Lesuitval, een mondkapjesplicht, onzekerheid over de eindexamens... Wij zijn benieuwd hoe jij met de coronacrisis omgaat en wat jij vindt van de maatregelen. Doe mee met ons corona-onderzoek! 😷🦠🏫 We zoeken nog extra jongens!

Doe mee


ADVERTENTIE
Open Dag = online ontdekken en ontmoeten

Bezoek onze Online Open Dag dit jaar vanaf je bank! Ontdek bijzondere verhalen van onze studenten en docenten. Stel je vragen. Én luister naar onze gezellige radioshow! Klaar voor een toekomst als student in het hbo? 

Meld je dan nu aan!

Zie bijlage voor het volledige werkstuk inclusief plaatjes.

Waarom drijft een eend en heeft een slang het nooit koud?

Inleiding
Een pinguïn, een kikker en een hond. Drie dieren die ik met elkaar ga vergelijken. Eerst maak ik een verslag over elk dier, en daarna schrijf ik daar een conclusie over.
Vogels

Vogels hebben bijzondere kenmerken. Ze hebben een speciale bedekking op hun huid, deze bedekking krijgen ze in een later stadium van hun leven. Vogels worden geboren met dons, dat zich al heeft ontwikkeld in de periode dat ze in het ei zitten.
De veren/pluimen hebben een aantal functies. Ze bieden isolatie. Tussen de veren wordt een laagje lucht vastgehouden dat wordt opgewarmd door het lichaam. Dankzij de veren gaat er weinig lichaamswarmte verloren.
Ook zorgen de veren samen met natuurlijk vet voor een ideale isolatie tegen water. Alle vogels die in het water leven maken hier gebruik van. De lichaamsbedekking bestaat uit donsveren en dekveren. De donsveren zijn een soort basis.
Zo zijn er nog een paar andere kenmerken:
- Vogels zijn warmbloedig
- Vogels kunnen vliegen (behalve bijvoorbeeld struisvogels en pinguïns)
- Vogels lopen op twee poten
- Vogels leggen eieren met een harde schaal
Zoogdieren
De meest bekende groep van het dierenrijk is wel die van de zoogdieren. Dit is zo omdat de mens daar zelf ook bij hoort. Veel zoogdieren leven direct in onze buurt. Enkele van hen houden wij als werkdier (paard) of als beschermer (hond), andere gebruiken we als voedsel (rund). Zoogdieren zijn net zoals de vogels warmbloedig. Maar leggen geen eieren.
De zoogdieren zijn de enige dieren met een met haren bedekt lichaam. De meeste soorten hebben een vacht, dat bestaat uit een isolerende ondervacht, en een beschermde bovenvacht, van dekharen. Bij sommige zoogdieren, waaronder de mens, is de huid spaarzamer behaard.
De belangrijkste functies van de haren zijn het vasthouden en verliezen van lichaamswarmte, maar ze kunnen ook een andere functie hebben. Bijvoorbeeld voor het camoufleren. Sommige haren hebben een afwijkende functie, als verdediging (bijvoorbeeld de stekels van een egel of een stekelvarken).
Amfibieën
Amfibieën zijn koudbloedig. De naam amfibie is afgeleid van het Griekse woord ‘Amphi-bios’. Dat betekent: ‘Dubbel-levend’. Want ze kunnen zowel in water als op het land overleven.
Tot de amfibieën behoren de kikkers en padden, de salamanders, en de wormsalamanders. In totaal zijn er ongeveer 6900 beschreven soorten, waarvan circa 6065 tot de kikkers en padden behoren, ruim 610 tot de salamanders en ongeveer 190 soorten tot de wormsalamanders.
Ondanks dat veel amfibieën nogal sloom over kunnen komen, hebben ze een goed ontwikkeld spierenstelsel, waarmee salamanders bijvoorbeeld snel weg kunnen schieten onder water door snelle en krachtige kronkelende bewegingen te maken met hun lichaam. Ook de kikkers kunnen snel weg schieten, bijvoorbeeld de rugstreeppad. Die zijn in staat om zich razendsnel in te graven.
Carnivoren, herbivoren en omnivoren
Een carnivoor is iemand die alleen vlees eet. Carnivoor is afgeleid van het Latijnse woord Carnis, dat betekend vlees en het woord vorus, dat betekend eter. Dus vleeseter. Ze eten niet alleen het vlees van een dier maar alles wat eetbaar is, denk maar aan een leeuw, als hij een hert vangt eet hij alles op ook de maag.
Een herbivoor is iemand die alleen planten eet. Herbivoor is afgeleid van de Latijnse woorden herba, dat betekend gras, kruid en plant, en het woord vorus, dat betekend eter.
De herbivoor is weer onderverdeeld in twee groepen. Namelijk gewoon de herbivoren en de folivoren. Die dieren eten alleen de vruchten van planten.
Een omnivoor is iemand die planten en vlees eet. Omnivoor is afgeleid van het Latijnse woord omnis, geheel, elke, en het woord vorus, dat betekend eter. Bijna alle mensen zijn omnivoren, behalve de vegetariërs natuurlijk.
De Carnivoren, herbivoren en omnivoren hebben allemaal een ander gebit. Gebaseerd op het eten, maar daar vertel ik zomenteen bij de dieren nog wat over.
Pinguïn
Algemeen
Pinguïns leven op eilandjes in de buurt van Antarctica. Ze hebben zich heel goed aangepast aan het leven in koude gebieden. De dieren hebben een dikke laag veren waarmee ze hun lijf goed warm kunnen houden. Pinguïns kunnen niet vliegen maar toch zijn het vogels. Ze hebben namelijk wel een snavel en veren, én ze leggen eieren. En dat zijn de kenmerken van vogels. Ze hebben wel vleugels maar toch kunnen ze hier niet mee opstijgen. De pinguïns zijn namelijk te zwaar. Botten van andere vogels zijn hol en dus niet zo zwaar, maar de botten van een pinguïn zijn massief.
Voortbeweging
De pinguïns kunnen zich op twee manieren voortbewegen:
- lopend. Eigenlijk waggelen ze, en soms springen ze met kleine hupjes vooruit.
- zwemmen.
De keizerpinguïn zwemt het hardst. Namelijk 11 kilmeter per uur. Daarmee zwemt hij ongeveer 16 keer harder dan de mens.
Eigenlijk vliegen pinguïns als het ware onder water. Hun vleugels kunnen ze in het water goed gebruiken als een soort vinnen. Ze kunnen ook heel diep duiken en dat is handig om voedsel te pakken te krijgen. De koningspinguïns kunnen behoorlijk lang onder water blijven. Pas na ongeveer twintig minuten moeten ze weer naar boven om adem te halen.
Jagen en eten
Het lichaam van een pinguïn is zeer geschikt voor het bewegen door het water. De gestroomlijnde vorm lijkt op die van zeezoogdieren zoals robben, dolfijnen en walvissen. Wanneer een pinguïn jaagt, maakt hij zijn lichaam nog gestroomlijnder door zijn kop tussen zijn schouders te trekken.
Pinguïns zwemmen door hun platte vleugels op en neer te slaan, waardoor het lijkt alsof ze door het water vliegen. De vleugelbotten zijn aan elkaar gegroeid om de vinnen stijf en stevig te maken.
Het grootste deel van hun leven brengen de pinguïns door in het water, jagend op lekkere verse vis. Ze eten bijna alleen maar vis, heel zelden vangen ze een inktvisje of een kreeftje.
Pinguïns zijn carnivoren, ze vangen hun voedsel onder water. Ze eten hierbij vooral vis, kreeftachtigen en kleine inktvisjes. Wat dus allemaal vlees is. Dus ze zijn een carnivoor.
Aan de grootte en de vorm van de snavel kun je zien wat het favoriete voedsel van een pinguïn is. Konings- en keizerpinguïns, die vooral op pijlinktvis jagen, hebben een lange tangvormige snavel waarmee ze hun langgerekte, snelle prooi te kunnen vangen. Kleinere pinguïns die vooral vis en krill eten, hebben kortere, stompere snavels. Een pinguïn heeft stekels op zijn tong om vis vast te houden.
De dieren kunnen heel goed overleven zonder voedsel. De meeste soorten kunnen namelijk wekenlang zonder voedsel wanneer ze in de rui zijn. Dan kunnen ze niet het water in en dus ook niet jagen. Ze teren dan op hun onderhuidsvet.
Homeostase
Pinguïns hebben  een hele lange slokdarm omdat hun maag zich heel laag in hun lichaam bevindt, ongeveer tussen hun knieën. De maag is één grote spiermassa. Soms eten pinguïns kleine steentjes, die de vertering van vis, inktvis en kreeftdiertjes kunnen bevorderen.
Omdat de pinguïn geen tanden heeft, gaat de vis direct door naar de maag. De lever en alvleesklier (pancreas) leveren de nodige stoffen om de vertering te bevorderen. Het alvleeskliersap zorg o.a. voor de regeling van de zuurtegraad in de maag en voor de nodige enzymen. Hierna gaat het grotendeels verteerde voedsel naar de darmen, waar alle afvalstoffen eruit worden gehaald, die dan via de cloaca het lichaam verlaten.
De lichaamstemperatuur van de pinguïn is ongeveer 39 °C. Dat is wat meer dan dat van de mens. Een pinguïn heeft eten nodig om zijn warmte te behouden.
Een pinguïn heeft een hartspier, net zoals wij die het bloed door heel het lichaam heen pompt en daarbij alle lichaamsdelen voorziet van zuurstof. Dit hart bestaat uit vier kamers, zodat zuurstofrijk bloed geschieden is van zuurstofarm bloed. De bloedsomloop speelt een belangrijke rol bij de regeling van de lichaamstemperatuur.
Een vogel heeft geen middenrif, zoals de mens en zoogdieren. Bij hen is er een constante stroom van lucht door verschillende luchtzakken. Een pinguïn ademt door middel van de buik. De buik zet uit en lucht wordt aangezogen. De aangezogen lucht stroomt door de longen direct in de eerste luchtzak. Bij de  uitademing stroomt die lucht naar de bronchi. Bij de tweede inademing gebeurt dit alles opnieuw, maar tegelijkertijd wordt de lucht, die nog in de longen was, verder gestuwd naar de tweede luchtzakken. Bij de tweede uitademing wordt die lucht naar de luchtzak gestuwd en via de luchtpijp uitgeblazen. Pinguïns hebben dus een soort circulaire ademhaling, met een constante luchtstroom.
Als een pinguïn inademt komt de lucht in de luchtpijp, die vertakt zich in buisjes met aan het einde de luchtblaasjes. Over deze luchtblaasjes lopen bloedvaatjes. Het hart pompt bloed door die bloedvaatjes. Als de pinguïn inademt komt er lucht en dus zuursof in de longblaasjes terecht. Zuurstofdeeltjes gaan door de wanden van longblaasjes heen. Daarna gaan ze met het bloed mee. Wat uiteindelijk in elk lichaamsdeel terecht komt. Als het bloed weer terugstroomt naar het hart neemt het koolzuurgasdeeltjes mee. Bloed met koolzuurgasdeeltjes komt tenslotte bij de longblaasjes. Nu gebeurt hetzelfde als met de zuurstof, maar dan omgekeerd. De koolzuurgasdeeltjes gaan door de wand in de longblaasjes. In het lichaam van de pinguïn gebeurt alles tegelijkertijd. Zuurstof gaat naar binnen, koolzuurgas gaat naar buiten.
Bouw van het dier
Natuurlijk is het dier hydrofiel. Want hij leeft in het water.
De bouw van de botten zijn anders dan de andere vogels. De botten van pinguïns zijn massief. Daarom zijn ze te zwaar om te kunnen vliegen. Want de vogels die wel kunnen vliegen die hebben holle botten waardoor ze licht genoeg zijn om te vliegen. De dichtheid van de botten van een pinguïn ligt dus hoog.

Kikker

Algemeen
De kikker behoort tot de categorie: amfibieën. De kikker is dus koudbloedig. De groene kikker wordt in sommige landen van Europa als lekkernij gegeten. Deze kikker leeft grotendeels in het water. Groene kikkers leven in groepen en zijn overdag actief. Ze houden erg van de zon. Alleen mannetjes hebben kwaakblazen, die ze gebruiken bij de paring.
Kikkers en padden worden vaak door elkaar gehaald. Daarom hier een overzicht over het verschil tussen kikkers en padden:
Padden hebben over het algemeen:            Kikkers hebben over het algemeen:     
- een droge wrattige huid                - een gladde vochtige huid
- een lompe lichaamsbouw                - een slanke lichaamsbouw
- korte achterpoten waarmee ze noodzakelijk         - lange achterpoten met zwemvliezen
lopen in plaats van springen                waarmee ze goed kunnen springen en snel
- Leggen hun eieren in lange rijen            kunnen zwemmen
- leggen hun eieren in een groep

Van kikkerdril tot kikker

De paartijd van een kikker is in het vroege voorjaar rond april - mei. De bevruchte eitjes worden door het vrouwtje in het water afgezet. De meeste vrouwtjes zetten ongeveer 2500 eitjes af. Deze klont eitjes noemen we kikkerdril.
Na ongeveer 3 weken, afhankelijk van de temperatuur van het water, komen de kikkervisjes uit de eitjes.  De kikkervisjes zijn heel klein en kwetsbaar. Het kikkervisje ziet er meer uit als een larve dan als een visje. Het heeft alleen nog maar een zuignapje, waarmee het zich vastzuigt aan een waterplant of aan de dril waar het is uit gekomen. Ademen doet het door middel van kieuwen.
Het kikkervisje krijgt na een tijd eerst achterpootjes, dan voorpootjes. Als laatste krijgt het een kortere darm en vervangen longen zijn kieuwen. Ook verdwijnt zijn staart. Dan is het plantetertje een vleesetertje geworden. Het kikkertje moet nu steeds naar het wateroppervlak om adem te halen, omdat hij geen kieuwen meer heeft om onder water te ademen. Kort erna trekt de kikker naar het land.
De kikker
De grondstofwisseling van een koudbloedig dier ligt meestal lager dan een warmbloedig dier. Dat komt omdat warmbloedige dieren hun temperatuur zelf moeten regelen.
Kikkers kunnen slecht tegen hoge temperaturen. Want dan drogen ze uit. Maar ze kunnen over het algemeen beter tegen lage temperaturen. Kikkers passen zich aan aan de temperatuur van de omgeving. Dat is dus handig, want dan hoeft hun lichaam minder moeite te doen om hun lichaam op temperatuur te houden.
Er vindt bij kikkers minder verbranding plaats omdat ze hun temperatuur zelf niet op peil hoeven te houden.
De zuurtegraad van het water moet bij kikkers 7 pH. Anders is er een grote kans dat ze het niet overleven.
Amfibieën hebben een dubbele bloedsomloop, die niet geheel gescheiden is. Het bloed is gemengd.
Het hart bestaat uit twee boezems en een kamer, die niet door een scheidingswand in twee delen is verdeeld. In de linkerboezem stroomt het uit de longen komende bloed, in de rechterboezem komt het bloed van het lichaam. Beide stromen in de kamer, waar het deels mengt. Er zijn in de kamer spierbalkjes die een complete menging van O2-rijk en O2-arm bloed tegengaan. Doordat de huidademhaling belangrijk is, gaan er takken van de longslagaders naar de huid. Ze voeren O2-arm bloed naar de huid en voeren O2-rijk bloed naar de holle aders die naar het hart gaan.
De bloedsomloop: van het hart gaat het zuurstofarme bloed naar de longen en de huid, vandaar weer naar het hart en naar het lichaam.
De mondbodem beweegt constant om via de neusgaten de lucht in de bek te verversen. In de mond-keelholte vindt gaswisseling met het bloed plaats. Kikkers hebben geen echte borstkas. De longen worden door een soort slikbeweging gevuld. Net zoals de mens, ademt de kikker O₂ in en CO₂ uit.
Hoe zit de kikker in elkaar?
Het skelet van een kikker is heel erg aangepast aan de springende levenswijze. Het belangrijkste kenmerk is de unieke bouw van de bekkengordel. Ze hebben een driedelige bekkenstructuur die bestand is tegen de schokken van het springen van het dier. Kikkers hebben een hele korte ruggengraat, het aantal wervels ligt tussen de vijf en negen. De ribben zijn volledig afwezig (hoewel sommige soorten korte ribachtige uitsteeksels hebben). In de achterpoten zitten lange botten. Hierdoor zijn ze in staat ver te springen en snel te zwemmen. Kikkers hebben vier vingers en vijf tenen. De schedel is heel groot, maar ook heel licht. Zowel het aantal als de grootte van de schedelbeenderen is beduidend minder dan bij andere amfibieën. De frontale en wandbeenderen zijn in één enkel been versmolten. De kop is breed en er zijn grote oogkassen. Tussen de ogen ligt een groot bot dat de voorzijde van de hersenpan beschermt. De dichtheid van de botten is niet zo groot. Want de botten zijn heel erg licht.
Uiteraard is een kikker hydrofiel, want hij leeft ook grotendeels in het water. Zijn lichaam is daar op gebouwd. Hij kan namelijk gewoon ademhalen onderwater.
Jagen en eten
De meeste kikkers vangen insecten met hun lange tong. De tong zit van voren vast, hierdoor kunnen ze de tong helemaal uitrollen. Als de tong naar buiten schiet, rolt het topje zich helemaal uit en plakt vast aan het insect. Als kikkers slikken, zinken de bolle ogen en helpen zo het voedsel door de keel te duwen. Elke prooi wordt in zijn geheel doorgeslikt want kikkers kunnen niet kauwen. De tanden worden alleen gebruikt om een prooi vast te houden en niet om te bijten of te kauwen.
Een kikkervisje eet in het begin vooral algen en dode plantaardige en dierlijke delen, die in het water zweven. Als de metamorfose begonnen is eet het ook kleine diertjes zoals watervlooien, eenoogkreeftjes en muggenlarven. Een volwassen kikker is een vleeseter. Het is een roofdier dat alles eet wat beweegt en wat niet te groot is om in te slikken. Hij eet allerlei verschillende soorten insecten, krekels, spinnen en slakken.
Voortbeweging
Een kikker beweegt zich voort door middel van zijn achterpoten, zowel op het land als in het water. In het water trekt de kikker zijn poten in en strekt ze dan uit. Met behulp van de zwemvliezen komt hij sneller vooruit. Want hij geeft zo weerstand tegen het water. Omdat zijn lichaam helemaal gestrekt is, gaat hij gestroomlijnd door het water heen. Kikkers kunnen heel erg snel weg zwemmen. Het is eigenlijk gewoon weg schieten. Je kunt zo gauw niet volgen waar ze precies heen gaan.
Op het land springt de kikker voor uit, hoog, maar ook ver. Daarbij hoeft de kikker alleen maar zijn achterpoten uit te strekken.
Hond
Algemeen
Honden zijn er in verschillende soorten en maten. Er zijn grote honden, kleine honden, witte honden, zwarte honden en ga zo maar door.
De hond wordt gemiddeld 15 jaar oud. Een mannelijke hond wordt een reu genoemd, een vrouwelijke hond is een teef en een jonge hond wordt een pup of een welp genoemd. Een hond loopt op vier poten. Aan iedere poot heeft hij vier tenen en onder zijn poten heeft hij zachte voetzooltjes. Deze zorgen ervoor dat de hond niet uitglijdt.
Wat gebeurt er allemaal in het lichaam van de hond?
Temperatuur
Een hond is een zoogdier. Dus hij is warmbloedig. Zijn lichaamstemperatuur ligt tussen de 38 °C en de 39 °C. Dat is dus hoger dan bij de mens. Hij houdt zijn lichaam op temperatuur door het eten.
Zijn energie gebruikt hij door te bewegen. Honden bewegen vaak heel veel. Ze lopen en ze rennen en ze spelen, af en toe zwemmen ze. Dan willen ze óf afkoelen in het water óf ze zijn speels en ze willen bijvoorbeeld een bal uit het water halen. Honden zijn in het algemeen heel erg actieve honden. Vooral als je een hond als huisdier hebt.
Ademhaling
De hond haalt net zoals de mens adem via de longen.
De ademhaling heeft als eerste doel lucht in de longen te brengen om het bloed van de noodzakelijke zuurstof te voorzien. Daarnaast gebruiken honden hun ademhaling ook om overtollige warmte kwijt te raken. Tijdens het hijgen, zal speeksel op de tong verdampen in de in- en uitgeademde lucht zodat het lichaam afkoelt. De hond ademt O₂ in en CO₂ uit.
Wanneer wij het te warm hebben, gaan we zweten over het gehele lichaam. Door de verdamping van het vocht op onze huid, verliezen wij warmte en koelen we dus af. De hond heeft geen zweetklieren op het lichaam, behalve op hun voetzooltjes. Om voldoende af te koelen gaan honden dus sneller ademen. De meeste honden vinden het daarbij heerlijk om af te koelen in lekker koud water. Meertjes en sloten, en dan vooral lekker zwemmen.

Zuurgraad
De zuurgraad van de hond is gemiddeld 7,5. Net iets hoger dan de neutrale pH. De mens heeft een pH van 5,5. De hond heeft dus een duidelijke hogere zuurgraad dan de mens.
Bloedsomloop
Het hart staat centraal in de bloedsomloop. Vanuit het hart wordt het bloed naar de longen gepompt waar het zuurstof zich in de bloedvaten verspreid. Het bloed wordt naar de rest van het lichaam gepompt. Het bloed draagt zorg voor het vervoer van zuurstof, voedingstoffen, afvalstoffen etc.
Het hart en de bloedvaten kunnen zich snel aanpassen aan andere omstandigheden: kou, warmte, zware inspanning etc. Dit heet het reservemechanisme van het hart.
Dit stelt het hart in staat om bij rust het lichaam van bloed te voorzien, maar ook tijdens zware inspanning. Hiervoor heeft het hart een aantal mogelijkheden: sneller of langzamer gaan kloppen, harder of zachter samentrekken, bloedvaten kunnen vernauwen of juist uitzetten. Dit gebeurt zonder dat de hond er bij moet nadenken onder invloed van zenuwen en hormonen.
Hydrofiel? Of toch Hydrofoob?
Een hond is hydrofiel want hij houd best van water. Een hond leeft niet onder water, maar hij kan wel zwemmen als hij het leert. Maar een hond leert heel snel om te zwemmen. Dus hij is absoluut geen hydrofoob.
Botten
De botten zijn massief. Dat betekend dat ze gevuld zijn. En dus niet hol.   
Dit is het skelet van de botten van de hond.
Jagen en eten
De hond is een echte vleeseter en eet dus het liefste vlees. De meeste honden krijgen hondenbrokken en dat soort voedsel wat in dierenwinkels en supermarkten gekocht kan worden. Verder houden honden ook van kluiven waarop ze bijten en wat ze opeten. Maar honden eten ook plantaardig voedsel, dus eigenlijk kunnen we net zo goed zeggen dat honden alleseters zijn. We moeten overigens wel uitkijken, want er is voedsel wat wij mensen wel kunnen eten, maar wat voor honden giftig is. Een voorbeeld hiervoor is chocolade.
Wilde honden jagen zelf op hun voedsel in de natuur. Sommige wilde honden jagen in groepen, terwijl anderen het alleen doen. Ze eten en jagen vooral op grote dieren, zoals zebra’s en gazelles. Ze grijpen een dier door hun tanden erin te zetten en het te doden. Hun tanden zijn sterk genoeg om het vlees van het dier af te eten. Ook hebben ze zulke sterke kiezen waarmee ze de botten van een dier kunnen verbrijzelen.
Honden zijn dus omnivoren.

Voortbeweging
De snelste hond had een record met 72,5 km per uur! Die beesten kunnen dus aardig hard rennen.
Een hond beweegt zich voort met zijn poten. Hij kan heel goed zwemmen met zijn poten, maar ook goed rennen. Een hond heeft kussentjes achter zijn poot, waar hij op kan leunen als hij staat, ligt of zit.

Vergelijking
Pinguïns en honden zijn allebei warmbloedig, waardoor ze een constante lichaamstemperatuur hebben. Amfibieën hebben dat niet.
Honden en kikkers zijn allebei omnivoor. Een pinguïn is een herbivoor.
Alle dieren hebben een verschillende manier om van A naar B te gaan. De kikker doet dat springend, een pinguïn waggelend/huppelend of zwemmend, en een hond loopt net zoals een mens, alleen doet hij dat op vier poten. Daar is zijn lichaam op gebouwd.
De dieren hebben op sommige punten wel wat gemeen, maar op veel punten ook weer niet.
Conclusie: De dieren lijken niet zo veel op elkaar.
Conclusie
Om alles uit te zoeken over de dieren, moet je heel veel verschillende dingen opzoeken over dieren. Alles wat je opzoekt, komt voor in 1 van de 3 science vakken. De dichtheid van een dier heeft bijvoorbeeld met natuurkunde te maken, maar daarvoor moet je ook wat weten over het dier zelf, dat leer je bij biologie.
En eigenschappen zie je ook altijd anders. Als je naar de stofwisseling kijkt, wat met biologie te maken heeft, kun je ook gelijk opzoeken wat voor stoffen er in en uit gaan. Dat is dan weer scheikunde.
Om te weten wat voor stoffen een dier binnenkrijgt, wat te maken heeft met scheikunde, moet je kijken naar wat een dier eet en doet. Dat is dan weer biologie.
En zo hebben de 3 vakken alles gemeen met elkaar.
Vervolgonderzoek
Natuurlijk is dit onderzoek nog niet klaar. Dus heb ik een vervolg onderzoek bedacht.
Vergelijk de dieren qua uiterlijk. Bijvoorbeeld de huid. Inclusief de ziektes en bacteriën op de huid.
Doel: Vergelijk de hond, kikker en pinguïn op het uiterlijk
Stappenplan:
    Maak van elk dier een verslag over de huid en de vacht. Schrijf daarbij over de ziektes en bacteriën op de huid.
    Vergelijk de drie dieren met elkaar.
    En werk het dan uit tot een nieuw verslag.
Slot
Ik vond dit een hele leuke en interessante opdracht om te doen. Ik heb best wel lang aan deze opdracht gewerkt. Ik heb naar mijn idee veel informatie gegeven. Ik heb het gehad over de drie dieren; de pinguïn, de kikker en de hond. En daarna een vergelijking er over gegeven. Ook heb ik er een vervolgonderzoek aan vast gemaakt.
Bronnen:
http://users.telenet.be/cha.go1/kikkertekst.html
http://www.beesies.nl/kikker.htm
http://www.pinguins.info/Nederlands/Warmtebehoud.html
http://nl.wikipedia.org/wiki/Vogels
http://www.beesies.nl/kenmerken/zoogdieren.htm
http://nl.wikipedia.org/wiki/Zoogdieren
http://nl.wikipedia.org/wiki/Vogels
http://nl.wikipedia.org/wiki/Amfibie%C3%ABn#Kikkers
http://www.scholieren.com/werkstukken/39162
http://www.schooltv.nl/beeldbank/clip/20050126_bcpinguin01
http://www.spreekbeurten.info/pinguin.html
http://www.bloggen.be/winterdieren/archief.php?ID=8
http://www.schooltv.nl/beeldbank/clip/20021104_ademhaling03
http://nl.wikipedia.org/wiki/Kikkers
http://www.kikkersite.nl/mond.php
http://superspreekbeurt.nl/dieren/spreekbeurt-honden
http://www.ksd-rotterdam.nl/vrij.cfm?Id=4
http://www.vitella-webshop.nl/Vitella-Pet-Care-Shampoo.html
http://www.hondenplaza.nl/anatomie_bloedsomloop
http://uitgelatenhond.nl/feiten-statistieken-hond-versus-mens

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.