Inleiding
Wij gaan het hebben over een aantal verschillende relaties die er zijn en daarvan de kenmerken.
Je kunt van je ouders houden, van je vriend of van je hond maar allemaal op een andere manier. Je vriendje kan je zoenen, met een hond zou je dat minder snel doen. Je gaat ook anders met elkaar om, met je ouders ga je hechter met elkaar om dan met een leraar (hoewel dat anders kan zijn al je thuis problemen hebt). Ook mag de een je op meerdere/andere plekken aanraken dan de ander, de een heeft meer invloed op je dan de ander enz. Over deze dingen gaan wij het hebben. Maar nu eerst willen we even een paar verschillen laten zien… (spelletje)

Vreemden

Wildvreemden hebben helemaal niks met elkaar. Ze kennen elkaar niet en weten niet hoe de ander is. Ze hebben geen relatie met elkaar. Je bent absoluut niet afhankelijk van degene, want in het dagelijkse leven heb je niks met die persoon en de gewoonten van die persoon. Wildvreemden hebben dan ook geen invloed op elkaar.

Verkoper

De relatie die je hebt (eigenlijk niet hebt) met een verkoper lijkt op die met een vreemde. Alleen heb je met een verkoper een functionele relatie.
Bij een verkoper ben je niet afhankelijk van hem maar hij van jou omdat hij wilt dat jij iets koopt. Als het goed is heeft een verkoper geen invloed op jou en hoe je over dingen denkt. Je wisselt maar een paar woorden met elkaar en ziet elkaar daarna meestal niet weer. Je hebt dus maar heel kort contact met elkaar. Een verkoper mag jou denk ik ook nergens aanraken.

Vrienden

Kenmerken van echte vrienden.

Vrienden willen graag bij elkaar zijn, samen dingen doen of gewoon lekker kletsen. Je praat met vrienden vaak over dingen die je niet met volwassenen bespreekt. Vrienden hebben ook vaak iets gemeenschappelijks. Iets waarin ze op elkaar lijken, Bijvoorbeeld: dezelfde leeftijd of dezelfde hobby. Een vriend heeft iets voor je over, zonder dat hij daar iets voor terug wil krijgen. Je vindt het gewoon leuk om elkaar plezier te doen. Echte vriendschap komt van twee kanten. Dus er hoort ook geen plus of min kant te zijn. Jullie zijn allebei gelijk.

Verschillende relaties.

Vrienden en vriendinnen hebben een persoonlijke relatie. Dat houdt in dat je vertrouwen hebt in elkaar, dat je, je op je gemak voelt bij hem of haar en je kunt je gevoelens bespreken met elkaar. Als een vriendschap voorbij is gaat een persoonlijke relatie over in een functionele relatie. Dat is een relatie waarbij je elkaar nodig hebt.

De invloed van de vrienden op jou.

Vrienden hebben een grote invloed op je. In een vriendengroep zijn er vaak bepaalde dingen die stoer zijn of zo horen. Als je je daar niet aan houdt hoor je er al snel niet meer bij. Het gedrag wat een groep vertoond heet groepsgedrag. Meedoen met groepsgedrag kan positieve kanten of negatieve kanten hebben. Als er niemand rookt of drinkt doe jij dat ook niet omdat niemand dat doet. Maar als mensen dat wel doen ga je zelf ook sneller roken of drinken. Dat kan moeilijk zijn als je dat niet wil, Dan moet je tegen de groep in durven te gaan. Daar is moed voor nodig.

Ouders-kind

De relatie tussen ouder en kind is niet altijd even hecht. Sommige ouders bemoeien zich helemaal niet met hun kinderen, praten niet over gevoelens en troosten hun kinderen niet als ze verdrietig zijn. Ouders hebben een grote invloed op kinderen. Als bijvoorbeeld ouders roken, heb je een kans dat de kinderen het ook gaan doen (omdat ze denken dat het normaal is). Ze nemen de goede en slechte gewoontes dus over van hun ouders.
Je hebt voor de rest van je leven een relatie met je ouders. Die is vaak niet hetzelfde als vroeger maar op een bepaalde manier is hij er sowieso. Je bent erg afhankelijk van je ouders, want zonder hun zo het moeilijk zijn om ‘’te overleven’’. Ze zorgen er namelijk voor dat je eten krijgt en kleren etc.
De meeste kinderen laten dat het toe dat hun ouders hun bijna overal aanraken (natuurlijk niet óveral). Waar ze je wel mogen aanraken kan aan je godsdienst liggen en natuurlijk aan je band met je ouders.

Leraar

Een leraar heeft een grote invloed op je, vooral op de basisschool. Vaak als een wat jonger kind een vraag heeft dan gaat hij eerder naar een leraar toe dan naar zijn ouders omdat hij de leraar slimmer vindt. De leraar is degene die (als het goed is) de baas is. Zo niet, dan doet de leraar wat fout. Op de basisschool heb je een leraar voor een of meerder jaren en heb je vaak ook maar een leraar. Op de middelbare school is de relatie die je hebt met je leraar anders omdat je hem maar een of twee keer in de week hebt en je maar heel kort les van hem hebt. Op deze manier heeft hij ook minder invloed op je. Een leraar mag je bijna nergens aanraken in tegenstelling tot je ouders en vriendje. Een leraar mag je misschien je schouders aanraken of niet eens. Wel kan je verliefd worden op je leraar, maar het is wettelijk verboden dat een leraar een relatie heeft met een leerling. Het is niet slim om een relatie met een leraar aan te gaan want als het ontdekt wordt kan je leraar van school getrapt worden.

Vriendje en vriendinnetje

In de puberteit verandert je lichaam, lichamelijk maar ook geestelijk. Je wordt bijvoorbeeld verliefd. Je kunt bijna nergens anders meer aan denken dan hem of haar.

Tips voor als je verliefd bent:

•Probeer erachter te komen wat zijn of haar hobby is, dan heb je wat om over te praten.
•Vraag hem of haar gewoon mee naar de film of wat dan ook, misschien kom je er dan achter of hij/zij ook verliefd op jou is.
Als je dan verkering hebt zijn er dingen die je beter wel en beter niet kan doen.
Je kunt bijv. uitgaan en zoenen, maar laat geen dingen toe die je niet wilt. Als je vriendje je ergens wil aanraken en jij wilt het niet moet je het zeggen. En wat heel belangrijk is; blijf je zelf. Je moet je ook bedenken dat er nog meer is dan hem of haar, bijvoorbeeld je vrienden en je huiswerk.
Bij een stelletje mag er geen min of plus kant ontstaan. Niemand hoort de baas te zijn over iemand. Jullie moet allebei immers kunnen en durven zeggen wat je wilt en wat je niet wilt.
Deze soort relatie kan lang duren maar ook kort.

Quiz

Dan willen we jullie nu nog wat vragen stellen:
1. Wat houdt een persoonlijke relatie in?
Dat houdt in dat je vertrouwen hebt in elkaar, dat je, je op je gemak voelt bij hem of haar en je kunt je gevoelens bespreken met elkaar.
2. Is de invloed die een leraar heeft op de basisschool of op de middelbare school groter?
Op de basisschool
3. Wat is een functionele relatie?
Een relatie waarbij je elkaar nodig hebt
4. Wat voor relatie heb je met een verkoper?
Een functionele relatie
5. Wat nemen kinderen vaak over van hun ouders?
Goede en slechte gewoontes
6. Waar je ouders je mogen aanraken kan liggen aan?
Je godsdienst en je band met je ouders

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

K.

K.

Ik heb er dus een 2.1 voor gehaald ( VMBO 3e jaar)

2 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

H.

H.

je bent fantastisch!! I LOVE YOU FOREVER AND ALWAYS JE HEBT MIJN LEVEN GERED OF EIGENLIJK MN 3E RAPPORT

8 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

J.

J.

dit si geweldig ik had een 9 voor mijn pw door dit!

8 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast