Metafysische gedachte-experimenten

Beoordeling 9
Foto van Joelle
  • Verslag door Joelle
  • 5e klas vwo | 1293 woorden
  • 27 juni 2018
  • 2 keer beoordeeld
  • Cijfer 9
  • 2 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ADVERTENTIE
Studententijd zomerspecial

Heb jij de Zomerspecial van Studententijd de podcast al geluisterd? Joes, Steie, Dienke en Pleun nemen je mee in hun zomer vol festivals, vakanties en liefde. En kijken ook alvast vooruit naar de introductietijd van het nieuwe collegejaar. Luister lekker mee vanaf je strandbedje, de camping of onderweg. 

Luister nu!

Metafysische gedachte-experimenten



Brein in een vat van Hilary Putnam



Brein in een vat is een gedachtenexperiment dat de volgende situatie beschrijft: Een wetenschapper haalt de hersenen van een persoon uit het lichaam, legt deze in een bad met vloeistof en sluit de neuronen van de hersenen aan op een zeer krachtige computer. Deze computer simuleert een virtuele werkelijkheid.  De hersenen krijgen signalen van de computer, zoals beeld en geluid, en deze signalen worden door de computer verwerkt in de simulatie. De hersenen zouden op deze manier dezelfde belevenis hebben als wanneer ze zich in een fysiek lichaam bevonden.



De grote vraag hierbij natuurlijk is de vraag of wij nu niet allemaal hersenen in een vat zijn en of de wereld zoals wij die waarnemen niet eigenlijk een simulatie op een computer is.



Volgens sommigen zou je met behulp van dit gedachte-experiment antwoord kunnen geven op de vraag of je kennis kunt hebben over de werkelijkheid. De redenering zou er dan als volgt uitzien:



1: Als ik kennis kan hebben over de werkelijkheid, dan ben ik geen brein in een vat.



2: Ik weet niet dat ik geen brein in een vat ben.



Conclusie: Ik kan geen kennis hebben over de werkelijkheid.



Volgens Putnam kan je wel degelijk kennis hebben over de werkelijkheid. Je kunt volgens hem niet denken dat je een brein in een vat bent, omdat deze begrippen slechts bestaan in de virtuele wereld en je dus helemaal niet kunt refereren aan een werkelijkheid waarin dit het geval zou zijn. Daardoor klopt de eerste stelling in de redenering niet en is deze redenering daardoor ook niet meer geldig.





De grot van Plato



De allegorie van de grot is een de beroemdste passages uit Plato’s werken. De thema’s die in dit gedachte-experiment centraal staan zijn Plato’s opvattingen over het mens-zijn en de menselijke kennis over de realiteit.



Achtergrond informatie over Plato en zijn opvattingen:



Plato beschouwde alles in onze wereld als een voorbijgaande kopie van de ideale, permanente vorm buiten ruimte en tijd. Simpeler gezegd; Plato was ervan overtuigd dat de gewone wereld een schijnwereld is en dat hierbuiten de echte wereld bestaat, een soort hogere werkelijkheid, waarin alles door wiskundige verhoudingen perfect geordend en in harmonie is. Deze perfecte wereld is niet zintuiglijk waarneembaar.



De wereld is dus als het ware op te delen in twee delen:



1. De waarneembare wereld van alledag = de wereld van de zintuigen, waarin tijd en ruimte heerst en waar niets perfect is. Dit is de wereld waarin ons lichaam zich bevindt.



2. De wereld der abstracties = de wereld buiten de zintuiglijke waarneming, hier heerst perfecte orde en permanentie, ruimte en tijd bestaan er niet. Dit is de wereld van onze ziel.





Het experiment



Stel je een grote grot voor, die verbonden is met de buitenwereld door een lange gang waar geen daglicht in valt. Er zit een rij gevangenen met hun rug naar de ingang, kijkend naar de achterwand van de grot. Zij zitten op zo’n manier vastgebonden dat ze hun armen, benen en hoofd niet kunnen bewegen en elkaar dus ook niet kunnen zien. Zo hebben zij hun hele leven gezeten en zij kennen dus niets anders. Achter hen bevindt zich een vuur en een muur. Achter die muur lopen mensen met allerlei voorwerpen heen en weer, waardoor er schaduwen op de muur vallen en de gevangenen dus slechts deze schaduwen zien en de echo’s van de stemmen horen. Dit is dus hun realiteit.



Stel dat een van de gevangenen zijn ketenen zou weten af te schudden, dan zouden zijn ledematen verkrampt zijn door jarenlange ketening en hij zou verblind worden door het vuur.



Hij zou al snel terug willen keren naar de wereld die hij kent, de schaduwwereld. Als hij uit de grot naar het felle zonlicht zou gaan, zou hij pas na lange tijd iets kunnen zien en dat begrijpen. Als hij eenmaal gewend zou zijn aan de buitenwereld en weer terug zou gaan naar binnen, zou de duisternis hem weer tijdelijk verblinden. Zijn ervaringen zouden onbegrijpelijk zijn voor de andere gevangenen, omdat hun taal alleen naar schaduwen en echo's verwijst.



Zijn behendigheid om de weerkaatste schaduwen te zien en te omschrijven zal minder zijn geworden door zijn tijd in de buitenwereld en daardoor zou hij voor de andere gevangenen een dreiging kunnen vormen.



De ontsnapte gevangene staat eigenlijk symbool voor de ‘verlichte filosoof’, die veel pijn en moeite moet doorstaan wil hij de hogere werkelijkheid kunnen bereiken. Het is dan ook de taak van de verlichte filosoof om het volk (de gevangenen) te redden van hun eigen onwetendheid.





The Matrix



Het experiment dat in The Matrix wordt geschetst is eigenlijk vergelijkbaar met het ‘Brein in een Vat’ concept. De vraag die ook hier weer naar voren komt is: Is de wereld om zoals wij die kennen een illusie ?



In de film is de werkelijke wereld zover vernietigd dat het niet meer mogelijk was voor de mens om er te leven. Daarom werd er een nieuwe wereld gecreëerd in de vorm van een simulatie: The Matrix. De mensen zitten aangesloten op deze simulatie en zijn zich er dus niet van bewust dat de wereld waarin zij leven eigenlijk niet echt is. De Matrix is de plek waar hun geest is, de echte wereld is de plek waar hun lichaam is. Aan de hoofdrolspeler Neo wordt de kans geboden om uit deze wereld te ontsnappen. Er wordt geloofd dat hij The One is: diegene die de mensheid van de Matrix kan bevrijden.



Deze film laat de kijker zeker nadenken over zijn eigen werkelijkheid. Is de wereld waarin wij leven eigenlijk wel echt of is dit ook allemaal slechts een simulatie ? We spreken hier dus eigenlijk weer over een werkelijkheid die niet waar te nemen is.





Overeenkomsten The Matrix en de allegorie van de grot



Je kunt Neo vergelijken met de gevangene die, gedreven door zijn eigen nieuwsgierigheid, op zoek is naar de werkelijkheid.



Hij vindt een manier om zijn ketenen af te slaan: hij neemt de rode pil. Aangekomen in de echte wereld beseft hij dat de echte wereld niet zo rooskleurig lijkt als hij deze had voorgesteld. Hij verlangt terug naar zijn oude leven in de Matrix. Na een tijdje went hij aan de omstandigheden in de echte wereld. Hij krijgt zelfs plichtsbesef: hij ziet het als zijn taak om alle bewoners van de Matrix te bevrijden van de terreur ervan. Hierbij moet hij echter wel opletten; het systeem zal hem gaan zien als gevaar en hem proberen te doden.











Twijfelexperiment van Descartes



Descartes ging op zoek aan iets waar aan je niet kunt twijfelen door in eerste instantie aan alles te gaan twijfelen. Als je aan alles twijfelt zou er volgens hem iets over moeten blijven waaraan je niet kunt twijfelen. Op een bepaald punt ging hij zelfs twijfelen aan de almachtige God waarin hij geloofde. Wat nu als die almachtige God niet goed is, maar een almachtige demon is die hem laat geloven dat er een wereld is en dat hij een lichaam heeft. Dit is dus vergelijkbaar met het Brein in een Vat gedachte-experiment.



Uiteindelijk vond Descartes toch een oplossing; er is toch altijd nog één ding waar aan je nooit kunt twijfelen, namelijk het feit dat je bestaat. Want, als je eraan twijfelt of je bestaat, dan denk je en om te denken moet je wel bestaan. Hij vatte zijn argument samen in de slogan Cogito ergo sum (Ik denk dus ik ben).



Ook Descartes is dus eigenlijk bezig geweest met de metafysische vraag naar de echte werkelijkheid, die buiten onze waarneming om bestaat.
























REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Ook geschreven door Joelle