Kasimir en Karoline

Beoordeling 6.9
Foto van een scholier
  • Theaterverslag door een scholier
  • 4e klas vwo | 2802 woorden
  • 18 mei 2005
  • 7 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.9
  • 7 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
CKV
ADVERTENTIE
Help nu jouw favoriete goede doel door jouw mening te geven!

Hoe? Heel simpel. Geef je op voor het panel van Young Impact en geef jouw mening over diverse onderwerpen zoals gelijke kansen, diversiteit of het klimaat. Voor iedere ingevulde vragenlijst (+/- 1 per maand) ontvang je een bedrag dat je direct mag doneren aan een goed doel naar keuze. Goed doen was nog nooit zo easy!

Meld je aan!
Zakelijke gegevens:
- Titel: Kasimir & Karoline
- Ondertitel: Warmbloedig volkstoneel over bange mensen in labiele tijden.
- Tekst: Ödön von Horváth
- Regie: Arie de Mol
- Spel: Els inc.: Martijn van der Veen (Kasimir), Yonina Spijker (Karoline), Max van den Burg (Schürzinger), Job Redelaar (Merkl Franz & kermisuitbuiter), Peggy Vrijens (Erna & Juanita), Kees Hartveld (Rauch), Rob de Kuiper (Speer), Ellie Hoogendijk (vertelster), Eva Nagtegaal (vertelster) en een poule van 19 Schiedamse amateurspelers.
- Muziek: Ruud van der Pluijm

- Dramaturgie: Mart-Jan Zegers
- Vormgeving: Theo Tienhoven, grafische vormgeving: Esthter Noyons
- Techniek: Gé Wegman, Herman de Bock, Peter Swikker.
- Productie: Lydia Buisman
- Fotografie: Ben van Duin

1. De eerste invalshoek: het stuk zelf

De inhoud van het stuk

Op een kermisterrein vol uitgelaten feestgangers en schreeuwerige attracties zien we een sombere, net ontslagen Kasimir. Zijn vriendin Karoline probeert hem op te vrolijken. Maar dan zegt hij tegen haar dat, nu hij is ontslagen, haar liefde voor hem waarschijnlijk wel minder zal worden en ze hem uiteindelijk zal verlaten. Karoline is het hier niet mee eens en vindt het een grove belediging! Gekwetst stort ze zich in het feestgedruis en ontmoet daar ene heer Schürzinger. Door hem laat ze zich trakteren en verwennen, met ijsjes en ritjes in de achtbaan. Kasimir volgt haar met lede ogen en kwijnt langzaam weg, terwijl zij ook nog eens aanpapt met een rijke fabrikant, de baas van Schürzinger. Uit pure koppigheid laten Kasimir en Karoline alle mogelijkheden liggen om weer tot elkaar te komen en zo glipt het geluk hen door de vingers.

Het toneelbeeld

Het decor was heel eenvoudig. Het was opgebouwd uit twee pilaren met roodwitte ruiten erop. Een van de twee pilaren is ook te zien op de voorpagina van mijn verslag.

Verder stonden er wat bankjes waar op gezeten kon worden. Aan de linkerkant van het toneel stond een ijsjeskraam. Aan de rechterkant stond een stalletje waar je sterke drank en worst kon kopen, iets wat alleen de allerrijksten zich kunnen permitteren. In het midden was nog een groot kastachtige stellage opgebouwd die fungeerde als achtbaan, decor tijdens een voorstelling (in het stuk) en als plek waar de vertelsters zaten.
De kostuums waren ook heel eenvoudig. De spelers liepen gewoon in hele oude kleding rond. Toentertijd, zo vlak voor de Tweede Wereldoorlog, liepen de mensen er waarschijnlijk wel zo bij. Het waren ‘gewone’ kleren voor die tijd. Toch was het uiterlijk van de spelers heel raar: ze hadden de gezichten van de spelers vervormd. De een had watten in z’n mond, de ander had overal pleisters over het hele gezicht zitten. Het waren mismaakte mensen. De reden dat de spelers er zo bij liepen, was dat hun innerlijk in de war is en dat wilde de regisseur duidelijk maken door het uiterlijk van de spelers ook ‘in de war’ te maken.

Stijl van het spelen

De spelers waren niet realistisch: de gezichten waren vervormd. Dit was, zoals hierboven al gezegd, om de verwarring van de tijd weer te geven. De mensen waren verward en dat is dus te zien aan hun uiterlijk.
Verder praatten ze met geleende taal. Ze gebruikten niet hun eigen woorden, maar wilde moeilijke woorden gebruiken om beter over te komen. Deze woorden spreken ze dan verkeerd uit, omdat ze eigenlijk boven hun stand zijn. De woorden komen uit een andere sfeer en passen ook niet in het stuk. De uitspraak is dan net anders dan hun bedoeling, waardoor het soms wat lastig te volgen is.


2. De tweede invalshoek: de kunstenaar

Het toneelstuk is geschreven door Ödön von Horváth.
Ödön von Horváth werd in 1901 geboren in Fiume, een kustplaats in het huidige Kroatië. Toen maakte die stad nog deel uit van Oostenrijk-Hongarije, dat Oostenrijk en grote delen van de Balkan omvatte. Het keizerrijk was een zogenaamde 'Veelvolkeren-staat' die vaak te kampen had met grote maatschappelijke en politieke spanningen tussen de Oostenrijkse, Hongaarse, Servische en Kroatische volksdelen. Elk volksdeel wilde onafhankelijk zijn en zijn eigen cultuur behouden en koesteren. Ondanks de Hongaarse achtergrond was in huize Von Horváth Duits, de taal van de overheid, de voertaal.

In 1919 ging Ödön in München studeren. Hij koos voor Duitsland en de Duitse taal en cultuur, omdat hij het gevoel had dat juist in die taal zijn groeiend schrijverstalent tot grote bloei zou komen. Zijn eerste pogingen waren korte verhalen voor kranten en tijdschriften. Ook begon hij zijn eerste toneelstukken te schrijven. Hij ontwikkelde de gave om op subtiele wijze de tijdsgeest en de mentaliteit van zijn tijdgenoten te verwoorden en met kritische ironie te verwerken. Grote successen boekte hij met de toneelstukken 'Verhalen uit het Weense woud', 'Kasimir & Karoline' en 'Geloof liefde hoop', allemaal geschreven en opgevoerd rond 1930.

In 1933 kwam Adolf Hilter in Duitsland aan de macht. Net als vele politieke tegenstanders en kritische kunstenaars besloot Von Horváth om dictatoriaal Duitsland te verlaten. Hij ging in Wenen wonen en werken, maar zijn toneelstukken hadden minder succes. Twee van zijn romans werden uitgegeven, onder andere in Amsterdam.

In 1938 lonkte de filmfabriek Hollywood die geïnteresseerd was in de verfilming van één van zijn romans. In Parijs had hij gesprekken met Amerikaanse filmproducenten en stond op het punt naar de Verenigde Staten te vertrekken, toen hij op een late avond besloot om niet met de tram maar te voet naar zijn hotel te gaan. Hij was bang voor trams en had overigens nog veel meer van dat soort fobieën. Er woedde een hevige voorjaarsstorm. En toen gebeurde het: de bliksem sloeg in een boom, een tak viel naar beneden en raakte de net passerende Von Horváth. Hij overleed ter plekke aan zijn verwondingen. Een merkwaardig maar ook onheilspellend einde van een groot schrijver…

Het stuk werd opgevoerd door Els inc.
Els inc. is een theaterensemble onder leiding van regisseur Arie de Mol. Samen met hun vaste spelersgroep maken ze sinds 1994 geëngageerde en fantasierijke voorstellingen, met een mengeling van revue en reflectie.
Ze verbouwen repertoirestukken of werken met eigen teksten, gebaseerd op authentiek en documentair materiaal. Soms geven ze een collega-maker opdracht een tekst voor hen te schrijven.
Els inc. wil het tijdloze verhaal van de eeuwig ploeterende mens en zijn verlangen naar houvast in al haar stukken vertellen. In veel stukken, zoals ook in ‘Kasimir en Karoline’, komt dat ook duidelijk naar voren. Ze maken altijd voorstellingen die in meer of mindere mate tot nadenken willen aanzetten, over maatschappelijk handelen in de tijd en de wereld waarin wij leven. In de maatschappelijke en historische achtergrond van Von Horvath's volksstukken zien ze een overeenkomst met de roerige tijden in ons eigen land sinds 11 september 2001, 6 mei 2002 en onlangs 2 november 2004. Deze gebeurtenissen hebben voor gevoelens van verwarring en teleurstelling gezorgd over hoe mensen in onze samenleving met elkaar om moeten gaan. Veel burgers voelen zich in de steek gelaten en zijn gefrustreerd. Met als gevolg dat 'de kleinburger' weer opstaat en zijn onmacht en frustratie de vrije loop laat. Daarom willen ze, net als Ödön von Horváth in de jaren dertig, zijn bewustzijn niet laten horen. Ze proberen in de voorstelling de verborgen oorzaken van de ontzieling van de wereld zowel in spel, regie en vormgeving zichtbaar en voelbaar te maken. Ze gebruiken spreektaal waarmee het niet lukt oprechte gevoelens te uiten. Ze spelen bekrompen gedrag dat slechts gevoed wordt door angst. Ook tonen ze maatschappelijke verhoudingen die de mensen beperken. Zonder te prijzen of te veroordelen proberen ze theater te maken, dat niet alleen ontroert, maar ook vragen oproept over hoe wij mensen met elkaar omgaan en wat ons bezielt. Ze proberen het noodlottige dwalen van de kleinzielige mens en zijn hunkering naar houvast op het toneel te zetten. En ze vonden in Ödön von Horváth een perfecte bondgenoot!

Het stuk is geregisseerd door Arie de Mol.
Op internet vond ik een kort interview met Arie de Mol, de regisseur van Els inc. Er werden hem 4 vragen per e-mail gesteld. Hieronder kunt u ze lezen.
> Eerder ensceneerde je werk van Albert Camus, van Bertolt Brecht, van Herman Heijermans en nu dan van Ödön von Horváth. Er moet een overeenkomst zijn, of niet?
Waarschijnlijk doel je op hun politiek engagement en hun kloppend hart voor de 'kleine man'. Het is inderdaad geen toeval dat wij op dit soort schrijvers uitkomen. Onze voorstellingen doen altijd een uitspraak over hoe we samenleven en over de moeite die dat kost. Een ander motief bij Els is compassie met de dagelijkse narigheid van kleine, onbeduidende mensjes en hun geploeter, op zoek naar houvast.
> Je staat te boek als een geëngageerd theatermaker. Iemand die probeert de maatschappelijke verhoudingen op toneel te vangen, misschien wel de wereld zou willen verbeteren. Is dat geen hopeloos naïeve onderneming?
Ja, natuurlijk. Maar zonder droom kan ik niet leven. En zeker geen zinvol theater maken. Zo lang het een godsgruwelijke puinhoop is, heeft het zin om te proberen daar iets aan te verbeteren. Anders word je cynisch en ga je denken dat het beter is om alleen maar aan jezelf te denken, omdat het toch geen donder uitmaakt. In zo'n biotoop hou ik het niet lang uit. Dan maar naïef.
> Tegelijkertijd grijp je in je ensceneringen terug op iets wat je bijna 'volkstoneel' zou kunnen noemen: een tikkie overdreven aangezette personages, die ook nog eens uit lijken op een kleine lach en een weggeslikte traan. Ben je niet bang voor ouderwets te worden versleten?
Wat een k**vraag. Ten eerste ben ik het helemaal niet eens met je term 'volkstoneel' als kwalificatie voor ons werk. We proberen juist iedere voorstelling qua vorm en stijl zo min mogelijk op de vorige te laten lijken. Na Ora et labora kwam Morgen gaat het beter, om maar een voorbeeld te noemen. Waarom zou je jezelf de beperking opleggen van één bepaalde stijl of werkwijze?
Ten tweede zijn we niet uit op ‘een kleine lach en een weggeslikte traan’, eerder op een vette schaterlach en een zwembad vol zichtbare tranen. Maar bovenal zijn we uit op bezinning en reflectie.
> Kasimir en Karoline moet je nog gaan maken. Durf je nu al te zeggen wanneer de voorstelling voor jou geslaagd zou zijn?
Als ik mezelf ermee verras. En als ik niet de enige ben die er van geniet.

3. De derde invalshoek: cultuurhistorie

Het verhaal speelt zich af rond 1930 in Duitsland. Karoline en Kasimir lopen rond op de kermis van het oktoberfeest van München in Bayern.

Je merkt dat het rond 1930 is, want de economische situatie is niet erg goed. Kasimir wordt, met vele anderen, ontslagen. Hij is hierdoor nogal terneergeslagen, omdat hij weet dat hij niet zo makkelijk werk kan vinden. Er was ook veel onzekerheid in die tijd, veel mensen wisten niet meer waar ze aan toe waren en gingen zich anders gedragen. Dit stuk speelt zich af vlak voor de verkiezing van Hitler die misbruik maakte van alle onzekerheid.

De kermis is een belangrijk element van het verhaal. Op de kermis gedraagt iedereen zich altijd anders, zo ook Kasimir en Karoline. Door de kermis komt Karoline een ander, Schürzinger, tegen. Hij heeft wel geld en geeft aan Karoline wat ze hebben wil. Iets accepteren van een ‘vreemde’ zou ze anders nooit gedaan hebben, zegt Karoline zelf. Nu doet ze het wel. Kasimir loopt Karoline de hele tijd achterna en bespioneert haar. Anders zou hij dat nooit gedaan hebben, zegt Kasimir zelf.

Je kan ook merken dat het zo rond 1930 is aan de scène in het café. Daar werden oude volksliederen gezongen door alle cafégangers. Cafés werden in die tijd ook veel bezocht, omdat

Er zaten ook wat eigentijdse elementen in het stuk. Een aantal van de volgende woorden en uitspraken die voorkwamen in het stuk zullen vroeger vast niet gebruikt zijn: geil, lekkere wijven, “we gaan ze eens effen lekker pakken”. Deze woorden kwamen allemaal in een scène voor, de rest van de taal was veel ‘beschaafder’.
Er waren verder niet veel elementen uit onze tijd.

4. De vierde invalshoek: de kijker

Mijn mening

5. Recensie

Ik heb nog een recensie over dit toneelstuk kunnen vinden. Deze komt van de website www.theaterguide.nl.

KASIMIR EN KAROLINE door ELS INC.
Gezien: 16 februari 2005, Kunsthuis 13, Velp.

In het toneelbeeld overheersen de kleuren rood en wit; de achterwand, de zitjes, de gordijnen voor het verhoogde podium, alles is rood-wit geblokt. Aan weerszijden twee zwijnekoppen die ons aanstaren. Het geheel ademt een sfeer van properheid en gemütlichkeit uit. Het is 1932, we zijn in München tijdens het oktoberfeest. Er is kermis, het bier vloeit rijkelijk en de attracties zorgen samen met ijs en gebraden kippetjes voor vermaak en plezier,

Dit is de achtergrond waartegen de Hongaars-Duitse schrijver Ödön van Hőrváth zijn kritisch volksdrama Kasimir en Karoline gesitueerd heeft. De acteurs van Els Inc., onder regie van Arie de Mol en bijgestaan door een groep amateurspelers uit Schiedam, brengen het stuk met een aanstekelijke passie en overtuigingskracht, vanuit een wens een parallel te trekken tussen de maatschappelijke achtergrond van de jaren ’30 en onze huidige maatschappij. Begeleid door twee vertelsters, brengen ze met hartstochtelijk spel en sentimentele Duitse liederen het relaas van de twee geliefden.

Kasimir is net ontslagen als chauffeur en spreekt zijn angst uit tegen zijn vriendin Karoline dat zij hem zal verlaten als door zijn werkeloosheid de armoede zal toeslaan. Geschokt door zijn wantrouwen stort ze zich in het kermisgebeuren en laat zij zich meeslepen door haar verlangen naar vertier. Tussen hen ontstaat een steeds grotere verwijdering die uiteindelijk niet meer te overbruggen valt.

Op de kermis ontmoet Karoline de heer Schürzinger door wie ze zich laat trakteren op ijs en ritjes in de achtbaan. Op de achtergrond kijkt Kasimir hulpleloos toe. Ook laat ze zich het hof maken door de baas van Schürzinger, een fabrieksdirecteur en diens kompaan. Twee twijfelachtige notabelen, die als hobby de dames onder de rokken gluren als deze in de Hippodrome naar beneden glijden. Tegelijkertijd ontmoet Kasimir de criminele Merkl Franz en diens treurige vriendin Erna en wordt hij op zijn beurt meegezogen in de richting van het ‘slechte’. Meer en meer zien we Kasimir en Karoline uit elkaar drijven totdat aan het eind van het verhaal de breuk definitief is. Ze hebben zich hun liefde laten ontglippen zonder daar invloed op uit te oefenen.

De twee vertelsters kondigen aan wat er gaat gebeuren en begeleiden ons door de gebeurtenissen. Als een changement moet komen klinkt het onheilspellende woord ‘duisternis’. De vrouwen spreken een vervreemdende taal die Hörváth ook de andere personages in de mond heeft gelegd. Een taal die hen niet de mogelijkheid geeft uit te drukken wat werkelijk in hen leeft, met geleende woorden die ze hebben opgepikt maar niet van henzelf zijn. Verkeerd begrepen uitdrukkingen of verdraaide termen roepen een gegeneerde lach op maar tevens medeleven met de figuren.

Hoewel de aankleding en de tekst in eerste instantie verwondering en fascinatie oproepen, is de twee uren die de voorstelling duurt voor mij een hele zit en vraag ik me af of het drama in een kortere tijd verteld had kunnen worden. De scène waarin in slow-motion gedronken en gezongen wordt in de Stube, duurt wel erg lang. Hoewel het beeld de personages in de kroeg temidden van andere bezoekers, gespeeld door de amateurspelers, op zich krachtig is, verliest het zijn kracht door de herhaling.

Ook het poppenkastachtig spel dat een groteske sfeer oproept is een tijdlang boeiend, maar wordt halverwege bij een aantal spelers wat langdradig. De directeur en zijn vriend zijn dan wel erg gemaakt en lijken de stijl niet echt vol te houden. Maar vooral Martijn van der Veen (Kasimir), Yonina Spijker (Karoline) en Peggy Vrijens (Erna) pogen op een hartstochtelijke manier de werkelijke emoties van hun personages zichtbaar te maken. Zoals Erna die voor mij symbool staat voor het teloorgaande vrouwelijke dat door de mannelijke moraal misbruikt wordt. Ze laat zich manipuleren vanuit een behoefte aan liefde en zekerheid. Zij is het meest troostrijke personage. Als Erna aan het eind de gearresteerde Merkl Franz ingeruild heeft voor Kasimir kijkt ze met haar met lange valse wimpers getooide ogen het publiek in en voelt zich, ondanks alles, geborgen. Karoline, alleen gelaten, spreekt de laatste strofe uit, verbaasd over wat zich heeft afgespeeld: “Je hebt nu eenmaal zo’n verlangen in je. Maar dan kom je terug met gebroken vleugels en het leven gaat verder alsof je er nooit bij bent geweest”. Duisternis.
Een fascinerende voorstelling.

6. Bronnen

De bronnen die ik geraadpleegd heb om dit verslag te kunnen schrijven zijn:
- De folder die je bij het begin van de voorstelling uitgereikt kreeg.
- De website van Els inc.
- De website van Theater Kikker, waar het email-interview van Arie de Mol op te vinden was.
- De website van Stichting Schat Producties
- www.theaterguide.nl

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.