Hoe kies jij een studie?

Daar zijn wij benieuwd naar. Vul onze vragenlijst in en bepaal zelf wat voor beloning je daarvoor wilt krijgen! Meedoen duurt ongeveer 7 minuten.

Meedoen

Bloed

Beoordeling 7.5
Foto van een scholier
  • Werkstuk door een scholier
  • 3e klas vwo | 3183 woorden
  • 3 augustus 2007
  • 58 keer beoordeeld
Cijfer 7.5
58 keer beoordeeld

ADVERTENTIE
Overweeg jij om Politicologie te gaan studeren? Meld je nu aan vóór 1 mei!

Misschien is de studie Politicologie wel wat voor jou! Tijdens deze bachelor ga je aan de slag met grote en kleine vraagstukken en bestudeer je politieke machtsverhoudingen. Wil jij erachter komen of deze studie bij je past? Stel al je vragen aan student Wouter. 

Meer informatie
Inleiding Het was een beetje moeilijk om een onderwerp te kiezen, maar het is gelukt: mijn werkstuk zal gaan over ‘bloed’. Ik ben altijd al erg geïnteresseerd geweest in het lichaam (waarschijnlijk wordt mijn profiel ook Natuur & Gezondheid), dus eigenlijk liep ik al een tijd met het idee rond dat ik een lichamelijk onderwerp moest kiezen. Jammer genoeg bestaat het lichaam uit zóveel verschillende onderdelen, dat ik er nog steeds niet uit was. Er kwamen al ideeën binnen: mijn moeder begon over het Syndroom van Down en mijn Tanzaniaanse penvriendin heeft sikkelcelanemie. Over dat laatste ben ik eens op internet gaan kijken, omdat dat me wel een origineel onderwerp leek. De eerste sites begonnen al met heel moeilijke teksten, wat me té ingewikkeld leek om een werkstuk over te maken. Omdat ik niet gauw opgeef, bleef ik doorzoeken, tot ik tot de conclusie kwam dat ik beter een gemakkelijker onderwerp kon kiezen. Het leek me wel leuk om een beetje in die hoek te blijven, dus besloot ik mijn werkstuk over bloed te doen. Misschien kan ik ook een stukje over bloedziekten doen, zodat ik sikkelcelanemie evengoed nog kan behandelen. Het lijkt me sowieso leuk om wat meer over ziekten te weten te komen, omdat ik later graag geneeskunde wil studeren en ontwikkelingsarts zou willen worden. Hoofdstuk 1. De samenstelling van bloed Wat is bloed? We hebben bloed nodig om te leven: bloed levert onze organen zuurstof en voert de afvalstoffen uit ons lichaam. Bloed houdt onze hersenen in leven, zodat we kunnen denken en bewegen. Kortom: het wordt hoog tijd dat we eens wat meer over dit kostbare bloed te weten te komen! Bloed is een rode, kleverige vloeistof die van belang is voor je hele lichaam en is ongeveer drie keer zo dik als water. Het stroomt alsmaar rond. Bloed voorziet je organen van zuurstof en andere voedingsstoffen, terwijl het ook de afvalstoffen, waaronder koolstofdioxide, afvoert. Maar ook beschermt je bloed je tegen bacteriën en ziekten. Kortom: bloed is van levensbelang! Als baby heb je slechts minder dan één liter bloed, terwijl een volwassen persoon wel ongeveer vijf liter bloed heeft. Toch kun je wel eenderde van je bloed verliezen zonder dood te gaan! Het bloed bestaat uit verschillende onderdelen, met ieder hun eigen functie. Hieronder zal ik ze in het kort eventjes benoemen: • Bloedplasma: ongeveer de helft van je bloed bestaat uit bloedplasma. Dit is een bleke, gelige vloeistof. Het bestaat voor het grootste gedeelte (voor wel 90%) uit water. Voor de rest bestaat bloedplasma uit een aantal andere stoffen, zoals mineralen, die je cellen nodig hebben om te groeien en om gezond te blijven. Ook het vervoeren van de voedingsstoffen en de afvalstoffen gebeurt door het bloedplasma. • Rode bloedcellen: dit zijn rode rondjes, die in het midden wat dunner zijn dan aan de rand (een soort donuts). Rode bloedcellen bevatten een bepaalde stof, genaamd hemoglobine. Ze pikken zuurstof op als het bloed door je longen stroomt. Vervolgens brengen de rode bloedcellen die zuurstof rond in je lichaam. De zuurstof die je inademt, hecht zich aan de hemoglobine. Dit maakt het bloed helderrood. Als je bloed de zuurstof vervolgens vervoerd heeft, heeft je lichaam het nodig om zijn werk te kunnen doen. Wanneer de zuurstof opgebruikt is, wordt het bloed donkerrood. Rode bloedcellen hebben ongeveer vier maanden te leven. In die tijd stromen ze meer dan 150.000 keer door je lichaam! Je lichaam bevat wel zo’n 25 biljoen rode bloedcellen! Dat is meer dan alle ander soorten cellen in je lichaam! • Witte bloedcellen: deze bloedcellen zijn gemaakt een doorzichtige gelei en zijn daarom ook doorzichtig. Witte bloedcellen beschermen je tegen ziekten en bacteriën. Ze slokken de bacteriën op en helpen je lichaam met het vechten tegen ziekten. Bacteriën kunnen je lichaam binnendringen via je neus en je mond of door sneetjes en schaafwonden. Als je in je lichaam zijn, gaan ze groeien en ze vallen je cellen aan. Hierdoor kun je ziek worden. Je lichaam gaat terug vechten, waardoor enkele ziektesymptomen volgen. Je kunt koorts en pijn krijgen of misselijk worden. Je hebt verschillende soorten witte bloedcellen. Sommige omcirkelen de bacteriën en slokken ze in hun geheel op. Andere witte bloedcellen maken chemische stoffen aan die zich aan de bacteriën hechten en ze doden. Er worden wel duizenden verschillende soorten chemische stoffen aangemaakt om je lichaam te beschermen tegen allerlei verschillende soorten bacteriën. Je lichaam bevat wel zo’n 35 miljard witte bloedcellen! Zowel de rode bloedcellen als de witte bloedcellen worden gevormd binnenin enkele van de grote botten in het lichaam. • Bloedplaatjes: bloedplaatjes zijn heel kleine cellen, die in het bloedplasma drijven. Deze zorgen ervoor dat het stopt met bloeden als je een wondje hebt, doordat ze het bloed laten stollen. Ze gaan allemaal aan elkaar kleven en vormen zo een stevig korstje op de wond. Je lichaam bevat wel zo’n 2,5 biljoen bloedplaatjes!
Bloedgroepen en bloedtransfusies Er bestaan verschillende soorten bloedgroepen. De belangrijkste vier zijn A, B, O en AB. Welke bloedgroep je hebt, hang af van speciale chemische stoffen in je rode bloedcellen en in je bloedplasma. Met een eenvoudige test kan een dokter vaststellen welke bloedgroep je hebt. Deze bloedgroepen zijn van belang bij bloedtransfusies. Dit is een soort donatie van het bloed. Sommige zieke mensen of mensen die een ongeluk hebben gehad, hebben nieuw bloed van andere mensen nodig om beter te kunnen worden. Andere mensen kunnen dan een deel van hun bloed afstaan om hen te helpen. Alleen moet je meestal wel bloed krijgen van mensen met dezelfde bloedgroep. Enkele andere combinaties zijn echter ook mogelijk. Anders kan het bloed namelijk gaan klonteren. Hierdoor kunnen enkele bloedvaten verstopt raken, waardoor het bloed er niet meer doorheen kan stromen. Bepaalde delen van je lichaam krijgen hierdoor geen bloed meer, waardoor ze zullen afsterven. Hoofdstuk 2. De bloedsomloop Om te beginnen moet je weten het bloed in je lichaam via je hart in verschillende aderen wordt gepompt. Zo stroomt het bloed naar je longen, waar het de zuurstof en andere voedingsstoffen ophaalt die jij zojuist hebt ingeademd. Deze kostbare levensstof wordt via je bloed naar de verschillende organen in je lichaam getransporteerd. In deze organen zitten talloze cellen, waarin allemaal verbranding plaatsvindt. Voor deze verbranding zijn een aantal stoffen nodig, waaronder zuurstof. Je snapt nu vast dat het heel belangrijk is dat het bloed deze zuurstof vervoert, want zonder zuurstof was er geen verbranding en zonder verbranding kwam er geen energie vrij, waardoor je niet zou kunnen bewegen. Bij verbranding komen er ook een aantal afvalstoffen vrij, zoals koolstofdioxide. Naast het afleveren van zuurstof neemt het bloed ook deze afvalstoffen mee. Wanneer het bloed weer bij de longen aankomt, kan het meteen de afvalstoffen afleveren. Deze stoffen, zoals koolstofdioxide, adem je vervolgens weer uit. De mens heeft een dubbele bloedsomloop. Dit houdt in, dat hetzelfde bloed twee keer langs het hart stroomt en daarmee twee keer een verschillend rondje loopt. De ene noemt men de kleine bloedsomloop, deze stroomt door vanaf het hart naar de longen. Vervolgens komt het bloed, na de longen een bezoekje te hebben gebracht, terug in het hart en begint aan de grote bloedsomloop. Deze doorstroomt de rest van het lichaam. De bloedsomloop wordt dus gevormd door het hart en de bloedvaten. Van beide zal ik nu iets gaan vertellen: Het hart Het hart is ongeveer zo groot als een vuist en ligt in de borstkas, aan de linkerkant van je lichaam, een beetje in het midden. Het is eigenlijk een holle spier en een zeer belangrijk deel in de bloedsomloop. Door zijn sterke spierwand zorgt het hart er namelijk voor dat het bloed door het hele lichaam wordt gepompt en zo de organen kan voeden. Bij elke hartslag die je voelt, pompt het hart weer opnieuw bloed door je bloedvaten. Dit gebeurt heel gelijkmatig. Bij een volwassen persoon stroomt er gemiddeld zo’n 4.7 liter bloed per minuut door het hart! Net als de bloedsomloop, bestaat ook het hart uit twee delen. Het ene deel is vanzelfsprekend voor de kleine bloedsomloop en de andere voor de grote bloedsomloop. Elk deel van het hart bestaat uit een kamer en een boezem. Wij hebben dus eigenlijk een dubbel hart. Links onderin het plaatje van het hart (onderaan bladzijde 7), zie je de rechterboezem (in je lichaam is links en rechts precies andersom). Daaronder vind je de rechterkamer. Aan de andere kant van het hart, heb je de linkerboezem en de linkerkamer. Je begrijpt misschien dat het bloed in het lichaam maar één richting op mag stromen. Ook daarvoor zorgt het hart. In het hart vind je namelijk de hartkleppen. Deze kleppen openen, zodat het bloed er zo doorheen kan stromen. Dat het niet meer terug stroomt, gebeurt door het volgende: als een klap sluit, trekken flapjes weefsel (slippen) zich samen, om de klep af te sluiten. Twee van deze kleppen zitten tussen de kamers en de slagaders. Hieronder volgen deze twee halvemaanvormige kleppen: • Longslagaderklep (of pulmonalisklep): tussen de rechterkamer en de longslagader. • Lichaamsslagaderklep (of aortaklep): tussen de linkerkamer en de lichaamsslagaderklep. Ook tussen de boezems en de kamers zitten kleppen, om het bloed slechts in één richting te laten stromen. Deze kleppen noemen we de actriovertriculaire kleppen: • Mitralisklep: tussen de linkerboezem en de linkerkamer. • Tricuspidalisklep: tussen de rechterboezem en de rechterkamer. We gaan verder met de hartslag. Het bloed komt binnen in de boezems. Omdat het naar de kamer moet worden gestuwd, trekt de boezem zich samen, waardoor de druk hierin stijgt. Dit duurt ongeveer 0,1 seconden. De hartklep naar de kamer gaat open, zodat het bloed met gemak naar binnen kan stromen. Vervolgens trekt de kamer zich samen, zodat nu hierin de druk stijgt. Dit duurt zo’n 0,3 seconden. De halvemaanvormige kleppen aan de uitgang openen zich. Met kracht wordt het bloed in de aorta en in de longslagader gepompt. De derde fase is de hartpauze: hierin ontspant het hart weer eventjes. Deze fase duurt rond de 0,4 seconden. Door het achtereenvolgens samentrekken van de kamers en de boezems, kun je het hart dus ook wel een ‘pomp’ noemen. Het hart van een mens klopt zo’n 70 keer per minuut. Bij een olifant is dat maar 25 keer en bij een muis zelfs wel 600 keer! De bloedvaten Het bloed stroomt door het lichaam doormiddel van bloedvaten, nadat het hart het erin heeft gepompt. Je zou al deze bloedvaten samen kunnen zien als een heel stelsel van buizen. Elk deel van je lichaam heeft bloed nodig, anders zou het niet kunnen leven. Als je al je bloedvaten uit je hele lichaam achter elkaar zou leggen, dan zou je ongeveer 125.000 km komen! Dat is ongeveer drie keer de wereld rond! We onderscheiden drie soorten bloedvaten: • De slagaders: deze lopen van het hart naar de organen. De wand is vrij dik en krachtig (elastisch). De slagaders nemen de pompende kracht van het hart over, waardoor deze slagaders kloppen. Bij iedere hartslag zetten ze even uit. Meestal liggen ze diep in het lichaam. Op plaatsen waar de slagaders wat meer aan de oppervlakte liggen, kun je ze horen kloppen. Dit kan bijvoorbeeld in de polsen of in je hals. Verder is de bloeddruk in de slagaders erg hoog en het bloed stroomt snel. Bij een verwonding zou er dus veel en snel bloed kunnen uitstromen. Het is dus van groot belang dat de slagaders niet kunnen knappen, vandaar de stevige wand. In de grote bloedsomloop stroomt er zuurstofrijk bloed door de slagaderen, terwijl dat in de kleine bloedsomloop juist zuurstofarm bloed is. • Haarvaten: al deze bloedvaten vertakken zich en worden steeds kleiner. Nu worden het haarvaten genoemd. We kunnen nu spreken van haarvatennetten. In de haarvaten stroomt het bloed maar heel langzaam: slechts 2 mm per seconde! Vooral in de weefsels, waarin veel verbranding is, komen veel haarvaten voor. Deze weefsels hebben meer voedingsstoffen nodig en hebben ook meer verbrandingsproducten om afgevoerd te worden. Ze komen voor in elk deel van het lichaam. Haarvaten hebben zeer dunne wanden, waardoor het zuurstof en de voedingsstoffen uit het bloed het lichaam in kunnen sijpelen. Zo worden de organen gevoed. • De aders: de haarvaten komen weer bij elkaar om dikkere buizen te vormen. De aders brengen het bloed juist vanaf de organen terug naar het hart. Ze hebben een dunnere en minder stevige wand. In tegenstelling tot de slagaders kloppen deze aderen niet, daarvoor zijn ze niet stevig genoeg. Ook liggen ze aan de oppervlakte van het lichaam. Je kunt de aders zien als de blauwe lijntjes onder je huid. Aangezien de bloeddruk in de aders lager is, is het minder erg wanneer er door een verwonding bloed uitstroomt. Het bloed in de aders stroomt dus vrij langzaam. Doordat de wanden van de aders minder sterk zijn dan die van de slagaders, kan het bloed niet vooruit worden gepompt. Daarom bevatten de aders, evenals het hart, ook kleppen. Deze heten de aderkleppen. Ook zij voorkomen dat het bloed de verkeerde kant opstroomt. In de grote bloedsomloop in het bloed zuurstofarm, terwijl dat in de kleine bloedsomloop juist zuurstofrijk bloed is. Ook het hart zelf moet natuurlijk gevoed worden. Daarom lopen er allemaal heel kleine bloedvaatjes over het hart. De kransslagaders voeren bloed dat rijk is aan zuurstof en andere voedingsstoffen naar het hart toe, terwijl het bloed in de kransaders juist de afvalstoffen, zoals koolstofdioxide, van het hart afvoeren. De bloedsomloop Hier zal ik de verschillende onderdelen van de bloedsomloop benoemen: Via deze rechterboezem stroomt het zuurstofarme bloed (het is nog niet gevoed door de longen (in de tekening blauw)) naar de rechterkamer en vanuit daar loopt een longslagader (of arteria pulmonalis) richting de longen. Na de rechterkamer splitst de longslagader zich in twee delen, die allebei hun bloed naar een andere long voeren. Daar worden de slagaders weer al kleiner en worden uiteindelijk haarvaten, deze laten het bloed door hun wanden heen sijpelen en gaan later weer samen in de aders. Bij terugkomst bevindt het gezuiverde bloed (nu dus juist zuurstofrijk (in de tekening rood)) zich via de longader in de linkerboezem en stroomt weer naar de linkerkamer, waar de grote bloedsomloop begint. De lichaamsslagader (of aorta) verbindt de linkerkamer met het lichaam. Alle organen worden nu voorzien van zuurstof, doordat het bloed naar hen toe kan stromen. Na de linkerkamer vertakt de aorta zich in twee delen (de bovenste en de onderste slagader), evenals de longslagader. De bovenste voert het bloed naar de hals en de hersenen, terwijl de onderste zich verder vertakt naar de organen. Elke slagader heeft dezelfde naam als het orgaan waarnaar het zijn bloed toevoert. Zo heeft de longslagader deze naam, omdat hij richting de longen loopt. De bovenste slagader vertakt zich eerst in de twee armslagaders en de halsslagader. De onderste slagader gaat verder naar beneden en vertakt zich verder naar de verschillende organen. Voorbeelden hiervan zijn: de leverslagader, de darmslagader en de nierslagaders. Vervolgens komen de beenslagaders. Aangekomen bij de organen gebeurt er weer hetzelfde als bij de longen: de slagaders vertakken zich tot haarvaten en die laten het bloed in de organen sijpelen en komen vervolgens weer samen tot aders. Op de terugweg stromen er uit al deze organen aders met zuurstofarm bloed. Ook elke ader heeft weer dezelfde naam als het orgaan waarvan hij vertrekt. Een voorbeeld hiervan is weer de longader. Een uitzondering hierop is de poortader, die vanuit de darm stroomt. Zo heb je de beenaders, de nieraders, de poortader (deze stroomt dus uit de darmen) en de leverader. Allemaal komen deze aders bij elkaar in de onderste holle ader. Deze stroomt naar boven. De aders die van boven het lichaam komen, zoals de twee armaders en de halsader, monden uit in de bovenste holle ader. Deze stroomt juist naar boven, waardoor de onderste holle ader hierin uitmondt. Die ader blijft vervolgens de bovenste holle ader heten. De bovenste holle ader vervoert het bloed weer naar de rechterboezem en uiteindelijk naar de rechterkamer. Hier begint de kleine bloedsomloop opnieuw. Je begrijpt nu misschien ook wel het verschil tussen de kleine en de grote bloedsomloop: de kleine moet, zoals de naam al aangeeft, een veel kortere weg afleggen naar de longen. De grote daarentegen, laat het bloed door het hele lichaam stromen. De linkerkamer is dan ook gespierder dan de rechterkamer: deze moet het bloed in de aorta pompen, waarna het zuurstofrijke bloed een heel lange weg door het lichaam moet afleggen. Net zoals in de slagaders, is ook de druk in de linkerkamer hoger, aangezien het bloed veel verder moet worden gepompt. In de rechterkamer mag het bloed zelfs niet eens zo hard stromen, want anders kunnen de longhaarvaten knappen. Dan zou je verdrinken in je eigen bloed!
Slot Het was naar mijn mening echt heel leuk om mijn werkstuk over bloed te doen! Ik heb erg mijn best gedaan om er iets leerzaams van te maken. Ik ben altijd erg kritisch op de informatie die ik gebruik. Daarmee bedoel dat ik niet zomaar alles in mijn werkstuk plaats wat ik tegenkom. Daarom heb ik misschien niet de meeste tekst, maar ik hoop dat het wel goed is. Alles ging ook prima en ik vind dat ik goede informatie gevonden heb. Ik ben naar de bibliotheek geweest en heb veel sites over bloed gevonden op internet. Alleen is het jammer dat ik niet meer toegekomen ben aan mijn laatste hoofdstuk over de ziekten en afwijkingen van het bloed. De sikkelcelanemie, waarover ik het eerst zo graag wilde doen, zit er nu dus niet in… Mijn nicht Cyrina heeft geneeskunde gestudeerd en daarom heeft ze wat informatie uit één van haar studieboeken gekopieerd voor mijn laatste hoofdstuk. Ik heb het alleen dus niet gebruikt. Over de bloedsomloop heb ik niet zoveel geleerd (ik wist ongeveer alles nog van biologie van vorig jaar), maar het andere hoofdstuk vond ik wel erg leerzaam. Eigenlijk heb ik overal mijn eigen kennis wel bij gebruikt. Meestal las ik verschillende stukjes eerst grondig door en maakte er vervolgens mijn eigen samenvatting van. Daarom staan er bij sommige stukjes meerdere bronnen achter elkaar onderaan de tekst. Ik vind bloed eigenlijk nog interessanter geworden dan dat ik het al vond. Alleen was het wel jammer dat je er alleen in de les aan kon werken, dus niet zoveel tijd had en niet heel diep kon ingaan op het onderwerp. Ik had graag nog wat meer over bloed te weten willen komen, maar dat kan ik natuurlijk altijd zelf nog doen. Nu weet ik in ieder geval helemaal zeker dat ik geneeskunde wil gaan studeren! Bronnenlijst Informatie
eigen kennis
boek: mijn lichaam: bloedsomloop (Anita Ganeri) boek: waanzinnig om te weten: bloed, botten en de rest van je body (Nick Arnold) http://www.guidant.nl/Patient/Heart-BV-Basics/heart_intro.aspx
http://www.guidant.nl/Patient/Heart-BV-Basics/heart_valves.aspx
http://beeldbank.schooltv.nl/oneclip.jsp?id=1132
http://www.hartstichting.nl/go/default.asp?mID=5524&rID=214
http://www.scholieren.com/werkstukken/23081?type=word
http://users.telenet.be/lode.stevens/cma/bloed2.html
Plaatjes
http://www.ikhebsikkelcel.nl/images/1125589781_bloedvaten.jpg
http://www.elzosmid.nl/portfolio/i/hemat_illu_95.jpg
http://www.virgajesse.be/images/img_113
http://home.hccnet.nl/r.cristofoli/transportcbox.htm
http://www.spreekbeurten.info/hart1.jpg

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.