Live Q&A's met studenten

Deze en volgende week bieden we elke dag live Q&A's met studenten van verschillende studies. Stel je studiekeuzevragen, of kijk Q&A's terug.

 


Naar de Q&A's Alles over studiekeuze


ADVERTENTIE
Stel al je studiekeuzevragen aan studenten

Elke dag organiseren we meerdere live Q&A's waarbij studenten je studiekeuzevragen beantwoorden. Om 15:00 starten we met een live Q&A met studenten Lukas (IBA), Sterre (Econometrie) en Floris (Econometrie). Klik op de play-knop om een herinnering in te stellen!

Ga naar de livestream agenda

In 1848 werd het recht van persvrijheid in de Nederlandse grondwet opgenomen. Persvrijheid is een belangrijke voorwaarde voor democratie. Het staatsbestuur kan alleen dan democratisch functioneren als er sprake is van goed geïnformeerde, en voor zichzelf opkomende burgers.



Persvrijheid betekent niet alleen dat je alles mag zeggen wat je wil. Het houd ook de zgn. vrijheid van het verzamelen van nieuws in. Journalisten behoren de mogelijkheid te hebben om informatie te verzamelen. Daarvoor is het noodzakelijk dat de overheid in openbaarheid functioneert en de gewenste informatie ter beschikking stelt.



Ook na 1848 werd de krant nog niet echt een massamedium. Dat had in Nederland niet zozeer te maken met analfabetisme, want het grootste deel van de bevolking kon al enige tijd lezen en schrijven; rond 1900 was nog maar zo’n 10% van de Nederlanders analfabeet. Kranten waren duur, vooral door de hoge belasting die erop werd geheven.





Een belangrijke stap voorwaarts was het afschaffen het zgn. dagbladzegel in 1869. De krant werd nu bereikbaar voor burgers met een smallere beurs. De prijs zakte nog verder dankzij de ontwikkeling van nieuwe druktechnieken en dankzij een extra inkomstenbron van de krant: de reclame.



De industrialisatie maakte massaproductie mogelijk en massaproductie, daaruit leid weer massaconsumptie. Reclame werd een doeltreffend middel om de consument tot kopen te verleiden en de krant werd een belangrijk medium om de consument te bereiken.



Die economische ontwikkeling leidde bovendien tot ingrijpende verbeteringen in de infrastructuur. Bijv. wegen, spoorwegen, de telegraaf en de posterijen. Daardoor werd het mogelijk op grote schaal en snel informatie door te geven en de krant bij de lezers te krijgen.



Een belangrijke factor bij de ontwikkeling van de krant tot massamedium was de politieke emancipatie van de bevolking, de ontwikkeling van politieke partijen en vakbonden. Daardoor groeide het politieke bewustzijn en dus de vraag naar informatie over politieke en maatschappelijke ontwikkelingen bij brede lagen van de bevolking.



In een moderne democratie kenmerkt de pers zich door pluriformiteit, wat letterlijk veelvormigheid betekent. Verschillen aan meningen en politieke overtuigingen, die in een democratie gewoon mogen worden gezegd, leiden tot verschillen in de pers en dus ook tot verschillende soorten dagbladen.



Een belangrijk kenmerk van de Nederlandse samenleving in de 20e eeuw was de verzuiling. De politieke emancipatie van de bevolking aan het einde van de 19e eeuw voltrok zich in Nederland op geheel eigen wijze. Men richtte zich vooral op basis van godsdienstige en levensbeschouwelijke uitgangspunten in de zgn. zuilen.



Tegelijkertijd groeide met de industrialisatie de tegenstelling tussen arme arbeiders rijke burgers en de middenstand. Hieruit kwamen vier verschillende soorten zuilen voort: de p.c. zuil, de kath. zuil, de soc-eco zuil en de lib-cons zuil. De scheidslijnen tussen die zuilen waren sterk, binnen de zuilen gold een sterke mate van sociale controle en eigenlijk kon je nauwelijks spreken van dé Nederlandse samenleving.





Feitelijk was er sprake van 4 samenlevingen, met hun eigen scholen, pol. Partijen, eigen omroepen, eigen vakbonden, eigen sport- en gezelligheidsverenigingen en ook eigen kranten.







Sinds ongeveer het midden van de jaren 60 is er sprake van een proces tot ontzuiling. De muren tussen de zuilen brokkelden af en de zuilen zelf verloren steeds meer aan betekenis. Maar nog steeds kun je restanten van de verzuiling aantreffen, denk aan de publieke omroepen en het onderwijs.



Sommige dagbladen richten zich nog steeds op doelgroepen van lezers met een levensbeschouwelijke overtuiging. Trouw heeft bijv. prot-chr lezers. Het reformatorisch dagblad richt zich vooral op ortx-prot lezers, terwijl de volkskrant weer kath. lezers had.



Los van levensbeschouwelijke grondslag kun je dagbladen ook indelen in kwaliteitskranten als Trouw en NRC-handelsblad en populaire kranten als de Telegraaf. Een kwaliteitskrant zal zich in het algemeen minder richten op het populaire roddelnieuws.



De regionale dagbladen bieden naast het landelijke en internationale nieuws veel aandacht aan streek en stadsnieuws. Regionale dagbladen kunnen met hun kleine oplagen zich net geen eigen verslaggevers permitteren. Daarom ontlenen zij dergelijk nieuws vaker dan de landelijke dagbladen aan persbureaus en de GPD. De Gemeenschappelijke PersDienst verzorgt voor een groot aantal aangesloten regionale dagbladen voor landelijke en internationale verslaggeving.



Een krant verkrijgt zijn nieuws uit verschillende bronnen. Iedere krant heeft vaste journalisten in dienst die gespecialiseerd zijn op een bepaald gebied. Zo zijn er sportverslaggevers, buitenlandse correspondenten en reporters die het politieke nieuws verzorgen.



Verder krijgt een krant veel nieuws aangereikt via het ANP, het Algemeen Nederlands Persbureau.



Via de telex en computernetwerken verspreiden zij nieuws, waaruit de redactie van de krant een keuze maakt. Die keuze zal deels bepaald worden door de kenmerken van de krant.



Een bericht kan door de ene krant breed uitgemeten en met een foto op de voorpagina worden geplaatst, terwijl een andere krant daar slechts een paar regels op pagina 7 aan wijdt.



Uitgevers van dagbladen halen hun inkomsten maar voor beperkt deel uit abonnementsgelden en de opbrengst van de losse verkoop. Bijna ¾ van de inkomsten bestaat uit de verkoop van advertentieruimte.



Toen in 1967 televisiereclame mogelijk werd via de STER zagen de dagbladen hun advertentie-inkomsten teruglopen. Een aantal dagbladen moest het veld ruimen, andere krompen van landelijk in tot regionaal en veel kleinere, zelfstandige dagbladen en werden opgekocht door grote uitgeefconcerns.



Deze ontwikkeling, persconcentratie genoemd, werd beschouwd als een bedreiging voor de pluriformiteit van de pers. Om dit probleem een beetje op te lossen kwam een deel van de STER-opbrengsten ten goede aan de krantenuitgevers.



Het bedrijfsfonds voor de pers verdeelt die gelden.



Sterke concurrentie, stijgende kosten en dalende oplagecijfers leiden echter tot een steeds verdergaande persconcentratie.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.