Inleiding

In dit verslag ga ik de denkwijze van de Nederlandse filosoof Spinoza onderzoeken. Er zijn verschillende redenen dat ik gekozen heb voor deze filosoof; Op het moment dat je zijn naam opzoekt op google of in boeken, lees je vrijwel meteen dat hij de grootste Nederlandse filosoof was, toch kende ik hem niet.

Toen ik mijn spreekbeurt hield in de klas en dit vertelde, kwam ik erachter dat zelf een groot deel van de mensen dit ook niet wist. Ik beschouw hem dus als een belangrijk deel van de Nederlandse geschiedenis, en dat is een reden dat ik graag meer over hem wou weten.

Baruch Spinoza behoort tot de kleine groep filosofen die gezichtsbepalend geweest zijn voor de geschiedenis van het westerse denken. Hij was geboren in de gouden eeuw en dus waren zijn ideeën als godsdienstvrijheid, vrijheid van meningsuiting en het niet te letterlijk nemen van de bijbel erg modern.

Tijdens het maken van mijn spreekbeurt merkte ik soms dat ik me erg goed in hem kon verplaatsen. Hierdoor kon ik me soms goed in hem verplaatsen, iets wat me bij andere filosofen, zoals Plato, vaak moeilijk lukte.

  1. Biografie

Baruch Spinoza wordt in 1632, tijdens de gouden eeuw, geboren in een jodenbuurt in Amsterdam. Hij is het kind van joods-Portugese ouders. Zijn vader is een koopman en sterft in 1654. Baruch en zijn broer nemen het bedrijf over. In 1956, op 23-jarige leeftijd wordt Spinoza verbannen uit de Joodse gemeenschap. De reden hiervan is nooit helemaal duidelijk geworden, maar geruchten gaan dat hij tijdens de procedure over het nalatenschap van zijn vader de joodse wetgeving had geschonden.

De verbanning had grote invloed op Spinoza, hij mocht onder andere geen contact meer hebben met zijn familie.

Na de ban heeft Spinoza zijn naam gelatiniseerd, vanaf nu noemde hij zichzelf Benedictus in plaats van Baruch. Hij ging in de Latijnse school van Franciscus van Enden wonen. Franciscus was een libertijnse ex-jezuïet en hij heeft Spinoza erg beïnvloed in zijn denken. Door Franciscus is Spinoza ook meer in contact gekomen met andere Libertijnen, filosofen en leerde hij klassieke stukken kennen.

In de periode dat Spinoza in de Latijnse school woonden heeft er vermoedelijk een moordaanslag op hem plaatsgevonden. Er zijn 17e-eeuwse prenten gevonden waar uitgebeeld wordt dat Spinoza bij het verlaten van een schouwburg neergestoken wordt. Hij raakt hier alleen lichtgewond.

Franciscus had een dochter die 20 jaar jonger was dan Spinoza. Hij wou haar graag trouwen maar zij trouwde later met een ander en werd katholiek. Dit is het enige contact dat hij ooit gehad heeft met een vrouw.

Spinoza had in zijn tijd bij Franciscus lenzen leren slijpen. Hij werd internationaal bekend om de kwaliteit van zijn lenzen. Hij heeft later samengewerkt met Christiaan Huygens, de belangrijkste Nederlandse wetenschapper van die tijd, aan het verbeteren van microscopen en sterrenkijkers.

Het slijpen van lenzen verschaft hem de rest van zijn leven een inkomen.

De vrienden die hij via Franciscus leert kennen zullen voor altijd bij hem blijven. Samen vormen zij een filosofische ondergrondse, de Amsterdamse 'Spinoza kring'. De periode van 1956 tot 1961 is vaag in de biografie van Spinoza, en dat komt waarschijnlijk door de zelfcensuur van de Spinozakring.

 

In 1961 verhuist Spinoza van het drukke Amsterdam naar het rustige dorpje Rijnsburg in Leiden. Waarschijnlijk deed hij dit om in alle rust aan zijn levenswerk te kunnen werken en te ontkomen aan alle predikanten, cartesianen en rabbijnen die steeds meer druk op de Amsterdamse stadsbestuurders gingen uitoefenen, om de verderfelijke 'nieuwe filosofie' van Spinoza, die een gevaar was voor de jeugd en voor het ware geloof, aan te pakken.

Spinoza verhuist 2 jaar later in 1963 opnieuw, nu naar Voorburg. Hier publiceert hij het enige boek dat hij onder zijn eigen naam uitbrengt: “Principia”, het gaat over de filosofie van Descartes die hij hierin uitlegt en aanvult.

In dit boek houdt hij zijn eigen filosofie nog achter, maar hij wordt er wel op slag bekend mee in alle religieuze en wetenschappelijke kringen van Europa.

Spinoza is erg voorzichtig, hij weet dat ook in de tolerante republiek zijn ideeën erg gewaagd zijn. “Caute” was zijn motto, altijd voorzichtig blijven. Zijn goede vriend Adriaen Koerbagh, lid van de  Spinozakring, was minder voorzichtig. Adriaen publiceert een heel revolutionair boek in het Nederlands, waarin hij protesteert tegen religieuze, wetenschappelijke en politieke elites die het volk dom willen houden om hun machtige posities veilig te stellen. Hoewel het boek anoniem is wordt Adriaen toch gearresteerd en veroordeeld tot 10 jaar rasphuis, waar hij na enkele maanden dwangarbeid in 1669 sterft.

Uiteraard heeft dit grote invloed gehad over de denkwijze van Descartes en zijn ideeën over vrijheid van meningsuiting.

Tussen 1669 en 1671 verhuist Spinoza naar Den Haag. In 1970 geeft hij het “Theologisch Politiek Traktaat” uit. Onder andere als reactie op de dood van zijn vriend Adriaen Koerbagh. Dit is zijn enige boek met zijn eigen opvattingen dat hij tijdens zijn leven zal publiceren, uiteraard anoniem.

In dit boek analyseert Spinoza de hele bijbel. Hij haalt alle Bijbelse wonderen en bijzondere natuurverschijnselen onderuit met onontkoombare argumenten en vele voorbeelden. De Bijbelse wonderen zijn of bijzondere natuurverschijnselen, het gevolg van foute vertalingen, of komen van fantasierijke personen. Het boek was zeer schokkend voor het Christendom en veroorzaakte een golf van kritiek in Europa.

Korte tijd na zijn verhuizing, in 1672, werden Johan en Cornelis de Witt vermoord bij de Gevangenenpoort in Den Haag. Het volk gaf in het bijzonder raadspensionaris Johan de schuld van het Rampjaar waarin de welvaart van de Republiek afnam. De broers werden gelyncht en stierven een verschrikkelijke dood. Ze waren goede vrienden van Spinoza; hun dood greep hem dan ook zeer aan.

Hij was zo geschokt dat hij een pamflet maakte met de tekst “UltimiBarbarum” (jullie zijn de ergste barbaren). Zijn huisbaas hield hem tegen en zorgde dat hij het niet ophing, hiermee heeft hij vermoedelijk zijn leven gered.

Door het jarenlang slijpen van lenzen lijdt Spinoza al lange tijd aan een longaandoening. Als hij op 21 Februari 1677 sterft aan tuberculose is dit toch vrij onverwachts.

Zijn huisbaas stuurt op instructie van Spinoza, in het geheim zijn manuscripten in een kist naar Amsterdam. Daar verbergen zijn vrienden en volgelingen de teksten en ze maken plannen voor het houden en uitbrengen van zijn filosofische werken.

  1. De filosofie van Spinoza
    1. God

 

Spinoza is een pantheïst, dat betekent dat hij zegt dat de wereld en God één geheel zijn. God heeft de wereld niet geschapen om zich er verder niet meer mee te “bemoeien”. Integendeel, God is de wereld.

In een oud Grieks verhaal gaat het over Paulus, hij houdt een toespraak voor de Atheners op de Areopagus. In deze toespraak zegt hij; ‘In Hem leven wij, bewegen wij ons en zijn wij’. Deze uitspraak beïnvloedde Spinoza zijn pantheïstische kijk, en hij zei nu ook wel dat de wereld niet God is, maar dat de wereld ín God is.

Omdat de wereld in God is, bestaat er niks anders dan God, Spinoza ontkent dus zeker niet het bestaan van God.

Hij is het oneens met de manier waarop mensen naar God kijken. Zij zien Hem als een persoonlijk iets, dat je kan straffen of belonen en doet wat Hem uitkomt. Dit is onzin volgens Spinoza. God bestuurd de wereld volgens de wetten van de natuur en Hij moet niet gezien worden als een persoon die boven de aarde naar ons kijkt. Alles op de aarde is God. Als God handelt volgens de wetten van de natuur, wordt de wereld dus ook bestuurd door de natuur zelf. De natuur en God zijn volgens Spinoza hetzelfde. Hierdoor weet je dus dat hij een determinist is. Alles wat gebeurt, gebeurd volgens de wetten van de natuur en is noodzakelijk. Er worden geen “gekke” beslissingen genomen door een god.

Spinoza ziet God niet als een poppenspeler, een marionet die via draden zijn spelers bestuurd en zo de oorzaak is van alles wat er gebeurt op het podium. God heeft de wereld geschapen en de natuurwetten voor de eeuwigheid vastgelegd. Zoals het vroeger was, is het nu en zal het altijd zijn.

God is een oneindigheid die eeuwig en eindeloos aanwezig is in al wat is.

  1. Dualisme VS Monisme

Spinoza is in zijn leven erg beïnvloed door Descartes. Descartes was een dualist. Dat houdt in dan hij geloofde dat de werkelijkheid bestaat uit 2 verschillende substanties; denken (rescogitans) en uitgebreidheid (resextensa). Onder denken vallen dingen als de ziel, emoties en  gedachtes. Uitgebreidheid bestaat uit tastbare dingen als bomen, lichamen, aarde en fruit. Álles is denken of uitgebreidheid zei hij. De uitgebreidheid is beperkt, stoffelijk en tijdelijk, terwijl het denken vrij, onstoffelijk en eeuwig is.

 

Hoe het stoffelijke lichaam verbonden was met de onstoffelijke geest wist Descartes niet, maar hij ontdekte in het centrum van de hersenen de pijnappelklier. Volgens hem zorgde God ervoor dat op deze plek geest en lichaam samen kwamen.

 

Spinoza was het niet eens met deze scheiding, hij geloofde in het monisme. Omdat volgens Spinoza de wereld in God is, valt alles wat er is onder deze ene “substantie” die hij God noemt, zowel het tastbare als geestelijke. We kunnen nu dus vaststellen dat volgens Spinoza de gehele werkelijkheid bestaat uit één substantie, namelijk God.

 

Maar Spinoza is hier nog niet klaar. Alles bestaan uit die ene substantie, ‘máár’, zegt hij, die ene substantie heeft wel verschillende kanten of eigenschappen. Die kanten noemen we attributen. We kennen er 2;  materie en geest.

Dus nu hebben we de ene substantie God, waarvan we 2 kanten kennen, namelijk materie en geest. Via deze kanten kan de substantie zich uitte, dit gebeurt door middel van modi (meervoud van modus). Modi vloeien voort uit de 2 kanten van God. Een bloem is bijvoorbeeld een modus van het attribuut materie. Als we nadenken over de schoonheid van de bloem, en er bijvoorbeeld een gedicht over maken, is dat een modus van het attribuut geest. Het gedicht en de bloem zijn voortgekomen uit dezelfde substantie, maar wel uit verschillende kanten van de substantie.

Wat God onderscheidt van alles is dat alles een oorzaak heeft behalve God. Het gedicht van de bloem is veroorzaakt door de geboorte van de dichter en door het zaaien van de bloemen en ga zo maar door. God is het enige zonder oorzaak.

 

  1. De mens

Mensen denken vaak dat ze een vrije wil hebben. Als ze honger hebben kunnen ze een appel nemen en zelfs als ze bijvoorbeeld uit het raam willen springen zouden ze dit kunnen doen. Volgens Spinoza geeft dat een illusie van vrije wil.

Je kunt wel vrij zijn zegt hij, en dit kan alleen als je je aangeboren mogelijkheden vrij kan ontplooien. Hier geeft hij een voorbeeld bij:

2 appelbomen staan in een tuin, de ene boom staat in de vruchtbare grond, hij heeft de zon op hem schijnen en om de zoveel tijd krijgt hij regen. De andere boom staat op de uitgedroogde grond onder een afdak. Hij vangt geen zon en regen kan hem niet bereiken. Volgens Spinoza is de eerste boom vrij. Hij heeft alle mogelijkheid om zijn aangeboren mogelijkheden te ontplooien. Maar zelfs als hij het zou willen, zou hij heen peren aan zijn takken kunnen laten groeien. Dat is de reden dat hij geen vrije wil heeft.

Voor mensen geld hetzelfde, je kan zo “vrij” zijn dat je beslist je eigen hand af te hakken, maar je hand kan niet van de arm afspringen en gaan dansen. We zijn onderworpen aan dezelfde natuurwetten waar alles en iedereen aan is onderworpen.

 

Volgens Spinoza zijn er wel manieren die je dichter bij menselijke vrijheid kunnen brengen. Je moet in ieder geval zo goed mogelijk begrijpen waarom dingen op een bepaalde manier gebeuren en dat accepteren. Om dit te kunnen heb je 3 soorten kennis nodig:

  1. De laagste vorm, zintuigelijke kennis: Komt uit de directe waarneming van dingen, je ziet een appel vallen en 2 keer stuiteren. Je kennis is nu dat appels altijd 2 keer stuiteren na een val.
  2. Een hogere kennis, geïnformeerde kennis: Je ziet meerdere appels vallen, en zoekt op internet informatie op over wat er gebeurd als een voorwerp valt. Zo kom je erachter dat appels soms stuiteren maar niet altijd.
  3. De hoogste vorm van kennis, intuïtieve kennis; Je leeft met zwaartekracht om je heen en weet uit jezelf dat als iets valt het naar beneden zal vallen.

 

Het hoogste goed is volgens Spinoza God kennen en blij zijn. Als je door middel van de 3 soorten kennis begrijpt en accepteert waarom dingen gebeuren, ken je God en de natuur al beter.

 

Om blij te zijn moet je je volgens hem niet mee laten slepen door je emoties. Emoties noemt hij ook wel aandoeningen. Van emoties zoals haat, begeerte, vreugde, verdriet en liefde wordt je niet gelukkig. Ze sleuren je alleen maar mee zodat je je verstand niet meer goed gebruikt. Je mag best blij zijn, maar je moet de emotie je niet laten beheersen.

Als je beheerst wordt door je emoties ben je niet vrij. Om vrij te zijn moet je je laten leiden door je verstand en de rede.

 

In de tijd dat Spinoza leefde was het Christendom de belangrijkste godsdienst, en atheïsme was strafbaar.

Spinoza heeft altijd volgehouden dat hij geen atheïst was, maar zijn kijk op God en de bijbel was aanzienlijk anders dan die van de meeste mensen in zijn tijd. Aangezien hij God niet als een persoonlijk iets zag, was bidden volgens hem ook zinloos. Je kon bidden dat de oogst goed zou gaan, maar de natuurwetten zullen hier uiteindelijk de oorzaak van zijn. God is de natuur dus God veroorzaakt dit dan, maar niet bewust of persoonlijk.

 

Spinoza vond het geloof niet perse negatief, het bracht mensen samen, gaf ze liefde en leerde ze vroomheid. Maar hij vond het niet goed dat dingen geloofd werden zonder bewijs. Zoals de meerderheid van de verhalen in de bijbel. Hij zei dat als je de bijbel las zoals je elk ander boek zou lezen, je zelf zou snappen dat je de verhalen niet letterlijk moet nemen en de boodschap erachter zou begrijpen.

  1. De werken van Spinoza

 

Het grootste deel van de werken van Spinoza zijn na zijn dood uitgegeven.  Het “Theologisch Politiek Traktaat” heeft hij anoniem gepubliceerd en in het boek “Principia” houdt hij zijn eigen mening en ideeën achter en heeft het voornamelijk over de filosofie van Descartes.

In dit hoofdstuk bespreek ik eerst 5 invloedrijke werken van hem, en daarna bespreek ik uitvoerig zijn 2 grootste werken.

 

  1. Zijn werken
  • 1660 - De Verhandeling over de verbetering van het verstand
  • Gepubliceerd in 1677. Spinoza onderzoekt hoe men ware kennis kan verwerven. In dit boek legt hij uit hoe de verschillende soorten kennis onderscheiden kunnen worden.

 

  • 1667 - De Korte Verhandeling
  • De tekst werd in 1852 pas  “ontdekt” en in 1867 voor het eerst uitgegeven. Spinoza schreef de tekst over God, de mens en zijn geluk op verzoek van zijn vrienden, zodat zij zijn redeneringen beter konden bestuderen. Zij waren zo enthousiast dat ze de Latijnse teksten naar het Nederlands vertaalden.

Later veranderden Spinoza’s gedachten over deze onderwerpen zo erg dat hij besloot opnieuw te beginnen, en hieruit ontstond zijn meesterwerk “Ethica”.

- Principia bestaat uit de lessen die Spinoza gaf aan zijn leerling Cacearius over de filosofie van Descartes, énige boek uitgegeven onder zijn eigen naam.

 

  • 1663 - Cogitatametaphysica
  • Over de theorie van het zijn, ook over God en de attributen. Gepubliceerd in 1677.

 

  • 1677 - Politiek traktaat

-    Spinoza heeft hier de laatste 2 jaar van zijn leven aan besteed. Theorie van de verschillende mogelijke staatsvormen, monarchie, aristocratie en democratie. Door zijn vroegtijdige dood heeft hij het niet af kunnen maken en dit wordt als er tragisch gezien omdat het precies ophoud waar Spinoza overgaat naar de behandeling van de democratie, de staatsvorm die hij wel zelf als de beste zag.

 

  1. Zijn 2 grootste werken

Ethica (Ethica ordinegeometricodemonstrata)

-Rond 1665 had Spinoza al een groot deel van Ethica af, het heette toen “Mijn filosofie” en bestond uit 3 delen. Toen het later gepubliceerd werd waren hier 2 delen bijgekomen. In het boek verklaart hij onder andere de werking van de geest en de aandoeningen (emoties) en toont de weg naar ultieme gelukzaligheid.

Het boek was officieel af in 1675 maar hij besloot het pas na zijn dood uit te laten geven.

 

Korte samenvatting per deel:

 

Deel 1: Over God

  • Hierin bewijst Spinoza dat God bestaat en dat de werkelijkheid in Hem bestaat. Hij laat zien dat God de oorzaak is van alles en dat niks kan bestaan zonder god.

 

Deel 2:  Aard en oorsprong van de menselijke geest

  • In dit deel bewijst Spinoza dat de mens een modus is bestaande uit een lichaam en geest. Waarbij de geest een verzameling ideeën is.

Ook legt hij in dit deel de 3 soorten kennis uit.

Deel 3: Oorsprong en aard van de aandoeningen

  •  Hierin gaat Spinoza dieper in op de aandoeningen.

      Deel 4: De menselijke slavernij of de macht van de aandoeningen

  • De mens kan niet altijd via de rede leven, omdat ze soms machteloos staat tegenover de aandoeningen. Spinoza bespreekt ook welke aandoeningen nog in lijn zijn met de rede en welke niet.

 

      Deel 5: De macht van het verstand of de menselijke vrijheid

  •  Hierin wordt uitgelegd dat als de geest begrijpt dat alles wat gebeurt noodzakelijk is (dus een deterministische kijk krijgt), hij een grotere macht over de aandoeningen zal hebben en er minder onder zal lijden.

 

 

Theologisch Politiek Traktaat ( Tractatustheologico-politicus)

  • In het TPT toont Spinoza aan dat de vrijheid van het filosoferen onmisbaar is om de vrede te behouden in een staat.

Hij gaat in op profetie en wonderen die in de Bijbel staan. Hij is er tegen dat profeten alleen dingen beweren en niet bewijzen. Spinoza vind bewijs altijd erg belangrijk. Hij gaat ook in op de manier waarop de Bijbel wordt geïnterpreteerd en dat dit niet de goede manier is.

Hij sluit het boek af met een betoog voor geleidelijke democratie.

  1. Invloeden
    1. Invloeden van Spinoza

Spinoza heeft op vele filosofen een grote invloed gehad. Hegel en Goethe verwijzen vaak terug naar citaten van Spinoza. De Nederlandse schrijver Multatuli heeft meerdere dichtregels over Spinoza geschreven.

Albert Einstein vond grote aansluiting bij het abstracte beeld dat Spinoza had van God, hij zei; ‘Ik geloof in de God van Spinoza, die zichzelf openbaart in de wetmatige harmonie van het heelal, en niet in een god die zich bemoeid met en lot en de handelingen van mensen’. In 1920 schreef hij ook nog het gedicht ‘ZuSpinozasEthik’.

Vernoemingen naar Spinoza:

  • Naar Spinoza is de Spinozapremie vernoemd, de hoogste Nederlandse wetenschapsprijs.
  • De Spinozalens is de naam van een internationale onderscheiding die vernoemd is naar Baruch Spinoza. De prijs is voor een persoon die zich verdienstelijk heeft gemaakt op het vlak van het denken over de grondslagen van de ethiek.
  • Het portret van Spinoza stond vanaf 30 maart 1972 tot 3 april 1996 op het geldbiljet van duizendNederlandse gulden.
    1. Invloeden op Spinoza

Spinoza is altijd sterk beïnvloed geweest door Descartes, die uitgebreid over lichaam en ziel had geschreven Op essentiële punten wijkt Spinoza echter van Descartes af en bekritiseert hij hem fel.

 

In de vele biografieën die van Spinoza zijn geschreven wordt Franciscus van Enden altijd als zijn filosofische en politieke leermeester genoemd. In zijn boek Ethica verteld hij bijzonder vaak over passages uit klassieke toneelstukken. De kennis hierover heeft hij vrijwel zeker van Franciscus, die toneelstukken schreef.

 

De uitzonderlijke moderne ideeën van Spinoza over dingen als vrijheid van meningsuiting en godsdienstvrijheid zijn ongetwijfeld mede gevormd door de dingen die hij in zijn verleden meegemaakt heeft die daarmee in verband stonden.

De dood van zijn vriend Adriaen Koerbagh in het rasphuis, en het lynchen van de Gebroeders de Witt.

Later bedacht ik mij dat de ideeën van Spinoza over de aandoeningen en dat je moet proberen die je niet te laten beïnvloeden, hier veel mee te maken hadden. De woedende menigte die de broers lynchte, gebruikte alles behalve hun rede en verstand. Ze waren boos en zochten een zondebok, in plaats van over een oplossing en over de echte daders te denken.

Dit heeft natuurlijk de ideeën die Spinoza had alleen maar bevestigd voor zichzelf.

 

  1. Conclusie

 

Spinoza zal op jongen leeftijd al beïnvloed zijn door het geloof. Omdat hij het vaak niet eens was met regels die golden in de joodse gemeenschap waar hij opgroeide, is de kans groot dat hij al vroeg na ging denken over het geloof en de zin ervan.

Spinoza is een monist, God en de wereld zijn een geheel. Hij brengt dit alleen wat anders en zegt dat de wereld in God is.

God is hetzelfde als de natuur, alles wat gebeurt komt uiteindelijk door de natuurwetten die God geschept heeft.

God is hetzelfde als de natuur, alles wat gebeurt komt uiteindelijk door de natuurwetten die God geschept heeft.

God / Natuur is de substantie waar alle werkelijkheid uit bestaat. Deze substantie heeft wel verschillende eigenschappen of kanten. Wij kennen er 2 en wij noemen deze kanten attributen.

De 2 attributen die wij kennen zijn materie en geest. De substantie God / Natuur uit zich via deze 2 attributen in talloze modi of uitingsvormen. Voorbeelden daarvan zijn stenen, mensen, gedachtes, eten, gevoelens.

 

Deze filosofie lijkt erg op die van Descartes. Hij heeft Spinoza erg beïnvloed. Het verschil is dat bij Spinoza de werkelijkheid maar uit een en dezelfde substantie bestaat en dan de dualistische Descartes de werkelijkheid in tweeën deelt: in uitgebreidheid en denken.

 

Spinoza leefde in de gouden eeuw in de tolerante republiek, maar ook daar waren zijn ideeën erg risicovol. Atheïsme werd niet geaccepteerd. Om deze reden heeft Spinoza bijna al zijn boeken na zijn dood pas uitgegeven.

 

Mijn mening over Spinoza is niet veel veranderd vanaf het moment dat ik net begon met informatie over hem op te zoeken. Ik ben nog steeds blij dat ik voor hem heb gekozen. Zijn ideeën klinken niet vreemd of onlogisch en hoe meer je erover leest, hoe aannemelijker ze worden. In tegenstelling tot sommige filosofen als Plato kon ik me voorstellen hoe hij op deze ideeën gekomen was, en kon ik ze veel beter begrijpen en mezelf erin verplaatsen.

Soms vond ik het triest dat hij zo weinig lof heeft gekregen voor de grootse ideeën die hij had, maar dit is precies hoe hij het waarschijnlijk had gewild. Hij heeft grootste invloeden gehad op de filosofen die na hem kwamen en grote invloed gehad op veel van de denkbeelden die we nu hebben over onderwerpen als vrijheid van meningsuiting en het niet letterlijk nemen van de Bijbel.

Ik ben trots dat ik eerst geen idee had dat hij de grootste filosoof van Nederland was, en dat ik nu aan mensen zijn ideeën kan uitleggen, en ook het gevoel heb dat ik ze echt begrijp.

Nu ik mijn spreekbeurt gehouden heb en nu mijn werkstuk af is, heb ik oprecht het gevoel dat ik begrijp wat deze filosoof probeerde te vertellen en hoe hij over God en de wereld dacht.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Anoniem666

Anoniem666

Als ik gemeen overkwam, het spijt me. Zo bedoelde ik het niet. Ik vind gewoon dat je beter had kunnen doen

2 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

Anoniem666

Anoniem666

Dit is echt een slecht werkstuk, maar wel bedankt ervoor.
Liefs een aanbidder

2 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast