Alleen vmbo'ers gezocht! Waar denk jij aan bij duurzaamheid? Vul de vragenlijst in en maak kans op een Bol.com bon van 15 euro

Meedoen

Organen

Beoordeling 5.5
Foto van een scholier
  • Werkstuk door een scholier
  • 1e klas vmbo | 1085 woorden
  • 31 juli 2001
  • 176 keer beoordeeld
  • Cijfer 5.5
  • 176 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
De organen
Een orgaan heeft meerdere cellen ook wel genoemd (meercellig organisme) dat een bepaalde levensfunctie uitvoert, bijv. het hart, dat het bloed rond pompt door het lichaam. Meestal vormt een orgaan een van zijn omgeving goed afgegrensd geheel en heeft het een specifieke vorm. Enkele organen (bijv. lymfklieren bij de mens) worden in een groot aantal op allerlei plaatsen in het lichaam gevonden. Dit noemen we ook wel een orgaansysteem.

Het Hart
Het hart is een orgaan dat het bloed door de bloedvaten  pompt.

Bij lagere dieren is het hart een vrij eenvoudig orgaan, of totaal weg. Bij de vogels en zoogdieren met hun hoge spijsvertering zijn de linker- en de rechterhelft van het hart totaal gescheiden, zodat het uit de longen komende zuurstofrijke bloed (dus bloed met zuurstof vermengt) zich niet met het zuurstofarme bloed (waar de zuurstof al uit is) uit het lichaam kan vermengen.

Bij de mens is het hart net zo groot als een vuist en het licht achter het borstbeen, boven het middenrif dat is een koepelvormige spier. Het bestaat uit een spierlaag (myocard) en een binnenste bekleding (endocard). Het is door een overlangs tussenschot volkomen gescheiden in een linker- en een rechterhelft, die elk door een dwars tussenschot verdeeld worden in een opvanggedeelte: de boezem en een persgedeelte: de kamer. De rechterhelft pompt zuurstofarm bloed uit het lichaam door de longen naar de linkerhelft (kleine bloedsomloop); de linkerhelft stuwt zuurstofrijk bloed door het lichaam.

De hartspier bestaat uit onwillekeurig, dwarsgestreept spierweefsel. De impuls tot samentrekking ontstaat in het hart zelf, namelijk in de sinusknoop. De sinusknoop bestaat uit cellen die een eigen contractieritme tonen. Van de knoop uit worden de prikkels via speciale hartspiervezels naar beide boezemwanden en naar de atrioventriculaire knoop geleid.

Deze zet zich voort in de bundel van His, zich splitsend in een rechter- en linkerbundeltak, die beide naar de hartpunt lopen.

Tijdens de rustfase van het hart (diastole) wordt het hart met bloed gevuld, waarna samentrekking (systole) volgt. Als gevolg van een prikkel die spontaan in de sinusknoop ontstaat, trekken eerst beide boezems samen. Na deze boezemcontractie, die ca. 0,1 seconde duurt, sluiten de atrioventriculaire kleppen en openen de aorta- en pulmonaalkleppen zich. Tegelijkertijd trekken de kamers zich samen en wordt het bloed in de aorta en longslagader gepompt.


[plaatje0]

De longen
Een long is een orgaan waarin de uitwisseling van ademgassen tussen bloed en lucht plaatsvindt. Het is als het ware een inwendige oppervlaktevergroting van het lichaam, waar het bloed in haarvaten (haarvaten zijn hele dunne bloedvaten) met lucht in aanraking kan komen, zodat de uitwisseling van ademgassen tussen bloed en lucht kan plaatsvinden.

Bij de zoogdieren liggen de longen in de borstholte; zij bestaan uit ontelbaar vele vertakkingen van de bronchiën, die eindigen in een holle 'druiventros' met zeer dunwandige longblaasjes als 'druiven'. Doordat de longen vele elastische vezels bevatten, trachten zij zich samen te trekken, waardoor in de borstholte een onderdruk ontstaat, die de longen ook bij de diepste uitademing openhoudt.

De longen hebben bij de mens ca. 2 miljoen longblaasjes (diameter ca. 0, 2 mm), met een totale oppervlakte van ca. 200 m2. De rechterlong heeft drie kwabben, de linker twee. De long is aan de buitenzijde bekleed met het longvlies, een deel van het borstvlies. Doordat het borstvlies luchtdicht en glad is en in de pleuraholte een zeer dun laagje vocht bevat, kunnen de longen gemakkelijk ten opzichte van de borstwand verschuiven.

[plaatje1]

Ogen
Een oog is een orgaan dat licht, lichtverandering of lichtverschillen kan her kennen, voorkomend in een grote verscheidenheid van typen bij zowel ongewervelde als gewervelde dieren.

De opname van licht vindt plaats door een recessie, voorzien van een lichtabsorberend materiaal, een fotopigment; bij meer gecompliceerde ogen is hiervoor een gespecialiseerd deel: het netvlies. De lichtgevoeligheid wordt vaak vergroot door een lens. Als de lichtenergie door het pigment is opgevangen, komen chemische reacties op gang, die de op het orgaan aansluitende zenuw tot impulsen aanzetten. Deze impulsen bereiken de hersenen en worden daar verwerkt tot bewustwording.

[plaatje2]

OGEN BIJ DIEREN
Bij vele eencelligen wordt de lichtrichting waargenomen met een lichtgevoelig organel, dat aan één kant is afgeschermd door een pigmentbevattend organel, de oogvlek. Hoger ontwikkeld is de ocel een vlekje in de opperhuid van pigment- en zenuwcellen. Bij het pigmentbekeroog ligt over de zintuigcellen een kapje van pigment. Bekerogen (van o.m. diverse slakken) bestaan uit een meer of minder open ooggroeve in de huid met een netvlies in de wand, veelal bedekt door een laagje gelei, dat soms tot lens geworden is. Bij tweekieuwige inktvissen vormt de huid bovendien een iris en een hoornvlies. Bij geleedpotigen (o.a. insecten) komen bolvormige facetogen (= samengestelde ogen) voor, opgebouwd uit een groot aantal, op zich als oog te beschouwen ommatidia, die elk een stukje van de omgeving waarnemen. Het best werkende oog is dat van de gewervelde dieren.

OGEN BIJ DE MENS
Het menselijk oog bestaat uit een vrijwel ronde oogbol (in een oogkas), met als hulporganen o.a. twee oogleden, een traanklier en zes oogspieren. De oogbol heeft drie lagen, van buiten naar binnen:

De harde oogrok (sclera; het 'wit'), van bindweefsel; het deel vóór de lens is doorzichtig en heet hoornvlies (cornea).

Het vaatvlies (chorioidea),  dat vele bloedvaten en een zwart pigment bevat; het gaat aan de voorzijde over in het regenboogvlies (iris),  met een ronde uitsparing (pupil),  waardoor het licht het oog verder kan binnendringen, en met spiertjes (pupilvernauwer en -verwijder).

Het netvlies (retina) met de prikkelopnemende zintuigcellen (staafjes en kegeltjes). Een voorwerp in de ruimte wordt omgekeerd en verkleind op de retina afgebeeld door een lenzensysteem, gevormd door hoornvlies en lens. Scherpstellen geschiedt reflectorisch door platter of boller maken van de lens (accommodatie) met behulp van in het oog aanwezige gladde spiertjes. De oogbol is verder gevuld met vloeistoffen, nl. in de oogkamers voor en naast de lens en in de grootste ruimte van de oogbol; het glasachtig lichaam, een geleiachtige substantie. Zie ook oogaandoeningen.

Het oor
Het menselijke gehoororgaan, het geheel van geluidopvangende, -geleidende en -waarnemende structuren. Van de oorschelp loopt de uitwendige gehoorgang naar het trommelvlies, dat het middenoor afsluit. In het middenoor liggen aaneensluitend de drie gehoorbeentjes (hamer, aambeeld, stijgbeugel), die de geluidstrillingen van het trommelvlies overbrengen op het binnenoor. Het binnenoor bevat o.a. het geluidwaarnemende deel: het slakkenhuis en zintuigcellen met trilharen. Deze cellen zijn met zenuwvezels verbonden aan de gehoorzenuw die impulsen naar de hersenen vervoert. Het binnenoor bevat voorts de structuren van het evenwichtsorgaan.

[plaatje3]

Het slot
Wij vonden het een heel boeiend onderwerp. En we hebben ook veel geleerd.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

E.

E.

je darmen en nieren zijn ook organen enz.... zouden jullie daar ook info op jullie site willen neer zetten?
(p.s voor 14-4-06)

16 jaar geleden

M.

M.

Hey Mooi Werkstuk....ik hoop dat ik een goed cijfer haal later$$$--->Marvin<---

19 jaar geleden

S.

S.

wat heb jij een mooi werkstuk gemaakt

17 jaar geleden