Slot Loevestein

Beoordeling 5.9
Foto van een scholier
  • Werkstuk door een scholier
  • 5e klas havo | 2889 woorden
  • 26 maart 2002
  • 68 keer beoordeeld
  • Cijfer 5.9
  • 68 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
CKV
ADVERTENTIE
De Galaxy Chromebook maakt je (school)leven makkelijker!

Met de Galaxy Chromebook Go kun je de hele dag huiswerk maken, series bingen en online shoppen zonder dat 'ie leeg raakt. Ook kan deze laptop wel tegen een stootje. Dus geen paniek als jij je drinken omstoot, want deze laptop heeft een morsbestendig toetsenbord!

Ontdek de Chromebook!
Inleiding

Voor mijn vijfde culturele activiteit ben ik op een mooie zondagmiddag naar ‘Slot Loevestein’ gegaan.

Waarom:
Ik wist nog niet zo goed wat ik voor culturele activiteit moest gaan ondernemen, maar na wat denken, heb ik besloten naar dit slot te gaan. Het was nogal lang geleden dat ik er voor het laatst was, en het grote voordeel is dat het niet zo erg ver weg is. Ik had ook mijn fototoestel meegenomen, om wat foto’s te maken.

Wat ik vooraf heb gedaan:

Het enige wat ik heb gedaan, is de kijkwijzer doorgenomen.

Welke verwachtingen had ik vooraf:
Ik had verwacht dat het daar een stoffige boel zou zijn. Heel saai. Van de laatste keer dat ik er was (±1990) vond ik er heel erg saai!

Toelichting op de kijkwijzer
Vraag 1: Wat zie je: hoe verhoudt het gebouw zich met de omgeving?
Op sommige plaatsen in het Land van Heusden en Altena, zie je het slot al van verre staan. Op sommige plaatsen, zie je het op zo’n manier, dat het net lijkt of je naar een middeleeuws plaatje kijkt. Er zijn dan geen andere gebouwen in zicht. Loevestein is dus opgenomen in de omgeving.
Vraag 2: Wat zie je: welke materialen vallen op?
Het enige bouwmateriaal dat te zien is, zijn de ‘kloostermoppen’ (een soort grote bakstenen). Geen van andere genoemde materialen zijn gebruikt.

Vraag 3: Wat zie je: wat is de grondvorm van het gebouw?
Organische vormen zijn niet te zien, dus ik denk dat ik voor de ‘blok’- vorm ga. Er zijn allemaal rechte lijnen te zien, en Loevestein is opgebouwd uit hélé grote blokken
Vraag 4: Wat zie je: hoe verhoudt zich de façade met de rest van het gebouw?
Ik vind dat de voorgevel en de rest van het gebouw één geheel vormt. De voorgevel vertoont dezelfde kenmerken als de rest van de buitenkant.
Vraag 5: Wat zie je: valt de entree van het gebouw op?
De entree van het gebouw krijgt veel nadruk. Door de ‘uitbouw’ met het bruggetje, springt deze er duidelijk uit.
Aan de andere kant, valt de entree van het kasteel helemaal niet op, omdat deze is ‘opgenomen’ in het gebouw. Op deze foto is dat duidelijk te zien.
Vraag 6: Wat zie je: wat valt op aan de constructie?
Er is volgens mij geen sprake van skeletbouw, ik vermoed
dragende muren in het kasteel.
Vraag 7: Werkwijze: waardoor heeft de architect zich laten leiden?
Ook al is de slogan ‘Less is more’ een slogan van het modernisme, dit geldt ook voor slot Loevestein. Er zitten niet veel tierelantijntjes aan het kasteel, en ook geen niet-functionele extra’s.
Vraag 8: Functie: verwijst architectuur naar gebruiksfunctie van het gebouw?
Volgens mij zien bijna alle kastelen of forten er zo uit. Als ik een gebouw zie, wat er net zo uit ziet, dan denk ik meteen: ‘hé, dat lijkt wel een kasteel!´
Vraag 9: Betekenis: welke associaties roept het gebouw op?
Het formaat van het kasteel toont status, en natuurlijk is het een soort ‘vestig’, wat op deze foto te zien is. De brug, over de gracht, met dikke muren, en een doorgang die gesloten kan worden. Dat is op deze foto te zien.

Mijn Culture Ervaring.

Mijn ervaring weergegeven:
Toen ik naar Loevestein toeliep, had ik echt het gevoel dat ik in de middeleeuwen liep. Die sfeer die daar hangt… Echt heel apart. Het kasteel heeft ook iets ‘middeleeuws’. Bij het ruiken van het eten dat daar in de ‘Keucken’ werd bereid, kreeg ik spontaan zin om daar even middeleeuws te gaan ‘schranzen’. Dat heb ik toch maar niet gedaan…

Mijn ervaring verbonden aan het kunstwerk:
Het is eigenlijk heel logisch, dat ik dat middeleeuwse gevoel kreeg. Er werd daar alles aangedaan om het zo middeleeuws mogelijk te laten lijken. De inrichting, de mensen, de rondleiding, de geur die uit de keuken kwam…

Verklaring van mijn culturele ervaring:
De verklaring van mijn ervaring is hiervoor al nader toegelicht. De conclusie, is denk ik, dat ik nogal gevoelig ben voor sfeer en stemming. Dat is ook al gebleken mijn vorige culturele ervaringen.
Het verhaal achter slot Loevestein werkt ook mee aan mijn beeld over Loevestein. Het slot vind ik geen bijzonder mooi gebouw, maar de sfeer maakt dat weer goed…

Het bezoek aan Slot Loevestein

Zondag 7 oktober heb ik slot Loevestein bezocht. Na een heftige autorit hebben we daar een parkeerplaatsje gezocht, we zijn de auto uitgestapt, en zijn naar Loevestein toe gewandeld. Ik was met een vriendin van mij, en we vroegen ons direct af waar we aan waren begonnen. Op het wandelpad richting Loevestein kwamen we alleen maar 65+ers tegen, en papa’s en mama’s met krijsende peuters tegen. Ondanks de 65+ers en de krijsende peuters hebben we onze wandeling toch maar voortgezet. Na ongeveer 10 minuten lopen, zagen we een soort gracht, met daarover een bruggetje. Dat bruggetje kwam uit in een gezellig straatje, met allemaal oude huisjes. Dat straatje ademde nog een echte middeleeuwse sfeer uit. Nadat we daar even rond hadden gelopen, besloten we een rondleiding te gaan doen, in het kasteel. Nadat we een kaartje hadden gekocht, werden we rondgeleid door het Slot. Dat was ook erg leuk. Ook dat ademde een middeleeuwse sfeer uit. Fascinerend om te kijken hoe die mensen daar toen leefden. Ook heb ik geleerd dat verscheidene (spreek)woorden uit de tijd stammen. Zoals bijvoorbeeld: ‘het heen en weer krijgen’ en ‘klootjes volk’. Na de rondleiding hebben we nog wat gedronken op een terrasje, en keken we terug op een gezellige middag.

Extra informatie:

Rond 1368 liet ridder Dirc Loef van Horne een kasteel bouwen op een strategische plaats in het hart van Nederland, daar waar Maas en Waal samenkomen: Slot Loevestein, het stenen huis van Loef. Door de eeuwen heen veranderde het Slot regelmatig van vorm. In de 17de eeuw is het uitgebreid tot een complete vesting met aarden wallen, twee slotgrachten, arsenaal, commandantswoning en soldatenhuisjes: het kasteel werd staatsgevangenis voor politieke gevangenen. De ontsnapping van Hugo de Groot uit Loevestein in een boekenkist heeft het Slot (inter)nationaal bekend gemaakt. In de Napoleontische tijd maakte Slot Loevestein als militair fort deel uit van de Nieuwe Hollandse Waterlinie.
In 1575 werd door Willem van Oranje opdracht gegeven voor de versterking van Slot Loevestein. Rondom het kasteel werden vestingwallen aangelegd en een buitengracht gegraven. Binnen de vestingwallen werden soldaten gelegerd, aanvankelijk in houten barakken, die later werden vervangen door stenen huisjes.
Het kasteel stond kaal en leeg midden in de vesting. Men vond het daarom een geschikte gevangenis. Vrijwel alle kamers werden als cel gebruikt en de grote zaal op de tweede verdieping, de Staatsgevangenis, werd met houten scheidingswanden verdeeld. De gevangenen waren staatsgevangenen van de Republiek der Verenigde Nederlanden. Naast politieke gevangenen, stads- of landsbestuurders, predikanten en geleerden die vanwege hun geloof of politieke ideeën gevangen genomen waren, zaten er ook vaak krijgsgevangenen. Een van die gevangenen was Hugo de Groot of Grotius. Hij maakte Slot Loevestein beroemd.

De verschillende ruimtes in het kasteel:

De riddercamer
In de Middeleeuwen vonden hier allerlei administratieve handelingen plaats;rekeningen opstellen, correspondentie afhandelen, binnengekomen goederen controleren en de voorraad bijhouden, het was allemaal de taak van de tollenaar die hier zijn werkplek had. Niet voor niets wordt de Riddercamer ook wel 'schrijfkamer' genoemd. De tollenaar was er natuurlijk ook bij als er een schip werd aangehouden om tol te betalen. Hij moest immers de boekhouding bijhouden. In het verlengde van deze functie werd de Riddercamer ook gebruikt voor de opslag van perkamentrollen en geld; men bewaarde dit in kisten. Daarnaast was er in de ruimte nog een beperkte wapenopslag; zwaarden, messen, bogen en harnassen werden hier ook in kisten bewaard.

De Grote Camer
De Grote Camer of Kemenade was in de Middeleeuwen de woonkamer van het kasteel. Tijdens de koude wintermaanden werd hier de open haard permanent gestookt; de overige ruimten werden alleen bij gelegenheid verwarmd. Voor de haard staat de heen-en-weerbank. Deze bank heeft een leuning, die heen en weer geklapt kan worden. Zo kon men kiezen of men met de rug naar het vuur toe wilde zitten of juist andersom. Werd de ene kant te warm, dan werd de leuning omgeklapt om de andere kant te verwarmen. De uitdrukking 'het heen en weer krijgen' komt hier vandaan. Boven de schouw is een muurschildering uit 1492/1494 te zien met links het wapen van Albrecht van Saksen Meissen en rechts het wapen van Philips de Schone, zoon van keizer Maximiliaan van Oostenrijk en Hertog van Bourgondië. Zowel de kleuren rood-wit-rood van Oostenrijk als de Franse lelie komen in het wapen voor. Het dagelijks leven is in deze 'Camer' nog steeds te zien.

De Waaltoren
Wanneer je met het gezicht naar het kasteel toe staat, zie je aan de rechterkant de Riddertoren, ook wel Waaltoren of Wachttoren genoemd. Dit is de oudste toren, die oorspronkelijk veel lager was en kantelen had: hierop werd de wacht gehouden. De oorspronkelijke vorm van de toren is nog steeds te zien aan de roodbruin geschilderde voegen. De linkertoren heet Keuckentoren of Maastoren. Hoewel het kasteel door de eeuwen heen nagenoeg hetzelfde is gebleven, is aan de gevel goed te zien dat de deur- en raamopeningen vaak veranderd zijn.
Vanuit de Riddertoren heeft u een prachtig uitzicht over het Munnikenland. Ook is goed te zien dat Loevestein tussen de twee rivieren Maas en Waal in ligt. Zeshonderd jaar geleden had deze ligging nog grote voordelen: Dirc Loef van Horne ging tol heffen op passerende schepen en de rivieren beschermden het kasteel tegen aanvallen vanuit Woudrichem of Gorcum.
Door de eeuwen heen hebben de rivieren echter ook voor veel overlast gezorgd. Bij hoogwater kwam er altijd van twee kanten water de polder in. Zo gebeurde het nogal eens dat het Slot rondom in het water kwam te liggen. Daarbij bevroor soms de watervlakte in de winter, wat altijd schade toebracht aan bruggen en gebouwen. Het duurde minimaal zes weken voordat het water weer gezakt was en al die tijd was men van de buitenwereld afgesloten. Deze jaarlijks terugkerende dreiging is wellicht ook een reden geweest waarom rijke adellijke families er nooit voor hebben gevoeld om dit kasteel te bewonen. Ook nu nog 'stroomt de
polder regelmatig in, omdat het Munnikenland slechts wordt beschermd door zomerkades.

De Zolder
De monumentale kapconstructie van de zolder ziet er nog vrijwel hetzelfde uit als in de 14e eeuw. Houten balken zitten met houten pennen, toognagels, in elkaar vast. De Houten balken zijn geen van alle echt 600 jaar oud. Door de eeuwen heen wisselden perioden van verwaarlozing en actieve restauratie elkaar af. Werklieden schreven nog wel eens een jaartal op het hout, zoals de heer van Loon in 1879.
Het grote rad in het midden van de zolder diende als hijswerktuig. Zowel in de houten vloer van de zolder als in de vloer daaronder zat een gat; het touw aan de as kon men daardoor tot onder in het kasteel laten zakken. Beneden bond men er zakken voorraad aan, die zo naar boven werden gehesen. Dit principe werkt bijzonder gemakkelijk; een lading van ongeveer honderd kilo kan al door iemand met een gewicht van vijfentwintig kilo omhoog getrokken worden.

De.Keucken
De keuken kenmerkt zich door een enorme schoorsteen over de hele lengte van de (Keucken)toren; wanneer men er onder gaat staan kan men helemaal naar boven kijken. Aan beide kanten van de schoorsteen bevinden zich rookhokken, waar de voorraad gerookte vis en vlees voor de winter in werd gehangen. Om erbij te kunnen komen, klom men aan de voorkant van de houten schouw op een ladder omhoog. De grote schouw moest zo veel mogelijk rook tegenhouden en werkte als een soort afzuigkap. Door de zeer goede trek in de schoorsteen wordt hier de rook aan de binnenkant van de schouw terug de schoorsteen in gezogen. Soms ging het mis; bij storm bliezen 'valwinden' de rook soms door de schoorsteen onder de kap door terug de keuken in. Dan werd het luik boven in de muur opengegooid. Hierachter zat een gat dat op de binnenplaats aan de beschutte kant van het kasteel uitkwam. Zo kon het niet hard naar binnen waaien of regenen, maar ging het wel tochten in de keuken, waardoor de rook weer kon wegtrekken.
Over de waterput in de hoek is blijkbaar ook goed nagedacht bij de bouw van het kasteel. De put zit binnen in de muren en was dus voor de vijand van buitenaf onbereikbaar. Het water komt heel diep uit de grond; het is een echte welput. Zo had men altijd schoon water in het kasteel, wat in die tijd een hele vooruitgang was.

De kelder
In de Middeleeuwen en de periode erna zagen de kelderruimtes er anders uit dan nu het geval is. Een 19e eeuwse renovatie heeft ervoor gezorgd dat er niets meer zichtbaar is van de oude situatie. De middeleeuwse kelder bestond uit een aantal langgerekte ruimtes, voorzien van een tongewelf (een gebogen plafond). Deze ruimtes werden gebruikt voor de opslag van allerlei goederen. De zogenoemde 'koude en natte waar' werden op deze koele plek bewaard, zoals (gezouten) vlees, zuurkool en appels. Behalve opslag had de kelder ook andere functies, zoals bakkelder (om brood te bakken), rosmolen (een graanmolen, aangedreven door een paard), bottelarij en... een gevangenencel.

In 1575 werd door Willem van Oranje opdracht gegeven voor de versterking van Slot Loevestein. Rondom het kasteel werden vestingwallen aangelegd en een buitengracht gegraven. Binnen de vestingwallen werden soldaten gelegerd, aanvankelijk in houten barakken, die later werden vervangen door stenen huisjes.
Het kasteel stond kaal en leeg midden in de vesting. Men vond het daarom een geschikte gevangenis. Vrijwel alle kamers werden als cel gebruikt en de grote zaal op de tweede verdieping, de Staatsgevangenis, werd met houten scheidingswanden verdeeld. De gevangenen waren staatsgevangenen van de Republiek der Verenigde Nederlanden. Naast politieke gevangenen, stads- of landsbestuurders, predikanten en geleerden die vanwege hun geloof of politieke ideeën gevangen genomen waren, zaten er ook vaak krijgsgevangenen. Een van die gevangenen was Hugo de Groot of Grotius. Hij maakte Slot Loevestein beroemd.

Hugo de Groot
Hugo de Groot werd in 1583 in Delft geboren. Al snel verbaasde hij iedereen met zijn intelligentie en kennis; hij werd op 11-jarige leeftijd toegelaten tot de Universiteit van Leiden om rechten te studeren. Op 16-jarige leeftijd behaalde hij zijn doctorstitel aan de Universiteit van Nantes in Frankrijk. Hij wordt beschouwd als één van de grondleggers van het Volkenrecht, het Internationaal Recht. Tot zijn beroemdste werken behoren "Mare Liberum", over het recht van de vrije zee, en "De Iuri Belli ac Pacis", over het recht van oorlog en vrede.
Tijdens het Twaalfjarig Bestand (1609-1621) in de Tachtigjarige Oorlog ontstond er een steeds hoger oplopend religieus geschil tussen de Remonstranten, aanhangers van de Leidse professor Arminius, en de Contra-Remonstranten, aanhangers van de Leidse professor Gomarus. De eerste werd ook wel 'rekkelijk' genoemd en de tweede 'precies'. Er braken ernstige rellen uit tussen beide partijen. Onder druk van een situatie, die weldra niet meer hanteerbaar zou zijn, werden aan Prins Maurits en zijn leger grote bevoegdheden toegekend om de orde te handhaven. Deze schaarde zich achter het standpunt van de Contra-Remonstranten. Er werd besloten een kerkvergadering te beleggen. Tijdens de Synode van Dordrecht in 1618 werd bepaald dat het rekkelijke standpunt verwerpelijk was en dus verboden zou worden. De leden van de Staten van Holland die remonstrants waren werden onmiddellijk daarop gevangen genomen. Dit waren Johan van Oldenbarnevelt, de landsadvocaat, Hugo de Groot, pensionaris van Rotterdam, Rombout Hoogerbeets, pensionaris van Leiden en Gilles van Ledenberg, secretaris van Utrecht.
Na een half jaar voorarrest op het Binnenhof in Den Haag werden de vonnissen geveld: Van Oldenbarnevelt kreeg de doodstraf en werd in juni 1619 in Den Haag onthoofd; De Groot en Hoogerbeets werden tot levenslange gevangenisstraf veroordeeld en naar Slot Loevestein over-gebracht. Dit lot zou ook Van Ledenberg treffen, ware het niet dat hij zichzelf al van het leven had beroofd.
De Leidse professor Erpenius stuurde Hugo de Groot regelmatig een grote kist met boeken via zijn zuster, mevrouw Daetselaar in Gorcum. Bij aankomst en terugzending van de kist werd deze op het kasteel door bewakers gecontroleerd. Er mochten alléén boeken in zitten. Omdat er door de bewakers nooit iets verdachts gevonden werd, verslapte mettertijd de controle, met name op dagen dat de commandant afwezig was. Maria van Reigersberg, de vrouw van Hugo de Groot, en hun dienstmeisje Elsje van Houweningen deelden vrijwillig de gevangenschap van Hugo de Groot. Maar zij waren geen veroordeelden en kregen daarom iets meer bewegingsvrijheid. Af en toe mochten zij naar de markt in Woudrichem of Gorcum gaan. De verslapte controle was hen niet ontgaan en zij maakten hiervan gebruik bij het beramen van een ontsnappingsplan.
Op 21 maart 1622 vluchtte Hugo de Groot in de boekenkist uit zijn gevangenis. Hij vermomde zich bij de familie Daetselaar in Gorcum als metselaar en werd de stad uit geholpen. Na 24 dagen kwam hij in Parijs aan en richtte hij, gesteund door de koning van Frankrijk, een verzoek aan de Staten van Holland om zijn vrouw en kinderen ook naar Frankrijk te laten vertrekken. Dit verzoek werd ingewilligd op voorwaarde dat De Groot nooit meer in Nederland zou terugkomen.
In 1634 werd Hugo de Groot benoemd tot ambassadeur voor de koningin van Zweden in Frankrijk. In 1645 bracht hij een bezoek aan Zweden. Het schip leed op de terugreis schipbreuk; Hugo zou deze ramp niet overleven. Hij overleed te Rostock en ligt nu begraven in de Grote
kerk in Delft.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.