annual income of more than thirty billion dollars a year, which is more than all of the exports of the United States, and more than the national budget of Canada. Did you know that? That's power right there, if we know how to pool it.
We don't have to argue with anybody. We don't have to curse and go around acting bad with our words. We don't need any bricks and bottles, we don't need any Molotov cocktails, we just need to go around to these stores, and to these massive industries in our country, and say, "God sent us by here, to say to you that you're not treating his children right. And we've come by here to ask you to make the first item on your agenda--fair treatment, where God's children are concerned. Now, if you are not prepared to do that, we do have an agenda that we must follow. And our agenda calls for withdrawing economic support from you."
And so, as a result of this, we are asking you tonight, to go out and tell your neighbors not to buy Coca-Cola in Memphis. Go by and tell them not to buy Sealtest milk. Tell them not to buy--what is the other bread?--Wonder Bread. And what is the other bread company, Jesse? Tell them not to buy Hart's bread. As Jesse Jackson has said, up to now, only the garbage men have been feeling pain; now we must kind of redistribute the pain. We are choosing these companies because they haven't been fair in their hiring policies; and we are choosing them because they can begin the process of saying, they are going to support the needs and the rights of these men who are on strike. And then they can move on downtown and tell Mayor Loeb to do what is right.
But not only that, we've got to strengthen black institutions. I call upon you to take you money out of the banks downtown and deposit you money in Tri-State Bank--we want a "bank-in" movement in Memphis. So go by the savings and loan association. I'm not asking you something that we don't do ourselves at SCLC. Judge Hooks and others will tell you that we have an account here in the savings and loan association from the Southern Christian Leadership Conference. We're just telling you to follow what we're doing. Put your money there. You have six or seven black insurance companies in Memphis. Take out your insurance there. We want to have an "insurance-in."
Now there are some practical things we can do. We begin the process of building a greater economic base. And at the same time, we are putting pressure where it really hurts. I ask you to follow through here.
Now, let me say as I move to my conclusion that we've got to give ourselves to this struggle until the end. Nothing would be more tragic than to stop at this point, in Memphis. We've got to see it through. And when we have our march, you need to be there. Be concerned about your brother. You may not be on strike. But either we go up together, or we go down together.
Let us develop a kind of dangerous unselfishness. One day a man came to Jesus; and he wanted to raise some questions about some vital matters in life. At points, he wanted to trick Jesus, and show him that he knew a little more than Jesus knew, and through this, throw him off base. Now that question could have easily ended up in a philosophical and theological debate. But Jesus immediately pulled that question from mid-air, and placed it on a dangerous curve between Jerusalem and Jericho. And he talked about a certain man, who fell among thieves. You remember that a Levite and a priest passed by on the other side. They didn't stop to help him. And finally a man of another race came by. He got down from his beast, decided not to be compassionate by proxy. But with him, administered first aid, and helped the man in need. Jesus ended up saying, this was the good man, because he had the capacity to project the "I" into the "thou," and to be concerned about his brother. Now you know, we use our imagination a great deal to try to determine why the priest and the Levite didn't stop. At times we say they were busy going to church meetings--an ecclesiastical gathering--and they had to get on down to Jerusalem so they wouldn't be late for their meeting. At other times we would speculate that there was a religious law that "One who was engaged in religious ceremonials was not to touch a human body twenty-four hours before the ceremony." And every now and then we begin to wonder whether maybe they were not going down to Jerusalem, or down to Jericho, rather to organize a "Jericho Road Improvement Association." That's a possibility. Maybe they felt that it was better to deal with the problem from the casual root, rather than to get bogged down with an individual effort.
But I'm going to tell you what my imagination tells me. It's possible that these men were afraid. You see, the Jericho road is a dangerous road. I remember when Mrs. King and I were first in Jerusalem. We rented a car and drove from Jerusalem down to Jericho. And as soon as we got on that road, I said to my wife, "I can see why Jesus used this as a setting for his parable." It's a winding, meandering road. It's really conducive for ambushing. You start out in Jerusalem, which is about 1200 miles, or rather 1200 feet above sea level. And by the time you get down to Jericho, fifteen or twenty minutes later, you're about 2200 feet below sea level. That's a dangerous road. In the day of Jesus it came to be known as the "Bloody Pass." And you know, it's possible that the priest and the Levite looked over that man on the ground and wondered if the robbers were still around. Or it's possible that they felt that the man on the ground was merely faking. And he was acting like he had been robbed and hurt, in order to seize them over there, lure them there for quick and easy seizure. And so the first question that the Levite asked was, "If I stop to help this man, what will happen to me?" But then the Good Samaritan came by. And he reversed the question: "If I do not stop to help this man, what will happen to him?".
That's the question before you tonight. Not, "If I stop to help the sanitation workers, what will happen to all of the hours that I usually spend in my office every day and every week as a pastor?" The question is not, "If I stop to help this man in need, what will happen to me?" "If I do no stop to help the sanitation workers, what will happen to them?" That's the question.
Let us rise up tonight with a greater readiness. Let us stand with a greater determination. And let us move on in these powerful days, these days of challenge to make America what it ought to be. We have an opportunity to make America a better nation. And I want to thank God, once more, for allowing me to be here with you.
You know, several years ago, I was in New York City autographing the first book that I had written. And while sitting there autographing books, a demented black woman came up. The only question I heard from her was, "Are you Martin Luther King?"
And I was looking down writing, and I said yes. And the next minute I felt something beating on my chest. Before I knew it I had been stabbed by this demented woman. I was rushed to Harlem Hospital. It was a dark Saturday afternoon. And that blade had gone through, and the X-rays revealed that the tip of the blade was on the edge of my aorta, the main artery. And once that's punctured, you drown in your own blood--that's the end of you.
It came out in the New York Times the next morning, that if I had sneezed, I would have died. Well, about four days later, they allowed me, after the operation, after my chest had been opened, and the blade had been taken out, to move around in the wheel chair in the hospital. They allowed me to read some of the mail that came in, and from all over the states, and the world, kind letters came in. I read a few, but one of them I will never forget. I had received one from the President and the Vice-President. I've forgotten what those telegrams said. I'd received a visit and a letter from the Governor of New York, but I've forgotten what the letter said. But there was another letter that came from a little girl, a young girl who was a student at the White Plains High School. And I looked at that letter, and I'll never forget it. It said simply, "Dear Dr. King: I am a ninth-grade student at the Whites Plains High School." She said, "While it should not matter, I would like to mention that I am a white girl. I read in the paper of your misfortune, and of your suffering. And I read that if you had sneezed, you would have died. And I'm simply writing you to say that I'm so happy that you didn't sneeze."
And I want to say tonight, I want to say that I am happy that I didn't sneeze. Because if I had sneezed, I wouldn't have been around here in 1960, when students all over the South started sitting-in at lunch counters. And I knew that as they were sitting in, they were really standing up for the best in the American dream. And taking the whole nation back to those great wells of democracy which were dug deep by the Founding Fathers in the Declaration of Independence and the Constitution. If I had sneezed, I wouldn't have been around in 1962, when Negroes in Albany, Georgia, decided to straighten their backs up. And whenever men and women straighten their backs up, they are going somewhere, because a man can't ride your back unless it is bent. If I had sneezed, I wouldn't have been here in 1963, when the black people of Birmingham, Alabama, aroused the conscience of this nation, and brought into being the Civil Rights Bill. If I had sneezed, I wouldn't have had a chance later that year, in August, to try to tell America about a dream that I had had. If I had sneezed, I wouldn't have been down in Selma, Alabama, to see the great movement there. If I had sneezed, I wouldn't have been in Memphis to see a community rally around those brothers and sisters who are suffering. I'm so happy that I didn't sneeze.
And they were telling me, now it doesn't matter now. It really doesn't matter what happens now. I left Atlanta this morning, and as we got started on the plane, there were six of us, the pilot said over the public address system, "We are sorry for the delay, but we have Dr. Martin Luther King on the plane. And to be sure that all of the bags were checked, and to be sure that nothing would be wrong with the plane, we had to check out everything carefully. And we've had the plane protected and guarded all night."
And then I got into Memphis. And some began to say that threats, or talk about the threats that were out. What would happen to me from some of our sick white brothers?
Well, I don't know what will happen now. We've got some difficult days ahead. But it doesn't matter with me now. Because I've been to the mountaintop. And I don't mind. Like anybody, I would like to live a long life. Longevity has its place. But I'm not concerned about that now. I just want to do God's will. And He's allowed me to go up to the mountain. And I've looked over. And I've seen the promised land. I may not get there with you. But I want you to know tonight, that we, as a people will get to the promised land. And I'm happy, tonight. I'm not worried about anything. I'm not fearing any man. Mine eyes have seen the glory of the coming of the Lord.

Nawoord

Mijn menig is dat het maken van dit werkstuk leuk en ingewikkeld was, omdat ik (zoals altijd) weer mijn opgavenblad kwijt was. Maar dat was niet zo’n groot probleem. Ik heb hem kunnen kopiëren van een vriendin. Ik vond het een erg leuk onderwerp, omdat ik er nog niet echt veel van afwist.

De samenwerking met mijzelf was erg goed

De literatuurlijst

Literatuur:

Memo geschiedenis voor de basisvorming mavo havo door onder andere Hans Bulthuis
Dalhuizen, L.G., Sprekend verleden 2b (Haarlem 1990).
Geugten van der, T., Sporen (Groningen 1996)
Hovens, Pieter, Indianen van Noord-Amerika (Assen 1977)
Hoekstra, Rik, ‘De vervlochten wereld van de veroverden. Pueblos de Indios en de Spaanse-Amerikaanse Indiaanse traditie’, in: Spiegel historiael jaargang 30 Maart /april 1995, pp. 99-109.

Internetsites:

www.stanford.edu/group/king
http://members.oal.com
www.scoutingmlk.nl/mlkje.html
www.historychannel.com
www.sheryfranklin.com/holidays/mlking.html
http://thekingcenter.com
http://www.mecca.org/~crights/dream.html
http://www.drmartinlutherkingjr.com/

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

J.

J.

best goed maar ik wou meer weten over de slavernij zelf

6 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

G.

G.

mooi

8 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast