Alleen vmbo'ers gezocht! Waar denk jij aan bij duurzaamheid? Vul de vragenlijst in en maak kans op een Bol.com bon van 15 euro

Meedoen

Roodwangsierschildpad

Beoordeling 7.2
Foto van een scholier
  • Werkstuk door een scholier
  • 2e klas vwo | 2005 woorden
  • 20 mei 2002
  • 72 keer beoordeeld
  • Cijfer 7.2
  • 72 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
De roodwangsier schildpad

Inleiding
Naamgeving

De wetenschappelijke naam van de roodwangsierschildpad is sinds 1989 Trachemys scripta elegans. In sommige boeken worden de oude namen nog gebruikt: Pseudemys scripta elegans en Chrysemys scripta elegans

De roodwangsierschildpad
De roodwangsierchildpad is (zoals zijn naam dus al aan doet) een schildpad. Het is een reptiel. Dit kun je aan verschillende kenmerken zien: ten eerste is de sierschildpad een gewerveld dier ten tweede zijn ze koudbloedig en hebben de omgeving temperatuur dus nodig om hun lichaamstemperatuur te regelen. Nog een kenmerk is, dat hij eieren legt en dit doen de meeste reptielen. Ook een goede rede is dat hij een geschubde huid heeft (dit voelt een beetje ruw aan) dit voorkomt dat hij uitdroogt als ze zich in de zon laten opwarmen. Bij veel reptielen en dus ook bij de roodwangsierschildpad is het geval dat de jongen gelijk nadat ze geboren zijn zelfstandig opgroeien (zonder ouders). Qua uiterlijk hebben de roodwangsierschilpadden net zo als andere reptielen veel weg van de dinosaurussen die miljoenen jaren geleden leefden.
Wat voor soort schildpad is het en waar leeft hij?

De roodwangsierschild is een waterschildpad, de roodwangsierschildpad komt oorspronkelijk uit het oosten en zuid-oosten van de Verenigde Staten van Amerika. Het dier wordt in de vrije natuur aangetroffen in verschillende leefmilieus (biotopen). Zo vind je ze in niet snel stromend water (beken, rivieren en moerassen) maar ook in grote meren met een zachte bodem.
Zie figuur rechts, hier zie je waar hij oorspronkelijk voor komt en waar hij gesignaleerd is (states in natieve range en states with nonative records).

Hier boven zie je de waargenomen Roodwangsierschildpadden in Nederland.
Uit een onderzoek van 1996 tot 1 september 1997.

Hierboven zie je de conclusie van het onderzoek: waar de schildpadden voorkomen die uit een onderzoek komt van 1996 tot 1 september 1997.


Overdag liggen ze vaak te zonnen op de kant om 's nachts het water weer in te duiken. De winterperiode brengen ze in winterslaap door op de waterbodem. In het voorjaar, als de temperatuur hoger wordt komen ze weer tevoorschijn.
In het gebied waar de schildpadden leven valt jaarlijks 1000-1500 mm neerslag per jaar. Er komen veel prairies voor (lange gras velden) en moerasgebieden.

Het voedsel

De roodwangsierschildpad is een omnivoor ze lussen zowel groenvoer als vlees.

Maar als ze klein zijn ze overwegend carnivoor.
Ze hebben geen knobbelkiezen, maar tandenloze kaken met scherp gerande hoornschede. Het voedsel wordt alleen in het water opgegeten. Wanneer een roodwang op het land eten heeft bemachtigd, dan loopt hij ermee het water in om het op te eten. Bij schildpadden zit de tong namelijk vast aan de onderkant van hun mond waardoor ze niet kunnen slikken.
In het wild eten de roodwangsierschildpadden onder andere:

- (water-)planten zoals eendekroos, waterlelie, Bahamagras, etc.;
- algen;
- tal van insecten en diens larven zoals de eendagsvliegen, sprinkhanen, spinnen etc.;
- kikkers en padden als ook de larven daarvan;
- vissen;
- garnalen;
- schelpdieren en slakken.

In gevangenschap eten ze:
Jongedieren
Aan jonge dieren (tot ongeveer acht maanden) wordt klein voedsel gegeven, zoals muggenlarven, tubifex, watervlooien en kleine regenwormen. Ook wordt er kleingesneden runderhart (te koop in dierenwinkels of bij de slager)gegeven dat is bepoederd (met een kalkpreparaat is goed). Jonge dieren groeien ontzettend snel. Daarom wordt er ook vaak kalk- en vitaminepreparaat geven, zodat hun botten en het schild goed kunnen groeien. Een goed preparaat is Gistcel (te koop in elke dierenwinkel). Andere preparaten zijn Carmix en Sporavit, maar deze zijn moeilijker te verkrijgen. Leden van de Nederlandse Schildpadden Vereniging (NSV) kunnen deze twee preparaten makkelijk kopen bij de vereniging. Er wordt preparaten gestrooid over het voer en men voert telkens een klein beetje aan de schildpadden.
Oudere dieren
Als de dieren ouder worden krijgen ze meer behoefte aan groenvoer zoals sla, andijvie, witlof, taugé, koolsoorten en fruit zoals stukjes appel, peer, aardbei en meloen. Verder moet er zo afwisselend mogelijk dierlijk voedsel gegeven worden zoals kattenvoer (geen hondenvoer, dit is te vet), runderhart, vis. De busjes met gedroogd voer die in elke dierenwinkel te koop zijn, zijn niet slecht. Het wordt alleen niet als basisvoedsel gebruikt. Omdat er te weinig vitamine in zitten.
De lengte van het darmkanaal van de roodwangsierschildpad is middellang. Dit weet je doordat de roodwangsierschildpad een omnivoor is (alleseter). Een alleseter zit tussen een planteneter en een vleeseter in. Een planteneter en een alleseter hebben een langer darmkanaal doordat ze de cellulose (dat zit in de celwanden van plantaardig voedsel) moeten verteren, het verteren lukt goed als de stof lang genoeg in het verteringsstelsel blijft.
Voedselketens.
Roodwangsierschildpad – sprinkhaan – sla (teelt)
Reigers – roodwangschildpad – kikker

De invloed van de mens.

De roodwangsierschildpad werd in zijn welzijn bedreigd, maar vanaf 1997 mogen de dierenhandelaren alleen nog maar de bestaande voorraden roodwangschildpadjes van de hand doen. Rechts zie je de toestand van het importeren voor 1997.
Toch is er nog steeds een smokkel in roodwangsierschildpadden die deels in het Oostelijke deel van de Verenigde Staten en Mexico worden gevangen en van daaruit gesmokkeld worden naar ander landen. De schildpadjes die in Nederland te koop aangeboden worden, zijn voor een groot deel speciaal hiervoor gekweekt in halfwilde omstandigheden. Het uitbroeden van de eieren gebeurt in speciale schildpaddenboerderijen in grote broedbedden. De eieren liggen in het zand en er is alleen een zonnetje nodig om ze uit te broeden. Zodra ze uit het ei gekomen zijn gaan de jongen met miljoenen tegelijk, elk jaar opnieuw, vanuit hun geboorteplaats (onder andere Louisiana), op transport naar Europa, waar ze uiteindelijk in de winkel komen. Een treurig feit is dat 99% van de schildpadjes op weg naar de winkel, of de eerste winter bij hun nieuwe baasje, doodgaat. Van de overgebleven 1% komen de meeste terecht in een te klein plastic bakje met een plastic palmboompje en krijgen zij alleen gedroogde insecten te eten uit busjes die in de dierenwinkel te koop zijn. Het import verbod heeft in Nederland deels geholpen voor de roodwangsierschildpadden maar de dierenhandelaars richten zich nu ook op andere soorten die buiten de wet vallen (dit was voorspelbaar).
Het beste wat de mens zou kunnen doen is een verbot leggen op de Import van de roodwangsierschildpadjes over de hele wereld en daarnaast een strenger toezicht houden op de smokkel.
Het leefmilieu van de roodwangsierschildpad wordt niet meer aangetast door de mens en als je het vergelijkt met de jaren voor het invoerverbod kun je vaststellen dat het leefmilieu van de roodwang sierschildpad vergroot is.
Deze soorten schildpadden worden niet door de mensen gegeten, wat (zoals bekend) bij sommige schildpadden wel het geval is.

Geslachtsonderscheid (wat is het verschil tussen mannetjes en vrouwtjes?)

Mannetjes zijn gemakkelijk van vrouwtjes te onderscheiden door hun erg lange nagels aan de voorpoten. Bij vrouwtjes zijn de nagels van de voorpoten bijna even lang als die van de achterpoten. De lange nagels hebben de mannetjes nodig om indruk te maken bij de vrouwtjes als ze willen paren. Mannetjes hebben ook een veel langere en dikkere staart dan vrouwtjes. Verder hebben mannetjes een hol buikschild (plastron) terwijl de vrouwtjes een plat buikschild hebben. Hieronder zie je twee foto's van een mannetje.

Het rugschild wordt trouwens ook wel carapax genoemd. Als de schildpadden volwassen zijn, zijn de mannetjes kleiner dan de vrouwtjes. De mooie tekening op het schild van de jonge dieren verandert in egaal bruin naarmate ze ouder worden. De helderrode wangvlekken blijven. Bij jonge schildpadden is er dus sprake van een gekleurde carapax.

In het voorjaar is het tijd voor voortplantingsactiviteiten. De voortplanting van de roodwangsierschild is gebonden aan seizoenen. De Mannetjes zijn geslachts rijp als ze ongeveer 9 à 10 cm lang zijn en de vrouwtjes bij een lengte van 17,4 tot 19,3. Een lengte die ze bereiken als ze 3 of 4 jaar zijn. Het legseizoen (mei, juni, juli) kunnen ze drie keer leggen waarvan gemiddeld 8,8 (9) eieren per keer. Afhankelijk van de temperatuur komen de eieren in hun natuurlijke verspreidingsgebied na 65 á 75 dagen uit.
De mannetjes proberen indruk te maken door met hun voorpoten, die erg lange nagels hebben, waaierende bewegingen te maken voor de neus van het vrouwtje. Als een vrouwtje bevrucht is door een mannetje dan graaft ze een aantal weken later een kuiltje in het warme zand om daar eieren in te leggen. Een goede moeder is ze niet, want als het nest eenmaal dicht is kijkt ze er niet meer naar om. De zon zorgt ervoor dat er na twee à drie maanden kleine schildpadjes uit de eieren komen, die zichzelf uit het nest moeten graven. Als de schildpadjes eenmaal levend en wel uit het zand komen is het nog een hele klus om te overleven, ze moeten eerst een gevaarlijke oversteek maken van het land naar de zee waardoor ze door allerlei dieren kunnen worden aan gevallen, ook in zee hebben ze zo hun vijanden zoals haaien daarom blijft er uiteindelijk een kleinere groep over.

Zintuigen en waarnemingen


De roodwangsierschildpad is doof.
Maar een heel goede zintuig van hem is (wat een beetje zijn doofheid vervangt)
“Voelen”, hij voelt wanneer iemand er aankomt door de trillingen. En ook ruiken is heel belangrijk “de neus”, het dier ruikt of het voedsel goed is, daarbij behoren ook de smaakpupillen “proeven”.

Het grootste deel van de roodwangsierschildpadden leeft in gevangenschap.
Er zijn geen cijfers bekend over hoeveel schildpadden in het wild leven.
Naar schatting zou ik het toch houden op enkelen 10 miljoenen want het gaat niet zo slecht meer met de roodwangsierschildpadden ze worden apart gekweekt voor de import en dus worden de (meeste) schildpadden in het wild met rust gelaten.
Huisvesting
Behuizing
Binnenshuis
Water- of moerasschildpadden hebben water èn land nodig. Ze moeten goed kunnen zwemmen en zich goed kunnen wenden en keren zonder de bodem of wanden te raken. De leuke kleine schildpadjes worden uiteindelijk dieren van twintig tot vijfentwintig centimeter. Sommige mensen zeggen dat de schildpadden klein blijven als je ze maar in een klein bakje houdt; dat is niet waar! Een gezonde schildpad zal groot worden. Een volwassen mannetje en vrouwtje hebben een verblijf nodig van minimaal 120 x 40 centimeter (l x b) met een waterhoogte van vijfentwintig centimeter.

Buitenshuis

• Roodwangen worden ook nog wel eens aangeboden voor een buitenvijver. De Amerikaanse roodwangen horen niet in Europa thuis. Het is beter om ze binnen in een aquarium te houden zoals.
Een winterslaap zullen ze in huis niet snel houden, maar als de temperatuur buiten lager wordt, dan gaan ze op zoek naar een slaapplaats op de bodem. Helaas zijn de meeste vijvers van voorgevormd kunststof of folie gemaakt en daarom niet geschikt voor een winterslaap. Het beste kan je de schildpadden in de herfst vangen en in huis laten overwinteren. Een winterslaap is een moeilijke periode voor een roodwang. Als alles niet perfect is zal de schildpad dood gaan. Alleen in diepe natuurlijke vijvers zullen volwassen en gezonde schildpadden een kans hebben om de winter te overleven.

In de dierentuin

In de dierentuin tref je de roodwangsierschildpadden aan in de vlindertuin, waar het lekker warm is en alles aanwezig is: een vochtige bodem water en land enz. Maar het hok van de dieren heeft een beperkte grootte en dat blijft een verschil tussen het “in het wild leven” en “in de dierentuin leven”. In de dierentuin is het hok ongeveer 4 bij 2 meter en heeft dus een oppervlakte van 8 vierkante meter.
Er zijn ongeveer 7 dieren aanwezig die wij konden tellen. Waarvan 3 jongen en 2 mannetjes en 2 vrouwtjes. Elk dier heeft dus nagenoeg 1 vierkante meter tot zijn of haar beschikking. Het (kleine) leefmilieu (in de dierentuin) waar de dieren leven heeft een aantal termen tot zijn beschikking, dat wil zeggen dat het zoetwater bevat, een rotsachtig landschap heeft en erg bebost is er groeien allemaal exotische planten en er zijn veel takken die plotseling in het water opduiken hierop kan het dier even uitrusten. Het klimaat is 23 a 25 graden en de watertemperatuur ligt tussen de 18 en 23 graden. Dit alles komt erg overheen met de omgeving waar het dier oorspronkelijk voor komt, het verschil alleen hier is, dat men moeilijk een moeras na kan maken en dus is dat niet aanwezig, maar dit is niet erg want de dieren komen in verschillenden omstandigheden voor: meren, beken en dus ook moerassen.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.