Alleen vmbo'ers gezocht! Waar denk jij aan bij duurzaamheid? Vul de vragenlijst in en maak kans op een Bol.com bon van 15 euro

Meedoen

De euro

Beoordeling 7.3
Foto van een scholier
  • Werkstuk door een scholier
  • Klas onbekend | 2337 woorden
  • 29 november 2001
  • 29 keer beoordeeld
  • Cijfer 7.3
  • 29 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Inleiding

Ik ga het in mijn werkstuk over de euro en de Europese Unie hebben. De volgende punten zal ik in mijn werkstuk verwerken;

- De ontstaan van de Europese Unie.
- De geschiedenis van de Europese Unie.

- Het waarom van de euro.

- De weg naar de euro.
- De EMU
- Het verdrag van Maastricht
- De ECB

- Voor en nadelen van de euro.
- Voordelen
- Nadelen
- Gevaren

- Waarom voert Nederland de euro in?


- Mijn eigen conclusie.

Ik heb voor dit onderwerp gekozen omdat het me interessant en ook handig leek en omdat ik er veel informatie over kon vinden.

De ontstaan van de Europese Unie

De geschiedenis van de Europese Unie.


Voordat ik aan de euro begin, is er een kort overzicht van het ontstaan van de Europese Unie belangrijk, alleen dan kan de komst van de euro goed begrepen worden. Maar allereerst zal ik de uiteindelijke doelen van het EU bespreken. Het EU wil allereerst een gezamenlijke markteconomie creëren. Als er gehandeld moet worden tussen twee landen in de eurozone moet er vaak rekening worden gehouden met de verschillende regels van een land. Er moeten veel formulieren ingevuld worden enzovoorts. Met het doel van het EU voor het creëren van een gezamenlijke markteconomie is dit niet meer nodig. Ook moet er veel betaald worden voor wisselkoersen en ook daar zitten bedrijven niet op te wachten. Als de euro er is hebben we 1 waarde en zijn er geen koersschommelingen meer en er valt dus ook niks meer te betalen.

Het volgende doel is het gezamenlijk een vuist maken tegen de Verenigde Staten en Japan. Als het Verenigd Koninkrijk ook zal meedoen aan de euro is de euro de grootste economie in de wereld.

Op 5 april 1951 werd er een douane-unie gesloten tussen de regeringen van België, Nederland en Luxemburg; Benelux. Deze Benelux treedt in 1948 in werking en wordt op 1 november een economische Unie. Op 18 april 1951 ondertekenen Frankrijk, West - Duitsland, Italië, Nederland, België en Luxemburg het verdrag voor de oprichting van de Europese Gemeenschap van Kolen en Staal (EGKS)

Het treedt op 10 augustus 1951 in werking. Het initiatief kwam van de Franse minister Robert Schuman en het eigenlijke idee kwam van Jean Monnet. Het houdt in dat er nu een gemeenschappelijk beheer is over de staal en kolen productie en gebruik.


Op 1 januari 1958 gaat de EEG van start. Het belangrijkste doel van de EEG is het vormen naar een gemeenschappelijke markt. De landen van de EGKS hebben hiervoor het verdrag van Rome moeten onderteken. Dit gebeurde op 25 maart 1957. Tegelijkertijd wordt er het Euratom opgericht. Dit houdt een Europese Gemeenschap voor atoomenergie in. De zes landen werken nu samen wat betreft de opwekking van nucleaire energie. Dit alles (EGKS, Euratom en de EEG) wordt

samen op 1 juli 1967 de Europese Gemeenschap (EG). Precies een jaar later worden de douanerechten opgeheven en dat is 8 maanden eerder dan gepland. Er wordt hierbij een gemeenschappelijk tarief voor de buitengrenzen ingevoerd.

De EG wordt aangevuld met drie landen; Verenigd Koninkrijk, Ierland, Denemarken. Noorwegen werd geen lid terwijl zij het toetredingsverdrag wel hadden getekend. De toetreding werd door de volksraadpleging afgewezen. Zes jaar later, op 1 januari 1979 gaat het Europees Monetair Stelsel van start en wordt de ECU ingevoerd. In dat jaar in jullie is er voor het eerst een rechtstreekse verkiezing van het Europees Parlement. De volgende 10 jaar treden er nog 3 landen tot de EG. In 1981 Griekenland en in 1986 Spanje en Portugal. Ook in het jaar 1986 tekenen de lidstaten de Europese Akte waarin afgesproken wordt dat voor het eind van het jaar 1992 de grenzen voor alles en iedereen open zijn.

Op 7 februari 1992 wordt door de lidstaten het verdrag van Maastricht getekend (zie ook hoofdstuk "het verdrag van Maastricht). Alle burgers van de landen van de lidstaten krijgen nu het Europees staatsburgerschap en er wordt voor de invoering van een economisch en monetaire unie en een Europese eenheidsmunt een tijdschema afgesproken. Op 1 januari worden Oostenrijk, Finland en Zweden nog lid van de Europese Unie.

Het waarom van de euro.

De belangrijkste reden voor de invoering van een Europese munt is dat er een einde moet komen aan de schommelende wisselkoersen.
Dat is namelijk een probleem voor de internationale handel.
Als een wisselkoers plotseling daalt of stijgt kunnen transacties opeens een probleem betekenen voor een bedrijf.
Bedrijven kunnen zich verzekeren tegen koersrisico’s, maar dat kost geld.
Deze kosten moeten uiteindelijk de consument betalen.
Als de koersschommelingen verdwijnen scheelt dus zowel het bedrijfsleven als de consument geld en onzekerheid.
Het tweede voordeel van de euro is dat de een gemeenschappelijke Europese munt, door het grote gebruiksgebied, een belangrijke valuta kan worden op de wereldmarkt.
Net zoals de Dollar en de Jen.
Tenslotte kunnen consumenten dankzij de nieuwe munt sneller prijzen vergelijken in de andere Europese landen.
Ook hoeven zij in 2002 geen geld te betalen voor het wisselen van geld van de andere EMU landen.

De weg naar de euro

Geschiedenis in vogelvlucht


Op 1 Januari 1999 is de euro officieel in gebruik genomen. Hier voor is een hele lang weg voor afgelegd. In Amerika, in het plaatsje Bretton Woods, werd er al voor het einde van de 2e wereld oorlog door geallieerden afgesproken hoe de monetaire en de financiële zaken zouden worden geregeld. In 1944 kreeg daar de dollar een vaste waarde aan het goud. Zo kreeg iedereen een vast bedrag voor goud.

De dollar is een sterke munt na de Tweede Wereldoorlog geworden. Er kon op worden vertrouwd. Er ontstond een stabiliteit. Men wist wat men moest betalen als er goederen werden besteld uit het buitenland, omdat over de hele wereld met dollars werd gerekend. Soms moest de koers worden bijgesteld dus gedevalueerd of gerevalueerd. Devalueren is bijvoorbeeld dat de gulden minder waard wordt ten opzichte van de dollar. Revalueren is het tegenovergestelde. Het systeem werkte erg goed. Niet voor de Europese landen want de VS had ondertussen een erg dominante positie op de wereldmarkt veroverd. Men kreeg het gevoel iets te ondernemen en er werd in 1965 door de Europese Commissie een voorstel voor een vaste wisselkoers tegenover de munten van de lidstaten en de EEG ingevoerd. In 1969 werd onder leiding van de Luxemburgse eerste minister Pierre Werner een werkgroep opgericht die moest gaan uitzoeken wat er allemaal voor maatregelen moesten worden genomen om een Economische en Monetaire Unie op te richten. Er werd een jaar aan gewerkt en het rapport was klaar in maart 1970. De EEG - lidstaten stemden in oktober 1970 in met een Economisch en Monetaire Unie. De invoering moest in 3 fases gebeuren en zou in 1980 klaar moeten zijn. Maar in augustus 1971 stopte de Verenigde Staten met de vaste waarde van de Dollar aan het goud en de waarde van de Dollar daalde snel. Dit was het einde van het plan Werner. Om de rust weer een beetje terug te laten keren maakten de Europese landen na deze gebeurtenis in maart 1972 een muntenslang; ze spraken met elkaar een bepaalde waarde af waarin de wisselkoers kon schommelen. De muntenslang werd sterk onder druk gezet door de oliecrisis en de verschillen tussen het economische beleid van de verschillende landen.

In 1977 kwam de voorzitter van de Europese Commissie met het voorstel voor de oprichting van de Economische en Monetaire Unie. Later in 1979 werd dit het Europees Monetair Stelsel. (EMS) De munten die deelnamen mochten binnen een bepaalde waarde schommelen. Ze kregen een zogenoemde spilkoers tegenover de European Currency Unit. De ECU is samengesteld uit verschillende munten uit verschillende landen. Elke munt heeft een aandeel. Hoe groot dit aandeel is hangt af van de waarde van de munt. Dit wordt korfmunt genoemd. Het aandeel van de Duitse Mark is bijvoorbeeld 33% en dat van de Franse Frank bijna 20%. De gulden heeft ongeveer 9.5% en de Belgische Frank iets minder dan 8%.

Het Britse Pond en de Italiaanse lire verlieten het EMS toen het systeem in augustus 1993 aanvallen van speculanten kreeg waardoor de schommelingmarge werd verhoogd. Deze munten waren al zwak vanwege een slechte binnenlandse economie.

De EMU

Als late opvolger van het plan Werner werd er in 1985 een Witboek uitgebracht over de Europese eenheidsmarkt door de Europese Commissie. Zij vonden dat er in ieder geval een muntunie moest komen om de eenheidsmarkt te laten slagen en er werd een werkgroep opgesteld die een rapport moesten maken voor de invoering van de EMU. Het stond onder leiding van Jaqeus Doleur en ging van start in 1988. Het werd net zo opgesteld als in het Werner plan in drie fases. De regeringsleiders van de Europese Unie tekenden in december het verdrag van Maastricht waarin de voorwaarden en de datum van de invoering stond.

De eerste fase was het op dezelfde hoogte van de economie brengen en dat begon op 1 Januari 1990 en eindigde op 1 januari 1993. De tweede fase was het aanpassen aan de voorwaarden van de deelnemingscriteria. De derde fase was de invoering op 1 januari 1999 sindsdien vormden elf lidstaten van de Europese Unie samen de Economische en Monetaire Unie. De landen zijn: België, Duitsland, Finland, Frankrijk, Ierland, Italië, Luxemburg, Nederland, oostenrijk, Portugal en Spanje. Zij hebben een munt ingevoerd, de euro.
De Europese Centrale bank voert sinds 1 januari 1999 het centrale monetaire beleid in de EMU.
De EMU landen voeren een nationaal economisch beleid.

Op 1 januari 2002 worden de biljetten en euromunten verdeeld en worden de nationale munten uit de omloop gehaald. In juli 2002 kan hier niet meer mee worden betaald. Je kan nu in alle Europese landen die mee doen betalen met euro en je kan makkelijk prijzen vergelijken.

Voor en nadelen van de euro

Het verdrag van Maastricht


Voor een beter begrip is het belangrijk om iets meer te vertellen over het verdrag van Maastricht omdat hier de belangrijkste randvoorwaarden werden afgesproken

In het verdrag van Maastricht worden vijf eisen gesteld waar de landen die de euro invoeren aan moeten voldoen. Er mogen geen grote verschillen zijn in de economieën in bijvoorbeeld de inflatie. In het verdrag van Maastricht kan worden vergeleken hoe groot de verschillen zijn.

De vijf eisen zal ik hieronder in het kort beschrijven:

- De totale overheidsschuld mag niet hoger zijn dan 60% van de totale waarde van alle geproduceerde producten en diensten van een land. Dit wordt ook wel

- binnenlands product genoemd.
- Het begrotingstekort mag niet meer zijn dan 3% van het totaal binnenlands product. Hier kan een klein beetje van worden afgeweken in een uitzonderlijke situatie. Er zijn zulke strenge regels gemaakt om de vrees voor hoge inflatie. Men wil een stabiel Europa.

- Voor de maximale inflatie bestaat een formule; inflatie beste drie landen + 1,5.

- Bij de langetermijnrente werkt dit hetzelfde. Er wordt 2% bij de inflatie van de drie best presterende landen bij gedaan voor het maximum.

- De Nationale munt moet in ieder geval twee jaar in stabiliteit zijn wat betreft de waarde. De waarde mag niet buiten de schommelmarge van de Europees Monetair Systeem komen. De muntwaarde van de deelnemende landen zijn trouwens op de Europese Top van 1 tot 3 mei 1998 vastgelegd. Vanaf dit moment zijn wisselkoersen hier tussen onmogelijk.

Deze voorwaarden hebben voornamelijk als doel om een stabiele monetaire (geld) omgeving te creëren, waarmee er voor alle betrokkenen zekerheid is over de waarde van de munt.

De ECB

Een van de belangrijkste instrumenten om de Euro tot een succes te maken is de oprichting van de Europese Centrale Bank en om de stabiliteit te garanderen.

Het ECB is een afkorting voor Europees Centrale Bank. De ECB neemt in Europa de grote monetaire beslissingen. Ze is onafhankelijk van de politiek. In de ECB zitten de voorzitters van de centrale banken uit de deelnemende landen en de directie van de ECB. De ECB kan, omdat ze onafhankelijk is, niet alles doen wat ze wil. Ze moet wel een paar dingen nastreven zoals; prijsstabiliteit en ze moeten het algemene economische beleid van de Europese Unie ondersteunen. Om de onafhankelijkheid van de ECB te behouden moeten alle Lidstaten hun wetgeving zo veranderen waardoor de nationale banken ook aan de bepalingen van het Verdrag van Maastricht zijn aangepast. De centrale banken blijven overigens bestaan. Ze worden opgenomen in het Europees Stelsel van Centrale Banken (ESCB) waarin ook de ECB in wordt opgenomen. Het ESCB gaat over de controle van de inflatie van de eurozone en ze gaan het monetair beleid van de eurozone voeren. De uitvoering zal trouwens door de landelijke centrale banken worden gedaan. Het ESCB zal de beslissingen maken. Voor het ECB is er het Europees Monetair Stelsel (EMI). Het werd opgericht in 1994 voor de tweede fase van de EMU. Ze gaan bijvoorbeeld over de invoering van de euro biljetten en munten. Zij coördineren ook het monetair beleid.

Ook komt er een Euroraad. Hier kunnen de ministers van Financiën van de eurolanden overleggen en hun beleid op elkaar afstemmen.

Waarom voert Nederland de euro in?

Nederland heeft er baat, bij alles wat de internationale handel bevordert.
De oprichting van de EMU en de euro zullen als alles goed gaat gunstige effecten hebben op de Nederlandse economie.
Als de Nederlandse economie groeit krijg je meer welvaart en werkgelegenheid.

Conclusie

De euro wordt een sterke munt. Het is, als de Verenigd Koninkrijk ook meedoet aan de muntunie, zelfs de grootste economie in de wereld. Nu zijn de deelnemende landen de tweede grootste economie, na de Verenigde Staten. De euro wordt een belangrijke munt in de Internationale handel omdat er een groot vertrouwen in de munt is. Het belang van de Dollar bij de Euro is trouwens klein omdat er veel meer met deelnemende landen van de eurozone zal worden gehandeld.

Voordelen:
Gezamenlijke markt, waardoor veel betere afzetmogelijkheden voor de producenten. Men heeft bijvoorbeeld meer te maken met een Europese regelgeving waaraan de producten moeten voldoen in plaats van allerlei aparte regels.

Ook het wegvallen van allerlei douane – werkzaamheden, de producten zijn gemiddeld ongeveer 4 % in kostprijs omlaag gegaan.

Geen valuta risico voor toeristen, producenten, handelaren en alle andere mensen die deelnemen aan het economisch verkeer.

Gezamenlijk landbouw beleid, hierdoor werd het voor de Europese boeren mogelijk een normaal inkomen te verwerven.

Sterkere economische positie t.o.v. VS en Japan.

Een ander belangrijk voordeel kan zijn een verdere politieke samenwerking.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

R.

R.

Het is niet DE ontstaan van de Europese Unie maar HET ontstaan van de Europese Unie.

Greetsz.

12 jaar geleden

I.

I.

ik heb tock niets aan dit @$&@*^@ werkstuk
zet alleen een werkstuk op internet als iemand er iets aan heeft

Iam secret

20 jaar geleden

L.

L.

hoi wist je dat je precies het zelfde hebt geschreven als roland was dat expres ofso ?
-leila-

20 jaar geleden